VC Codificatie: Decreet van 24 januari 2003 houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang 2003035282 24 jaar geleden 2 versies
| 1 | § 1. Onverminderd de plichten van de officieren van gerechtelijke politie, zijn de ambtenaren die de Vlaamse regering aanwijst, belast met het toezicht op de naleving van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, alsook met de opsporing en de vaststelling van de inbreuken op dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. |
| 2 | Deze ambtenaren worden voor de toepassing van dit decreet bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie. |
| 3 | De aldus aangestelde ambtenaren oefenen hun bevoegdheden uit onder toezicht van de procureur-generaal. |
| 4 | § 2. Zij maken een proces-verbaal op van de inbreuken. Dat heeft bewijswaarde tot het tegendeel bewezen is. |
| 5 | De geverbaliseerde krijgt een voor eensluidend verklaard afschrift toegezonden binnen vijftien dagen na de vaststelling van de inbreuk. |
| 6 | § 3. In het kader van deze opdracht en indien er voldoende aanwijzingen voorhanden zijn om aan te nemen dat de beschermde voorwerpen, de inlichtingen of de documenten daarover zich bevinden in vertrekken die als woning dienst doen, kunnen huiszoekingen verricht worden. Die moeten plaatsvinden tussen 5 en 21 uur hetzij met machtiging van de rechter in de politierechtbank, hetzij met voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner, hetzij bij betrapping op heterdaad. Deze huiszoekingen worden ten minste verricht door één officier van de gerechtelijke politie, of door twee officieren van de gerechtelijke politie indien het door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren bedoeld in artikel 20, § 1, betreft. |