§ flandrepo

Tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft #577

Gemerged Wilfried VandaeleKoen Van den HeuvelSteven CoenegrachtsInez De ConinckTinne RomboutsAndries Gryffroy N-VA, cd&v, Open Vld voegde 11 artikels samen in vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening · 9 december 2020 Alle checks geslaagd
Amendementen
9 november 2022 · 4 blz.
577/5 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op577 (2020-2021) – Nr. 5 7 november 2022 (2022-2023) verzendcode: LEE Amendementen op het voorstel van decreet van Wilfried Vandaele, Koen Van den Heuvel, Steven Coenegrachts, Inez De Coninck, Tinne Rombouts en Andries Gryffroy tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wat de woonreservegebieden betreft Documenten in het dossier: : Voorstel van decreet – Nr. 2: Advies van de Raad van State – Nr. 3 en 4: Amendementen AMENDEMENT Nr. 14 Subamendement voorgesteld door Mieke Schauvliege op amendement nr. 13 Artikel 8 In de voorgestelde tekst van artikel 5.6.10, §1, punt 1° schrappen. VERANTWOORDING Het vrijgavebesluit is een volledig nieuw instrument in de ruimtelijke ordening. Daarmee heeft het vrijgavebesluit in principe dezelfde rechtsgevolgen als een gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Dit roept wel wat onduidelijkheden op inzake de relatie met de omgevingsvergunning en met bestaande verordenende instrumenten, wat nefast is voor de rechtszekerheid. Het instrument wordt immers niet gedefinieerd onder de beoordelingsgronden in artikel 4.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) voor de omgevingsvergunning. Omdat een vrijgavebesluit net als een uitvoeringsplan een verordenend instrument wil zijn, wordt ook niet gemotiveerd waarom de procedure en de vormvereisten verschillen van de ruimtelijke uitvoeringsplannen. Voor de woonreservegebieden geldt dat zowel de piste via het vrijgavebesluit als de piste via het gemeentelijk uitvoeringsplan kan gekozen worden om het gebied in ontwikkeling te brengen. Bij ontstentenis aan duidelijke criteria waarom voor één van beide dient gekozen te worden, kan dit leiden tot ongelijke behandeling en bestuurlijke willekeur. Het is daarom beter om het vrijgavebesluit te modelleren naar het planologisch attest, waarbij een gunstig besluit de overheid verplicht een planningsinitiatief te nemen. Zie ook amendement nr. 15 waarmee dit amendement in samenhang gelezen dient te worden. ** AMENDEMENT Nr. 15 Subamendement voorgesteld door Mieke Schauvliege op amendement nr. 13 Artikel 10 Aan de voorgestelde tekst van artikel 5.6.11 een paragraaf 6 toevoegen, die luidt als volgt: “§6. Het gemeenteraadsbesluit verbindt de gemeente tot het starten van de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan binnen een termijn van één jaar.”. VERANTWOORDING Zie de verantwoording bij amendement nr. 14 waarmee dit amendement in samenhang gelezen dient te worden. ** Vlaams Parlement577 (2020-2021) – Nr. 5 3 AMENDEMENT Nr. 16 Subamendement voorgesteld door Mieke Schauvliege op amendement nr. 13 Artikel 10 Aan de voorgestelde tekst van artikel 5.6.11 een paragraaf 7 toevoegen, die luidt als volgt: “§7. Een gemeenteraadsbesluit dat een woongebied volledig of gedeeltelijk vrijgeeft, bevat concrete maatregelen die, ter compensatie van aansnijding, overtollig juridisch woonaanbod buiten kernen herbestemmen.”. VERANTWOORDING Hoewel er globaal gezien voor Vlaanderen geen behoefte is om woonreservegebied te ontwikkelen kan de aansnijding van het woonreservegebied een meer duurzame oplossing bieden dan de aansnijding van verspreid woonaanbod buiten de kernen. Lokale besturen moeten dan wel geloofwaardige argumenten kunnen geven en geloofwaardige maatregelen kunnen uitvaardigen in de goedkeuring van een vrijgavebesluit die de aansnijding van verspreid woongebied kunnen beperken door de afbouw van het juridische aanbod. ** AMENDEMENT Nr. 17 Subamendement voorgesteld door Mieke Schauvliege op amendement nr. 13 Artikel 16 In de voorgestelde tekst van artikel 5.6.15, tweede lid, op de eerste regel het jaartal “2040” vervangen door het jaartal “2030”. VERANTWOORDING Vanuit de ervaring met grootschalige planningsoperaties zoals de afbakeningsplannen van de stedelijke gebieden en de afbakening van de gebieden van de natuurlijke en agrarische structuur (AGNAS) lijkt het niet realistisch te veronderstellen dat dit planproces op drie jaar zal beëindigd zijn, laat staan dat een volgende regering voldoende middelen zal kunnen vrijmaken voor de compenserende vergoedingen. Het valt aan te bevelen om het planningsproces reeds vroeger aan te vatten, alsook om de nodige middelen voor de planschade nu reeds systematisch op te sparen. ** AMENDEMENT Nr. 18 Subamendement voorgesteld door Mieke Schauvliege op amendement nr. 13 Hoofdstuk 5 (nieuw) Een hoofdstuk 5, dat bestaat uit een artikel 20, toevoegen, dat luidt als volgt: “Hoofdstuk 5. Inwerkingtredingsbepaling Art. 20. Dit decreet treedt pas in werking nadat de Vlaamse Regering duidelijke en dwingende afwegingskaders, vertrekkende vanuit de principes van de strategische visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, heeft vastgesteld, op basis waarvan de gemeenteraad een afweging kan maken.”. VERANTWOORDING Voorliggend voorstel van decreet vindt zijn verantwoording in de strategische visie en doelstellingen van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) en de nodige bouwshift, maar er zijn tot op heden nog geen beleidskaders vastgesteld die deze visie en doelstellingen operationaliseren. Deze zijn nochtans noodzakelijk voor de correcte uitvoering van voorliggend voorstel van decreet. Zonder deze beleidskaders is het voor lokale besturen onmogelijk om een onderbouwde beleidskeuze te maken over het al dan niet aansnijden van woonreservegebieden die voldoet aan de strategische doelstellingen van het BRV. Zonder deze beleidskaders is het onmogelijk om de onderlinge samenhang tussen diverse ontwikkelingsperspectieven te bewaken. Zo moet de ambitie inzake ‘het stimuleren van wonen nabij huidige en toekomstige collectieve vervoersknopen en voorzieningen’ worden afgestemd op de doelstellingen inzake ruimtelijk rendement, robuuste open ruimte en netwerk van groenblauwe aders. Het beleidskader Wonen zal bijvoorbeeld meer duidelijkheid moeten verschaffen inzake strategische uitgangspunten zoals: a) Hoe moet de vraag naar bijkomende woningen ruimtelijk verdeeld worden? b) Op welke locaties kunnen woningen gebouwd worden …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd