Decreet tot wijziging van de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging, het Energiedecreet van 8 mei 2009, het decreet van 13 juli 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2012 en het decreet van 17 december 2021 tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft toewijzingen aan het Energiefonds, wijzigingen betreffende flexibiliteit en energiedelen, de uitbouw van het energiedataplatform en de herziening van de administratieve geldboetes aangaande installatie-eisen 2022043148 4 jaar geleden 5 versies
| 1 | § 1. Als er voor een gebouw EPB-eisen gelden volgens artikel 11.1.1, § 1, is de houder van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of de meldingsplichtige de aangifteplichtige. |
| 2 | Als een gebouw dat gebouwd moet worden of in aanbouw is, door de aangifteplichtige wordt vervreemd voor een EPB-aangifte is ingediend, of als de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen door de aangifte- plichtige wordt overgedragen voor een EPB-aangifte is ingediend, wordt respectievelijk de nieuwe eigenaar of de nieuwe houder van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen de nieuwe aangifteplichtige als aan de volgende voorwaarden is voldaan: |
| 3 | 1° op het moment van de vervreemding of overdacht van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is het gebouw nog niet voorlopig opgeleverd; |
| 4 | 2° in de authentieke akte wordt vermeld dat de aangifteplicht wordt overgedragen en aan wie; |
| 5 | 3° bij de authentieke akte wordt een tussentijds verslag overgedragen dat opgemaakt is door de verslaggever die door de oorspronkelijke aangifteplichtige is aangesteld, en dat is ondertekend door de verslaggever, de oorspronkelijke aangifteplichtige en de nieuwe aangifteplichtige. In het tussentijdse verslag worden alle maatregelen die uitgevoerd zijn of die uitgevoerd moeten worden om aan de EPB-eisen te voldoen, opgesomd en wordt vermeld wie voor de uitvoering van de verschillende maatregelen instaat; |
| 6 | 4° de oorspronkelijke aangifteplichtige stelt de nodige gegevens van werken die door hem of in zijn opdracht zijn uitgevoerd, ter beschikking van de nieuwe aangifteplichtige om de definitieve EPB-aangifte op te stellen. |
| 7 | De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vaststelling van de vorm en de inhoud van het tussentijdse verslag, vermeld in het tweede lid, 3°. |
| 8 | § 2. In afwijking van paragraaf 1 is bij een overeenkomst tussen een promotor-bouwheer en een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, en die tot doel heeft een gebouw te verkopen, te bouwen of te verbouwen, de promotor-bouwheer altijd de aangifteplichtige, tenzij aan de volgende drie voorwaarden is voldaan: |
| 9 | 1° in de authentieke akte wordt vermeld dat de aangifteplicht wordt overgedragen en aan wie; |
| 10 | 2° bij de authentieke akte wordt een tussentijds verslag overgedragen dat opgemaakt is door de verslaggever die door de promotor-bouwheer is aangesteld, en dat is ondertekend door de verslaggever, de promotor-bouwheer en de nieuwe aangifteplichtige. In het tussentijdse verslag worden alle maatregelen die uitgevoerd zijn of die uitgevoerd moeten worden om aan de EPB-eisen te voldoen, opgesomd en wordt vermeld wie voor de uitvoering van de verschillende maatregelen zal instaan; |
| 11 | 3° de promotor-bouwheer stelt na de beëindiging van de werken de nodige gegevens van de door hem of in zijn opdracht uitgevoerde werken, ter beschikking van de aangifteplichtige met het oog op het opstellen van de definitieve EPB-aangifte. |
| 12 | Het eerste lid is ook van toepassing op elke overeenkomst waarbij de Woningbouwwet van toepassing is of contractueel van toepassing is gemaakt. |
| 13 | De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de vaststelling van de vorm en de inhoud van het tussentijdse verslag, vermeld in het eerste lid, 2°. |