Tot wijziging van het decreet van 21 juni 2013 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen, wat betreft de omzetting van richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen #771
Gemerged 




N-VA, Vooruit, cd&v voegde 10 artikels samen in decreet-2013-06-21-1023005 · 26 maart 2026 Alle checks geslaagd
10 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 19 jun 2026. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
Art. 3. In artikel 2 van het decreet van 21 juni 2013 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen, gewijzigd bij de decreten van 23 december 2016, 26 juni 2020 en 10 februari 2023, wordt de zinsnede “en in de omzetting van richtlijn (EU) 2021/514 van de Raad van 22 maart 2021 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen” vervangen door de zinsnede “, in de omzetting van richtlijn (EU) 2021/514 van de Raad van 22 maart 2021 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en in de omzetting van richtlijn (EU) 2023/2226 van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 22 | b) ze zijn afgegeven, gewijzigd of hernieuwd ten aanzien van een welbepaalde persoon of groep van personen, en die personen kunnen zich erop beroepen; | 22 | b) ze zijn afgegeven, gewijzigd of hernieuwd ten aanzien van een welbepaalde persoon of groep van personen, en die personen kunnen zich erop beroepen; |
| 23 | c) ze hebben betrekking op de interpretatie of toepassing van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling ter toepassing of handhaving van de belastingwetgeving voor de belastingen, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1° ; | 23 | c) ze hebben betrekking op de interpretatie of toepassing van een wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling ter toepassing of handhaving van de belastingwetgeving voor de belastingen, vermeld in artikel 4, eerste lid, 1° ; |
| 24 | d) ze hebben betrekking op een grensoverschrijdende transactie of op de vraag of er op grond van de activiteiten van een persoon in een lidstaat al dan niet sprake is van een vaste inrichting; | 24 | d) ze hebben betrekking op een grensoverschrijdende transactie of op de vraag of er op grond van de activiteiten van een persoon in een lidstaat al dan niet sprake is van een vaste inrichting, dan wel of een natuurlijke persoon al dan niet fiscaal ingezetene is van de lidstaat die de ruling afgeeft; |
| 25 | e) ze zijn tot stand gekomen voorafgaand aan de transacties of activiteiten in een lidstaat op grond waarvan mogelijk sprake is van een vaste inrichting, of voorafgaand aan de indiening van een belastingaangifte voor het tijdvak waarin de transactie of reeks transacties dan wel de activiteiten hebben plaatsgevonden; | 25 | e) ze zijn tot stand gekomen voorafgaand aan de transacties of activiteiten in een lidstaat op grond waarvan mogelijk sprake is van een vaste inrichting, of voorafgaand aan de indiening van een belastingaangifte voor het tijdvak waarin de transactie of reeks transacties dan wel de activiteiten hebben plaatsgevonden; |
| 26 | 16° grensoverschrijdende transactie: een transactie of een reeks van transacties die betrekking kan hebben op, maar niet beperkt is tot het doen van investeringen, het leveren van goederen, het verrichten van diensten, het financieren of het gebruiken van materiële of immateriële activa, waarbij de persoon die de voorafgaande grensoverschrijdende ruling heeft gekregen, niet rechtstreeks betrokken hoeft te zijn, en die voldoet aan een of meer van de volgende voorwaarden: | 26 | 16° grensoverschrijdende transactie: een transactie of een reeks van transacties die betrekking kan hebben op, maar niet beperkt is tot het doen van investeringen, het leveren van goederen, het verrichten van diensten, het financieren of het gebruiken van materiële of immateriële activa, waarbij de persoon die de voorafgaande grensoverschrijdende ruling heeft gekregen, niet rechtstreeks betrokken hoeft te zijn, en die voldoet aan een of meer van de volgende voorwaarden: |
| 37 | 18° meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie: iedere grensoverschrijdende constructie die ten minste één van de wezenskenmerken, vermeld in artikel 5/1, bezit; | 37 | 18° meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie: iedere grensoverschrijdende constructie die ten minste één van de wezenskenmerken, vermeld in artikel 5/1, bezit; |
| 38 | 19° wezenskenmerk: een eigenschap of kenmerk van een grensoverschrijdende constructie die geldt als een indicatie van een mogelijk risico op belastingontwijking zoals omschreven in artikel 5/1; | 38 | 19° wezenskenmerk: een eigenschap of kenmerk van een grensoverschrijdende constructie die geldt als een indicatie van een mogelijk risico op belastingontwijking zoals omschreven in artikel 5/1; |
