§ flandrepo

Decreet over het onderwijs XXXIV

Vlaamse Regering #2056 Staatsblad 28 juni 2024 NUMAC 2024006155
85 artikels gewijzigd
+1 −1 decreet-2009-05-08/art. 44bis
1−§1. De inspecteurs hebben het recht om voor de uitoefening van hun opdracht inzage te krijgen in of kopie te krijgen van persoonsgegevens. De persoonsgegevens hebben betrekking op leerlingen die verbonden zijn aan de onderwijsinstelling, of begeleid worden door het centrum voor leerlingenbegeleiding, of ondersteund worden door een leersteuncentrum en op internen die ingeschreven zijn in een onderwijsinternaat. Het betreft de gegevens die de onderwijsinstelling, het centrum voor leerlingenbegeleiding, het leersteuncentrum of het onderwijsinternaat krachtens de onderwijs-, onderwijsinternaats- of CLB-reglementering of de reglementering over de leersteuncentra in het dossier verwerken, zoals de administratieve gegevens, inschrijvingsgegevens, afwezigheden, studieresultatenen zorggegevens. De bevoegdheid heeft ook betrekking op gegevens die toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat.
1+§1. De inspecteurs hebben het recht om voor de uitoefening van hun opdracht inzage te krijgen in of kopie te krijgen van persoonsgegevens. De persoonsgegevens hebben betrekking op leerlingen die verbonden zijn aan de onderwijsinstelling, of begeleid worden door het centrum voor leerlingenbegeleiding, of ondersteund worden door een leersteuncentrum en op internen die ingeschreven zijn in een onderwijsinternaat. Het betreft de gegevens die de onderwijsinstelling, het centrum voor leerlingenbegeleiding, het leersteuncentrum of het onderwijsinternaat krachtens de onderwijs-, onderwijsinternaats- of CLB-reglementering of de reglementering over de leersteuncentra in het dossier verwerken, zoals de administratieve gegevens, inschrijvingsgegevens, afwezigheden, studieresultaten, de registratie van gegevens inzake afzondering en fixatie, vermeld in artikel 33/5, §1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 123/24/5 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, en zorggegevens. De bevoegdheid heeft ook betrekking op gegevens die toegankelijk zijn via een informaticasysteem of via elk ander elektronisch apparaat.
22Als anonieme gegevens beschikbaar en actueel zijn, vragen de inspecteurs in eerste instantie inzage in die gegevens. Als dat nodig is in het licht van de opdracht, kunnen de inspecteurs inzage vragen in persoonsgegevens, als daarvoor de Europese, federale en Vlaamse regels over het verwerken van die gegevens worden gevolgd. Onder anonieme gegevens wordt verstaan: gegevens die geen betrekking hebben op een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon of op persoonsgegevens die zodanig anoniem zijn gemaakt dat de betrokkene niet of niet meer identificeerbaar is.
33De Vlaamse Regering stelt voorwaarden vast om de transparantie en de uitoefening van de rechten van de betrokkenen te verzekeren.
+8 −7 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 4
1−§1. Voor het berekenen van de dienstanciënniteit in het [gemeenschapsonderwijs:
1+§1. Voor het berekenen van de dienstanciënniteit in het [gemeenschapsonderwijs:
22a) bestaat het aantal dagen, gepresteerd als tijdelijk aangesteld personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, uit al de kalenderdagen gerekend van het begin tot het einde van de ononderbroken activiteitsperiode, met inbegrip van alle vakantieperioden met uitzondering van de zomervakantie, als ze in die activiteitsperiode vallen. Dat aantal wordt vermenigvuldigd met 1,2.
3−In afwijking hiervan bestaat voor het administratief personeel, de administratief medewerker van het beleids- en ondersteunend personeel, de administratief medewerker van het ondersteunend personeel en voor de personeelsleden van de CLB's, de semi-internaten en de internaten die in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen voorzien, het aantal dagen gepresteerd als tijdelijk aangesteld personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, uit al de kalenderdagen van het begin tot het einde van een ononderbroken activiteitsperiode, met inbegrip van alle vakantieperioden. Dit aantal wordt niet vermenigvuldigd met 1,2.
3+In afwijking hiervan bestaat voor het administratief personeel, de administratief medewerker van het beleids- en ondersteunend personeel, de administratief medewerker van het ondersteunend personeel en voor de personeelsleden van de CLB's en de semi-internaten het aantal dagen gepresteerd als tijdelijk aangesteld personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, uit al de kalenderdagen van het begin tot het einde van een ononderbroken activiteitsperiode, met inbegrip van alle vakantieperioden. Dit aantal wordt niet vermenigvuldigd met 1,2.
44De dagen, gepresteerd in een andere hoedanigheid dan die van tijdelijk personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, worden gerekend vanaf het begin tot het einde van een ononderbroken periode van dienstactiviteit, met inbegrip van alle vakantieperioden;
55b) worden de dagen gepresteerd in een betrekking met onvolledige dienstprestaties, die tenminste de helft bedraagt van het aantal uren vereist voor de betrekking met volledige dienstprestaties, op dezelfde grond in aanmerking genomen als de dagen gepresteerd in een betrekking met volledige dienstprestaties. Het aantal dagen gepresteerd in een betrekking die niet de helft bedraagt van het aantal uren, vereist voor een betrekking met volledige dienstprestaties wordt met de helft verminderd;
99Eveneens als diensten worden beschouwd de perioden tijdens welke het personeelslid zich in de administratieve stand van terbeschikkingstelling bevindt zoals bepaald in artikel 82, a) en b);
1010f) komen de dagen gepresteerd in een ambt van godsdienstleerkracht slechts in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit in datzelfde ambt. De diensten die - zowel in het gemeenschaps als in het gesubsidieerd onderwijs - gepresteerd werden tussen 1 september 1975 en 31 augustus 2001 in het ambt van godsdienstleerkracht belast met islamitische godsdienst en die in aanmerking komen voor de berekening van de geldelijke anciënniteit, komen in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit in dat ambt; De diensten die - zowel in het gemeenschaps- als in het gesubsidieerd onderwijs - gepresteerd werden tot en met 31 augustus 2013 in het ambt van godsdienstleerkracht belast met anglicaanse godsdienst en die in aanmerking komen voor de berekening van de geldelijke anciënniteit, komen in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit in dat ambt.
11−g) kan gedurende een schooljaar een dienstanciënniteit van maximaal 360 dagen worden verworven.
11+g) kan gedurende een schooljaar een dienstanciënniteit van maximaal 360 dagen worden verworven;
12+h) tellen de kalenderdagen die gepresteerd zijn als tijdelijk personeelslid tussen 1 juli en 31 augustus in een betrekking van het zomeraanbod, vermeld in artikel 130quater van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, mee om de dienstanciënniteit te berekenen, vermeld in punt a), eerste lid.
12−§2. Voor de berekening van de dienstanciënniteit komen de hiervoor bedoelde diensten enkel in aanmerking indien ze gepresteerd werden in hoofdambt.
13+§2. Voor de berekening van de dienstanciënniteit komen de hiervoor bedoelde diensten enkel in aanmerking indien ze gepresteerd werden in hoofdambt.
13−§3. De regering bepaalt op welke wijze de volgende diensten mee in aanmerking worden genomen voor het berekenen van de dienstanciënniteit in de centra voor leerlingenbegeleiding in het gemeenschapsonderwijs:
14+§3. De regering bepaalt op welke wijze de volgende diensten mee in aanmerking worden genomen voor het berekenen van de dienstanciënniteit in de centra voor leerlingenbegeleiding in het gemeenschapsonderwijs:
14151° contractueel personeelslid bij een PMS-centrum van het gemeenschapsonderwijs;
15162° contractueel personeelslid bij een equipe voor medisch schooltoezicht;
16173° klerk, gepresteerd vóór de overdracht naar het gemeenschapsonderwijs en tijdens de wettelijke vooropzegperiode na de overdracht;
17184° gesubsidieerd contractueel personeelslid.
18−§4. Voor de toepassing van hoofdstuk III in het deeltijds kunstonderwijs worden de diensten, gepresteerd in het ambt van studiemeester-opvoeder, ook beschouwd als zijnde gepresteerd in het ambt van administratief medewerker.
19+§4. Voor de toepassing van hoofdstuk III in het deeltijds kunstonderwijs worden de diensten, gepresteerd in het ambt van studiemeester-opvoeder, ook beschouwd als zijnde gepresteerd in het ambt van administratief medewerker.
1920Voor de toepassing van hoofdstuk III in het basisonderwijs en in het secundair onderwijs kan de raad van bestuur de diensten die een personeelslid gepresteerd heeft in een wervingsambt in het buitengewoon basis- of buitengewoon secundair onderwijs beschouwen als zijnde gepresteerd in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs. De raad van bestuur kan hierbij voor een personeelslid diensten in aanmerking nemen ten belope van maximaal 290 dagen, berekend volgens paragraaf 1.
20−§5. De prestaties die een personeelslid levert in een betrekking die wordt ingericht op basis van artikel 154, §2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 251/1 of artikel 332/1 van de Codex Secundair Onderwijs, artikel 48, §2, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, artikel 130ter van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, artikel 82 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs en artikel III.36 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, komen in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit volgens de bepalingen van dit artikel.
21+§5. De prestaties die een personeelslid levert in een betrekking die wordt ingericht op basis van artikel 154, §2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 251/1 of 332/1 van de Codex Secundair Onderwijs, artikel 48, §2, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, artikel 130ter van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, artikel 82 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs, artikel 52, §2, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun en artikel 43, §2, van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten komen in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit volgens de bepalingen van dit artikel.
+9 −6 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 17
1−§1. Om als tijdelijk personeelslid te kunnen worden aangesteld moet het personeelslid op het ogenblik van de aanstelling voldoen aan volgende voorwaarden:
1+§1. Om als tijdelijk personeelslid te kunnen worden aangesteld moet het personeelslid op het ogenblik van de aanstelling voldoen aan volgende voorwaarden:
221° onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Vrijhandelsassociatie is, behoudens door de Vlaamse regering te verlenen vrijstelling;
332° de burgerlijke en politieke rechten geniet, behoudens een door de Vlaamse regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling bedoeld in 1°;
776°...;
887° zich kandidaat hebben gesteld op een wijze bepaald door de het college van directeurs.
9−§ 2. ...
9+§2. In afwijking van paragraaf 1, 3°, kan een personeelslid ten voorlopigen titel tijdelijk aangesteld worden op basis van een geldig ingediende aanvraag tot gelijkwaardigheid van zijn diploma bij het National Academic Recognition Information Centre (NARIC).
10+De voorlopige tijdelijke aanstelling, vermeld in het eerste lid, is niet mogelijk in een ambt dat of in een functie die ressorteert onder de bepalingen van de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015.
11+De voorlopige tijdelijke aanstelling, vermeld in het eerste lid, eindigt van rechtswege en zonder vooropzeg conform artikel 23, eerste lid, i), vanaf het ogenblik dat het personeelslid op basis van de beslissing van NARIC geen gelijkwaardigheid toegekend krijgt die voldoet als bekwaamheidsbewijs voor een aanstelling in dat ambt.
12+Tijdens de voorlopige tijdelijke aanstelling, vermeld in het eerste lid, heeft het personeelslid recht op een salaris op basis van de laagste salarisschaal die van toepassing is voor het ambt in kwestie.
10−§3. Niemand kan als tijdelijk personeelslid worden aangesteld in strijd met de reglementering inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.
13+§3. Niemand kan als tijdelijk personeelslid worden aangesteld in strijd met de reglementering inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.
11−§4. Bij gebrek aan kandidaten kan de directeur of raad van bestuur al naar gelang het geval afwijken van de in § 1, 7°, genoemde verplichting.
14+§4. Bij gebrek aan kandidaten kan de directeur of raad van bestuur al naar gelang het geval afwijken van de in § 1, 7°, genoemde verplichting.
12−§5. Onverminderd de bepalingen van dit decreet worden de leerkrachten levensbeschouwelijk onderricht door de directeur geworven, op voordracht van de bevoegde instantie van de betrokken godsdienst, respectievelijk de bevoegde instantie van de niet-confessionele zedenleer.
15+§5. Onverminderd de bepalingen van dit decreet worden de leerkrachten levensbeschouwelijk onderricht door de directeur geworven, op voordracht van de bevoegde instantie van de betrokken godsdienst, respectievelijk de bevoegde instantie van de niet-confessionele zedenleer.
13−§6. Een tijdelijke aanstelling van een personeelslid dat houder is van een "ander bekwaamheidsbewijs" is in duur beperkt tot het lopende schooljaar.
16+§6. Een tijdelijke aanstelling van een personeelslid dat houder is van een "ander bekwaamheidsbewijs" is in duur beperkt tot het lopende schooljaar.
+7 −9 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 42bis
1−§1. Dit artikel is van toepassing op een vastbenoemde directeur die titularis is van een volledige betrekking en die gedurende minstens drie opeenvolgende schooljaren voor zijn volledige betrekking gebruik maakt van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4.
1+§1. Dit artikel is van toepassing op een vastbenoemde directeur die titularis is van een volledige betrekking en die gedurende minstens drie opeenvolgende schooljaren voor zijn volledige betrekking gebruik maakt van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4.
2−§2. Als een vastbenoemde directeur gebruik maakt van een verlofstelsel zoals vermeld in § 4, dan moet de raad van bestuur vóór de aanvang van dat verlofstelsel aan de vastbenoemde directeur meedelen of hij de volledige betrekking waarvan hij titularis is, in de loop van zijn verlof al dan niet zal vacant verklaren en, desgevallend, na welke tijdsspanne dat zal gebeuren.
2+§2. Als een vastbenoemde directeur gebruik maakt van een verlofstelsel zoals vermeld in § 4, dan moet de raad van bestuur vóór de aanvang van dat verlofstelsel aan de vastbenoemde directeur meedelen of hij de volledige betrekking waarvan hij titularis is, in de loop van zijn verlof al dan niet zal vacant verklaren en, desgevallend, na welke tijdsspanne dat zal gebeuren.
33Met de aanvang van een verlofstelsel wordt zowel de aanvang van de eerste aanvraag van een verlofstelsel als de aanvang van een verlenging bedoeld.
44Deze mededeling moet schriftelijk gebeuren en minstens voor kennisneming ondertekend worden door de betrokken directeur. Als de betrokken directeur weigert voor kennisname te tekenen, bezorgt de raad van bestuur zijn beslissing aan de directeur met een ter post aangetekende brief die uitwerking heeft vanaf de dag van verzending. Deze brief wordt voor de verdere procedure beschouwd als de voor kennisgeving ondertekende mededeling. Deze kennisgeving kan niet meer gewijzigd worden, tenzij met uitdrukkelijk schriftelijk akkoord van de betrokken directeur.
55Bij gebrek aan schriftelijke mededeling kan de raad van bestuur de volledige betrekking niet vacant verklaren tenzij met uitdrukkelijk schriftelijk akkoord van de vastbenoemde directeur.
66De vacantverklaring bedoeld in het eerste lid kan slechts plaatsvinden als de betrokken directeur voor een periode van minstens drie opeenvolgende schooljaren voltijds afwezig is geweest omwille van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4. Om de duur van de betrokken periode te bepalen, wordt alleen rekening gehouden met ononderbroken perioden van afwezigheid vanaf de voor kennisgeving ondertekende mededeling.
7−§ 3. In afwijking op § 2, en tot en met 1 september 2012, gelden volgende bepalingen voor de vastbenoemde directeur die op 1 september 2009 al afwezig is, omdat hij gebruik maakt van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4.
8−Als een vastbenoemde directeur op 1 september 2009 minstens gedurende de twee voorgaande volledige schooljaren ononderbroken afwezig was, omdat hij gebruik maakte van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 5 en hij ook gedurende het volledige schooljaar 2009-2010 ononderbroken gebruikt maakt van één of meerdere verlofstelsels vermeld in § 4, dan kan de raad van bestuur zijn volledige betrekking vanaf 1 september 2010 in aanmerking nemen voor vacantverklaring, maar enkel en alleen als de betrokken directeur daarmee uitdrukkelijk akkoord is. Dat akkoord moet ondubbelzinnig blijken uit een document dat door de betrokken directeur voor akkoord ondertekend wordt.
9−Als een directeur op 1 september 2009 slechts gedurende het volledige voorgaande schooljaar ononderbroken afwezig was omdat hij gebruik maakte van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4 en hij ook gedurende de volledige schooljaren 2009-2010 en 2010-2011 ononderbroken gebruikt maakt van één of meerdere verlofstelsels vermeld in § 4, dan kan de raad van bestuur zijn volledige betrekking in aanmerking nemen voor vacantverklaring vanaf 1 september 2011 maar enkel en alleen als de betrokken directeur daarmee uitdrukkelijk akkoord is. Dat akkoord moet ondubbelzinnig blijken uit een document dat door de betrokken directeur voor akkoord ondertekend wordt.
10−Als de in deze paragraaf bedoelde vastbenoemde directeur ook op 1 september 2012 afwezig is of blijft omwille van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4, dan kan de raad van bestuur vanaf dat ogenblik gebruik maken van de bepalingen van § 2.
7+§3. ...
11−§4. De in § 1 bedoelde verlofstelsels zijn :
8+§4. De in § 1 bedoelde verlofstelsels zijn :
129a) verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 28 april 1998 tot regeling van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde vastbenoemde personeelsleden van het onderwijs, de psycho-medisch-sociale centra, de pedagogische begeleidingsdiensten, de inspectie en de dienst voor onderwijsontwikkeling, tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast met een opdracht waarvoor ze niet vastbenoemd zijn;
1310b) verlof voor het uitoefenen van een mandaat dat toegekend wordt aan de algemeen directeur of coördinerend directeur vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2001 betreffende de mandaten van directeur, algemeen directeur en coördinerend directeur in het niet-tertiair onderwijs;
2017i) verlof toegekend aan personeelsleden die ter beschikking van de koning worden gesteld zoals bepaald in artikel 39 van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen voor het kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen;
2118j) afwezigheid voor verminderde prestaties zoals bepaald in hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1990 betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties;
22−k) een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2009 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voor de personeelsleden van het onderwijs, die een personeelslid tot en met 31 augustus 2017 heeft opgenomen.
19+k) ...
23−§5. De directeur wiens betrekking in toepassing van dit artikel vacant werd verklaard, blijft na de vacantverklaring van die betrekking in de administratieve en geldelijke toestand die verbonden is aan zijn verlof of terbeschikkingstelling.
20+§5. De directeur wiens betrekking in toepassing van dit artikel vacant werd verklaard, blijft na de vacantverklaring van die betrekking in de administratieve en geldelijke toestand die verbonden is aan zijn verlof of terbeschikkingstelling.
2421Op het ogenblik dat de betrokken directeur geen gebruik meer maakt van de in § 4 bedoelde verlofstelsels, wordt hij ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, tenzij de betrekking waarvan hij titularis was nog niet werd ingenomen door een andere vastbenoemde titularis. In dat geval wordt hij opnieuw titularis van de betrokken betrekking.
22+§6. In afwijking van paragraaf 2 geldt volgende bepaling voor de vastbenoemde directeur in een onderwijsinternaat. Als een vastbenoemde directeur in een onderwijsinternaat op 1 september 2023 minstens gedurende de drie voorgaande volledige schooljaren ononderbroken afwezig was in het ambt van beheerder in een internaat, omdat hij gebruikmaakte van een of meerdere verlofstelsels als vermeld in paragraaf 4, kan de raad van bestuur zijn volledige betrekking vanaf 1 september 2023 in aanmerking nemen voor vacantverklaring, maar enkel en alleen als de betrokken directeur daarmee uitdrukkelijk akkoord is. Dat akkoord moet ondubbelzinnig blijken uit een document dat door de betrokken directeur voor akkoord ondertekend wordt.
+8 −7 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 6
1−§1. Voor het berekenen van de dienstanciënniteit:
1+§1. Voor het berekenen van de dienstanciënniteit:
2−a) bestaat het aantal dagen, gepresteerd als tijdelijk aangesteld personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, uit al de kalenderdagen gerekend van het begin tot het einde van de ononderbroken activiteitsperiode, met inbegrip van alle vakantieperioden met uitzondering van de zomervakantie, als ze in die activiteitsperiode vallen. Dat aantal wordt vermenigvuldigd met 1,2. In afwijking hiervan bestaat voor het administratief personeel, de administratief medewerker van het beleids- en ondersteunend personeel, de administratief medewerker van het ondersteunend personeel en voor de personeelsleden van de CLB's, de semi-internaten en de opvangcentra, het aantal dagen gepresteerd als tijdelijk aangesteld personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, uit al de kalenderdagen van het begin tot het einde van een ononderbroken activiteitsperiode, met inbegrip van alle vakantieperioden. Dit aantal wordt niet vermenigvuldigd met 1,2.
2+a) bestaat het aantal dagen, gepresteerd als tijdelijk aangesteld personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, uit al de kalenderdagen gerekend van het begin tot het einde van de ononderbroken activiteitsperiode, met inbegrip van alle vakantieperioden met uitzondering van de zomervakantie, als ze in die activiteitsperiode vallen. Dat aantal wordt vermenigvuldigd met 1,2. In afwijking hiervan bestaat voor het administratief personeel, de administratief medewerker van het beleids- en ondersteunend personeel, de administratief medewerker van het ondersteunend personeel en voor de personeelsleden van de CLB's het aantal dagen gepresteerd als tijdelijk aangesteld personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, uit al de kalenderdagen van het begin tot het einde van een ononderbroken activiteitsperiode, met inbegrip van alle vakantieperioden. Dit aantal wordt niet vermenigvuldigd met 1,2.
