Decreet tot wijziging van het Provinciedecreet van 9 december 2005, het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het Bestuursdecreet van 7 december 2018, wat betreft klokkenluiders
16 artikels gewijzigd
| 3 | 3 | 2° richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van richtlijn 90/313/EEG van de Raad; | |
| 4 | 4 | 3° richtlijn (EU) 2016/2102 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 inzake de toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties. | |
| 5 | + | Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden. | |
| 1 | 1 | De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.22, eerste lid, 3° tot en met 9°, stellen een deontologische code op voor hun personeelsleden. | |
| 2 | − | De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.22, eerste lid, 3° tot en met 6°, stellen een regeling op voor de bescherming van klokkenluiders. | |
| 3 | − | Onder klokkenluiders als vermeld in het tweede lid, wordt verstaan: de personeelsleden die bij de uitoefening van hun ambt nalatigheden, misbruiken of misdrijven binnen de instantie waar ze werken, hebben vastgesteld en gemeld. |
| 1 | + | In deze afdeling wordt verstaan onder: | |
| 2 | + | 1° betrokken persoon: een natuurlijk persoon of overheidsinstantie die de melder aanduidt als de persoon aan wie de inbreuk wordt toegeschreven of met wie die persoon in verband wordt gebracht; | |
| 3 | + | 2° externen: een van de volgende personen die in het kader van zijn werk infor- matie over inbreuken heeft: | |
| 4 | + | a) aandeelhouders en personen die behoren tot het bestuurlijk, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van een overheidsinstantie, met inbegrip van leden die niet bij het dagelijks bestuur zijn betrokken, vrijwilligers en bezoldigde of onbezoldigde stagiairs; | |
| 5 | + | b) aannemers, onderaannemers en leveranciers en iedereen die werkt onder hun toezicht en leiding; | |
| 6 | + | c) personen die informatie over inbreuken hebben verkregen in een inmiddels beëindigde werkrelatie; | |
| 7 | + | d) personen van wie de werkrelatie nog moet beginnen en die informatie over inbreuken hebben verkregen tijdens de wervingsprocedure of andere precontractuele onderhandelingen; | |
| 8 | + | 3° facilitator: een natuurlijke persoon die een melder in het kader van het werk bijstaat in het meldingsproces en van wie de bijstand vertrouwelijk moet zijn; | |
| 9 | + | 4° inbreuk: een handeling of nalatigheid, die voldoet aan een van de volgende voorwaarden: | |
| 10 | + | a) ze is onrechtmatig; | |
| 11 | + | b) ze ondermijnt het doel of de toepassing van regelgeving; | |
| 12 | + | 5° informatie over inbreuken: informatie, met inbegrip van redelijke vermoedens, over: | |
| 13 | + | a) feitelijke of mogelijke inbreuken die hebben plaatsgevonden of zeer waarschijnlijk zullen plaatsvinden binnen de overheidsinstantie waar de melder werkt, heeft gewerkt of gesolliciteerd heeft of binnen een andere overheidsinstantie waarmee de melder in het kader van zijn werk in contact is geweest; | |
| 14 | + | b) pogingen tot het verhullen van inbreuken binnen de overheidsinstantie waar de melder werkt, heeft gewerkt of gesolliciteerd heeft of binnen een andere overheidsinstantie waarmee de melder in de context van zijn werk in contact is geweest; | |
| 15 | + | 6° melder: een natuurlijke persoon die in het kader van zijn werk verkregen in- formatie over inbreuken meldt of openbaar maakt; | |
| 16 | + | 7° meldingskanalen: | |
| 17 | + | a) de lijnmanagers of leidinggevenden van de Vlaamse overheidsinstanties; | |
| 18 | + | b) de hoofden van het personeel van de lokale overheden; | |
| 19 | + | c) gezamenlijke interne meldingskanalen voor verschillende lokale overheden; | |
| 20 | + | d) Audit Vlaanderen; | |
| 21 | + | 8° personeelsleden van de Vlaamse overheidsinstanties: de personeelsleden van de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.60/2, eerste lid, 1° tot en met 9°. |
| 1 | + | Tenzij het anders vermeld is in deze afdeling, is deze afdeling van toepassing op de volgende overheidsinstanties: | |
| 2 | + | 1° het Vlaams Parlement, zijn diensten, de instellingen die aan het Vlaams Parlement verbonden zijn en de autonome diensten die onder toezicht staan van het Vlaams Parlement; | |
| 3 | + | 2° de Vlaamse Regering en de kabinetten van de leden van de Vlaamse Regering; | |
| 4 | + | 3° de Vlaamse administratie; | |
| 5 | + | 4° de investeringsmaatschappijen van de Vlaamse overheid; | |
| 6 | + | 5° de provinciegouverneurs en de arrondissementscommissarissen; | |
| 7 | + | 6° de secretariaten van de strategische adviesraden; | |
| 8 | + | 7° de volgende Vlaamse openbare instellingen: | |