| 39 | 20° intermediair: een persoon die een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie bedenkt, aanbiedt, opzet, beschikbaar maakt voor implementatie of de implementatie ervan beheert. | 39 | 20° intermediair: een persoon die een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie bedenkt, aanbiedt, opzet, beschikbaar maakt voor implementatie of de implementatie ervan beheert; |
| 40 | 29° inkomsten uit dividenden zonder bewaarneming: dividenden of andere inkomsten die in de lidstaat van de betaler als dividenden worden behandeld en die worden betaald of bijgeschreven op een andere rekening dan een bewaarrekening als gedefinieerd in bijlage I, C, 3, van de wet van 16 december 2015 tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiële rekeningen, door de Belgische financiële instellingen en de FOD Financiën, in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden; | ||
| 41 | 30° levensverzekeringsproducten die niet onder andere rechtsinstrumenten van de Unie inzake inlichtingenuitwisseling en andere soortgelijke maatregelen vallen: verzekeringscontracten, met uitzondering van kapitaalverzekeringen die op grond van bijlage I, deel I, van de wet van 16 december 2015 tot regeling van de mededeling van inlichtingen betreffende financiële rekeningen, door de Belgische financiële instellingen en de FOD Financiën, in het kader van een automatische uitwisseling van inlichtingen op internationaal niveau en voor belastingdoeleinden moeten worden gerapporteerd, waarbij uitkeringen uit hoofde van de overeenkomsten verschuldigd zijn bij het overlijden van een polishouder; | ||
| 42 | 31° cliënt: voor de toepassing van artikel 11/2 tot en met 11/11, elke intermediair of relevante belastingplichtige die diensten, met inbegrip van bijstand, advies, raad of begeleiding, ontvangt van een tot het juridisch beroepsgeheim gehouden intermediair met betrekking tot een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie. | ||
| 40 | Een intermediair is ook een persoon die, gelet op de betrokken feiten en omstandigheden en op basis van de beschikbare informatie en de deskundigheid die en het begrip dat nodig is om die diensten te verstrekken, weet of redelijkerwijs kon weten dat hij heeft toegezegd om rechtstreeks of via andere personen hulp, bijstand of advies te verstrekken met betrekking tot het bedenken, aanbieden, opzetten, beschikbaar maken voor implementatie of beheren van de implementatie van een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie. Elke persoon heeft het recht bewijs te leveren van het feit dat een dergelijke persoon niet wist en redelijkerwijs niet kon weten dat die persoon bij een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie betrokken was. Daartoe kan die persoon alle relevante feiten en omstandigheden, beschikbare informatie en zijn relevante deskundigheid en begrip ervan vermelden. | 43 | Een intermediair is ook een persoon die, gelet op de betrokken feiten en omstandigheden en op basis van de beschikbare informatie en de deskundigheid die en het begrip dat nodig is om die diensten te verstrekken, weet of redelijkerwijs kon weten dat hij heeft toegezegd om rechtstreeks of via andere personen hulp, bijstand of advies te verstrekken met betrekking tot het bedenken, aanbieden, opzetten, beschikbaar maken voor implementatie of beheren van de implementatie van een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie. Elke persoon heeft het recht bewijs te leveren van het feit dat een dergelijke persoon niet wist en redelijkerwijs niet kon weten dat die persoon bij een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie betrokken was. Daartoe kan die persoon alle relevante feiten en omstandigheden, beschikbare informatie en zijn relevante deskundigheid en begrip ervan vermelden. |
| 41 | Om een intermediair te zijn, dient een persoon ten minste één van de volgende aanvullende voorwaarden te vervullen: | 44 | Om een intermediair te zijn, dient een persoon ten minste één van de volgende aanvullende voorwaarden te vervullen: |
| 1 | De bevoegde autoriteit verstrekt alle buitenlandse autoriteiten automatisch alle inlichtingen waarover ze ten aanzien van de ingezetenen van die andere lidstaat beschikt inzake de volgende specifieke inkomsten- en vermogenscategorieën, op te vatten in de zin van de Belgische wetgeving: | 1 | De bevoegde autoriteit verstrekt aan alle buitenlandse autoriteiten automatisch alle inlichtingen waarover ze ten aanzien van de ingezetenen van die andere lidstaat beschikt over de volgende specifieke inkomsten- en vermogenscategorieën, op te vatten in de zin van de Belgische wetgeving: |
| 2 | 1° inkomen uit een dienstbetrekking; | 2 | 1° inkomsten uit een arbeid; |
| 3 | 2° tantièmes en presentiegelden; | 3 | 2° tantièmes en presentiegelden; |
| 4 | 3° levensverzekeringsproducten die niet vallen onder andere uniale rechtsinstrumenten inzake de uitwisseling van inlichtingen noch onder soortgelijke voorschriften; | 4 | 3° inkomsten uit levensverzekeringsproducten die niet vallen onder andere rechtsinstrumenten van de Unie inzake inlichtingenuitwisseling, noch onder soortgelijke voorschriften; |
| 5 | 4° pensioenen; | 5 | 4° pensioenen; |
| 6 | 5° eigendom en inkomen van onroerende goederen; | 6 | 5° eigendom en inkomsten van onroerende goederen; |
| 7 | 6° royalty’s. | 7 | 6° royalty’s; |
| 8 | 7° inkomsten uit dividenden zonder bewaarneming, met uitzondering van inkomsten uit dividenden die zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting overeenkomstig artikel 4, 5 of 6 van richtlijn 2011/96/EU van de Raad van 30 november 2011 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten. | ||
| 8 | Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2024, streeft de bevoegde autoriteit ernaar het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van ingezetenen op te nemen in de verstrekking van de inlichtingen, vermeld in het eerste lid. | 9 | Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2024, streeft de bevoegde autoriteit ernaar het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van ingezetenen op te nemen in de verstrekking van de inlichtingen, vermeld in het eerste lid. |
| 9 | De inlichtingen worden ten minste eenmaal per jaar verstrekt, binnen zes maanden na het verstrijken van het kalenderjaar in de loop waarvan de inlichtingen beschikbaar zijn geworden. | 10 | De inlichtingen worden ten minste eenmaal per jaar verstrekt, binnen zes maanden na het verstrijken van het kalenderjaar in de loop waarvan de inlichtingen beschikbaar zijn geworden. |
| 7 | 2° hij is gericht tot een bepaalde persoon of groep van personen, met een jaarlijkse netto-omzet als vermeld in artikel 2, punt 5, van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad, van minder dan 40.000.000 euro in het boekjaar dat voorafgaat aan de datum waarop de grensoverschrijdende ruling is afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd; | 7 | 2° hij is gericht tot een bepaalde persoon of groep van personen, met een jaarlijkse netto-omzet als vermeld in artikel 2, punt 5, van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad, van minder dan 40.000.000 euro in het boekjaar dat voorafgaat aan de datum waarop de grensoverschrijdende ruling is afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd; |
| 8 | 3° hij is niet gericht tot een bepaalde persoon of groep personen die hoofdzakelijk financiële of investeringsactiviteiten verricht. | 8 | 3° hij is niet gericht tot een bepaalde persoon of groep personen die hoofdzakelijk financiële of investeringsactiviteiten verricht. |
| 9 | §3. Paragraaf 1 en 2 zijn niet van toepassing als een voorafgaande grensoverschrijdende ruling uitsluitend betrekking heeft op de belastingzaken van een of meer natuurlijke personen. | 9 | §3. Paragraaf 1 en 2 zijn niet van toepassing op de gevallen waarin een voorafgaande grensoverschrijdende ruling uitsluitend betrekking heeft op belastingaangelegenheden van een of meer natuurlijke personen, tenzij een dergelijke voorafgaande grensoverschrijdende ruling na 1 januari 2026 is afgegeven, gewijzigd of hernieuwd, en waarbij: |
| 10 | 1° ofwel het bedrag van de transactie of reeks transacties van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling groter is dan 1.500.000 euro, of het equivalent daarvan in een andere valuta, als het bedrag wordt vermeld in de voorafgaande grensoverschrijdende ruling; | ||
| 11 | 2° ofwel de voorafgaande grensoverschrijdende ruling bepaalt of een persoon al dan niet fiscaal ingezetene is van de lidstaat die de ruling afgeeft. | ||
| 12 | Voor de toepassing van het eerste lid, 1°, en onverminderd het in de voorafgaande grensoverschrijdende ruling bedoelde bedrag, omvat het bedrag van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling bij een reeks transacties met betrekking tot verschillende goederen, diensten of activa, de totale onderliggende waarde. De bedragen worden niet geaggregeerd als dezelfde goederen, diensten of activa meerdere malen worden verhandeld. | ||
| 13 | In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, 2°, vallen voorafgaande grensoverschrijdende rulings over bronbelasting op inkomsten uit arbeid, tantièmes en presentiegelden of pensioenen van niet-ingezetenen niet onder de uitwisseling van inlichtingen over voorafgaande grensoverschrijdende rulings met betrekking tot natuurlijke personen. | ||
| 10 | § 4. De inlichtingen, vermeld in paragraaf 1 en 2, worden door de bevoegde autoriteit verstrekt binnen de volgende termijnen: | 14 | § 4. De inlichtingen, vermeld in paragraaf 1 en 2, worden door de bevoegde autoriteit verstrekt binnen de volgende termijnen: |
