1° het project wordt uitgevoerd overeenkomstig de bouwfysische, technische en kwalitatieve normen zoals bepaald door de Vlaamse Regering;
2
1° het project wordt uitgevoerd overeenkomstig de bouwfysische, technische en kwalitatieve normen zoals bepaald door de Vlaamse Regering;
3
2° het project past in de programmatie;
3
2° het project past in de programmatie;
4
3° het project dat opgenomen is in het technische en financiële deel van het masterplan, heeft een gunstig advies gekregen van een daarvoor bevoegde adviescommissie als vermeld in artikel 11, § 2, tweede lid;
4
3° het project dat opgenomen is in het technische en financiële deel van het masterplan, heeft een gunstig advies gekregen van het Fonds;
5
4° de aanvragers beschikken over de nodige financiële middelen, vereist voor de volledige autofinanciering van het project.
5
4° de aanvragers beschikken over de nodige financiële middelen, vereist voor de volledige autofinanciering van het project.
De aanvrager moet minstens over een genotsrecht beschikken op het project waarvoor de aanvraag voor een investeringssubsidie wordt gedaan, voor een periode die voor onroerende goederen in elk geval minstens vijfentwintig jaar bedraagt en voor roerende goederen in elk geval minstens vijf jaar bedraagt. De Vlaamse Regering kan een langere periode bepalen. Als de aanvrager en de eigenaar of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop een project wordt voorzien, twee verschillende personen zijn, mag er geen ongeoorloofde verwantschap bestaan tussen hen. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder er sprake is van een ongeoorloofde verwantschap.
1
De aanvrager moet minstens over een genotsrecht beschikken op het project waarvoor de aanvraag voor een investeringssubsidie wordt gedaan, voor een periode die voor onroerende goederen in elk geval minstens vijfentwintig jaar na de ingebruikname van het project bedraagt en voor roerende goederen in elk geval minstens vijf jaar na de ingebruikname van het project bedraagt. De Vlaamse Regering kan een langere periode bepalen. Als de aanvrager en de eigenaar of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop een project wordt voorzien, twee verschillende personen zijn, mag er geen ongeoorloofde verwantschap bestaan tussen hen. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder er sprake is van een ongeoorloofde verwantschap.
§ 1. Het Fonds voor verwerking en analyse van gezondheidsindicatoren ten behoeve van derden, de uitvoering van het protocolakkoord van 20 maart 2003 gesloten tussen de federale overheid en de overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet betreffende de harmonisering van het vaccinatiebeleid en de aanhangsels bij het protocolakkoord van 20 maart 2003 van 11 december 2006 en 2 maart 2009, over de harmonisering van het vaccinatiebeleid inzake het netwerk voor de distributie van vaccins en inzake het akkoord gesloten tussen de Gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, voor de uitvoering van Europese overeenkomsten en voor de uitvoering van het Protocolakkoord van 28 september 2012 tussen de federale overheid en de overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet inzake preventie, met aanhangsel van 18 juni 2012, voor de uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015-31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid, voor de uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap betreffende de aankoop van vaccins voor vaccinatie van asielzoekers, voor de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid, voor de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid en voor de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid; voor de uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 betreffende de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen, meer bepaald voor de afhandeling van de kosten verbonden aan het goedkeuringsprotocol alternatieve beheersmaatregelen, voor de uitvoering van het decreet betreffende het preventieve gezondheidsbeleid van 21 november 2003, meer bepaald het principe `vervuiler betaalt' als vermeld in artikel 54, § 3, van het decreet, en voor de uitvoering van de overeenkomst (01/01/2020 - 31/12/2021) tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid, wordt opgericht, hierna het Fonds te noemen.
1
§ 1. Het Fonds voor verwerking en analyse van gezondheidsindicatoren ten behoeve van derden, de uitvoering van het protocolakkoord van 20 maart 2003 gesloten tussen de federale overheid en de overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet betreffende de harmonisering van het vaccinatiebeleid en de aanhangsels bij het protocolakkoord van 20 maart 2003 van 11 december 2006 en 2 maart 2009, over de harmonisering van het vaccinatiebeleid inzake het netwerk voor de distributie van vaccins en inzake het akkoord gesloten tussen de Gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, voor de uitvoering van Europese overeenkomsten en voor de uitvoering van het Protocolakkoord van 28 september 2012 tussen de federale overheid en de overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet inzake preventie, met aanhangsel van 18 juni 2012, voor de uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015-31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid, voor de uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap betreffende de aankoop van vaccins voor vaccinatie van asielzoekers, voor de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid, voor de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid en voor de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid; voor de uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 betreffende de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen, meer bepaald voor de afhandeling van de kosten verbonden aan het goedkeuringsprotocol alternatieve beheersmaatregelen, voor de uitvoering van artikel 51, 53, 53/1 en 54 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, conform artikel 54/1 van het voormelde decreet, en voor de uitvoering van de overeenkomst (01/01/2020 - 31/12/2021) tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid, wordt opgericht, hierna het Fonds te noemen.
2
Het Fonds is een begrotingsfonds zoals vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019.
2
Het Fonds is een begrotingsfonds zoals vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019.
3
§ 2. Het Fonds wordt gespijsd met de middelen die in uitvoering van een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en derden worden betaald voor contractonderzoek dat door de administratie Gezondheidszorg wordt uitgevoerd, door de verkoop van publicaties en door de inkomsten in uitvoering van het protocolakkoord bedoeld in § 1.
3
§ 2. Het Fonds wordt gespijsd met de middelen die in uitvoering van een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en derden worden betaald voor contractonderzoek dat door de administratie Gezondheidszorg wordt uitgevoerd, door de verkoop van publicaties en door de inkomsten in uitvoering van het protocolakkoord bedoeld in § 1.
5
§ 2/2. Het Fonds wordt gespijsd met uitbetalingen in het kader van de cofinanciering van de federale overheid voor de uitgevoerde testen ter opsporing van occult bloed in de stoelgang, evenals de lezing van de testen, in het kader van een Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker, zoals bepaald in het protocolakkoord van 28 september 2009.
5
§ 2/2. Het Fonds wordt gespijsd met uitbetalingen in het kader van de cofinanciering van de federale overheid voor de uitgevoerde testen ter opsporing van occult bloed in de stoelgang, evenals de lezing van de testen, in het kader van een Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker, zoals bepaald in het protocolakkoord van 28 september 2009.
6
§ 2/3. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.
6
§ 2/3. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.
7
§ 2/4. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in § 1, worden betaald voor de aankoop van vaccins door het Agentschap Zorg en Gezondheid voor de vaccinatie van nieuwe asielzoekers die België binnenkomen.
7
§ 2/4. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in § 1, worden betaald voor de aankoop van vaccins door het Departement Zorg voor de vaccinatie van nieuwe asielzoekers die België binnenkomen.
8
§ 2/5. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.
8
§ 2/5. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.
9
§ 2/6. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.
9
§ 2/6. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.
10
§2/7. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en derden worden betaald als dekking van de kosten die verbonden zijn aan de erkenning, realisatie en voortgangsbewaking van een proefproject met betrekking tot de goedkeuring van alternatieve beheersmaatregelen betreffende de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 betreffende de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen.
10
§2/7. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die ter uitvoering van een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en derden worden betaald als dekking van de kosten die verbonden zijn aan de erkenning, realisatie en voortgangsbewaking van een proefproject voor de goedkeuring van alternatieve beheersmaatregelen voor de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen, vermeld in het Legionellabesluit van 9 februari 2007.
11
§ 2/7. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 1 oktober 2018 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2019) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.
11
§ 2/7/1. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 1 oktober 2018 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2019) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.
12
§2/8. Het Fonds wordt gespijsd met al de volgende elementen:
12
§ 2/8. Het Fonds wordt, conform artikel 54, § 3, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, gespijsd met een partim van bestaande milieugerelateerde heffingen of belastingen die door burgers worden betaald na het akkoord van de Vlaamse Regering of met middelen van bedrijven die medeverantwoordelijk zijn voor de aanwezigheid van fysische of chemische factoren die schadelijk zijn voor de gezondheid en dit in uitvoering van een overeenkomst die een bedrijf in kwestie daarover met de Vlaamse Gemeenschap heeft gesloten.