33De dagen, gepresteerd in een andere hoedanigheid dan die van tijdelijk personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, worden gerekend vanaf het begin tot het einde van een ononderbroken periode van dienstactiviteit, met inbegrip van alle vakantieperioden;
44b) worden de dagen gepresteerd in een betrekking met onvolledige dienstprestaties, die tenminste de helft bedragen van het aantal uren vereist voor het ambt met volledige dienstprestaties, op dezelfde grond in acht genomen als de dagen gepresteerd in een ambt met volledige dienstprestaties. Het aantal dagen gepresteerd in een betrekking die niet de helft bedraagt van het aantal uren, vereist voor een betrekking met volledige dienstprestaties, wordt met de helft verminderd;
1010f) worden als diensten in het gesubsidieerd onderwijs en de centra beschouwd, de gesubsidieerde diensten door het personeelslid gepresteerd in de stand dienstactiviteit, als ook het verlof dat hem is toegekend overeenkomstig artikel 51
1111Als diensten worden eveneens beschouwd, de perioden tijdens dewelke het personeelslid zich in de administratieve stand van terbeschikkingstelling bevindt zoals bepaald in artikel 56, a en b;
12−g) kan gedurende een schooljaar een dienstanciënniteit van maximaal 360 dagen worden verworven.
12+g) kan gedurende een schooljaar een dienstanciënniteit van maximaal 360 dagen worden verworven;
13+h) tellen de kalenderdagen die gepresteerd zijn als tijdelijk personeelslid tussen 1 juli en 31 augustus in een betrekking van het zomeraanbod, vermeld in artikel 130quater van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, mee om de dienstanciënniteit te berekenen, vermeld in punt a), eerste lid.
13−§2. Voor de berekening van de dienstanciënniteit komen de hiervoor bedoelde diensten enkel in aanmerking indien ze gepresteerd werden in hoofdambt.
14+§2. Voor de berekening van de dienstanciënniteit komen de hiervoor bedoelde diensten enkel in aanmerking indien ze gepresteerd werden in hoofdambt.
14−§3. De regering bepaalt op welke wijze de volgende diensten mee in aanmerking worden genomen voor het berekenen van de dienstanciënniteit in de CLB's in het gesubsidieerd onderwijs:
15+§3. De regering bepaalt op welke wijze de volgende diensten mee in aanmerking worden genomen voor het berekenen van de dienstanciënniteit in de CLB's in het gesubsidieerd onderwijs:
15161° contractueel personeelslid bij een PMS-centrum;
16172° contractueel personeelslid bij een equipe voor medisch schooltoezicht;
17183° gesubsidieerde contractueel;
18194° personeelslid bij een consultatiebureau voor gehandicapten.
19−§4. Voor de toepassing van hoofdstuk III in het deeltijds kunstonderwijs worden de diensten, gepresteerd in het ambt van studiemeester-opvoeder, ook beschouwd als zijnde gepresteerd in het ambt van administratief medewerker.
20+§4. Voor de toepassing van hoofdstuk III in het deeltijds kunstonderwijs worden de diensten, gepresteerd in het ambt van studiemeester-opvoeder, ook beschouwd als zijnde gepresteerd in het ambt van administratief medewerker.
2021Voor de toepassing van hoofdstuk III in het basisonderwijs en in het secundair onderwijs kan de inrichtende macht de diensten die een personeelslid gepresteerd heeft in een wervingsambt in het buitengewoon basis- of buitengewoon secundair onderwijs beschouwen als zijnde gepresteerd in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs. De inrichtende macht kan hierbij voor een personeelslid diensten in aanmerking nemen ten belope van maximaal 290 dagen, berekend volgens paragraaf 1.
21−§5. De prestaties die een personeelslid levert in een betrekking die wordt ingericht op basis van artikel 154, §2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 251/1 of artikel 332/1 van de Codex Secundair Onderwijs, artikel 48, §2, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, artikel 130ter van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, artikel 82 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs en artikel III.36 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, komen in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit volgens de bepalingen van dit artikel.
22+§5. De prestaties die een personeelslid levert in een betrekking die wordt ingericht op basis van artikel 154, §2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 251/1 of 332/1 van de Codex Secundair Onderwijs, artikel 48, §2, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, artikel 130ter van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, artikel 82 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs, artikel 52, §2, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun en artikel 43, §2, van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten komen in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit volgens de bepalingen van dit artikel.
+6 −3 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 19
1−§1. Niemand kan door een inrichtende macht als tijdelijk personeelslid worden aangesteld, als hij op het ogenblik van de aanstelling niet voldoet aan de voorwaarden van artikel V.45, 1° en 2°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs, artikel 18, §1, 1° en 2°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, artikel 73, §1, 1° en 2°, van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, artikel 35, §1, 1° en 2°, van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten, artikel 66, 1°, 2° en 6°, van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs, artikel 33, eerste lid, 1°, a) en b), van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun, artikel 24 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding of van artikel 106, §1, 1°, a) en b), van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs en daarenboven :
1+§1. Niemand kan door een inrichtende macht als tijdelijk personeelslid worden aangesteld, als hij op het ogenblik van de aanstelling niet voldoet aan de voorwaarden van artikel V.45, 1° en 2°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs, artikel 18, §1, 1° en 2°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, artikel 73, §1, 1° en 2°, van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs, artikel 35, §1, 1° en 2°, van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten, artikel 66, 1°, 2° en 6°, van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs, artikel 33, eerste lid, 1°, a) en b), van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun, artikel 24 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding of van artikel 106, §1, 1°, a) en b), van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs en daarenboven :
221° houder is van een bekwaamheidsbewijs voor het ambt, zoals bedoeld in artikel 5, 8°;
332° voldoet aan de taalvereisten zoals bepaald in artikel 19bis tot en met 19quinquies;
443° van onberispelijk gedrag is, zoals dat blijkt uit een uittreksel uit het strafregister dat niet langer dan een maand tevoren werd afgegeven.
5−§2. Niemand kan door een inrichtende macht als tijdelijk personeelslid worden aangesteld in strijd met de reglementering inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.
5+§2. Niemand kan door een inrichtende macht als tijdelijk personeelslid worden aangesteld in strijd met de reglementering inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.
6−§ 3. ...
6+§3. In afwijking van paragraaf 1, 1°, kan een personeelslid ten voorlopigen titel tijdelijk aangesteld worden op basis van een geldig ingediende aanvraag tot gelijkwaardigheid van zijn diploma bij het National Academic Recognition Information Centre (NARIC).
7+De voorlopige tijdelijke aanstelling, vermeld in het eerste lid, is niet mogelijk in een ambt dat of in een functie die ressorteert onder de bepalingen van de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015.
8+De voorlopige tijdelijke aanstelling, vermeld in het eerste lid, eindigt van rechtswege en zonder vooropzeg conform artikel 21, §1, eerste lid, h), vanaf het ogenblik dat het personeelslid op basis van de beslissing van NARIC geen gelijkwaardigheid toegekend krijgt die voldoet als bekwaamheidsbewijs voor een aanstelling in dat ambt.
9+Tijdens de voorlopige tijdelijke aanstelling, vermeld in het eerste lid, heeft het personeelslid recht op een salaris op basis van de laagste salarisschaal die van toepassing is voor het ambt in kwestie.
+7 −9 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 39bis
1−§1. Dit artikel is van toepassing op een vastbenoemde directeur die titularis is van een volledige betrekking en die gedurende minstens drie opeenvolgende schooljaren voor zijn volledige betrekking gebruik maakt van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4.
1+§1. Dit artikel is van toepassing op een vastbenoemde directeur die titularis is van een volledige betrekking en die gedurende minstens drie opeenvolgende schooljaren voor zijn volledige betrekking gebruik maakt van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4.
2−§2. Als een vastbenoemde directeur gebruik maakt van een verlofstelsel zoals vermeld in § 4, dan moet de inrichtende macht vóór de aanvang van dat verlofstelsel aan de vastbenoemde directeur meedelen of zij de volledige betrekking waarvan hij titularis is, in de loop van zijn verlof al dan niet als een vacante betrekking zal beschouwen en, desgevallend, na welke tijdsspanne dat zal gebeuren.
2+§2. Als een vastbenoemde directeur gebruik maakt van een verlofstelsel zoals vermeld in § 4, dan moet de inrichtende macht vóór de aanvang van dat verlofstelsel aan de vastbenoemde directeur meedelen of zij de volledige betrekking waarvan hij titularis is, in de loop van zijn verlof al dan niet als een vacante betrekking zal beschouwen en, desgevallend, na welke tijdsspanne dat zal gebeuren.
33Met de aanvang van een verlofstelsel wordt zowel de aanvang van de eerste aanvraag van een verlofstelsel als de aanvang van een verlenging bedoeld.
44Deze mededeling moet schriftelijk gebeuren en minstens voor kennisneming ondertekend worden door de betrokken directeur. Als de betrokken directeur weigert voor kennisname te tekenen, bezorgt de inrichtende macht zijn beslissing aan de directeur met een ter post aangetekende brief die uitwerking heeft vanaf de dag van verzending. Deze brief wordt voor de verdere procedure beschouwd als de voor kennisgeving ondertekende mededeling. Deze kennisgeving kan niet meer gewijzigd worden, tenzij met uitdrukkelijk schriftelijk akkoord van de betrokken directeur.
55Bij gebrek aan schriftelijke mededeling kan de inrichtende macht de volledige betrekking niet als een vacante betrekking beschouwen, tenzij met uitdrukkelijk schriftelijk akkoord van de vastbenoemde directeur.
66Het beschouwen als een vacante betrekking bedoeld in het eerste lid kan slechts plaatsvinden als de betrokken directeur voor een periode van minstens drie opeenvolgende schooljaren voltijds afwezig is geweest omwille van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4. Om de duur van de betrokken periode te bepalen, wordt alleen rekening gehouden met ononderbroken perioden van afwezigheid vanaf de voor kennisgeving ondertekende mededeling.
7−§ 3. In afwijking op § 2, en tot en met 1 september 2012, gelden volgende bepalingen voor de vastbenoemde directeur die op 1 september 2009 al afwezig is, omdat hij gebruik maakt van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4.
8−Als een vastbenoemde directeur op 1 september 2009 minstens gedurende de twee voorgaande volledige schooljaren ononderbroken afwezig was, omdat hij gebruik maakte van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4 en hij ook gedurende het volledige schooljaar 2009-2010 ononderbroken gebruikt maakt van één of meerdere verlofstelsels vermeld in § 4, dan kan de inrichtende macht zijn volledige betrekking vanaf 1 september 2010 als een vacante betrekking beschouwen, maar enkel en alleen als de betrokken directeur daarmee uitdrukkelijk akkoord is. Dat akkoord moet ondubbelzinnig blijken uit een document dat door de betrokken directeur voor akkoord ondertekend wordt.
9−Als een directeur op 1 september 2009 slechts gedurende het volledige voorgaande schooljaar ononderbroken afwezig was omdat hij gebruik maakte van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4 en hij ook gedurende de volledige schooljaren 2009-2010 en 2010-2011 ononderbroken gebruikt maakt van een of meerdere verlofstelsels vermeld in § 4, dan kan de inrichtende macht zijn volledige betrekking als een vacante betrekking beschouwen vanaf 1 september 2011 maar enkel en alleen als de betrokken directeur daarmee uitdrukkelijk akkoord is. Dat akkoord moet ondubbelzinnig blijken uit een document dat door de betrokken directeur voor akkoord ondertekend wordt.
10−Als de in deze paragraaf bedoelde vastbenoemde directeur ook op 1 september 2012 afwezig is of blijft omwille van een of meerdere verlofstelsels zoals vermeld in § 4, dan kan de inrichtende macht vanaf dat ogenblik gebruik maken van de bepalingen van § 2.
7+§3. ...
11−§4. De in § 1 bedoelde verlofstelsels zijn :
8+§4. De in § 1 bedoelde verlofstelsels zijn :
129a) verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 28 april 1998 tot regeling van de administratieve en geldelijke toestand van bepaalde vastbenoemde personeelsleden van het onderwijs, de psycho-medisch-sociale centra, de pedagogische begeleidingsdiensten, de inspectie en de dienst voor onderwijsontwikkeling, tijdelijk aangesteld of tijdelijk belast met een opdracht waarvoor ze niet vastbenoemd zijn;
1310b) verlof voor het uitoefenen van een mandaat dat toegekend wordt aan de algemeen directeur of coördinerend directeur vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2001 betreffende de mandaten van directeur, algemeen directeur en coördinerend directeur in het niet-tertiair onderwijs;
1916h) politiek verlof zoals bepaald in artikel V.29 en volgende van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs;
2017i) afwezigheid voor verminderde prestaties zoals bepaald in hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1990 betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties;
21−j) een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2009 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voor de personeelsleden van het onderwijs, die een personeelslid tot en met 31 augustus 2017 heeft opgenomen.
18+j) ...
22−§5. De directeur wiens betrekking in toepassing van dit artikel als vacant werd beschouwd, blijft na de vacantverklaring van die betrekking in de administratieve en geldelijke toestand die verbonden is aan zijn verlof of terbeschikkingstelling.
19+§5. De directeur wiens betrekking in toepassing van dit artikel als vacant werd beschouwd, blijft na de vacantverklaring van die betrekking in de administratieve en geldelijke toestand die verbonden is aan zijn verlof of terbeschikkingstelling.
2320Op het ogenblik dat de betrokken directeur geen gebruik meer maakt van de in § 4 bedoelde verlofstelsels, wordt hij ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking, tenzij de betrekking waarvan hij titularis was nog niet werd ingenomen door een andere vastbenoemde titularis. In dat geval wordt hij opnieuw titularis van de betrokken betrekking.
21+§6. In afwijking van paragraaf 2 geldt volgende bepaling voor de vastbenoemde directeur in een onderwijsinternaat. Als een vastbenoemde directeur in een onderwijsinternaat op 1 september 2023 minstens gedurende de drie voorgaande volledige schooljaren ononderbroken afwezig was in het ambt van beheerder in een internaat, omdat hij gebruikmaakte van een of meerdere verlofstelsels als vermeld in paragraaf 4, kan de inrichtende macht zijn volledige betrekking vanaf 1 september 2023 als een vacante betrekking beschouwen, maar enkel en alleen als de betrokken directeur daarmee uitdrukkelijk akkoord is. Dat akkoord moet ondubbelzinnig blijken uit een document dat door de betrokken directeur voor akkoord ondertekend wordt.
+9 −6 decreet-1997-02-25/art. 3
443° administratieve vestigingsplaats: vestigingsplaats door het schoolbestuur gekozen als administratieve zetel van de school;
554° afstand: de kortst mogelijke afstand gemeten langs de rijbaan, zoals omschreven in artikel 2.1 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, zonder rekening te houden met wegomleggingen, verkeersvrije straten, éénrichtingsverkeer en autosnelwegen;
6+4° bis afzondering: het verblijf van een persoon in een ruimte, die de persoon niet zelfstandig kan verlaten;
7+4° bis/1 afzonderingskamer: een specifieke, veilig ingerichte, hoog beveiligde ruimte, die de persoon niet zelfstandig kan verlaten;
6−4° bisAgion : Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs;
8+4° bis/2 Agion : Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs;
794° ter Agodi : Agentschap voor Onderwijsdiensten;
8104° quater anderstalige nieuwkomer :
404214° ter extra-murosactiviteiten : activiteiten die plaatsvinden buiten de schoolmuren en georganiseerd worden voor één of meer leerlingengroepen. Activiteiten die volledig buiten de schooluren georganiseerd worden, vallen hier niet onder;
414314° quater feedbackrapport: een rapport met de resultaten op de Vlaamse toetsen op het schoolniveau, het niveau van de leerlingengroep of het leerlingniveau;
44+14° quater/1: fixatie: elke handeling of elk gebruik van materiaal die de bewegingsvrijheid van een persoon beperkt, verhindert of belemmert, waarbij de persoon niet zelfstandig zijn bewegingsvrijheid kan herwinnen;
424515° fusie van scholen: de samenvoeging tot één nieuwe school van twee of méér scholen die gelijktijdig worden afge-schaft of de samenvoeging tot één school van twee of méér scholen waarbij één van de betrokken scholen blijft bestaan en de andere(n) opslorpt;
434615°/1 GC-verslag: een verslag gemeenschappelijk curriculum, een verslag dat toegang geeft tot leersteun bij een gemeenschappelijk curriculum als vermeld in artikel 16;
535621° bis handelingsgericht advies: het CLB geeft advies aan de leerling, de ouders of het schoolteam over keuzemogelijkheden en gedragsalternatieven of eventueel bepaalde hulp;
545722° herstructurering:
55−a) in het gewoon onderwijs: wijziging in de structuur van een school op het vlak van vestigingsplaatsen en/of onder-wijsniveaus en/of leerlingengroepen. Een wijziging op het vlak van leerlingengroepen is een herstructurering wanneer er leerlingengroepen afgesplitst worden naar één of meer nieuwe scholen. Een fusie wordt niet als een herstructurering beschouwd;
58+a) in het gewoon onderwijs: wijziging in de structuur van een school op het vlak van vestigingsplaatsen en/of onderwijsniveaus en/of een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal en/of leerlingengroepen. Een wijziging op het vlak van leerlingengroepen is een herstructurering wanneer er leerlingengroepen afgesplitst worden naar één of meer nieuwe scholen. Een fusie wordt niet als een herstructurering beschouwd;
5659b) in het buitengewoon onderwijs: wijziging in de structuur van een school op het vlak van vestigingsplaatsen en/of onderwijsniveaus en/of types en/of leerlingengroepen. Een wijziging op het vlak van de leerlingengroepen is een herstructurering wanneer er leerlingengroepen afgesplitst worden naar één of meerdere scholen. Een fusie en veranderingen van bestaande types of niveaus binnen bestaande vestigingsplaatsen in de school zonder dat het bestaande aanbod in de totale school wijzigt, worden niet als een herstructurering beschouwd;
576023° hoofdopdracht: lesopdracht voor het onderwijzend personeel, kindgebonden opdracht voor het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel. In de hoofdopdracht kunnen bijzondere pedagogische taken en/of lestijden beleidsondersteuning begrepen zijn;
10310642° OVSG: Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap;
10410742° bis pedagogisch project : het geheel van de fundamentele uitgangspunten voor een school en haar werking;
105−43° periode van normale aanwezigheid van de leerlingen: periode die loopt vanaf 15 minuten voor de eerste les 's mor-gens tot 15 minuten na de laatste les 's middags en vanaf 15 minuten voor de eerste les 's namiddags tot 15 minuten na de laatste les 's avonds;
108+43° periode van normale aanwezigheid van de leerlingen: periode die loopt vanaf 15 minuten voor de eerste les 's morgens tot 15 minuten na de laatste les 's middags en vanaf 15 minuten voor de eerste les 's namiddags tot 15 minuten na de laatste les 's avonds;
10610943° bis plage: lestijden of uren buiten het lestijden- en urenpakket die zich situeren boven het minimum maar binnen het maximum van de hoofdopdracht;
10711044° preventorium: medische instelling die onder meer in residentieel verband kuurmogelijkheden biedt aan kinderen en jongeren [van twee jaar en zes maanden tot achttien jaar en waar buitengewoon onderwijs van type 5 gegeven wordt;
108−45° programmatienorm: aantal regelmatige leerlingen dat op een welbepaalde teldag of tijdens een welbepaalde telperiode in een schoolof een type moet ingeschreven zijn om in de financierings- of subsidiëringsregeling te worden opgenomen;
111+45° programmatienorm: aantal regelmatige leerlingen dat op een welbepaalde teldag of tijdens een welbepaalde telperiode in een school, een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal of een type moet ingeschreven zijn om in de financierings- of subsidiëringsregeling te worden opgenomen;
10911245° bis puntenenveloppe : het aantal punten waarover een school en/of scholengemeenschap op basis van het aantal regelmatige leerlingen op een welbepaalde teldag of op basis van het gemiddeld aantal leerlingen tijdens de telperiode beschikt en dat het aantal organiseerbare betrekkingen van beleids- en ondersteunend personeel en/of bestuurs- en onderwijzend personeel bepaalt;
11011345° ter randgemeenten : de gemeenten van het Vlaamse Gewest, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966;
11111445° quater taalgrensgemeenten : de gemeenten van het Vlaamse Gewest, vermeld in artikel 3, 1°, van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs;
112−46° rationalisatienorm : het aantal regelmatige leerlingen dat op een welbepaalde teldag of tijdens een welbepaalde telperiode in een school, een vestigingsplaats, een onderwijsniveauof een type moet ingeschreven zijn om na de programmatieperiode nog gefinancierd of gesubsidieerd te blijven;
115+46° rationalisatienorm : het aantal regelmatige leerlingen dat op een welbepaalde teldag of tijdens een welbepaalde telperiode in een school, een vestigingsplaats, een onderwijsniveau, een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal of een type moet ingeschreven zijn om na de programmatieperiode nog gefinancierd of gesubsidieerd te blijven;
11311647° regering: de Vlaamse regering;
11411747° bis remediërende maatregelen: maatregelen waarbij de school effectieve vormen van aangepaste leerhulp verstrekt binnen het gemeenschappelijk curriculum;
12312652° bis/1/1 SES-lestijden : lestijden, toegekend op basis van de socio-economische status van leerlingen in het gewoon basisonderwijs die gevat wordt door leerlingkenmerken;
12412752° bis/1/2 systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum voor leerlingenbegeleiding in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg;
125−52° bis/2 ...;
128+52° bis/2 taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal: een afdeling in een school voor het gewoon basisonderwijs waar leerlingen les krijgen in Vlaamse Gebarentaal en in het Nederlands;
12612952° ter trekkende bevolking: binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners, bedoeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden;
12713053° type: indeling van het buitengewoon onderwijs op basis van de bijzondere opvoedings- en onderwijsbehoeften die een bepaalde groep leerlingen gemeenschappelijk heeft;
+8 −0 decreet-1997-02-25/art. 33/1 nieuw
1+§1. Het gebruik van afzondering en fixatie door de school is verboden, behalve onder de in artikel 33/2 en 33/3 omschreven voorwaarden.
2+Afzondering of fixatie als sanctie, straf of collectieve maatregel zijn te allen tijde verboden.