| 11 | 1° voor de inlichtingen die conform paragraaf 1 zijn uitgewisseld: onverwijld zodra de voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd en uiterlijk binnen drie maanden na het einde van het eerste halfjaar van het kalenderjaar waarin de voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd; | 15 | 1° voor de inlichtingen die conform paragraaf 1 zijn uitgewisseld: onverwijld zodra de voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd en uiterlijk binnen drie maanden na het einde van het eerste halfjaar van het kalenderjaar waarin de voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd; |
| 12 | 2° voor de inlichtingen die conform paragraaf 2 zijn uitgewisseld: vóór 1 januari 2018. | 16 | 2° voor de inlichtingen die conform paragraaf 2 zijn uitgewisseld: vóór 1 januari 2018. |
| 13 | § 5. De inlichtingen die conform paragraaf 1 en 2 door de bevoegde autoriteit worden verstrekt, omvatten onder meer de volgende gegevens: | 17 | § 5. De inlichtingen die conform paragraaf 1 en 2 door de bevoegde autoriteit worden verstrekt, omvatten onder meer de volgende gegevens: |
| 14 | 1° de identificatiegegevens van de andere persoon dan een natuurlijke persoonen , in voorkomend geval, van de groep personen waartoe die persoon behoort; | 18 | 1° de identificatie van de andere persoon dan een natuurlijke persoon, tenzij de voorafgaande grensoverschrijdende ruling betrekking heeft op een natuurlijk persoon en overeenkomstig paragraaf 1 en 3 wordt verstrekt, en in voorkomend geval, van de groep personen waartoe die persoon behoort; |
| 15 | 2° een samenvatting van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, met onder meer een omschrijving van de relevante zakelijke activiteiten of transacties of reeks van transacties, alsook alle andere inlichtingen die voor de bevoegde autoriteit nuttig kunnen zijn bij de evaluatie van een mogelijk belastingrisico, die niet mag leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of van inlichtingen waarvan het verstrekken in strijd zou zijn met de openbare orde; | 19 | 2° een samenvatting van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, met onder meer een omschrijving van de relevante zakelijke activiteiten of transacties of reeks van transacties, alsook alle andere inlichtingen die voor de bevoegde autoriteit nuttig kunnen zijn bij de evaluatie van een mogelijk belastingrisico, die niet mag leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of van inlichtingen waarvan het verstrekken in strijd zou zijn met de openbare orde; |
| 16 | 3° de data waarop de voorafgaande grensoverschrijdende ruling is afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd; | 20 | 3° de data waarop de voorafgaande grensoverschrijdende ruling is afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd; |
Art. 7. In artikel 11/2, §2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 26 juni 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt tussen het woord “intermediairs” en het woord “van” de zinsnede “, met uitzondering van intermediairs die op grond van het juridisch beroepsgeheim van de meldingsplicht vrijgesteld zijn overeenkomstig artikel 11/6” ingevoegd;
2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
“3° een samenvatting van de inhoud van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie, met onder meer de benaming waaronder ze algemeen bekend staat, als die beschikbaar is, en een beschrijving van de relevante constructies en alle andere inlichtingen die voor de buitenlandse autoriteit van belang kunnen zijn bij het beoordelen van een mogelijk belastingrisico, waarbij die beschrijving niet mag leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of van inlichtingen waarvan de onthulling in strijd is met de openbare orde;”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
Art. 8. In artikel 11/6 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 26 juni 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de plaats van paragraaf 1, gedeeltelijk vernietigd bij arrest nr. 111/2023 van 20 juli 2023 van het Grondwettelijk Hof, komt een nieuwe paragraaf 1, die luidt als volgt:
“§1. Als een intermediair die advocaat is, gebonden is door een beroepsgeheim, is hij ertoe gehouden:
1° zijn cliënt, als die een intermediair is, schriftelijk en gemotiveerd ervan op de hoogte te brengen dat hij als advocaat niet aan de meldingsplicht kan voldoen, waardoor die meldingsplicht automatisch op zijn cliënt rust;
2° bij gebrek aan een intermediair als vermeld in punt 1° zijn cliënt die relevante belastingplichtige is of cliënten die relevante belastingplichtigen zijn, schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte te brengen van zijn of hun meldingsplicht.
De ontheffing van de meldingsplicht krijgt pas uitwerking op het tijdstip dat een intermediair voldaan heeft aan de verplichting, vermeld in het eerste lid.”;
2° in de plaats van paragraaf 3, vernietigd bij arrest nr. 111/2023 van 20 juli 2023 van het Grondwettelijk Hof, komt een nieuwe paragraaf 3, die luidt als volgt:
“§3. Geen beroepsgeheim overeenkomstig de eerste paragraaf kan worden ingeroepen aangaande de initiële melding van een marktklare constructie.”.
Vlaams Parlement771 (2025-2026) – Nr. 6 5
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | § 1. De inlichtingen waarover de bevoegde autoriteit uit hoofde van dit decreet beschikt, vallen onder de geheimhoudingsplicht en genieten de bescherming waarin artikel 3.19.0.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 voorziet met betrekking tot soortgelijke inlichtingen. | 1 | § 1. De inlichtingen waarover de bevoegde autoriteit uit hoofde van dit decreet beschikt, vallen onder de geheimhoudingsplicht en genieten de bescherming waarin artikel 3.19.0.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 voorziet met betrekking tot soortgelijke inlichtingen. |
| 2 | § 2. Deze inlichtingen kunnen worden gebruikt : | 2 | § 2. Deze inlichtingen kunnen worden gebruikt : |
| 3 | 1° voor de beoordeling, toepassing en handhaving van de Belgische wetgeving met betrekking tot de belastingen, vermeld in artikel 2 van richtlijn 2011/16/EU, alsook met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde en andere indirecte belastingen; | 3 | 1° voor de vaststelling, toepassing en handhaving van de Belgische wetgeving met betrekking tot de belastingen, vermeld in artikel 2 van richtlijn 2011/16/EU, en de belasting over de toegevoegde waarde, andere indirecte belastingen, douanerechten, de bestrijding van het witwassen van geld en van de financiering van terrorisme; |
| 4 | 2° voor de vaststelling en invordering van andere belastingen en rechten vallend onder artikel 4 van het decreet van 21 december 2012 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen; | 4 | 2° voor de vaststelling en invordering van andere belastingen en rechten vallend onder artikel 4 van het decreet van 21 december 2012 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen; |
| 5 | 3° in mogelijk tot bestraffing leidende gerechtelijke en administratieve procedures wegens overtreding van de belastingwetgeving, met behoud van de toepassing van de algemene regels en de bepalingen betreffende de rechten van de verdachten en getuigen in dergelijke procedures. | 5 | 3° in mogelijk tot bestraffing leidende gerechtelijke en administratieve procedures wegens overtreding van de belastingwetgeving, met behoud van de toepassing van de algemene regels en de bepalingen betreffende de rechten van de verdachten en getuigen in dergelijke procedures. |
| 6 | Met toestemming van de buitenlandse autoriteit die de inlichtingen overeenkomstig richtlijn 2011/16/EU, heeft verstrekt, en alleen voor zover het in België wettelijk is toegestaan, kunnen de op grond van die richtlijn ontvangen inlichtingen en bescheiden gebruikt worden voor andere doeleinden dan de doeleinden, vermeld in het eerste lid. Dergelijke toestemming wordt verleend als de inlichtingen voor soortgelijke doeleinden kunnen worden gebruikt in de lidstaat van de buitenlandse autoriteit die de inlichtingen verstrekt. | 6 | Met toestemming van de buitenlandse autoriteit die de inlichtingen overeenkomstig richtlijn 2011/16/EU, heeft verstrekt, en alleen voor zover het in België wettelijk is toegestaan, kunnen de op grond van die richtlijn ontvangen inlichtingen en bescheiden gebruikt worden voor andere doeleinden dan de doeleinden, vermeld in het eerste lid. Dergelijke toestemming wordt verleend als de inlichtingen voor soortgelijke doeleinden kunnen worden gebruikt in de lidstaat van de buitenlandse autoriteit die de inlichtingen verstrekt. |
