VC Decreet betreffende de uitbouw van de graduaatsopleidingen binnen de hogescholen en de versterking van de lerarenopleidingen binnen de hogescholen en universiteiten 2018012999 7 jaar geleden 2 versies
| 1 | §1. Een hogeschool die kunstopleidingen aanbiedt, en de overeenstemmende graden van gegradueerde, bachelor en master wil verlenen, richt met ingang van het academiejaar 2013-2014 1 of meer Schools of Arts op. |
| 2 | In afwijking van het eerste lid moet een hogeschool geen School of Arts oprichten als het aantal bachelor- en masteropleidingen die de desbetreffende hogeschool aanbiedt voor ten minste 80% bestaat uit kunstopleidingen of uit kunstgerelateerde bachelor- of masteropleidingen. Het aantal andere bachelor- en masteropleidingen is kleiner dan of gelijk aan 20% van het totale aantal bachelor- en masteropleidingen die de hogeschool aanbiedt. In dat geval wordt voor de toepassing van deze codificatie de hogeschool als geheel beschouwd als een School of Arts. |
| 3 | Onder kunstgerelateerde opleidingen worden de volgende professionele bacheloropleidingen begrepen: |
| 4 | 1° de bacheloropleiding in de interieurvormgeving; |
| 5 | 2° de bacheloroplelding in de landschaps- en tuinarchitectuur; |
| 6 | 3° de bacheloropleiding in de landschapsontwikkeling; |
| 7 | 4° de bacheloroplelding in de audiovisuele technieken film: TV en video; |
| 8 | 5° de bacheloropleiding in de audiovisuele technieken: fotografie. |
| 9 | De Vlaamse Regering kan deze lijst van kunstgerelateerde opleidingen aanpassen. |
| 10 | §2. Een School of Arts heeft als opdracht: |
| 11 | 1° het organiseren en verschaffen van hoger beroepsonderwijs, hoger professioneel onderwijs en academisch onderwijs in het studiegebied Audiovisuele en beeldende kunst of in het studiegebied Muziek en podiumkunsten; |
| 12 | 2° de ontwikkeling en beoefening van de kunsten in die studiegebieden; |
| 13 | 3° het verrichten van praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek in relatie tot het hoger professioneel onderwijs in die studiegebieden; |
| 14 | 4° het verrichten van onderzoek in de kunsten, in samenwerking met een universiteit; |
| 15 | 5° het verstrekken van maatschappelijke en wetenschappelijke dienstverlening, en de transfer van kennis voor de versterking van de innovatieve kracht van de maatschappelijke en economische sectoren. |
| 16 | Binnen het kader van een School of Arts kunnen ook kunstgerelateerde opleidingen, zoals vermeld in paragraaf 1, georganiseerd worden. Het aandeel kunstgerelateerde opleidingen is kleiner dan of gelijk aan 20% van het aantal bachelor- en masteropleidingen georganiseerd binnen de School of Arts. |
| 17 | §3. Een School of Arts heeft geen eigen rechtspersoonlijkheid. Het hogeschoolbestuur bepaalt de plaats van een School of Arts binnen de structuur van de instelling. |
| 18 | Een hogeschool kan een School of Arts ook oprichten in samenwerking met 1 of meer andere hogescholen die opleidingen in die studiegebieden aanbieden. De participerende instellingen sluiten daarvoor een samenwerkingsovereenkomst waarin ten minste de volgende elementen opgenomen zijn: |
| 19 | 1° een opsomming van de opleidingen die onder de School of Arts vallen; |
| 20 | 2° de wijze van diplomering: gezamenlijke diplomering of diplomering door 1 van de participerende instellingen; |
| 21 | 3° de bestuurs- en beheersstructuur van de School of Arts; |
| 22 | 4° de samenstelling en bevoegdheden van de raad van de School of Arts, conform de bepalingen in artikel II.373, II.374 en II.375; |
| 23 | 5° het onderwijs- en examenreglement dat van toepassing is op de studenten; |
| 24 | 6° de wijze van inzet van het personeel van de betrokken hogescholen in de School of Arts; |
| 25 | 7° de wijze van inschrijving en van administratie van studenten; |
| 26 | 8° de verdeelsleutel voor de opgenomen studiepunten en financieringspunten die nodig is voor de berekening van de onderwijssokkel en de variabele onderwijsdelen van de betrokken hogescholen; |
| 27 | 9° de wijze waarop de betrokken hogescholen de School of Arts financieren; |
| 28 | 10° de duurtijd van de samenwerkingsovereenkomst; |
| 29 | 11° een regeling inzake personeel en financiering bij een eventuele verbreking van de samenwerkingsovereenkomst; |
| 30 | 12° een procedure bij gebrek aan consensus bij de participerende hogeschoolbesturen bij de opdrachten vermeld in artikel II.373, II.374 en II.375. |
| 31 | Een samenwerkingsakkoord wordt minimaal gesloten voor een periode van 6 academiejaren. |
| 32 | §4. Het hogeschoolbestuur of, in geval van een samenwerkingsverband als vermeld in paragraaf 3, tweede lid, de betrokken hogeschoolbesturen, bepalen bij reglement de functionele autonomie, alsook de bestuurs- en beheersstructuur van de School of Arts. Daarbij wordt minstens rekening gehouden met de volgende elementen: |
| 33 | 1° de voorwaarden voor de samenstelling van de raad van de School of Arts, zoals vastgelegd in artikel II.373, II.374 en II.375; |
| 34 | 2° de minimale taken van de raad van een School of Arts, zoals vastgelegd in artikel II.373, II.374 en II.375. |