3+§2. Als een school inschat dat er een reële kans bestaat dat een maatregel inzake afzondering of fixatie genomen moet worden of als de school reeds eerder een maatregel inzake afzondering of fixatie heeft moeten nemen, ontwikkelt de school binnen haar beleid op leerlingenbegeleiding een procedure ter bescherming van de betrokken leerling of de groep van de betrokken leerlingen. Daarbij ligt de focus op de preventie van afzondering en/of fixatie en voor de afbouw ervan. Deze procedure omvat minstens:
4+1° de preventieve interventies en alternatieven om afzondering en fixatie te vermijden;
5+2° de wijze waarop de ouders zullen worden gecontacteerd als een maatregel inzake afzondering of fixatie genomen wordt;
6+3° algemene afspraken met betrekking tot de nabespreking.
7+De school betrekt de leerlingen, het personeel en hun ouders om het beleid, vermeld in het eerste lid, te ontwikkelen.
8+§3. Binnen het beleid voor de preventie van afzondering en fixatie en voor de afbouw ervan wordt bepaald welke preventieve interventies en alternatieven kunnen worden ingezet om in de toekomst afzondering en fixatie te vermijden.
+10 −0 decreet-1997-02-25/art. 33/2 nieuw
1+§1. Afzondering of fixatie om de veiligheid te herstellen bij acuut en ernstig gevaar voor de leerling of anderen is enkel mogelijk onder de volgende voorwaarden:
2+1° de maatregel wordt ingezet als laatste redmiddel als preventieve interventies en alternatieven niet of niet langer volstaan;
3+2° de maatregel duurt zo kort mogelijk en stopt als het gevaar niet langer ernstig en acuut is;
4+3° de toepassing van afzondering of fixatie gebeurt enkel op maat van en zo veel mogelijk in afstemming met de leerling en de situatie;
5+4° tijdens het toepassen van de maatregel wordt blijvend gezocht naar minder ingrijpende alternatieven;
6+5° mechanische fixatie bij leerlingen, jonger dan 12 jaar, is verboden; 6° het gelijktijdig toepassen van afzondering en fixatie wordt vermeden;
7+7° het personeel van de school heeft tijdens de maatregel regelmatig contact met de leerling met de focus op het welbevinden van de leerling;
8+8° bij afzondering wordt gebruikgemaakt van een afzonderingskamer.
9+In het eerste lid, 5°, wordt verstaan onder mechanische fixatie: fixatie door middel van het aanwenden van mechanische hulpmiddelen bevestigd aan of in de directe omgeving van de persoon. Die mechanische hulpmiddelen kunnen niet zelfstandig door de persoon verwijderd worden. Hulpmiddelen voor het ondersteunen of corrigeren van de fysieke houding van de persoon bevestigd aan of in de directe omgeving van de persoon, en die niet zelfstandig door de persoon kunnen verwijderd worden, worden niet beschouwd als mechanische fixatie tenzij deze hulpmiddelen buiten hun oorspronkelijke doelstelling gebruikt worden.
10+§2. Ouders worden zo snel mogelijk op de hoogte gebracht van de afzondering of fixatie, vermeld in paragraaf 1. Na elke afzondering of fixatie als vermeld in paragraaf 1, volgt een nabespreking met de leerling en met de ouders. Tijdens de nabespreking worden minstens afspraken gemaakt over hoe een toekomstige vergelijkbare situatie wordt aangepakt. Ook de herroepbare instemming, zoals opgenomen in artikel 33/3, eerste lid, 1°, wordt besproken.
+8 −0 decreet-1997-02-25/art. 33/3 nieuw
1+Afzondering of fixatie om de veiligheid te behouden bij potentieel gevaar, ter preventie van acuut en ernstig gevaar voor de leerling of anderen of afzondering of fixatie ter bevordering van ontwikkelings- of ontplooiingskansen van de leerling is verboden tenzij onder de volgende voorwaarden:
2+1° de leerling en zijn ouders stemmen in, of als de leerling niet tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is, stemmen alleen de ouders in met deze vorm van afzondering of fixatie. De ouders of de leerling kunnen hierbij het CLB betrekken. Deze instemming gebeurt schriftelijk, in beginsel voorafgaandelijk en is te allen tijde herroepbaar;
3+2° afzondering of fixatie wordt toegepast op maat van de leerling;
4+3° de maatregel wordt ingezet als laatste redmiddel na uitputting van alle andere mogelijke opties;
5+4° tijdens het toepassen van de maatregel wordt blijvend gezocht naar minder ingrijpende alternatieven;
6+5° het personeel van de school heeft tijdens de maatregel regelmatig contact met de leerling met de focus op het welbevinden van de leerling;
7+6° bij afzondering wordt gebruikgemaakt van een afzonderingskamer.
8+Ouders worden zo snel mogelijk op de hoogte gebracht van de afzondering en fixatie, vermeld in het eerste lid. Na elke afzondering of fixatie volgt een nabespreking met de leerling en met de ouders. Tijdens de nabespreking worden minstens afspraken gemaakt over hoe een toekomstige vergelijkbare situatie wordt aangepakt. Ook de herroepbare instemming, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt besproken.
+8 −0 decreet-1997-02-25/art. 33/4 nieuw
1+De afzonderingskamer, vermeld in artikel 33/2 en 33/3, voldoet aan al de volgende voorwaarden:
2+1° de afzonderingskamer biedt een veilige en rustgevende omgeving;
3+2° er is fysieke nabijheid op maat van de leerling mogelijk;
4+3° alleen bevoegd personeel kan de afzonderingskamer inkijken en betreden;
5+4° de afzonderingskamer bevat oriëntatiemogelijkheden, lichtinval en een tijdsindicatie die aangepast is aan de noden van de leerling;
6+5° de leerling kan rechtstreeks contact nemen met een personeelslid van de school, waarbij ook in de mogelijkheid wordt voorzien dat de leerling met het personeelslid kan communiceren.
7+De school bepaalt, als onderdeel van haar beleid op afzondering en fixatie, vermeld in artikel 33/1, wie het bevoegde personeel, vermeld in het eerste lid, 3°, is.
8+De Vlaamse Regering kan de voorwaarden voor de afzonderingskamer, vermeld in het eerste lid, verder verfijnen.
+17 −0 decreet-1997-02-25/art. 33/5 nieuw
1+§1. Vanaf de eerste keer dat de school een maatregel inzake afzondering of fixatie als vermeld in artikel 33/2 of 33/3 heeft moeten nemen bij een leerling, registreert de school de volgende informatie over de bedoelde fixatie of afzondering:
2+a) het type maatregel;
3+b) de omstandigheden, de aanleiding of reden en uitgeprobeerde alternatieven;
4+c) het verloop van de maatregel;
5+d) het tijdstip van begin en einde;
6+e) de tijdstippen van en observaties tijdens het toezicht;
7+f) of er verwondingen bij de leerling of bij derden zijn;
8+g) de eventuele opmerkingen van de leerling en de ouders over het verloop van de maatregel;
9+h) de nabespreking.
10+§2. De persoonsgegevens die zijn opgenomen in de registratie, vermeld in paragraaf 1, worden verwerkt omdat de verwerking noodzakelijk is om de vitale belangen van de leerling te beschermen en om een taak van algemeen belang te vervullen als vermeld in artikel 6, lid 1, d) en e), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
11+Het geheel van registraties, vermeld in paragraaf 1, wordt bijgehouden en bewaard met het oog op het bereiken van de volgende doelstellingen:
12+1° op leerlingenniveau: het vrijwaren van de rechten van de leerling;
13+2° op schoolniveau: als element van interne kwaliteitszorg, namelijk in functie van het beleid, vermeld in artikel 33/1, en om de kwaliteit van zorg voor de leerling te verhogen.
14+§3. Het schoolbestuur is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1.
15+Het schoolbestuur bepaalt welke personeelsleden toegang kunnen hebben tot de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1. Bij het bepalen welke personeelsleden toegang hebben tot de persoonsgegevens neemt het schoolbestuur steeds de doelstellingen, vermeld in paragraaf 2, in acht. Het schoolbestuur en alle personeelsleden die toegang hebben tot de voormelde persoonsgegevens zijn gehouden tot het bewaren van de vertrouwelijkheid van deze persoonsgegevens.
16+§4. De geregistreerde gegevens, vermeld in paragraaf 1, worden tien schooljaren na het einde van het schooljaar waarop de leerling ingeschreven was, bewaard. Na afloop van deze bewaartermijn worden de voormelde gegevens vernietigd.
17+§5. De scholen kunnen de gegevens, vermeld in paragraaf 1, enkel onderling uitwisselen in het kader van intervisie met als doelstelling het verminderen van het gebruik van afzondering of fixatie en de interne kwaliteitszorg. Bij elke uitwisseling wordt bekeken welke gegevens hiervoor nodig zijn in overeenstemming met artikel 5, lid 1, c), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
+2 −0 decreet-1997-02-25/art. 34
11§ 1. Leerlingen voor wie het door ziekte of ongeval tijdelijk onmogelijk is om onderwijs te volgen in hun school hebben recht op tijdelijk onderwijs aan huis. De regering kan bijkomend mogelijke redenen van de afwezigheid bepalen. Deze redenen dienen gerechtvaardigd en gegrond te zijn en worden gemotiveerd en geattesteerd door een bevoegde derde.
2+Jongeren die verblijven in een voorziening veilig verblijf als vermeld in artikel 15 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp of in het Vlaams detentiecentrum, vermeld in artikel 41 van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, hebben recht op tijdelijk onderwijs aan huis gedurende de volledige duur van hun verblijf in de voorziening veilig verblijf of het Vlaams detentiecentrum. In aanvulling op artikel 26 voldoet de jongere, die niet meer ingeschreven is in een school en die in een voorziening veilig verblijf of het Vlaams detentiecentrum verblijft, hiermee aan de leerplicht.
3+Een jongere die in een voorziening veilig verblijf of het Vlaams detentiecentrum verblijft en geen inschrijving meer heeft in een school, kan met akkoord van de betrokken personen, door de school die het tijdelijk onderwijs aan huis aanbiedt of door een andere school tijdens de duur van de opname, beschouwd worden als regelmatige leerling, in afwijking van artikel 20, in functie van een mogelijke studiebekrachtiging. De jongere moet voldoen aan de toelatingsvoorwaarden voor het betreffende onderwijsniveau dat de betreffende school inricht.
24§ 2. De regering legt de voorwaarden vast om in aanmerking te komen voor tijdelijk onderwijs aan huis. De regering maakt hierbij een onderscheid tussen een veelvuldige afwezigheid en een langdurige afwezigheid.
35Een afwezigheid van minder dan eenentwintig kalenderdagen is geen langdurige afwezigheid voor de toepassing van dit artikel tenzij het gaat om een veelvuldige afwezigheid.
+3 −2 decreet-1997-02-25/art. 37
151510° de mededeling dat de school bij schoolverandering binnen het basisonderwijs verplicht is de school waar nu wordt ingeschreven op de hoogte te brengen van het bestaan en de inhoud van een IAC-verslag of GC-verslag;
161611° de contactgegevens van het centrum voor leerlingenbegeleiding waarmee de school samenwerkt, en de concrete afspraken over de dienstverlening tussen de school en het centrum voor leerlingenbegeleiding;
17−12° een korte beschrijving van het beleid op leerlingenbegeleiding, waarmee de school haar visie en werking in verband met leerlingenbegeleiding verduidelijkt.
17+12° een korte beschrijving van het beleid op leerlingenbegeleiding, waarmee de school haar visie en werking in verband met leerlingenbegeleiding verduidelijkt. Als de school een beleid op afzondering en fixatie als vermeld in artikel 33/1 heeft, wordt dat beleid uitdrukkelijk opgenomen in de korte beschrijving van het beleid op leerlingenbegeleiding.
181813° richtlijnen over aanwezigheden, in het bijzonder voor de leerplichtige kleuters, en te laat komen;
191914° dat er leersteun kan worden geboden voor leerlingen met een GC-verslag of IAC-verslag en bij welk leersteuncentrum de school aangesloten is.
21211° het reglement inzake tucht en schending van de leefregels van de leerlingen met inbegrip van een preventieve schorsing, een tijdelijke uitsluiting of een definitieve uitsluiting en inzake de beroepsprocedure zoals vermeld in onderafdeling F van deze afdeling, inbegrepen het hanteren van redelijke en haalbare termijnen;
22222° de procedure volgens dewelke het getuigschrift basisonderwijs wordt toegekend, met inbegrip van de beroepsprocedure vermeld in onderafdeling E van deze afdeling;
23+2°/1 voor scholen die de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal inrichten, de mogelijkheid en de procedure, vermeld in artikel 17 van dit decreet, om de inschrijving in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal om te zetten in een inschrijving buiten de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal;
23243° de bepalingen in verband met onderwijs aan huis en synchroon internetonderwijs;
24254° richtlijnen inzake afwezigheden en te laat komen;
394015° eventuele beroepsprocedures buiten de verplichte beroepsprocedures zoals vermeld in punt 1° en punt 2°;
404116° de contactgegevens van het centrum voor leerlingenbegeleiding waarmee de school samenwerkt, en de concrete afspraken over de dienstverlening tussen de school en het centrum voor leerlingenbegeleiding;
41−17° een korte beschrijving van het beleid op leerlingenbegeleiding, waarmee de school haar visie en werking in verband met leerlingenbegeleiding verduidelijkt;
42+17° een korte beschrijving van het beleid op leerlingenbegeleiding, waarmee de school haar visie en werking in verband met leerlingenbegeleiding verduidelijkt. Als de school een beleid op afzondering en fixatie als vermeld in artikel 33/1 heeft, wordt dit beleid uitdrukkelijk opgenomen in de korte beschrijving van het beleid op leerlingenbegeleiding;
424318° dat er leersteun kan worden geboden voor leerlingen met een GC-verslag of IAC-verslag en bij welk leersteuncentrum de school aangesloten is.
4344§ 4. ...
+3 −1 decreet-1997-02-25/art. 37/17
11§ 1. Aanmeldende scholen die in het werkingsgebied van een LOP liggen, organiseren de aanmeldingsprocedure gezamenlijk. In gemeenten waar een LOP aanwezig is, wordt de aanmeldingsprocedure goedgekeurd door een meerderheid van de onderwijspartners van het LOP, vermeld in artikel VIII.4, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016.
22§ 2. Voor scholen in gemeenten, gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP, kan een schoolbestuur of kunnen meerdere schoolbesturen samen een aanmeldingsprocedure instellen na kennisgeving aan de schoolbesturen van de andere scholen in de gemeente, en op voorwaarde dat alle aanmeldende scholen in de betreffende gemeente deelnemen aan de aanmeldingsprocedure.
3+§2/1. Scholen gelegen in een gemeente betrokken bij een fusie kunnen gedurende het schooljaar waarin de samenvoeging plaatsvindt, voor de organisatie van de aanmeldingsprocedure uitgaan van de situatie zoals deze van toepassing was voor de samenvoeging van de gemeenten.
34§ 3. Schoolbesturen kunnen, over scholen, gemeenten en werkingsgebieden van een LOP heen, samen een aanmeldingsprocedure instellen, mits het respecteren van de voorwaarden, vermeld in de eerste en tweede paragraaf.
4−In het geval van aansluiting bij de door het LOP goedgekeurde aanmeldingsprocedure van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, blijven de respectievelijke voorrangsgroepen en ordeningscriteria, vermeld in artikel 37/22en 37/23, en, in voorkomend geval, artikel 37/24, onverminderd gelden.
5+In het geval van aansluiting bij de door het LOP goedgekeurde aanmeldingsprocedure van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, blijven de respectievelijke voorrangsgroepen en ordeningscriteria, vermeld in artikel 37/22, 37/22/1, 37/23 en 37/23/1, en, in voorkomend geval, artikel 37/24, onverminderd gelden.
56§ 4. De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten middelen voorzien ter ondersteuning van het instellen van een aanmeldingsprocedure en bepaalt hiervoor de nadere modaliteiten.
67§ 5. In aanvulling op paragraaf 1 tot en met 4 kunnen de schoolbesturen werken met een afzonderlijke aanmeldingsprocedure per onderwijstaal.
8+§6. In afwijking van paragraaf 1 tot en met 3 hoeven scholen niet deel te nemen aan de gezamenlijke aanmeldingsprocedure binnen het LOP of aan de aanmeldingsprocedure van de gemeente voor de aanmeldingen en inschrijvingen in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal. Als de aanmeldingsprocedure apart wordt georganiseerd voor de aanmeldingen en inschrijvingen in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal, is er geen goedkeuring vereist als vermeld in paragraaf 1.
+1 −0 decreet-1997-02-25/art. 37/25
44Deze leerling wordt vervolgens verwijderd uit het aanmeldingsregister van de verschillende scholen en vestigingsplaatsen waarvoor de ouders een lagere keuze gemaakt hebben. De daardoor vrijgekomen plaatsen in de aanmeldingsregisters worden, voor zover mogelijk, ingenomen door de op basis van de volgorde van de voorrangsgroepen en dezelfde combinatie van ordeningscriteria als vermeld in artikel 37/22 tot en met 37/24, eerstvolgend gerangschikte leerling.
55Het innemen van vrijgekomen plaatsen in het aanmeldingsregister wordt herhaald totdat geen toewijzingen als vermeld in het eerste lid meer mogelijk zijn. Daarna worden de niet-toegewezen leerlingen geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en de ordeningscriteria, zoals opgenomen in het onderschreven standaarddossier, of in de door de CLR goedgekeurde afwijkingen daarop.
6+Voor het ordenen, toewijzen en weigeren van aangemelde leerlingen is het schoolbestuur de verwerkingsverantwoordelijke. In geval van een verwerking door een LOP blijft het schoolbestuur of de gemandateerde de verwerkingsverantwoordelijke.
67§ 3. De ouders krijgen uiterlijk op de door de Vlaamse Regering bepaalde datum schriftelijk of via elektronische drager melding over de school of vestigingsplaats waaraan de aangemelde leerling is toegewezen, met vermelding van de door de Vlaamse Regering bepaalde periode waarbinnen de ouders de aangemelde leerling kunnen inschrijven. Indien de ouders geen gebruikmaken van de mogelijkheid tot inschrijving binnen de daartoe door de Vlaamse Regering bepaalde periode, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven.
78Aan de ouders wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de ouders een hogere keuze gemaakt hadden dan de toegewezen school of vestigingsplaats, de aangemelde leerling heeft ingenomen.
+3 −3 decreet-1997-02-25/art. 37/30
1−§ 1. Een schoolbestuur , of het daartoe gemandateerde schoolbestuur of het LOP, dat een leerling weigert, deelt haar beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of digitaal mee aan de ouders van de leerling en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. Die melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerlingen en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels bepalen over de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en de procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking. De weigeringsdocumenten worden ook, op vraag van de ouders, op papier ter beschikking gesteld.
1+§ 1. Als een schoolbestuur een leerling weigert, deelt dat schoolbestuur of het schoolbestuur dat daartoe gemandateerd is of het LOP, zijn beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of digitaal mee aan de ouders van de leerling en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. Die melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerlingen en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels bepalen over de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en de procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking. De weigeringsdocumenten worden ook, op vraag van de ouders, op papier ter beschikking gesteld.
22§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt het model van weigeringsdocument waarmee het schoolbestuur de weigering meedeelt aan de ouders en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.
3−Het model, vermeld in het eerste lid, bevatal de volgende elementen:
3+Het model, vermeld in het eerste lid, bevat, naast de elementen, vermeld in paragraaf 1, al de volgende elementen:
441° de feitelijke en de juridische grond van de beslissing tot weigering;
552° de informatie over de mogelijkheden voor bemiddeling, eerstelijnsklachten en de indiening van een klacht bij de CLR.
6−Indien de weigering gebeurde op basis van bereikte capaciteit als vermeld in artikel 37/20 of op basis van capaciteit, omwille van uitzonderlijke omstandigheden als vermeld in artikel 37/14, deelt het schoolbestuurmee op welke plaats onder de geweigerde leerlingen de betrokken leerling staat in het inschrijvingsregister.
6+Indien de weigering gebeurde op basis van bereikte capaciteit als vermeld in artikel 37/20 of op basis van capaciteit, omwille van uitzonderlijke omstandigheden als vermeld in artikel 37/14, deelt het schoolbestuur, het schoolbestuur dat daarvoor is gemandateerd of het gemandateerde LOP mee op welke plaats onder de geweigerde leerlingen de betrokken leerling staat in het inschrijvingsregister.
77§ 3. De ouders krijgen op hun verzoek toelichting bij de beslissing van het schoolbestuur.
+1 −0 decreet-1997-02-25/art. 37/61
44Deze leerling wordt vervolgens verwijderd uit het aanmeldingsregister van de verschillende scholen en vestigingsplaatsen waarvoor de ouders een lagere keuze gemaakt hebben. De daardoor vrijgekomen plaatsen in de aanmeldingsregisters worden, voor zover mogelijk, ingenomen door de op basis van de volgorde van de voorrangsgroepen en dezelfde combinatie van ordeningscriteria als vermeld in artikel 37/57 tot en met 37/60, eerstvolgend gerangschikte leerling.
55Het innemen van vrijgekomen plaatsen in het aanmeldingsregister wordt herhaald totdat geen toewijzingen als vermeld in het eerste lid meer mogelijk zijn. Daarna worden de niet-toegewezen leerlingen geordend volgens de volgorde van de voorrangsgroepen en de ordeningscriteria, zoals opgenomen in het onderschreven standaarddossier, of in de door de CLR goedgekeurde afwijkingen daarop.
6+Voor het ordenen, toewijzen en weigeren van aangemelde leerlingen is het schoolbestuur de verwerkingsverantwoordelijke. In geval van een verwerking door een LOP blijft het schoolbestuur of de gemandateerde de verwerkingsverantwoordelijke.
67§ 3. De ouders krijgen uiterlijk op de door de Vlaamse Regering bepaalde datum schriftelijk of via elektronische drager melding over de school of vestigingsplaats waaraan de aangemelde leerling is toegewezen, met vermelding van de door de Vlaamse Regering bepaalde periode waarbinnen de ouders de aangemelde leerling kunnen inschrijven. Indien de ouders geen gebruikmaken van de mogelijkheid tot inschrijving binnen de daartoe door de Vlaamse Regering bepaalde periode, dan vervalt het recht op inschrijving dat ze via de aanmeldingsprocedure hebben verworven.