| 7 | De bevoegde autoriteit kan aan de buitenlandse autoriteiten een lijst meedelen van andere dan de in het eerste lid vermelde doeleinden waarvoor overeenkomstig de Belgische wetgeving de inlichtingen en bescheiden kunnen worden gebruikt. De bevoegde autoriteit kan de ontvangen inlichtingen en bescheiden zonder de toestemming, vermeld in het tweede lid, gebruiken voor alle doeleinden die de inlichtingen verstrekkende lidstaat op een lijst heeft meegedeeld. | 7 | De bevoegde autoriteit kan aan de buitenlandse autoriteiten een lijst meedelen van andere dan de in het eerste lid vermelde doeleinden waarvoor overeenkomstig de Belgische wetgeving de inlichtingen en bescheiden kunnen worden gebruikt. De bevoegde autoriteit kan de ontvangen inlichtingen en bescheiden zonder de toestemming, vermeld in het tweede lid, gebruiken voor alle doeleinden die de inlichtingen verstrekkende lidstaat op een lijst heeft meegedeeld. |
| 8 | De bevoegde autoriteit die inlichtingen en documenten ontvangt, kan de ontvangen inlichtingen en documenten zonder de in het tweede lid bedoelde toestemming ook gebruiken voor elk doel dat onder een op artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gebaseerde handeling valt en die daartoe delen met de buitenlandse autoriteit die verantwoordelijk is voor beperkende maatregelen in de betrokken lidstaat. | ||
| 8 | In afwijking van het tweede lid vraagt de bevoegde autoriteit toestemming aan de bevoegde buitenlandse autoriteit van de lidstaat waarvan de inlichtingen initieel afkomstig zijn, indien een buitenlandse autoriteit de inlichtingen die ze van de buitenlandse autoriteit van een andere lidstaat verkreeg, heeft doorgegeven aan de bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit die doorgegeven inlichtingen wil gebruiken voor andere doeleinden dan de doeleinden, vermeld in het eerste lid. | 9 | In afwijking van het tweede lid vraagt de bevoegde autoriteit toestemming aan de bevoegde buitenlandse autoriteit van de lidstaat waarvan de inlichtingen initieel afkomstig zijn, indien een buitenlandse autoriteit de inlichtingen die ze van de buitenlandse autoriteit van een andere lidstaat verkreeg, heeft doorgegeven aan de bevoegde autoriteit en de bevoegde autoriteit die doorgegeven inlichtingen wil gebruiken voor andere doeleinden dan de doeleinden, vermeld in het eerste lid. |
| 9 | § 3. Wanneer de bevoegde autoriteit van oordeel is dat de van een buitenlandse autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, dan stelt hij de autoriteit van de inlichtingenverstrekkende lidstaat in kennis van zijn voornemen om die inlichtingen aan een derde lidstaat door te geven. Indien de bevoegde buitenlandse autoriteit van de inlichtingenverstrekkende lidstaat zich niet binnen tien werkdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving verzet heeft tegen die inlichtingenuitwisseling, dan geeft de bevoegde autoriteit de inlichtingen door aan de buitenlandse autoriteit van de derde lidstaat, op voorwaarde dat dit in overeenstemming is met de in dit decreet vastgelegde voorschriften en procedures. | 10 | § 3. Wanneer de bevoegde autoriteit van oordeel is dat de van een buitenlandse autoriteit verkregen inlichtingen de buitenlandse autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, dan stelt hij de autoriteit van de inlichtingenverstrekkende lidstaat in kennis van zijn voornemen om die inlichtingen aan een derde lidstaat door te geven. Indien de bevoegde buitenlandse autoriteit van de inlichtingenverstrekkende lidstaat zich niet binnen vijftien kalenderdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving verzet heeft tegen die inlichtingenuitwisseling, dan geeft de bevoegde autoriteit de inlichtingen door aan de buitenlandse autoriteit van de derde lidstaat, op voorwaarde dat dit in overeenstemming is met de in dit decreet vastgelegde voorschriften en procedures. |
