§ flandrepo

Tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, wat betreft de vermindering van de onroerende voorheffing voor nieuwbouw en de toepassingsvoorwaarden van het verlaagd tarief voor de aankoop van een enige eigen woning met een verbintenis tot ingrijpende energetische renovatie of tot sloop en herbouw #942

Gemerged Vlaamse Regering voegde 1 artikel samen in vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013 · 5 oktober 2021 Alle checks geslaagd
6 artikels gewijzigd
+29 −17 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.1.5.0.1 zoals gemerged
282° 20 % van de onroerende voorheffing gedurende tien jaar voor andere gebouwde onroerende goederen dan woningen waarvoor de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning is ingediend vóór 1 januari 2013 en die op 1 januari van het aanslagjaar een E-peil hebben van ten hoogste E70;282° 20 % van de onroerende voorheffing gedurende tien jaar voor andere gebouwde onroerende goederen dan woningen waarvoor de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning is ingediend vóór 1 januari 2013 en die op 1 januari van het aanslagjaar een E-peil hebben van ten hoogste E70;
293° 40 % van de onroerende voorheffing gedurende tien jaar voor gebouwde onroerende goederen waarvoor de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning is ingediend vóór 1 januari 2013 en die op 1 januari van het aanslagjaar een E-peil hebben van ten hoogste E40;293° 40 % van de onroerende voorheffing gedurende tien jaar voor gebouwde onroerende goederen waarvoor de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning is ingediend vóór 1 januari 2013 en die op 1 januari van het aanslagjaar een E-peil hebben van ten hoogste E40;
304° 50% van de onroerende voorheffing gedurende vijf jaar voor gebouwde onroerende goederen waarvoor de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning na 31 december 2012 is ingediend en die op 1 januari van het aanslagjaar ten hoogste een E-peil hebben volgens de onderstaande tabel:304° 50% van de onroerende voorheffing gedurende vijf jaar voor gebouwde onroerende goederen waarvoor de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen na 31 december 2012 is ingediend en die op 1 januari van het aanslagjaar ten hoogste een E-peil hebben als vermeld in de volgende tabel:
31datum aanvraag stedenbouwkundige vergunning 31datum aanvraag stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen
32E-peil nieuwbouw32E-peil
33nieuwbouw
33E-peil ingrijpende energetische renovatie34E-peil ingrijpende
35energetische renovatie
34vanaf 1 januari 2013 tot en met 31 december 201336vanaf 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013
35E5037E50
44E3046E30
45E9047E90
46vanaf 1 januari 2020 48vanaf 1 januari 2020 tot en met 31 december 2021
47E3049E30
48/50/
51vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022
52E20
53/
495° 100% van de onroerende voorheffing gedurende vijf jaar voor gebouwde onroerende goederen waarvoor de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning is ingediend na 31 december 2012 en die op 1 januari van het aanslagjaar een E-peil hebben volgens de volgende tabel:545° 100% van de onroerende voorheffing gedurende vijf jaar voor gebouwde onroerende goederen waarvoor de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is ingediend na 31 december 2012 en die op 1 januari van het aanslagjaar een E-peil hebben als vermeld in de volgende tabel:
50datum aanvraag stedenbouwkundigevergunning
51E-peil nieuwbouw
52E-peil ingrijpende energetische renovatie
53datum aanvraag stedenbouwkundige vergunning 55datum aanvraag stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen
54E-peil nieuwbouw56E-peil
57nieuwbouw
55E-peil ingrijpendeenergetische renovatie58E-peil ingrijpende
59energetische renovatie
56vanaf 1 januari 2013 tot en met 31 december 201460vanaf 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014
57E3061E30
58/62/
59Vanaf 1 januari 2015 tot en met 31 december 201563vanaf 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015
60E3064E30
61/65/
62Vanaf 1 januari 2016 tot en met 30 september 201666vanaf 1 januari 2016 tot en met 30 september 2016
63E2067E20
64/68/
65vanaf 1 oktober 2016 69vanaf 1 oktober 2016 tot en met 31 december 2021
66E2070E20
67E6071E60
72vanaf 1 januari 2022 tot en met 31 december 2022
73E10
74E60
75vanaf 1 januari 2023
76/
77E60