78Aan de ouders wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de ouders een hogere keuze gemaakt hadden dan de toegewezen school of vestigingsplaats, de aangemelde leerling heeft ingenomen.
+3 −3 decreet-1997-02-25/art. 37/66
1−§ 1. Een schoolbestuur , of het daartoe gemandateerde schoolbestuur of het LOP, dat een leerling weigert, deelt haar beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of digitaal mee aan de ouders van de leerling en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. Die melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerlingen en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels bepalen over de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en de procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking. De weigeringsdocumenten worden ook, op vraag van de ouders, op papier ter beschikking gesteld.
1+§ 1.Als een schoolbestuur een leerling weigert, deelt dat schoolbestuur of het schoolbestuur dat daarvoor is gemandateerd of het LOP, zijn beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of digitaal mee aan de ouders van de leerling en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. Die melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerlingen en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels bepalen over de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en de procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking. De weigeringsdocumenten worden ook, op vraag van de ouders, op papier ter beschikking gesteld.
22§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt het model van weigeringsdocument waarmee het schoolbestuur de weigering meedeelt aan de ouders en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.
3−Het model, vermeld in het eerste lid, bevatal de volgende elementen:
3+Het model, vermeld in het eerste lid, bevat, naast de elementen, vermeld in paragraaf 1, al de volgende elementen:
441° de feitelijke en de juridische grond van de beslissing tot weigering;
552° de informatie over de mogelijkheden voor bemiddeling, eerstelijnsklachten en de indiening van een klacht bij de CLR..
6−Indien de weigering gebeurde op basis van bereikte capaciteit, vermeld in artikel 37/55, deelt het schoolbestuurmee op welke plaats onder de geweigerde leerlingen de betrokken leerling staat in het inschrijvingsregister.
6+Indien de weigering gebeurde op basis van bereikte capaciteit, vermeld in artikel 37/55, deelt het schoolbestuur, het schoolbestuur dat daarvoor gemandateerd is of het gemandateerde LOP mee op welke plaats onder de geweigerde leerlingen de betrokken leerling staat in het inschrijvingsregister.
77§ 3. De ouders krijgen op hun verzoek toelichting bij de beslissing van het schoolbestuur.
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 44quinquies
10105° de leerlingenkenmerken die nodig zijn voor wetenschappelijk onderzoek waaronder de loggegevens over de toetsafname en de antwoorden op een leerlingenvragenlijst.
1111De scholen ontvangen en verwerken die gegevens van de leerlingen die bij hen zijn ingeschreven. De bevoegde diensten van de Vlaamse overheid en het bevoegde steunpunt ontvangen en verwerken de gegevens van de leerlingen, ver- meld in het eerste lid.
12−De gegevens worden gedurende maximaal tien jaar bewaard op het data- platform.De gegevens in de registratiemodule worden gedurende maximaal acht maanden bewaard. De gegevens in het toetsplatform worden gedurende maximaal zes maanden bewaard. De gegevens in de feedbackmodule worden gedurende maximaal twaalf maanden bewaard. Zolang doeleinden van wetenschappelijk onderzoek en statistiek daartoe nopen, worden de gegevens gepseudonimiseerd bewaard. De gepseudonimiseerde persoonsgegevens kunnen onder contractuele voorwaarden doorgegeven worden met het oog op wetenschappelijk onderzoek. Na afloop van de bewaartermijnen worden de persoonsgegevens vernietigd of geanonimiseerd.
12+De gegevens worden gedurende maximaal tien jaar bewaard op het data- platform.De gegevens in de registratiemodule worden gedurende maximaal negen maanden bewaard. De gegevens in het toetsplatform worden gedurende maximaal zeven maanden bewaard. De gegevens in de feedbackmodule worden gedurende maximaal twaalf maanden bewaard. Zolang doeleinden van wetenschappelijk onderzoek en statistiek daartoe nopen, worden de gegevens gepseudonimiseerd bewaard. De gepseudonimiseerde persoonsgegevens kunnen onder contractuele voorwaarden doorgegeven worden met het oog op wetenschappelijk onderzoek. Na afloop van de bewaartermijnen worden de persoonsgegevens vernietigd of geanonimiseerd.
1313De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor die verwerking en legt de leerlingenkenmerken die verwerkt worden vast.
1414§2. De Vlaamse overheid en het bevoegde steunpunt treden, ieder voor zijn of haar bevoegdheid, op als verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1. Het bestuur van de onderwijsinstelling of de gemandateerde is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen van de persoonsgegevens, overeenkomstig artikel 31, §1, eerste lid, 5°.
+1 −0 decreet-1997-02-25/art. 47bis
882° de organisatie van de vaccinaties door het centrum voor leerlingenbegeleiding om het ontstaan en de verspreiding van sommige besmettelijke ziekten tegen te gaan. De regering legt het vaccinatieschema vast;
993° de uitvoering van de profylactische maatregelen die het centrum voor leerlingenbegeleiding neemt om de verspreiding van besmettelijke ziekten tegen te gaan. De regering bepaalt hiervoor de nadere regels.
10+Als de school een beleid voor de preventie van afzondering en fixatie en voor de afbouw ervan als vermeld in artikel 33/1 ontwikkelt, neemt de school het voormelde beleid op in haar beleid op leerlingenbegeleiding.
+2 −2 decreet-1997-02-25/art. 47ter
1−De school ontwikkelt een beleid op leerlingenbegeleiding dat is afgestemd op het pedagogisch project, de noden van de leerlingenpopulatie en de context waarin de school zich bevindt. Het zorg- en gelijke onderwijskansenbeleid, zoals omschreven in het schoolwerkplan, wordt erin geïntegreerd. Het beleid op leerlingenbegeleiding omvat de begeleiding van de leerlingen, het ondersteunen van het handelen van het onderwijzend personeel en de coördinatie van alle leerlingbegeleidingsinitiatieven op niveau van de school. De school implementeert, evalueert en stuurt, zo nodig, dat beleid bij. Ter versterking van dat beleid voert de school een professionaliseringsbeleid.
1+De school ontwikkelt een beleid op leerlingenbegeleiding dat is afgestemd op het pedagogisch project, de noden van de leerlingenpopulatie en de context waarin de school zich bevindt. Het zorg- en gelijke onderwijskansenbeleid, zoals omschreven in het schoolwerkplan, en het beleid voor de preventie van afzondering en fixatie en voor de afbouw ervan, vermeld in artikel 33/1, als de school daar een beleid over ontwikkelt, worden erin geïntegreerd. Het beleid op leerlingenbegeleiding omvat de begeleiding van de leerlingen, het ondersteunen van het handelen van het onderwijzend personeel en de coördinatie van alle leerlingbegeleidingsinitiatieven op niveau van de school. De school implementeert, evalueert en stuurt, zo nodig, dat beleid bij. Ter versterking van dat beleid voert de school een professionaliseringsbeleid.
22Bij de opmaak en evaluatie van het beleid op leerlingenbegeleiding betrekt de school relevante partners. Voor bijkomende inhoudelijke expertise doet de school een beroep op het centrum voor leerlingenbegeleiding. Voor schoolondersteuning zoekt de school externe ondersteuning bij de pedagogische begeleidingsdienst, eventueel in samenwerking met een externe dienst. Voor expertise met betrekking tot het onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften betrekt de school het leersteuncentrum.
33Een beleid op leerlingenbegeleiding beantwoordt aan volgende principes:
663° het is doelgericht, systematisch, planmatig en transparant;
774° het wordt discreet uitgevoerd;
8−5° er wordt verduidelijkt wie welke taak opneemt in de leerlingenbegeleiding.
8+5° er wordt verduidelijkt wie welke taak opneemt in de leerlingenbegeleiding met vermelding van het bevoegd personeel, vermeld in artikel 33/4, §1, eerste lid, 3°, als er een beleid voor de preventie van afzondering en fixatie en voor de afbouw ervan, vermeld in artikel 33/1, is.
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 54
1−Leerlingen die beschikken over een IAC-verslag komen niet in aanmerking voor het getuigschrift basisonderwijs, tenzij de klassenraad oordeelt dat voor de leerling voldaan is aan de voorwaarde, vermeld in artikel 53, tweede lid.
1+Leerlingen die beschikken over een IAC-verslag komen niet in aanmerking voor het getuigschrift basisonderwijs, tenzij de klassenraad oordeelt dat voor de regelmatige leerling voldaan is aan de voorwaarde, vermeld in artikel 53, tweede lid.
22In voorkomend geval moet de klassenraad uitgebreid worden met de betrokken leerondersteuner die een adviserende stem heeft.
+2 −1 decreet-1997-02-25/art. 125quinquies
1515Een school kan uit de scholengemeenschap stappen in een van de volgende gevallen:
16161° de scholengemeenschap telt minder dan 900 gewogen regelmatige leerlingen als vermeld in artikel 125septies, op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
17−2° een school wordt overgenomen door een schoolbestuur van een andere groep als vermeld in artikel 3, 21°, op voorwaarde dat alle schoolbesturen die behoren tot de scholengemeenschap, ermee instemmen dat de school uit de scholengemeenschap stapt.
17+2° een school wordt overgenomen door een schoolbestuur van een andere groep als vermeld in artikel 3, 21°, op voorwaarde dat alle schoolbesturen die behoren tot de scholengemeenschap, ermee instemmen dat de school uit de scholengemeenschap stapt;
18+3° een school wordt overgenomen door een schoolbestuur van dezelfde groep, vermeld in artikel 3, 21°, op voorwaarde dat alle schoolbesturen die behoren tot de scholengemeenschap ermee instemmen dat de school uit de scholengemeenschap stapt en op voorwaarde dat er een school deel uitmaakt van de scholengemeenschap wiens schoolbestuur betrokken is bij een fusie van gemeenten in het lopende schooljaar.
1819Wijzigingen van een beslissing of overeenkomst treden in werking op 1 september na de datum waarop de wijziging tot stand is gekomen.
1920§ 5. Elke beslissing of overeenkomst met betrekking tot de vorming of de wijziging van een scholengemeenschap wordt, voor 15 juni van het schooljaar voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding, aan de betrokken personeelsleden meegedeeld en bezorgd aan de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid. Ook een verlenging van rechtswege wordt uiterlijk op voormelde datum aan de betrokken personeelsleden meegedeeld en bezorgd aan de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid.
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 125terdecies
443° de overdracht gebeurt vóór 15 oktober van het lopende schooljaar;
554° de overdracht niet voor gevolg heeft dat personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking.
6−De niet-naleving van deze bepaling heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid. De scholengemeenschap moet met het oog op de controle een verklaring op eer bezorgen aan Agodi waarin ze verklaart deze bepaling in acht te nemen.
6+De niet-naleving van deze bepaling heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid. De scholengemeenschap moet met het oog op de controle door Agodi een verklaring op erewoord afleggen en ter beschikking houden.
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 125quaterdecies
221° de samenlegging gebeurt vóór 15 oktober van het lopende schooljaar;
332° de samenlegging niet voor gevolg heeft dat personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking.
4−De niet-naleving van deze bepaling heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid. De scholengemeenschap moet met het oog op de controle een verklaring op eer bezorgen aan Agodi waarin ze verklaart deze bepaling in acht te nemen.
4+De niet-naleving van deze bepaling heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid. De scholengemeenschap moet met het oog op de controle door Agodi een verklaring op erewoord afleggen en ter beschikking houden waarin ze verklaart deze bepaling in acht te nemen.
+6 −1 decreet-1997-02-25/art. 140
88a) die verblijven in een centrum voor kinderzorg en gezinsondersteuning;
99b) die verblijven in tehuizen voor kinderen van wie de ouders geen vaste verblijfplaats hebben;
10−c) ...
10+c) die effectief gebruikmaken van een jeugdhulpverleningsbeslissing als vermeld in artikel 2, §1, 28°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp voor verblijf op verwijzing van een gemandateerde voorziening of een Sociale Dienst Jeugdrechtbank;
1111d) van wie de ouders tot de trekkende bevolking behoren;
1212e) die een zorgthuis hebben.
1313De regering bepaalt de wijze waarop wordt vastgesteld of aan die criteria is voldaan.
1414De wegingen van 1,5 kunnen niet cumulatief gebeuren;
15+6°/1 als voor de toepassing van paragraaf 1, 6°, gegevens op een elektronische wijze worden uitgewisseld met andere overheden, worden de volgende gegevens uitgewisseld:
16+a) voor de leerlingen die voldoen aan artikel 3, 28°/1, a) of b), het INSZ-nummer van de leerling en indien van toepassing de aard van de doorverwijzing en de begin- en einddatum van de overeenkomst van verblijf in het multifunctionele centrum, bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap en de doorverwijzende instantie;
17+b) voor de leerlingen die voldoen aan artikel 3, 28°/1, c), het INSZ-nummer en de einddatum van de status, vermeld in artikel 3, 28°/1, c), en bijkomende gegevens voor leerlingen zonder INSZ-nummer, de voornaam, de familienaam, de geboortedatum, het geslacht, de nationaliteit en het adres van de laatste opvangplaats met het oog op unieke identificatie;
18+c) voor de leerlingen die voldoen aan paragraaf 1, 6°, c), het INSZ-nummer van de leerling en indien van toepassing de begin- en einddatum van het voldoen aan de betrokken indicator.
19+De gegevens worden verwerkt door de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid die instaat voor de berekening van de omkadering en werkingsmiddelen van de scholen. Deze bevoegde dienst is de verwerkingsverantwoordelijke van de gegevens. De maximale bewaartermijn voor deze gegevens is 30 jaar.
15207° in afwijking van punt 5° wordt, voor de berekening van de lestijden volgens de schalen, zoals bepaald in artikel 132, op de leerlingen van vestigingsplaatsen die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest liggen, de coëfficiënt 1,11 toegepast;
16218° in afwijking van punten 5°, 6° en 7° wordt, voor de berekening van de lestijden volgens de schalen, zoals bepaald in artikel 132, op een leerling die in aanmerking komt voor zowel een weging van 1,11 als een weging van 1,5, een weging van 1,665 toegepast;
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 143
11De in artikel 142 bedoelde herverdeling mag niet voor gevolg hebben dat personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking tenzij de terbeschikkinggestelde personeelsleden voor de hele verdere duur van het schooljaar in een school van hetzelfde schoolbestuur en/of van dezelfde scholengemeenschap overeenkomstig de geldende reglementering kunnen worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld.
22De in artikel 142 bedoelde overdracht mag niet voor gevolg hebben dat personeelsleden ter beschikking gesteld worden wegens ontstentenis van betrekking.
3−De niet-naleving van deze bepaling heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid. Het schoolbestuur moet met het oog op de controle een verklaring op eer bezorgen aan Agodi waarin het verklaart deze bepaling in acht te nemen.
3+De niet-naleving van deze bepaling heeft tot gevolg dat een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking geen uitwerking heeft ten aanzien van de overheid. Het schoolbestuur moet met het oog op de controle door Agodi een verklaring op erewoord afleggen en ter beschikking houden waarin het verklaart deze bepaling in acht te nemen.
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 144
11De betrekkingen die worden ingericht op basis van overgedragen of herverdeelde lestijden komen niet in aanmerking voor vacantverklaring en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekkingen.
2−Het schoolbestuur moet met het oog op de controle een verklaring op eer bezorgen aan het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming waarin het verklaart deze bepaling in acht te nemen.
2+Het schoolbestuur moet met het oog op de controle door Agodi een verklaring op erewoord afleggen en ter beschikking houden waarin het verklaart deze bepaling in acht te nemen.
33Het niet naleven van deze bepaling heeft voor gevolg dat de vaste benoeming geen uitwerking heeft ten aanzien van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 154
11§ 1. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget bedoeld in artikel 76 onder meer administratief, meester-, vak- en dienstpersoneel, opvoedend hulppersoneel en per-soneel voor specifieke opdrachten aanwerven.
22Deze personeelsleden vallen onder de toepassing van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
3−§ 2. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 76, artikel 87bis, artikel 172sexies, artikel 173quinquies/2, artikel 173quinquies/3 of artikel 173quinquies/4, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk en Sociale Economie of ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
3+§ 2. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 76 of artikel 87quinquies, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk en Sociale Economie of ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
44De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.
55Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing.
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 154
11§ 1. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget bedoeld in artikel 76 onder meer administratief, meester-, vak- en dienstpersoneel, opvoedend hulppersoneel en per-soneel voor specifieke opdrachten aanwerven.
22Deze personeelsleden vallen onder de toepassing van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
3−§ 2. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 76, artikel 87bis, artikel 172sexies, artikel 173quinquies/2, artikel 173quinquies/3 of artikel 173quinquies/4, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDABof ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
3+§ 2. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 76, artikel 87bis, artikel 172sexies, artikel 173quinquies/2, artikel 173quinquies/3 of artikel 173quinquies/4, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk en Sociale Economie of ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
44De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.
55Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing.
+12 −0 decreet-1997-02-25/art. 156 nieuw
1+§1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
2+1° flexi-jobwerknemer: een werknemer als vermeld in artikel 3, 3°, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken;
3+2° flexi-jobarbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst als vermeld in artikel 3, 4°, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken.
4+§2. Een schoolbestuur kan bij een tekort aan onderwijzend of beleids- en ondersteunend personeel op de arbeidsmarkt eigen middelen, werkingsbudget als vermeld in artikel 76, of een deel van zijn omkadering dat omgezet kan worden naar een krediet, voor de wervingsambten van het onderwijzend of beleids- en ondersteunend personeel van een of meer van zijn scholen aanwenden om via een flexi-jobarbeidsovereenkomst in die school of scholen een flexi-jobwerknemer in dienst te nemen.
5+Het tekort aan onderwijzend of beleids- en ondersteunend personeel op de arbeidsmarkt, vermeld in het eerste lid, blijkt uit het feit dat het schoolbestuur in de school waar het de flexi-jobwerknemer, vermeld in het eerste lid, in dienst wil nemen voor een vacature in een wervingsambt van het onderwijzend of beleids- en ondersteunend personeel, de voormelde vacature niet kan invullen via een reguliere aanstelling van een personeelslid dat daarvoor beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.
6+In het tweede lid wordt verstaan onder vacature: een volledige of onvolledige betrekking die vacant is of waarvan de afwezige titularis of zijn vervanger regulier kan worden vervangen.
7+§3. Het schoolbestuur sluit met de flexi-jobwerknemer een flexi-jobarbeidsovereenkomst af. De bepalingen in het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 en de uitvoeringsbesluiten van die decreten zijn, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, niet van toepassing op de voormelde werknemers.
8+In afwijking van het eerste lid, moet een flexi-jobwerknemer voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 17, §1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 19, §1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.
9+De flexi-jobwerknemer mag daarnaast geen andere tewerkstelling bij het schoolbestuur hebben.
10+§4. Voor het aanwenden van een deel van de omkadering als vermeld in paragraaf 2, kan een schoolbestuur enkel het krediet gebruiken dat het verkrijgt via de omzetting van die omkadering, vermeld in artikel 130bis en 141, §4.
11+De mogelijkheid om het krediet, vermeld in het eerste lid, te gebruiken, eindigt: 1° vanaf het ogenblik dat de titularis van de betrekking die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging vervroegd terugkeert uit zijn afwezigheid. Hier-
12+door eindigt ook de aanstelling van de flexi-jobwerknemer; 2° als de flexi-jobwerknemer ontslag neemt.
+4 −0 decreet-1997-02-25/art. 173bis/1 nieuw
1+Een publiekrechtelijk rechtspersoon kan de onderwijsbevoegdheid van een officiële school alleen overdragen aan een vrij schoolbestuur, als in eerste instantie de overdracht naar een andere aanbieder van het officieel onderwijs wordt onderzocht.
2+Het onderzoek, vermeld in het eerste lid, omvat minstens:
3+1° een verslag van gevoerde gesprekken met een andere aanbieder van het officieel onderwijs met het oog op de overdracht, of, in ondergeschikte orde en als er geen gesprekken met een dergelijke andere aanbieder gevoerd konden worden, een verslag van de pogingen om een dergelijke andere aanbieder te vinden;
4+2° de gemotiveerde conclusie over de mogelijkheid tot overdracht.
+3 −2 decreet-1997-02-25/art. 177
11§ 1. Onverminderd de toepassing van artikel 174 kunnen volgende overtredingen na aanmaning aanleiding geven tot sancties door de Vlaamse regering:
2−1° het niet naleven van de toelatingsvoorwaarden zoals bedoeld in de artikelen 12, 15 en 16;
2+1° het niet naleven van de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 12, 12/1, 13/1, 14/0, 14/1, 15 en 16;
332° ...
443° het niet naleven van de bepalingen inzake de keuze en de vrijstelling van keuze tussen godsdienst en niet-confessionele zedenleer zoals bedoeld in artikel 29;
554° het niet naleven van de procedure tot het schorsen en uitsluiten van leerlingen zoals bedoeld in artikel 32;
665° het miskennen van recht op het onderwijs aan huis zoals bedoeld in de artikelen 34 en 35;
7+5°/1 het niet naleven van de bepalingen over afzondering en fixatie, vermeld in artikel 33/1 tot en met 33/5;
786° het niet naleven van de bepalingen met betrekking tot de organisatie van de schooltijd zoals bedoeld in de artikelen 48, 49 en 50;
897° ...
121311° ...
1314§ 2. ...
14−Overtredingen bedoeld in § 1, 6°worden vastgesteld door de onderwijsinspectie.
15+Overtredingen als vermeld in paragraaf 1, 5°/1 en 6°, worden vastgesteld door de onderwijsinspectie.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 2
331° ...
442° gelden artikel 96 tot en met 99, 115/1 en 116 tot en met 120 niet voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
5−3° gelden artikel 110/1 tot en met 110/18, 111 en 112, 122/2 tot en met 122/6, 123/2 tot en met 123/4, 123/6 tot en met 123/25 ook voor de leertijd.