13
1° vrijwillige financiële bijdragen van bedrijven die medeverantwoordelijk zijn voor de aanwezigheid van fysische of chemische factoren die schadelijk zijn voor de gezondheid als vermeld in artikel 54/1, §2, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid;
14
2° vrijwillige bijdragen in het kader van het ‘vervuiler betaalt’-principe, vermeld in artikel 54/1, §3, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet;
15
3° vrijwillige bijdragen in het kader van een gedeelde beleidsmatige verantwoordelijkheid die duidelijk is vastgesteld als vermeld in artikel 54/1, §3, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet;
16
4° vrijwillige bijdragen in het kader van een gemeenschappelijke wetenschappelijke interesse als vermeld in artikel 54/1, §3, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet;
17
5° terugvorderingen van salarissen, vergoedingen en toelagen als vermeld in paragraaf 3/8, van de personeelsleden die zijn toegekend binnen het Departement Zorg en die voor bepaalde duur projectmatig worden ingezet om de initiatieven, vermeld in artikel 54/1, §1, van het voormelde decreet, te realiseren.
18
De bijdragen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en degene die de bijdrage aan het fonds levert.
13
§ 2/8. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van de overeenkomst (1 januari 2018 - 31 december 2020) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.
19
§ 2/8/1. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van de overeenkomst (1 januari 2018 - 31 december 2020) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.
14
§ 2/9. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.
20
§ 2/9. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.
15
§ 2/10. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.
21
§ 2/10. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.
17
§2/12. Het Fonds wordt gespijsd met middelen van het Minafonds die het Minafonds heeft ontvangen conform artikel 3 van de Saneringsovereenkomst tussen de Vlaamse Regering enerzijds en 3M Belgium van 6 juli 2022.
23
§2/12. Het Fonds wordt gespijsd met middelen van het Minafonds die het Minafonds heeft ontvangen conform artikel 3 van de Saneringsovereenkomst tussen de Vlaamse Regering enerzijds en 3M Belgium van 6 juli 2022.
18
§ 3. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven van de administratie Gezondheidszorg aangerekend, zowel voor personeel, als voor werking of uitrusting, voorzover deze uitgaven verband houden met onderzoek dat door derden wordt betaald, betrekking hebben op het centraal beheer van het informatiesysteem, op de kosten gegenereerd door de uitvoering van het protocolakkoord van 20 maart 2003 gesloten tussen de Federale Overheid en de Overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet betreffende de harmonisering van het vaccinatiebeleid en het aanhangsel bij het protocolakkoord van 20 maart 2003, over de harmonisering van het vaccinatiebeleid inzake het netwerk voor de distributie van vaccins en inzake het akkoord gesloten tussen de Gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad of op het preventief gezondheidsbeleid.
24
§ 3. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven van de administratie Gezondheidszorg aangerekend, zowel voor personeel, als voor werking of uitrusting, voorzover deze uitgaven verband houden met onderzoek dat door derden wordt betaald, betrekking hebben op het centraal beheer van het informatiesysteem, op de kosten gegenereerd door de uitvoering van het protocolakkoord van 20 maart 2003 gesloten tussen de Federale Overheid en de Overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet betreffende de harmonisering van het vaccinatiebeleid en het aanhangsel bij het protocolakkoord van 20 maart 2003, over de harmonisering van het vaccinatiebeleid inzake het netwerk voor de distributie van vaccins en inzake het akkoord gesloten tussen de Gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad of op het preventief gezondheidsbeleid.
19
§ 3/1. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven van de administratie Zorg en Gezondheid aangerekend, zowel voor personeel, als voor werking of uitrusting voor zover deze uitgaven verband houden met de uitvoering van Europese overeenkomsten.
25
§ 3/1. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven van het Departement Zorg aangerekend, zowel voor personeel, als voor werking of uitrusting voor zover deze uitgaven verband houden met de uitvoering van Europese overeenkomsten.
20
§ 3/2. Ten laste van dit Fonds wordt, conform het protocolakkoord van 28 september 2009, door de Vlaamse overheid, in het kader van het Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker, de aankoop betaald van de testen ter opsporing van occult bloed in de stoelgang, evenals de lezing van de testen door een daartoe aangeduid laboratorium, het versturen van de uitnodigingen en de testkits en het verwerken van de uitslagen.
26
§ 3/2. Ten laste van dit Fonds wordt, conform het protocolakkoord van 28 september 2009, door de Vlaamse overheid, in het kader van het Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker, de aankoop betaald van de testen ter opsporing van occult bloed in de stoelgang, evenals de lezing van de testen door een daartoe aangeduid laboratorium, het versturen van de uitnodigingen en de testkits en het verwerken van de uitslagen.
21
§ 3/3. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015-31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.
27
§ 3/3. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015-31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.
22
§ 3/4. Ten laste van dit Fonds wordt, conform het protocolakkoord van 5 februari 2016, vermeld in § 1, door de Vlaamse Gemeenschap, de aankoop betaald van vaccins die via het Agentschap Zorg en Gezondheid besteld worden voor de vaccinatie van nieuwe asielzoekers die België binnenkomen.
28
§ 3/4. Ten laste van dit Fonds wordt, conform het protocolakkoord van 5 februari 2016, vermeld in § 1, door de Vlaamse Gemeenschap, de aankoop betaald van vaccins die via het Departement Zorg besteld worden voor de vaccinatie van nieuwe asielzoekers die België binnenkomen.
23
§ 3/5. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.
29
§ 3/5. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.
24
§ 3/6. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.
30
§ 3/6. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.
25
§3/7. Ten laste van dit Fonds worden de expertisekosten die gedragen worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die verband houden met de erkenning, realisatie en voortgangsbewaking van een proefproject in het kader van alternatieve beheersmaatregelen voor legionella, in uitvoering van artikel 19 tot en met 21 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 betreffende de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen.
31
§3/7. Ten laste van dit Fonds worden de expertisekosten die gedragen worden door het Departement Zorg, aangerekend als ze verband houden met de erkenning, realisatie en voortgangsbewaking van een proefproject in het kader van alternatieve beheersmaatregelen voor legionella, ter uitvoering van artikel 19 tot en met 21 van het Legionellabesluit van 9 februari 2007.
26
§ 3/7. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 1 oktober 2018 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2019) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.
32
§ 3/7/1. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 1 oktober 2018 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2019) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.
27
§ 3/8. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de oprichting van een netwerk voor de bewaking van de in de mens gemeten blootstelling of voor de bewaking van de effecten van fysische en chemische factoren op de bevolking, om maatregelen te kunnen nemen voor de bescherming van de volksgezondheid.
33
§3/8. Ten laste van dit Fonds worden conform artikel 54/1, §1, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid de uitgaven aangerekend die verband houden met de uitvoering van artikel 51, 53, 53/1 en 54 van het voormelde decreet. Die uitgaven omvatten ook de betaling van salarissen, vergoedingen en toelagen van de personeelsleden binnen het Departement Zorg die voor bepaalde duur projectmatig worden ingezet om die initiatieven te realiseren.
34
De overeenkomst, vermeld in paragraaf 2/8, tweede lid, omschrijft welke initiatieven en maatregelen die verband houden met de uitvoering van artikel 51, 53, 53/1 en 54 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid met de bijdragen uit de overeenkomst gefinancierd kunnen worden. De inkomsten, vermeld in paragraaf 2/8, worden steeds aangewend voor uitgaven, vermeld in het eerste lid, die overeenstemmen met hetgeen voorzien is in de overeenkomst op basis waarvan de inkomsten verkregen zijn.
28
§ 3/8. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 januari 2018 - 31 december 2020) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.
35
§ 3/8/1. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 januari 2018 - 31 december 2020) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.
29
§ 3/9. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.
36
§ 3/9. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.
30
§ 3/10. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.
37
§ 3/10. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.
§ 1. De Vlaamse Regering kan in het kader van haar beleid met betrekking tot preventieve gezondheidszorg, op basis van oproepen voor partnerorganisaties, beheersovereenkomsten sluiten met voorzieningen.
1
§ 1. De Vlaamse Regering kan in het kader van haar beleid met betrekking tot preventieve gezondheidszorg, op basis van oproepen voor partnerorganisaties, beheersovereenkomsten sluiten met voorzieningen.
2
De beheersovereenkomst geldt voor minimaal drie en voor maximaal vijf jaar en omvat minstens het beleidsplan voor de looptijd van de beheersovereenkomst. Het beleidsplan bevat minstens de volgende gegevens : de resultaatgebieden voor de uitvoering van de beheersovereenkomst en de evaluatiecriteria met betrekking tot de resultaatgebieden om onder meer de uitvoering van de beheersovereenkomst te kunnen evalueren.
2
De beheersovereenkomst geldt voor minimaal drie en voor maximaal vijf jaar en omvat minstens het beleidsplan voor de looptijd van de beheersovereenkomst. Het beleidsplan bevat minstens de volgende gegevens : de resultaatgebieden voor de uitvoering van de beheersovereenkomst en de evaluatiecriteria met betrekking tot de resultaatgebieden om onder meer de uitvoering van de beheersovereenkomst te kunnen evalueren.
3
De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de nadere regels met betrekking tot de oproep en het sluiten van een beheersovereenkomst.
3
De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de nadere regels met betrekking tot de oproep, het sluiten en het verlengen van een beheersovereenkomst.
4
§ 2. De Vlaamse Regering kan voorzieningen waarmee geen beheersovereenkomst als partnerorganisatie is gesloten, erkennen als partnerorganisatie.
4
§ 2. De Vlaamse Regering kan voorzieningen waarmee geen beheersovereenkomst als partnerorganisatie is gesloten, erkennen als partnerorganisatie.
5
De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de erkenningsvoorwaarden, de duur van de erkenning en de regels voor het verlenen, schorsen en intrekken van de erkenning.
5
De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de erkenningsvoorwaarden, de duur van de erkenning en de regels voor het verlenen, schorsen en intrekken van de erkenning.
§ 1. De Vlaamse Regering kan in het kader van haar beleid met betrekking tot preventieve gezondheidszorg, op basis van oproepen voor organisaties met terreinwerking, beheersovereenkomsten sluiten met voorzieningen.
1
§ 1. De Vlaamse Regering kan in het kader van haar beleid met betrekking tot preventieve gezondheidszorg, op basis van oproepen voor organisaties met terreinwerking, beheersovereenkomsten sluiten met voorzieningen.
2
De beheersovereenkomst geldt voor minimaal drie en voor maximaal vijf jaar en omvat minstens het beleidsplan voor de looptijd van de beheersovereenkomst. Het beleidsplan bevat minstens de volgende gegevens : de resultaatgebieden voor de uitvoering van de beheersovereenkomst en de evaluatiecriteria met betrekking tot de resultaatgebieden om onder meer de uitvoering van de beheersovereenkomst te kunnen evalueren.
2
De beheersovereenkomst geldt voor minimaal drie en voor maximaal vijf jaar en omvat minstens het beleidsplan voor de looptijd van de beheersovereenkomst. Het beleidsplan bevat minstens de volgende gegevens : de resultaatgebieden voor de uitvoering van de beheersovereenkomst en de evaluatiecriteria met betrekking tot de resultaatgebieden om onder meer de uitvoering van de beheersovereenkomst te kunnen evalueren.
3
De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de nadere regels met betrekking tot de oproep en het sluiten van een beheersovereenkomst.
3
De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de nadere regels met betrekking tot de oproep, het sluiten en het verlengen van een beheersovereenkomst.
4
§ 2. De Vlaamse Regering kan voorzieningen waarmee geen beheersovereenkomst als organisatie met terreinwerking is gesloten, erkennen als organisatie met terreinwerking.
4
§ 2. De Vlaamse Regering kan voorzieningen waarmee geen beheersovereenkomst als organisatie met terreinwerking is gesloten, erkennen als organisatie met terreinwerking.
5
De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de erkenningsvoorwaarden, de duur van de erkenning en de regels voor het verlenen, schorsen en intrekken van de erkenning.
5
De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de erkenningsvoorwaarden, de duur van de erkenning en de regels voor het verlenen, schorsen en intrekken van de erkenning.
§ 2. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar heeft de geadopteerde recht op inzage in zijn adoptiedossier als vermeld in paragraaf 3.
2
§ 2. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar heeft de geadopteerde recht op inzage in zijn adoptiedossier als vermeld in paragraaf 3.
3
Als de geadopteerde minderjarig is, gebeurt de inzage met professionele begeleiding van een medewerker van de adoptiedienst of het afstammingscentrum en in aanwezigheid van zijn ouder, voogd of een meerderjarige vertrouwenspersoon.
3
Als de geadopteerde minderjarig is, gebeurt de inzage met professionele begeleiding van een medewerker van de adoptiedienst of het afstammingscentrum en in aanwezigheid van zijn ouder, voogd of een meerderjarige vertrouwenspersoon.
4
§3. De geadopteerde heeft recht op inzage in:
5
1° de stukken, vermeld in artikel 361-3, 2°, a) en b), van het oud Burgerlijk Wetboek;
6
2° de documenten die betrekking hebben op de gerechtelijke en administratieve procedure waarbij de adoptie tot stand komt;
7
3° de documenten in verband met de nazorg.
4
§ 3. De geadopteerde heeft recht op inzage in de stukken van het adoptiedossier, vermeld in artikel 15, tweede lid, 1° tot en met 3°. De geadopteerde heeft daarnaast toegang tot het deel van het dossier met gegevens over de adoptant, vermeld in artikel 15, tweede lid, 4°, die betrekking hebben op de motivatie voor de adoptie, de redenen voor de aanvaarding van de kandidaat-adoptant en de reden tot plaatsing bij de adoptant.
8
De geadopteerde heeft daarnaast toegang tot het deel van het dossier met gegevens over de adoptant die betrekking hebben op de motivatie voor de adoptie, de redenen voor de aanvaarding van de kandidaat-adoptant en de reden tot plaatsing bij de adoptant.
5
§ 4. De geadopteerde heeft recht op toelichting bij de gegevens uit zijn adoptiedossier. Als bepaalde gegevens ook betrekking hebben op een derde en een volledige inzage in de gegevens door de geadopteerde afbreuk zou doen aan het recht van die derde op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, wordt de toegang tot die gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.
9
§ 4. De geadopteerde heeft recht op toelichting bij de gegevens uit zijn adoptiedossier. Als bepaalde gegevens ook betrekking hebben op een derde en een volledige inzage in de gegevens door de geadopteerde afbreuk zou doen aan het recht van die derde op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, wordt de toegang tot die gegevens verstrekt via een gesprek, gedeeltelijke inzage of rapportage.
6
§ 5. De geadopteerde dient zijn verzoek tot inzage schriftelijk in bij het afstammingscentrum. Het afstammingscentrum registreert de aanvraag en stuurt binnen een maand na de datum van de aanvraag een ontvangstbevestiging aan de aanvrager met informatie over het verdere verloop van de aanvraag.
10
§ 5. De geadopteerde dient zijn verzoek tot inzage schriftelijk in bij het afstammingscentrum. Het afstammingscentrum registreert de aanvraag en stuurt binnen een maand na de datum van de aanvraag een ontvangstbevestiging aan de aanvrager met informatie over het verdere verloop van de aanvraag.
Lokale loketten, zoals vermeld in artikel 13, moeten voor alle gezinnen de toegankelijkheid van kinderopvanglocaties, vermeld in het eerste lid, bevorderen.
6
Lokale loketten, zoals vermeld in artikel 13, moeten voor alle gezinnen de toegankelijkheid van kinderopvanglocaties, vermeld in het eerste lid, bevorderen.
7
Zolang het aanbod niet volstaat voor alle gezinnen met een behoefte aan kinderopvang, bepaalt de Vlaamse Regering in functie van de toegankelijkheid welke groepen bij voorrang kunnen gebruik maken van het aanbod waarvoor de organisator een subsidie ontvangt als vermeld in artikel 8 en 9.
