Decreet tot instelling van een kotlabel en tot wijziging van de regelgeving over de geconventioneerde verhuur
20 artikels gewijzigd
| 135 | 135 | 72° woonuitbreidingsgebied: de gebieden, aangewezen in een plan van aanleg op grond van artikel 5.1.1 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen; | |
| 136 | 136 | 73° woonwagen: een woongelegenheid, gekenmerkt door flexibiliteit en verplaatsbaarheid, bestemd voor permanente en niet-recreatieve bewoning; | |
| 137 | − | 74° woonwagenbewoners: de personen, vermeld in artikel 3, 2°, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid; | |
| 137 | + | 74° ...; | |
| 138 | 138 | 75° zorgvoorziening: een voorziening van een door de Vlaamse Gemeenschap erkende organisatie die activiteiten uitoefent op het domein van de zorgverstrekking, de gezondheidsopvoeding, de preventieve gezondheidszorg, het gezin, het maatschappelijk welzijn, het onthaal en de integratie van inwijkelingen, de personen met een handicap, de ouderen, de jeugdbescherming of de sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op hun sociale reintegratie, vermeld in artikel 5, § 1, I en II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, met uitzondering van organisaties die activiteiten uitoefenen op het domein van het medisch verantwoord sporten en centra voor leerlingenbegeleiding. | |
| 139 | 139 | De Vlaamse Regering kan de betekenis van bovengenoemde begrippen nader omschrijven, met uitzondering van de punten 3°, 6°, 11°, 12°, 14°, 15°, 20°, 26°, 32°, 39°, 40°, 43°, 45°, 46°, 47°, 60°, 61°, 62°, 68°, 71°, 72°, 74° en 75°. | |
| 4 | 4 | Een gemeente kan bij verordening een kortere termijn als vermeld in het eerste lid bepalen voor gebouwen die in hoofdzaak gediend hebben voor een economische activiteit als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten. Die kortere termijn kan, op voorwaarde van een zorgvuldige motivering, gelden voor het volledige grondgebied van de gemeente of voor afgebakende zones waarin de gemeente economische bedrijvigheid wil stimuleren. | |
| 5 | 5 | §2. Een woning wordt als leegstaand beschouwd wanneer zij gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met: | |
| 6 | − | 1° hetzij de woonfunctie; | |
| 6 | + | 1° hetzij de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden; | |
| 7 | 7 | 2° hetzij elke andere bij gemeentelijke verordening omschreven functie die een effectief en niet-occasioneel gebruik van de woning met zich mee brengt. | |
| 8 | 8 | §3. In afwijking van paragraaf 1 en 2, wordt een nieuw gebouw of een nieuwe woning als leegstaand beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig paragraaf 1, eerste en tweede lid, respectievelijk paragraaf 2. | |
| 1 | − | §1. Dit artikel is van toepassing in geval van een vrijwillige samenvoeging van gemeenten als vermeld in het decreet Vrijwillige Samenvoeging van Gemeenten van 24 juni 2016. | |
| 1 | + | §1. Dit artikel is van toepassing in geval van een samenvoeging van gemeenten als vermeld in deel 2, titel 8 en 9, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, waarbij de samenvoegingsdatum vastgesteld wordt op een latere datum dan 1 januari 2019. | |
| 2 | 2 | In dit artikel wordt verstaan onder: | |
| 3 | − | 1° nieuwe gemeente: de nieuwe gemeente, vermeld in artikel 5, 5°, van het voormelde decreet; | |
| 3 | + | 1° nieuwe gemeente: de nieuwe gemeente, vermeld in artikel 343, 2°, van het voormelde decreet; | |
| 4 | − | 2° samengevoegde gemeenten: de samengevoegde gemeenten, vermeld in artikel 5, 4°, van het voormelde decreet; | |
| 4 | + | 2° samengevoegde gemeenten: de samengevoegde gemeenten, vermeld in artikel 343, 4°, van het voormelde decreet; | |
| 5 | − | 3° samenvoegingsdatum: de samenvoegingsdatum, vermeld in artikel 5, 2°, van het voormelde decreet. | |
| 5 | + | 3° samenvoegingsdatum: de samenvoegingsdatum, vermeld in artikel 343, 8°, van het voormelde decreet. | |
| 6 | 6 | §2. Het bestaande sociaal woonaanbod in de nulmeting, vermeld in artikel 2.26, wordt voor een nieuwe gemeente vanaf de samenvoegingsdatum geacht gelijk te zijn aan de som van het bestaande sociaal woonaanbod in de nulmeting binnen de samengevoegde gemeenten. | |
| 7 | 7 | §3. Voor een nieuwe gemeente is het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 2.27, vanaf de samenvoegingsdatum gelijk aan de som van de bindende sociale objectieven van de samengevoegde gemeenten, inclusief de specifieke inhaalbeweging, vermeld in artikel 2.32, die in voorkomend geval aan een of meer van de samengevoegde gemeenten is opgelegd. | |
| 5 | 5 | De Vlaamse Regering kan: | |
| 6 | 6 | 1° categorieën van controleurs bepalen; | |
| 7 | − | 2° de procedure voor de erkenning van de controleurs bepalen; | |
| 7 | + | 2° de procedure en de voorwaarden voor de erkenning van de controleurs bepalen; | |
| 8 | 8 | 3° de procedure en voorwaarden voor de schorsing en intrekking van die erkenning vaststellen; | |
| 9 | 9 | 4° voorwaarden koppelen aan de opheffing van een schorsing; | |
| 1 | 1 | § 1. Voor de toepassing van de bepalingen van dit boek worden persoonsgegevens verwerkt om de minimale woningkwaliteit, vermeld in deel 1, na te streven. | |
| 2 | + | In afwijking van het eerste lid worden persoonsgegevens verwerkt om de voorwaarden en vereisten, vermeld in artikel 3.58 tot en met 3.60, toe te passen. | |
| 2 | 3 | § 2. De verantwoordelijken voor de verwerking van persoonsgegevens met toepassing van de bepalingen in deel 2 tot en met 7 van dit boek zijn: | |
| 3 | 4 | 1° de steden en gemeenten, met inbegrip van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, voor wat betreft de verwerkingen die zij voor hun rekening nemen; | |
| 9 | 10 | 3° de sociale woonorganisaties. | |
| 10 | 11 | De verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens met toepassing van de bepalingen van deel 9 van dit boek is het agentschap dat door de Vlaamse Regering belast wordt met de uitvoering van het woonbeleid. | |
| 12 | + | De verwerkingsverantwoordelijke in het kader van de toepassing van artikel 3.58 en 3.59 zijn, ieder wat betreft de verwerkingen die zij voor hun rekening nemen: | |
| 13 | + | 1° de steden of gemeenten; | |
| 14 | + | 2° de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid. | |
| 15 | + | De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, is de verwerkingsverantwoordelijke in het kader van de toepassing van artikel 3.60. | |
| 11 | 16 | De verwerkingsverantwoordelijken, vermeld in deze paragraaf, verduidelijken in hun respectieve privacyverklaringen welke verwerkingen zij voor hun rekening nemen. Zij nemen met het oog op transparantie en de garantie van de rechten van betrokkenen in hun communicatie met deze betrokkenen een verwijzing op naar de vindplaats van hun respectieve privacyverklaringen. | |
| 12 | 17 | § 3. De categorieën van persoonsgegevens die kunnen worden verwerkt met toepassing van paragraaf 1 zijn: | |
| 21 | 26 | 1° van 10 jaar na het afsluiten van een administratief dossier als vermeld in deel 2 tot en met 8 van dit boek; | |
| 22 | 27 | 2° van 30 jaar na het afsluiten van een strafrechtelijk dossier als vermeld in deel 9 van dit boek; | |
| 23 | − | 3° zoals bepaald in het Kaderdecreet betreffende de bestuurlijke handhaving van 22 maart 2019 voor wat betreft de bestuurlijke vervolging en beboeting. | |
| 28 | + | 3° zoals bepaald in het Kaderdecreet betreffende de bestuurlijke handhaving van 22 maart 2019 voor wat betreft de bestuurlijke vervolging en beboeting; | |
| 29 | + | 4° van tien jaar nadat het kotlabel, vermeld in artikel 3.59, §2, van deze codex, is vervallen of tien jaar na de beslissing om geen kotlabel toe te kennen; | |
| 30 | + | 5° van een jaar nadat een melding als vermeld in artikel 3.60 van deze codex is geschrapt. | |
| 24 | 31 | Binnen een jaar na het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste en derde lid, worden persoonsgegevens in digitale vorm definitief gewist en papieren documenten die persoonsgegevens bevatten vernietigd. | |
| 25 | 32 | De persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, 6°, kunnen bewaard worden tot tien jaar na de stopzetting van de erkenning van een woningcontroleur. De Vlaamse Regering kan voor specifieke persoonsgegevens een kortere bewaartermijn bepalen. | |
| 4 | 4 | 3° voor woningen waarvoor een procedure tot ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring als vermeld in artikel 3.12 loopt, met inbegrip van een beroepsprocedure als vermeld in artikel 3.14 en 3.15; | |
| 5 | 5 | 4° voor woningen die in de inventaris zijn opgenomen; | |
| 6 | − | 5° voor woningen waarvoor de opname in de inventaris geschorst is conform artikel 3.21, §3. | |
| 6 | + | 5° voor woningen waarvoor de opname in de inventaris geschorst is conform artikel 3.21, §3; | |
| 7 | + | 6° voor woningen waarvoor een procedure voor de toekenning van een Vlaams kotlabel wordt gevolgd conform artikel 3.59, of die gemeld zijn als studentenhuisvesting conform artikel 3.60. | |
| 7 | 8 | De gegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen digitaal of op een ande-re wijze aan het publiek ter beschikking worden gesteld. De voormelde terbeschikkingstelling kan de volgende informatie bevatten: | |
| 8 | 9 | 1° de identificatiegegevens van die woningen, met uitsluiting van identiteitsgegevens van personen; | |
| 10 | 11 | 3° informatie over het bestaan van een waarschuwing als vermeld in artikel 3.10; | |
| 11 | 12 | 4° informatie over het bestaan van een actueel besluit om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren of over het bestaan van een procedure tot ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring, met inbegrip van een beroepsprocedure als vermeld in artikel 3.14 en artikel 3.15; | |
| 12 | − | 5° informatie over het bestaan van een schorsing van een opname in de inventaris als vermeld in artikel 3.21, §3. | |
| 13 | + | 5° informatie over het bestaan van een schorsing van een opname in de inventaris als vermeld in artikel 3.21, §3; | |
| 14 | + | 6° informatie over de aanduiding als studentenhuisvesting; | |
| 15 | + | 7° informatie over het bestaan van het Vlaamse kotlabel met vermelding van de voorwaarden die zijn vervuld en in voorkomend geval informatie over de gemeentelijke voorwaarden met vermelding of die zijn vervuld; | |
| 16 | + | 8° informatie over de weigering om een Vlaams kotlabel toe te kennen met vermelding van de voorwaarden die wel of niet zijn vervuld en in voorkomend geval informatie over de gemeentelijke voorwaarden; | |
| 17 | + | 9° informatie dat de procedure voor de toekenning van een Vlaams kotlabel en in voorkomend geval de procedure voor de gemeentelijke voorwaarden, lopende is. | |
| 13 | 18 | De terbeschikkingstelling, vermeld in het eerste en tweede lid, is mogelijk voor alle geïnteresseerde of belanghebbende natuurlijke personen, rechtspersonen, organisaties, overheidsinstanties, diensten of andere organen, voor commercieel en niet-commercieel gebruik. Het agentschap, vermeld in het eerste lid, kan voor de terbeschikkingstelling, vermeld in het eerste en tweede lid, een beroep doen op een publieke of private dienstverlener. In dat geval is het voormelde agentschap de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de overdracht van de gegevens en is de dienstverlener de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor het bijhouden en ter beschikking stellen ervan. | |