5+3° gelden artikel 110/1 tot en met 110/18, 111 en 112, 122/2 tot en met 122/6, 123/2 tot en met 123/4, 123/6 tot en met 123/24/5 ook voor de leertijd.
66§ 2. De bepalingen van deel IV van de codificatie zijn van toepassing op het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs.
77De artikelen 216 en 242 tot en met 251/1 gelden ook voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs.
+6 −2 codex-secundair-onderwijs/art. 3
221° administratieve groep : entiteit binnen de onderwijsstructuur geïdentificeerd door een uniek administratief groepsnummer;
331°/1 afstand : de kortst mogelijke afstand tussen de hoofdingang van de hoofdvestigingsplaats van de ene school tot de hoofdingang van de hoofdvestigingsplaats van de andere school gemeten langs de rijbaan, zoals omschreven in artikel 2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, zonder rekening te houden met wegomleggingen, verkeersvrije straten, eenrichtingsverkeer en autosnelwegen;
4+1°/2 afzondering: het verblijf van een persoon in een ruimte, die de persoon
5+niet zelfstandig kan verlaten;
6+1°/3 afzonderingskamer: een specifieke, veilig ingerichte, hoog beveiligde ruimte, die de persoon niet zelfstandig kan verlaten;
472° algemeen vormende component : het deel van het opleidingsprofiel dat tot doel heeft een lerende persoonsvorming en een maatschappelijk-culturele vorming bij te brengen;
582°/1 anderstalige nieuwkomer :
394214°/0 finaliteit: een begrip dat aangeeft waarop studierichtingen prioritair voorbereiden, namelijk op het hoger onderwijs, op de arbeidsmarkt of op beide;
404314°/0/0 feedbackrapport: een rapport met de resultaten op de Vlaamse toetsen op het schoolniveau, het niveau van de leerlingengroep of het leerlingniveau;
44+14°/0/0/1 fixatie: elke handeling of elk gebruik van materiaal die de bewegingsvrijheid van een persoon beperkt, verhindert of belemmert, waarbij de persoon niet zelfstandig zijn bewegingsvrijheid kan herwinnen;
414514°/0/1 GC-verslag: een verslag gemeenschappelijk curriculum, een verslag dat toegang geeft tot leersteun bij een gemeenschappelijk curriculum als vermeld in artikel 352 van deze codex;
424614°/1 gemeenschappelijk curriculum: de goedgekeurde leerplannen die ten minste herkenbaar de doelen bevatten die noodzakelijk zijn om de eindtermen te bereiken of de ontwikkelingsdoelen na te streven en de schoolgebonden planning voor het nastreven van de vakoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen;
11511937° secundair onderwijs : het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
11612037°/1 selectieve participatietoeslagen leerling: de selectieve participatietoeslagen, zoals opgenomen in boek 2, deel 2, titel 1, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid;
117−38° school : een autonome entiteit die voltijds gewoon of buitengewoon secundair onderwijs organiseert en die door de Vlaamse Gemeenschap wordt erkend, gefinancierd of gesubsidieerd en daartoe aan de hand van een uniek nummer wordt geïdentificeerd. Voor de toepassing van deel III, titel II, hoofdstuk 1/1 en hoofdstuk 4/1 , wordt onder school en school voor gewoon secundair onderwijs ook een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en voor wat de opleiding in de leertijd betreft ook een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen begrepen;
121+38° school : een autonome entiteit die voltijds gewoon of buitengewoon secundair onderwijs organiseert en die door de Vlaamse Gemeenschap wordt erkend, gefinancierd of gesubsidieerd en daartoe aan de hand van een uniek nummer wordt geïdentificeerd. Voor de toepassing van deel III, titel II, hoofdstuk 1/1, hoofdstuk 4/1 en hoofdstuk 11, wordt onder school en school voor gewoon secundair onderwijs ook een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en voor wat de opleiding in de leertijd betreft ook een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen begrepen;
11812239° scholengemeenschap : één school of een groep van scholen die binnen een geografische omschrijving gezamenlijk instaat voor de onderwijsvoorziening;
11912339°/1 scholengemeenschapsinstelling: een scholengemeenschapsinstelling is een instelling die geen onderwijsinstelling is en die uitsluitend opgericht kan worden binnen één scholengemeenschap en zich beperkt tot en als enige doel heeft daar personeelsleden, die werken ter ondersteuning van de scholen van de scholengemeenschap aan te stellen, te affecteren, toe te laten tot de proeftijd en vast te benoemen indien ze daarvoor in aanmerking komen.
147151- het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen van het gewoon secundair onderwijs en van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt verstrekt naar rata van ten minste 28 wekelijkse lesuren gedurende hetzij 40 weken per jaar hetzij 20 weken per jaar in die structuuronderdelen waarvoor de duurtijd in semesters wordt uitgedrukt;
148152- het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen van opleidingsvormen 1, 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt verstrekt naar rata van ten minste 32 wekelijkse lesuren gedurende 40 weken per jaar en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt;
149−- het onderwijs dat aan regelmatige cursisten van de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs wordt verstrekt gedurende ten minste 36 wekelijkse lesuren en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt;
153+- het onderwijs dat aan regelmatige cursisten in de opleidingen Basisverpleegkunde en Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs wordt verstrekt.
15015447°/1 ziekenhuisschool: school voor buitengewoon secundair onderwijs van type 5, opleidingsvorm 4, verbonden aan een ziekenhuis of een residentiële setting of een preventorium;
15115547°/2 zorgcontinuüm: opeenvolging van de fasen in de organisatie van de onderwijsomgeving van brede basiszorg, verhoogde zorg en uitbreiding van zorg;
+3 −3 codex-secundair-onderwijs/art. 22/19
55Vanaf het schooljaar 2022-2023 wordt het globaal beschikbare aantal uren en de verdeling over de onderwijstypes, vermeld het eerste lid, 1° tot en met 3°, evenredig aangepast aan eventuele leerlingenfluctuaties ten opzichte van het voorafgaande schooljaar. Bij die aanpassing wordt de eerste lesdag van februari altijd als teldatum genomen.
66Het globaal beschikbare aantal uren wordt op volgende wijze verdeeld over de scholen en centra:
7−1° voltijds gewoon secundair onderwijs: in verhouding tot het pakket uren-leraar van de school en het schooljaar in kwestie in de totaliteit van de pakketten uren-leraar van alle scholen. Voor de toepassing van deze bepaling omvat het pakket uren-leraar:
7+1° voltijds gewoon secundair onderwijs: in verhouding tot het pakket uren-leraar van de school in het voorgaande schooljaar in de totaliteit van de pakketten uren-leraar van alle scholen. Voor de toepassing van deze bepaling omvat het pakket uren-leraar:
88a) de uren-leraar voor de levensbeschouwelijke vakken, vermeld in artikel 209;
99b) de uren-leraar voor de niet-levensbeschouwelijke vakken, vermeld in artikel 209;
1010c) de uren-leraar geïntegreerd ondersteuningsaanbod, vermeld in artikel 226, 227, 234 en 235;
11−2° buitengewoon secundair onderwijs: in verhouding tot het pakket lesuren van de school en het schooljaar in kwestie in de totaliteit van de pakketten lesuren van alle scholen. Voor de toepassing van deze bepaling omvat het pakket lesuren:
11+2° buitengewoon secundair onderwijs: in verhouding tot het pakket lesuren van de school in het voorgaande schooljaar in de totaliteit van de pakketten lesuren van alle scholen. Voor de toepassing van deze bepaling omvat het pakket lesuren:
1212a) de lesuren voor de levensbeschouwelijke vakken, vermeld in artikel 300;
1313b) de lesuren niet-levensbeschouwing, vermeld in artikel 298, 299, 301, 302 en 303;
1414c) de lesuren geïntegreerd ondersteuningsaanbod, vermeld in artikel 318 en 319;
15−3° deeltijds beroepssecundair onderwijs: in verhouding tot het pakket uren-leraar van het centrum en het schooljaar in kwestie in de totaliteit van de pakketten uren-leraar van alle centra. Voor de toepassing van deze bepaling omvat het pakket uren-leraar de uren-leraar, vermeld in artikel 89 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.
15+3° deeltijds beroepssecundair onderwijs: in verhouding tot het pakket uren-leraar van het centrum in het voorgaande schooljaar in de totaliteit van de pakketten uren-leraar van alle centra. Voor de toepassing van deze bepaling omvat het pakket uren-leraar de uren-leraar, vermeld in artikel 89 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap.
+12 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 22/26 nieuw
1+§1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
2+1° flexi-jobwerknemer: een werknemer als vermeld in artikel 3, 3°, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken;
3+2° flexi-jobarbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst als vermeld in artikel 3, 4°, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken.
4+§2. Een schoolbestuur kan bij een tekort aan onderwijzend of ondersteunend personeel op de arbeidsmarkt eigen middelen, werkingsbudget als vermeld in artikel 249 of 329, of een deel van zijn omkadering dat omgezet kan worden naar een krediet, voor de wervingsambten van het onderwijzend of ondersteunend personeel van een of meer van zijn scholen aanwenden om via een flexi-jobarbeidsovereenkomst in die school of scholen een flexi-jobwerknemer in dienst te nemen.
5+Het tekort aan onderwijzend of ondersteunend personeel op de arbeidsmarkt, vermeld in het eerste lid, blijkt uit het feit dat het schoolbestuur in de school waar het de flexi-jobwerknemer, vermeld in het eerste lid, in dienst wil nemen voor een vacature in een wervingsambt van het onderwijzend of ondersteunend personeel, de voormelde vacature niet kan invullen via een reguliere aanstelling van een personeelslid dat daarvoor beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs.
6+In het tweede lid wordt verstaan onder vacature: een volledige of onvolledige betrekking die vacant is of waarvan de afwezige titularis of zijn vervanger regulier kan worden vervangen.
7+§3. Het schoolbestuur sluit met de flexi-jobwerknemer een flexi-jobarbeidsovereenkomst af. De bepalingen in het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 en de uitvoeringsbesluiten van die decreten zijn, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, niet van toepassing op de voormelde werknemers.
8+In afwijking van het eerste lid, moet een flexi-jobwerknemer voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 17, §1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of artikel 19, §1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.
9+De flexi-jobwerknemer mag daarnaast geen andere tewerkstelling bij het schoolbestuur hebben.
10+§4. Voor het aanwenden van een deel van de omkadering als vermeld in paragraaf 2 kan een schoolbestuur enkel het krediet gebruiken dat het verkrijgt via de omzetting van die omkadering, vermeld in artikel 22/16, 211, §3 en §3bis, en artikel 308/5.
11+De mogelijkheid om het krediet, vermeld in het eerste lid, te gebruiken, eindigt: 1° vanaf het ogenblik dat de titularis van de betrekking die in aanmerking komt voor een reguliere vervanging vervroegd terugkeert uit zijn afwezigheid. Hier-
12+door eindigt ook de aanstelling van de flexi-jobwerknemer; 2° als de flexi-jobwerknemer ontslag neemt.
+2 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 25
33§ 3. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat autonoom is en dat ten minste 600 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke teldatum of, vanaf het daaropvolgende schooljaar, ten minste 550 regelmatige leerlingen. Desbetreffend aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 3 dan wel 4 indien het minimum aantal leerlingen respectievelijk 1.200 en 1.150, 1.800 en 1.750, of 2.400 en 2.350 bedraagt.
44Het aantal punten blijft gedurende twee opeenvolgende schooljaren toegekend indien het minimum aantal leerlingen niet wordt bereikt.
5−§4. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke school voor buitengewoon secundair onderwijs die ten minste 300 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke teldatum of, vanaf het daaropvolgende schooljaar, ten minste 275 regelmatige leerlingen. Dit aantal punten blijft gedurende twee opeenvolgende schooljaren toegekend indien het minimum aantal leerlingen niet wordt bereikt.
5+§4. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke school voor buitengewoon secundair onderwijs die ten minste 300 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke teldatum of, vanaf het daaropvolgende schooljaar, ten minste 275 regelmatige leerlingen. Het aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 3 of 4 als het minimale aantal leerlingen respectievelijk 600 en 550, 900 en 850, of 1200 en 1150 bedraagt.
6+Het aantal punten, vermeld in het eerste lid, blijft gedurende twee opeenvolgende schooljaren toegekend als het minimale aantal leerlingen niet wordt bereikt.
67§ 5. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke school voor voltijds gewoon secundair onderwijs met een eerste graad, met technisch secundair onderwijs, met beroepssecundair onderwijs of met hoger beroepsonderwijs, indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school 7 maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. Vanaf het daaropvolgende schooljaar blijft dat aantal punten toegekend indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school niet lager ligt dan 6 maal de minimumprestaties die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld.
78Het in het eerste lid bedoeld aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 respectievelijk 10 (en zo verder), indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school 15, 19, 22, 29, 31, 33, 36, 43 respectievelijk 50 (en zo verder per schijf van 7) maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld.
+16 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 48/3
1+Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, tot en met het begrotingsjaar 2027, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onder- wijs voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 voldoen aan de volgende voorwaarden:
2+1° de school of het centrum heeft op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten minste dertig regelmatige leerlingen meer dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 in de eerste graad B-stroom, alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen;
3+2° de hoofdvestigingsplaats van de school of het centrum is gelegen in een onderwijszone waar in de eerste graad B-stroom, alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen het aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 hoger is dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1.
4+Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, tot en met het begrotings- jaar 2027, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onder- wijs voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 voldoen aan een van de volgende voorwaarden: 1° de school of het centrum heeft op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten minste 30 procent meer regelmatige leerlingen dan op de eerste schooldag
5+van februari van 20TT-1 in de eerste graad B-stroom;
6+2° de school of centrum had op de eerste schooldag van februari 20TT-1 nog geen aanbod eerste graad B-stroom, en heeft wel een aanbod eerste graad B-stroom op de eerste schooldag van oktober 20TT-1.
7+Een school die aan een van de in het tweede lid bepaalde voorwaarden voldoet, komt slechts in aanmerking indien de hoofdvestigingsplaats van de school of het centrum is gelegen in een onderwijszone waar in de eerste graad B-stroom het aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 hoger is dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1.
8+Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, tot en met het begrotingsjaar 2027, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onder- wijs voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 voldoen aan de volgende voorwaarden:
9+1° de school of het centrum heeft op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten minste 30 procent meer regelmatige leerlingen dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 in alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen;
10+2° de hoofdvestigingsplaats van de school of het centrum is gelegen in een onderwijszone waar in alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen het aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 hoger is dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1.
11+Voor de maatregelen, vermeld in het eerste tot en met het vierde lid, wordt vanaf 2024 jaarlijks in een bedrag van 10 miljoen euro voorzien. Dit bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2025 geïndexeerd volgens artikel 243, §3, derde lid, 2°.
12+Het extra werkingsbudget per school of centrum voor het betrokken schooljaar is het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal bijkomende regelmatige leerlingen in de school of het centrum in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten opzichte van het aantal regelmatige leerlingen in de school of het centrum in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 met het binnen de begroting voorziene werkingsbudget, vermeld in dit artikel, gedeeld door het totale aantal bijkomende regelmatige leerlingen in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 in alle scholen en centra die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste tot en met het vierde lid, ten opzichte van het aantal regelmatige leerlingen in het eerste leerjaar B, het tweede leerjaar B en alle structuuronderdelen van het beroepssecundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs samen op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 in alle scholen en centra die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste tot en met het vierde lid.
13+Het bedrag dat een school of centrum ontvangt per bijkomende regelmatige leerling kan niet meer bedragen dan 11.000 euro. Dit bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2025 geïndexeerd volgens artikel 243, §3, derde lid, 2°.
14+Scholen en centra die voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT de eerste schooldag van oktober hanteren als teldatum als vermeld in artikel 86, §2, derde lid, van het decreet betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap en in artikel 171 en 172, §1, komen voor het betrokken schooljaar niet in aanmerking voor het extra werkingsbudget, vermeld in dit artikel.
15+Het extra werkingsbudget voor het betrokken schooljaar wordt aan de school- of centrumbesturen vóór 1 februari van het betrokken schooljaar betaald.
16+De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten het bedrag, vermeld in het vijfde lid, verhogen.
+3 −3 codex-secundair-onderwijs/art. 51
1−Scholengemeenschappen komen vrijwillig tot stand voor een periode van zes schooljaren vanaf 1 september volgend op de datum van de beslissing of de schriftelijke overeenkomst tot vorming van die scholengemeenschap. Indien de scholengemeenschap bestaat uit een of meer scholen van hetzelfde schoolbestuur, dan gebeurt de vorming ervan bij beslissing van dat schoolbestuur. Indien de scholengemeenschap bestaat uit scholen van verschillende schoolbesturen, dan gebeurt de vorming ervan bij schriftelijke overeenkomst tussen die schoolbesturen. Als onmiddellijk na voormelde periode de samenstelling van de scholengemeenschap niet wijzigt, wordt de scholengemeenschap van rechtswege verlengd voor een nieuwe periode van zes schooljaren.
1+Scholengemeenschappen komen vrijwillig tot stand bij beslissing of schriftelijke overeenkomst tot vorming van die scholengemeenschap. Indien de scholengemeenschap bestaat uit een of meer scholen van hetzelfde schoolbestuur, gebeurt de vorming ervan bij beslissing van dat schoolbestuur. Indien de scholengemeenschap bestaat uit scholen van verschillende schoolbesturen, gebeurt de vorming ervan bij schriftelijke overeenkomst tussen die schoolbesturen. Als onmiddellijk na de periode waarvoor de scholengemeenschap is gevormd, vermeld in het tweede lid, de samenstelling van de scholengemeenschap niet wijzigt, wordt de scholengemeenschap van rechtswege verlengd voor een nieuwe periode.
2−Scholengemeenschappen die op 31 augustus 2020 bestaan, kunnen op 1 september 2020 onder de voorwaarden van het eerste lid van rechtswege worden verlengd voor een periode van zes schooljaren.
2+Tot en met 31 augustus 2026 kunnen geen nieuwe scholengemeenschappen worden gevormd. Op 1 september 2026 worden scholengemeenschappen gevormd voor een periode van zes schooljaren en daarna telkens op 1 september voor telkens een periode van zes schooljaren.
33Tijdens voormelde periode kan de beslissing of overeenkomst inzake de vorming van een scholengemeenschap worden gewijzigd, in die zin dat een school alsnog tot een scholengemeenschap kan toetreden of uit een scholengemeenschap kan stappen. Een uitstap uit de scholengemeenschap kan alleen in volgende gevallen:
441° indien de scholengemeenschap minder dan 900 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke tellingsdatum;
552° indien de school wordt overgenomen door een schoolbestuur van een ander onderwijsnet, waarbij voor wat het gesubsidieerd vrij onderwijs betreft een onderscheid wordt gemaakt tussen elke erkende godsdienst en het niet-confessioneel onderwijs, op voorwaarde dat alle schoolbesturen die behoren tot de scholengemeenschap ermee instemmen dat de school uit de scholengemeenschap stapt;
6−3° indien de school met een vereniging van gemeenten als schoolbestuur wordt overgenomen door een schoolbestuur dat geen vereniging van gemeenten is.
6+3° indien een school wordt overgenomen door een ander schoolbestuur van hetzelfde onderwijsnet, op voorwaarde dat alle schoolbesturen die behoren tot de scholengemeenschap, ermee instemmen dat de school uit de scholengemeenschap stapt en op voorwaarde dat er een school deel uitmaakt van de scholengemeenschap wiens schoolbestuur betrokken is bij een fusie van gemeenten in het lopende schooljaar.
77Elke beslissing of overeenkomst met betrekking tot de vorming of de wijziging van een scholengemeenschap wordt uiterlijk 31 maart van het schooljaar voorafgaand aan de inwerkingtreding getroffen, aan de betrokken personeelsleden meegedeeld en schriftelijk aan de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid gemeld. Ook een verlenging van rechtswege wordt uiterlijk op voormelde datum aan de betrokken personeelsleden meegedeeld en schriftelijk aan de bevoegde diensten gemeld.
88Een scholengemeenschap neemt al dan niet een rechtspersoonlijkheid of een rechtsvorm aan.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 65
221° het aantal plage-uren, bedoeld in artikel 216 en 315 te reduceren, en/of
332° de werkdruk te verminderen door aanrekening van klassenraad, klassendirectie, splitsing van klassen, lerarenondersteuning, stagebegeleiding en leerlingenbegeleiding op het pakket uren-leraar.
4−§ 2. De verdeling van deze extra uren-leraar, die uitsluitend voor de scholen van de scholengemeenschap zijn bestemd, gebeurt trapsgewijs als volgt : het aantal uren-leraar dat elke scholengemeenschap ontvangt is recht evenredig met het aandeel van de som van de pakketten uren-leraar van de scholen die de scholengemeenschap vormen in de totaliteit van de pakketten uren-leraar van alle scholen die tot een scholengemeenschap zijn toegetreden. Onder uren-leraar worden de organieke uren-leraar voor het voltijds secundair onderwijs en voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs verstaan.
4+§ 2. De verdeling van deze extra uren-leraar, die uitsluitend voor de scholen van de scholengemeenschap zijn bestemd, gebeurt trapsgewijs als volgt : het aantal uren-leraar dat elke scholengemeenschap ontvangt is recht evenredig met het aandeel van de som van de pakketten uren-leraar in het voorgaande schooljaar van de scholen die de scholengemeenschap vormen in de totaliteit van de pakketten uren-leraar in het voorgaande schooljaar van alle scholen die tot een scholengemeenschap zijn toegetreden. Onder uren-leraar worden de organieke uren-leraar voor het voltijds secundair onderwijs en voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs verstaan.
55De scholengemeenschap verdeelt de extra uren-leraar op de wijze zoals bepaald in artikel 57, 4°.
66§ 3. De scholengemeenschappen en de scholen informeren de bevoegde onderhandelingsorganen over de verdeling en aanwending van de extra wekelijkse uren-leraar. (64)
+4 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 99/1 nieuw
1+Een openbaar bestuur kan de onderwijsbevoegdheid van een officiële school alleen overdragen aan een vrij schoolbestuur, als in eerste instantie de overdracht naar een andere aanbieder van het officieel onderwijs wordt onderzocht.
2+Het onderzoek, vermeld in het eerste lid, omvat minstens:
3+1° een verslag van gevoerde gesprekken met een andere aanbieder van het officieel onderwijs met het oog op de overdracht, of, in ondergeschikte orde en als er geen gesprekken met een dergelijke andere aanbieder konden worden gevoerd, een verslag van de pogingen om een dergelijke andere aanbieder te vinden;
4+2° de gemotiveerde conclusie over de mogelijkheid tot overdracht.
+3 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 109/1 nieuw
1+Het niet naleven van de bepalingen over afzondering en fixatie, vermeld in artikel 123/24/1 tot en met 123/24/5, kan aanleiding geven tot sancties.
2+De sanctie, vermeld in het eerste lid, is een gedeeltelijke terugvordering van het werkingsbudget. Bij een eerste overtreding kan die terugvordering maximaal 5% bedragen van het werkingsbudget van het voorgaande schooljaar. Bij een tweede of volgende overtreding kan de terugvordering maximaal 10% bedragen van het werkingsbudget van het voorgaande schooljaar.
3+De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de vaststelling van de overtredingen en voor de toepassing van de sancties, vermeld in het eerste en het tweede lid. Het besluit waarborgt het recht op verdediging.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 112
383815° de mededeling dat de school bij schoolverandering verplicht is de school waar nu wordt ingeschreven op de hoogte te brengen van het bestaan en de inhoud van een IAC-verslag, OV4-verslag of GC-verslag;
393916° de contactgegevens van het centrum voor leerlingenbegeleiding waarmee de school of het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs samenwerkt en de concrete afspraken over de dienstverlening van de leerlingenbegeleiding;
40−17° de krachtlijnen inzake de visie en werking van de school of het centrum van deeltijds beroepssecundair onderwijs binnen het gevoerde beleid op leerlingenbegeleiding;
40+17° de krachtlijnen inzake de visie en werking van de school of het centrum van deeltijds beroepssecundair onderwijs binnen het gevoerde beleid op leerlingenbegeleiding. Als de school of het centrum een beleid op afzondering en fixatie als vermeld in artikel 123/24/1 heeft, wordt dit beleid uitdrukkelijk opgenomen in de krachtlijnen van het beleid op leerlingenbegeleiding;
414118° de vermelding dat de betrokken personen, in voorkomend geval, de school onmiddellijk op de hoogte brengen van het feit dat de medische toestand van de leerling die is ingeschreven in een opleiding waar voedingsmiddelen worden verwerkt, een risico inhoudt op (on)rechtstreekse verontreiniging van levensmiddelen, met als gevolg dat na beslissing van de school de leerling hetzij tijdelijk bepaalde programmaonderdelen niet mag volgen, hetzij de opleiding in zijn geheel niet langer mag volgen en naar een andere opleiding moet overstappen. Daarbij wordt eveneens vermeld dat de gegevens over de medische toestand worden verwerkt onder de verantwoordelijkheid van de schooldirecteur en dat de schooldirecteur en de personeelsleden van de school die deze gegevens over de medische toestand verwerken, gehouden zijn tot geheimhouding over deze gegevens;
424219° dat er leersteun kan geboden worden voor leerlingen met een IAC-verslag, OV4-verslag of GC-verslag en bij welk leersteuncentrum de school aangesloten is.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 115/9
10105° de leerlingenkenmerken die nodig zijn voor wetenschappelijk onderzoek waaronder de loggegevens over de toetsafname en de antwoorden op een leerlingenvragenlijst.
1111De scholen en centra ontvangen en verwerken die gegevens van de leerlingen die bij hen zijn ingeschreven. De bevoegde diensten van de Vlaamse overheid en het bevoegde steunpunt ontvangen en verwerken de gegevens van de leerlingen, vermeld in het eerste lid.
12−De gegevens worden gedurende maximaal tien jaar bewaard op het dataplatform. De gegevens in de registratiemodule worden gedurende maximaal acht maanden bewaard. De gegevens in het toetsplatform worden gedurende maximaal zes maanden bewaard. De gegevens in de feedbackmodule worden gedurende maximaal twaalf maanden bewaard. Zolang doeleinden van wetenschappelijk onderzoek en statistiek daartoe nopen, worden de gegevens gepseudonimiseerd bewaard. De gepseudonimiseerde persoonsgegevens kunnen onder contractuele voorwaarden doorgegeven worden met het oog op wetenschappelijk onderzoek. Na afloop van de bewaartermijnen worden de persoonsgegevens vernietigd of geanonimiseerd.
12+De gegevens worden gedurende maximaal tien jaar bewaard op het dataplatform. De gegevens in de registratiemodule worden gedurende maximaal negen maanden bewaard. De gegevens in het toetsplatform worden gedurende maximaal zeven maanden bewaard. De gegevens in de feedbackmodule worden gedurende maximaal twaalf maanden bewaard. Zolang doeleinden van wetenschappelijk onderzoek en statistiek daartoe nopen, worden de gegevens gepseudonimiseerd bewaard. De gepseudonimiseerde persoonsgegevens kunnen onder contractuele voorwaarden doorgegeven worden met het oog op wetenschappelijk onderzoek. Na afloop van de bewaartermijnen worden de persoonsgegevens vernietigd of geanonimiseerd.
1313De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor die verwerking en legt de leerlingenkenmerken die verwerkt worden vast.
1414§2. De Vlaamse overheid en het bevoegde steunpunt treden, ieder voor zijn of haar bevoegdheid, op als verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1. Het bestuur van de onderwijsinstelling of de gemandateerde is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen van de persoonsgegevens overeenkomstig artikel 123/6, eerste lid, 5°.
+2 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 117
11§ 1. Leerlingen voor wie het door ziekte of ongeval tijdelijk onmogelijk is om secundair onderwijs te volgen in hun school hebben recht op tijdelijk onderwijs aan huis. De Vlaamse Regering kan bijkomend mogelijke redenen van de afwezigheid bepalen. Deze redenen dienen gerechtvaardigd en gegrond te zijn en worden gemotiveerd en geattesteerd door een bevoegde derde.
2+Jongeren die verblijven in een voorziening veilig verblijf, vermeld in artikel 15 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp of in het Vlaams detentiecentrum, vermeld in artikel 41 van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, hebben recht op tijdelijk onderwijs aan huis gedurende de volledige duur van hun verblijf in de voorziening veilig verblijf of het Vlaams detentiecentrum. In aanvulling op artikel 123 voldoet de jongere, die niet meer ingeschreven is in een school en die in een voorziening veilig verblijf of het Vlaams detentiecentrum verblijft, hiermee aan de leerplicht.
3+Een jongere die in een voorziening veilig verblijf of het Vlaams detentiecentrum verblijft en geen inschrijving meer heeft in een school, kan met akkoord van de betrokken personen, door de school die het tijdelijk onderwijs aan huis aanbiedt of door een andere school tijdens de duur van de opname, beschouwd worden als regelmatige leerling, in afwijking van artikel 252, 260/1 en 260/2, in functie van een mogelijke studiebekrachtiging. De jongere moet voldoen aan de toelatingsvoorwaarden voor het betreffende structuuronderdeel dat de betreffende school inricht.
24§ 2. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast om in aanmerking te komen voor tijdelijk onderwijs aan huis. De regering maakt hierbij een onderscheid tussen een veelvuldige afwezigheid en een langdurige afwezigheid.
35Een afwezigheid van minder dan eenentwintig kalenderdagen is geen langdurige afwezigheid voor de toepassing van dit artikel tenzij het gaat om een veelvuldige afwezigheid.
+1 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 123/21
882° de organisatie van de vaccinaties door het centrum voor leerlingenbegeleiding om het ontstaan en de verspreiding van sommige besmettelijke ziekten tegen te gaan. De regering legt het vaccinatieschema vast;
993° de uitvoering van de profylactische maatregelen die het centrum voor leerlingenbegeleiding neemt om de verspreiding van besmettelijke ziekten tegen te gaan. De regering bepaalt hiervoor de nadere regels.
10+Als de school of het centrum een beleid voor de preventie van afzondering en fixatie en voor de afbouw ervan als vermeld in artikel 123/24/1 ontwikkelt, neemt de school het voormelde beleid op in haar beleid op leerlingenbegeleiding.
+2 −2 codex-secundair-onderwijs/art. 123/22
1−De school ontwikkelt een beleid op leerlingenbegeleiding dat is afgestemd op het pedagogisch project, de noden van de leerlingenpopulatie en de context waarin de school zich bevindt. Het beleid op leerlingenbegeleiding omvat de begeleiding van de leerlingen, het ondersteunen van het handelen van het onderwijzend personeelen de coördinatie van alle leerlingbegeleidingsinitiatieven op niveau van de school. De school implementeert, evalueert en stuurt, zo nodig, dat beleid bij. Ter versterking van dat beleid voert de school een professionaliseringbeleid. De school wijst binnen haar personeelskader een of meer personeelsleden aan die geheel of gedeeltelijk met leerlingenbegeleiding worden belast.
1+De school ontwikkelt een beleid op leerlingenbegeleiding dat is afgestemd op het pedagogisch project, de noden van de leerlingenpopulatie en de context waarin de school zich bevindt. Het beleid op leerlingenbegeleiding omvat de begeleiding van de leerlingen, het ondersteunen van het handelen van het onderwijzend personeel, het beleid voor de preventie van afzondering en fixatie en voor de afbouw ervan, vermeld in artikel 123/24/1, als de school of het centrum daar een beleid over ontwikkelt, en de coördinatie van alle leerlingbegeleidingsinitiatieven op niveau van de school. De school implementeert, evalueert en stuurt, zo nodig, dat beleid bij. Ter versterking van dat beleid voert de school een professionaliseringbeleid. De school wijst binnen haar personeelskader een of meer personeelsleden aan die geheel of gedeeltelijk met leerlingenbegeleiding worden belast.
22Bij de opmaak en evaluatie van het beleid op leerlingenbegeleiding betrekt de school relevante partners. Voor bijkomende inhoudelijke expertise doet de school een beroep op het centrum voor leerlingenbegeleiding. Voor schoolondersteuning zoekt de school externe ondersteuning bij de pedagogische begeleidingsdienst, eventueel in samenwerking met een externe dienst. Voor expertise met betrekking tot het onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften betrekt de school het leersteuncentrum.
33Een beleid op leerlingenbegeleiding beantwoordt aan de volgende principes:
663° het is doelgericht, systematisch, planmatig en transparant;
774° het wordt discreet uitgevoerd;
8−5° er wordt verduidelijkt wie welke taak opneemt in de leerlingenbegeleiding.
8+5° er wordt verduidelijkt wie welke taak opneemt in de leerlingenbegeleiding met vermelding van het bevoegde personeel, vermeld in artikel 123/24/4, §1, 3°, als er een beleid is voor de preventie van afzondering en fixatie en voor de afbouw ervan, vermeld in artikel 123/24/1.
+8 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 123/24/1 nieuw
1+§1. Het gebruik van afzondering en fixatie door de school is verboden, behalve onder de in artikel 123/24/2 en 123/24/3 omschreven voorwaarden.
2+Afzondering of fixatie als sanctie, straf of collectieve maatregel zijn te allen tijde verboden.
3+§2. Als een school inschat dat er een reële kans bestaat dat een maatregel inzake afzondering of fixatie genomen moet worden of als de school reeds eerder een maatregel inzake afzondering of fixatie heeft moeten nemen, ontwikkelt de school binnen haar beleid op leerlingenbegeleiding een procedure ter bescherming van de betrokken leerling of de groep van de betrokken leerlingen. Daarbij ligt de focus op de preventie van afzondering en/of fixatie en voor de afbouw ervan. Deze procedure omvat minstens:
4+1° de preventieve interventies en alternatieven om afzondering en fixatie te vermijden;
5+2° de wijze waarop de ouders zullen worden gecontacteerd als een maatregel inzake afzondering of fixatie genomen wordt;
6+3° algemene afspraken met betrekking tot de nabespreking.
7+De school betrekt de leerlingen, het personeel en hun ouders om het beleid, vermeld in het eerste lid, te ontwikkelen.
8+§3. Binnen het beleid voor de preventie van afzondering en fixatie en voor de afbouw ervan wordt bepaald welke preventieve interventies en alternatieven kunnen worden ingezet om in de toekomst afzondering en fixatie te vermijden.
+9 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 123/24/2 nieuw
1+Afzondering of fixatie om de veiligheid te herstellen bij acuut en ernstig gevaar voor de leerling of anderen is enkel mogelijk onder de volgende voorwaarden:
2+1° de maatregel wordt ingezet als laatste redmiddel als preventieve interventies en alternatieven niet of niet langer volstaan;
3+2° de maatregel duurt zo kort mogelijk en stopt als het gevaar niet langer ernstig en acuut is;
4+3° de toepassing van afzondering of fixatie gebeurt enkel op maat van en zo veel mogelijk in afstemming met de leerling en de situatie;
5+4° tijdens het toepassen van de maatregel wordt blijvend gezocht naar minder ingrijpende alternatieven;
6+5° het gelijktijdig toepassen van afzondering en fixatie wordt vermeden;
7+6° het personeel van de school heeft tijdens de maatregel regelmatig contact met de leerling met de focus op het welbevinden van de leerling;
8+7° bij afzondering wordt gebruikgemaakt van een afzonderingskamer.
9+Ouders worden zo snel mogelijk op de hoogte gebracht van de afzondering of fixatie. Na elke afzondering of fixatie volgt een nabespreking met de leerling en met de ouders. Tijdens de nabespreking worden minstens afspraken gemaakt over hoe een toekomstige vergelijkbare situatie wordt aangepakt. Ook de herroepbare instemming, vermeld in artikel 123/24/3, eerste lid, 1°, wordt besproken.
+8 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 123/24/3 nieuw
1+Afzondering of fixatie om de veiligheid te behouden bij potentieel gevaar, ter preventie van acuut en ernstig gevaar voor de leerling of anderen of afzondering of fixatie ter bevordering van ontwikkelings- of ontplooiingskansen van de leerling is verboden tenzij onder de volgende voorwaarden:
2+1° de leerling en, als de leerling minderjarig is, zijn ouders, stemmen in, of wanneer de leerling niet tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is, stemmen alleen de ouders in met deze vorm van afzondering of fixatie. Deze instemming gebeurt schriftelijk, in beginsel voorafgaandelijk en is te allen tijde herroepbaar. De ouders of de leerling kunnen hierbij het CLB betrekken;
3+2° afzondering of fixatie wordt toegepast op maat van de leerling;
4+3° de maatregel wordt ingezet als laatste redmiddel na uitputting van alle andere mogelijke opties;
5+4° tijdens het toepassen van de maatregel wordt blijvend gezocht naar minder ingrijpende alternatieven;
6+5° het personeel van de school heeft tijdens de maatregel regelmatig contact met de leerling met de focus op het welbevinden van de leerling;
7+6° bij afzondering wordt gebruikgemaakt van een afzonderingskamer.
8+Ouders worden zo snel mogelijk op de hoogte gebracht van de afzondering en fixatie, vermeld in het eerste lid. Na elke afzondering of fixatie volgt een nabespreking met de leerling en met de ouders. Tijdens de nabespreking worden minstens afspraken gemaakt over hoe een toekomstige vergelijkbare situatie wordt aangepakt. Ook de herroepbare instemming, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt besproken.
+8 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 123/24/4 nieuw
1+De afzonderingskamer, vermeld in artikel 123/24/2 en 123/24/3, voldoet aan al de volgende voorwaarden:
2+1° de afzonderingskamer biedt een veilige en rustgevende omgeving;
3+2° er is fysieke nabijheid op maat van de leerling mogelijk;
4+3° alleen bevoegd personeel kan de afzonderingskamer inkijken en betreden;
5+4° de afzonderingskamer bevat oriëntatiemogelijkheden, lichtinval en een tijdsindicatie die aangepast is aan de noden van de leerling;
6+5° de leerling kan rechtstreeks contact nemen met een personeelslid van de school, waarbij ook in de mogelijkheid wordt voorzien dat de leerling met het personeelslid kan communiceren.
7+De school bepaalt, als onderdeel van haar beleid op afzondering en fixatie, vermeld in artikel 123/24/1, wie het bevoegde personeel, vermeld in het eerste lid, 3°, is.
8+De Vlaamse Regering kan de voorwaarden voor de afzonderingskamer, vermeld in het eerste lid, verder verfijnen.
+17 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 123/24/5 nieuw
1+§1. Vanaf de eerste keer dat de school een maatregel inzake afzondering of fixatie als vermeld in artikel 123/24/2 of 123/24/3 heeft moeten nemen bij een leerling, registreert de school de volgende informatie over de bedoelde fixatie of afzondering:
2+a) het type maatregel;
3+b) de omstandigheden, de aanleiding of reden en uitgeprobeerde alternatieven;
4+c) het verloop van de maatregel;
5+d) het tijdstip van begin en einde;
6+e) de tijdstippen van en observaties tijdens het toezicht;
7+f) of er verwondingen bij de leerling of bij derden zijn;
8+g) de eventuele opmerkingen van de leerling en de ouders met betrekking tot het verloop van de maatregel;
9+h) de nabespreking.
10+§2. De persoonsgegevens, die zijn opgenomen in de registratie, vermeld in paragraaf 1, worden verwerkt omdat de verwerking noodzakelijk is om de vitale belangen van de leerling te beschermen en om een taak van algemeen belang te vervullen als vermeld in artikel 6, lid 1, d) en e), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
11+Het geheel van registraties, vermeld in paragraaf 1, wordt bijgehouden en bewaard met het oog op het bereiken van de volgende doelstellingen:
12+1° op leerlingenniveau: het vrijwaren van de rechten van de leerling;
13+2° op schoolniveau: als element van interne kwaliteitszorg, namelijk in functie van het beleid, vermeld in artikel 123/21, 123/22 en 123/24/1, en om de kwaliteit van zorg voor de leerling te verhogen.
14+§3. Het schoolbestuur is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1.
15+Het schoolbestuur bepaalt welke personeelsleden toegang kunnen hebben tot de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1. Bij het bepalen welke personeelsleden toegang hebben tot de persoonsgegevens neemt het schoolbestuur steeds de doelstellingen, vermeld in paragraaf 2, in acht. Het schoolbestuur en alle personeelsleden die toegang hebben tot de voormelde persoonsgegevens zijn gehouden tot het bewaren van de vertrouwelijkheid van deze persoonsgegevens.
16+§4. De geregistreerde gegevens, vermeld in paragraaf 1, worden tien schooljaren na het einde van het schooljaar waarin de leerling ingeschreven was, bewaard. Na afloop van deze bewaartermijn worden de voormelde gegevens vernietigd.
17+§5. De scholen of centra kunnen de gegevens, vermeld in paragraaf 1, enkel onderling uitwisselen in het kader van intervisie met als doelstelling het verminderen van het gebruik van afzondering of fixatie en de interne kwaliteitszorg. Bij elke uitwisseling wordt bekeken welke gegevens hiervoor nodig zijn in overeenstemming met artikel 5, lid 1, c), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
+4 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 134/2
332° een of meer publieke verstrekkers van beroepsopleidingen voor volwassenen;
443° andere organisaties of bedrijven uit de publieke of private sector.
5+Bij de organisatie van een structuuronderdeel van de derde graad en uitsluitend voor die leerling die dreigt ongekwalificeerd uit te stromen én waarvoor de school reeds schoolinterne trajecten doorliep die niet het verhoopte resultaat hebben, kan in die uitzonderlijke gevallen voor het realiseren van een bijzonder kwalificerend onderwijstraject een school samenwerken met:
6+1° een of meer andere scholen voor secundair onderwijs of centra voor volwassenenonderwijs;
7+2° een of meer publieke verstrekkers van beroepsopleidingen voor volwassenen; 3° andere organisaties of bedrijven uit de publieke of private sector.
8+Dat onderwijstraject is een individueel traject op basis van de onderwijsbehoeften van de leerling die worden vastgesteld door de klassenraad. De klassenraad kan een bijzonder kwalificerend onderwijstraject voorstellen, waarbij na akkoord van het CLB en na instemming van de ouders van de leerling, de school het traject uitwerkt met een of meerdere partners. Na aanvaarding door de samenwerkende partner van het traject wordt dit opgestart. Het onderwijstraject wordt op regelmatige tijdstippen door de klassenraad in samenspraak met de betrokken personen, het CLB en de partners van het samenwerkingsverband geëvalueerd en indien nodig bijgestuurd.
59Binnen het samenwerkingsverband is de eerst vermelde school altijd de coördinerende school. Alleen die school is bevoegd en verantwoordelijk voor de inschrijving van leerlingen, de programmatie, de evaluatie, de studiebekrachtiging en de kwaliteitszorg. Op het vlak van financiering of subsidiëring zijn de decretale en regelgevende bepalingen alleen van toepassing op de coördinerende school.
610De samenwerking wordt vastgelegd in een overeenkomst die ten minste de volgende elementen bevat:
+11 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 135
1−Naast het in artikel 134 gestelde, kan een school onthaalonderwijs organiseren. Onthaalonderwijs, dat niet in een graad of in het hoger beroepsonderwijs wordt gerangschikt en dat uit één onthaaljaar bestaat, is een specifiek en tijdelijk onderwijsaanbod dat anderstalige nieuwkomers in staat stelt om Nederlands te leren en nadien in te stromen in het Nederlandstalig onderwijs. Het is gericht op taalvaardigheid Nederlands en inburgering.
1+§1. Naast het in artikel 134 gestelde, kan een school onthaalonderwijs organiseren. Onthaalonderwijs, dat niet in een graad of in het hoger beroepsonderwijs wordt gerangschikt en dat uit één onthaaljaar bestaat, is een specifiek en tijdelijk onderwijsaanbod dat anderstalige nieuwkomers in staat stelt om Nederlands te leren en nadien in te stromen in het Nederlandstalig onderwijs. Het is gericht op taalvaardigheid Nederlands en inburgering.
22De Vlaamse Regering bakent de doelgroep af, ten minste rekening houdend met de criteria « leeftijd », « taalkennis Nederlands » en « duurtijd van de aanwezigheid op het Belgische grondgebied » van de anderstalige nieuwkomers.
33In aansluiting op eventuele decretale bepalingen ter zake, kan de Vlaamse Regering voorwaarden opleggen inzake samenstelling van het wekelijks lessenrooster voor onthaalonderwijs teneinde het bereiken van de doelstellingen voor onthaalonderwijs maximaal te waarborgen. De Vlaamse Regering kan ten slotte aanvullende organisatiebepalingen vastleggen.
4+§2. Voor de organisatie van het onthaaljaar, vermeld in paragraaf 1, kan een school voor leerlingen die ten minste de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt, samenwerken met een of meer centra voor volwassenenonderwijs en centra voor basiseducatie.
5+Bij de samenwerking, vermeld in het eerste lid, is de school altijd verantwoordelijk voor de coördinatie. Uitsluitend de school is bevoegd en verantwoordelijk voor de inschrijving van leerlingen voor het onthaaljaar, het uitwerken per leerling van een individueel leertraject als vermeld in artikel 147/4, de programmatie van het onthaaljaar, de studiebekrachtiging en de kwaliteitszorg. Op het vlak van de financiering of subsidiëring zijn de vigerende decretale en regelgevende bepalingen enkel van toepassing op de school.
6+De samenwerking wordt vastgelegd in een overeenkomst waarin ten minste de volgende elementen worden opgenomen:
7+1° de partners waarmee wordt samengewerkt; 2° de invulling van de samenwerking;
8+3° de looptijd van de samenwerking;
9+4° de afspraken over de opvolging van de leerlingen en de kwaliteitszorg;
10+5° de afspraken over het inzetten van personeel. Het protocol van de onderhandelingen hierover in de lokale comités wordt als bijlage bij de samenwerkingsovereenkomst gevoegd.
11+De school kan, na onderhandeling in het lokale comité, uren-leraar overdragen aan een centrum voor volwassenenonderwijs of een centrum voor basiseducatie waarmee wordt samengewerkt.
12+Bij de overdracht van uren-leraar naar een centrum voor volwassenenonderwijs wordt elk overgedragen uur-leraar omgezet in 40 leraarsuren.
13+Bij de overdracht van uren-leraar naar een centrum voor basiseducatie wordt elk overgedragen uur-leraar omgezet in 0,05 VTE.
+10 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 177
1212c) de programmatie door middel van één geïntegreerd dossier wordt ingediend;
13139° een domeinoverschrijdend structuuronderdeel aso op voorwaarde dat de school een domeinschool of campusschool is.
14+10° het domeinoverschrijdend structuuronderdeel bijzondere wetenschappelijke vorming in het 7de leerjaar gericht op het hoger onderwijs als de school al de derde graad van de doorstroomfinaliteit of de dubbele finaliteit organiseert;
15+11° het domeinoverschrijdend structuuronderdeel in het 7de leerjaar gericht op het hoger onderwijs en dat leidt tot een diploma dat toegang verleent tot een bacheloropleiding als de school al de derde graad van de arbeidsmarktfinaliteit organiseert;
16+12° een niet-niche structuuronderdeel van het studiedomein kunst en creatie in het 7de leerjaar gericht op het hoger onderwijs als de school al het studiedomein kunst en creatie in de derde graad van de doorstroomfinaliteit of de dubbele finaliteit organiseert;
17+13° een niet-niche structuuronderdeel van een studiedomein in het 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt na behaalde onderwijskwalificatie niveau 4, als de school al dat studiedomein in de derde graad van de dubbele finaliteit organiseert;
18+14° een niet-niche structuuronderdeel van een studiedomein in het 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt na behaalde onderwijskwalificatie niveau 3, als de school al dat studiedomein in de derde graad van de dubbele finaliteit of de arbeidsmarktfinaliteit organiseert.
14−Het schoolbestuur meldt de programmatie schriftelijk bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap uiterlijk op 1 april van het voorafgaande schooljaar . Bij de voormelde melding worden de volgende documenten gevoegd:
19+Het schoolbestuur meldt de programmatie schriftelijk bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap uiterlijk op 1 april van het voorafgaande schooljaar en uiterlijk op 30 september van het lopende schooljaar als het een 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt betreft dat van start gaat op 1 februari daaropvolgend. Bij de voormelde melding worden de volgende documenten gevoegd:
15201° het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité;
16212° als de school tot een scholengemeenschap behoort: een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.
22+Als de programmatie het rechtstreekse gevolg is van een manifeste overmachtssituatie die, omwille van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne, de ingebruikname van een andere vestigingsplaats noodzakelijk maakt, kan de Vlaamse Regering afwijken van de termijnen, vermeld in dit artikel. Mits toegestane afwijking:
23+1° blijft, onder de voorwaarden van dit artikel, de programmatie vrij;
24+2° kan de programmatie enkel betrekking hebben op structuuronderdelen die de school al inricht of mag inrichten en die door de overmachtssituatie zijn gevat;
25+3° is de minimumnorm, vermeld in artikel 179, niet van toepassing.
+15 −10 codex-secundair-onderwijs/art. 178
1−Met behoud van de toepassing van artikel 176 vraagt het schoolbestuur de programmatie van een structuuronderdeel dat niet onder de toepassing van artikel 177 valt, bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aan uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar . De voormelde aanvraagtermijn geldt als vervaltermijn.
1+Met behoud van de toepassing van artikel 176 vraagt het schoolbestuur de programmatie van een structuuronderdeel dat niet onder de toepassing van artikel 177 valt, bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aan uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar en uiterlijk op 30 september van het lopende schooljaar als het een 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt betreft dat van start gaat op 1 februari daaropvolgend. De voormelde aanvraagtermijnen gelden als vervaltermijnen.
2+In het derde leerjaar van de derde graad wordt onder “de programmatie van een structuuronderdeel dat niet onder de toepassing van artikel 177 valt” als vermeld in het eerste lid, uitsluitend verstaan:
3+1° de programmatie van een niche structuuronderdeel van een studiedomein in het 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt na behaalde onderwijskwalificatie niveau 4, als de school al dat studiedomein in de derde graad van de dubbele finaliteit organiseert;
4+2° de programmatie van een niche structuuronderdeel van een studiedomein in het 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt na behaalde onderwijskwalificatie niveau 3, als de school al dat studiedomein in de derde graad van de dubbele finaliteit of de arbeidsmarktfinaliteit organiseert.
2−De motivering van de aanvraag, vermeld in het eerste lid, houdt in elk geval rekening met de criteria, vermeld in het vierde lid, 1° tot en met 8°. Bij de voormelde aanvraag worden de volgende documenten gevoegd:
5+De motivering van de aanvraag, vermeld in het eerste lid, houdt in elk geval rekening met de criteria, vermeld in het vijfde lid, 1° tot en met 8°. Bij de voormelde aanvraag worden de volgende documenten gevoegd:
3−1° het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité;
6+1° het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité; 2° als de school tot een scholengemeenschap behoort: een uittreksel van het
4−2° als de school tot een scholengemeenschap behoort: een uittreksel van het
57proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.
68De Vlaamse Regering beslist over de programmatie na advies van de volgende instanties:
7−1° de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap;
9+1° de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap; 2° de Vlaamse Onderwijsraad;
8−2° de Vlaamse Onderwijsraad;
9103° in geval van een structuuronderdeel met dubbele finaliteit of finaliteit arbeidsmarkt: de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen.
10−De Vlaamse Regering houdt bij haar beslissing, vermeld in het derde lid, rekening met de volgende cumulatieve criteria:
11+De Vlaamse Regering houdt bij haar beslissing, vermeld in het vierde lid, rekening met de volgende cumulatieve criteria:
11121° de eventuele beperkingen of voorwaarden die vanuit macrodoelmatigheid aan het aanbod van het structuuronderdeel zijn gekoppeld;
12132° de eventuele opheffing van een of meer bestaande structuuronderdelen die gelijktijdig met de programmatie doorgevoerd worden;
13143° de kwantitatieve en kwalitatieve behoeften op het vlak van het aanbod van secundair onderwijs in de onderwijszone in kwestie, met het oog op vervolgonderwijs of toetreding tot de arbeidsmarkt;
14154° de keuzevrijheid van ouders en leerlingen;
15−5° de studiecontinuïteit van leerlingen binnen de school of de scholengemeenschap;
16+5° de studiecontinuïteit van leerlingen binnen de school of de scholengemeenschap; 6° in geval van een structuuronderdeel met dubbele finaliteit of finaliteit arbeids-
16−6° in geval van een structuuronderdeel met dubbele finaliteit of finaliteit arbeidsmarkt:
17+markt:
1718a) de getroffen voorbereidingen op het vlak van materiële infrastructuur en leermiddelen die voldoende en gepast zijn met het oog op de te verwerven competenties van het geprogrammeerde structuuronderdeel;
1819b) de aantoonbare samenwerkingsmogelijkheden met lokale arbeidsmarktactoren en de bedrijfswereld;
19207° de afspraken die met andere lokale onderwijsinrichters binnen en buiten de betrokken scholengemeenschap zijn gemaakt over een rationeel en transparant studieaanbod;
20218° in geval van een duaal structuuronderdeel: de afstemming binnen het overlegforum, vermeld in artikel 357/32.
21−De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 maart van het voorafgaande schooljaar. De voormelde beslissingstermijn geldt als ordetermijn.
22+De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 maart van het voorafgaande schooljaar en uiterlijk op 15 december van het lopende schooljaar als het een 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt betreft dat van start gaat op 1 februari daaropvolgend. De voormelde beslissingstermijnen gelden als ordetermijnen.
23+Als de programmatie het rechtstreekse gevolg is van een manifeste overmachtssituatie die, omwille van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne, de ingebruikname van een andere vestigingsplaats noodzakelijk maakt, kan de Vlaamse Regering afwijken van de termijnen, vermeld in dit artikel. Mits toegestane afwijking:
24+1° blijft, onder de voorwaarden van dit artikel, de programmatie afhankelijk van een beslissing van de Vlaamse Regering;
25+2° kan de programmatie enkel betrekking hebben op structuuronderdelen die de school al inricht of mag inrichten en die door de overmachtssituatie zijn gevat;
26+3° is de minimumnorm, vermeld in artikel 179, niet van toepassing.
+0 −6 codex-secundair-onderwijs/art. 179/1 opgeheven
1−Met behoud van de toepassing van artikel 176, uitgezonderd de mogelijkheid om het structuuronderdeel te organiseren met ingang van het tweede daaropvolgende schooljaar, vermeld in artikel 176, eerste lid, 7°, kan tot en met het schooljaar 2024-2025 in het bso een structuuronderdeel van het derde leerjaar van de derde graad worden geprogrammeerd, met uitzondering van het 7de leerjaar gericht op het hoger onderwijs, dat door de Vlaamse Regering is vastgelegd in uitvoering van artikel 124 en 126.
2−De programmatie wordt opgevat als noodzakelijk om, na de verleende programmatie van een structuuronderdeel van de derde graad bso, de studiecontinuïteit van de leerlingen te garanderen binnen de school of scholengemeenschap vanaf het schooljaar dat onmiddellijk volgt op de volledige uitbouw van het eerder geprogrammeerd structuuronderdeel. De studiecontinuïteit maakt het mogelijk om het diploma van secundair onderwijs te verwerven.
3−In voorkomend geval vraagt het schoolbestuur de programmatie bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aan uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar. De voormelde aanvraagtermijn geldt als vervaltermijn. Bij de voormelde aanvraag worden de volgende documenten gevoegd:
4−1° het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité;
5−2° als de school tot een scholengemeenschap behoort: een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.
6−De Vlaamse Regering beslist over de programmatie na advies van enerzijds de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap en anderzijds de Vlaamse Onderwijsraad. De voormelde beslissing wordt genomen uiterlijk op 31 maart van het voorafgaande schooljaar. De voormelde beslissingstermijn geldt als ordetermijn.
+0 −4 codex-secundair-onderwijs/art. 179/2 opgeheven
1−Met behoud van de toepassing van artikel 176 kan tot en met het schooljaar 2024-2025 in het bso het 7de leerjaar gericht op het hoger onderwijs, vrij worden geprogrammeerd. De programmatie wordt opgevat als een voorbereiding op de lokale invulling van het gemoderniseerde secundaire studieaanbod.
2−Het schoolbestuur meldt de programmatie schriftelijk bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap uiterlijk op 1 april van het voorafgaande schooljaar. Bij de voormelde melding worden de volgende documenten gevoegd:
3−1° het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité;
4−2° als de school tot een scholengemeenschap behoort: een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.
+2 −2 codex-secundair-onderwijs/art. 196
1−§ 1. In afwijking van artikel 190, § 2, wordt per graad de rationalisatienorm voor een school die uitsluitend zeevisserijonderwijs organiseert als volgt vastgesteld :
1+§ 1. In afwijking van artikel 190, § 2, wordt per graad de rationalisatienorm voor een school die uitsluitend maritiem onderwijs organiseert als volgt vastgesteld :
221° eerste graad : 37;
332° tweede graad : 30;
443° derde graad : 20.
5−§2. De rationalisatienormenvermeld in § 1zijn niet vereist indien de school de enige is die in het betrokken onderwijsnet zeevisserijonderwijs en, eventueel, inhoudelijk naar zeevisserijonderwijs gerichte structuuronderdelen "wetenschappen" (tweede graad aso) en "wetenschappen-wiskunde" (derde graad aso) organiseert.
5+§2. De rationalisatienormen, vermeld in paragraaf 1, zijn niet vereist als de school de enige is die in het onderwijsnet in kwestie maritiem onderwijs en, eventueel, inhoudelijk naar maritiem onderwijs gerichte structuuronderdelen natuurwetenschappen (tweede graad aso) en wetenschappen-wiskunde (derde graad aso) organiseert.
+4 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 225
88De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het beantwoorden aan de in § 1, 1°, 2° en 3°, bedoelde gelijkekansenindicator wordt vastgesteld en legt de procedure vast volgens dewelke de gegevens worden gemeld aan het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. Zij houdt daarbij rekening met de vigerende regelgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
99De documenten of verklaringen die aantonen dat leerlingen beantwoorden aan één of meer van de gelijkekansenindicatoren worden ten minste vijf jaar bewaard in de school.
10+Als voor de toepassing van paragraaf 1, 2°, gegevens op een elektronische wijze worden uitgewisseld met andere overheden, worden de volgende gegevens uitgewisseld:
11+a) voor de leerlingen die voldoen aan artikel 3, 17°/2/1, a) of b), het INSZ-nummer van de leerling en indien van toepassing de begin- en einddatum van de overeenkomst van verblijf in het multifunctionele centrum, bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap en de doorverwijzende instantie;
12+b) voor de leerlingen die voldoen aan artikel 3, 17°/2/1, c), het INSZ-nummer, voor de leerlingen met INSZ-nummer en de einddatum van de status, vermeld in artikel 3, 17°/2/1, c), en bijkomende gegevens voor leerlingen zonder INSZ-nummer, de voornaam, de familienaam, de geboortedatum, het geslacht, de nationaliteit en het adres van de laatste opvangplaats met het oog op unieke identificatie.
13+De gegevens worden verwerkt door de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid die instaat voor de berekening van de omkadering van de scholen. Deze bevoegde dienst is de verwerkingsverantwoordelijke van de gegevens. De maximale bewaartermijn voor deze gegevens is 30 jaar.
1014§ 3. De Vlaamse Regering kent aan elke gelijkekansenindicator een gewicht toe. Voor de eerste graad van het secundair onderwijs bepaalt zij tevens het maximum van de gecumuleerde gewichten, dat ten minste gelijk is aan het hoogste gewicht dat aan een gelijkekansenindicator wordt toegekend en ten hoogste gelijk is aan anderhalf maal dit hoogste gewicht. De hoogste gewichten worden toegekend aan de in § 1, 2° en 3°, bedoelde gelijkekansenindicatoren. De in § 1, 5°, bedoelde gelijkekansenindicator wordt enkel gewogen in combinatie met andere gelijkekansenindicatoren. (224)
+4 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 233
77De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het beantwoorden aan de in § 1, 1°, 2° en 3°, bedoelde gelijkekansenindicator wordt vastgesteld en legt de procedure vast volgens dewelke de gegevens worden gemeld aan het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. Zij houdt daarbij rekening met de vigerende regelgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
88De documenten of verklaringen die aantonen dat leerlingen beantwoorden aan één of meer van de gelijkekansenindicatoren worden ten minste vijf jaar bewaard in de school.
9+Als voor de toepassing van paragraaf 1, 2°, gegevens op een elektronische wijze worden uitgewisseld met andere overheden, worden de volgende gegevens uitgewisseld:
10+a) voor de leerlingen die voldoen aan artikel 3, 17°/2/1, a) of b), het INSZ-nummer van de leerling en indien van toepassing de begin- en einddatum van de overeenkomst van verblijf in het multifunctionele centrum, bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap en de doorverwijzende instantie;
11+b) voor de leerlingen die voldoen aan artikel 3, 17°/2/1, c), het INSZ-nummer, voor de leerlingen met INSZ-nummer en de einddatum van de status, vermeld in artikel 3, 17°/2/1, c), en bijkomende gegevens voor leerlingen zonder INSZ-nummer, de voornaam, de familienaam, de geboortedatum, het geslacht, de nationaliteit en het adres van de laatste opvangplaats met het oog op unieke identificatie.
12+De gegevens worden verwerkt door de bevoegde dienst van de Vlaamse overheid die instaat voor de berekening van de omkadering van de scholen. Deze bevoegde dienst is de verwerkingsverantwoordelijke van de gegevens. De maximale bewaartermijn voor deze gegevens is 30 jaar.
913§ 3. De Vlaamse Regering kent aan elke gelijkekansenindicator een gewicht toe. Zij bepaalt tevens het maximum van de gecumuleerde gewichten, dat ten minste gelijk is aan het hoogste gewicht dat aan een gelijkekansenindicator wordt toegekend en ten hoogste gelijk is aan anderhalf maal dit hoogste gewicht. De hoogste gewichten worden toegekend aan de in § 1, 2° en 3°, bedoelde gelijkekansenindicatoren.
1014De in § 1, 5°, bedoelde gelijkekansenindicator wordt enkel gewogen in combinatie met andere gelijkekansenindicatoren. (232)
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 251/1
1−Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget vermeld in artikel 249, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDABof ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
1+Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget vermeld in artikel 249, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk en Sociale Economie of ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
22De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.
33Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 251/1
1−Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget vermeld in artikel 249, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk en Sociale Economie of ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
1+Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget vermeld in artikel 249, 48/2 of 48/3, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk en Sociale Economie of ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
22De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.
33Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing.
+1 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 253/17
1010In afwijking van het zevende lid, kunnen een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP beslissen om uiterlijk na de einddatum van de aanmeldingsperiode en voordat de resultaten van de aanmelding worden bekendgemaakt deze controle te doen.
1111Wanneer een via een aanmeldingsprocedure ingeschreven leerling alsnog wordt ingeschreven in een school van hogere keuze, mag de school van lagere keuze de eerder gerealiseerde inschrijving beëindigen.
12+Voor het ordenen, toewijzen en weigeren van aangemelde leerlingen is het schoolbestuur de verwerkingsverantwoordelijke. In geval van een verwerking door een LOP blijft het schoolbestuur of de gemandateerde de verwerkingsverantwoordelijke.
1213§ 3. Indien de leerling in geen enkele school of vestigingsplaats gunstig gerangschikt kan worden, krijgen de aangemelde leerling en de betrokken personen uiterlijk op de door de Vlaamse Regering bepaalde datum, schriftelijk of via elektronische drager melding over het niet kunnen toewijzen van de aangemelde leerling aan een door de betrokken personen of leerling gekozen school of
1314vestigingsplaats.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 253/22
66Onder volzet verklaren, wordt verstaan dat een school- of centrumbestuur elke bijkomende inschrijving weigert, behoudens de gevallen, vermeld in artikel 253/24, wanneer ze het vooropgestelde maximaal aantal leerlingen heeft ingeschreven.
77Het school- of centrumbestuur meldt de volzetverklaring of de eventuele opheffing ervan aan:
8−a) het LOP in het geval de school of het centrum is gelegen in een gemeente die behoort tot het werkingsgebied van een LOP ;
8+a) het LOP als de school of het centrum in een gemeente ligt die behoort tot het werkingsgebied van een LOP of als de school of het centrum het meedelen van de weigeringen gemandateerd heeft aan het LOP;
99b) aan de school- en centrumbesturen van de andere scholen en centra gelegen in die gemeente indien de school of het centrum is gelegen buiten het werkingsgebied van een LOP.
+3 −3 codex-secundair-onderwijs/art. 253/26
1−§ 1. Een schoolbestuur , of het daartoe gemandateerde schoolbestuur of het LOP, dat een leerling weigert, deelt haar beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of digitaal mee aan de ouders van de leerling en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. Die melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerlingen en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels bepalen over de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking. De weigeringsdocumenten worden ook, op vraag van de ouders, op papier ter beschikking gesteld.
1+§ 1. Als een schoolbestuur een leerling weigert, deelt dat schoolbestuur of het schoolbestuur dat daarvoor is gemandateerd, of het LOP, zijn beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of digitaal mee aan de ouders van de leerling en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. Die melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerlingen en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels bepalen over de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking. De weigeringsdocumenten worden ook, op vraag van de ouders, op papier ter beschikking gesteld.
22§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt het model waarmee het schoolbestuur de weigering meedeelt aan de betrokken personen en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.
3−Het model, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
3+Het model, vermeld in het eerste lid, bevat naast de elementen, vermeld in paragraaf 1, al de volgende elementen:
441° de feitelijke en de juridische grond van de beslissing tot weigering;
552° de informatie over de mogelijkheden voor bemiddeling, eerstelijnsklachten en het indienen van een klacht bij de CLR.
6−Indien de weigering gebeurde op basis van bereikte capaciteit of na volzetverklaring als vermeld in artikel 253/10, 253/13 en 253/22, deelt het schoolbestuurmee op welke plaats onder de geweigerde leerlingen opgenomen in het inschrijvingsregister de betrokken leerling staat.
6+Indien de weigering gebeurde op basis van bereikte capaciteit of na volzetverklaring als vermeld in artikel 253/10, 253/13 en 253/22, deelt het schoolbestuur, het schoolbestuur dat daarvoor is gemandateerd of het gemandateerde LOP mee op welke plaats onder de geweigerde leerlingen opgenomen in het inschrijvingsregister de betrokken leerling staat.
77§ 3. De betrokken personen krijgen op hun verzoek toelichting bij de beslissing van het schoolbestuur.
+1 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 253/48
1010In afwijking van het zevende lid, kunnen een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP beslissen om uiterlijk na de einddatum van de aanmeldingsperiode en voordat de resultaten van de aanmelding worden bekendgemaakt deze controle te doen.
1111Wanneer een via een aanmeldingsprocedure ingeschreven leerling alsnog wordt ingeschreven in een school van hogere keuze, mag de school van lagere keuze de eerder gerealiseerde inschrijving beëindigen.
12+Voor het ordenen, toewijzen en weigeren van aangemelde leerlingen is het schoolbestuur de verwerkingsverantwoordelijke. In geval van een verwerking door een LOP blijft het schoolbestuur of de gemandateerde de verwerkingsverantwoordelijke.
1213§ 3. Indien de leerling in geen enkele school of vestigingsplaats gunstig gerangschikt kan worden, krijgen de aangemelde leerling en de betrokken personen uiterlijk op de door de Vlaamse Regering bepaalde datum, schriftelijk of via elektronische drager melding over het niet kunnen toewijzen van de aangemelde leerling aan een door de betrokken personen of leerling gekozen school of vestigingsplaats.
1314Aan de aangemelde leerling en de betrokken personen wordt tevens meegedeeld welke plaats bij de niet-toegewezen leerlingen de aangemelde leerling heeft ingenomen in het aanmeldingsregister van de verschillende scholen of vestigingsplaatsen waarvoor de aangemelde leerling of de betrokken personen hadden gekozen.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 253/54
11§ 1. Een school- of centrumbestuur hanteert voor alle overeenkomstig artikel 253/53 bepaalde niveaus waarop capaciteit wordt bepaald een inschrijvingsregister waarin het alle inschrijvingen en weigeringen chronologisch noteert.
2−Met uitzondering van de inschrijvingen, vermeld in artikel 253/55, §§ 1 en 2, wordt voor inschrijvingen de volgorde van de geweigerde leerlingen gerespecteerden dit tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had.
2+Met uitzondering van de inschrijvingen, vermeld in artikel 253/55, §§ 1 en 2, wordt voor inschrijvingen de volgorde van de geweigerde leerlingen gerespecteerd, ook rekening houdend met het aandeel zoals bepaald in paragraaf 2 van artikel 253/53, van leerlingen met minstens één ouder die het Nederlands in voldoende mate machtig is zoals bepaald in artikel 253/44, en dit tot en met de vijfde schooldag van oktober van het schooljaar waarop de inschrijving betrekking had.
33§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt het model van inschrijvingsregister.
44§ 3. Het verloop van de inschrijvingen en weigeringen kan onderworpen worden aan een controle door de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.
+3 −3 codex-secundair-onderwijs/art. 253/57
1−§ 1. Een schoolbestuur , of het daartoe gemandateerde schoolbestuur of het LOP, dat een leerling weigert, deelt haar beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of digitaal mee aan de ouders van de leerling en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. Die melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerlingen en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels bepalen over de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en de procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking. De weigeringsdocumenten worden ook, op vraag van de ouders, op papier ter beschikking gesteld.
1+§ 1. Als een schoolbestuur een leerling weigert, deelt dat schoolbestuur of het schoolbestuur dat daarvoor is gemandateerd of het LOP, zijn beslissing binnen een termijn van zeven kalenderdagen schriftelijk of digitaal mee aan de ouders van de leerling en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap bezorgen die melding aan het LOP. Die melding bevat het rijksregisternummer en de identificatiegegevens van de leerlingen en de feitelijke en juridische grond van de weigering. De Vlaamse Regering kan de regels bepalen over de opslagperioden en de verwerkingsactiviteiten en de procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking. De weigeringsdocumenten worden ook, op vraag van de ouders, op papier ter beschikking gesteld.
22§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt het model waarmee het schoolbestuur de weigering meedeelt aan de betrokken personen en aan de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.
3−Het model, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
3+Het model, vermeld in het eerste lid, bevat naast de elementen, vermeld in paragraaf 1, al de volgende elementen:
441° de feitelijke en de juridische grond van de beslissing tot weigering;
552° de informatie over de mogelijkheden voor bemiddeling, eerstelijnsklachten en het indienen van een klacht bij de CLR.
6−Indien de weigering gebeurde op basis van bereikte capaciteit als vermeld in artikel 253/42 en 253/53, deelt het schoolbestuur mee op welke plaats onder de geweigerde leerlingen opgenomen in het inschrijvingsregister de betrokken leerling staat.
6+Indien de weigering gebeurde op basis van bereikte capaciteit als vermeld in artikel 253/42 en 253/53, deelt het schoolbestuur of het schoolbestuur dat daartoe gemandateerd is of het gemandateerde LOP mee op welke plaats onder de geweigerde leerlingen opgenomen in het inschrijvingsregister de betrokken leerling staat.
77§ 3. De betrokken personen krijgen op hun verzoek toelichting bij de beslissing van het schoolbestuur.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 292
11Kinderen en adolescenten kunnen als regelmatige leerling in een school voor buitengewoon secundair onderwijs worden toegelaten op basis van een IAC-verslag of OV4-verslag :
221° na de zomervakantie van het jaar waarin ze de leeftijd van dertien jaar bereiken;
3−2° op gemotiveerd advies, opgenomen in het IAC-verslag of OV4-verslag, na de zomervakantie van het jaar waarin ze de leeftijd van twaalf jaar bereiken;
3+2° op gemotiveerd advies, opgenomen in het IAC-verslag of OV4-verslag, na de zomervakantie van het jaar waarin ze de leeftijd van twaalf jaar bereiken; In afwijking van het voormelde is het gemotiveerde advies niet nodig voor de toelating tot het eerste leerjaar B van opleidingsvorm 4;
443° als ze meer dan eenentwintig jaar zijn en voldoen aan de bepalingen van één van de paragrafen van artikel 293.
554° als ze beschikken over een getuigschrift basisonderwijs.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 332/1
1−Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget vermeld in artikel 329, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDABof ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het buitengewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het buitengewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
1+Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget vermeld in artikel 329, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk en Sociale Economie of ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het buitengewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het buitengewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
22De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.
33Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing.
+7 −9 codex-secundair-onderwijs/art. 336
1−§1. Opleidingsvorm 3 omvat vier fases: de observatiefase, de opleidingsfase, de kwalificatiefase en de facultatieve integratiefase:
1+§1. Opleidingsvorm 3 omvat vier fases: de observatiefase, de opleidingsfase, de kwalificatiefase en de facultatieve integratiefase:
221° de observatiefase omvat één schooljaar;
332° de opleidingsfase omvat twee schooljaren;
443° de kwalificatiefase omvat twee schooljaren;
554° de facultatieve integratiefase omvat één schooljaar in de vorm van een alternerende beroepsopleiding, bestaande uit 1200 uur vorming op school en werkervaring in een bedrijf. De vorming op school bestaat uit minimum 400 uur algemene en sociale vorming en beroepsgerichte vorming. De werkervaring bestaat uit minimum 700 uur werkervaring in een regulier bedrijf in de vorm van leerlingenstage.
6−§2. In deze opleidingsvorm kan tijdens het schooljaar in het laatste jaar van de opleidingsfase en in de kwalificatiefase gedurende een beperkt aantal dagen een leerlingenstage worden ingericht, die in groep en onder voortdurende begeleiding van de leraar plaatsvindt. In de kwalificatiefase is tijdens het schooljaar gedurende een beperkt aantal dagen leerlingenstage verplicht, waarbij elke leerling-stagiair afzonderlijk op stage gaat. Uitzonderlijk kunnen de leerlingenstages die in de kwalificatiefase plaatsvinden georganiseerd worden tijdens de vakanties. De werkervaring in de integratiefase wordt organisatorisch gelijkgesteld met een leerlingenstage.
6+§2. In deze opleidingsvorm kan tijdens het schooljaar in het laatste jaar van de opleidingsfase en in de kwalificatiefase gedurende een beperkt aantal dagen een leerlingenstage worden ingericht, die in groep en onder voortdurende begeleiding van de leraar plaatsvindt. In de kwalificatiefase is tijdens het schooljaar gedurende een beperkt aantal dagen leerlingenstage verplicht, waarbij elke leerling-stagiair afzonderlijk op stage gaat. Uitzonderlijk kunnen de leerlingenstages die in de kwalificatiefase plaatsvinden georganiseerd worden tijdens de vakanties. De werkervaring in de integratiefase wordt organisatorisch gelijkgesteld met een leerlingenstage.
7−§ 3. ....
7+§3. De opleidingsprofielen, die voor elke opleiding van opleidingsvorm 3 de generieke en beroepsspecifieke competenties en de algemene vorming vastleggen, worden onder coördinatie van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap ontwikkeld in overleg met het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs en ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering.
8−§4. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels inzake:
8+§4. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels inzake:
991° de organisatie van opleidingsvorm 3;
10−2° de inhoud van opleidingsvorm 3;
11−3° de opleidingen die kunnen worden georganiseerd in opleidingsvorm 3;
10+2° de opleidingen die kunnen worden georganiseerd in opleidingsvorm 3;
12−4° de opleidingsprofielen;
13−5° de bevoegdheden van de klassenraad.
11+3° de inhoudelijke, organisatorische en vormelijke elementen die een opleidingsprofiel moet omvatten en de procedure voor indiening en goedkeuring van een opleidingsprofiel.
14−§5. In afwijking van paragraaf 1, 4°, en paragraaf 2 en 3, wordt in duaal leren op het niveau van de integratiefase van opleidingsvorm 3 de werkervaring in een regulier bedrijf georganiseerd onder de vorm van een arbeidsdeelname in een regulier bedrijf als vermeld in artikel 357/2.
12+§5. In afwijking van paragraaf 1, 4°, en paragraaf 2, wordt in duaal leren op het niveau van de integratiefase van opleidingsvorm 3 de werkervaring in een regulier bedrijf georganiseerd onder de vorm van een arbeidsdeelname in een regulier bedrijf als vermeld in artikel 357/2.
+1 −12 codex-secundair-onderwijs/art. 357/8
11§1. Voor de programmatie van een duaal structuuronderdeel binnen het gemoderniseerde secundair onderwijs zijn de bepalingen van artikel 176 tot en met 179 van toepassing, met uitzondering van artikel 177 in geval van programmatie door een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.
2−§2. Voor de programmatie tot en met het schooljaar 2024-2025 van een duaal structuuronderdeel van het derde leerjaar van de derde graad binnen het niet-gemoderniseerde secundair onderwijs zijn het tweede tot en met het zesde lid van toepassing.
3−Met behoud van de toepassing van artikel 176 vraagt het schoolbestuur de programmatie bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aan uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar en uiterlijk op 30 september van het lopende schooljaar als het een 7de leerjaar betreft dat van start gaat op 1 februari daaropvolgend. De voormelde aanvraagtermijnen gelden als vervaltermijnen.
4−De motivering van de aanvraag, vermeld in het tweede lid, houdt in elk geval rekening met de cumulatieve criteria, vermeld in artikel 178, vierde lid. Bij de voormelde aanvraag worden de volgende documenten gevoegd:
5−1° het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité;
6−2° als de school tot een scholengemeenschap behoort: een uittreksel van het
7−proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.
8−De Vlaamse Regering beslist over de programmatie na advies van de volgende instanties:
9−1° de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap;
10−2° de Vlaamse Onderwijsraad;
11−3° de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen.
12−De Vlaamse Regering houdt bij haar beslissing rekening met de cumulatieve criteria, vermeld in artikel 178, vierde lid.
13−De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 maart van het voorafgaande schooljaar en uiterlijk op 15 december van het lopende schooljaar als het een 7de leerjaar betreft dat van start gaat op 1 februari daaropvolgend. De voormelde beslissingstermijnen gelden als ordetermijnen.
2+§2. ...
+0 −2 codex-secundair-onderwijs/art. 357/16 opgeheven
1−In een duaal structuuronderdeel is studievoortgang van rechtswege toegelaten als een onderliggende beroepskwalificatie behaald wordt, ongeacht of een onderwijskwalificatie behaald wordt.
2−In het standaardtraject wordt opgenomen wat beschouwd kan worden als een onderliggende beroepskwalificatie voor een duaal structuuronderdeel als vermeld in het eerste lid.
+1 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 357/25
11Uitsluitend voor de financiering of subsidiëring in de vorm van personeelsomkadering van duale structuuronderdelen als voltijds secundair onderwijs, ingericht door een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, gelden de berekeningsmodaliteiten van het deeltijds beroepssecundair onderwijs.
2+Het eerste lid is niet van toepassing voor de uren-leraar voor anderstalige nieuwkomers in een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 357/29
1−De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare kredieten subsidies verlenen aan de organisatoren. De organisatoren worden gesubsidieerd op basis van effectieve prestaties per leerling in de ondersteuning op de werkplek.
1+De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare kredieten subsidies verlenen aan de organisatoren. De organisatoren worden gesubsidieerd op basis van effectieve prestaties in de ondersteuning op de werkplek.
22De Vlaamse Regering bepaalt:
331° de selectieprocedure die gebruikt wordt om de organisatoren aan te wijzen;
+0 −6 codex-secundair-onderwijs/art. 357/45 opgeheven
1−Om als regelmatig leerling tot een aanloopstructuuronderdeel van de derde graad te kunnen worden toegelaten, moeten al de volgende voorwaarden vervuld zijn:
2−1° voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht;
3−2° beantwoorden aan de specifieke toelatingsvoorwaarden tot het duale structuuronderdeel in kwestie zoals bepaald in het standaardtraject; in afwijking hiervan geldt voor leerlingen die hetzij overstappen van een school met een buitenlands onderwijssysteem of van een school die is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België en al dan niet onthaalonderwijs hebben gevolgd, hetzij overstappen van een school voor buitengewoon secundair onderwijs, behoudens opleidingsvorm 4, een gunstige beslissing met betrekking tot vereiste vooropleiding of studiebewijzen van de klassenraad die beslist over de toelating als toelatingsvoorwaarde, zonder afbreuk te doen aan de specifieke toelatingsvoorwaarden van het duale structuuronderdeel;
4−3° niet beschikken over een arbeidsdeelname.
5−In afwijking van de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 1°, kan een leerling bijzondere toelating krijgen om vanaf het begin van het schooljaar waarin hij deeltijds leerplichtig wordt, het aanloopstructuuronderdeel te volgen. Het bestuur van de aanbieder van de aanloopfase geeft die toelating op advies van het centrum voor leerlingenbegeleiding waarmee de instelling voor voltijds onderwijs waar de jongere de lessen volgt, samenwerkt.
6−De bepalingen van dit artikel houden op uitwerking te hebben op 1 september 2023 in het eerste leerjaar van de derde graad en op 1 september 2024 in het tweede leerjaar van de derde graad.
+0 −2 codex-secundair-onderwijs/art. 357/50
11Bij de leerlingenevaluatie doet de klassenraad, naast de studievoortgang, eveneens uitspraak over de wenselijkheid tot verderzetting en invulling van de aanloopfase.
2−Studievoortgang binnen een aanloopstructuuronderdeel of tussen aanloopstructuuronderdelen van hetzelfde standaardtraject is van rechtswege mogelijk op basis van het behalen van een afgewerkte set van beroepsgerichte competenties, ongeacht de voortgang in de algemeenvormende competenties.
3−Voor een regelmatige leerling die zijn aanloopstructuuronderdeel in de loop van of op het einde van het schooljaar beëindigt, beslist de klassenraad, na evaluatie, over de studiebekrachtiging. De studiebekrachtiging in aanloopstructuuronderdelen is gebaseerd op beroepskwalificaties of op onderdelen ervan.
42De Vlaamse Regering legt de lijst van studiebewijzen vast die uitgereikt kunnen worden in aanloopstructuuronderdelen.
+1 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 357/52
11Uitsluitend voor de financiering of subsidiëring in de vorm van personeelsomkadering van aanloopstructuuronderdelen als voltijds secundair onderwijs, ingericht door een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, gelden de berekeningsmodaliteiten van het deeltijds beroepssecundair onderwijs.
2+Het eerste lid is niet van toepassing voor de uren-leraar voor anderstalige nieuwkomers in een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen.
+1 −1 decreet-2018-04-27/art. 48
11§ 1. Het bestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 26, personeel voor specifieke opdrachten aanwerven.
22Deze personeelsleden vallen onder de toepassing van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
3−§ 2. Het bestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 26, van de Vlaamse ondersteuningspremie, uitgekeerd door de VDAB, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent of ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het voormelde besluit, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ook personeelsleden aanwerven op basis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, respectievelijk het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991. In het gemeenschapsonderwijs kan een bestuur het voormelde principe aanwenden voor de personeelscategorieën die van toepassing zijn in de centra voor leerlingenbegeleiding, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een bestuur het voormelde principe aanwenden voor de personeelscategorieën die van toepassing zijn in de centra voor leerlingenbegeleiding vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.
3+§ 2. Het bestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 26, van de Vlaamse ondersteuningspremie, uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk en Sociale Economie, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent of ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het voormelde besluit, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, ook personeelsleden aanwerven op basis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, respectievelijk het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991. In het gemeenschapsonderwijs kan een bestuur het voormelde principe aanwenden voor de personeelscategorieën die van toepassing zijn in de centra voor leerlingenbegeleiding, vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een bestuur het voormelde principe aanwenden voor de personeelscategorieën die van toepassing zijn in de centra voor leerlingenbegeleiding vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991.
44De betrekking die met de middelen, vermeld in het eerste lid, wordt opgericht kan niet vacant worden verklaard en het bestuur kan in geen geval een personeelslid vastbenoemen, affecteren of muteren in die betrekking.
55Het personeelslid dat door een bestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 is op hem van toepassing.
+0 −5 decreet-2008-07-10/art. 20 opgeheven
1−De Vlaamse Regering bepaalt welke opleidingen vanaf het schooljaar 2021-2022 vrij programmeerbaar, programmeerbaar mits goedkeuring door de Vlaamse Regering of niet programmeerbaar zijn. Een programmatie is noodzakelijk bij de oprichting van een opleiding die niet georganiseerd is op 1 oktober van de twee voorafgaande schooljaren, met de bedoeling om die opleiding in aanmerking te laten komen voor financiering of subsidiëring.
2−Een vrij programmeerbare opleiding wordt door het centrumbestuur schriftelijk gemeld bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap uiterlijk op 1 april van het voorafgaande schooljaar. Een programmatie mits goedkeuring door de Vlaamse Regering wordt door het centrumbestuur schriftelijk aangevraagd bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar. De motivering van de aanvraag houdt rekening met de criteria 1° tot en met 8°, vermeld in artikel 357/8 van de Codex Secundair Onderwijs. De onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap enerzijds en de Vlaamse Onderwijsraad anderzijds brengen een advies uit over de programmatie. De beslissing van de Vlaamse Regering, die ook rekening houdt met voormelde criteria, wordt genomen uiterlijk 31 maart van het voorafgaande schooljaar. De in dit lid voorziene termijnen zijn vervaltermijnen. Een programmatie die de uiterlijke datum voor melding of aanvraag overschrijdt, is onontvankelijk. Als de Vlaamse Regering niet op de uiterlijke datum heeft beslist, is de programmatie van rechtswege goedgekeurd.
3−Uitsluitend wat het deeltijds beroepssecundair onderwijs betreft gaan bij de melding of aanvraag van een programmatie het protocol van de onderhandeling daarover in het bevoegde lokaal comité en, als het centrum tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt.
4−Uitsluitend wat de leertijd betreft komt de voorwaarde met betrekking tot programmatie, vermeld in het tweede lid, als subsidievoorwaarde bovenop de subsidievoorwaarden, bepaald in het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding".
5−Als een programmatie van een opleiding een goedkeuring door de Vlaamse Regering vereist, kan het centrumbestuur dat de goedgekeurde programmatie voor een bepaalde opleiding het eerste schooljaar na de aanvraag niet organiseert, zonder bijkomende aanvraag of goedkeuring het bijkomende aanbod van die bepaalde opleiding pas organiseren vanaf 1 september van het daaropvolgende schooljaar.
+1 −1 decreet-2008-07-10/art. 89
11§ 1. Voor de categorie van het onderwijzend personeel wordt aan een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs een pakket wekelijkse uren-leraar toegekend, dat wordt vastgesteld naar rata van 3,66 uren-leraar per jongere voor de schijf van 1 jongere tot en met 49 jongeren, en van 2,69 uren-leraar per jongere voor de schijf van 50 jongeren en meer.
2−Bovenop het aldus berekende pakket uren-leraar wordt voor elke jongere die anderstalige nieuwkomer is 1,20 uren-leraar toegekend. Deze verhoging kan enkel aangewend worden om onthaalonderwijs te organiseren. De verhoging geldt uitsluitend voor de periode van inschrijving van de betrokken jongere in het centrum tijdens het eerste schooljaar waarin hij deeltijds beroepssecundair onderwijs volgt en wordt tijdens dat schooljaar verstrekt.
2+Bovenop het aldus berekende pakket uren-leraar wordt voor elke jongere die anderstalige nieuwkomer is 1,20 uren-leraar toegekend. Deze verhoging kan enkel aangewend worden om onthaalonderwijs te organiseren. De verhoging geldt uitsluitend voor de periode van inschrijving van de betrokken jongere in het centrum tijdens het eerste schooljaar en wordt tijdens dat schooljaar verstrekt.
33§ 2. ...
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd