Tot invoering van een vooraf bepaalde minnelijke onderhandelingstermijn in het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 (opschrift gewijzigd door de commissie: ... tot wijziging van de artikelen 2, 10 en 15 van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017, wat de invoering van een minnelijke onderhandelingstermijn betreft) #401
Gemerged 




Open Vld, N-VA, cd&v wijzigt geen gevolgde wet · 1 juli 2020 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: OPE
ingediend op 24 september 2020 (2019-2020)
Amendementen
op het voorstel van decreet
van Marino Keulen, Jos Lantmeeters, Lode Ceyssens,
Philippe Muyters, Martine Fournier en Bert Maertens
tot invoering van een vooraf bepaalde
minnelijke onderhandelingstermijn
in het Vlaams Onteigeningsdecreet
van 24 februari 2017
Documenten in het dossier:
401 (2019-2020) –
–
Nr. 1: Voorstel van decreet
Nr. 2: Advies van de Raad van State
AMENDEMENT Nr. 1
voorgesteld door Marino Keulen, Philippe Muyters, Lode Ceyssens,
Bert Maertens, Martine Fournier en Maarten De Veuster
Het opschrift van het voorstel van decreet vervangen door wat volgt:
“Voorstel van decreet tot wijziging van de artikelen 2, 10 en 15 van het Vlaams
Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017, wat de invoering van een minnelijke
onderhandelingstermijn betreft”.
VERANTWOORDING
Het bij voorliggend amendement voorgestelde opschrift geeft de strekking van het
voorstel van decreet volledig en correct weer. Het voorstel van decreet strekt er
namelijk toe om het begrip ‘minnelijke onderhandelingstermijn’ te definiëren, de
onteigenende instantie te verplichten om op straffe van nietigheid de minnelijke
onderhandelingstermijn te vermelden in een voorlopig onteigeningsbesluit en de
kennisgeving en de gevolgen van de vooraf vastgestelde minnelijke onderhandelingstermijn nader te regelen.
Daartoe worden de artikelen 2, 10 en 15 van het Vlaams Onteigeningsdecreet van
24 februari 2017 aangepast.
Dit aangepaste opschrift wordt gesuggereerd door de Raad van State in zijn
advies nummer 67.730/1/V van 14 augustus 2020, randnummer 6 (Parl.St. Vl.Parl
2019-20, Nr. 401/2).
■
AMENDEMENT Nr. 2
voorgesteld door Marino Keulen, Philippe Muyters, Lode Ceyssens,
Bert Maertens, Martine Fournier en Maarten De Veuster
Artikel 1
Dit artikel vervangen door wat volgt:
“Art. 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.”.
VERANTWOORDING
Deze aanpassing wordt gesuggereerd door de Raad van State in zijn advies nummer 67.730/1/V van 14 augustus 2020, randnummer 7.
Aangezien het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 zowel een gemeenschaps- als een gewestaangelegenheid regelt, dient artikel 1 van voorliggend
voorstel van decreet in gelijkaardige zin te worden aangepast.
■
AMENDEMENT Nr. 3
voorgesteld door Marino Keulen, Philippe Muyters, Lode Ceyssens,
Bert Maertens, Martine Fournier en Maarten De Veuster
Artikel 2
Dit artikel vervangen door wat volgt:
“Art. 2. Aan artikel 2 van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017
wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
“8° minnelijke onderhandelingstermijn: de door de onteigenende instantie geraamde termijn van maximaal één jaar waarbinnen de onderhandelingsplicht, vermeld in titel 3, hoofdstuk 2, van toepassing is.”.”.
VERANTWOORDING
Door toevoeging van de woorden “door de onteigenende instantie” in de definitie
van de minnelijke onderhandelingstermijn wordt deze nog beter en accurater omschreven. Het is immers de onteigenende instantie die een minnelijke onderhandelingstermijn dient te ramen en deze termijn dient te vermelden in het voorlopig
onteigeningsbesluit.
Deze aangepaste definitie wordt gesuggereerd door de Raad van State in zijn advies nummer 67.730/1/V van 14 augustus 2020, randnummer 8.
■
AMENDEMENT Nr. 4
voorgesteld door Marino Keulen, Philippe Muyters, Lode Ceyssens,
Bert Maertens, Martine Fournier en Maarten De Veuster
Artikel 4
Dit artikel vervangen door wat volgt:
“Art. 4. Artikel 15 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
“Art. 15. De onteigenende instantie brengt wie zij wenst te onteigenen met een
beveiligde zending op de hoogte van de minnelijke onderhandelingstermijn, die
aanvangt op de derde dag na de postdatum van de zending.
De onteigenende instantie onderneemt binnen de minnelijke onderhandelingstermijn een aantoonbare poging om via onderhandelingen het te onteigenen
onroerend goed of zakelijk recht minnelijk te verwerven. Deze onderhandelingsplicht van de onteigenende instantie vervalt bij het verstrijken van de minnelijke
onderhandelingstermijn of als diegene die zij wenst te onteigenen uitdrukkelijk het
aanvatten of verder voeren van onderhandelingen heeft afgewezen. De Vlaamse
Regering kan de omstandigheden waaruit die afwijzing van het aanvatten of verder
voeren van onderhandelingen blijkt, nader bepalen.
Na het verval van de in het tweede lid bedoelde onderhandelingsplicht en na
het verstrijken van de in artikel 16, eerste lid, bedoelde termijn kan de onteigenende
instantie de dagvaarding bij de vrederechter, zoals omschreven in artikel 46, betekenen.”.”.
VERANTWOORDING
De bij voorliggend amendement voorgestelde tekst tot aanpassing van artikel 15
van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017 is beter afgestemd op
de overige bepalingen en afdelingen van het Vlaams Onteigeningsdecreet waaraan
met het voorstel van decreet niets gewijzigd wordt.
Tevens geeft de tekst beter het chronologische verloop van een onteigeningsprocedure weer met de overgang van een fase van onderhandelingen naar de gerechtelijke procedure.
Deze aangepast tekst wordt door de Raad van State gesuggereerd met zijn advies
nummer 67.730/1/V van 14 augustus 2020, randnummer 11.
Zo wordt onder meer duidelijker dat met de dagvaarding, vermeld in het derde lid
van het gewijzigde artikel 15, wordt verwezen naar de dagvaarding bedoeld in
artikel 46 van het Vlaams Onteigeningsdecreet.
Ook maakt de aldus geamendeerde tekst duidelijker dat de termijn van (minstens)
vier weken tussen de beveiligde zending met het finale aanbod van de onteigenende instantie en de betekening van de dagvaarding bij de vrederechter, zoals
vermeld in artikel 16 van het Vlaams Onteigeningsdecreet, ongewijzigd behouden
blijft.
Met de verwijzing naar “de personen die de onteigenende instantie wenst te onteigenen” wordt tevens een betere afstemming bereikt met het huidige en ongewijzigd te behouden artikel 16 van het Vlaams Onteigeningsdecreet waarin dezelfde
bewoordingen voorkomen. …