| 14 | 19 | §2. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, of een gemeente kan voor de woningen, vermeld in paragraaf 1, ook de volgende documenten ter beschikking stellen van de VMSW en van notarissen, vastgoedmakelaars, gemeenten, OCMW’s en de Vlaamse Belastingdienst die betrokken zijn bij de verkoop of de verhuur van een woning: | |
| 19 | 24 | De dienst, vermeld in het eerste lid, is verwerkingsverantwoordelijke voor de overdracht van de gegevens. De VMSW, de representatieve beroepsorganisaties, vermeld in het tweede lid, en de ontvangende notarissen en vastgoedmakelaars, zijn verwerkingsverantwoordelijke voor de verdere verwerking ervan. Notarissen en vastgoedmakelaars kunnen de documenten die conform het eerste of tweede lid ter beschikking worden gesteld, op hun beurt ter beschikking stellen van de betrokkenen bij het dossier waarvoor deze notarissen of vastgoedmakelaars de voormelde gegevens opvragen. | |
| 20 | 25 | § 3. Voor de woningen, vermeld in paragraaf 1, kunnen de resultaten van de recentste technische vaststellingen, vermeld in artikel 3.3, door steden en gemeenten of door het agentschap dat door de Vlaamse Regering belast wordt met de uitvoering van het woonbeleid, die als verwerkingsverantwoordelijke optreden, ter beschikking gesteld worden van de houder van het zakelijk recht die niet betrokken was bij de procedure die tot de inventarisatie of tot afgifte van een conformiteitsattest heeft geleid en van iedere persoon die aantoont dat de technische toestand van de woning hem rechtstreeks en persoonlijk in zijn rechtssituatie kan raken. | |
| 26 | + | §4. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, kan persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de goede organisatie en opvolging van conformiteitsonderzoeken die verlopen volgens de procedure, vermeld in artikel 3.3, en die worden uitgevoerd door controleurs die erkend zijn conform de bepalingen die de Vlaamse Regering krachtens artikel 3.5, tweede lid, vaststelt, ter beschikking stellen aan private rechtspersonen die de diensten van die controleurs aanbieden. De voormelde private rechtspersonen zijn de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens die ze ontvangen. | |
| 27 | + | §5. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, kan de persoonsgegevens die ze verwerkt in het kader van de toepassing van artikel 3.60, doorgeven aan de steden en gemeenten voor het opvolgen van het aanbod van studentenhuisvesting. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, kan die persoonsgegevens gebruiken voor statistische verwerking en kan ze ter beschikking stellen van andere entiteiten van het beleidsdomein Omgeving voor statistische verwerking. De dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid, kan die persoonsgegevens verder verwerken voor doeleinden als vermeld in artikel 1.5 die verenigbaar zijn met de oorspronkelijke doeleinden. | |
| 1 | + | In dit deel wordt verstaan onder: | |
| 2 | + | 1° student: iedere persoon die ingeschreven is bij een instelling die voltijds onderwijs aanbiedt; | |
| 3 | + | 2° studentenhuisvesting: elke woning die verhuurd wordt of te huur of ter beschikking gesteld wordt met het oog op de huisvesting van een of meer studenten. |
| 1 | + | §1. De gemeenteraad kan bij verordening: | |
| 2 | + | 1° bepalen dat een studentenhuisvesting het kotlabel, vermeld in paragraaf 2, kan krijgen; | |
| 3 | + | 2° het kotlabel, vermeld in paragraaf 2, verplichten om een studentenhuisvesting te verhuren of ter beschikking te stellen. | |
| 4 | + | De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de gemeentelijke verordeningen, vermeld in het eerste lid. | |
| 5 | + | §2. Een kotlabel toont aan dat een studentenhuisvesting aan al de volgende voorwaarden voldoet: | |
| 6 | + | 1° de elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsvereisten, vermeld in artikel 3.1 van deze codex, en, in voorkomend geval, de strengere veiligheids- en kwaliteitsnormen die de gemeenteraad kan opleggen conform artikel 3.2, eerste lid, 2°, van deze codex; | |
| 7 | + | 2° de vereisten van brandveiligheid van woningen; | |
| 8 | + | 3° het aantal woongelegenheden is vergund of vergund geacht conform de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009. | |
| 9 | + | De Vlaamse Regering bepaalt de procedure om een kotlabel als vermeld in het eerste lid, aan te vragen, te behandelen en toe te kennen. De Vlaamse Regering bepaalt de geldigheidsduur van het kotlabel, vermeld in het eerste lid, het uitzicht ervan, en op welke wijze het wordt bekendgemaakt. De gemeente kan nadere regels bepalen. | |
| 10 | + | §3. Als de gemeenteraad een verordening als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft, kan ze bijkomende voorwaarden opleggen, die geen afbreuk doen aan het kotlabel, vermeld in paragraaf 2, eerste lid. |
| 1 | + | Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die een studentenhuisvesting verhuurt of te huur of ter beschikking stelt, meldt dat. De voormelde persoon kan melden dat de studentenhuisvesting niet langer wordt verhuurd of ter beschikking wordt gesteld. De Vlaamse Regering werkt de voormelde meldingsplicht verder uit. |