| 10 | § 4. Inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden, alsook voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan, die door de aangezochte autoriteit zijn verkregen en overeenkomstig dit decreet aan de verzoekende bevoegde autoriteit zijn doorgegeven, worden door de Vlaamse bevoegde overheidsinstanties op dezelfde voet als bewijs aangevoerd als soortgelijke inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden die door een andere Belgische overheidsinstantie zijn verstrekt. | 11 | § 4. Inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden, alsook voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan, die door de aangezochte autoriteit zijn verkregen en overeenkomstig dit decreet aan de verzoekende bevoegde autoriteit zijn doorgegeven, worden door de Vlaamse bevoegde overheidsinstanties op dezelfde voet als bewijs aangevoerd als soortgelijke inlichtingen, verslagen, verklaringen en andere bescheiden die door een andere Belgische overheidsinstantie zijn verstrekt. |
| 1 | De bevoegde autoriteit kan het gebruik toestaan van de inlichtingen en bescheiden verstrekt met toepassing van dit decreet, in de lidstaat die ze ontvangt, voor andere doeleinden dan de doeleinden, vermeld in artikel 21, § 2, eerste lid. De bevoegde autoriteit verleent toestemming voor zulk gebruik indien de inlichtingen in de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest voor soortgelijke doeleinden kunnen worden gebruikt. | 1 | De bevoegde autoriteit kan het gebruik toestaan van de inlichtingen en bescheiden verstrekt met toepassing van dit decreet, in de lidstaat die ze ontvangt, voor andere doeleinden dan de doeleinden, vermeld in artikel 21, § 2, eerste lid. De bevoegde autoriteit verleent toestemming voor zulk gebruik indien de inlichtingen in de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest voor soortgelijke doeleinden kunnen worden gebruikt. |
| 2 | Indien een buitenlandse autoriteit haar voornemen bekendmaakt om de van de bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen door te geven aan de buitenlandse autoriteit van een derde lidstaat, omdat ze voor die lidstaat van nut kunnen zijn voor de doeleinden, vermeld in artikel 21, § 2, eerste lid, kan de bevoegde autoriteit instemming verlenen aan die buitenlandse autoriteit om deze inlichtingen te delen met de derde lidstaat. Indien de bevoegde autoriteit geen instemming wenst te geven, tekent hij verzet aan binnen tien werkdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving van de lidstaat die de inlichtingen wenst te delen. | 2 | Indien een buitenlandse autoriteit haar voornemen bekendmaakt om de van de bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen door te geven aan de buitenlandse autoriteit van een derde lidstaat, omdat ze voor die lidstaat van nut kunnen zijn voor de doeleinden, vermeld in artikel 21, § 2, eerste lid, kan de bevoegde autoriteit instemming verlenen aan die buitenlandse autoriteit om deze inlichtingen te delen met de derde lidstaat. Indien de bevoegde autoriteit geen instemming wenst te geven, tekent hij verzet aan binnen vijftien kalenderdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving van de lidstaat die de inlichtingen wenst te delen. |
| 3 | De bevoegde autoriteit kan toestaan dat inlichtingen afkomstig uit de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest die overeenkomstig het tweede lid door een buitenlandse autoriteit aan een buitenlandse autoriteit van een derde lidstaat werden doorgegeven in die derde lidstaat worden gebruikt overeenkomstig andere doeleinden dan de doeleinden, vermeld in artikel 21, § 2, eerste lid. | 3 | De bevoegde autoriteit kan toestaan dat inlichtingen afkomstig uit de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest die overeenkomstig het tweede lid door een buitenlandse autoriteit aan een buitenlandse autoriteit van een derde lidstaat werden doorgegeven in die derde lidstaat worden gebruikt overeenkomstig andere doeleinden dan de doeleinden, vermeld in artikel 21, § 2, eerste lid. |
| 1 | In afwijking van artikel 30/4 bewaart de bevoegde autoriteit de gegevens die ze via automatische uitwisseling van inlichtingen overeenkomstig artikel 11 tot en met 11/11 heeft ontvangen, niet langer dan nodig is, maar in geen geval korter dan vijf jaar na de datum van ontvangst ervan om de doelstellingen van dit decreet te verwezenlijken. | ||
