| 1 | §1. Een school kan worden gefinancierd of gesubsidieerd indien 300 % van de toepasbare rationalisatienorm wordt bereikt. |
| 2 | §2. In afwijking van § 1 dient slechts 150 % van de toepasbare rationalisatienorm te worden bereikt voor : |
| 3 | 1° de enige school van het gemeenschapsonderwijs in één der 44 onderwijszones die zijn vastgelegd in de bijlage I; |
| 4 | 2° de enige school van het gesubsidieerd officieel onderwijs in één der bedoelde onderwijszones; |
| 5 | 3° de enige school van het gesubsidieerd vrij onderwijs in één der bedoelde onderwijszones die een bepaalde erkende godsdienst organiseert of levensbeschouwing aanhangt; |
| 6 | 4° een school van het gesubsidieerd vrij onderwijs : |
| 7 | a) die noch het vak godsdienst noch het vak niet-confessionele zedenleer maar wel het vak cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie organiseert, en |
| 8 | b) die uitsluitend leerplannen hanteert die het schoolbestuur zelf heeft ontwikkeld en die uitsluitend binnen dat schoolbestuur van toepassing zijn. |
| 9 | Bij de toepassing van 3° worden de scholen ressorterend onder 4° buiten beschouwing gelaten. |
| 10 | Indien een schoolbestuur in één der bedoelde onderwijszones meer dan één school organiseert, dan kunnen desbetreffende scholen nooit onder toepassing van 4° vallen. |
| 11 | §2/1. In afwijking van paragraaf 1 en 2 komt een school niet in aanmerking voor financiering of subsidiëring als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: |
| 12 | 1° de toepasbare rationalisatienorm wordt bereikt maar gelijktijdig is er een daling van de schoolbevolking in een of meer andere secundaire scholen van hetzelfde schoolbestuur die in dezelfde of een aangrenzende gemeente liggen als de gemeente waarin een vestigingsplaats van de nieuwe school is ligt; |
| 13 | 2° de daling, vermeld in punt 1°, bedraagt, in voorkomend geval voor alle scholen samen, ten minste 50 % van de toepasbare rationalisatienorm. |
| 14 | §3. Scholen kunnen ook door splitsing van bestaande scholen ontstaan voor zover de volgende gezamenlijke voorwaarden zijn vervuld : |
| 15 | 1° de splitsing wordt onmiddellijk voorafgegaan door een fusie van scholen die elk de toepasbare rationalisatienorm bereiken en past op die manier in een herstructurering die niet resulteert in een groter aantal scholen; |
| 16 | 2° alle bij de splitsing betrokken scholen moeten, in afwijking van § 1 en § 2, na de splitsing 100 % bereiken van de toepasbare rationalisatienorm; |
| 17 | 3° de splitsing kan slechts één van de volgende vormen aannemen : |
| 18 | a) hetzij een afsplitsing van de eerste graad; |
| 19 | b) hetzij een afsplitsing van een of meer studiedomeinen; |
| 20 | c) hetzij een combinatie van beide voorgaande; |
| 21 | 4° de splitsing moet, voor een school die tot een scholengemeenschap behoort, in overeenstemming zijn met de afspraken die de scholengemeenschap maakt over de ordening van een rationeel onderwijsaanbod. |
| 22 | § 4. Onder toepasbare rationalisatienorm als vermeld in dit artikel wordt verstaan : |
| 23 | a) hetzij, afhankelijk van de door de school georganiseerde graden, de norm vermeld in artikel 191, 2° en 195 : voor de scholen gelegen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of in een gemeente met een bevolkingsdichtheid van minder dan 250 inwoners per km2 en voor de scholen waarvan meer dan 75 % van de regelmatige leerlingen in een onderwijsinternaat verblijven; |
| 24 | b) hetzij, afhankelijk van de door de school georganiseerde graden, de norm vermeld in artikel 191,1° en 195 : voor de scholen die niet onder toepassing van a) vallen. |
| 25 | § 5. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op scholen met uitsluitend de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs. |
| 26 | § 6. De programmatie van een school door splitsing van een bestaande school wordt door het schoolbestuur bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk gemeld uiterlijk 1 april van het voorafgaand schooljaar. Indien niet het gevolg van splitsing van een bestaande school, dan zijn voor de programmatie van de school de bepalingen van artikel 15, § 2, van toepassing. |
| 27 | Indien de school ontstaat door splitsing van een bestaande school, dan gaan bij die melding, per betrokken school, het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegd lokaal comité en, in het geval de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit moet blijken dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt. |