| 5 | 5 | §2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1, 2°, treedt de VMSW onder de voorwaarden, vermeld in artikel 4.58, in de rechten en verplichtingen van de woonmaatschappij die voortvloeien uit een overeenkomst die gesloten is tussen de woonmaatschappij en een of meer verhuurders op de private huurmarkt. | |
| 6 | 6 | §3. In het geval, vermeld in paragraaf 1, 1°, neemt de VMSW de onderhuurovereenkomsten die gesloten zijn tussen de woonmaatschappij en een of meer onderhuurders van een sociale huurwoning over. | |
| 7 | − | De VMSW kan in de gevallen, vermeld in paragraaf 1, 1°, en in paragraaf 2, de woningen die het voorwerp uitmaken van de overgenomen overeenkomst opnieuw onderverhuren aan een of meer huurders die het goed gebruiken als hoofdverblijfplaats. De VMSW doet voor de toewijzing aan nieuwe onderhuurders een beroep op het kandidatenregister, vermeld in boek 6, deel 3, van de woonmaatschappij.Bij de toewijzing van de sociale huurwoning past ze de methodiek toe die de woonmaatschappijen hanteren. | |
| 7 | + | De VMSW kan in de gevallen, vermeld in paragraaf 1, 1°, en in paragraaf 2, de woningen die het voorwerp uitmaken van de overgenomen overeenkomst opnieuw onderverhuren aan een of meer huurders die het goed gebruiken als hoofdverblijfplaats. De VMSW doet voor de toewijzing aan nieuwe onderhuurders een beroep op het centraal inschrijvingsregister, vermeld in artikel 6.5. Bij de toewijzing van de sociale huurwoning past ze de methodiek toe die de woonmaatschappijen hanteren. | |
| 8 | 8 | In het geval, vermeld in paragraaf 1, 2°, neemt de woonmaatschappij die de huurovereenkomsten van de VMSW heeft overgenomen, de onderhuurovereenkomsten over die de VMSW had overgenomen of heeft gesloten. Het kandidatenregister, vermeld in boek 6, deel 3, van de oorspronkelijke woonmaatschappij wordt samengevoegd met het eigen kandidatenregister van de woonmaatschappij. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden om de registers samen te voegen. | |
| 2 | 2 | De woonmaatschappij kan ook zelf ten belope van ten hoogste 20 procent van haar jaarlijkse investeringsvolume een aanbod van geconventioneerde huurwoningen realiseren. De Vlaamse Regering bepaalt de berekeningswijze. De woonmaatschappij hanteert gescheiden boekhoudingen voor haar taken met betrekking tot het aanbod van geconventioneerde huurwoningen, het aanbod van betaalbare studentenkamers en haar taken met betrekking tot het sociaal woonaanbod. | |
| 3 | 3 | §2. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden over de maximale huurprijs, de korting op de huurprijs, de inkomens- en eigendomsvoorwaarde waaraan de huurder voldoet, de wijze waarop gecontroleerd wordt of een huurder in aanmerking komt voor een geconventioneerde huurwoning en de voorwaarden waaronder een geconventioneerde huurwoning wordt verhuurd. | |
| 4 | + | De Vlaamse Regering kan binnen de afgebakende doelgroep van woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden, vermeld in artikel 1.3, §1, eerste lid, 14°/1, bijzondere doelgroepen bepalen tot wie de projectgebonden oproep tot kandidaatstelling, vermeld in het vierde lid, zich kan richten. | |
| 4 | − | Een geconventioneerde huurwoning wordt toegewezen na een projectgebonden oproep tot kandidaatstelling. De toewijzing gebeurt door het beslissingsorgaan van de woonmaatschappij of de persoon of personen die hij daartoe aanstelt, rekening houdend met: | |
| 5 | + | De geconventioneerde huurwoningen worden toegewezen door het beslissingsorgaan van de woonmaatschappij of de persoon of personen die hij daartoe aanstelt, rekening houdend met: | |
| 5 | − | 1° de interesse van de kandidaat-huurder in een of meerdere woningen in het project; | |
| 6 | + | 1° de interesse van de aanvrager van een geconventioneerde huurwoning in een of meerdere woningen in het project; | |
| 6 | − | 2° de toewijzingsregels die de Vlaamse Regering vaststelt, waarbij ze rekening houdt met de bijzondere doelstellingen van het woonbeleid, vermeld in artikel 1.6, §2. | |
| 7 | + | 2° de toewijzingsregels die de Vlaamse Regering vaststelt, waarbij ze rekening houdt met de bijzondere doelstellingen van het woonbeleid, vermeld in artikel 1.6, §2; | |
| 8 | + | 3° de voorrangsregel die de Vlaamse Regering vaststelt over de lokale binding van de aanvrager van een geconventioneerde huurwoning met de gemeente waar de geconventioneerde huurwoning ligt, als de gemeente beslist om die voorrangsregel toe te passen; | |
| 9 | + | 4° in voorkomend geval, het reglement, vermeld in artikel 5.52/3, eerste lid, dat de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband heeft opgemaakt onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt. | |
| 10 | + | De kandidaatstelling voor een geconventioneerde huurwoning gebeurt na een projectgebonden oproep of in voorkomend geval, volgens de wijze die opge- nomen is in het reglement, vermeld in het derde lid, 4°. | |
| 7 | 11 | §3. De Vlaamse Regering stelt voor de verhuur van de geconventioneerde huurwoningen een typeovereenkomst vast voor de huurders die in aanmerking komen voor een geconventioneerde huurwoning. Van de typehuurovereenkomsten kan alleen worden afgeweken in de gevallen die de Vlaamse Regering bepaalt. | |
| 8 | 12 | De typehuurovereenkomst, vermeld in het eerste lid, bevat minstens de volgende regelingen: | |
| 14 | 14 | 7° gegevens over onroerende rechten; | |
| 15 | 15 | 8° woningkenmerken. | |
| 16 | − | De gegevens betreffende de lichamelijke en psychische gezondheid van de aanvrager of zijn inwonende gezinsleden worden opgevraagd en verwerkt conform artikel 9, lid 2, g), van de algemene verordening gegevensbescherming. Deze gegevens worden opgevraagd en verwerkt om te bepalen of de aanvrager in aanmerking komt voor een geconventioneerde huurwoning. Alleen het statuut van de persoon kan worden opgevraagd en verwerkt. | |
| 16 | + | Alleen het statuut van de persoon kan worden opgevraagd en verwerkt met betrekking tot de gegevens over de lichamelijke of psychische gezondheid, vermeld in het eerste lid, 5°. | |
| 17 | 17 | De Vlaamse Regering kan de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven. | |
| 18 | 18 | §4. De betrokkenen bij de verwerking van persoonsgegevens zijn: | |
| 19 | − | 1° de aanvrager van een geconventioneerde huurwoning ; | |
| 19 | + | 1° de aanvrager van een geconventioneerde huurwoning of zijn vertegenwoordiger; | |
| 20 | 20 | 2° de gezinsleden van de aanvrager van een geconventioneerde huurwoning; | |
| 21 | − | 3° de huurder en zijn gezinsleden; | |
| 21 | + | 3° de huurder of zijn vertegenwoordiger; | |
| 22 | − | 4° de ex-huurder. | |
| 22 | + | 4° de ex-huurder of zijn vertegenwoordiger; | |
| 23 | + | 5° de gezinsleden van de huurder. | |
| 23 | − | §5. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 2, 1°, past op de verwerkte persoonsgegevens een bewaartermijn van tien jaar toe na de behandeling van het aanvraagdossier. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 2, 2°, past op de verwerkte persoonsgegevens een bewaartermijn van tien jaar toe na het einde van de huurovereenkomst. | |
| 24 | + | §5. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 2, 1°, past op de verwerkte persoonsgegevens een bewaartermijn van maximaal één jaar toe na de definitieve beëindiging van de administratieve, gerechtelijke en buitengerechtelijke procedures en uiterlijk maximaal tien jaar na de behandeling van het aanvraagdossier. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 2, 2°, past op de verwerkte persoonsgegevens een bewaartermijn van tien jaar toe na het einde van de huurovereenkomst. | |
| 24 | 25 | §6. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 2, 1°, kan de persoonsgegevens doorgeven aan de woonmaatschappijen en de private initiatiefnemer, vermeld in artikel 5.52/1, voor het sluiten van de huurovereenkomst. De verwerkingsverantwoordelijken kunnen de persoonsgegevens gebruiken voor statistische verwerking en kunnen ze ter beschikking stellen van andere entiteiten van het beleidsdomein Omgeving voor statistische verwerking. De verwerkingsverantwoordelijken kunnen de persoonsgegevens ook doorgeven aan de toezichthouder, vermeld in artikel 4.79 van deze codex, om hem in staat te stellen het toezicht uit te oefenen. | |
| 25 | 26 | De Vlaamse Regering kan aanvullende entiteiten aanduiden waaraan persoonsgegevens voor specifiek omschreven doeleinden kunnen worden doorgegeven. | |
| 1 | − | De coöperatieve vennootschap "Vlaams Woningfonds", hierna VWF te noemen, wordt erkend als sociale woonorganisatie. | |
| 1 | + | De vennootschap "Vlaams Woningfonds", hierna VWF te noemen, wordt erkend als sociale woonorganisatie. |
| 8 | 8 | 5° de voorwaarden waaronder de geconventioneerde huurwoning wordt verhuurd. | |
| 9 | 9 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop gecontroleerd wordt of een huurder in aanmerking komt voor een geconventioneerde huurwoning. | |
| 10 | + | De Vlaamse Regering kan binnen de afgebakende doelgroep van woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden, vermeld in artikel 1.3, §1, eerste lid, 14°/1, bijzondere doelgroepen bepalen tot wie de projectgebonden oproep tot kandidaatstelling, vermeld in het zevende lid, zich kan richten. Alleen een gemeente, een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, een vereniging zonder winstoogmerk of een instelling van openbaar nut waarop het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 van toepassing is, of een sociale onderneming voor zover ze erkend is volgens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019, of een autonoom gemeentebedrijf als vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur kunnen onder de voor- waarden die de Vlaamse Regering bepaalt, geconventioneerde huurwoningen verhuren aan de bijzondere doelgroepen. | |
| 10 | − | Een geconventioneerde huurwoning wordt toegewezen na een projectgebonden oproep tot kandidaatstelling. De toewijzing gebeurt door het beslissingsorgaan van de private initiatiefnemer of de persoon of personen die hij daartoe aanstelt, of een gemeente, een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, een vereniging zonder winstoogmerk of een instelling van openbaar nut waarop het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 van toepassing is, of een sociale onderneming voor zover ze erkend is volgens het Wetboek van vennoot- schappen en verenigingen van 23 maart 2019, of een autonoom gemeentebedrijf als vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, rekening houdend met: | |
| 11 | + | De geconventioneerde huurwoningen worden toegewezen door het beslissingsorgaan van de private initiatiefnemer of de persoon of personen die hij daartoe aanstelt, of een gemeente, een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, een vereniging zonder winstoogmerk of een instelling van openbaar nut waarop het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 van toepassing is, of een sociale onderneming voor zover ze erkend is volgens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019, of een autonoom gemeentebedrijf als vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, rekening houdend met: | |