7
Zolang het aanbod niet volstaat voor alle gezinnen met een behoefte aan kinderopvang, bepaalt de Vlaamse Regering in functie van de toegankelijkheid welke groepen bij voorrang kunnen gebruik maken van het aanbod waarvoor de organisator een subsidie ontvangt als vermeld in artikel 8 en 9.
8
De Vlaamse Regering houdt bij de programmatie van de vergunningen, zoals vermeld in artikel 8 en 9, rekening met een wetenschappelijk onderbouwde raming van de behoefte aan kinderopvang die minstens uitgaat van :
8
De Vlaamse Regering houdt bij de programmatie van de subsidies, zoals vermeld in artikel 8 en 9, rekening met een wetenschappelijk onderbouwde raming van de behoefte aan kinderopvang die minstens uitgaat van :
9
1° de vastgestelde nataliteit en de prognose van de toekomstige nataliteit in het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
9
1° de vastgestelde nataliteit en de prognose van de toekomstige nataliteit in het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
§ 1. De subsidies, vermeld in artikel 7 tot en met 11, kunnen alleen binnen de perken van het daarvoor vastgelegde budget worden toegekend.
1
§ 1. De subsidies, vermeld in artikel 7 tot en met 11, kunnen alleen binnen de perken van het daarvoor vastgelegde budget worden toegekend.
2
De Vlaamse Regering legt de programmatieregels vast, minstens voor de subsidies vermeld in artikel 8, 9, en 10, 1° en 2°, waaronder het feit dat ze minstens per zorgregio worden toegekend, en bepaalt de nadere regels voor die subsidie.
2
De Vlaamse Regering legt de programmatieregels vast, minstens voor de subsidies vermeld in artikel 8, 9, en 10, 1° en 2°, en bepaalt de nadere regels voor de subsidies, vermeld in artikel 7 tot en met 11.
3
§ 2. De beslissing over de subsidies, vermeld in artikel 7 tot en met 9, en artikel 10, 1° en 2°, bevat minstens de volgende gegevens :
3
§ 2. De beslissing over de subsidies, vermeld in artikel 7 tot en met 9, en artikel 10, 1° en 2°, bevat minstens de volgende gegevens :
Het agentschap kan de vergunning wijzigen, schorsen of opheffen als de organisator :
1
Het agentschap kan de vergunning wijzigen, schorsen, opheffen of kan beveiligende maatregelen nemen als het agentschap vaststelt:
2
1° de bepalingen, vermeld in dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan, niet naleeft;
2
1° dat er een inbreuk is op de bepalingen, vermeld in dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan;
3
2° ...
3
2° dat een maatregel moet worden genomen vanuit het voorzorgsbeginsel;
4
3° dat het door of krachtens dit decreet geregelde toezicht verhinderd wordt.
4
De schorsing van de vergunning heeft van rechtswege de opschorting van de uitoefening van de kinderopvang tot gevolg vanaf de dag die volgt op de datum van de kennisgeving van de beslissing tot schorsing, tot het moment waarop de organisator weer voldoet aan de bepalingen, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
5
De schorsing van de vergunning heeft van rechtswege de opschorting van de uitoefening van de kinderopvang tot gevolg vanaf de dag die vermeld is in de schorsingsbeslissing tot het moment dat het agentschap vaststelt dat de organisator opnieuw voldoet aan de vergunningsvoorwaarden en uiterlijk tot de datum die vermeld is in de schorsingsbeslissing. Als op de einddatum van de schorsing de aanleiding van de maatregel niet is weggewerkt, kan het agentschap de schorsing verlengen of een andere bestuurlijke maatregel opleggen.
5
De opheffing van de vergunning heeft van rechtswege de sluiting van de kinderopvanglocatie tot gevolg.
6
De opheffing van de vergunning heeft van rechtswege de sluiting van de kinderopvanglocatie tot gevolg.
6
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels, die minstens de mogelijkheid bevatten om een bezwaar in te dienen.
