Bij de begroting 2026 #544
Gemerged Vlaamse Regering voegde 56 artikels samen in decreet-2023-06-30decreet-2011-07-15-1020509vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013 · 24 oktober 2025 23 checks vragen aandacht
92 artikels gewijzigd
| 1 | De Vlaamse Regering subsidieert de vzw Centrum voor de Bibliografie van de Neerlandistiek. Deze werkingssubsidie omvat de subsidiëring van een kern van personeelsleden, een basistoelage voor de werking en een subsidiëring op grond van werkelijk gepresteerde activiteiten. | ||
| 2 | De subsidie, vermeld in het eerste lid, wordt toegekend op voorwaarde dat de vereniging de strategische doelstelling vervult om de publicaties die verschijnen op het gebied van de neerlandistiek in de meest ruime zin te inventariseren en te ontsluiten. De vereniging is daarbij verantwoordelijk voor de beschrijving en de indexering van de Vlaamse publicaties in verband met de Nederlandse taal- en letterkunde en stelt deze informatie digitaal ter beschikking voor externe gebruikers. | ||
| 3 | De vereniging dient daartoe jaarlijks voor 1 december een actieplan in voor het komende jaar. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering bepaalt op basis van dit actieplan en op basis van de beschikbare informatie over de werking van de vereniging in de voorbije werkingsjaren de hoogte van de subsidie. | ||
| 5 | De vereniging dient jaarlijks uiterlijk op 31 maart een verantwoording in over het voorbije jaar. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan voor de vereniging, vermeld in artikel 6, de nadere regels bepalen voor de volgende aspecten: | ||
| 2 | 1° de indiening van het actieplan; | ||
| 3 | 2° de beoordeling van het actieplan; | ||
| 4 | 3° de toekenning van de subsidie op basis van het actieplan; | ||
| 5 | 4° de uitbetaling van de subsidie in een voorschot en een saldo na toezicht; | ||
| 6 | 5° de verantwoording van de subsidie bestaande uit de volgende elementen: | ||
| 7 | a) een functionele verantwoording die bestaat uit een overzicht en evaluatie van de werking; | ||
| 8 | b) een financiële verantwoording die bestaat uit al de volgende elementen: | ||
| 9 | 1) de jaarrekening, die bestaat uit de balans, de resultatenrekening en de toelichting; | ||
| 10 | 2) de specificatie van alle bezoldigingen; | ||
| 11 | 3) een verslag van een gecertificeerde accountant of bedrijfsrevisor die niet betrokken is bij de dagelijkse inhoudelijke, organisatorische en zakelijke werking van de organisatie; | ||
| 12 | c) eventuele bijkomende beleidsrelevante gegevens met het oog op monitoring; | ||
| 13 | 6° de categorieën van subsidiabele en niet-subsidiabele kosten; | ||
| 14 | 7° het toezicht op de aanwending van de subsidie door de bevoegde administratie; | ||
| 15 | 8° de eventuele remediëring en de maatregelen naar aanleiding van het toezicht; | ||
| 16 | 9° de indicatoren die toelaten om bij de beleidsevaluatie de subsidie inhoudelijk en financieel te evalueren; | ||
| 17 | 10° de openbaarmaking van de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten. |
| 1 | § 1. Met ingang van het begrotingsjaar 2011 schrijft de Vlaamse Regering jaarlijks een krediet van in totaal ten minste driehonderdtachtigduizend euro in in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor : | 1 | § 1. Met ingang van het begrotingsjaar 2026 schrijft de Vlaamse Regering jaarlijks een krediet van in totaal ten minste 202.000 euro in in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor : |
| 2 | 1° het ondersteunen van het museum van het Memoriaal, met focus op de Eerste Wereldoorlog en de Vlaamse emancipatiebeweging; | 2 | 1° het ondersteunen van het museum van het Memoriaal, met focus op de Eerste Wereldoorlog en de Vlaamse emancipatiebeweging; |
| 3 | 2° het ondersteunen van culturele, gemeenschapsvormende, educatieve, maatschappelijk activerende of sensibiliserende initiatieven die gekoppeld zijn aan de herinnerings- en herdenkingsfunctie en de vredesboodschap van het Memoriaal, met betrekking tot de thema's bewustwording, vrede, vrijheid en verdraagzaamheid. | 3 | 2° het ondersteunen van culturele, gemeenschapsvormende, educatieve, maatschappelijk activerende of sensibiliserende initiatieven die gekoppeld zijn aan de herinnerings- en herdenkingsfunctie en de vredesboodschap van het Memoriaal, met betrekking tot de thema's bewustwording, vrede, vrijheid en verdraagzaamheid. |
| 1 | § 1. In afwijking van artikel 2.7.4.1.1 wordt het tarief van de erfbelasting verlaagd tot 3% voor een verkrijging in rechte lijn en tussen partners en tot 7% voor een verkrijging tussen andere personen voor : | 1 | § 1. In afwijking van artikel 2.7.4.1.1 wordt het tarief van de erfbelasting verlaagd tot 3% voor een verkrijging in rechte lijn en tussen partners en tot 7% voor een verkrijging tussen andere personen voor : |
| 2 | 1° de nettoverkrijging van de volle eigendom, de blote eigendom of het vruchtgebruik van de activa die door de erflater of zijn partner beroepsmatig zijn geïnvesteerd in een familiale onderneming. Het verlaagde tarief is niet van toepassing op de verkrijging van onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd; | 2 | 1° de nettoverkrijging van de volle eigendom, de blote eigendom of het vruchtgebruik van de activa die door de erflater of zijn partner beroepsmatig zijn geïnvesteerd in een familiale onderneming. Het verlaagde tarief is niet van toepassing op de verkrijging van onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd, met inbegrip van bouwgronden als vermeld in artikel 1.1.0.0.2, zesde lid, 1°/1; |
| 3 | 2° de nettoverkrijging van de volle eigendom, het vruchtgebruik of de blote eigendom van aandelen van een familiale vennootschap met zetel van werkelijke leiding in een van de staten van de Europese Economische Ruimte, op voorwaarde dat de aandelen van de vennootschap die op het ogenblik van het overlijden in volle eigendom toebehoren aan de erflater en zijn familie ten minste 50% van de stemrechten in die vennootschap vertegenwoordigen. | 3 | 2° de nettoverkrijging van de volle eigendom, het vruchtgebruik of de blote eigendom van aandelen van een familiale vennootschap met zetel van werkelijke leiding in een van de staten van de Europese Economische Ruimte, op voorwaarde dat de aandelen van de vennootschap die op het ogenblik van het overlijden in volle eigendom toebehoren aan de erflater en zijn familie ten minste 50% van de stemrechten in die vennootschap vertegenwoordigen. Het verlaagde tarief is niet van toepassing op het gedeelte van de waarde van de aandelen dat de onroerende goederen, vermeld in punt 1°, in de familiale vennootschap, of in participaties van minstens 10% van de familiale vennootschap in haar dochtervennootschappen, vertegenwoordigt. Deze beperking is niet van toepassing voor familiale vennootschappen waarvan de omzet voor minstens 75% wordt gegenereerd door de uitoefening van een activiteit die betrekking heeft op onroerende goederen, vermeld in punt 1°. |
| 4 | In afwijking van het eerste lid vertegenwoordigen de aandelen van de vennootschap die op het ogenblik van het overlijden in volle eigendom toebehoren aan de erflater en zijn familie minstens 30% van de stemrechten in die vennootschap, als hij en zijn familie aan een van de volgende voorwaarden voldoen: | 4 | In afwijking van het eerste lid vertegenwoordigen de aandelen van de vennootschap die op het ogenblik van het overlijden in volle eigendom toebehoren aan de erflater en zijn familie minstens 30% van de stemrechten in die vennootschap, als hij en zijn familie aan een van de volgende voorwaarden voldoen: |
| 5 | 1° samen met één andere aandeelhouder en zijn familie volle eigenaar zijn van de aandelen van de vennootschap die minstens 70% van de stemrechten in die vennootschap vertegenwoordigen; | 5 | 1° samen met één andere aandeelhouder en zijn familie volle eigenaar zijn van de aandelen van de vennootschap die minstens 70% van de stemrechten in die vennootschap vertegenwoordigen; |
| 10 | 2° familiale vennootschap : een vennootschap die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot voorwerp heeft en uitoefent. | 10 | 2° familiale vennootschap : een vennootschap die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot voorwerp heeft en uitoefent. |
| 11 | Als de vennootschap aan het voorgaande niet beantwoordt, maar aandelen houdt die minstens 30% van de stemrechten van één directe dochtervennootschap vertegenwoordigen die aan die voorwaarde beantwoordt en die haar zetel van werkelijke leiding heeft in een van de staten van de Europese Economische Ruimte, wordt ze ook beschouwd als een familiale vennootschap. | 11 | Als de vennootschap aan het voorgaande niet beantwoordt, maar aandelen houdt die minstens 30% van de stemrechten van één directe dochtervennootschap vertegenwoordigen die aan die voorwaarde beantwoordt en die haar zetel van werkelijke leiding heeft in een van de staten van de Europese Economische Ruimte, wordt ze ook beschouwd als een familiale vennootschap. |
| 12 | Vennootschappen die geen reële economische activiteit hebben, worden uitgesloten van het verlaagde tarief, vermeld in paragraaf 1. Een vennootschap wordt geacht geen reële economische activiteit te hebben als uit de balansposten van ofwel de goedgekeurde jaarrekening in geval van een vennootschap als vermeld in paragraaf 2, 2°, eerste lid, ofwel de goedgekeurde geconsolideerde jaarrekening in geval van een vennootschap als vermeld in paragraaf 2, 2°, tweede lid, van minstens een van de drie boekjaren voorafgaand aan de datum van overlijden van de erflater cumulatief blijkt : | 12 | Vennootschappen die geen reële economische activiteit hebben, worden uitgesloten van het verlaagde tarief, vermeld in paragraaf 1. Voor een vennootschap waarvan de omzet voor minstens 75% wordt gegenereerd door de uitoefening van een activiteit die betrekking heeft op onroerende goederen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, kan het uitsluiten van de beperking vermeld in artikel 2.7.4.2.2, §1, eerste lid, 2°, slechts gelden op voorwaarde dat de vennootschap in de drie jaar voorafgaand aan het overlijden minstens één tewerkgestelde werknemer telt, uitgedrukt in voltijdse eenheden; |
| 13 | a) dat de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen een percentage gelijk of lager dan 1,50 % uitmaken van de totale activa; | ||
| 14 | b) de terreinen en gebouwen meer dan 50 % uitmaken van het totale actief. De verkrijger kan het tegenbewijs daarvan leveren. | ||
| 15 | Voor de toepassing van de hiervoor vermelde omschrijving moet worden begrepen onder : | ||
| 16 | a) bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen : de waarde, opgenomen onder de gelijknamige post van de resultatenrekening van de jaarrekening of onder een soortgelijke post van de geconsolideerde jaarrekening. Als een vennootschap geen jaarrekening volgens het standaardmodel naar Belgisch recht hoeft neer te leggen, wordt de waarde die opgenomen is onder de post waaruit alle kosten blijken die naar hun aard als kosten kunnen worden beschouwd voor de tewerkstelling van personeel in dienstverband; | ||
| 17 | b) terreinen en gebouwen : de waarde, opgenomen onder de gelijknamige balanspost van de jaarrekening of van de geconsolideerde jaarrekening, of onder een soortgelijke post van de jaarrekening of van de geconsolideerde jaarrekening. Als een vennootschap geen jaarrekening volgens het standaardmodel naar Belgisch recht hoeft neer te leggen, wordt een soortgelijke post bedoeld die opgenomen is onder de post materiële vaste activa; | ||
| 18 | c) totaal actief : de waarde, opgenomen onder de balanspost totaal van de activa van de jaarrekening of onder een soortgelijke post van de jaarrekening of van de geconsolideerde jaarrekening; | ||
| 19 | 3° aandelen : | 13 | 3° aandelen : |
| 20 | a) naargelang het geval: | 14 | a) naargelang het geval: |
| 4 | § 2. Als een persoon met een handicap of een gehandicapt kind als vermeld in paragraaf 1, onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel I van artikel 2.7.4.1.1, wordt het bedrag van het abattement eerst toegerekend op zijn overeenkomstig artikel 2.7.4.1.1, § 2, derde lid, of artikel 2.7.6.0.6 niet vrijgestelde gedeelte van het netto onroerend aandeel, vervolgens op zijn overeenkomstig artikel 2.7.6.0.6 niet vrijgestelde gedeelte van het netto roerend aandeel en bij uitputting van dat aandeel tot slot op de belastbare grondslag waarop het verlaagde tarief voor familiale ondernemingen en vennootschappen, met toepassing van artikel 2.7.4.2.2, wordt berekend. | 4 | § 2. Als een persoon met een handicap of een gehandicapt kind als vermeld in paragraaf 1, onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel I van artikel 2.7.4.1.1, wordt het bedrag van het abattement eerst toegerekend op zijn overeenkomstig artikel 2.7.4.1.1, § 2, derde lid, of artikel 2.7.6.0.6 niet vrijgestelde gedeelte van het netto onroerend aandeel, vervolgens op zijn overeenkomstig artikel 2.7.6.0.6 niet vrijgestelde gedeelte van het netto roerend aandeel en bij uitputting van dat aandeel tot slot op de belastbare grondslag waarop het verlaagde tarief voor familiale ondernemingen en vennootschappen, met toepassing van artikel 2.7.4.2.2, wordt berekend. |
| 5 | Als een persoon met een handicap of een gehandicapt kind als vermeld in paragraaf 1, samen met personen op wie het tarief `tussen anderen' van toepassing is, onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel II van artikel 2.7.4.1.1, wordt, in afwijking van artikel 2.7.4.1.1, de belasting voor de persoon met een handicap of het gehandicapte kind berekend alsof hij als enige voor de nettoverkrijging van de nalatenschap in aanmerking komt. Voor de andere verkrijgers wordt conform artikel 2.7.4.1.1 de belasting berekend alsof de persoon met een handicap of het gehandicapte kind die hoedanigheid niet heeft. | 5 | Als een persoon met een handicap of een gehandicapt kind als vermeld in paragraaf 1, samen met personen op wie het tarief `tussen anderen' van toepassing is, onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel II van artikel 2.7.4.1.1, wordt, in afwijking van artikel 2.7.4.1.1, de belasting voor de persoon met een handicap of het gehandicapte kind berekend alsof hij als enige voor de nettoverkrijging van de nalatenschap in aanmerking komt. Voor de andere verkrijgers wordt conform artikel 2.7.4.1.1 de belasting berekend alsof de persoon met een handicap of het gehandicapte kind die hoedanigheid niet heeft. |
| 6 | §3. Als een persoon met een handicap als vermeld in paragraaf 1, volledig of gedeeltelijk onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel II van artikel 2.7.4.1.1, §1, wordt het bedrag van het abattement eerst toegerekend op het gedeelte van de verkrijging dat onderworpen is aan het tarief, vermeld in tabel II van artikel 2.7.4.1.1, §1, en bij uitputting van dat aandeel op de belastbare grondslag waarop het verlaagde tarief wordt berekend, met toepassing van artikel 2.7.4.2.5. | ||
| 4 | Als passief van de nalatenschap van een erflater die geen rijksinwoner is, maar die zijn domicilie of de zetel van zijn vermogen binnen de Europees Economische Ruimte had, worden alleen de schulden aanvaard waarvan de aangevers het bewijs leveren dat ze specifiek zijn aangegaan om de onroerende goederen te verwerven of te behouden. | 4 | Als passief van de nalatenschap van een erflater die geen rijksinwoner is, maar die zijn domicilie of de zetel van zijn vermogen binnen de Europees Economische Ruimte had, worden alleen de schulden aanvaard waarvan de aangevers het bewijs leveren dat ze specifiek zijn aangegaan om de onroerende goederen te verwerven of te behouden. |
| 5 | De regels voor de waardering van de goederen die het actief van de nalatenschap samenstellen, vermeld in artikel 2.7.3.3.1 tot en met artikel 2.7.3.3.7, zijn van toepassing op de waardering van het passief van de nalatenschap. | 5 | De regels voor de waardering van de goederen die het actief van de nalatenschap samenstellen, vermeld in artikel 2.7.3.3.1 tot en met artikel 2.7.3.3.7, zijn van toepassing op de waardering van het passief van de nalatenschap. |
| 6 | Het bedrag van de regularisatieheffing die is geheven en betaald in uitvoering van een federale wet die een systeem van fiscale regularisatie voorziet, wordt gelijkgesteld met een schuld van de erflater als vermeld in het eerste lid, 1°. Die schuld wordt alleen als passief van de nalatenschap aanvaard als al de volgende voorwaarden zijn vervuld: | ||
| 7 | 1° de geregulariseerde inkomsten of kapitalen en de activa in kwestie die die inkomsten hebben gegenereerd, zijn aangegeven in een aangifte van nalatenschap; | ||
| 8 | 2° de inkomsten en bedragen die zijn aangegeven in de regularisatieaangifte en waarvoor de regularisatieheffing is betaald, zijn door de erflater behaald of verkregen. | ||
| 1 | § 1. In afwijking van artikel 2.9.4.1.1 bedraagt het verkooprecht 2 % voor overeenkomsten houdende zuivere aankoop , waarbij door een of meer natuurlijke personen samen en gelijktijdig de geheelheid volle eigendom van een woning wordt verkregen om er hun hoofdverblijfplaats te vestigen. | 1 | § 1. In afwijking van artikel 2.9.4.1.1 bedraagt het verkooprecht 2 % voor overeenkomsten houdende zuivere aankoop van volle eigendom, waarbij uitsluitend door een of meer natuurlijke personen samen en gelijktijdig de geheelheid volle eigendom van een woning wordt verkregen om er hun hoofdverblijfplaats te vestigen. |
| 2 | In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief 6% voor overeenkomsten houdende zuivere aankoop waarvan de authentieke akte uiterlijk op 31 december 2023 is verleden, als de verkrijger opteert voor de vermindering, vermeld in artikel 2.9.5.0.1, of de ontheffing, vermeld in artikel 3.6.0.0.6, § 3. | 2 | In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief 6% voor overeenkomsten houdende zuivere aankoop waarvan de authentieke akte uiterlijk op 31 december 2023 is verleden, als de verkrijger opteert voor de vermindering, vermeld in artikel 2.9.5.0.1, of de ontheffing, vermeld in artikel 3.6.0.0.6, § 3. |
| 3 | § 2. Om het verlaagde tarief, vermeld in paragraaf 1, te kunnen toepassen, moeten alle volgende voorwaarden vervuld zijn: | 3 | § 2. Om het verlaagde tarief, vermeld in paragraaf 1, te kunnen toepassen, moeten alle volgende voorwaarden vervuld zijn: |
| 4 | 1° de verkrijger is op de datum van de authentieke aankoopakte niet voor de geheelheid volle eigenaar van een andere woning of bouwgrond. Als er verschillende verkrijgers zijn, zijn ze op de vermelde datum niet samen voor de geheelheid volle eigenaar van een andere woning of bouwgrond; | 4 | 1° de verkrijger is op de datum van de authentieke aankoopakte niet voor de geheelheid volle eigenaar van een andere woning of bouwgrond. Als er verschillende verkrijgers zijn, zijn ze op de vermelde datum niet samen voor de geheelheid volle eigenaar van een andere woning of bouwgrond; |
| 5 | 2° de verkrijger verbindt zich ertoe zijn inschrijving in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister te nemen op het adres van de aangekochte woning binnen drie jaar na de datum van de authentieke aankoopakte; | 5 | 2° de verkrijger verbindt zich ertoe zijn inschrijving in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister te nemen op het adres van de aangekochte woning binnen drie jaar na de datum van de authentieke aankoopakte, en die inschrijving gedurende een ononderbroken periode van minstens een jaar te behouden; |
| 6 | 3° de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1, is nageleefd. | 6 | 3° de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1, is nageleefd. |
| 7 | De koper die de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°, niet is nagekomen, is aanvullende rechten verschuldigd. | 7 | De koper die de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°, niet is nagekomen, is aanvullende rechten verschuldigd. |
| 1 | §1. De belasting wordt, ofwel per periode van twaalf opeenvolgende maanden, ofwel per kalenderjaar, berekend op de wijze die in de hierna volgende paragrafen wordt vermeld. | 1 | §1. De belasting wordt, ofwel per periode van twaalf opeenvolgende maanden, ofwel per kalenderjaar, berekend op de wijze die in de hierna volgende paragrafen wordt vermeld. |
| 2 | §2. Voor de personenauto's, de auto's voor dubbel gebruik en de minibussen wordt de belasting berekend, op basis van fiscale paardenkracht (pk), volgens de volgende tabel : | 2 | §2. Voor de personenauto's, de auto's voor dubbel gebruik en de minibussen wordt de belasting berekend, op basis van fiscale paardenkracht (pk), volgens de volgende tabel : |
| 3 | aantal pk | 3 | aantal pk |
| 4 | totaalbedrag van de belasting in euro | 4 | totaalbedrag van de belasting in euro |
| 39 | meer dan 20 | 39 | meer dan 20 |
| 40 | 1783,20 verhoogd met 97,20 per pk boven 20 | 40 | 1783,20 verhoogd met 97,20 per pk boven 20 |
| 41 | §2/1. Voor de personenauto's, de auto's voor dubbel gebruik en de minibussen die na 31 december 2015 worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid wordt de belasting berekend, op basis van de tabel, vermeld in paragraaf 2, met in achtneming van volgende elementen: | 41 | §2/1. Voor de personenauto's, de auto's voor dubbel gebruik en de minibussen die na 31 december 2015 worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid wordt de belasting berekend, op basis van de tabel, vermeld in paragraaf 2, met in achtneming van volgende elementen: |
| 42 | 1° in functie van de CO2-uitstoot van het voertuig, gemeten tijdens de homologatie ervan volgens de op het moment van de eerste inschrijving geldende Europese regelgeving, wordt het tarief | 42 | 1° in functie van de CO2-uitstoot van het voertuig, gemeten tijdens de homologatie ervan volgens de op het moment van de eerste inschrijving geldende Europese regelgeving, wordt het tarief |
| 43 | a) vermeerderd met 0,30% voor iedere gram CO2-uitstoot per kilometer boven 122 gram en niet hoger dan 500 gram; | 43 | a) vermeerderd met 0,30% voor iedere gram CO2-uitstoot per kilometer boven 122 gram en niet hoger dan 500 gram; |
| 76 | In afwijking van artikel 2.2.4.0.2, § 2, bedraagt de belasting, berekend overeenkomstig het eerste lid, minimum 40 euro. | 76 | In afwijking van artikel 2.2.4.0.2, § 2, bedraagt de belasting, berekend overeenkomstig het eerste lid, minimum 40 euro. |
| 77 | Deze paragraaf is alleen van toepassing op wegvoertuigen van natuurlijke personen en andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten. | 77 | Deze paragraaf is alleen van toepassing op wegvoertuigen van natuurlijke personen en andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten. |
| 78 | §2/2. Voor de personenauto's, de auto's voor dubbel gebruik en de minibus- sen die voor de eerste keer na 31 december 2020 worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid wordt de belasting berekend, vermeld in paragraaf 2/1, met dien verstande dat het element, vermeld onder paragraaf 2/1, 1°, als volgt wordt toegepast: in functie van de CO2-uitstoot van het voertuig, gemeten tijdens de homologatie ervan volgens de geldende Europese regelgeving, wordt het tarief: | 78 | §2/2. Voor de personenauto's, de auto's voor dubbel gebruik en de minibus- sen die voor de eerste keer na 31 december 2020 worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid wordt de belasting berekend, vermeld in paragraaf 2/1, met dien verstande dat het element, vermeld onder paragraaf 2/1, 1°, als volgt wordt toegepast: in functie van de CO2-uitstoot van het voertuig, gemeten tijdens de homologatie ervan volgens de geldende Europese regelgeving, wordt het tarief: |
| 79 | a) vermeerderd met 0,30% voor iedere gram CO2-uitstoot per kilometer boven 149 gram en niet hoger dan 500 gram; | 79 | a) vermeerderd met 0,30% voor iedere gram CO2-uitstoot per kilometer boven 149 gram en niet hoger dan 500 gram; |
| 80 | b) verminderd met 0,30% voor iedere gram CO2-uitstoot per kilometer onder 149 gram, maar hoger dan 24 gram. | 80 | b) verminderd met 0,30% voor iedere gram CO2-uitstoot per kilometer onder 149 gram, maar hoger dan 24 gram. |
| 81 | Deze paragraaf is alleen van toepassing op voertuigen van natuurlijke personen en van andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten. | 81 | Deze paragraaf is alleen van toepassing op voertuigen van natuurlijke personen en van andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten. |
| 82 | Deze paragraaf is ook van toepassing op de personenauto's, de auto's voor dubbel gebruik en de minibussen die voor de eerste keer na 31 december 2020 worden ingeschreven bij een vergelijkbare instelling binnen de Europese Economische Ruimte of een andere staat, wanneer zij nadien worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid. | 82 | Deze paragraaf is ook van toepassing op de personenauto's, de auto's voor dubbel gebruik en de minibussen die voor de eerste keer na 31 december 2020 worden ingeschreven bij een vergelijkbare instelling binnen de Europese Economische Ruimte of een andere staat, wanneer zij nadien worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid. |
| 83 | §3. Voor de motorvoertuigen, bestemd voor het vervoer van goederen waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht 3 500 kilogram niet overschrijdt, de lijkwagens, de alleenrijdende landbouwtractoren en de alleenrijdende trekkers, andere dan die, vermeld in paragraaf 6, bedraagt de belasting 19,32 euro per 500 kg maximaal toegestane totaalgewicht. | 83 | §3. Voor de motorvoertuigen, bestemd voor het vervoer van goederen waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht 3 500 kilogram niet overschrijdt, de lijkwagens, de alleenrijdende landbouwtractoren en de alleenrijdende trekkers, andere dan die, vermeld in paragraaf 6, bedraagt de belasting 19,32 euro per 500 kg maximaal toegestane totaalgewicht. |
| 84 | §3/1. Voor de motorvoertuigen, bestemd voor het vervoer van goederen, de lijkwagens, de alleenrijdende landbouwtractoren en de alleenrijdende trekkers, als het andere voertuigen zijn dan de voertuigen, vermeld in paragraaf 6, die na 30 juni 2017 worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid en waarvan de maximaal toegelaten massa maximum 2500 kilogram bedraagt, bedraagt de belasting 19,32 euro per 500 kg maximaal toegelaten massa, met inachtneming van volgende elementen: | 84 | §3/1. Voor de motorvoertuigen, bestemd voor het vervoer van goederen, de lijkwagens, de alleenrijdende landbouwtractoren en de alleenrijdende trekkers, als het andere voertuigen zijn dan de voertuigen, vermeld in paragraaf 6, die na 30 juni 2017 worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid en waarvan de maximaal toegelaten massa maximum 2500 kilogram bedraagt, bedraagt de belasting 19,32 euro per 500 kg maximaal toegelaten massa, met inachtneming van volgende elementen: |
| 85 | 1° in functie van de CO2-uitstoot van het voertuig, gemeten tijdens de homologatie ervan volgens de op het moment van de eerste inschrijving geldende Europese regelgeving, wordt het tarief | 85 | 1° in functie van de CO2-uitstoot van het voertuig, gemeten tijdens de homologatie ervan volgens de op het moment van de eerste inschrijving geldende Europese regelgeving, wordt het tarief |
| 86 | a) vermeerderd met 0,30% voor iedere gram CO2-uitstoot per kilometer boven 122 gram en niet hoger dan 500 gram; | 86 | a) vermeerderd met 0,30% voor iedere gram CO2-uitstoot per kilometer boven 122 gram en niet hoger dan 500 gram; |
| 119 | In afwijking van artikel 2.2.4.0.2, § 2, bedraagt de belasting, berekend overeenkomstig het eerste lid, minimum 40 euro. | 119 | In afwijking van artikel 2.2.4.0.2, § 2, bedraagt de belasting, berekend overeenkomstig het eerste lid, minimum 40 euro. |
| 120 | Deze paragraaf is alleen van toepassing op voertuigen van natuurlijke personen en van andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten. | 120 | Deze paragraaf is alleen van toepassing op voertuigen van natuurlijke personen en van andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten. |
| 121 | §3/2. Voor de motorvoertuigen, bestemd voor het vervoer van goederen, de lijkwagens, de alleenrijdende landbouwtractoren en de alleenrijdende trekkers, als het andere voertuigen zijn dan de voertuigen, vermeld in paragraaf 6, die na 30 juni 2017 worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid en waarvan de maximaal toegelaten massa hoger is dan 2500 kilogram en 3500 kilogram niet overschrijdt, bedraagt de belasting 19,32 euro per 500 kg maximaal toegelaten massa. | 121 | §3/2. Voor de motorvoertuigen, bestemd voor het vervoer van goederen, de lijkwagens, de alleenrijdende landbouwtractoren en de alleenrijdende trekkers, als het andere voertuigen zijn dan de voertuigen, vermeld in paragraaf 6, die na 30 juni 2017 worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid en waarvan de maximaal toegelaten massa hoger is dan 2500 kilogram en 3500 kilogram niet overschrijdt, bedraagt de belasting 19,32 euro per 500 kg maximaal toegelaten massa. |
| 122 | In functie van de euronorm van het voertuig en, in voorkomend geval, de aanwezigheid van een roetfilter wordt het tarief, vermeld in het eerste lid, met een percentage vermeerderd of verminderd conform de volgende tabel: | 122 | In functie van de euronorm van het voertuig en, in voorkomend geval, de aanwezigheid van een roetfilter wordt het tarief, vermeld in het eerste lid, met een percentage vermeerderd of verminderd conform de volgende tabel: |
| 123 | euronorm | 123 | euronorm |
| 143 | In afwijking van artikel 2.2.4.0.2, § 2, bedraagt de belasting, berekend overeenkomstig het eerste lid, minimum 40 euro. | 143 | In afwijking van artikel 2.2.4.0.2, § 2, bedraagt de belasting, berekend overeenkomstig het eerste lid, minimum 40 euro. |
| 144 | Deze paragraaf is alleen van toepassing op voertuigen van natuurlijke personen en van andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten. | 144 | Deze paragraaf is alleen van toepassing op voertuigen van natuurlijke personen en van andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten. |
| 145 | §3/3. Voor de motorvoertuigen, bestemd voor het vervoer van goederen, de lijkwagens, de alleenrijdende landbouwtractoren en de alleenrijdende trekkers, als het andere voertuigen zijn dan de voertuigen, vermeld in paragraaf 6, die voor de eerste keer na 31 december 2020 worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid en waarvan de maximaal toegelaten massa maximum 2500 kilogram bedraagt, wordt de belasting berekend als vermeld in paragraaf 3/1, met dien verstande dat het element, vermeld onder paragraaf 3/1, 1°, als volgt wordt toegepast: in functie van de CO2-uitstoot van het voertuig, gemeten tijdens de homologatie ervan volgens de geldende Europese regelgeving, wordt het tarief: | 145 | §3/3. Voor de motorvoertuigen, bestemd voor het vervoer van goederen, de lijkwagens, de alleenrijdende landbouwtractoren en de alleenrijdende trekkers, als het andere voertuigen zijn dan de voertuigen, vermeld in paragraaf 6, die voor de eerste keer na 31 december 2020 worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid en waarvan de maximaal toegelaten massa maximum 2500 kilogram bedraagt, wordt de belasting berekend als vermeld in paragraaf 3/1, met dien verstande dat het element, vermeld onder paragraaf 3/1, 1°, als volgt wordt toegepast: in functie van de CO2-uitstoot van het voertuig, gemeten tijdens de homologatie ervan volgens de geldende Europese regelgeving, wordt het tarief: |
| 146 | a) vermeerderd met 0,30% voor iedere gram CO2-uitstoot per kilometer boven 149 gram en niet hoger dan 500 gram; | 146 | a) vermeerderd met 0,30% voor iedere gram CO2-uitstoot per kilometer boven 149 gram en niet hoger dan 500 gram; |
| 147 | b) verminderd met 0,30% voor iedere gram CO2-uitstoot per kilometer onder 149 gram, maar hoger dan 24 gram. | 147 | b) verminderd met 0,30% voor iedere gram CO2-uitstoot per kilometer onder 149 gram, maar hoger dan 24 gram. |
| 148 | Deze paragraaf is alleen van toepassing op voertuigen van natuurlijke personen en van andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten. | 148 | Deze paragraaf is alleen van toepassing op voertuigen van natuurlijke personen en van andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten. |
| 149 | Deze paragraaf is ook van toepassing op de motorvoertuigen, vermeld in het eerste lid, die voor de eerste keer na 31 december 2020 worden in- geschreven bij een vergelijkbare instelling binnen de Europese Economische Ruimte of een andere staat, wanneer zij nadien worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid. | 149 | Deze paragraaf is ook van toepassing op de motorvoertuigen, vermeld in het eerste lid, die voor de eerste keer na 31 december 2020 worden in- geschreven bij een vergelijkbare instelling binnen de Europese Economische Ruimte of een andere staat, wanneer zij nadien worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid. |
| 150 | §4. Voor de motorfietsen bedraagt de belasting 49,44 euro. | 150 | §4. Voor de motorfietsen bedraagt de belasting 49,44 euro. |
| 151 | §5 Voor de autobussen en de autocars bedraagt de belasting 4,44 euro per fiscale paardenkracht als het belastbaar vermogen 10 fiscale paardenkracht niet te boven gaat, met een minimum van 69,94 euro. | 151 | §5 Voor de autobussen en de autocars bedraagt de belasting 4,44 euro per fiscale paardenkracht als het belastbaar vermogen 10 fiscale paardenkracht niet te boven gaat, met een minimum van 69,94 euro. |
| 152 | Als het belastbaar vermogen 10 fiscale paardenkracht te boven gaat, wordt de belasting voor de autobussen en de autocars berekend, op basis van fiscale paardenkracht (pk), volgens de volgende tabel : | 152 | Als het belastbaar vermogen 10 fiscale paardenkracht te boven gaat, wordt de belasting voor de autobussen en de autocars berekend, op basis van fiscale paardenkracht (pk), volgens de volgende tabel : |
| 153 | aantal pk | 153 | aantal pk |
| 223 | meer dan 44 | 223 | meer dan 44 |
| 224 | 549,12, verhoogd met 12,48 per pk boven 44 | 224 | 549,12, verhoogd met 12,48 per pk boven 44 |
| 225 | §6. Voor de motorvoertuigen of de samengestelde voertuigen, bestemd voor het vervoer van goederen, waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht 3,5 ton overschrijdt, maar minder bedraagt dan 12 ton, bedraagt de belasting 0 euro. | 225 | §6. Voor de motorvoertuigen of de samengestelde voertuigen, bestemd voor het vervoer van goederen, waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht 3,5 ton overschrijdt, maar minder bedraagt dan 12 ton, bedraagt de belasting 0 euro. |
| 226 | Voor de motorvoertuigen of de samengestelde voertuigen, bestemd voor het vervoer van goederen, waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht 12 ton of meer bedraagt, wordt de belasting, afhankelijk van het aantal assen van het voertuig en de aard van de ophanging, berekend volgens de volgende bepalingen en tabellen : | 226 | Voor de motorvoertuigen of de samengestelde voertuigen, bestemd voor het vervoer van goederen, waarvan het maximaal toegestane totaalgewicht 12 ton of meer bedraagt, wordt de belasting, afhankelijk van het aantal assen van het voertuig en de aard van de ophanging, berekend volgens de volgende bepalingen en tabellen : |
| 227 | 1° voor de alleenrijdende motorvoertuigen is het in aanmerking te nemen maximaal toegestane totaalgewicht (MTT) voor de toepassing van onderstaande tabel het eigen maximaal toegestane totaalgewicht van het motorvoertuig; | 227 | 1° voor de alleenrijdende motorvoertuigen is het in aanmerking te nemen maximaal toegestane totaalgewicht (MTT) voor de toepassing van onderstaande tabel het eigen maximaal toegestane totaalgewicht van het motorvoertuig; |
| 440 | (*) Als gelijkwaardig erkende vering volgens de definitie in bijlage II bij richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeen- schap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer toegestane gewichten (PB L 235 van 17.9.1996, blz. 59). | 440 | (*) Als gelijkwaardig erkende vering volgens de definitie in bijlage II bij richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeen- schap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer toegestane gewichten (PB L 235 van 17.9.1996, blz. 59). |
| 441 | De bedragen, vermeld in de tabellen in het tweede lid, omvatten reeds de opdeciem, vermeld in artikel 2.2.4.0.5, § 2, eerste lid. | 441 | De bedragen, vermeld in de tabellen in het tweede lid, omvatten reeds de opdeciem, vermeld in artikel 2.2.4.0.5, § 2, eerste lid. |
| 442 | §7. De aanhangwagens en de opleggers zijn onderworpen aan een belasting van respectievelijk 32,64 euro of 67,80 euro, naargelang het maximaal toegestane totaalgewicht niet hoger is dan 500 kg, of 501 kg bereikt zonder 3500 kg te overschrijden. | 442 | §7. De aanhangwagens en de opleggers zijn onderworpen aan een belasting van respectievelijk 32,64 euro of 67,80 euro, naargelang het maximaal toegestane totaalgewicht niet hoger is dan 500 kg, of 501 kg bereikt zonder 3500 kg te overschrijden. |
| 443 | In afwijking van het eerste lid zijn de aanhangwagens en opleggers waarvan de maximaal toegelaten massa 750 kg niet overschrijdt en die uitsluitend getrokken worden door een personenauto, een auto voor dubbel gebruik, een minibus, een ziekenauto, een motorfiets, een lichte vrachtauto, een kampeerwagen, een autobus of een autocar, vrijgesteld van de belasting. Die vrijstelling geldt alleen als de belastingplichtige een natuurlijke persoon is of een andere rechtspersoon dan een vennootschap, autonoom overheidsbedrijf en vereniging zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten. | 443 | In afwijking van het eerste lid zijn de aanhangwagens en opleggers waarvan de maximaal toegelaten massa 750 kg niet overschrijdt en die uitsluitend getrokken worden door een personenauto, een auto voor dubbel gebruik, een minibus, een ziekenauto, een motorfiets, een lichte vrachtauto, een kampeerwagen, een autobus of een autocar, vrijgesteld van de belasting. Die vrijstelling geldt alleen als de belastingplichtige een natuurlijke persoon is of een andere rechtspersoon dan een vennootschap, autonoom overheidsbedrijf en vereniging zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten. |
| 444 | §8. Voor de kampeerwagens wordt de belasting berekend volgens de volgende tabel : | 444 | §8. Voor de kampeerwagens wordt de belasting berekend volgens de volgende tabel : |
| 445 | MTT in kg | 445 | MTT in kg |
| 446 | totaalbedrag van de belasting in euro | 446 | totaalbedrag van de belasting in euro |
| 464 | Deze bepaling is alleen van toepassing op natuurlijke personen en andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten. | 464 | Deze bepaling is alleen van toepassing op natuurlijke personen en andere rechtspersonen dan vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten. |
| 465 | De kampeerwagens vallen buiten de toepassing van artikel 2.2.6.0.1, § 1, eerste lid, 13°, en artikel 2.2.6.0.1, § 2, 2°. | 465 | De kampeerwagens vallen buiten de toepassing van artikel 2.2.6.0.1, § 1, eerste lid, 13°, en artikel 2.2.6.0.1, § 2, 2°. |
| 466 | §9. Voor alle voertuigen als vermeld in dit artikel, met uitzondering van deze, vermeld in paragraaf 4 en paragraaf 6, die uitsluitend aangedreven worden door een elektrische motor of door waterstof en die na 31 december 2025 worden ingeschreven in het repertorium van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, bedraagt de belasting 93,60 euro. | ||
| 467 | Deze bepaling geldt voor voertuigen van: | ||
| 468 | 1° vennootschappen, autonome overheidsbedrijven en verenigingen zonder winstgevend doel, met leasingactiviteiten; | ||
| 469 | 2° natuurlijke personen en rechtspersonen, andere dan deze, vermeld in punt 1°. | ||
| 1 | Artikel 11 tot en met 14 van de Algemenebepalingenwet zijn van toepassing op subsidies die verleend zijn door een entiteit van de Vlaamse deelstaatoverheid of door een andere rechtspersoon, die rechtstreeks of onrechtstreeks van de Vlaamse Gemeenschap een subsidie krijgt. | 1 | §1. Artikel 11 tot en met 14 van de Algemenebepalingenwet zijn van toepassing op subsidies die verleend zijn door een entiteit van de Vlaamse deelstaatoverheid of door een andere rechtspersoon, die rechtstreeks of onrechtstreeks van de Vlaamse Gemeenschap een subsidie krijgt. |
| 2 | §2. De boekhouding die de subsidieontvanger voert, wordt zo georganiseerd dat de aanwending van de subsidie financieel gecontroleerd kan worden door de subsidieverstrekker of de controleactoren, vermeld in artikel 50. | ||
| 2 | Met behoud van de toepassing van artikel 13 van de Algemenebepalingenwet is gehouden tot onmiddellijke terugbetaling van de subsidie de subsidieontvanger : | 3 | §3. Met behoud van de toepassing van artikel 13 van de Algemenebepalingenwet betaalt de subsidieontvanger in al de volgende gevallen de subsidie onmiddellijke terug: |
| 3 | 1° die de voorwaarden niet naleeft waaronder de subsidie werd verleend; | 4 | 1° de subsidieontvanger leeft de voorwaarden niet na waaronder de subsidie is verleend; |
| 4 | 2° die de subsidie niet aanwendt voor de doelstellingen waarvoor zij werd verleend; | 5 | 2° de subsidieontvanger gebruikt de subsidie niet voor de doelstellingen waarvoor die is verleend; |
| 5 | 3° die de in artikel 76/3 bedoelde controle verhindert; | 6 | 3° de subsidieontvanger verhindert de controle, bedoeld in artikel 76/3 van deze codex; |
| 6 | 4° die al een subsidie ontvangt met dezelfde effecten op basis van dezelfde verantwoordingsstukken. | 7 | 4° de subsidieontvanger ontvangt al een subsidie met dezelfde effecten op basis van dezelfde verantwoordingsstukken. |
| 7 | Het tweede lid, 4°, staat cofinanciering niet in de weg waarbij verschillende actoren elk een deel van de totale kost financieren. | 8 | De toepassing van het eerste lid, 4°, staat cofinanciering waarin verschillende actoren elk een deel van de totale kosten financieren, niet in de weg. |
| 9 | §4. In het kader van een controle op de aanwending van de toegekende gelden kan de subsidieverstrekker, al dan niet op voorstel van een controleactor, een financiële correctie aanbrengen op het subsidiebedrag bij de vaststelling van tekortkomingen of onregelmatigheden met betrekking tot: | ||
| 10 | 1° de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en de uitvoeringsbesluiten, als die van toepassing is; | ||
| 11 | 2° de supranationale regelgeving inzake staatssteun, als die van toepassing is. | ||
| 12 | De Vlaamse Regering stelt de hoogte van de financiële correctie en de bijbehorende modaliteiten vast. | ||
| 8 | Er is geen verantwoording vereist, noch functioneel noch financieel, over het gebruik van statutaire lidmaatschapsbijdragen door de entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid aan intergewestelijke, intercommunautaire, nationale of internationale organisaties, tenzij het anders is bepaald bij het aangaan van het lidmaatschap. | 13 | §5. Er is geen verantwoording vereist, noch functioneel noch financieel, over het gebruik van statutaire lidmaatschapsbijdragen door de entiteiten van de Vlaamse deelstaatoverheid aan intergewestelijke, intercommunautaire, nationale of internationale organisaties, tenzij het anders is bepaald bij het aangaan van het lidmaatschap. |
| 2 | 1° de doelstelling en de effecten die met de subsidieverstrekking worden nagestreefd; | 2 | 1° de doelstelling en de effecten die met de subsidieverstrekking worden nagestreefd; |
| 3 | 2° de beschrijving en de duurtijd van de activiteit van algemeen belang waarvoor de subsidie wordt toegekend; | 3 | 2° de beschrijving en de duurtijd van de activiteit van algemeen belang waarvoor de subsidie wordt toegekend; |
| 4 | 3° de indicatoren die toelaten om bij de beleidsevaluatie de subsidie inhoudelijk en financieel te evalueren; | 4 | 3° de indicatoren die toelaten om de subsidie tussentijds, op het einde van de duurtijd van de activiteit waarvoor de subsidie wordt verleend, en bij de beleidsevaluatie, vermeld in artikel 76/1, inhoudelijk en financieel te evalueren; |
| 5 | 4° het bedrag van de subsidie of de wijze waarop dat bedrag wordt bepaald; | 5 | 4° het bedrag van de subsidie of de wijze waarop dat bedrag wordt bepaald; |
| 6 | 5° de categorieën van subsidiabele en niet-subsidiabele kosten; | 6 | 5° de categorieën van subsidiabele en niet-subsidiabele kosten; |
| 12 | 11° de wijze en, in voorkomend geval, de periodiciteit van de uitbetaling van de subsidie; | 12 | 11° de wijze en, in voorkomend geval, de periodiciteit van de uitbetaling van de subsidie; |
| 13 | 12° de inhoudelijke en financiële verantwoording over het gebruik van de subsidie, die de subsidieontvanger moet voorleggen; | 13 | 12° de inhoudelijke en financiële verantwoording over het gebruik van de subsidie, die de subsidieontvanger moet voorleggen; |
| 14 | 13° de openbaarmaking van de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten. | 14 | 13° de openbaarmaking van de resultaten van de gesubsidieerde activiteiten; |
| 15 | 14° met behoud van de toepassing van artikel 75, tweede en derde lid, de uitsluiting of toelating van reservevorming en bijbehorende voorwaarden. | ||
| 15 | Als een subsidie wordt toegekend in het kader van een oproep tot subsidieaanvragen, bevat de oproep, met behoud van de toepassing van het eerste lid, minimaal al de volgende elementen: | 16 | Als een subsidie wordt toegekend in het kader van een oproep tot subsidieaanvragen, bevat de oproep, met behoud van de toepassing van het eerste lid, minimaal al de volgende elementen: |
| 16 | 1° de selectieprocedure, met inbegrip van de ontvankelijkheidscriteria, de beoordelingscriteria en de timing voor het indienen van de voorstellen; | 17 | 1° de selectieprocedure, met inbegrip van de ontvankelijkheidscriteria, de beoordelingscriteria en de timing voor het indienen van de voorstellen; |
| 21 | 18° korte termijn: een termijn die korter is dan of gelijk is aan één jaar; | 21 | 18° korte termijn: een termijn die korter is dan of gelijk is aan één jaar; |
| 22 | 19° lange termijn: een termijn die langer is dan één jaar; | 22 | 19° lange termijn: een termijn die langer is dan één jaar; |
| 23 | 20° nationaal hervormingsprogramma: het nationale hervormingsprogramma, vermeld in artikel 2-bis, 2, d), van de verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid; | ||
| 23 | 20° ...; | ||
| 24 | 21° optie: een indekkingsproduct waarbij de verkoper aan de koper het recht verleent om een overeengekomen hoeveelheid van een financieel product of contract te kopen of te verkopen tegen een overeengekomen uitoefenprijs tot of op een overeengekomen datum in de toekomst; | 24 | 21° optie: een indekkingsproduct waarbij de verkoper aan de koper het recht verleent om een overeengekomen hoeveelheid van een financieel product of contract te kopen of te verkopen tegen een overeengekomen uitoefenprijs tot of op een overeengekomen datum in de toekomst; |
| 25 | 22° prestatiegeïnformeerd begroten: een vorm van prestatiebegroting waarbij de middelen op een indirecte manier worden gerelateerd aan de verwachte prestaties en de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid periodiek wordt geëvalueerd; | 25 | 22° prestatiegeïnformeerd begroten: een vorm van prestatiebegroting waarbij de middelen op een indirecte manier worden gerelateerd aan de verwachte prestaties en de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid periodiek wordt geëvalueerd; |
| 34 | 31° renterisico: de onzekerheid over de toekomstige kostprijs van een schuld of de toekomstige opbrengst van een belegging, die afhankelijk is van de fluctuaties die kunnen optreden in de rentevoeten die van toepassing zijn op bestaande en toekomstige leningen en beleggingen; | 34 | 31° renterisico: de onzekerheid over de toekomstige kostprijs van een schuld of de toekomstige opbrengst van een belegging, die afhankelijk is van de fluctuaties die kunnen optreden in de rentevoeten die van toepassing zijn op bestaande en toekomstige leningen en beleggingen; |
| 35 | 32° schuld in vreemde munten: een schuld die is uitgegeven in een andere munt dan de euro; | 35 | 32° schuld in vreemde munten: een schuld die is uitgegeven in een andere munt dan de euro; |
| 36 | 33° stabiliteitsprogramma: het stabiliteitsprogramma, vermeld in artikel 3 van de verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid; | ||
| 36 | 33° ...; | ||
| 37 | 34° subsidie: elke vorm van financiële ondersteuning, ongeacht de benaming en vorm ervan, en met inbegrip van de voorschotten die zonder interest teruggevorderd kunnen worden, die als kapitaal- of inkomensoverdracht wordt verstrekt door een entiteit die tot de Vlaamse deelstaatoverheid behoort, voor een activiteit die het algemeen belang dient, met uitsluiting van de prijzen, giften en dotaties, alsook van de kapitaal- of inkomensoverdrachten die de tegenprestatie uitmaken van een werk of goed dat, of een levering of dienst die een derde aan die overheid heeft verstrekt; | 37 | 34° subsidie: elke vorm van financiële ondersteuning, ongeacht de benaming en vorm ervan, en met inbegrip van de voorschotten die zonder interest teruggevorderd kunnen worden, die als kapitaal- of inkomensoverdracht wordt verstrekt door een entiteit die tot de Vlaamse deelstaatoverheid behoort, voor een activiteit die het algemeen belang dient, met uitsluiting van de prijzen, giften en dotaties, alsook van de kapitaal- of inkomensoverdrachten die de tegenprestatie uitmaken van een werk of goed dat, of een levering of dienst die een derde aan die overheid heeft verstrekt; |
| 38 | 35° toelage: een subsidie die wordt verstrekt aan een entiteit die tot de Vlaamse deelstaatoverheid behoort, met uitsluiting van de dotaties; | 38 | 35° toelage: een subsidie die wordt verstrekt aan een entiteit die tot de Vlaamse deelstaatoverheid behoort, met uitsluiting van de dotaties; |
| 45 | 42° Vlaamse Gemeenschap: de rechtspersonen Vlaamse Gemeenschap en Vlaams Gewest, vermeld in artikel 2 en 3 van de Grondwet; | 45 | 42° Vlaamse Gemeenschap: de rechtspersonen Vlaamse Gemeenschap en Vlaams Gewest, vermeld in artikel 2 en 3 van de Grondwet; |
| 46 | 43° Vlaamse rechtspersonen: alle rechtspersonen die deel uitmaken van de Vlaamse deelstaatoverheid, met uitzondering van de Vlaamse Gemeenschap; | 46 | 43° Vlaamse rechtspersonen: alle rechtspersonen die deel uitmaken van de Vlaamse deelstaatoverheid, met uitzondering van de Vlaamse Gemeenschap; |
| 47 | 44° Vlaams hervormingsprogramma: de bijdrage van de Vlaamse Regering aan het nationaal hervormingsprogramma; | ||
| 47 | 44° ...; | ||
| 48 | 45° Vlaams ontwerpbegrotingsplan: de bijdrage van de Vlaamse Regering aan het ontwerpbegrotingsplan, vermeld in artikel 6 van de verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone; | 48 | 45° Vlaams ontwerpbegrotingsplan: de bijdrage van de Vlaamse Regering aan het ontwerpbegrotingsplan, vermeld in artikel 6 van de verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone; |
| 49 | 46° waarborg: de zekerheid die erin bestaat dat het geheel of een gedeelte van het uitstaande kapitaal, de rente, de opbrengsten of de tekorten met een waarborgverklaring of met een contractuele verbintenis wordt gedekt als een verplichting niet kan worden nagekomen; | 49 | 46° waarborg: de zekerheid die erin bestaat dat het geheel of een gedeelte van het uitstaande kapitaal, de rente, de opbrengsten of de tekorten met een waarborgverklaring of met een contractuele verbintenis wordt gedekt als een verplichting niet kan worden nagekomen; |
| 1 | Juridische kosten die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met het aanspannen van gerechtelijke procedures tegen de Vlaamse deelstaatoverheid, komen niet in aanmerking als subsidiabele kosten. |