Tot invoering van een vooraf bepaalde minnelijke onderhandelingstermijn in het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 (opschrift gewijzigd door de commissie: ... tot wijziging van de artikelen 2, 10 en 15 van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017, wat de invoering van een minnelijke onderhandelingstermijn betreft) #401
Gemerged 




Open Vld, N-VA, cd&v wijzigt geen gevolgde wet · 1 juli 2020 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: OPE
ingediend op 30 september 2020 (2020-2021)
Verslag
namens de Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken
uitgebracht door Mercedes Van Volcem
over het voorstel van decreet
van Marino Keulen, Jos Lantmeeters, Lode Ceyssens,
Philippe Muyters, Martine Fournier en Bert Maertens
tot invoering van een vooraf bepaalde
minnelijke onderhandelingstermijn
in het Vlaams Onteigeningsdecreet
van 24 februari 2017
Samenstelling van de Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken:
Voorzitter: Bart Claes.
Vaste leden:
Annick De Ridder, Maarten De Veuster, Bert Maertens, Marius Meremans;
Bart Claes, Carmen Ryheul, Wim Verheyden;
Lode Ceyssens, Martine Fournier;
Marino Keulen, Mercedes Van Volcem;
Stijn Bex, Jeremie Vaneeckhout;
Els Robeyns.
Plaatsvervangers:
Arnout Coel, Koen Daniëls, Inez De Coninck, Axel Ronse, Steven Vandeput;
Roosmarijn Beckers, Johan Deckmyn, Leo Pieters;
Karin Brouwers, Joke Schauvliege;
Els Ampe, Stephanie D'Hose;
Imade Annouri, Björn Rzoska;
Annick Lambrecht.
Toegevoegde leden:
Jos D'Haese.
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
– Nr. 2: Advies van de Raad van State
– Nr. 3: Amendementen
INHOUD
1. Toelichting ............................................................................................ 4
2. Algemene bespreking ............................................................................. 5
2.1. Tussenkomst van Marino Keulen ........................................................ 5
2.2. Tussenkomst van Els Robeyns ........................................................... 5
2.3. Tussenkomst van Stijn Bex ............................................................... 5
2.4. Tussenkomst van Lode Ceyssens ....................................................... 6
2.5. Tussenkomst van Bert Maertens ........................................................ 6
2.6. Tussenkomst van Marino Keulen ........................................................ 6
2.7. Tussenkomst van Els Robeyns ........................................................... 7
2.8. Tussenkomst van Wim Verheyden ...................................................... 7
3. Artikelsgewijze bespreking ...................................................................... 7
4. Artikelsgewijze stemming en eindstemming ............................................... 8
Tekst aangenomen door de commissie........................................................... 9
De Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken besprak op 17 en 24 september
2020 het voorstel van decreet van Marino Keulen, Jos Lantmeeters, Lode Ceyssens,
Philippe Muyters, Martine Fournier en Bert Maertens tot invoering van een vooraf
bepaalde minnelijke onderhandelingstermijn in het Vlaams Onteigeningsdecreet
van 24 februari 2017 (Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 401/1).
(Tijdens de commissievergaderingen waren alleen de commissievoorzitter en de
commissiesecretaris fysiek in de commissiezaal aanwezig. De vaste leden, de
plaatsvervangende leden en de toegevoegde leden van de commissie kregen de
mogelijkheid om online aan de vergaderingen deel te nemen via het platform
Zoom. Andere volksvertegenwoordigers konden alleen na motivering online aan de
vergaderingen deelnemen.)
Over het voorstel van decreet werd op 3 juli 2020 een advies van de Raad van State
gevraagd. Dat werd ingediend op 14 augustus (Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 401/2).
De amendementen zijn opgenomen in Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 401/3.
1. Toelichting
Marino Keulen zegt dat het voorliggende voorstel van decreet eerder een technische verfijning en verbetering is van het decreet van 24 februari 2017 betreffende
de onteigening voor het algemeen nut (Vlaams Onteigeningsdecreet). Hij verwijst
naar de passage in de regeringsverklaring van de Vlaamse Regering (Parl.St.
Vl.Parl. 2019-20, nr. 31/1, p. 182). Soms zijn onteigeningen nodig omwille van het
algemeen belang, zoals de fietsveiligheid bij de aanleg van fietspaden. De indieners
wensen een zogenaamde minnelijke onderhandelingstermijn in te schrijven in het
Vlaams Onteigeningsdecreet. De termijn bedraagt maximum een jaar. Het is bedoeld als een signaal naar nukkige burgers. Hij geeft het voorbeeld van de gewestweg N2 met de verbinding Veldwezelt en Bilzen. De aanleg van een fietspad wordt
er jarenlang gedwarsboomd omdat een paar eigenaars van enkele vierkante meters grond dwarsliggen. Dit terwijl het nut en de noodzaak van een fietspad voor
meer verkeersveiligheid duidelijk zijn.
De termijn van maximaal een jaar is een termijn van orde. Indien blijkt dat een
vergelijk mogelijk is na 12 maanden dan kan het onteigeningsproces verder alle
kansen krijgen. Een procedure die soms meer tijd vergt kan bijvoorbeeld ook het
gevolg zijn in erfzaken bij onverdeeldheid.
Heel belangrijk is volgens Marino Keulen dat de voorliggende regeling geen betrekking heeft op lopende onteigeningsprocedures, zoals bepaald in amendement nr. 5.
Tegen het einde van de legislatuur 2019-2024 loopt het budget voor fietsinfrastructuur op tot het historisch hoge bedrag van 300 miljoen euro. Dergelijk cijfer
maakt echter pas indruk indien deze fietsinfrastructuur ook daadwerkelijk wordt
gerealiseerd en bijdraagt tot meer verkeersveiligheid en minder verkeersdoden en
gekwetsten.
Lode Ceyssens vindt dat het voorstel van decreet tegemoetkomt aan een jaren
oude verzuchting van hem. Een historisch hoog budget voor de aanleg van fietspaden waarborgt nog geen hogere verkeersveiligheid. Daarvoor is de realisatie ervan nodig. Het aantal gerealiseerde kilometers fietspad is de laatste jaren
teruggelopen. In 2011 ging het om 333 kilometer. In 2018 ging het om 108 kilometer terwijl er wel meer budget was voorzien. Een van de oorzaken daarvan is
de moeilijke verwerving van gronden. Hij heeft weet van een zaak die al aansleept
sinds 2014 en waarbij vijf dossiers nog geblokkeerd zijn. Slechts één ervan is gerechtelijk ingeleid. Daarbij is het argument steeds dat men voldoende moet kunnen
aantonen dat men voldoende pogingen heeft ondernomen om tot een …