| 2 | De bevoegde autoriteit spant zich in om ervoor te zorgen dat een rapporterende entiteit langs elektronische weg bevestiging mag verkrijgen van de geldigheid van de inlichtingen met betrekking tot het fiscaal identificatienummer van elke belastingplichtige die op grond van artikel 11 tot en met 11/11 onder de uitwisseling van inlichtingen valt. De bevestiging van inlichtingen met betrekking tot het fiscaal identificatienummer kan alleen worden gevraagd met het oog op de validering van de juistheid van de gegevens bedoeld in artikel 11, artikel 11/1, §5, en artikel 11/2, §2. |
| 1 | Het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van gerapporteerde natuurlijke personen of entiteiten door de rapporterende entiteit of rapporterende personen moet worden gerapporteerd en door de bevoegde autoriteit worden verstrekt als dat uitdrukkelijk vereist is op grond van en krachtens de artikelen van en de bijlagen bij richtlijn 2011/16/EU. | 1 | Het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van gerapporteerde natuurlijke personen of entiteiten door de rapporterende entiteit of rapporterende personen moet worden gerapporteerd en door de bevoegde autoriteit worden verstrekt als dat uitdrukkelijk vereist is op grond van en krachtens de artikelen van en de bijlagen bij richtlijn 2011/16/EU. |
| 2 | Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2030, wordt het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van ingezetenen gerapporteerd, indien mogelijk, met betrekking tot de in artikel 11, eerste lid, 1°, 2° en 4°, bedoelde inlichtingen, voor zover het gaat om inkomsten- en vermogenscategorieën waarover zelfs bij gebreke van een fiscaal identificatienummer inlichtingen zouden zijn verstrekt. | 2 | Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2030, wordt het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van ingezetenen gerapporteerd, indien mogelijk, met betrekking tot de in artikel 11, eerste lid, 1°, |
| 3 | 2° en 4°, bedoelde inlichtingen, voor zover het gaat om inkomsten- en vermogenscategorieën waarover zelfs bij gebreke van een fiscaal identificatienummer inlichtingen zouden zijn verstrekt. | ||
| 3 | Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2028, wordt het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van personen en entiteiten gerapporteerd, indien mogelijk, met betrekking tot de in artikel 11/1, §5, 1° en 9°, bedoelde inlichtingen, en ook dat van gerapporteerde personen en entiteiten ten aanzien van de in artikel 11/2, §2, eerste lid, 8°, bedoelde inlichtingen. | 4 | Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2028, wordt het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van personen en entiteiten gerapporteerd, indien mogelijk, met betrekking tot de in artikel 11/1, §5, 1° en 9°, bedoelde inlichtingen, en ook dat van gerapporteerde personen en entiteiten ten aanzien van de in artikel 11/2, §2, eerste lid, 8°, bedoelde inlichtingen. |
| 4 | Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2028, vermeldt de bevoegde autoriteit, als dat van de buitenlandse autoriteit van de lidstaat is verkregen, het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van personen en entiteiten, bij de verstrekking van de in artikel 11/1, §5, 1° en 9°, bedoelde inlichtingen, en ook dat van de gerapporteerde personen en entiteiten bij de verstrekking van de in artikel 11/2, §2, eerste lid, 8°, bedoelde inlichtingen. | 5 | Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2028, vermeldt de bevoegde autoriteit, als dat van de buitenlandse autoriteit van de lidstaat is verkregen, het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van personen en entiteiten, bij de verstrekking van de in artikel 11/1, §5, 1° en 9°, bedoelde inlichtingen, en ook dat van de gerapporteerde personen en entiteiten bij de verstrekking van de in artikel 11/2, §2, eerste lid, 8°, bedoelde inlichtingen. |