| 11 | − | 1° de interesse van de kandidaat-huurder in een of meerdere woningen in het project; | |
| 12 | + | 1° de interesse van de aanvrager van een geconventioneerde huurwoning in een of meerdere woningen in het project; | |
| 12 | − | 2° de toewijzingsregels die de Vlaamse Regering vaststelt, waarbij ze rekening houdt met de bijzondere doelstellingen van het woonbeleid, vermeld in artikel 1.6, §2. | |
| 13 | + | 2° de toewijzingsregels die de Vlaamse Regering vaststelt, waarbij ze rekening houdt met de bijzondere doelstellingen van het woonbeleid, vermeld in artikel 1.6, §2; | |
| 14 | + | 3° de voorrangsregel die de Vlaamse Regering vaststelt over de lokale binding van de aanvrager van een geconventioneerde huurwoning met de gemeente waar de geconventioneerde woning ligt, als de gemeente beslist om die voorrangsregel toe te passen; | |
| 15 | + | 4° in voorkomend geval, het reglement, vermeld in artikel 5.52/3, eerste lid, dat de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband heeft opgemaakt onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering vaststelt. | |
| 16 | + | De kandidaatstelling voor een geconventioneerde huurwoning gebeurt na een projectgebonden oproep of in voorkomend geval, volgens de wijze die opgenomen is in het reglement, vermeld in zesde lid, 4°. | |
| 13 | 17 | De private initiatiefnemer, een gemeente, een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, een vereniging zonder winstoogmerk of een instelling van openbaar nut waarop het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 van toepassing is, of een sociale onderneming voor zover ze erkend is volgens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019, of een autonoom gemeentebedrijf als vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur gebruikt de typehuurovereenkomst, vermeld in 4.42, §3, als hij een geconventioneerde huurwoning verhuurt aan een huurder die in aanmerking komt voor een geconventioneerde huurwoning. De voorwaarden waaraan de huurder voldoet om in aanmerking te komen voor een geconventioneerde huurwoning zijn dezelfde als de voorwaarden die de Vlaamse Regering krachtens artikel 4.42, §2, bepaalt. | |
| 14 | 18 | De Vlaamse Regering bepaalt de typehuurovereenkomsten die worden gebruikt voor de verhuur van de geconventioneerde huurwoningen aan woonmaatschappijen, een gemeente, een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, een vereniging zonder winstoogmerk of een instelling van openbaar nut waarop het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 van toepassing is, of een sociale onderneming voor zover ze erkend is volgens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019, of een autonoom gemeentebedrijf als vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, waarbij minstens de volgende voorwaarden worden opgenomen: | |
| 5 | 5 | 1° de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met de uitvoering van het woonbeleid; | |
| 6 | 6 | 2° de private initiatiefnemer, vermeld in artikel 5.52/1; | |
| 7 | − | 3° een gemeente, een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, een vereniging zonder winstoogmerk of een instelling van openbaar nut waarop het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 van toepassing , of een sociale onderneming voor zover ze erkend is volgens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019, of een autonoom gemeentebedrijf als vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur. | |
| 7 | + | 3° een gemeente, een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, een vereniging zonder winstoogmerk of een instelling van openbaar nut waarop het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 van toepassing is, of een sociale onderneming voor zover ze erkend is volgens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019, of een autonoom gemeentebedrijf als vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur. | |
| 8 | 8 | §3. Met toepassing van paragraaf 1 kunnen de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerkt worden: | |
| 9 | 9 | 1° persoonlijke identificatiegegevens; | |
| 15 | 15 | 7° gegevens over onroerende rechten; | |
| 16 | 16 | 8° woningkenmerken. | |
| 17 | − | De gegevens betreffende de lichamelijke en psychische gezondheid van de aanvrager of zijn inwonende gezinsleden wordt opgevraagd en verwerkt conform artikel 9, lid 2, g), van de algemene verordening gegevensbescherming. Deze gegevens worden opgevraagd en verwerkt om te bepalen of de aanvrager in aanmerking komt voor een geconventioneerde huurwoning. Alleen het statuut van de persoon kan worden opgevraagd en verwerkt. | |
| 17 | + | Alleen het statuut van de persoon kan worden opgevraagd en verwerkt met betrekking tot de gegevens over de lichamelijke of psychische gezondheid, vermeld in het eerste lid, 5°. | |
| 18 | 18 | De Vlaamse Regering kan de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven. | |
| 19 | 19 | §4. De betrokkenen bij de verwerking van persoonsgegevens zijn: | |
| 20 | − | 1° de aanvrager van een geconventioneerde huurwoning ; | |
| 20 | + | 1° de aanvrager van een geconventioneerde huurwoning of zijn vertegenwoordiger; | |
| 21 | 21 | 2° de gezinsleden van de aanvrager van een geconventioneerde huurwoning; | |
| 22 | − | 3° de huurder en zijn gezinsleden; | |
| 22 | + | 3° de huurder of zijn vertegenwoordiger; | |
| 23 | − | 4° de ex-huurder. | |
| 23 | + | 4° de ex-huurder of zijn vertegenwoordiger; | |
| 24 | + | 5° de gezinsleden van de huurder; | |
| 25 | + | 6° de private initiatiefnemer die een natuurlijke persoon is. | |
| 24 | − | §5. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 2, 1°, past op de verwerkte persoonsgegevens een bewaartermijn van tien jaar toe na de beslissing dat de aanvrager in aanmerking komt voor een geconventioneerde huurwoning. De verwerkingsverantwoordelijken, vermeld in paragraaf 2, 2° en 3°, passen op de verwerkte persoonsgegevens een bewaartermijn van tien jaar toe na het einde van de huurovereenkomst. | |
| 26 | + | §5. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 2, 1°, past op de verwerkte persoonsgegevens een bewaartermijn van maximaal één jaar toe na de definitieve beëindiging van de administratieve, gerechtelijke en buitengerechtelijke procedures en uiterlijk maximaal tien jaar na de behandeling van het aanvraagdossier voor de subsidie, vermeld in artikel 5.52/1, tweede lid. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 2, 1°, past op de verwerkte persoonsgegevens een bewaartermijn van maximaal één jaar toe na de definitieve beëindiging van de administratieve, gerechtelijke en buitengerechtelijke procedures en uiterlijk maximaal tien jaar na de behandeling van het aanvraagdossier. De verwerkingsverantwoordelijken, vermeld in paragraaf 2, 2° en 3°, passen op de verwerkte persoonsgegevens een bewaartermijn van tien jaar toe na het einde van de huurovereenkomst. | |
| 25 | 27 | §6. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 2, 1°, kan de persoonsgegevens doorgeven aan de private initiatiefnemer, vermeld in artikel 5.52/1, de woonmaatschappij of een gemeente, een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, een vereniging zonder winstoogmerk of een instelling van openbaar nut waarop het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 van toepassing, of een sociale onderneming voor zover ze erkend is volgens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019, of een autonoom gemeentebedrijf als vermeld in deel 2, titel 3, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur voor het sluiten van de huurovereenkomst. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in paragraaf 2, 1°, kan de persoonsgegevens gebruiken voor statistische verwerking en kan ze ter beschikking stellen van andere entiteiten van het beleidsdomein Omgeving voor statistische verwerking. | |
| 26 | 28 | De Vlaamse Regering kan aanvullende entiteiten aanduiden waaraan persoonsgegevens voor specifiek omschreven doeleinden kunnen worden doorgegeven. | |
| 1 | + | Bij de opmaak van het reglement, vermeld in artikel 4.42, §2, tweede lid, 4°, en artikel 5.52/1, vijfde lid, 4°, betrekt de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband de relevante huisvestings- en welzijnsactoren. | |
| 2 | + | De gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband bezorgt het reglement, vermeld in het eerste lid, en het administratief dossier aan de Vlaamse Regering met een beveiligde zending. | |
| 3 | + | De Vlaamse Regering beschikt over een termijn van vijfenveertig kalenderdagen, die volgt op de datum van de kennisgeving van het reglement, vermeld in het eerste lid, en het administratief dossier, om het reglement geheel of gedeeltelijk te vernietigen als ze het reglement in strijd acht met de wetten, decreten en de uitvoeringsbesluiten ervan of het algemeen belang. Als het reglement per aangetekend schrijven wordt bezorgd, gaat de termijn in vanaf de derde werkdag na de datum waarop het reglement is afgegeven op de post. | |
| 4 | + | De Vlaamse Regering kan de termijn, vermeld in het derde lid, eenmalig verlengen met vijftien kalenderdagen. Ze geeft daarvan kennis aan de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband voordat de oorspronkelijke termijn afloopt. | |
| 5 | + | Voor de berekening van de termijn, vermeld in het derde en vierde lid, is de vervaldag in de termijn begrepen. Als de vervaldag een zaterdag, een zondag, een wettelijke of decretale feestdag is, wordt die verplaatst naar de eerstvolgende werkdag. | |
| 6 | + | De Vlaamse Regering bezorgt de vernietigingsbeslissing met een beveiligde zending aan de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband. |
| 368 | 368 | 137°/2 welzijnsvoorziening: een organisatie die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap en activiteiten uitoefent op het gebied van het gezin, het maatschappelijk welzijn, het onthaal en de integratie van inwijkelingen, de mindervaliden, de bejaarden, de jeugdbescherming en de sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op hun sociale re-integratie, vermeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen; | |
| 369 | 369 | 138° werkmaatschappij : de privaatrechtelijke vennootschap waarin de distributienetbeheerder participeert of de publiekrechtelijke rechtspersoon die participeert in de distributienetbeheerder, die in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder belast is met de exploitatie van zijn net en de toepassing van openbaredienstverplichtingen; | |
| 370 | − | 138°/0 Wonen-Vlaanderen: het intern verzelfstandigd agentschap dat is opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen-Vlaanderen; | |
| 370 | + | 138°/0 Wonen in Vlaanderen: het intern verzelfstandigd agentschap dat is opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen in Vlaanderen; | |
| 371 | 371 | 138/1° Woningbouwwet: de wet van 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen; | |
| 372 | 372 | 139° wooneenheid : elke eenheid in een woongebouw die over de nodige woonvoorzieningen beschikt om autonoom te kunnen functioneren; | |
| 35 | 35 | Voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het beheer van leningen is het VEKA de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. | |
| 36 | 36 | De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden en modaliteiten bepalen voor de gegevensuitwisseling tussen de energiehuizen en het VEKA. | |
| 37 | − | §3. In het kader van de uitvoering van hun taak, vermeld in artikel 9.1.1, 1°, kunnen de energiehuizen de volgende categorieën van persoonsgegevens aan Wonen-Vlaanderen bezorgen: | |
| 37 | + | §3. In het kader van de uitvoering van hun taak, vermeld in artikel 9.1.1, 1°, of om Wonen in Vlaanderen de mogelijkheid te bieden na te gaan of een aanvrager of begunstigde van de subsidies, vermeld in artikel 5.52/1 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, voldoet aan de voor- waarden die de Vlaamse Regering vaststelt ter uitvoering van artikel 5.52/1, derde lid, van de voormelde codex, kunnen de energiehuizen de volgende categorieën van persoonsgegevens aan Wonen in Vlaanderen bezorgen: | |
| 38 | 38 | 1° de identificatiegegevens van de kredietnemers; | |
| 39 | 39 | 2° de identificatiegegevens en het type van het gebouw of de gebouweenheid; 3° de voorwaarden en kenmerken van de toegekende lening. | |
| 40 | − | De Vlaamse Regering kan bepalen voor welk type lening die persoonsgegevens aan Wonen-Vlaanderen moeten worden bezorgd. | |
| 40 | + | De Vlaamse Regering kan bepalen voor welk type lening die persoonsgegevens aan Wonen in Vlaanderen moeten worden bezorgd. | |
| 41 | − | Voor de verdere verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, in het kader van de controle op de naleving van de leningsvoorwaarden die de Vlaamse Regering krachtens de Vlaamse Codex Wonen van 2021 vaststelt, is Wonen-Vlaanderen de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. | |
| 41 | + | Voor de verdere verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, in het kader van de controle op de naleving van de leningsvoorwaarden die de Vlaamse Regering krachtens de Vlaamse Codex Wonen van 2021 vaststelt, is Wonen in Vlaanderen de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. | |
| 42 | − | De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden en modaliteiten bepalen voor de gegevensuitwisseling tussen de energiehuizen en Wonen-Vlaanderen. | |
| 42 | + | De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden en modaliteiten bepalen voor de gegevensuitwisseling tussen de energiehuizen en Wonen in Vlaanderen. | |
| 43 | 43 | §4. In het kader van de uitvoering van hun taak, vermeld in artikel 9.1.1, 2°, 3° en 4°, kunnen de energiehuizen van hun klanten in hun werkingsgebied de volgende persoonsgegevens of categorieën van persoonsgegevens opvragen en verwerken: | |
| 44 | 44 | 1° de gegevens over een aansluiting op het elektriciteitsdistributienet met toepassing van het uitsluitend nachttarief; | |
| 10 | 10 | 8° informatie ter beschikking stellen om natuurlijke personen en rechtspersonen actief te kunnen informeren over premies en subsidies; | |
| 11 | 11 | 9° energiefraude opsporen en detecteren. | |
| 12 | − | § 2. De gegevens in de databank voor premies en subsidies zijn alleen toegankelijk voor het VEKA, het Departement Financiën en Begroting, Wonen-Vlaanderen, de netbeheerders of hun werkmaatschappij en de transmissienetbeheerder. De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden bepalen waaronder de gegevens aan die instanties kunnen worden vrijgegeven, en kan de voorwaarden voor de toegang, de verkrijging en het gebruik van de verwerkte gegevens vastleggen. Ze bepaalt ook de algemene organisatorische en technische maatregelen die geno- men moeten worden om de kwaliteit, de vertrouwelijkheid en de veiligheid van de gegevens te garanderen. | |
| 12 | + | § 2. De gegevens in de databank voor premies en subsidies zijn alleen toegankelijk voor het VEKA, het Departement Financiën en Begroting, Wonen in Vlaanderen, de netbeheerders of hun werkmaatschappij en de transmissienetbeheerder. De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden bepalen waaronder de gegevens aan die instanties kunnen worden vrijgegeven, en kan de voorwaarden voor de toegang, de verkrijging en het gebruik van de verwerkte gegevens vastleggen. Ze bepaalt ook de algemene organisatorische en technische maatregelen die genomen moeten worden om de kwaliteit, de vertrouwelijkheid en de veiligheid van de gegevens te garanderen. | |
| 13 | 13 | Het VEKA is de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. | |
| 14 | 14 | § 3. Het VEKA kan voor statistische en wetenschappelijke doeleinden geanonimiseerde gegevens uit de databank voor premies en subsidies ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het VEKA bepaalt onder welke voorwaarden die gegevens mogen worden gebruikt. | |
| 11 | 11 | g) de exploitanten van de waterwinning, zoals bedoeld in het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer; | |
| 12 | 12 | h) de Universiteit Antwerpen, vermeld in het decreet van 22 december 1995 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot de Universiteit Antwerpen; | |
| 13 | − | i) de sociale huisvestingsmaatschappijen, vermeld in de Vlaamse Codex Wonen van 2021; | |
| 13 | + | i) de woonmaatschappijen, vermeld in de Vlaamse Codex Wonen van 2021; | |
| 14 | 14 | j) de nv Mijnschade en Bemaling Limburgs Mijngebied, vermeld in het decreet van 19 december 1997 houdende oprichting van de naamloze vennootschap Mijnschade en Bemaling Limburgs Mijngebied; | |
| 15 | 15 | k) het Gemeenschapsonderwijs, vermeld in het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs; | |