7
De beveiligende maatregelen zijn tijdelijke bestuurlijke maatregelen waarbij de uitoefening van de kinderopvang niet volledig wordt opgeschort, tenzij het agentschap gelijktijdig met de beveiligende maatregel een schorsing oplegt. Als op de einddatum van de beveiligende maatregel de aanleiding van de beveiligende maatregel niet is weggewerkt, kan het agentschap de beveiligende maatregel verlengen of een andere bestuurlijke maatregel opleggen.
8
Het agentschap kan een of meer beveiligende maatregelen nemen die kunnen bestaan uit:
9
1° de wijziging van de vergunning, al dan niet gekoppeld aan het verbod om bepaalde ruimtes in de kinderopvanglocatie in gebruik te nemen;
10
2° de beperking van de openingsdagen en -uren;
11
3° de screening en adviesverlening aan het agentschap van de risico’s met betrekking tot de persoon van de organisator of van een persoon die werkzaam is in de kinderopvanglocatie, door een organisatie of deskundige als vermeld in artikel 15/1, eerste lid;
12
4° de screening en adviesverlening aan het agentschap van de competenties van de organisator met betrekking tot het beleidsvoerend vermogen, door een organisatie als vermeld in artikel 11;
13
5° het opleggen van een verbod voor een organisator om een vergunning aan te vragen als het handhavingsdossier elementen bevat die wijzen op de ongeschiktheid om als organisator van een kinderopvanglocatie op te treden;
14
6° het opleggen van een verbod voor een persoon om als verantwoordelijke van een kinderopvanglocatie tewerkgesteld te worden als het handhavingsdossier elementen bevat die wijzen op de ongeschiktheid om dergelijke functie op te nemen;
15
7° het opleggen van een verbod om activiteiten op te nemen met de opgevangen kinderen ten aanzien van een of meer personen die werkzaam zijn in de kinderopvanglocatie;
16
8° het opleggen van een specifieke ondersteuning, al dan niet op de werkvloer, of van een specifieke opleiding;
17
9° het opleggen van een verbod om nieuwe contracten af te sluiten met gezinnen;
18
10° het verzoek aan de rechter om een voorlopige bewindvoerder aan te stellen met competenties in de organisatie van een zorgvoorziening die gemachtigd wordt om in naam en voor rekening van de organisator de nodige maatregelen te nemen om tegemoet te komen aan de vastgestelde inbreuken of risico’s wat betreft de kwaliteit en de duurzaamheid van de kinderopvang.
19
In de beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt transparant omschreven wat de bestuurlijke maatregel inhoudt, de motivering voor de keuze van de opgelegde bestuurlijke maatregel en welke voorwaarden in voorkomend geval vervuld moeten zijn en binnen welke termijn ze vervuld moeten zijn.
20
Het agentschap kan in voorkomend geval de kosten voor bepaalde beveiligende maatregelen geheel of ten dele aanrekenen aan de organisator.
21
Het agentschap kan in geval van een schorsing van een vergunning naar aanleiding van een ernstige gebeurtenis als vermeld in artikel 2, eerste lid, 19°, b), waaruit blijkt dat de gebeurtenis te wijten is aan een oorzaak die volledig buiten de organisator of zijn medewerkers ligt, een eenmalig forfaitair bedrag betalen voor geleden inkomensverlies.
22
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels die minstens de mogelijkheid bevatten om bezwaar in te dienen tegen de bestuurlijke maatregelen, vermeld in het eerste lid, die de parameters bevatten voor het vastleggen van de kosten voor bepaalde beveiligende maatregelen en voor het vastleggen van het eenmalig forfaitair bedrag, vermeld in het zevende en achtste lid, en de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder als vermeld in het vijfde lid, 10°.
23
De Vlaamse regering bepaalt de maximale duurtijd van de eerste schorsingsbeslissing en van de beveiligende maatregelen.
decreet-2023-05-05-1038369/art. 14wijzigt · treden in werking op een datum die de Vlaamse Regering vaststelt en uiterlijk op 1 januari 2026. Artikel 30 heeft uitwerking met ingang
decreet-2023-05-05-1038369/art. 16wijzigt · treden in werking op een datum die de Vlaamse Regering vaststelt en uiterlijk op 1 januari 2026. Artikel 30 heeft uitwerking met ingang