Decreet tot wijziging van diverse decreten betreffende het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht 2026006140 5 weken geleden 10 versies
| 1 | Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : |
| 2 | 1° basisonderwijs : het gewoon en buitengewoon basisonderwijs; |
| 3 | 2° bestuur : het orgaan dat voor de onderwijsinstelling , het CLB of het leersteuncentrum de bestuurshandelingen verricht, overeenkomstig de door de wet, het decreet, het bijzonder decreet of de statuten toegewezen bevoegdheden; |
| 4 | 3° CLB : een centrum voor leerlingenbegeleiding als vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding; |
| 5 | 4° consortium : het consortium zoals vermeld in artikel 2, 8°, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenonderwijs; |
| 6 | 5° competenties : de kennis, vaardigheden en attitudes die het personeelslid nodig heeft om zijn taken naar behoren te kunnen uitoefenen; |
| 7 | 6° ...; |
| 8 | 7° deeltijds kunstonderwijs : het deeltijds kunstonderwijs; |
| 9 | 7°/1 doorlichting : elke vorm van kwaliteitstoezicht door de onderwijsinspectie die resulteert in een verslag en in een advies aan de Vlaamse Regering over de voorlopige erkenning of erkenning van de instelling of van afzonderlijke structuuronderdelen; |
| 10 | 8° erkenningsvoorwaarden : de wettelijke of decretale voorwaarden waaraan een onderwijsinstelling moet voldoen om aan haar leerlingen of cursisten de van rechtswege geldende studiebewijzen toe te kennen of de wettelijke of decretale voorwaarden waaraan een CLB of een leersteuncentrum moet voldoen; |
| 11 | 9° gezondheidsindex : het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen; |
| 12 | 9°/1 GI-school: de school, vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht; |
| 13 | 10° hoger beroepsonderwijs : het onderwijs zoals vermeld in de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013; |
| 14 | 11° instelling : onderwijsinstelling, onderwijsinternaat, CLB of leersteuncentrum; |
| 15 | 11°/1 leersteuncentrum: een centrum als vermeld in artikel 5, 10°, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun; |
| 16 | 12° nascholing : het geheel van vormingsactiviteiten die tot doel hebben de kennis, vaardigheden en attitudes die personeelsleden tijdens hun opleiding of tijdens hun werkervaring hebben verworven, te verbreden en te verdiepen met het oog op hun verdere professionalisering; |
| 17 | 13° onderwijsinstelling : een pedagogisch geheel waar onderwijs georganiseerd wordt en waaraan een uniek instellingsnummer toegekend is; |
| 18 | 13°/1 onderwijsinternaat: een onderwijsinternaat dat erkend is overeenkomstig artikel 6 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten; |
| 19 | 14° onderwijskoepels : een van volgende representatieve groeperingen van inrichtende machten van gesubsidieerde instellingen : |
| 20 | a) Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten; |
| 21 | b) Provinciaal Onderwijs Vlaanderen; |
| 22 | c) Katholiek Onderwijs Vlaanderen; |
| 23 | d) Federatie van Onafhankelijke Pluralistische Emancipatorische Methodescholen; |
| 24 | e) Vlaams Onderwijs Overlegplatform; |
| 25 | f) Federatie Steinerscholen; |
| 26 | g) Raad van Inrichtende Machten van het Protestants-Christelijk Onderwijs (IPCO); |
| 27 | 15° organieke betrekkingen : het geheel van organieke betrekkingen, omgerekend in voltijdse eenheden, waarop de instelling recht heeft bij toepassing van de bestaande reglementering voor de personeelscategorieën, vermeld in : |
| 28 | a) artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het personeel van de pedagogische begeleidingsdienst en het statutair meesters-, vak- en dienstpersoneel; |
| 29 | b) artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding; |
| 30 | 16° pedagogische begeleiding: de externe professionele ondersteuning van onderwijsinstellingen, CLB’s en leersteuncentra in hun zorg voor kwaliteitsonderwijs, kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding en kwaliteitsvolle leersteun ingebed in een duurzame instellingsnabije relatie; |
| 31 | 16°/1 referentiekader onderwijskwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvol onderwijs door onderwijsinstellingen, met uitzondering van de GI-school, uitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van de onderwijsinstelling; |
| 32 | 16°/2 referentiekader CLB-kwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding door de CLB's uitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van het CLB; |
| 33 | 16°/3 referentiekader kwaliteitsvolle leersteun: het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle leersteun door de leersteuncentra uitzet; het kader is opgebouwd rond de drie rubrieken: resultaten en effecten, ontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van het leersteuncentrum; |
| 34 | 16°/3/1 referentiekader kwaliteit van onderwijs in de gemeenschapsinstellingen: het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle onderwijstrajecten door de GI-school uitzet. Dat kader is opgebouwd rond de volgende vier rubrieken: resultaten en effecten, stimuleren van ontwikkeling, kwaliteitsontwikkeling en beleid. Het houdt rekening met de context en input van de onderwijsinstelling; |
| 35 | 16°/4 referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit: het kader dat de ver- wachtingen voor kwaliteitsvol verblijf en kwaliteitsvolle begeleiding uitzet. Het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken: resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, beleid en kwaliteitsontwikkeling en het houdt rekening met context en input van het onderwijsinternaat; |
| 36 | 17° representatieve vakorganisatie : personeelsvereniging die aangesloten is bij een syndicale organisatie die vertegenwoordigd is in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en die een werking ontplooit ten behoeve van de inspectie; |
| 37 | 18° scholengemeenschap : de scholengemeenschap zoals bedoeld in artikel 3, 39°, van de codificatie betreffende het secundair onderwijs en de scholengemeenschap basisonderwijs zoals bedoeld in artikel 3, 52bis, van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs; |
| 38 | 19° secundair onderwijs : het gewoon voltijds secundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs; |
| 39 | 20° structuuronderdeel : onderverdeling in het onderwijsaanbod die afzonderlijk erkend kan worden; |
| 40 | 20°/1 toezichtkader : kader dat de onderwijsinspectie gebruikt om haar doorlichtingsinstrumenten te ontwikkelen, gebaseerd op de referentiekaders zoals bedoeld in punt 16°/1, 16°/2, 16°/3, 16°/3/1 en 16°/4. Het toezichtkader heeft betrekking op de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling, en beleid en houdt rekening met context en input van de instelling; |
| 41 | 21° volwassenenonderwijs : onderwijs dat erkend en gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap en dat georganiseerd wordt door de erkende centra voor volwassenenonderwijs en de erkende centra voor basiseducatie, vermeld in het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs. |
| 42 | 22° ... |