| 9 | + | a) De Watergroep; | |
| 10 | + | b) de Vlaamse Radio- en Televisieomroeporganisatie; | |
| 11 | + | c) het Vlaams Fonds voor de Letteren; | |
| 12 | + | d) de Vlaamse Instelling voor Technologisch onderzoek; | |
| 13 | + | 8° het Ondersteunend Centrum van het Agentschap voor Natuur en Bos, het Eigen Vermogen van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek, het Eigen Vermogen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, het Eigen Vermogen Flanders Hydraulics, het Eigen Vermogen KMSKA en het Eigen Ver- mogen Digitaal Vlaanderen; | |
| 14 | + | 9° de Vlaamse overheidsinstanties die geen overheidsinstanties zijn als vermeld in punt 2° tot en met 8°, maar die voldoen aan al de volgende kenmerken: | |
| 15 | + | a) ze maken deel uit van de Vlaamse deelstaatoverheid of zijn in handen van de Vlaamse deelstaatoverheid en vallen onder het exclusieve toezicht van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, in overeenstemming met verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie; | |
| 16 | + | b) ze bezitten rechtspersoonlijkheid; | |
| 17 | + | c) het Vlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, de intern verzelfstandigde agentschappen met rechtspersoonlijkheid, de extern verzelfstandigde agentschappen of hun rechtstreekse of onrechtstreekse dochterondernemingen hebben minimaal de helft van de stemmen in de algemene vergadering; | |
| 18 | + | 10° de gemeenten; | |
| 19 | + | 11° de districten; | |
| 20 | + | 12° de provincies; | |
| 21 | + | 13° de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; | |
| 22 | + | 14° de samenwerkingsvormen, vermeld in deel 3, titel 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur; | |
| 23 | + | 15° de welzijnsverenigingen, vermeld in deel 3, titel 4, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur; | |
| 24 | + | 16° de autonome verzorgingsinstellingen, vermeld in deel 3, titel 4, hoofdstuk 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur; | |
| 25 | + | 17° de verzelfstandigde agentschappen die opgericht zijn door een provincie of een gemeente; | |
| 26 | + | 18° de polders en de wateringen; | |
| 27 | + | 19° de interlokale onderwijsvereniging, vermeld in het decreet van 28 november 2008 betreffende de interlokale onderwijsvereniging (ILOV). | |
| 28 | + | Deze afdeling doet geen afbreuk aan decretale bepalingen die in een ruimere bescherming voor klokkenluiders voorzien. |
| 1 | + | §1. Personeelsleden van de diensten van het Vlaams Parlement, personeelsleden van aan het Vlaams Parlement verbonden instellingen, personeelsleden van autonome diensten onder toezicht van het Vlaams Parlement, en externen kunnen informatie over inbreuken die een van deze overheidsinstanties begaat, intern melden bij de in de decreten aangewezen hoogste leidinggevende van de bij de inbreuk betrokken instantie. De leidinggevenden kunnen de ontvangst en de behandeling van meldingen delegeren aan een personeelslid onder hun gezag. | |
| 2 | + | In afwijking van het vorige lid is voor het Vlaams Vredesinstituut deze melding enkel mogelijk bij het dagelijks bestuur. | |
| 3 | + | §2. Personeelsleden van de Vlaamse overheidsinstanties, vermeld inartikel I.3, 2°, a) tot en met d), en artikel III.60/2, eerste lid, 7°, a) tot en met c), en 8°, met uitzondering van de personeelsleden van het Eigen Vermogen KMSKA kunnen informatie over inbreuken die een van deze overheidsinstanties begaat, intern melden bij een van de volgende meldingskanalen: | |
| 4 | + | 1° de betrokken lijnmanager; | |
| 5 | + | 2° Audit Vlaanderen. | |
| 6 | + | De lijnmanagers, vermeld in het eerste lid, 1°, brengen Audit Vlaanderen op de hoogte van elke melding die ze ontvangen. | |
| 7 | + | Het eerste lid, 2°, en het tweede lid gelden niet voor de personeelsleden van De Watergroep die intern kunnen melden bij de Interne Audit van De Watergroep. | |
| 8 | + | Externen en personeelsleden van de overheidsinstanties, vermeld in artikel I.3, 2°, e) tot en met g), artikel III.60/2, eerste lid, 2°, 4° tot en met 6°, 7°, d), en 9°, en personeelsleden van het Eigen Vermogen KMSKA, melden informatie over inbreuken die de eigen overheidsinstantie begaat, intern bij de leidinggevende, die de betrokken overheidsinstantie daarvoor aanduidt. Het tweede lid geldt niet voor de voormelde overheidsinstanties. | |
| 9 | + | De lijnmanagers, vermeld in het eerste lid, 1°, en de leidinggevenden, vermeld in het vierde lid, kunnen de ontvangst en de behandeling van meldingen delegeren aan een personeelslid onder hun gezag. | |
| 10 | + | §3. Personeelsleden van de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.60/2, eerste lid, 10° tot en met 19°, kunnen informatie over inbreuken die de lokale overheden begaan, bij een van de volgende meldingskanalen intern melden: | |
| 11 | + | 1° het hoofd van het personeel; | |
| 12 | + | 2° het gezamenlijke interne meldingskanaal als de lokale overheid in kwestie deelneemt aan een gezamenlijk intern meldingskanaal als vermeld in paragraaf 4. | |
| 13 | + | Het hoofd van het personeel, vermeld in het eerste lid, 1°, kan de ontvangst en de behandeling van meldingen delegeren aan een personeelslid onder zijn gezag. | |
| 14 | + | §4. De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.60/2, eerste lid, 10° tot en met 19°, kunnen een bestaand intergemeentelijk samenwerkingsverband als vermeld in deel 3, titel 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur gebruiken als gezamenlijk intern meldingskanaal of daarvoor een intergemeentelijk samenwerkingsverband tot stand brengen conform deel 3, titel 3, hoofdstuk 2, van het voormelde decreet. |
| 1 | + | §1. Nadat personeelsleden van de Vlaamse overheidsinstanties en externen de informatie over inbreuken die de Vlaamse overheidsinstanties begaan, gemeld hebben conform artikel III.60/3, §1 en §2, van dit decreet, kunnen ze die informatie ook extern melden bij de Vlaamse Ombudsdienst, conform het decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de Vlaamse Ombudsdienst. | |
| 2 | + | In afwijking van het eerste lid kunnen personeelsleden van de Vlaamse overheidsinstanties en externen informatie over inbreuken die Vlaamse overheidsinstanties begaan, rechtstreeks melden bij de Vlaamse Ombudsdienst, conform het decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de Vlaamse Ombudsdienst, als ze menen dat de inbreuk niet doeltreffend behandeld kan worden of dat er een risico op represailles bestaat. | |
| 3 | + | In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen personeelsleden van de Vlaamse Ombudsdienst en externen, nadat zij de informatie over inbreuken die de Vlaamse Ombudsdienst begaat, gemeld hebben conform artikel III.60/3, §1, die informatie ook extern melden bij een bij wet, decreet of ordonnantie opgerichte ombudsdienst, die op basis van een samenwerkingsakkoord aangeduid wordt. Zij kunnen de informatie over een inbreuk rechtstreeks bij deze instantie melden als ze menen dat de inbreuk niet doeltreffend behandeld kan worden of dat er een risico op represailles bestaat. | |
| 4 | + | §2. Nadat personeelsleden van de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.60/2, eerste lid, 10° tot en met 13°, 15° en 17°, met uitzondering van de extern verzelfstandigde agentschappen van privaatrecht die opgericht zijn door een provincie of een gemeente, informatie over inbreuken die de lokale overheden begaan, gemeld hebben, conform artikel III.60/3, §3, kunnen ze die informatie ook extern melden bij Audit Vlaanderen. | |
| 5 | + | In afwijking van het eerste lid kunnen deze personeelsleden informatie over inbreuken die deze overheidsinstanties begaan, ook rechtstreeks melden bij Audit Vlaanderen als ze menen dat de inbreuk intern niet doeltreffend behandeld kan worden of dat er een risico op represailles bestaat. | |
| 6 | + | Externen kunnen informatie over inbreuken die deze overheidsinstanties begaan, rechtstreeks extern melden bij Audit Vlaanderen. | |
| 7 | + | §3. Nadat personeelsleden van de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.60/2, eerste lid, 14°, 16°, 18° en 19°, en de extern verzelfstandigde agentschappen van privaatrecht die opgericht zijn door een provincie of een gemeente, informatie over inbreuken die deze overheidsinstanties begaan, gemeld hebben, conform artikel III.60/3, §3, kunnen ze die informatie ook extern melden bij de Vlaamse Ombudsdienst, conform het decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de Vlaamse Ombudsdienst. | |
| 8 | + | In afwijking van het eerste lid kunnen personeelsleden van de overheidsinstanties, vermeld in het eerste lid, informatie over inbreuken die deze overheidsinstanties begaan, rechtstreeks melden bij de Vlaamse Ombudsdienst, conform het decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de Vlaamse Ombudsdienst, als ze menen dat de inbreuk niet doeltreffend behandeld kan worden of dat er een risico op represailles bestaat. | |
| 9 | + | Externen kunnen informatie over inbreuken die deze overheidsinstanties begaan, rechtstreeks extern melden bij de Vlaamse Ombudsdienst, conform het decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de Vlaamse Ombudsdienst. |
| 1 | + | Deze afdeling is niet van toepassing op het melden van informatie waarvan de bekendmaking niet toegelaten is om een van de volgende redenen: | |
| 2 | + | 1° de veiligheid van het land; | |
| 3 | + | 2° geclassificeerde gegevens; | |
| 4 | + | 3° de bescherming van het beroepsgeheim van advocaten en van het medisch beroepsgeheim; | |
| 5 | + | 4° de gerechtelijke beraadslagingen; | |
| 6 | + | 5° het strafprocesrecht. |
| 1 | + | §1. Melders kunnen schriftelijk en via de telefoon of een ander spraakberichtsysteem informatie over inbreuken melden bij de meldingskanalen. Ze hebben ook het recht op een fysieke ontmoeting binnen een redelijke termijn. | |
| 2 | + | §2. De meldingskanalen kunnen van mondelinge meldingen via een spraakberichtsysteem met gesprekopname: | |
| 3 | + | 1° een opname van het gesprek in een duurzame, opvraagbare vorm maken; | |
| 4 | + | 2° een volledig en nauwkeurig verslag laten opstellen door de personeelsleden die ervoor verantwoordelijk zijn om de melding te behandelen. | |
| 5 | + | De meldingskanalen stellen de melders op de hoogte van de mogelijkheid van het systeem om gesprekken op te nemen, voor de start van het gesprek. | |
| 6 | + | §3. De personeelsleden van de meldingskanalen, die ervoor verantwoordelijk zijn om de melding te behandelen, kunnen een nauwkeurig verslag opmaken van mondelinge meldingen via een spraakberichtsysteem zonder gespreksopnamefaciliteit. | |
| 7 | + | §4. Als de melder toestemt, maken de meldingskanalen bij een fysieke ontmoeting op verzoek van de melder: | |
| 8 | + | 1° een opname van het gesprek in een duurzame en opvraagbare vorm; | |
| 9 | + | 2° een nauwkeurig verslag van het onderhoud, dat de personeelsleden opstellen die verantwoordelijk zijn voor de behandeling van de melding. | |
| 10 | + | §5. Melders kunnen de schriftelijke weergave van het gesprek, vermeld in paragraaf 2 tot en met 4, controleren, corrigeren en voor akkoord tekenen. | |
| 11 | + | §6. Melders kunnen informatie over inbreuken anoniem melden. |
| 1 | + | §1. De meldingskanalen ontvangen meldingen via systemen die door hun ontwerp, opzet en beheer op beveiligde wijze de vertrouwelijkheid beschermen van de volgende elementen: | |
| 2 | + | 1° de identiteit van de melder; | |
| 3 | + | 2° de identiteit van derden die in de melding worden genoemd; | |
| 4 | + | 3° informatie waaruit de identiteit van de melder of een derde kan blijken. | |
| 5 | + | Alleen hoofden van het personeel, lijnmanagers, leidinggevenden, personeelsleden van Audit Vlaanderen en personeelsleden, aan wie de hoofden van het personeel, de lijnmanagers of de leidinggevenden, hun bevoegdheid hebben gedelegeerd, conform artikel III.60/3, §1, eerste lid, §2, vijfde lid, en §3, tweede lid, hebben toegang tot de informatie, vermeld in het eerste lid. | |
| 6 | + | §2. Als de meldingskanalen een melding behandelen, nemen ze een strikte neutraliteit in acht. In geen geval wordt de melding behandeld door een persoon die betrokken is of was bij de feiten waarop de melding betrekking heeft. |
| 1 | + | §1. De meldingskanalen bevestigen de ontvangst van de melding aan de melder binnen zeven dagen na de dag waarop ze de melding hebben ontvangen, als ze binnen die termijn de melding nog niet afgehandeld hebben, tenzij in de volgende gevallen: | |
| 2 | + | 1° de melder verzet zich uitdrukkelijk tegen het krijgen van die ontvangstmelding; | |
| 3 | + | 2° het krijgen van die ontvangstmelding brengt de bescherming van de identiteit van de melder in gevaar. | |
| 4 | + | Tenzij er nieuwe wettelijke of feitelijke omstandigheden zijn die een andere opvolging rechtvaardigen, kunnen externe meldingskanalen bij meldingen, conform artikel III.60/4, §2, beslissen om in een van de volgende gevallen de melding niet in behandeling te nemen: | |
| 5 | + | 1° de inbreuk is van geringe betekenis; | |
| 6 | + | 2° de externe melding heeft betrekking op feiten die in een eerdere melding van de melder al zijn behandeld en de nieuwe melding bevat geen nieuwe informatie van betekenis. | |
| 7 | + | In de gevallen, vermeld in het tweede lid, stuurt Audit Vlaanderen de melder binnen zeven dagen nadat het de melding heeft ontvangen, naast de ontvangstmelding, vermeld in het eerste lid, de beslissing om de melding niet in behandeling te nemen en een motivatie voor die beslissing. | |
| 8 | + | §2. De meldingskanalen gaan de juistheid na van de informatie en nemen de gepaste maatregelen als er een vermoeden van een inbreuk is. | |
| 9 | + | §3. De meldingskanalen informeren de melder binnen drie maanden na de dag waarop ze de ontvangstmelding hebben verstuurd, of, als er geen ontvangstmelding naar de melder is gestuurd, binnen drie maanden nadat de periode van zeven dagen nadat de melding is gedaan, is verstreken, over de als opvolging geplande of genomen maatregelen en over de redenen daarvoor. De meldingskanalen geven daarbij geen informatie vrij die afbreuk doet aan het interne onderzoek of die het onderzoek of de rechten van de betrokken persoon schaadt. | |
| 10 | + | Bij meldingen aan Audit Vlaanderen als vermeld in artikel III.60/4, §2, kan Audit Vlaanderen de termijn van drie maanden, vermeld in het eerste lid, verlengen tot maximaal zes maanden. In dat geval informeert Audit Vlaanderen de melder en de betrokken lokale overheid schriftelijk over de verlenging van de termijn en de reden daarvoor, voor de voormelde termijn van drie maanden verstreken is. | |
| 11 | + | §4. Audit Vlaanderen brengt de melder op de hoogte van het eindresultaat van de onderzoeken. |
| 1 | + | §1. De Vlaamse overheid publiceert op een afzonderlijke, gemakkelijk herkenbare en toegankelijke pagina van de centrale website de volgende informatie: | |
| 2 | + | 1° de voorwaarden om in aanmerking te komen voor bescherming tegen represailles; | |
| 3 | + | 2° de elektronische adressen, de postadressen en de telefoonnummers van de interne en externe meldingskanalen, met de vermelding of ze de telefoongesprekken en de gesprekken via andere spraaksystemen opneemt; | |
| 4 | + | 3° de procedures voor meldingen van informatie over inbreuken bij de meldingskanalen en bij instellingen, organen en instanties van de Europese Unie, met inbegrip van: | |
| 5 | + | a) de wijze waarop de meldingskanalen de melder kunnen vragen om de informatie te verduidelijken of bijkomende informatie te verstrekken; | |
| 6 | + | b) de termijn voor het geven van feedback; | |
| 7 | + | c) de soort en de inhoud van de feedback; | |
| 8 | + | 4° de informatie over de verwerking van persoonsgegevens; | |
| 9 | + | 5° de wijze waarop de melding wordt opgevolgd; | |
| 10 | + | 6° de remedies en procedures voor de bescherming tegen represailles en de beschikbaarheid van vertrouwelijk advies voor personen die overwegen tot melding over te gaan; | |
| 11 | + | 7° onverminderd artikel III.60/5, een duidelijke toelichting van de voorwaarden waaronder melders beschermd worden bij het schenden van enige geheimhoudingsregel; | |
| 12 | + | 8° de contactgegevens van de dienst, vermeld in paragraaf 2; | |
| 13 | + | 9° de rechten van de betrokken persoon. | |
| 14 | + | De website vermeldt dat melders bij voorkeur intern melden als de inbreuk doeltreffend intern kan worden behandeld en de melder van mening is dat er geen risico op represailles bestaat. | |
| 15 | + | De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.60/2, eerste lid, 2° tot en met 9°, en Audit Vlaanderen publiceren de informatie, vermeld in het eerste en het tweede lid, op hun website of verwijzen op hun website naar de webpagina op de centrale website van de Vlaamse overheid. | |
| 16 | + | De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.60/2, eerste lid, 10° tot en met 19°, publiceren de informatie, vermeld in het eerste en tweede lid, op hun website. | |
| 17 | + | §2. De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.60/2, eerste lid, 1°, wijzen elk voor hun bevoegdheid de dienst aan die melders van inbreuken ondersteunt ten aanzien van de Vlaamse Ombudsdienst. | |
| 18 | + | De Vlaamse administratie en de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.60/2, eerste lid, 10° tot en met 19°, wijzen elk voor hun bevoegdheid de dienst aan die melders van inbreuken ondersteunt ten aanzien van Audit Vlaanderen en de Vlaamse Ombudsdienst. De voormelde bevoegde dienst verstrekt volledige en onafhankelijke informatie en advies over de beschikbare remedies en procedures die bescherming bieden tegen represailles en over de rechten van de betrokken persoon. De informatie en adviezen zijn gemakkelijk en kosteloos toegankelijk. |
| 1 | + | §1. De meldingskanalen houden een register bij van de ontvangen meldingen. | |
| 2 | + | §2. Audit Vlaanderen houdt al de volgende gegevens bij: | |
| 3 | + | 1° het aantal ontvangen meldingen; | |
| 4 | + | 2° het aantal onderzoeken en procedures die naar aanleiding van de meldingen zijn ingeleid en het resultaat ervan; | |
| 5 | + | 3° als dat wordt vastgesteld, de geschatte financiële schade en de bedragen die zijn teruggevorderd na onderzoeken en procedures over de gemelde inbreuken. | |
| 6 | + | §3. Als de melder een melding richt aan een onbevoegd personeelslid of een onbevoegde overheidsinstantie, stuurt dat onbevoegde personeelslid of die onbevoegde overheidsinstantie de melding zo snel mogelijk op veilige wijze door naar het bevoegde personeelslid. Het onbevoegde personeelslid of de onbevoegde overheidsinstantie brengt de melder onmiddellijk op de hoogte van die doorzending. | |
| 7 | + | Als de melder een systeem gebruikt dat niet voldoet aan de vereisten, vermeld in artikel III.60/7, §1, eerste lid, stuurt de ontvanger de melding zo snel mogelijk op een veilige wijze door naar het bevoegde personeelslid. | |
| 8 | + | §4. De meldingskanalen mogen geen feiten bekendmaken die het economisch, financieel of commercieel belang van een overheidsinstantie kunnen schaden, tenzij dat noodzakelijk is voor de opvolging van de melding. |
| 1 | + | §1. Als die gegevens beschikbaar zijn, verwerken de meldingskanalen de volgende persoonsgegevens bij de behandeling en registratie van meldingen op grond van artikel 6, eerste lid, e), van de algemene verordening gegevensbescherming: | |
| 2 | + | 1° de naam van de melder; | |
| 3 | + | 2° de contactgegevens en de functie van de melder; | |
| 4 | + | 3° de naam van de facilitator of van derden die verbonden zijn met de melder en die het slachtoffer kunnen worden van represailles in een werkgerelateerde context; | |
| 5 | + | 4° de naam en de functie van de betrokken persoon en informatie over de inbreuken van de betrokken persoon; | |
| 6 | + | 5° de naam van de getuigen; | |
| 7 | + | 6° schriftelijke meldingen; | |
| 8 | + | 7° de stemopnames en het schriftelijke verslag van mondelinge meldingen, vermeld in artikel III.60/6, §2 en §3. | |
| 9 | + | De meldingskanalen wissen onmiddellijk andere gegevens dan de gegevens, vermeld in het eerste lid, die niet relevant zijn om de melding te behandelen. | |
| 10 | + | §2. De meldingskanalen maken de identiteit van de melder en alle informatie waarmee de identiteit van de melder direct of indirect achterhaald kan worden, niet bekend aan anderen dan de personeelsleden die bevoegd zijn om de melding te ontvangen en op te volgen, conform artikel III.60/8, tenzij in al de volgende gevallen: | |
| 11 | + | 1° de melder stemt daarmee in; | |
| 12 | + | 2° er is een noodzakelijke en evenredige wettelijke verplichting in het kader van een onderzoek door nationale autoriteiten of gerechtelijke procedures, om de rechten van verdediging van de betrokken persoon te waarborgen. | |
| 13 | + | De meldingskanalen maken de identiteit van de betrokken persoon en alle informatie waarmee de identiteit van de betrokken persoon direct of indirect achterhaald kan worden, niet bekend aan anderen dan de personeelsleden die bevoegd zijn om de melding te behandelen, zolang onderzoeken naar aanleiding van de melding of openbaarmaking lopen. | |
| 14 | + | §3. Vóór de meldingskanalen de identiteit van de melder of de betrokken persoon bekendmaken, brengen ze de melder, respectievelijk de betrokken persoon daarvan schriftelijk op de hoogte, samen met de redenen daarvoor, tenzij die informatie de onderzoeken of gerechtelijke procedures in gevaar brengt. | |
| 15 | + | §4. Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de algemene verordening gegevensbescherming kunnen de lijnmanager van de Vlaamse overheidsinstantie of het hoofd van het personeel van de lokale overheid, bij wie een melding is ingediend, beslissen om de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het negende lid. | |
| 16 | + | De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een onderzoek, op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast. De duur van het onderzoek mag in voorkomend geval niet meer bedragen dan een jaar vanaf de ontvangst van een verzoek tot uitoefening van een van de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening. | |
| 17 | + | De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat de weigering of de beperking van de rechten, vermeld in het tweede lid, rechtvaardigt. | |
| 18 | + | Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, bevestigt de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, de ontvangst daarvan. | |
| 19 | + | De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming brengt de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van elke weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid. Verdere informatie over de nadere redenen voor die weigering of beperking hoeft niet te worden verstrekt als dat het onderzoek zou ondermijnen, met behoud van de toepassing van het achtste lid. Als het nodig is, kan de voormelde termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, brengt de betrokkene binnen dertig dagen vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van die verlenging en van de redenen voor het uitstel. | |
| 20 | + | De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens conform artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, en om een beroep in rechte in te stellen. | |
| 21 | + | De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd. Die informatie houdt hij ter beschikking van de voormelde Vlaamse toezichtcommissie. | |