786° 50% van de onroerende voorheffing gedurende vijf jaar voor gebouwde onroerende goederen waarvoor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen na 31 december 2022 is ingediend en die na herbouw of gedeeltelijke herbouw op 1 januari van het aanslagjaar een E-peil hebben van ten hoogste E20;
797° 100% van de onroerende voorheffing gedurende vijf jaar voor gebouwde onroerende goederen waarvoor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen na 31 december 2022 is ingediend en die na herbouw of gedeeltelijke herbouw op 1 januari van het aanslagjaar een E-peil hebben van ten hoogste E10.
68Het E-peil, vermeld in het eerste lid, is het peil van primair energieverbruik, zoals berekend ter uitvoering van titel XI van het Energiedecreet van 8 mei 2009.80Het E-peil, vermeld in het eerste lid, is het peil van primair energieverbruik, zoals berekend ter uitvoering van titel XI van het Energiedecreet van 8 mei 2009.
69De grens van het E-peil waaraan het gebouwde onroerend goed moet voldoen voor de vermindering, wordt vastgesteld rekening houdend met het ogenblik waarop de volledige aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning is ingediend.81De grens van het E-peil waaraan het gebouwde onroerend goed moet voldoen voor de vermindering, wordt vastgesteld rekening houdend met het ogenblik waarop de volledige aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning is ingediend.
70De termijn van tien jaar, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, neemt een aanvang in het jaar dat volgt op het jaar waarin het E-peil dat recht geeft op een vermindering, voor de eerste keer is bepaald voor het gebouwde onroerend goed in kwestie. Die termijn kan op zijn vroegst een aanvang nemen vanaf het aanslagjaar 2009.82De termijn van tien jaar, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, neemt een aanvang in het jaar dat volgt op het jaar waarin het E-peil dat recht geeft op een vermindering, voor de eerste keer is bepaald voor het gebouwde onroerend goed in kwestie. Die termijn kan op zijn vroegst een aanvang nemen vanaf het aanslagjaar 2009.
71De termijn van vijf jaar, vermeld in het eerste lid, 4° en 5° , neemt een aanvang in het jaar dat volgt op het jaar waarin het E-peil dat recht geeft op een vermindering, voor de eerste keer is bepaald voor het gebouwde onroerend goed in kwestie. Die termijn kan op zijn vroegst een aanvang nemen vanaf het aanslagjaar 2014.83De termijn van vijf jaar, vermeld in het eerste lid, 4° tot en met 7° , neemt een aanvang in het jaar dat volgt op het jaar waarin het E-peil dat recht geeft op een vermindering, voor de eerste keer is bepaald voor het gebouwde onroerend goed in kwestie. Die termijn kan op zijn vroegst een aanvang nemen vanaf het aanslagjaar 2014.
72Alleen de gebouwde onroerende goederen waarvoor het vereiste E-peil voor het gebouw als geheel is bepaald, komen in aanmerking voor de verminderingen, vermeld in het eerste lid. De verminderingen worden alleen toegekend als het gaat om renovatie of nieuwbouw als vermeld in artikel 1.1.1, § 2, 50° en 110°, van het Energiebesluit van 19 november 2010 .84Alleen de gebouwde onroerende goederen waarvoor het vereiste E-peil voor het gebouw als geheel is bepaald, komen in aanmerking voor de verminderingen, vermeld in het eerste lid. De verminderingen worden alleen toegekend als het gaat om gedeeltelijke herbouw, herbouw, renovatie of nieuwbouw als vermeld in artikel 1.1.1, § 2, 46/2°, 47/2°, 50° en 110°, van het Energiebesluit van 19 november 2010 en als is voldaan aan alle EPB-eisen, vermeld in titel IX, hoofdstuk I, van het Energiebesluit van 19 november 2010, die op de omgevingsvergunning(en) voor stedenbouwkundige handelingen van het specifieke bouwproject van toepassing zijn.
73Bij de overdracht van een onroerend goed waarvoor een vermindering als vermeld in het eerste lid, is verleend, wordt de vermindering vanaf het aanslagjaar dat volgt op het jaar van de overdracht, verder toegekend aan de verkrijger van het goed, voor de nog resterende aanslagjaren in de periode van tien jaar of vijf jaar.85Bij de overdracht van een onroerend goed waarvoor een vermindering als vermeld in het eerste lid, is verleend, wordt de vermindering vanaf het aanslagjaar dat volgt op het jaar van de overdracht, verder toegekend aan de verkrijger van het goed, voor de nog resterende aanslagjaren in de periode van tien jaar of vijf jaar.

Andere wetten (niet gespiegeld)

art. 2.1.5.0.3 wijzigt
art. 2.9.4.2.12 wijzigt
art. 2.9.4.2.14 wijzigt · §5
art. 3.12.3.0.1 wijzigt · §3
art. 3.18.0.0.11 wijzigt · eerste lid, 6°
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd