Decreet tot wijziging van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator, het Bestuursdecreet van 7 december 2018 en het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap ter versterking van het kader voor digitale gegevensuitwisselingen
102 artikels gewijzigd
| 1 | §1. Het Vlaams Datanutsbedrijf heeft de volgende beleidsuitvoerende taken: | 1 | §1. Het Vlaams Datanutsbedrijf heeft de volgende beleidsuitvoerende taken: |
| 2 | 1° haalbaarheidsstudies uitvoeren over de ontwikkeling en het beheer van toepassingen die de gegevensdeling in een datagedreven ecosysteem ondersteunen; | 2 | 1° haalbaarheidsstudies uitvoeren over de ontwikkeling en het beheer van toepassingen die de gegevensdeling in een datagedreven ecosysteem ondersteunen; |
| 3 | 2° een platform voor datakluizen voor burgers ontwikkelen en beheren. De datakluizen worden ter beschikking gesteld aan burgers. Het gebruik van een datakluis is voor burgers niet verplicht. Een burger kan uitsluitend op zijn uitdrukkelijk verzoek zijn datakluis activeren en in voorkomend geval deactiveren, zijn gegevens daarin opslaan, aanpassen of verwijderen en de mededeling van die gegevens beheren op zijn verzoek, en in geval van mededeling van persoonsgegevens, op voorwaarde dat de burger zijn toestemming verleent als vermeld in artikel 29 van dit decreet; | 3 | 2° een platform voor datakluizen voor burgers ontwikkelen en beheren. De datakluizen worden ter beschikking gesteld aan burgers. Het gebruik van een datakluis is voor burgers niet verplicht. Een datakluis kan geïdentificeerd worden aan de hand van het identificatie-nummer van het Rijksregister. Een burger kan uitsluitend op zijn uitdrukkelijk verzoek zijn datakluis activeren en in voorkomend geval deactiveren, zijn gegevens daarin opslaan, aanpassen of verwijderen en de mededeling van die gegevens beheren op zijn verzoek, en in geval van mededeling van persoonsgegevens, op voorwaarde dat de burger zijn toestemming verleent als vermeld in artikel 29 van dit decreet; |
| 4 | 3° een platform ontwikkelen en beheren om metagegevens van overheidsinstanties geïntegreerd te delen en te raadplegen; | 4 | 3° een platform ontwikkelen en beheren om metagegevens van overheidsinstanties geïntegreerd te delen en te raadplegen; |
| 5 | 4° een platform ontwikkelen en beheren om metagegevens van burgers geïntegreerd te delen en te raadplegen; | 5 | 4° een platform ontwikkelen en beheren om metagegevens van burgers geïntegreerd te delen en te raadplegen; |
| 6 | 2° de overheidsinstantie die geen Vlaamse instantie is, is gemachtigd tot gegevensdeling bij of krachtens een supranationale of wetskrachtige norm en de betrokken burger heeft het Vlaams Datanutsbedrijf verzocht om aan die gege vensdeling gevolg te geven. | 6 | 2° de overheidsinstantie die geen Vlaamse instantie is, is gemachtigd tot gegevensdeling bij of krachtens een supranationale of wetskrachtige norm en de betrokken burger heeft het Vlaams Datanutsbedrijf verzocht om aan die gege vensdeling gevolg te geven. |
| 7 | §3. Met behoud van de toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is gespecificeerd, kan een entiteit die geen overheidsinstantie is als vermeld in paragraaf 1 en 2, specifieke gegevens, inclusief persoonsgegevens, die ze verwerkt, meedelen aan het Vlaams Datanutsbedrijf, op voorwaarde dat de betrokken burger om die gegevens verzoekt en hij het Vlaams Datanutsbedrijf heeft verzocht om dat verzoek namens hem door te geven. | 7 | §3. Met behoud van de toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is gespecificeerd, kan een entiteit die geen overheidsinstantie is als vermeld in paragraaf 1 en 2, specifieke gegevens, inclusief persoonsgegevens, die ze verwerkt, meedelen aan het Vlaams Datanutsbedrijf, op voorwaarde dat de betrokken burger om die gegevens verzoekt en hij het Vlaams Datanutsbedrijf heeft verzocht om dat verzoek namens hem door te geven. |
| 8 | §4. De mededelingen, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, kunnen aan de hand van het identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid verlopen. | ||
| 1 | §1. Met behoud van de toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens, deelt het Vlaams Datanutsbedrijf specifieke gegevens, inclusief persoonsgegevens, mee aan de ontvangende entiteit die de burger aanwijst, op voorwaarde dat de betrokken burger vraagt om die gegevens aan een bepaalde ontvangende entiteit mee te delen via het platform, vermeld in artikel 5, §1, 2°. | 1 | §1. Met behoud van de toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens, deelt het Vlaams Datanutsbedrijf specifieke gegevens, inclusief persoonsgegevens, mee aan de ontvangende entiteit die de burger aanwijst, op voorwaarde dat de betrokken burger vraagt om die gegevens aan een bepaalde ontvangende entiteit mee te delen via het platform, vermeld in artikel 5, §1, 2°. Die mededeling kan aan de hand van het identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid verlopen. |
| 2 | §2. In het geval, vermeld in paragraaf 1, krijgen de ontvangende entiteiten alleen toegang tot de gegevens die noodzakelijk zijn om hun respectieve taken uit te oefenen. | 2 | §2. In het geval, vermeld in paragraaf 1, krijgen de ontvangende entiteiten alleen toegang tot de gegevens die noodzakelijk zijn om hun respectieve taken uit te oefenen. |
| 3 | §3. Het Vlaams Datanutsbedrijf bezorgt de gevraagde gegevens, vermeld in paragraaf 1, via elektronische weg aan de ontvangende entiteit. | 3 | §3. Het Vlaams Datanutsbedrijf bezorgt de gevraagde gegevens, vermeld in paragraaf 1, via elektronische weg aan de ontvangende entiteit. |
| 4 | Als de ontvangende entiteit een overheidsinstantie is, deelt het Vlaams Datanutsbedrijf de gegevens mee via het agentschap Digitaal Vlaanderen, dat de functie van dienstenintegrator vervult als vermeld in artikel 3, §1, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator. | 4 | Als de ontvangende entiteit een overheidsinstantie is, deelt het Vlaams Datanutsbedrijf de gegevens mee via het agentschap Digitaal Vlaanderen, dat de functie van dienstenintegrator vervult als vermeld in artikel 3, §1, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator. |
| 5 | De ontvangende entiteiten zijn ontvangers als vermeld in artikel 4 van de algemene verordening gegevensbescherming. De hierna volgende categorieën zijn ontvangers van de gevraagde gegevens, vermeld in paragraaf 1: | ||
| 6 | 1° overheidsinstanties; | ||
| 7 | 2° aanbieders van diensten binnen de humanresourcessector; | ||
| 8 | 3° aanbieders van diensten binnen de financiële sector; | ||
| 9 | 4° nutsbedrijven en andere aanbieders van diensten binnen de energiesector; | ||
| 10 | 5° aanbieders van telecommunicatiediensten; | ||
| 11 | 6° aanbieders van diensten binnen de gezondheidssector; | ||
| 12 | 7° aanbieders van diensten binnen de mobiliteitssector; | ||
| 13 | 8° aanbieders van diensten binnen de cultuur- en mediasector; | ||
| 14 | 9° aanbieders van diensten binnen de vastgoedsector; | ||
| 15 | 10° retailbedrijven; | ||
| 16 | 11° het notariaat. |
| 8 | 7° het ondernemingsnummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen; | 8 | 7° het ondernemingsnummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen; |
| 9 | 8° kadastrale gegevens. | 9 | 8° kadastrale gegevens. |
| 10 | 9° gegevens over vrijetijdsbesteding; | ||
| 11 | 10° mobiliteitsgegevens; | ||
| 12 | 11° gezondheidsgegevens. | ||
| 10 | §2. De persoonsgegevens die door het Vlaams Datanutsbedrijf worden verwerkt, hebben betrekking op de natuurlijke personen die hun datakluis, vermeld in artikel 5, §1, 2°, hebben geactiveerd. | 13 | §2. De persoonsgegevens die door het Vlaams Datanutsbedrijf worden verwerkt, hebben betrekking op de natuurlijke personen die hun datakluis, vermeld in artikel 5, §1, 2°, hebben geactiveerd. |
| 3 | De inhoud van de toestemming van de burger blijft ongewijzigd in de loop van de tijd als de burger zijn toestemming niet wijzigt. | 3 | De inhoud van de toestemming van de burger blijft ongewijzigd in de loop van de tijd als de burger zijn toestemming niet wijzigt. |
| 4 | §3. De toestemming, vermeld in paragraaf 1, geldt met behoud van de toepassing van de andere verwerkingsgronden van de aanleverende of ontvangende entiteiten, vermeld in artikel 6 van de algemene verordening gegevensbescherming. | 4 | §3. De toestemming, vermeld in paragraaf 1, geldt met behoud van de toepassing van de andere verwerkingsgronden van de aanleverende of ontvangende entiteiten, vermeld in artikel 6 van de algemene verordening gegevensbescherming. |
| 5 | §4. De burger kan de toestemming, vermeld in paragraaf 1, geven via het communicatiekanaal, vermeld in artikel II.7, eerste en zevende lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. In afwijking van artikel II.7, tweede lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, kan die toestemming ook betrekking hebben op het meedelen van gegevens aan niet-overheidsinstanties. | ||
| 55 | d) de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; | 55 | d) de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; |
| 56 | e) de samenwerkingsvormen, vermeld in deel 3, titel 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur; | 56 | e) de samenwerkingsvormen, vermeld in deel 3, titel 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur; |
| 57 | f) de intergemeentelijke onderwijsvereniging, vermeld in het decreet van 28 november 2008 betreffende de intergemeentelijke onderwijsvereniging ; | 57 | f) de interlokale onderwijsvereniging, vermeld in het decreet van 28 november 2008 betreffende de interlokale onderwijsvereniging (ILOV); |
| 58 | g) de welzijnsverenigingen, vermeld in deel 3, titel 4, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur; | 58 | g) de welzijnsverenigingen, vermeld in deel 3, titel 4, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur; |
| 59 | h) de autonome verzorgingsinstellingen, vermeld in deel 3, titel 4, hoofdstuk 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur; | 59 | h) de autonome verzorgingsinstellingen, vermeld in deel 3, titel 4, hoofdstuk 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur; |
| 7 | 6° centrale website van de Vlaamse overheid: het webplatform Vlaanderen.be; | 7 | 6° centrale website van de Vlaamse overheid: het webplatform Vlaanderen.be; |
| 8 | 7° burgers: alle natuurlijke personen, groeperingen van natuurlijke personen, rechtspersonen of groeperingen van rechtspersonen; | 8 | 7° burgers: alle natuurlijke personen, groeperingen van natuurlijke personen, rechtspersonen of groeperingen van rechtspersonen; |
| 9 | 7°/1 Datagovernanceverordening: verordening (EU) 2022/868 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende Europese datagovernance en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724 (Datagovernanceverordening); | ||
| 9 | 8° gebruikers: burgers, andere overheidsinstanties, externe overheden of instellingen met een publieke taak, in de mate dat ze in contact staan met de overheidsinstanties bij de toepassing van wettelijke of reglementaire bepalingen; | 10 | 8° gebruikers: burgers, andere overheidsinstanties, externe overheden of instellingen met een publieke taak, in de mate dat ze in contact staan met de overheidsinstanties bij de toepassing van wettelijke of reglementaire bepalingen; |
| 10 | 9° jaarlijkse bezoldiging: het geïndexeerde jaarsalaris, inclusief toelagen en bonussen, maar uitgezonderd de sociale voordelen, voordelen van alle aard en onkostenvergoedingen; | 11 | 9° jaarlijkse bezoldiging: het geïndexeerde jaarsalaris, inclusief toelagen en bonussen, maar uitgezonderd de sociale voordelen, voordelen van alle aard en onkostenvergoedingen; |
| 2 | 1° de Vlaamse overheid, met uitzondering van de investeringsmaatschappijen van de Vlaamse overheid; | 2 | 1° de Vlaamse overheid, met uitzondering van de investeringsmaatschappijen van de Vlaamse overheid; |
| 3 | 2° de lokale overheden, behalve wat artikel II.4, II.8, II.9, II.11, eerste lid, en II.12 betreft. | 3 | 2° de lokale overheden, behalve wat artikel II.4, II.8, II.9, II.11, eerste lid, en II.12 betreft. |
| 4 | Artikel II.3, eerste lid, II.5, II.6, tweede, derde en vierde lid, II.16 en II.17 zijn ook van toepassing op de investeringsmaatschappijen van de Vlaamse overheid, op de instellingen met een publieke taak, wat hun publieke taak betreft, en op de milieu-instanties wat hun milieuverantwoordelijkheden, -functies of -diensten betreft. | 4 | Artikel II.3, eerste lid, II.5, II.6, tweede, derde en vierde lid, II.7, II.16 en II.17 zijn ook van toepassing op de investeringsmaatschappijen van de Vlaamse overheid, op de instellingen met een publieke taak, wat hun publieke taak betreft, en op de milieu-instanties wat hun milieuverantwoordelijkheden, -functies of -diensten betreft. |
| 5 | In afwijking van het eerste lid, 1°, zijn artikel II.11, eerste lid, en II.12 niet van toepassing op de Vlaamse adviesorganen, op het Vlaams Parlement, zijn diensten, de instellingen die aan het Vlaams Parlement verbonden zijn en de autonome diensten die onder toezicht staan van het Vlaams Parlement. | 5 | In afwijking van het eerste lid, 1°, zijn artikel II.11, eerste lid, en II.12 niet van toepassing op de Vlaamse adviesorganen, op het Vlaams Parlement, zijn diensten, de instellingen die aan het Vlaams Parlement verbonden zijn en de autonome diensten die onder toezicht staan van het Vlaams Parlement. |
| 1 | De burger krijgt, zelf of via zijn gemandateerde, een geconsolideerde en burgergerichte toegang tot de gegevens die op hem betrekking hebben en waarover de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, beschikken. | 1 | De burger krijgt, zelf of via zijn gemandateerde, een geconsolideerde en burgergerichte toegang tot de gegevens die op hem betrekking hebben en waarover de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, beschikken. Via hetzelfde communicatiekanaal kan hij ook zijn gegevens verstrekken aan de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, eerste en tweede lid. |
| 2 | Behoudens decretale afwijking mag dat communicatiekanaal alleen gebruikt worden door de burger voor toegang tot zijn gegevens of voor de verstrekking van zijn gegevens aan de voormelde overheidsinstanties. | ||
| 2 | Onder gegevens waarover de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, beschikken wordt verstaan: gegevens die beheerd of verwerkt worden door een overheidsinstantie als vermeld in artikel II.1, of gegevens die beheerd of verwerkt worden door een externe overheid waartoe een overheidsinstantie als vermeld in artikel II.1, toegang heeft. | 3 | Onder gegevens waarover de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.1, beschikken wordt verstaan: gegevens die beheerd of verwerkt worden door een overheidsinstantie als vermeld in artikel II.1, of gegevens die beheerd of verwerkt worden door een externe overheid waartoe een overheidsinstantie als vermeld in artikel II.1, toegang heeft. |
| 3 | Het gaat onder meer om: | 4 | Het gaat onder meer om: |
| 4 | 1° gegevens over natuurlijke personen of rechtspersonen; | ||
| 5 | 1° gegevens over natuurlijke personen of rechtspersonen of verenigingen als vermeld in artikel 4, derde lid, 1°, van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische gegevensverkeer; | ||
| 5 | 2° informatie over lopende dossiers; | 6 | 2° informatie over lopende dossiers; |
| 6 | 3° informatie over rechten die voortvloeien uit regelgeving en die kunnen afgeleid worden uit de gegevens, vermeld in punt 1°. | 7 | 3° informatie over rechten die voortvloeien uit regelgeving en die kunnen afgeleid worden uit de gegevens, vermeld in punt 1°. |
| 7 | Persoonsgegevens worden verwerkt met inachtneming van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens, en in het bijzonder die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of deelstatelijk niveau verder zijn of worden gespecificeerd. | 8 | Persoonsgegevens worden verwerkt met inachtneming van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens, en in het bijzonder die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of deelstatelijk niveau verder zijn of worden gespecificeerd. |
| 8 | De toegang, vermeld in het eerste lid, geldt niet ten aanzien van de overheidsinstanties en de externe overheden die met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de algemene verordening gegevensbescherming hebben gebruikgemaakt van de mogelijkheid om de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon overeenkomstig de specifieke decretale bepalingen ter uitvoering van voormelde verordeningsbepaling. | 9 | De toegang, vermeld in het eerste lid, geldt niet ten aanzien van de overheidsinstanties en de externe overheden die met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de algemene verordening gegevensbescherming hebben gebruikgemaakt van de mogelijkheid om de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon overeenkomstig de specifieke decretale bepalingen ter uitvoering van voormelde verordeningsbepaling. |
| 9 | Deze toegang mag alleen gebruikt worden door de burger om toegang te krijgen tot zijn gegevens en mag voor geen enkel ander doeleinde worden gebruikt. | ||
| 10 | De manier en de nadere inhoud van de toegang wordt bepaald door het agentschap Digitaal Vlaanderen in overleg met de betrokken overheidsinstanties en externe overheden. | 10 | De manier en de nadere inhoud van de toegang en de verstrekking via het communicatiekanaal, vermeld in het eerste lid, wordt bepaald door het agentschap Digitaal Vlaanderen in overleg met de betrokken overheidsinstanties en externe overheden. |
| 11 | In afwijking van het zevende lid, duidt de Vlaamse Regering aan welke overheidsinstantie de manier en de nadere inhoud van de toegang tot gegevens met betrekking tot rechtspersonen en natuurlijke personen in hun hoedanigheid van ondernemer bepaalt in overleg met de betrokken overheidsinstanties en externe overheden. | 11 | In afwijking van het zevende lid, duidt de Vlaamse Regering aan welke overheidsinstantie de manier en de nadere inhoud van de toegang tot en de verstrekking van gegevens met betrekking tot rechtspersonen en natuurlijke personen in hun hoedanigheid van ondernemer bepaalt in overleg met de betrokken overheidsinstanties en externe overheden. |
| 12 | In afwijking van het zevende lid wijst de Vlaamse Regering aan welke overheidsinstantie de manier en de nadere inhoud van de toegang tot en de verstrekking van de gegevens over rechtspersonen en groeperingen van natuurlijke personen in hun hoedanigheid van vereniging als vermeld in artikel 4, derde lid, 1°, van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische gegevensverkeer, bepaalt in overleg met de betrokken overheidsinstanties en externe overheden. | ||
| 12 | De Vlaamse Regering kan overheidsinstanties als vermeld in artikel II.1, verplichten mee te werken aan het toegankelijk maken van gegevens, en kan ook andere verplichtingen opleggen voor de toegang, vermeld in het eerste lid. | 13 | De Vlaamse Regering kan overheidsinstanties als vermeld in artikel II.1, verplichten mee te werken aan het toegankelijk maken van gegevens, en kan ook andere verplichtingen opleggen voor de toegang, vermeld in het eerste lid, en de ontvangst van de gegevens die de burger verstrekt, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | Dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende overheidsinstanties: | 1 | Dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende overheidsinstanties: |
| 2 | 1° de Vlaamse overheid, met uitzondering van de investeringsmaatschappijen van de Vlaamse overheid; | ||
| 2 | 1° de Vlaamse overheid; | ||
| 3 | 2° de lokale overheden. | 3 | 2° de lokale overheden. |
| 4 | 3° instellingen met een publieke taak, wat hun publieke taak betreft. |
| 8 | c) de rechtsgevolgen van de elektronische uitwisseling; | 8 | c) de rechtsgevolgen van de elektronische uitwisseling; |
| 9 | 2° de natuurlijke personen, niet in hun hoedanigheid van ondernemer, stemmen vooraf uitdrukkelijk in met de uitwisseling van berichten via elektronische weg; | 9 | 2° de natuurlijke personen, niet in hun hoedanigheid van ondernemer, stemmen vooraf uitdrukkelijk in met de uitwisseling van berichten via elektronische weg; |
| 10 | 3° de natuurlijke personen, niet in hun hoedanigheid van ondernemer, kunnen de instemming, vermeld in punt 2°, op elk moment intrekken . | 10 | 3° de natuurlijke personen, niet in hun hoedanigheid van ondernemer, kunnen de instemming, vermeld in punt 2°, op elk moment intrekken voor toekomstige berichten. |
| 11 | § 3. De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.18, die berichten via elektronische weg uitwisselen, garanderen voor de elektronische communicatie een voldoende graad van informatieveiligheid en onweerlegbaarheid. | 11 | § 3. De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.18, die berichten via elektronische weg uitwisselen, garanderen voor de elektronische communicatie een voldoende graad van informatieveiligheid en onweerlegbaarheid. |
| 12 | Ze stellen maatregelen vast die aangepast zijn aan de omstandigheden en die gelijkwaardige garanties bieden voor informatieveiligheid en onweerlegbaarheid als de uitwisseling waarin in de toepasselijke regelgeving is voorzien. Die maatregelen worden bekendgemaakt. | 12 | Ze stellen maatregelen vast die aangepast zijn aan de omstandigheden en die gelijkwaardige garanties bieden voor informatieveiligheid en onweerlegbaarheid als de uitwisseling waarin in de toepasselijke regelgeving is voorzien. Die maatregelen worden bekendgemaakt. |
| 1 | Tenzij het anders voorzien is in de toepasselijke regelgeving, geldt als tijdstip waarop een bericht door een overheidsinstantie als vermeld in artikel II.18, elektronisch is verzonden aan de geadresseerde , het tijdstip waarop het bericht het informatiesysteem verlaat dat de overheidsinstantie gebruikt. Als de overheidsinstantie en de geadresseerde gebruikmaken van hetzelfde informatiesysteem, geldt het tijdstip waarop het bericht toegankelijk wordt voor de geadresseerde als tijdstip van verzending door de overheidsinstantie en als tijdstip van ontvangst door de geadresseerde. | 1 | §1. Tenzij het anders bepaald is in de toepasselijke regelgeving, geldt als tijdstip waarop een bericht door een overheidsinstantie als vermeld in artikel II.18 elektronisch naar de geadresseerde is gestuurd, het tijdstip waarop het bericht het informatiesysteem verlaat dat de overheidsinstantie gebruikt. |
| 2 | Tenzij het anders voorzien is in de toepasselijke regelgeving, geldt als tijdstip waarop een bericht elektronisch is ontvangen door een overheidsinstantie als vermeld in artikel II.18, het tijdstip waarop het bericht het informatiesysteem dat die overheidsinstantie gebruikt, bereikt. | 2 | Tenzij het anders bepaald is in de toepasselijke regelgeving, geldt als tijdstip waarop een bericht elektronisch is ontvangen door een overheidsinstantie als vermeld in artikel II.18 het tijdstip waarop het bericht het informatiesysteem bereikt dat die overheidsinstantie gebruikt. |
| 3 | Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.18, en de geadresseerde gebruikmaken van hetzelfde informatiesysteem geldt een elektronisch bericht als aangetekende zending. | ||
| 3 | Tenzij het anders bepaald is in de toepasselijke regelgeving, begint als de verzending of ontvangst van een bericht een termijn doet lopen, de termijn te lopen vanaf de eerste werkdag die volgt op het tijdstip van verzending, respectievelijk van ontvangst. | ||
| 4 | In het eerste en het derde lid wordt verstaan onder hetzelfde informatiesysteem: een informatiesysteem of een combinatie van informatiesystemen waarbij de overheidsinstantie voldoende controle heeft over de logging van het tijdstip van verzending en ontvangst van een bericht. | 4 | §2. In deze paragraaf wordt verstaan onder hetzelfde informatiesysteem: een informatiesysteem of een combinatie van informatiesystemen waarbij de overheidsinstantie voldoende controle heeft over de logging van het tijdstip van verzending en ontvangst van een bericht. |
| 5 | Als bij de uitwisseling met de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.18, gebruikgemaakt wordt van hetzelfde informatiesysteem, geldt een elektronisch bericht als aangetekende zending. | ||
| 6 | Voor de uitwisseling, vermeld in het tweede lid, geldt, tenzij het anders bepaald is in de toepasselijke regelgeving, het tijdstip waarop het bericht toegankelijk wordt binnen hetzelfde informatiesysteem als tijdstip van verzending of tijdstip van ontvangst. | ||
| 7 | Als de uitwisseling, vermeld in het tweede lid, een termijn doet lopen, begint de termijn te lopen vanaf de eerste werkdag die volgt op het tijdstip waarop het bericht toegankelijk wordt binnen hetzelfde informatiesysteem, tenzij het anders bepaald is in de toepasselijke regelgeving. |
| 1 | § 1. In dit artikel wordt verstaan onder eBox: de eBox, vermeld in artikel 2, 3°, van de wet van 27 februari 2019 inzake elektronische uitwisseling van berichten via de eBox. | 1 | § 1. In dit artikel wordt verstaan onder eBox: de eBox, vermeld in artikel 2, 3°, van de wet van 27 februari 2019 inzake elektronische uitwisseling van berichten via de eBox. |
| 2 | § 2. Overheidsinstanties als vermeld in artikel II.18, kunnen de eBox gebruiken voor de elektronische uitwisseling van berichten. | 2 | § 2. Overheidsinstanties als vermeld in artikel II.18, kunnen de eBox gebruiken voor de elektronische uitwisseling van berichten. |
| 3 | De uitwisseling van berichten via de eBox geldt als een uitwisseling binnen hetzelfde informatiesysteem, vermeld in artikel II.23, derde en vierde lid. | ||
| 3 | De uitwisseling van berichten via de eBox geldt als een uitwisseling binnen hetzelfde informatiesysteem, vermeld in artikel II.23, §2, en wordt bijgevolg beschouwd als een aangetekende zending. Het tijdstip van verzending en ontvangst bij uitwisselingen via de eBox en de berekening van de termijnen worden, in afwijking van artikel II.23, §2, derde en vierde lid, bepaald overeenkomstig de wet van 27 februari 2019 inzake elektronische uitwisseling van berichten via de eBox. | ||
| 4 | Als een systeemfout verhindert dat een bericht wordt verzonden of ontvangen, geldt de informatie die daarover, met toepassing van artikel 4, tweede lid, van de wet van 27 februari 2019 inzake de elektronische uitwisseling van berichten via de eBox, ter beschikking is gesteld, als bewijs van de systeemfout die kan worden ingeroepen als bewijs van overmacht. | 4 | Als een systeemfout verhindert dat een bericht wordt verzonden of ontvangen, geldt de informatie die daarover, met toepassing van artikel 4, tweede lid, van de wet van 27 februari 2019 inzake de elektronische uitwisseling van berichten via de eBox, ter beschikking is gesteld, als bewijs van de systeemfout die kan worden ingeroepen als bewijs van overmacht. |
| 5 | § 3. Als de uitwisseling van berichten via de eBox niet mogelijk is op grond van de toepasselijke regelgeving, gelden de voorwaarden, vermeld in artikel II.22, § 2. | 5 | § 3. Als de uitwisseling van berichten via de eBox niet mogelijk is op grond van de toepasselijke regelgeving, gelden de voorwaarden, vermeld in artikel II.22, § 2. |
| 1 | Als de aanvraag tot openbaarmaking betrekking heeft op bestuursdocumenten die meer dan twintig jaar geleden opgemaakt of ontvangen zijn, kunnen de uitzonderingsgronden, vermeld in artikel II.34, 3°, 4° en 5°, artikel II.35, 1°, 4°, 5° en 6°, en artikel II.36, § 1, tweede lid, 2°, 3°, 4°, 8°, 9°, 10° en 11°, niet ingeroepen worden om de openbaarmaking te weigeren. | ||
| 2 | Als de aanvraag tot openbaarmaking betrekking heeft op bestuursdocumenten die meer dan vijftig jaar geleden opgemaakt of ontvangen zijn, kunnen ook de uitzonderingsgronden, vermeld in artikel II.34, 1° en 6°, in artikel II.35, 2° en 3°, en in artikel II.36, § 1, tweede lid, 5°, 6° en 7°, niet ingeroepen worden om de openbaarmaking te weigeren. | ||
| 3 | Als de aanvraag tot openbaarmaking betrekking heeft op bestuursdocumenten die meer dan honderdtwintig jaar geleden opgemaakt of ontvangen zijn of als de aanvraag betrekking heeft op persoonsgegevens van een persoon die meer dan twintig jaar geleden overleden is, kunnen ook de uitzonderingsgronden, vermeld in artikel II.34, 2°, en in artikel II.36, § 1, tweede lid, 1°, niet ingeroepen worden om de openbaarmaking te weigeren. | 1 | Als de aanvraag tot openbaarmaking betrekking heeft op bestuursdocumenten die meer dan tien jaar geleden opgemaakt of ontvangen zijn, kunnen de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, §1, de aanvraag alleen nog afwijzen als ze van oordeel zijn dat de belangen, vermeld in artikel II.34 tot en met II.36, ondanks het tijdsverloop nog geschaad worden door openbaarmaking. |
| 16 | 1° informatie van persoonlijke aard over de aanvrager zelf; | 16 | 1° informatie van persoonlijke aard over de aanvrager zelf; |
| 17 | 2° milieu-informatie; | 17 | 2° milieu-informatie; |
| 18 | 3° bestuursdocumenten die meer dan dertig jaar geleden opgemaakt of ontvangen zijn; | ||
| 18 | 3° ... | ||
| 19 | 4° bestuursdocumenten die aangevraagd worden in het kader van wetenschappelijk onderzoek als vermeld in artikel II.38. | 19 | 4° bestuursdocumenten die aangevraagd worden in het kader van wetenschappelijk onderzoek als vermeld in artikel II.38. |
| 20 | § 4. Als de aanvraag betrekking heeft op milieu-informatie kan de aanvrager zelf een redelijke termijn voorstellen waarin hij de informatie wil ontvangen. | 20 | § 4. Als de aanvraag betrekking heeft op milieu-informatie kan de aanvrager zelf een redelijke termijn voorstellen waarin hij de informatie wil ontvangen. |
| 1 | Dit hoofdstuk regelt het recht van burgers om bestuursdocumenten te hergebruiken voor andere commerciële of niet-commerciële doeleinden dan het oorspronkelijke doel binnen de publieke taak waarvoor de bestuursdocumenten zijn geproduceerd. | 1 | Dit hoofdstuk regelt het recht om bestuursdocumenten te hergebruiken voor andere commerciële of niet-commerciële doeleinden dan het oorspronkelijke doel van dienstverlening in het algemeen belang of binnen de publieke taak waarvoor de bestuursdocumenten zijn geproduceerd. |
| 2 | Het gebruik van bestuursdocumenten binnen de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, uitsluitend voor andere doeleinden binnen de publieke taak en de uitwisseling van bestuursdocumenten tussen overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, uitsluitend met het oog op de vervulling van hun publieke taak zijn geen hergebruik. De uitwisseling van gegevens tussen overheidsinstanties wordt geregeld in titel III, hoofdstuk 3, afdeling 3. |
| 9 | c) ze vervullen als luchtvaartmaatschappij openbaredienstverplichtingen op grond van artikel 16 van verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap; | 9 | c) ze vervullen als luchtvaartmaatschappij openbaredienstverplichtingen op grond van artikel 16 van verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap; |
| 10 | d) ze verrichten als reder openbare diensten op grond van artikel 4 van verordening (EEG) nr. 3577/92 van de Raad van 7 december 1992 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer binnen de Lid-Staten (cabotage in het zeevervoer). | 10 | d) ze verrichten als reder openbare diensten op grond van artikel 4 van verordening (EEG) nr. 3577/92 van de Raad van 7 december 1992 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer binnen de Lid-Staten (cabotage in het zeevervoer). |
| 11 | Wat betreft de instellingen met een publieke taak die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel I.3, 6°, c), 1), maar niet aan de voorwaarden, vermeld in artikel I.3, 6°, c), 2) of 3), is dit hoofdstuk alleen van toepassing op de bestuursdocumenten die betrekking hebben op beslissingen die derden binden. | ||
| 12 | § 2. Dit hoofdstuk is van toepassing op de bestuursdocumenten van de overheidsinstanties, vermeld in paragraaf 1, met uitzondering van: | 11 | § 2. Dit hoofdstuk is van toepassing op de bestuursdocumenten van de overheidsinstanties, vermeld in paragraaf 1, met uitzondering van: |
| 13 | 1° de bestuursdocumenten waarvan de verstrekking een activiteit is die niet valt onder de publieke taak van de betrokken overheidsinstanties, op voorwaarde dat de omvang van de publieke taken transparant is en aan toetsing is onderworpen; | 12 | 1° de bestuursdocumenten waarvan de verstrekking een activiteit is die niet valt onder de publieke taak van de betrokken overheidsinstanties, vermeld in paragraaf 1, 1° tot en met 4°, op voorwaarde dat de omvang van de publieke taken transparant is en aan toetsing is onderworpen; |
| 14 | 2° de bestuursdocumenten waarvoor een overheidsinstantie niet de nodige rechten heeft om hergebruik toe te staan; | ||
| 13 | 2° de bestuursdocumenten waarvan de intellectuele eigendomsrechten bij derden berusten; | ||
| 15 | 3° de bestuursdocumenten of onderdelen ervan waarvoor de toegang is beperkt of uitgesloten op basis van de geldende bepalingen die de toegang tot bestuursdocumenten nader regelen; | 14 | 3° de bestuursdocumenten of onderdelen ervan waarvoor de toegang is beperkt of uitgesloten op basis van de geldende bepalingen die de toegang tot bestuursdocumenten nader regelen; |
| 16 | 4° de bestuursdocumenten die in het bezit zijn van openbare omroepen of hun dochterondernemingen en andere instellingen of hun dochterondernemingen om een publiekeomroeptaak te vervullen; | 15 | 4° de bestuursdocumenten die in het bezit zijn van openbare omroepen of hun dochterondernemingen en andere instellingen of hun dochterondernemingen om een publiekeomroeptaak te vervullen; |
| 17 | 5° de bestuursdocumenten die in het bezit zijn van onderwijsinstellingen van het secundair of lager niveau, en, in geval van alle andere onderwijsinstellingen, andere dan onderzoeksgegevens, vermeld in paragraaf 3; | 16 | 5° de bestuursdocumenten die in het bezit zijn van onderwijsinstellingen van het secundair of lager niveau, en, in geval van alle andere onderwijsinstellingen, andere dan onderzoeksgegevens, vermeld in paragraaf 3; |
| 17 | 5°/1 andere bestuursdocumenten dan onderzoeksgegevens als vermeld in paragraaf 3 die in het bezit zijn van onderzoeksinstellingen en organisaties die onderzoek financieren, met inbegrip van organisaties die zijn opgericht voor de overdracht van onderzoeksresultaten; | ||
| 18 | 6° de bestuursdocumenten die in het bezit zijn van andere culturele instellingen dan musea, bibliotheken en archiefinstellingen; | 18 | 6° de bestuursdocumenten die in het bezit zijn van andere culturele instellingen dan musea, bibliotheken en archiefinstellingen; |
| 19 | 7° de gedeelten van bestuursdocumenten die alleen logo's, wapens en insignes bevatten; | 19 | 7° de gedeelten van bestuursdocumenten die alleen logo's, wapens en insignes bevatten; |
| 22 | a) ze zijn geproduceerd buiten de context van de levering van diensten van algemeen belang; | 22 | a) ze zijn geproduceerd buiten de context van de levering van diensten van algemeen belang; |
| 23 | b) ze houden verband met activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie en bijgevolg niet onder aanbestedingsregels vallen op grond van artikel 116 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten. | 23 | b) ze houden verband met activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie en bijgevolg niet onder aanbestedingsregels vallen op grond van artikel 116 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten. |
| 24 | § 3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden onderzoekgegevens, al dan niet in het bezit van een overheidsinstantie, die met overheidsmiddelen zijn gefinancierd en die openbaar zijn gemaakt via een institutionele of thematische databank door onderzoekers, onderzoeksinstellingen of financierende organisaties , beschouwd als bestuursdocumenten. Daarbij wordt rekening gehouden met de gerechtvaardigde handelsbelangen, activiteiten inzake kennisoverdracht en al bestaande intellectuele eigendomsrechten. | 24 | § 3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden onderzoekgegevens, al dan niet in het bezit van een overheidsinstantie, die met overheidsmiddelen zijn gefinancierd en die openbaar zijn gemaakt via een institutionele of thematische databank door onderzoekers, onderzoeksinstellingen of organisaties die onderzoek financieren, beschouwd als bestuursdocumenten. Daarbij wordt rekening gehouden met de gerechtvaardigde handelsbelangen, activiteiten inzake kennisoverdracht en al bestaande intellectuele eigendomsrechten. |
| 10 | 9° API: een applicatieprogramma-interface, namelijk een reeks functies, procedures, definities en protocollen voor de communicatie van machine naar machine en de naadloze uitwisseling van gegevens; | 10 | 9° API: een applicatieprogramma-interface, namelijk een reeks functies, procedures, definities en protocollen voor de communicatie van machine naar machine en de naadloze uitwisseling van gegevens; |
| 11 | 10° richtlijn (EU) 2019/1024: richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik vanoverheidsinformatie. | 11 | 10° richtlijn (EU) 2019/1024: richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik vanoverheidsinformatie. |
| 12 | 11° hergebruik: het gebruik door natuurlijke personen of rechtspersonen van documenten die in het bezit zijn van: | ||
| 13 | a) overheidsinstanties als vermeld in artikel II.53, §1, 1° tot en met 4°, voor andere commerciële of niet-commerciële doeleinden dan het oorspronkelijke doel binnen de publieke taak waarvoor de documenten zijn geproduceerd, met uitzondering van het gebruik van bestuursdocumenten binnen de overheidsinstantie, uitsluitend voor andere doeleinden binnen de publieke taak, en de uitwisseling van bestuursdocumenten tussen overheidsinstanties als vermeld in artikel II.53, §1, 1° tot en met 4°, uitsluitend met het oog op de vervulling van hun publieke taken; | ||
| 14 | b) overheidsondernemingen voor andere commerciële of niet-commerciële doeleinden dan het oorspronkelijke doel van dienstverlening in het algemeen belang waarvoor de documenten zijn geproduceerd, met uitzondering van het gebruik van bestuursdocumenten binnen de overheidsonderneming, uitsluitend voor andere doeleinden van dienstverlening in het algemeen belang, en de uitwisseling van bestuursdocumenten tussen overheidsondernemingen en overheidsinstanties als vermeld in artikel II.53, §1, 1° tot en met 4°, uitsluitend met het oog op de vervulling van publieke taken door die overheidsinstanties. | ||
| 1 | Elke overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, staat het hergebruik van de bestuursdocumenten die ze bezit en waarop ze de nodige rechten heeft toe, zowel voor commerciële als niet-commerciële doeleinden, overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk. | 1 | Elke overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, staat het hergebruik van de bestuursdocumenten die ze bezit en waarop ze de nodige rechten heeft toe, zowel voor commerciële als niet-commerciële doeleinden, overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk. |
| 2 | In afwijking van het eerste lid bepalen de overheidsondernemingen, de bibliotheken, met inbegrip van de bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs, de musea en de archiefinstellingen, met betrekking tot de bestuursdocumenten die ze bezitten en waarop ze de nodige rechten hebben om hergebruik toe te staan, autonoom of het hergebruik van die bestuursdocumenten is toegestaan voor zowel commerciële als niet-commerciële doeleinden en onder welke voorwaarden. | 2 | In afwijking van het eerste lid bepalen de overheidsondernemingen, de bibliotheken, met inbegrip van de bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs, de musea en de archiefinstellingen, met betrekking tot de bestuursdocumenten die ze bezitten en waarop ze de nodige rechten hebben om hergebruik toe te staan, autonoom of het hergebruik van die bestuursdocumenten is toegestaan voor zowel commerciële als niet-commerciële doeleinden en onder welke voorwaarden. |
| 3 | In geval van hergebruik stelt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de bestuursdocumenten zo veel mogelijk via elektronische weg beschikbaar in de al bestaande formaten of talen en, als dat mogelijk en passend is, in een open en machinaal leesbaar formaat, samen met de metagegevens ervan. Zowel het formaat als de metagegevens voldoen zo veel mogelijk aan formele open standaarden. | 3 | In geval van hergebruik stelt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de bestuursdocumenten beschikbaar in de al bestaande formaten of talen en, als dat mogelijk en passend is, elektronisch in formaten die open, machinaal leesbaar, toegankelijk, vindbaar en herbruikbaar zijn, samen met de metagegevens ervan. Zowel het formaat als de metagegevens voldoen zo veel mogelijk aan formele open standaarden. |
| 1 | De verplichtingen, vermeld in artikel II.55en II.56, brengen voor de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, niet de verplichting mee om bestuursdocumenten te creëren of aan te passen om aan een aanvraag tot hergebruik te voldoen, of om uittreksels van bestuursdocumenten te verstrekken, als dat een onevenredige inspanning vereist die verder gaat dan een eenvoudige handeling. | 1 | De verplichtingen, vermeld in artikel II.55, derde lid, en II.56, brengen voor de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, niet de verplichting mee om bestuursdocumenten te creëren of aan te passen om aan een aanvraag tot hergebruik te voldoen, of om uittreksels van bestuursdocumenten te verstrekken, als dat een onevenredige inspanning vereist die verder gaat dan een eenvoudige handeling. |
| 1 | De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, oefenen het recht van een fabrikant van een databank, verleend bij artikel XI.307, eerste lid, van het Wetboek van Economisch Recht van 28 februari 2013, niet uit om het hergebruik van bestuursdocumenten tegen te gaan of om het hergebruik buiten de grenzen, vastgelegd in dit hoofdstuk, te beperken. | 1 | De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, 1° tot en met 4°, oefenen het recht van een fabrikant van een databank, verleend bij artikel XI.307, eerste lid, van het Wetboek van Economisch Recht van 28 februari 2013, niet uit om het hergebruik van bestuursdocumenten tegen te gaan of om het hergebruik buiten de grenzen, vastgelegd in dit hoofdstuk, te beperken. |
| 1 | Als een vergoeding wordt gevraagd voor het hergebruik van bestuursdocumenten, blijft deze vergoeding beperkt tot de marginale kosten voor de vermenigvuldiging, verstrekking en verspreiding ervan, en, als dat van toepassing is, voor de anonimisering van persoonsgegevens en voor maatregelen ter bescherming van commercieel vertrouwelijke informatie. | 1 | Als een vergoeding wordt gevraagd voor het hergebruik van bestuursdocumenten, blijft deze vergoeding beperkt tot de marginale kosten voor de vermenigvuldiging, verstrekking en verspreiding ervan, en, als dat van toepassing is, voor de anonimisering van persoonsgegevens en voor maatregelen ter bescherming van commercieel vertrouwelijke informatie. |
| 2 | Het eerste lid is niet van toepassing op: | 2 | Het eerste lid is niet van toepassing op: |
| 3 | 1° de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, die verplicht zijn inkomsten te genereren om een aanzienlijk deel van de kosten van de uitoefening van hun publieke taken te dekken; | 3 | 1° de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, 1° tot en met 4°, die verplicht zijn inkomsten te genereren om een aanzienlijk deel van de kosten van de uitoefening van hun publieke taken te dekken; |
| 4 | 2° overheidsondernemingen; | 4 | 2° overheidsondernemingen; |
| 5 | 3° bibliotheken, met inbegrip van bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs, musea en archiefinstellingen. | 5 | 3° bibliotheken, met inbegrip van bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs, musea en archiefinstellingen. |
| 1 | Om het zoeken naar bestuursdocumenten die voor hergebruik beschikbaar zijn, te vereenvoudigen, wordt voor de belangrijkste bestuursdocumenten die de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, bezitten, voorzien in overzichtslijsten met relevante metagegevens, die, als dat mogelijk en passend is, online en in machinaal leesbare formaten toegankelijk zijn, en in portaalsites met links naar die overzichtslijsten. Als dat mogelijk is, wordt het taaloverschrijdend zoeken naar bestuursdocumenten vergemakkelijkt. | 1 | Om het zoeken naar bestuursdocumenten die voor hergebruik beschikbaar zijn, te vereenvoudigen, wordt voor de belangrijkste bestuursdocumenten die de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, bezitten, voorzien in overzichtslijsten met relevante metagegevens, die, als dat mogelijk en passend is, online en in machinaal leesbare formaten toegankelijk zijn, en in portaalsites met links naar die overzichtslijsten. Als dat mogelijk is, wordt het taaloverschrijdend zoeken naar bestuursdocumenten vergemakkelijkt. |
| 2 | De Vlaamse Regering stelt een lijst vast van de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.59, tweede lid, 1°. Die lijst wordt online bekendgemaakt. | 2 | De Vlaamse Regering stelt een lijst vast van de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.59, tweede lid, 1°. Die lijst wordt online bekendgemaakt. |
| 3 | Voor een eenvoudigere toegang tot datasets wordt gezorgd voor één enkel toegangspunt en voor de geleidelijke beschikbaarstelling van geschikte datasets die in het bezit zijn van de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, met betrekking tot de bestuursdocumenten die voor hergebruik in aanmerking komen, in formaten die toegankelijk, gemakkelijk vindbaar en elektronisch toegankelijk zijn. | 3 | Voor een eenvoudigere toegang tot datasets wordt gezorgd voor één enkel toegangspunt en voor de geleidelijke beschikbaarstelling van geschikte datasets die in het bezit zijn van de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, § 1, 1° tot en met 4°, met betrekking tot de bestuursdocumenten die voor hergebruik in aanmerking komen, in formaten die toegankelijk, gemakkelijk vindbaar en elektronisch herbruikbaar zijn. |
| 4 | De Vlaamse Regering kan daarvoor de nadere bepalingen vastleggen. | 4 | De Vlaamse Regering kan daarvoor de nadere bepalingen vastleggen. |
| 1 | Als de kosteloze beschikbaarstelling van hoogwaardige datasets door overheidsinstanties als vermeld in artikel II.53, § 1, van dit decreet, die verplicht zijn inkomsten te genereren om een aanzienlijk deel van de kosten voor de uitoefening van hun publieke taken te dekken, een belangrijk effect op de begroting van de betrokken overheidsinstanties heeft, zijn die overheidsinstanties vrijgesteld van de vereiste om die hoogwaardige datasets kosteloos beschikbaar te stellen voor een maximale duur van twee jaar na de inwerkingtreding van de relevante uitvoeringshandeling, vermeld in artikel 14, lid 1, van de richtlijn (EU) 2019/1024. | 1 | Als de kosteloze beschikbaarstelling van hoogwaardige datasets door overheidsinstanties als vermeld in artikel II.53, § 1, 1° tot en met 4°, van dit decreet, die verplicht zijn inkomsten te genereren om een aanzienlijk deel van de kosten voor de uitoefening van hun publieke taken te dekken, een belangrijk effect op de begroting van de betrokken overheidsinstanties heeft, zijn die overheidsinstanties vrijgesteld van de vereiste om die hoogwaardige datasets kosteloos beschikbaar te stellen voor een maximale duur van twee jaar na de inwerkingtreding van de relevante uitvoeringshandeling, vermeld in artikel 14, lid 1, van de richtlijn (EU) 2019/1024. |
| 1 | Deze afdeling is niet van toepassing op: | ||
| 2 | 1° overheidsondernemingen; | ||
| 3 | 2° onderwijsinstellingen, onderzoeksinstellingen en organisaties die onderzoek financieren, als de bestuursdocumenten die worden aangevraagd, betrekking hebben op onderzoeksgegevens. | ||
| 1 | Deze afdeling is van toepassing op de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, §1, 1° tot en met 4°, met uitzondering van onderwijsinstellingen, onderzoeksinstellingen en organisaties die onderzoek financieren. |
| 3 | 2° het adres van de aanvrager; | 3 | 2° het adres van de aanvrager; |
| 4 | 3° de informatie die nodig is om het gevraagde bestuursdocument te identificeren; | 4 | 3° de informatie die nodig is om het gevraagde bestuursdocument te identificeren; |
| 5 | 4° een beschrijving van het beoogde hergebruik op basis waarvan de instantie kan oordelen of ze de nodige rechten heeft om het beoogde hergebruik voor commerciële of niet-commerciële doeleinden toe te staan; | ||
| 5 | 4° een beschrijving van het beoogde hergebruik; | ||
| 6 | 5° de vorm waarin het bestuursdocument bij voorkeur ter beschikking wordt gesteld. | 6 | 5° de vorm waarin het bestuursdocument bij voorkeur ter beschikking wordt gesteld. |
| 7 | Als de aanvraag wordt ingediend bij een overheidsinstantie die het bestuursdocument niet bezit, stuurt de overheidsinstantie de aanvraag zo snel mogelijk door naar de overheidsinstantie die het document vermoedelijk bezit. De aanvrager wordt daarvan onmiddellijk op de hoogte gebracht. | 7 | Als de aanvraag wordt ingediend bij een overheidsinstantie die het bestuursdocument niet bezit, stuurt de overheidsinstantie de aanvraag zo snel mogelijk door naar de overheidsinstantie die het document vermoedelijk bezit. De aanvrager wordt daarvan onmiddellijk op de hoogte gebracht. |
| 1 | De overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, die een aanvraag tot hergebruik ontvangt voor een bestuursdocument dat ze in haar bezit heeft, bevestigt de ontvangst van de aanvraag uiterlijk binnen tien kalenderdagen, als ze binnen die termijn de aanvraag nog niet heeft beantwoord. | 1 | De overheidsinstantie, vermeld in artikel II.62/8, die een aanvraag tot hergebruik ontvangt voor een bestuursdocument dat ze in haar bezit heeft, bevestigt de ontvangst van de aanvraag uiterlijk binnen tien kalenderdagen, als ze binnen die termijn de aanvraag nog niet heeft beantwoord. |
| 1 | Als de aanvraag kennelijk onredelijk is of op een te algemene wijze is geformuleerd, verzoekt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, zo spoedig mogelijk, en uiterlijk binnen twintig kalenderdagen, de aanvrager om zijn aanvraag te specificeren of te vervolledigen. De overheidsinstantie motiveert dat verzoek en geeft, als dat mogelijk is, aan welke bijkomende gegevens nodig zijn om de aanvraag te kunnen onderzoeken. | 1 | Als de aanvraag kennelijk onredelijk is of op een te algemene wijze is geformuleerd, verzoekt de overheidsinstantie, vermeld in artikel III.62/8, zo spoedig mogelijk, en uiterlijk binnen twintig kalenderdagen, de aanvrager om zijn aanvraag te specificeren of te vervolledigen. De overheidsinstantie motiveert dat verzoek en geeft, als dat mogelijk is, aan welke bijkomende gegevens nodig zijn om de aanvraag te kunnen onderzoeken. |
| 1 | § 1. De overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, onderzoekt of de aanvraag ingewilligd kan worden conform de bepalingen van dit hoofdstuk. | 1 | § 1. De overheidsinstantie, vermeld in artikel IIII.62/8, onderzoekt of de aanvraag ingewilligd kan worden conform de bepalingen van dit hoofdstuk. |
| 2 | De aanvraag wordt zo snel mogelijk en uiterlijk binnen twintig kalenderdagen met een brief, met een e-mail of, in voorkomend geval, met een webformulier beantwoord. | 2 | De aanvraag wordt zo snel mogelijk en uiterlijk binnen twintig kalenderdagen met een brief, met een e-mail of, in voorkomend geval, met een webformulier beantwoord. |
| 3 | Bij de kennisgeving van de beslissing wordt vermeld dat beroep kan worden ingesteld bij de beroepsinstantie, vermeld in artikel III.90, binnen de termijn, vemeld in artikel II.69, §2. | 3 | Bij de kennisgeving van de beslissing wordt vermeld dat beroep kan worden ingesteld bij de beroepsinstantie, vermeld in artikel III.90, binnen de termijn, vemeld in artikel II.69/1, §2. |
| 4 | § 2. Als de aanvraag kennelijk onredelijk is als vermeld in artikel II.64/1, of op een te algemene wijze geformuleerd is, begint een nieuwe termijn van twintig kalenderdagen te lopen vanaf het moment dat de aanvrager zijn aanvraag gespecificeerd of vervolledigd heeft. | 4 | § 2. Als de aanvraag kennelijk onredelijk is als vermeld in artikel II.64/1, of op een te algemene wijze geformuleerd is, begint een nieuwe termijn van twintig kalenderdagen te lopen vanaf het moment dat de aanvrager zijn aanvraag gespecificeerd of vervolledigd heeft. |
| 5 | § 3. Als de overheidsinstantie oordeelt dat ze de aanvraag moeilijk tijdig kan toetsen aan de uitzonderingen, deelt ze mee aan de aanvrager dat de termijn van twintig kalenderdagen, vermeld in § 1, tweede lid, verlengd wordt tot een termijn van veertig kalenderdagen. | 5 | § 3. Als de overheidsinstantie oordeelt dat ze de aanvraag moeilijk tijdig kan toetsen aan de uitzonderingen, deelt ze mee aan de aanvrager dat de termijn van twintig kalenderdagen, vermeld in § 1, tweede lid, verlengd wordt tot een termijn van veertig kalenderdagen. |
| 1 | Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de aanvraag tot hergebruik afwijst, deelt ze de aanvrager de gronden voor de afwijzing van het verzoek mee. | 1 | Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.69/1, §2, de aanvraag tot hergebruik afwijst, deelt ze de aanvrager de gronden voor de afwijzing van het verzoek mee. |
| 2 | Als de overheidsinstantie niet de nodige rechten heeft om hergebruik toe te staan, verwijst ze in haar beslissing naar de natuurlijke of rechtspersoon bij wie de intellectuele eigendomsrechten berusten, als die bekend is, of naar de licentiegever van wie de overheidsinstantie de gevraagde bestuursdocumenten heeft verkregen. Bibliotheken, met inbegrip van bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs, musea en archiefinstellingen zijn niet verplicht de aanvrager door te verwijzen. | 2 | Als de overheidsinstantie niet de nodige rechten heeft om hergebruik toe te staan, verwijst ze in haar beslissing naar de natuurlijke of rechtspersoon bij wie de intellectuele eigendomsrechten berusten, als die bekend is, of naar de licentiegever van wie de overheidsinstantie de gevraagde bestuursdocumenten heeft verkregen. Bibliotheken, met inbegrip van bibliotheken van instellingen voor hoger onderwijs, musea en archiefinstellingen zijn niet verplicht de aanvrager door te verwijzen. |
| 1 | § 1. Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, beslist dat hergebruik toegestaan is, stelt ze in geval van onvoorwaardelijk hergebruik uiterlijk binnen de termijn van twintig kalenderdagen, vermeld in artikel II.64/2, § 1 en § 2, de bestuursdocumenten in kwestie ter beschikking van de aanvrager. | 1 | § 1. Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.69/1, §2, beslist dat hergebruik toegestaan is, stelt ze in geval van onvoorwaardelijk hergebruik uiterlijk binnen de termijn van twintig kalenderdagen, vermeld in artikel II.64/2, § 1 en § 2, de bestuursdocumenten in kwestie ter beschikking van de aanvrager. |
| 2 | Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, oordeelt dat ze de gevraagde bestuursdocumenten moeilijk tijdig kan verzamelen, wordt de termijn, vermeld in het eerste lid, op veertig kalenderdagen gebracht, conform artikel II.64/2, § 3. | 2 | Als de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.69/1, §2, oordeelt dat ze de gevraagde bestuursdocumenten moeilijk tijdig kan verzamelen, wordt de termijn, vermeld in het eerste lid, op veertig kalenderdagen gebracht, conform artikel II.64/2, § 3. |
| 3 | § 2. In geval van voorwaardelijk hergebruik, bezorgt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, de bestuursdocumenten in kwestie aan de aanvrager, samen met een modellicentie als vermeld in artikel II.61, § 1, binnen de termijnen, vermeld in paragraaf 1. | 3 | § 2. In geval van voorwaardelijk hergebruik, bezorgt de overheidsinstantie, vermeld in artikel II.69/1, §2, de bestuursdocumenten in kwestie aan de aanvrager, samen met een modellicentie als vermeld in artikel II.61, § 1, binnen de termijnen, vermeld in paragraaf 1. |
| 4 | Als de overheidsinstantie afwijkt van de modellicenties, vermeld in artikel II.61, § 1, bezorgt ze de motivering van die afwijking aan de aanvrager, samen met de voorwaarden die van toepassing zijn, conform artikel II.61, § 2. | 4 | Als de overheidsinstantie afwijkt van de modellicenties, vermeld in artikel II.61, § 1, bezorgt ze de motivering van die afwijking aan de aanvrager, samen met de voorwaarden die van toepassing zijn, conform artikel II.61, § 2. |
| 1 | De voorwaarden voor het hergebruik van bestuursdocumenten mogen niet discriminerend zijn voor vergelijkbare categorieën van hergebruik. | 1 | De voorwaarden voor het hergebruik van bestuursdocumenten mogen niet discriminerend zijn voor vergelijkbare categorieën van hergebruik. |
| 2 | Als een overheidsinstantie als vermeld in artikel II.53, § 1, bestuursdocumenten hergebruikt als basismateriaal voor activiteiten die buiten de publieke taak vallen, zijn op de verstrekking van die bestuursdocumenten voor de activiteiten dezelfde vergoedingen en voorwaarden van toepassing als die welke gelden voor andere gebruikers. | 2 | Als een overheidsinstantie als vermeld in artikel II.53, § 1, 1° tot en met 4°, bestuursdocumenten hergebruikt als basismateriaal voor activiteiten die buiten de publieke taak vallen, zijn op de verstrekking van die bestuursdocumenten voor de activiteiten dezelfde vergoedingen en voorwaarden van toepassing als die welke gelden voor andere gebruikers. |
| 6 | § 4. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1, duurt de periode van exclusiviteit in het algemeen niet langer dan tien jaar, als een exclusief recht betrekking heeft op de digitalisering van culturele hulpbronnen. Als die periode meer dan tien jaar bedraagt, wordt de duur ervan tijdens het elfde jaar en, als dat van toepassing is, daarna om de zeven jaar getoetst. | 6 | § 4. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1, duurt de periode van exclusiviteit in het algemeen niet langer dan tien jaar, als een exclusief recht betrekking heeft op de digitalisering van culturele hulpbronnen. Als die periode meer dan tien jaar bedraagt, wordt de duur ervan tijdens het elfde jaar en, als dat van toepassing is, daarna om de zeven jaar getoetst. |
| 7 | De regelingen die exclusieve rechten toekennen, zijn transparant en worden openbaar gemaakt. | 7 | De regelingen die exclusieve rechten toekennen, zijn transparant en worden openbaar gemaakt. |
| 8 | In geval van een exclusief recht als vermeld in het eerste lid, wordt in de desbetreffende overeenkomst vastgesteld dat de desbetreffende overheidsinstantiekosteloos een kopie van de gedigitaliseerde culturele hulpbronnen krijgt. Die kopie is na afloop van de exclusiviteitsperiode beschikbaar voor hergebruik. | 8 | In geval van een exclusief recht als vermeld in het eerste lid, wordt in de desbetreffende overeenkomst vastgesteld dat de desbetreffende overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, §1, 1° tot en met 4°, kosteloos een kopie van de gedigitaliseerde culturele hulpbronnen krijgt. Die kopie is na afloop van de exclusiviteitsperiode beschikbaar voor hergebruik. |
| 9 | § 4/1. Juridische of praktische regelingen die, zonder expliciet in de toekenning van exclusiviteitsrechten te voorzien, tot doel hebben of redelijkerwijs kunnen worden geacht de beschikbaarheid van documenten voor hergebruik door andere partijen dan de derde partij bij de regeling te beperken, worden minstens twee maanden voor de inwerkingtreding van die regeling online openbaar gemaakt. De gevolgen van die juridische of praktische regelingen voor de beschikbaarheid van gegevens voor hergebruik worden regelmatig, en in elk geval om de drie jaar, geëvalueerd. De uiteindelijke regelingen zijn transparant en worden online openbaar gemaakt. | 9 | § 4/1. Juridische of praktische regelingen die, zonder expliciet in de toekenning van exclusiviteitsrechten te voorzien, tot doel hebben of redelijkerwijs kunnen worden geacht de beschikbaarheid van documenten voor hergebruik door andere partijen dan de derde partij bij de regeling te beperken, worden minstens twee maanden voor de inwerkingtreding van die regeling online openbaar gemaakt. De gevolgen van die juridische of praktische regelingen voor de beschikbaarheid van gegevens voor hergebruik worden regelmatig, en in elk geval om de drie jaar, geëvalueerd. De uiteindelijke regelingen zijn transparant en worden online openbaar gemaakt. |
| 10 | In deze paragraaf wordt verstaan onder derde partij: een natuurlijke of rechtspersoon die geen overheidsinstantie is als vermeld in artikel II.53, § 1, eerste lid, en die de gegevens in zijn bezit heeft. | 10 | In deze paragraaf wordt verstaan onder derde partij: een natuurlijke of rechtspersoon die geen overheidsinstantie is als vermeld in artikel II.53, § 1, eerste lid, en die de gegevens in zijn bezit heeft. |
| 1 | Deze afdeling is van toepassing op de overheidsinstanties, vermeld in artikel II.53, §1, 1° tot en met 4°, met uitzondering van onderwijsinstellingen, onderzoeksinstellingen en organisaties die onderzoek financieren. |
| 1 | De overheidsinstantie, vermeld in artikel II.53, § 1, verricht, voor het individuele verzoek tot hergebruik, de nieuwe noodzakelijke bestuurshandelingen die in overeenstemming zijn met de elementen waarover de beroepsinstantie zich uitgesproken heeft, binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst van de beslissing van de beroepsinstantie. | 1 | De overheidsinstantie, vermeld in artikel II.69, verricht, voor het individuele verzoek tot hergebruik, de nieuwe noodzakelijke bestuurshandelingen die in overeenstemming zijn met de elementen waarover de beroepsinstantie zich uitgesproken heeft, binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst van de beslissing van de beroepsinstantie. |
| 2 | Als de beroepsinstantie oordeelt dat een afwijzende beslissing die gebaseerd is op artikel II.53, § 2, ongegrond is en als de overheidsinstantie verzuimt om de noodzakelijke bestuurshandelingen te verrichten conform het eerste lid, kan de beroepsinstantie onvoorwaardelijk hergebruik als vermeld in artikel II.61, § 3, toestaan, als ze de gevraagde bestuursdocumenten bezit. | 2 | Als de beroepsinstantie oordeelt dat een afwijzende beslissing die gebaseerd is op artikel II.53, § 2, ongegrond is en als de overheidsinstantie verzuimt om de noodzakelijke bestuurshandelingen te verrichten conform het eerste lid, kan de beroepsinstantie onvoorwaardelijk hergebruik als vermeld in artikel II.61, § 3, toestaan, als ze de gevraagde bestuursdocumenten bezit. |
| 1 | Dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende overheidsinstanties: | ||
| 2 | 1° de Vlaamse overheid; | ||
| 3 | 2° de lokale overheden; | ||
| 4 | 3° de instellingen met een publieke taak, wat hun publieke taak betreft; | ||
| 5 | 4° de milieu-instanties wat hun milieuverantwoordelijkheden, -functies of -diensten betreft. | ||
| 6 | In afwijking van het eerste lid is dit hoofdstuk niet van toepassing op de overheidsinstanties, vermeld in artikel 3, lid 2, van de Datagovernanceverordening. |
| 1 | De overheidsinstanties, vermeld in artikel II.73/1, kunnen het hergebruik toestaan van de gegevens die in hun bezit zijn en die overeenkomstig artikel 3, lid 1, van de Datagovernanceverordening beschermd zijn op grond van: | ||
| 2 | 1° het handelsgeheim, waaronder het bedrijfs- of beroepsgeheim; | ||
| 3 | 2° het statistisch geheim; | ||
| 4 | 3° de bescherming van de intellectuele eigendomsrechten van derden; | ||
| 5 | 4° de bescherming van persoonsgegevens. | ||
| 6 | In voorkomend geval is hoofdstuk II van de Datagovernanceverordening van toepassing. |
| 1 | §1. De verzoeker tot hergebruik van gegevens, vermeld in artikel II.73/2, kan beroep instellen tegen: | ||
| 2 | 1° een beslissing over een verzoek; | ||
| 3 | 2° het uitblijven van een beslissing nadat de termijn waarin de beslissing over een verzoek moest worden genomen, vermeld in artikel 9, lid 1, van de Datagovernanceverordening, verstreken is. | ||
| 4 | Hij stelt dat beroep in bij de beroepsinstantie, vermeld in artikel III.90. | ||
| 5 | §2. De verzoeker dient het beroep in met een brief, met een e-mail of, in voorkomend geval, met een webformulier binnen een termijn van dertig kalenderdagen die ingaat op de dag nadat de beslissing verstuurd is als beroep wordt ingesteld tegen de beslissing over het verzoek. | ||
| 6 | Als in de kennisgeving van de beslissing niet is vermeld dat beroep kan worden ingesteld bij de beroepsinstantie, vermeld in artikel III.90, binnen de voormelde termijn, start de termijn om een beroep in te dienen pas vier maanden na de kennisgeving. | ||
| 7 | De termijn om beroep in te stellen neemt geen aanvang bij ontstentenis van een beslissing. | ||
| 8 | §3. Het beroep bevat al de volgende informatie: | ||
| 9 | 1° de voor- en achternaam van de verzoeker; | ||
| 10 | 2° het adres van de verzoeker; | ||
| 11 | 3° een afschrift van het oorspronkelijke verzoek; | ||
| 12 | 4° een afschrift van de beslissing van de betrokken overheidsinstantie waartegen beroep wordt ingesteld, als er een beslissing is genomen. | ||
| 13 | Als het beroep onvolledig is, wordt de behandelingstermijn, vermeld in artikel II.73/5, §1, opgeschort tot de beroepsinstantie in het bezit is van de vereiste informatie. |
| 1 | De beroepsinstantie bevestigt de ontvangst van het beroep zo snel mogelijk en uiterlijk binnen tien kalenderdagen. | ||
| 2 | De beroepsinstantie brengt de betrokken overheidsinstantie tegelijkertijd op de hoogte van het ingestelde beroep. |
| 1 | §1. De beroepsinstantie spreekt zich uit over het beroep en brengt de aanvrager en de betrokken overheidsinstantie per brief, per e-mail of, in voorkomend geval, per webformulier binnen een termijn van dertig kalenderdagen op de hoogte van haar beslissing. | ||
| 2 | §2. Als de beroepsinstantie oordeelt dat ze de aanvraag moeilijk tijdig kan toetsen aan de Datagovernanceverordening, deelt ze aan de indiener van het beroep mee dat de termijn van dertig kalenderdagen verlengd wordt tot een termijn van vijfenveertig kalenderdagen. De verlengingsbeslissing vermeldt de reden of de redenen van het uitstel. | ||
| 3 | §3. Als het oorspronkelijke verzoek tot hergebruik is afgewezen omdat het kennelijk onredelijk is of op een te algemene wijze is geformuleerd, zonder dat de overheidsinstantie om specificatie of vervollediging heeft gevraagd, beschikt de beroepsinstantie zelf over de mogelijkheid om de verzoeker te vragen om zijn verzoek te specificeren of te vervolledigen. De termijn van dertig kalenderdagen, vermeld in paragraaf 1, begint in dat geval te lopen vanaf het moment dat de verzoeker zijn verzoek gespecificeerd of vervolledigd heeft. |
| 1 | De overheidsinstantie, vermeld in artikel II.73/1, verricht, voor het individuele verzoek tot hergebruik, de nieuwe noodzakelijke bestuurshandelingen die in overeenstemming zijn met de elementen waarover de beroepsinstantie zich uitgesproken heeft, binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst van de beslissing van de beroepsinstantie. |
| 1 | Als er een beroep aanhangig wordt gemaakt, kan de beroepsinstantie alle bestuursdocumenten ter plaatse inzien of een afschrift ervan opvragen bij de betrokken overheidsinstantie. | ||
| 2 | De beroepsinstantie kan alle betrokken partijen en deskundigen horen en de personeelsleden van de betrokken overheidsinstantie om extra inlichtingen vragen. |
| 8 | 2° testgegevens: een kopie van de authentieke gegevensbron waarvan de omvang beperkt is, die technisch dezelfde kenmerken als de authentieke gegevensbron heeft, maar die uit anonieme, geanonimiseerde of fictieve gegevens bestaat; | 8 | 2° testgegevens: een kopie van de authentieke gegevensbron waarvan de omvang beperkt is, die technisch dezelfde kenmerken als de authentieke gegevensbron heeft, maar die uit anonieme, geanonimiseerde of fictieve gegevens bestaat; |
| 9 | 3° stuurorgaan: het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in artikel III.74. | 9 | 3° stuurorgaan: het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in artikel III.74. |
| 10 | 4° authentieke gegevensbron: authentieke gegevensbron als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator. | ||
| 1 | § 1. De Vlaamse Regering erkent, op voorstel van het stuurorgaan, als authentieke gegevensbron de meest volledige, kwalitatief hoogstaande verzamelingen van gegevens die op elektronische wijze worden bijgehouden, en die voor de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, nuttig of noodzakelijk zijn bij de uitvoering van de taken van algemeen belang waarmee ze zijn belast of bij de uitvoering van de verplichtingen die op hen rusten. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden om als een authentieke gegevensbron te worden erkend. | ||
| 3 | § 2. De Vlaamse Regering kan, op voorstel van het stuurorgaan, kandidaat authentieke gegevensbronnen aanwijzen. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de aanpassingen die noodzakelijk zijn om te evolueren naar een erkende authentieke gegevensbron, worden gefinancierd. | ||
| 4 | § 3. De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen voor de toepassing van dit artikel. |
| 1 | § 1. Bij elke erkenning als authentieke gegevensbron bepaalt de Vlaamse Regering welke overheidsinstantie de betreffende gegevensbron beheert en kan ze bepalen onder welke voorwaarden en op welke wijze de gegevens worden verwerkt. | ||
| 2 | De overheidsinstanties die authentieke gegevensbronnen beheren, zijn verantwoordelijk voor de instandhouding, de terbeschikkingstelling, de veiligheid, de toegang en het gebruik van de authentieke gegevensbron en van de gegevens van de authentieke gegevensbron in kwestie. Ze kunnen daarvoor zelf of via gegevensinitiatoren als vermeld in paragraaf 2, gegevens bij de burger opvragen. | ||
| 3 | § 2. De Vlaamse Regering kan de modaliteiten voor samenwerking tussen gegevensinitiatoren en de overheidsinstanties die authentieke gegevensbronnen beheren nader bepalen en daarbij verplichtingen opleggen. | ||
| 4 | Onder gegevensinitiator wordt verstaan een overheidsinstantie, vermeld in artikel III.65, § 2, of een derde die exclusieve eindverantwoordelijkheid heeft voor het bijhouden van de levensloop of een of meer eigenschappen van een object. |
| 1 | De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, van dit decreet moeten de gegevens die ze nodig hebben voor de uitvoering van de taken van algemeen belang waarmee ze zijn belast of voor de uitvoering van de verplichtingen die op hen rusten, via de tussenkomst van de Vlaamse dienstenintegrator, vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator, opvragen bij gegevensbronnen als vermeld in artikel III.66, § 1, van dit decreet. De Vlaamse Regering kan daarbij per voormelde gegevensbron en per overheidsinstantie of groep van overheidsinstanties een tijdschema vastleggen na advies van het stuurorgaan. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering stelt vast, op voorstel van het stuurorgaan, welke gegevensbronnen die een externe overheid beheert, de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, moeten raadplegen voor de uitvoering van de taken van algemeen belang waarmee ze zijn belast, of voor de uitvoering van de verplichtingen die op hen rusten. In dat geval doen de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, een beroep op de tussenkomst van de Vlaamse dienstenintegrator, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering kan daarbij per voormelde gegevensbron en per overheidsinstantie of groep van overheidsinstanties een tijdschema vastleggen na advies van het stuurorgaan. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering kan met de externe overheden de nodige akkoorden sluiten zodat de gegevens die in die voormelde gegevensbronnen opgenomen zijn, kunnen worden gebruikt. |
| 1 | Alleen als er geen verplicht te gebruiken gegevensbron bestaat, kunnen de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, gegevens bij de burger opvragen. | 1 | Alleen als er geen verplicht te gebruiken gegevensbron bestaat, kunnen de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, gegevens bij de burger opvragen. |
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van het stuurorgaan, de datum vanaf wanneer de burgers gerechtigd zijn om, zonder verlies van rechten, te weigeren bepaalde gegevens als vermeld in artikel III.68, eerste en tweede lid, ter beschikking te stellen van de overheidsinstantie. De Vlaamse Regering bepaalt daarbij telkens nader onder welke voorwaarden het weigeringsrecht wordt toegestaan en welke gevolgen het weigeringsrecht voor de betrokken burger en voor de betrokken overheidsinstantie heeft. | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van het stuurorgaan, de datum vanaf wanneer de burgers gerechtigd zijn om, zonder verlies van rechten, te weigeren bepaalde gegevens van een authentieke gegevensbron ter beschikking te stellen van de overheidsinstantie. De Vlaamse Regering bepaalt daarbij telkens nader onder welke voorwaarden het weigeringsrecht wordt toegestaan en welke gevolgen het weigeringsrecht voor de betrokken burger en voor de betrokken overheidsinstantie heeft. |
| 3 | 2° bij iedere nieuwe toepassing van het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer vooraf adequate technische en organisatorische maatregelen in te bouwen voor de naleving van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens; | 3 | 2° bij iedere nieuwe toepassing van het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer vooraf adequate technische en organisatorische maatregelen in te bouwen voor de naleving van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens; |
| 4 | 3° op elk moment te waken over de kwaliteit en de veiligheid van gegevens en alle maatregelen te treffen om een perfecte bewaring van persoonsgegevens te garanderen. | 4 | 3° op elk moment te waken over de kwaliteit en de veiligheid van gegevens en alle maatregelen te treffen om een perfecte bewaring van persoonsgegevens te garanderen. |
| 5 | § 2. De elektronische mededeling van gegevens uit gegevensbronnen als vermeld in artikel III.66, § 1, aan andere overheidsinstanties als vermeld in artikel III.65, § 2, is kosteloos. | 5 | § 2. De elektronische mededeling van gegevens uit authentieke gegevensbronnen; aan andere overheidsinstanties als vermeld in artikel III.65, § 2, is kosteloos. |
| 6 | De Vlaamse Regering kan regels bepalen om de kosten voor de elektronische mededeling van die gegevens aan externe overheden aan te rekenen. | 6 | De Vlaamse Regering kan regels bepalen om de kosten voor de elektronische mededeling van die gegevens aan externe overheden aan te rekenen. |
| 1 | § 1. De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, stellen de metagegevens van de gegevensbronnen, vermeld in artikel III.66, § 1, kosteloos en publiekelijk open, zonder evenwel inbreuk te plegen op de intellectuele rechten en de confidentialiteitsverplichtingen die met die gegevensbronnen samenhangen, en zonder informatie bekend te maken die ongeoorloofde toegang of ongeoorloofd gebruik van de gegevensbronnen mogelijk maakt of de integriteit ervan in gevaar brengt. | 1 | § 1. De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.65, § 2, stellen de metagegevens van de authentieke gegevensbronnen kosteloos en publiekelijk open, zonder evenwel inbreuk te plegen op de intellectuele rechten en de confidentialiteitsverplichtingen die met die gegevensbronnen samenhangen, en zonder informatie bekend te maken die ongeoorloofde toegang of ongeoorloofd gebruik van de gegevensbronnen mogelijk maakt of de integriteit ervan in gevaar brengt. |
| 2 | Ze stellen testgegevens ter beschikking overeenkomstig titel II, hoofdstuk 4. | 2 | Ze stellen testgegevens ter beschikking overeenkomstig titel II, hoofdstuk 4. |
| 3 | § 2. Om te verhinderen dat misbruik wordt gemaakt van de metagegevens of de testgegevens, kan de Vlaamse Regering nadere bepalingen uitvaardigen over de registratie van de raadpleging van de metagegevens en het gebruik van de testgegevens. | 3 | § 2. Om te verhinderen dat misbruik wordt gemaakt van de metagegevens of de testgegevens, kan de Vlaamse Regering nadere bepalingen uitvaardigen over de registratie van de raadpleging van de metagegevens en het gebruik van de testgegevens. |
| 2 | Het stuurorgaan brengt advies uit over: | 2 | Het stuurorgaan brengt advies uit over: |
| 3 | 1° de mogelijke ontsluiting via de Vlaamse dienstenintegrator, vermeld in artikel 3 van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator, en de geografische data-infrastructuur, vermeld in artikel 12 van het GDI-decreet van 20 februari 2009, van gegevensbronnen of authentieke gegevensbronnen en diensten; | 3 | 1° de mogelijke ontsluiting via de Vlaamse dienstenintegrator, vermeld in artikel 3 van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator, en de geografische data-infrastructuur, vermeld in artikel 12 van het GDI-decreet van 20 februari 2009, van gegevensbronnen of authentieke gegevensbronnen en diensten; |
| 4 | 2° de mogelijke aanpassing van de gegevensbronnen zodat, als dat mogelijk is, alleen authentieke gegevens worden ontsloten en als dusdanig kunnen worden erkend; | 4 | 2° de mogelijke aanpassing van de gegevensbronnen zodat, als dat mogelijk is, alleen authentieke gegevens worden ontsloten; |
| 5 | 3° de optimalisering binnen de Vlaamse overheid en de lokale overheden van de aanmaak, het gebruik, het beheer van en de uitwisseling tussen gegevensbronnen en authentieke gegevensbronnen; | 5 | 3° de optimalisering binnen de Vlaamse overheid en de lokale overheden van de aanmaak, het gebruik, het beheer van en de uitwisseling tussen gegevensbronnen en authentieke gegevensbronnen; |
| 6 | 4° een gestructureerde aanpak bij de uitbouw van een stelsel van Vlaamse authentieke gegevensbronnen, met inbegrip van het promoten, begeleiden en coördineren van Vlaamse authentieke gegevensbronnen bij de Vlaamse overheid en de lokale overheden; | 6 | 4° een gestructureerde aanpak bij de uitbouw van een stelsel van Vlaamse authentieke gegevensbronnen, met inbegrip van het promoten, begeleiden en coördineren van Vlaamse authentieke gegevensbronnen bij de Vlaamse overheid en de lokale overheden; |
| 5 | 4° de Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie, behalve wat artikel III.84 betreft; | 5 | 4° de Vlaamse openbare instellingen die niet behoren tot de Vlaamse administratie, behalve wat artikel III.84 betreft; |
| 6 | 5° de lokale overheden, behalve wat artikel III.83, § 2, III.84 en III.88, § 2, betreft. | 6 | 5° de lokale overheden, behalve wat artikel III.83, § 2, III.84 en III.88, § 2, betreft. |
| 7 | De Vlaamse Regering kan bepalen welke instellingen met publieke taak onder het toepassingsgebied van deze afdeling vallen. De Vlaamse Regering kan daarbij per artikel een tijdschema vastleggen na advies van het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in artikel III.74 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. | ||
| 7 | § 2. Deze afdeling is van toepassing op de bestuursdocumenten die de overheidsinstanties, vermeld in paragraaf 1, bezitten, met uitzondering van de bestuursdocumenten van de lokale overheden die geen intergemeentelijke samenwerkingsverbanden zijn, als die bestuursdocumenten geen nut meer hebben voor de administratie of als ze betrekking hebben op federale aangelegenheden. | 8 | § 2. Deze afdeling is van toepassing op de bestuursdocumenten die de overheidsinstanties, vermeld in paragraaf 1, bezitten, met uitzondering van de bestuursdocumenten van de lokale overheden die geen intergemeentelijke samenwerkingsverbanden zijn, als die bestuursdocumenten geen nut meer hebben voor de administratie of als ze betrekking hebben op federale aangelegenheden. |
| 2 | Het eerste lid is ook van toepassing op de bestuursdocumenten die de overheidsinstantie verworven heeft van een derde en die door de wilsuiting van die derde niet of beperkt openbaar gemaakt mogen worden. | 2 | Het eerste lid is ook van toepassing op de bestuursdocumenten die de overheidsinstantie verworven heeft van een derde en die door de wilsuiting van die derde niet of beperkt openbaar gemaakt mogen worden. |
| 3 | § 2. De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.79, § 1, publiceren de categorieën van bestuursdocumenten waarvoor ze de bestuurlijke verantwoordelijkheid dragen en de selectieregels in het centrale register van de Vlaamse overheid. | 3 | § 2. De overheidsinstanties, vermeld in artikel III.79, § 1, publiceren de categorieën van bestuursdocumenten waarvoor ze de bestuurlijke verantwoordelijkheid dragen en de selectieregels in het centrale register van de Vlaamse overheid. |
| 4 | § 3. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor dat registeren kan bepalen onder welke voorwaarden afgeweken kan worden van de publicatie in het centrale register. | 4 | § 3. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor dat register, de publieke raadpleegbaarheid ervan en kan bepalen onder welke voorwaarden afgeweken kan worden van de publicatie in het centrale register. |
| 1 | § 1. Voor elke categorie van bestuursdocumenten worden selectieregels opgesteld die minstens de volgende gegevens bevatten: | 1 | § 1. Voor elke categorie van bestuursdocumenten en voor de persoonsgegevens die erin zijn opgenomen, worden selectieregels opgesteld die minstens de vol- gende elementen bevatten: |
| 2 | 1° een betekenisvolle naam en omschrijving; | 2 | 1° een betekenisvolle naam en omschrijving; |
| 3 | 2° het administratieve of juridische nut, verduidelijkt door een bewaartermijn met bijbehorende motivering; | 3 | 2° het administratieve of juridische nut, verduidelijkt door een bewaartermijn met bijbehorende motivering; |
| 4 | 3° de aanduiding van de waarde voor het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, verduidelijkt door de definitieve bestemming, die ofwel een vernietiging ofwel een permanente bewaring inhoudt, met bijbehorende motivering. | 4 | 3° de aanduiding van de waarde voor het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, verduidelijkt door de definitieve bestemming, die ofwel een vernietiging ofwel een permanente bewaring inhoudt, met bijbehorende motivering. |
| 5 | De selectiecommissie, vermeld in artikel III.88, § 1, kan beslissen dat de selectieregels meer gegevens moeten bevatten. | 5 | De selectiecommissie, vermeld in artikel III.88, § 1, kan beslissen dat de selectieregels meer gegevens moeten bevatten. |
| 6 | De selectiecommissie, vermeld in artikel III.88, §1, houdt bij de beoordeling van de selectieregels rekening met de volgende criteria: | ||
| 7 | 1° de toepasselijke regelgeving met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, in het bijzonder: | ||
| 8 | a) het doel van de verwerking van de persoonsgegevens; | ||
| 9 | b) de mate waarin een bewaartermijn van gegevens bij of krachtens een wet of decreet is bepaald, of de mate waarin er een voldoende substantieel verband bestaat met wettelijke, decretale of reglementaire termijnen; | ||
| 10 | c) de bewaartermijn gedurende welke bij gebrek aan een bewaartermijn als vermeld in punt b) de bewaring noodzakelijk is in functie van het doel van de verwerking; | ||
| 11 | d) de mate waarin kan worden voorzien in maatregelen die de identificatie van de betrokkene belemmeren; | ||
| 12 | 2° de onderlinge consistentie tussen de selectieregels; | ||
| 13 | 3° de motiveringen die de bewaartermijnen en de bestemmingen toelichten. | ||
| 6 | § 2. De selectieregels hebben uitwerking vanaf de bekendmaking ervan in het register, vermeld in artikel III.82, § 2. | 14 | § 2. De selectieregels hebben uitwerking vanaf de bekendmaking ervan in het register, vermeld in artikel III.82, § 2, dat publiek raadpleegbaar is. |
| 7 | § 3. De bekendgemaakte selectieregels zijn geldig voor de duur van ten hoogste vijf jaar of tot op het moment dat de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor bestuursdocumenten overgedragen wordt conform artikel III.83. | 15 | § 3. De bekendgemaakte selectieregels zijn geldig voor de duur van ten hoogste vijf jaar of tot op het moment dat de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor bestuursdocumenten overgedragen wordt conform artikel III.83. |
| 8 | § 4. De Vlaamse Regering stelt de nadere bepalingen vast voor de opmaak, de goedkeuring en de onderlinge consistentie van de selectieregels. | 16 | § 4. De Vlaamse Regering stelt de nadere bepalingen vast voor de opmaak, de goedkeuring en de onderlinge consistentie van de selectieregels. |
| 1 | §1. Dit artikel is van toepassing op de volgende instanties: | ||
| 2 | 1° de overheidsinstanties, vermeld in artikel III.79, §1, 1° tot en met 4°; | ||
| 3 | 2° de kabinetten van de leden van de Vlaamse Regering. | ||
| 4 | §2. De door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit, bevoegd voor het facilitair management en documentbeheer, hierna de entiteit te noemen, kan op verzoek van een instantie als vermeld in paragraaf 1 instaan voor de scanning en, in voorkomend geval, de vervanging van de volgende bestuursdocumenten door elektronische kopieën, met toepassing van artikel II.25 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018: | ||
| 5 | 1° de bestuursdocumenten die de instantie in kwestie via analoge weg ontvangt; | ||
| 6 | 2° de bestuursdocumenten die de instantie in kwestie beheert overeenkomstig | ||
| 7 | onderafdeling 2. | ||
| 8 | De entiteit kan op verzoek van een instantie als vermeld in paragraaf 1 instaan voor het openen en doorsturen van elektronische berichten die geadresseerd zijn aan bepaalde elektronische adressen van de instantie in kwestie. | ||
| 9 | Bij de uitvoering van de opdrachten, vermeld in het eerste en tweede lid, is de entiteit gemachtigd om: | ||
| 10 | 1° de berichten die geadresseerd zijn aan een andere instantie of aan een personeelslid van die instantie, te openen; | ||
| 11 | 2° met toepassing van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens bestuursdocumenten die persoonsgegevens bevatten, te verwerken. | ||
| 12 | De personeelsleden van de entiteit zijn bij de uitvoering van de opdrachten, vermeld in het eerste en tweede lid, gebonden aan een geheimhoudingsverplichting. | ||
| 13 | De entiteit treedt voor de opdrachten, vermeld in het eerste, tweede en derde lid, op als verwerker als vermeld in artikel 4, 8), van de algemene verordening gegevensbescherming ten behoeve van de instanties. | ||
| 14 | De Vlaamse Regering kan de instanties, vermeld in paragraaf 1, verplichten om gebruik te maken van de dienstverlening van de entiteit. |
| 1 | Er wordt een beroepsinstantie opgericht, samengesteld uit personeelsleden van de Vlaamse administratie of van de lokale overheden, die belast is met het behandelen van beroepen over: | 1 | Er wordt een beroepsinstantie opgericht, samengesteld uit personeelsleden van de Vlaamse administratie of van de lokale overheden, die belast is met het behandelen van beroepen over: |
| 2 | 1° de toegang tot bestuursdocumenten als vermeld in artikel II.48; | 2 | 1° de toegang tot bestuursdocumenten als vermeld in artikel II.48; |
| 3 | 2° het hergebruik van overheidsinformatie als vermeld in artikel II.69. | 3 | 2° het hergebruik van overheidsinformatie als vermeld in artikel II.69/1 en het hergebruik van gegevens als vermeld in artikel II.73/2. |
| 4 | De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast met betrekking tot de samenstelling en de werkwijze van de beroepsinstantie. | 4 | De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast met betrekking tot de samenstelling en de werkwijze van de beroepsinstantie. |
| 1 | Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : | 1 | Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder : |
| 2 | 1° het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer : het verkeer van gegevens binnen en tussen overheidsdiensten op elektronische wijze; | 2 | 1° het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer : het verkeer van gegevens binnen en tussen overheidsdiensten op elektronische wijze; |
| 3 | 2° ... | ||
| 3 | 2° authentieke gegevensbron: authentieke gegevensbron als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator;”; | ||
| 4 | 3° ... | 4 | 3° ... |
| 5 | 4° algemene verordening gegevensbescherming : de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); | 5 | 4° algemene verordening gegevensbescherming : de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); |
| 9 | 8° ... | 9 | 8° ... |
| 10 | 9° ... | 10 | 9° ... |
| 11 | 10° instantie: een instantie van de Vlaamse overheid als vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van , een instantie van een lokale overheid als vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, een instelling met een publieke taak als vermeld in artikel I.3, 6°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 of een milieu-instantie als vermeld in artikel I.3, 7°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 ; | 11 | 10° instantie: een instantie van de Vlaamse overheid als vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, een instantie van een lokale overheid als vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, een instelling met een publieke taak als vermeld in artikel I.3, 6°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 of een milieu-instantie als vermeld in artikel I.3, 7°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 ; |
| 12 | 11° externe overheid: een instantie van een externe overheid als vermeld in artikel I.3, 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 ; | 12 | 11° externe overheid: een instantie van een externe overheid als vermeld in artikel I.3, 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 ; |
| 13 | 12° ... | 13 | 12° ... |
| 1 | Dit hoofdstuk is van toepassing op de instanties, met uitzondering van de instellingen met een publieke taak, vermeld in artikel I.3, 6°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering kan, in afwijking van het eerste lid, bepalen welke instellingen met publieke taak onder het toepassingsgebied van dit hoofdstuk vallen. De Vlaamse Regering kan daarbij per gegevensbron een tijdschema vastleggen na advies van het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in artikel III.74 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. |
| 1 | Bij de door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit, bevoegd voor de facilitering van de digitalisering bij de instanties, hierna de entiteit te noemen, wordt een gegevensbron opgericht met gegevens van verenigingen die in interactie treden met instanties. Die gegevensbron wordt het verenigingsregister genoemd. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering kan het voorwerp van het verenigingsregister uitbreiden, meer bepaald de gegevens van de samenwerkingsvormen, vermeld in deel 3, titel 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, de interlokale onderwijsvereniging, vermeld in het decreet van 28 november 2008 betreffende de interlokale onderwijsvereniging (ILOV), de welzijnsverenigingen, vermeld in deel 3, titel 4, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en de autonome verzorgingsinstellingen, vermeld in deel 3, titel 4, hoofdstuk 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, die in interactie treden met instanties. | ||
| 3 | Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder: | ||
| 4 | 1° verenigingen: verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk, stichtingen, feitelijke verenigingen en afdelingen van koepelorganisaties; | ||
| 5 | 2° feitelijke vereniging: een vereniging zonder rechtspersoonlijkheid als vermeld in artikel 1:2 juncto artikel 1:6, §1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019; | ||
| 6 | 3° vereniging zonder winstoogmerk: een vereniging met rechtspersoonlijkheid als vermeld in artikel 1:2 juncto artikel 1:6, §2, eerste streepje, juncto artikel 9:1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019; | ||
| 7 | 4° internationale vereniging zonder winstoogmerk: een vereniging met rechtspersoonlijkheid als vermeld in artikel 1:2 juncto artikel 1:6, §2, tweede streepje, juncto artikel 10:1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019; | ||
| 8 | 5° stichting: een private stichting of een stichting van openbaar nut als vermeld in artikel 1:3 juncto artikel 1:7 juncto artikel 11:1 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019; | ||
| 9 | 6° koepelorganisatie: een organisatie met de rechtsvorm van een vereniging zonder winstoogmerk, een internationale vereniging zonder winstoogmerk of een stichting die aan een van de volgende kenmerken beantwoordt: | ||
| 10 | a) ze vertakt zich in afdelingen om redenen van interne operationele werking; | ||
| 11 | b) ze biedt ondersteuning aan of ze draagt bij aan de werking van feitelijke verenigingen, verenigingen zonder winstoogmerk, interna- tionale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen die met de koepelorganisatie operationeel zijn of er door hun belangeloze doel aan verbonden zijn; | ||
| 12 | 7° afdeling: een onderdeel van een koepelorganisatie om redenen van interne operationele werking; | ||
| 13 | 8° stuurorgaan: het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in artikel III.74 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. | ||
| 14 | De entiteit, vermeld in het eerste lid, is als beheerder van het verenigingsregister, vermeld in het eerste lid, verantwoordelijk voor de coördinatie van de aanmaak, de instandhouding, de terbeschikkingstelling, de veiligheid, de toegang en het gebruik van de gegevens in kwestie. | ||
| 15 | Ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens ter uitvoering van deze afdeling is de entiteit verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. |
| 1 | §1. Het verenigingsregister, vermeld in artikel 4, heeft als doel: | ||
| 2 | 1° de interacties tussen verenigingen enerzijds en instanties, externe overheden, betrokken koepelorganisaties en burgers anderzijds te vereenvoudigen en te optimaliseren; | ||
| 3 | 2° informatie over verenigingen ter bevordering van het verenigingsleven en ter ondersteuning van beleidsontwikkeling publiek toegankelijk te maken. | ||
| 4 | Daarvoor kunnen in het verenigingsregister de volgende gegevens over verenigingen worden verwerkt: | ||
| 5 | 1° de namen en benamingen; | ||
| 6 | 2° de status, namelijk actief of niet actief; | ||
| 7 | 3° de contactgegevens; | ||
| 8 | 4° de omschrijving van het doel; | ||
| 9 | 5° de classificaties; | ||
| 10 | 6° in voorkomend geval de relatie met een koepelorganisatie of afdelingen; | ||
| 11 | 7° de voornaam, de achternaam, het identificatienummer van het Rijksregister, de contactgegevens en de hoedanigheid van de natuurlijke personen die in naam en voor rekening van de vereniging als vertegenwoordiger optreden, of, als de vertegenwoordigers rechtspersonen zijn, de naam en het ondernemingsnummer; | ||
| 12 | 8° in voorkomend geval de voornaam, de achternaam, het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, de contactgegevens en de hoedanigheid van de natuurlijke personen die in naam en voor rekening van de vereniging als vertegenwoordiger optreden als de gegevens betrekking hebben op een natuurlijk persoon die niet in het Rijksregister is opgenomen; | ||
| 13 | 9° in voorkomend geval de erkenning; | ||
| 14 | 10° in voorkomend geval het bankrekeningnummer; | ||
| 15 | 11° een unieke verenigingscode; | ||
| 16 | 12° in voorkomend geval het KBO-nummer. | ||
| 17 | Bij verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen zijn de gegevens, vermeld in punt 1°, 2°, 3°, 7°, 8°, 10° en 12°, afkomstig van de Kruispuntbank van Ondernemingen. | ||
| 18 | Bij feitelijke verenigingen en afdelingen van koepelorganisaties zijn de gegevens, vermeld in punt 7° en 8°, afkomstig van het Rijksregister of, in voorkomend geval, van de Kruispuntbankregisters, vermeld in artikel 4 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. | ||
| 19 | De Vlaamse Regering kan de gegevens, vermeld in het tweede lid, nader bepalen en, na advies van het stuurorgaan, aanvullen met andere gegevens die vereist zijn voor de identificatie van verenigingen, of die van gemeenschappelijk belang zijn voor verschillende instanties. | ||
| 20 | Het verenigingsregister geeft door de kwaliteitsvolle registratie van de gegevens, vermeld in het tweede lid, een unieke identificatie aan verenigingen. | ||
| 21 | §2. De entiteit stelt de gegevens, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, ter beschikking van instanties, externe overheden en de betrokken koepelorganisaties die de gegevens op rechtmatige wijze mogen verwerken met naleving van de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens om het doel, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, te verwezenlijken. In afwijking van artikel 3 kunnen instellingen met een publieke taak die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in artikel I.3, 6°, c), 3), van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 wat betreft het beheer onder toezicht van de Vlaamse overheid maar niet onder het toezicht van een lokale overheid of een andere instelling met een publieke taak, en die niet voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel I.3, 6°, c), 1) of 2), van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, de gegevens, vermeld in paragraaf 1, raadplegen voor het voormelde doel, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, voor zover hun dienstverlening vooral is gericht tot verenigingen. | ||
| 22 | De entiteit stelt de gegevens, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° tot en met 6°, 9°, 11° en 12°, van de actieve verenigingen publiek ter beschikking om het doel te verwezenlijken, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°. Op uitdrukkelijke vraag van feitelijke verenigingen worden gegevens van de betreffende feitelijke vereniging niet publiek ter beschikking gesteld. |
| 1 | §1. De instanties en koepelorganisaties bezorgen de gegevens die ze gevalideerd hebben, vermeld in artikel 4/1, aan de entiteit, vermeld in artikel 4. In afwijking van artikel 3 kunnen instellingen met een publieke taak, vermeld in artikel 4/1, §2, ook de voormelde gegevens die ze gevalideerd hebben, bezorgen aan de voormelde entiteit. De instanties, koepelorganisaties en voormelde instellingen met een publieke taak werken mee aan de aanmaak en de actualisering van het verenigingsregister en waken er in het bijzonder over dat de gegevens die bij hen bekend zijn ingevolge hun dienstverlening of werking, op accurate wijze door de entiteit in het verenigingsregister kunnen worden opgenomen. Ze gebruiken het identificatienummer van het Rijksregister of van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid om de vertegenwoordigers uniek te identificeren. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt nader welke instanties welke gegevens op welke manier moeten bezorgen. De Vlaamse Regering kan daarbij per instantie of groep van instanties een tijdschema vastleggen na advies van het stuurorgaan. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt nader welke koepelorganisaties welke gegevens op welke manier moeten bezorgen. De Vlaamse Regering kan daarbij een tijdschema vastleggen na advies van het stuurorgaan. | ||
| 4 | De instanties, koepelorganisaties en instellingen met een publieke taak als vermeld in artikel 4/1, §2, zijn voor het bezorgen van de gegevens niet onderworpen aan de naleving van artikel 8. | ||
| 5 | De Vlaamse Regering kan bepalen welke verenigingen welke gegevens op welke manier aan de entiteit, vermeld in artikel 4, bezorgen. De Vlaamse Regering kan daarbij telkens een tijdschema vastleggen na advies van het stuurorgaan. | ||
| 6 | §2. De instanties, koepelorganisaties en instellingen met een publieke taak als vermeld in artikel 4/1, §2, worden beschouwd als gegevensinitiatoren. Onder gegevensinitiator wordt verstaan een instantie of een derde die de exclusieve eindverantwoordelijkheid heeft om een of meer gegevens in het verenigingsregister, vermeld in artikel 4, te registreren. | ||
| 7 | De entiteit en de gegevensinitiatoren kunnen elkaar geen kosten voor de registratie aanrekenen of tegenover elkaar rechten op de verstrekte gegevens doen gelden voor de uitvoering van de opdracht die aan hen in dit decreet is toegekend. | ||
| 8 | §3. De Vlaamse Regering kan, op voorstel van het stuurorgaan, nadere regels vastleggen voor de wijze waarop de gegevensinitiatoren in relatie tot de entiteit de opdracht, vermeld in paragraaf 1, uitvoeren. | ||
| 9 | De entiteit staat in voor de wijze van uitoefening van het recht om de gegevens kosteloos te laten verbeteren, zoals dat voor de verbetering van persoonsgegevens bepaald is in artikel 16 van de algemene verordening gegevensbescherming. Verzoeken om onnauwkeurige, onvolledige of onjuiste gegevens aan te passen kunnen worden ingediend via de toegangskanalen, bepaald door de entiteit. De entiteit bezorgt naargelang het geval aan de Kruispuntbank van Ondernemingen en de gegevensinitiatoren de ontvangen meldingen over onnauwkeurige, onvolledige of onjuiste gegevens. De entiteit legt na overleg met de betrokken instanties en koepelorganisaties vast op welke manier de verzoeken worden onderzocht, op welke wijze het resultaat van het onderzoek aan de verzoeker wordt meegedeeld en hoe aan het resultaat gevolg wordt gegeven. | ||
| 10 | §4. Ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens ter uitvoering van deze afdeling zijn de gegevensinitiatoren respectievelijk de entiteit, ieder voor zover die verwerking onder de eigen verantwoordelijkheid plaatsvindt, verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. |
| 1 | De instanties die gegevensinitiator zijn, raadplegen in eerste instantie de gegevens, vermeld in artikel 4/1 van dit decreet, die ze nodig hebben voor de uitvoering van de taken van algemeen belang waarmee ze zijn belast of voor de uitvoering van de verplichtingen die op hen rusten, en die bij hen beschikbaar zijn in een gegevensbron waarvan het beheer van de gegevens overeenkomstig artikel 6/1 van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator aan hen zijn toevertrouwd. Als de voormelde gegevens niet beschikbaar zijn bij de betreffende instantie, vraagt de instantie in kwestie, via de tussenkomst van de Vlaamse dienstenintegrator, vermeld in artikel 3, §1, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator, de gegevens op bij het verenigingsregister, vermeld in artikel 4 van dit decreet. De Vlaamse Regering legt daarbij per gegeven en per instantie of groep van instanties een tijdschema vast na advies van het stuurorgaan. | ||
| 2 | De instanties die geen gegevensinitiator zijn, vragen, via de tussenkomst van de voormelde Vlaamse dienstenintegrator, de gegevens op bij het verenigingsregister. De Vlaamse Regering legt daarbij per gegeven en per instantie of groep van instanties een tijdschema vast na advies van het stuurorgaan. | ||
| 3 | Als alleen de gegevens, vermeld in artikel 4/1, §1, derde lid, moeten worden geraadpleegd, kunnen de instanties die gegevens bij de Kruispuntbank van Ondernemingen opvragen. |
| 1 | De persoonsgegevens worden bewaard conform de voorwaarden, vermeld in artikel III.87, §1, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, of tot de betrokkene verzoekt om de persoonsgegevens te verwijderen conform de voorwaarden, vermeld in artikel 17 van de algemene verordening gegevensbescherming, of tot de betrokkene overleden is. |
| 1 | Bij de door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit, bevoegd voor de facilitering van de digitalisering bij de instanties, hierna de entiteit te noemen, wordt een gegevensbron opgericht met de rekeningnummers die natuurlijke personen, niet in de hoedanigheid van ondernemer en niet in de hoedanigheid van personeelslid of medewerker van een instantie, gebruiken in het kader van de dienstverlening door instanties. | ||
| 2 | Ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens ter uitvoering van deze afdeling is de entiteit verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. |
| 1 | De gegevensbron heeft als doel de rekeningnummers van de burgers die met de instanties in interactie treden, te verwerken, zodat de instanties die kunnen gebruiken om aan de burger tegemoetkomingen in welke vorm ook, die door een instantie worden toegekend, uit te betalen. | ||
| 2 | De gegevensbron is alleen toegankelijk voor de instanties en uitsluitend voor het doel, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | De verwerking van het rekeningnummer door de entiteit berust op de toestemming van de burger conform artikel 4, 11), en artikel 7 van de algemene verordening gegevensbescherming. | ||
| 2 | De burger geeft die toestemming via de vrijwillige verstrekking, vermeld in artikel 5/4, 1°, dan wel via de daarvoor gevraagde toestemming, vermeld in artikel 5/4, 2°. |
| 1 | Opdat de rekeningnummers met de juiste persoon worden verbonden, worden de nodige identificatiemiddelen verwerkt, namelijk de voornamen, de achternaam, het identificatienummer van het Rijksregister en het identificatienummer van de Kruispuntbankregisters. |
| 1 | Het rekeningnummer wordt op de volgende manieren aan de entiteit verstrekt: | ||