| 22 | + | Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval, conform artikel 12 van de voormelde verordening, opnieuw toegepast. | |
| 23 | + | Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, naar het Openbaar Ministerie is gestuurd en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming op het verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval, de onderzoeksrechter heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen. | |
| 24 | + | §5. De persoonsgegevens die verzameld worden, conform paragraaf 1, worden bewaard volgens de selectieregels, opgemaakt in uitvoering van artikel III.87. | |
| 25 | + | §6. De meldingskanalen treden op als verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, ieder in het kader van de meldingen die ze behandelen. |
| 1 | + | §1. Niemand binnen een overheidsinstantie mag in het kader van het werk de volgende maatregelen nemen, dreigen met de volgende maatregelen of pogen de volgende maatregelen te nemen, als vergelding voor een melding of openbaarmaking: | |
| 2 | + | 1° schorsing, ontslag of soortgelijke maatregelen; | |
| 3 | + | 2° degradatie of het onthouden van bevordering; | |
| 4 | + | 3° overdracht van taken, verandering van locatie van de arbeidsplaats of verandering van de werktijden; | |
| 5 | + | 4° het onthouden van opleiding; | |
| 6 | + | 5° een negatieve evaluatie of arbeidsreferentie; | |
| 7 | + | 6° het opleggen of toepassen van een disciplinaire maatregel, berisping of een andere sanctie, zoals een financiële sanctie; | |
| 8 | + | 7° dwang, intimidatie, pesterijen en uitsluiting; | |
| 9 | + | 8° niet-omzetting van een tijdelijk contract in een contract voor onbepaalde duur, als het personeelslid de gerechtvaardigde verwachting had dat hem een contract van onbepaalde duur zou worden aangeboden; | |
| 10 | + | 9° niet-verlenging of vroegtijdige beëindiging van een tijdelijke arbeidsovereenkomst; | |
| 11 | + | 10° schade, met inbegrip van reputatieschade op sociale media of financieel nadeel, met inbegrip van omzetderving en inkomstenderving; | |
| 12 | + | 11° opname op een zwarte lijst op basis van een informele of formele overeenkomst voor de hele overheidsinstantie, waardoor de melder geen baan meer kan vinden bij die overheidsinstantie; | |
| 13 | + | 12° vroegtijdige beëindiging of opzegging van een contract voor de levering van goederen of diensten; | |
| 14 | + | 13° intrekking van een licentie of vergunning, afgeleverd door een overheidsinstantie; | |
| 15 | + | 14° psychiatrische of medische verwijzingen; | |
| 16 | + | 15° elke andere directe of indirecte handeling of nalatigheid dan de handelingen, vermeld in punt 1° tot en met 14°, die tot een ongerechtvaardigde benadeling van de melder leidt of kan leiden. | |
| 17 | + | De diensten en instellingen, vermeld in artikel III.60/2, 1°, en de Vlaamse Regering, elk binnen hun bevoegdheden, bepalen doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve of tuchtrechtelijke sancties voor iedereen die maatregelen als vermeld in het eerste lid neemt. | |
| 18 | + | §2. Het verbod, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, is van toepassing ten aanzien van melders indien: | |
| 19 | + | 1° de melders informatie meldden over een inbreuk, conform artikel III.60/3 en III.60/4, of informatie meldden over een inbreuk bij een instelling, orgaan of instantie van de Europese Unie; | |
| 20 | + | 2° de melders gegronde redenen hadden om te geloven dat de gemelde informatie op het moment van de melding juist was. | |
| 21 | + | Het verbod, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, is in de volgende gevallen van toepassing ten aanzien van melders als ze informatie over een inbreuk openbaar maken, waarvan ze gegronde redenen hadden om te geloven dat de gemelde informatie op het moment van de melding juist was: | |
| 22 | + | 1° ze hebben eerst intern en extern gemeld of ze hebben meteen extern gemeld conform artikel III.60/3 en III.60/4, en er zijn, conform artikel III.60/8, §1 tot en met §3, geen passende maatregelen genomen binnen drie maanden nadat het meldingskanaal in kwestie de melding heeft ontvangen; | |
| 23 | + | 2° ze menen dat een van de volgende situaties zich voordoet: | |
| 24 | + | a) de inbreuk kan een dreigend of reëel gevaar vormen voor het algemene belang; | |
| 25 | + | b) er bestaat naar aanleiding van een externe melding een risico op represailles of het is niet waarschijnlijk dat de inbreuk doeltreffend wordt behandeld door de bijzondere omstandigheden van de zaak. | |
| 26 | + | §3. Het verbod, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, geldt niet alleen voor de melders, vermeld in paragraaf 2, maar ook voor de volgende personen: | |
| 27 | + | 1° personen die anoniem informatie over inbreuken hebben gemeld of openbaar hebben gemaakt, maar later geïdentificeerd zijn; | |
| 28 | + | 2° de facilitatoren en derden die verbonden zijn met de melders en juridische entiteiten, die eigendom zijn van de melders, voor wie de melders werken of met wie de melders in een andere werkgerelateerde context verbonden zijn. | |
| 29 | + | §4. Bij gerechtelijke of administratiefrechtelijke procedures over maatregelen als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, waarbij de melders aantonen dat ze een melding of openbaarmaking hebben gemaakt en met benadeling zijn geconfronteerd, wordt aangenomen dat de maatregel een vergelding was voor de melding of de openbaarmaking. In voormelde gevallen toont de persoon die de benadelende maatregel heeft genomen aan dat die maatregel naar behoren is gemotiveerd. | |
| 30 | + | §5. De Vlaamse Regering bepaalt doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve of tuchtrechtelijke sancties voor de volgende personen: | |
| 31 | + | 1° personen die een melding belemmeren of proberen te belemmeren; | |
| 32 | + | 2° personen die de geheimhouding van de identiteit van melders schenden; | |
| 33 | + | 3° personen die bewust onjuiste informatie hebben gemeld of openbaar gemaakt. | |
| 34 | + | §6. Melders zijn niet aansprakelijk voor: | |
| 35 | + | 1° de verwerving van de informatie die ze melden of openbaar maken, conform paragraaf 2, behalve als de verwerving of openbaarmaking een strafbaar feit was; | |
| 36 | + | 2° het melden of openbaar maken van de informatie, conform paragraaf 2, als zij redelijke gronden hadden om aan te nemen dat de melding of openbaarmaking van de informatie noodzakelijk was voor het onthullen van een inbreuk. |
| 1 | + | Een overeenkomst, de arbeidsvoorwaarden of het beleid kunnen geen bepalingen bevatten waarin afstand wordt gedaan van de rechten, vermeld in dit decreet. Bepalingen in die zin zijn nietig. |
| 2 | 2 | Audit Vlaanderen evalueert de organisatiebeheersing, gaat na of ze adequaat is en formuleert aanbevelingen om ze te verbeteren. Audit Vlaanderen voert daarvoor organisatie- en procesaudits uit. | |
| 3 | 3 | Audit Vlaanderen is ook bevoegd voor de uitvoering van forensische audits bij de overheidsinstanties, vermeld in het eerste lid. | |
| 4 | − | De bevoegdheid en het werkterrein van Audit Vlaanderen omvatten ook de Vlaamse openbare instellingenvan categorie A en de Eigen Vermogens met rechtspersoonlijkheid, die verbonden zijn aan de overheidsinstanties, vermeld in het eerste lid. | |
| 4 | + | De bevoegdheid en het werkterrein van Audit Vlaanderen omvatten ook de Vlaamse openbare instellingen, vermeld in artikel I.3, 4°, met uitzondering van de Eigen Vermogens. | |
| 5 | 5 | De Vlaamse Regering regelt de oprichting en de interne werking van Audit Vlaanderen. | |
| 6 | 6 | § 2. Om zijn bevoegdheid te kunnen uitoefenen, heeft Audit Vlaanderen toegang tot alle informatie en documenten, ongeacht de drager ervan, en tot alle gebouwen, ruimtes en installaties waar taken van de Vlaamse administratie worden uitgevoerd. Audit Vlaanderen kan aan ieder personeelslid de inlichtingen vragen die voor de uitvoering van zijn opdrachten nodig worden geacht. Ieder personeelslid is ertoe gehouden zo snel mogelijk en zonder voorafgaande machtiging op een volledige wijze te antwoorden en alle relevante informatie en documenten te verstrekken. | |
| 15 | 15 | Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval, conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast. | |
| 16 | 16 | Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het tweede lid, bevat, naar het Openbaar Ministerie is gestuurd en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval, de onderzoeksrechter heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen. | |
| 17 | − | § 3. Elk personeelslid heeft het recht om Audit Vlaanderen rechtstreeks op de hoogte te brengen van onregelmatigheden die hij bij de uitoefening van zijn functie vaststelt. | |
| 18 | − | Buiten de gevallen van kwade trouw, persoonlijk voordeel of valse aangifte die een dienst of een persoon schade toebrengen, kan een rapportering aan Audit Vlaanderen nooit aanleiding geven tot een tuchtsanctie of een ontslag. | |
| 17 | + | § 3. .... | |
| 19 | 18 | § 4. Bij Audit Vlaanderen worden twee auditcomités opgericht, die elk bestaan uit zeven leden: | |
| 20 | 19 | 1° het auditcomité van de Vlaamse administratie, dat bestaat uit vier onafhankelijke deskundigen en drie vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering; | |