| 2 | 1° rechtstreeks door de burger via de burgergerichte toegang, vermeld in artikel II.7, eerste en zevende lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, in voorkomend geval via het platform voor datakluizen, vermeld in artikel 5, §1, 2°, van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap, voor zover de burger zijn datakluis heeft geactiveerd. Elke instantie neemt daarvoor de nodige maatregelen opdat iedere burger het rekeningnummer rechtstreeks kan opnemen in de gegevensbron, vermeld in artikel 5. De burger kan het standaardrekeningnummer meedelen en een afzonderlijk rekeningnummer per dienstverlening meedelen; | ||
| 3 | 2° onrechtstreeks door een instantie die eerder het rekeningnummer heeft verwerkt in het kader van een welbepaalde dienstverlening, als de burger daarvoor toestemming verleent. Elke instantie deelt daarvoor aan de burger via de burgergerichte toegang, vermeld in artikel II.7, eerste en zevende lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, mee welke rekeningnummers, met de bijbehorende dienstverleningen, bekend zijn. Het gebruik van het rekeningnummer is beperkt tot de dienstverlening in het kader waarvan het rekening- nummer oorspronkelijk werd verwerkt, tenzij de burger toestemming heeft verleend dat het rekeningnummer ook voor andere diensten mag worden gebruikt. In dat laatste geval deelt de burger uitdrukkelijk via de burgergerichte toegang, vermeld in artikel II.7, eerste en zevende lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, mee voor welke andere dienstverleningen welk rekeningnummer wordt gebruikt. De Vlaamse Regering legt voor de uitvoering ervan per instantie of per groep van instanties een tijdschema vast na advies van het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in artikel III.74 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. |
| 1 | Om een tegemoetkoming die een instantie toegekend heeft, in welke vorm ook, aan een burger uit te betalen, raadpleegt de instantie in kwestie via de tussenkomst van de Vlaamse dienstenintegrator, vermeld in artikel 3, §1, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator, de gegevensbron met rekeningnummers, vermeld in artikel 5, om te verifiëren of er voor de betaling van de betreffende toegekende tegemoetkoming in de voormelde gegevensbron een rekeningnummer is opgenomen. Artikel 8 is niet van toepassing op die raadpleging. In voorkomend geval gebruikt de instantie dat rekeningnummer voor de uitbetaling. De Vlaamse Regering legt per instantie of per groep van instanties een tijdschema vast na advies van het stuurorgaan. | ||
| 2 | Elke instantie bezorgt haar nieuwe dienstverleningen voor de burger aan de entiteit. De entiteit deelt vervolgens de nieuwe dienstverleningen aan de burger mee via de burgergerichte toegang, vermeld in artikel II.7, eerste en zevende lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, voor zover de burger voorafgaand had toegestemd om op de hoogte te worden gehouden van nieuwe dienstverleningen. In voorkomend geval kan de burger conform artikel 5/4, 2°, zijn rekeningnummer verstrekken voor die nieuwe dienstverleningen. De Vlaamse Regering legt per instantie of per groep van instanties een tijdschema vast na advies van het stuurorgaan. |
| 1 | De entiteit nodigt de burger uit om minstens jaarlijks de gegevens over zijn rekeningnummers te valideren conform artikel 5/4. De burger deelt iedere wijziging onmiddellijk mee aan de entiteit conform artikel 5/4. Bij gebrek aan validatie of wijziging kan de instantie niet verantwoordelijk worden gesteld voor de verkeerde uitbetaling of de niet-uitbetaling van de betreffende tegemoetkoming. |
| 1 | De rekeningnummers worden bewaard conform de voorwaarden, ver- meld in artikel III.87, §1, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, of tot de burger de entiteit verzoekt om de persoonsgegevens te verwijderen, conform de voorwaarden, vermeld in artikel 17 van de algemene verordening gegevensbescherming, of tot de betrokkene overleden is. |
| 1 | Bij de door de Vlaamse Regering aan te wijzen entiteit, bevoegd voor de facilitering van de digitalisering bij de instanties, hierna de entiteit te noemen, wordt een gegevensbron opgericht met de contactgegevens die burgers, niet in de hoedanigheid van ondernemer en niet in de hoedanigheid van personeelslid of medewerker van een instantie, gebruiken in het kader van de dienstverlening door instanties. | ||
| 2 | In deze afdeling wordt verstaan onder contactgegevens: mailadres, telefoonnummer of gsm-nummer. | ||
| 3 | Ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens ter uitvoering van deze afdeling is de entiteit verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. |
| 1 | De gegevensbron heeft als doeleinde de contactgegevens van de burgers die met de instanties in interactie treden, te verwerken, zodat de instanties die kunnen gebruiken om in interactie te treden met de burger. | ||
| 2 | De gegevensbron is alleen toegankelijk voor de instanties en uitsluitend voor het doel, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | De verwerking van de contactgegevens door de entiteit berust op de toestemming van de burger conform artikel 4, 11), en artikel 7 van de algemene verordening gegevensbescherming. | ||
| 2 | Die toestemming wordt gegeven via de vrijwillige verstrekking, vermeld in artikel 7/3, 1°, dan wel via de daarvoor gevraagde toestemming, vermeld in artikel 7/3, 2°. |
| 1 | Opdat de contactgegevens aan de juiste persoon worden gekoppeld, worden de nodige identificatiemiddelen verwerkt, namelijk de voornamen, de achternamen, het identificatienummer van het Rijksregister en het identificatienummer van de Kruispuntbankregisters. |
| 1 | De contactgegevens kunnen op de volgende manieren aan de entiteit worden verstrekt: | ||
| 2 | 1° rechtstreeks door de burger via de burgergerichte toegang, vermeld in artikel II.7, eerste en zevende lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, in voorkomend geval via het platform voor datakluizen, vermeld in artikel 5, §1, 2°, van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap, als de burger zijn datakluis heeft geactiveerd. Elke instantie neemt de nodige maatregelen opdat iedere burger zijn contactgegevens rechtstreeks kan opnemen in de gegevensbron, vermeld in artikel 6. De burger kan een voorkeur van contactgegevens meedelen en contactgegevens per dienstverlening meedelen; | ||
| 3 | 2° onrechtstreeks door een instantie die eerder contactgegevens heeft verwerkt in het kader van een welbepaalde dienstverlening, als de burger toestemming verleent. Elke instantie deelt daarvoor aan de burger via de burgergerichte toegang, vermeld in artikel II.7, eerste en zevende lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, mee welke contactgegevens, met de bijbehorende dienstverleningen, bekend zijn. Het gebruik van de contactgegevens is beperkt tot de dienstverlening in het kader waarvan ze oorspronkelijk werden verwerkt, tenzij de burger toestemming heeft verleend dat de contactgegevens ook voor andere diensten mogen worden gebruikt. In dat laatste geval deelt de burger uitdrukkelijk via de burgergerichte toegang, vermeld in artikel II.7, eerste en zevende lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, mee voor welke andere dienstverleningen de contactgegevens mogen worden gebruikt. De Vlaamse Regering legt voor de uitvoering ervan per instantie of per groep van instanties een tijd- schema vast na advies van het stuurorgaan. |
| 1 | Om in interactie te treden met een burger, raadpleegt de instantie in kwestie via de tussenkomst van de Vlaamse dienstenintegrator, vermeld in artikel 3, §1, van het decreet van 13 juli 2012 houdende de oprichting en organisatie van een Vlaamse dienstenintegrator, de gegevensbron met contactgegevens, vermeld in artikel 6, om te verifiëren of er in de voormelde gegevensbron contactgegevens voor de betreffende dienstverlening zijn opgenomen. Artikel 8 is niet van toepassing op die | ||
| 2 | raadpleging. In voorkomend geval gebruikt de instantie die contactgegevens om in interactie te treden. De Vlaamse Regering legt per instantie of per groep van instanties een tijdschema vast na advies van het stuurorgaan. | ||
| 3 | Elke instantie bezorgt haar nieuwe dienstverleningen voor de burger aan de entiteit. De entiteit deelt vervolgens de nieuwe dienstverleningen aan de burger mee via de burgergerichte toegang, vermeld in artikel II.7, eerste en zevende lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, voor zover de burger voorafgaand toestemming heeft verleend om op de hoogte te worden gehouden van nieuwe dienstverleningen. In voorkomend geval kan de burger conform artikel 7/3, 2°, zijn contactgegevens verstrekken voor die nieuwe dienstverleningen. De Vlaamse Regering legt per instantie of per groep van instanties een tijdschema vast na advies van het stuurorgaan. |
| 1 | De entiteit nodigt de burger uit om minstens jaarlijks zijn contactgegevens te valideren conform artikel 7/3. De burger deelt iedere wijziging onmiddellijk mee aan de entiteit conform artikel 7/3. Bij gebrek aan validatie of wijziging kan de instantie niet verantwoordelijk worden gesteld voor verkeerde contactname of niet-contactname. |
| 1 | De contactgegevens worden bewaard conform de voorwaarden, vermeld in artikel III.87, §1, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, of tot de betrokkene de entiteit verzoekt om de persoonsgegevens te verwijderen, conform de voorwaarden, vermeld in artikel 17 van de algemene verordening gegevensbescherming, of tot de betrokkene overleden is. |
| 1 | § 1. Elke elektronische mededeling van persoonsgegevens door een instantie naar een andere instantie of naar een externe overheid vereist een protocol, gesloten tussen de betreffende instanties. | 1 | § 1. Elke elektronische mededeling van persoonsgegevens door een instantie naar een andere instantie of naar een externe overheid of naar een private organisatie vereist een protocol, gesloten tussen de betreffende verwerkingsverantwoordelijken. Tussen gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken worden geen protocollen gesloten. |
| 2 | In dat protocol wordt in ieder geval het volgende vastgelegd : | 2 | In dat protocol wordt in ieder geval het volgende vastgelegd : |
| 3 | 1° de identificatie van de verwerkingsverantwoordelijken; | 3 | 1° de identificatie van de verwerkingsverantwoordelijken; |
| 14 | 12° afspraken omtrent de garantie van de kwaliteit van de gegevens en in voorkomend geval de eerbiediging van het wettelijk kader dat de toegang tot de authentieke gegevensbron regelt; | 14 | 12° afspraken omtrent de garantie van de kwaliteit van de gegevens en in voorkomend geval de eerbiediging van het wettelijk kader dat de toegang tot de authentieke gegevensbron regelt; |
| 15 | 13° specifieke maatregelen die de gegevensmededeling omkaderen zoals de keuze van het formaat van de mededeling, de logging van de toegangen zodat men kan controleren wie wanneer toegang had tot welke gegevens en waarom en de invoering van een verwijzingsrepertorium in het geval van een automatische mededeling van de wijzigingen aan de gegevens. | 15 | 13° specifieke maatregelen die de gegevensmededeling omkaderen zoals de keuze van het formaat van de mededeling, de logging van de toegangen zodat men kan controleren wie wanneer toegang had tot welke gegevens en waarom en de invoering van een verwijzingsrepertorium in het geval van een automatische mededeling van de wijzigingen aan de gegevens. |
| 16 | Het protocol wordt gesloten door de betreffende verwerkingsverantwoordelijken na advies van de functionaris voor gegevensbescherming van alle betrokken instanties en wordt vervolgens onmiddellijk bekendgemaakt op de website van alle betrokken instanties. | 16 | Het protocol wordt gesloten door de betreffende verwerkingsverantwoordelijken na het respectieve advies van de functionaris voor gegevensbescherming van de meedelende instantie en van de betrokken bestemmelingen, als ze wettelijk of decretaal verplicht zijn een functionaris voor gegevensbescherming aan te stellen of vrijwillig een functionaris voor gegevensbescherming hebben aangesteld. Het protocol wordt vervolgens onmiddellijk bekendgemaakt op de website van alle partijen die bij de mededeling betrokken zijn. |
| 17 | Voorafgaand aan het sluiten van een protocol kan op verzoek van een betrokken partij het advies van de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10 of 10/1, worden ingewonnen. De Vlaamse toezichtcommissie brengt haar advies uit binnen een termijn van dertig dagen nadat alle daartoe noodzakelijke gegevens aan de Vlaamse toezichtcommissie zijn medegedeeld. In speciaal gemotiveerde dringende gevallen kan de termijn worden teruggebracht tot vijftien dagen. De adviezen van de Vlaamse toezichtcommissie zijn schriftelijk en met redenen omkleed. Ze worden aan de betreffende instantie meegedeeld en op de website van de Vlaamse toezichtcommissie bekendgemaakt. | ||
| 17 | §1/1. Als de betreffende verwerkingsverantwoordelijken niet tot een akkoord komen over de elektronische mededeling van persoonsgegevens of als minstens een van die partijen om een beraadslaging verzoekt, kan over de beoogde mededeling een voorafgaande beraadslaging van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens, vermeld in artikel 9/1, worden ingewonnen. | ||
| 18 | Als de partijen niet tot een akkoord komen, wordt de aanvraag ingediend door de betreffende verwerkingsverantwoordelijken. | ||
| 19 | Als een partij om een beraadslaging verzoekt, brengt ze de andere verwerkingsverantwoordelijken daarvan op de hoogte. | ||
| 20 | Het verzoek hoeft niet te worden gemotiveerd ten aanzien van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens. | ||
| 21 | Als het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens beraadslaagt over de mededeling van persoonsgegevens, geldt een vrijstelling van de verplichting, in afwijking van paragraaf 1, om daarover met de bestemmeling van de persoonsgegevens een protocol op te stellen. | ||
| 22 | De beraadslaging van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens verplicht niet tot de mededeling van gegevens maar is bindend met betrekking tot de modaliteiten van de mededeling als tot mededeling wordt beslist. | ||
| 18 | § 2. De mededeling van persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, vereist geen protocol indien het informatieveiligheidscomité, opgericht met toepassing van artikel 2 van de wet tot oprichting van het informatieveiligheidscomité en tot wijziging van diverse wetten betreffende de uitvoering van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG, bevoegd is om met betrekking tot die mededeling een beraadslaging te verlenen. | 23 | § 2. De mededeling van persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, vereist geen protocol indien het informatieveiligheidscomité, opgericht met toepassing van artikel 2 van de wet tot oprichting van het informatieveiligheidscomité en tot wijziging van diverse wetten betreffende de uitvoering van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG, bevoegd is om met betrekking tot die mededeling een beraadslaging te verlenen. |
| 19 | § 3. Over de mededeling van persoonsgegevens binnen een instantie beslist de verwerkingsverantwoordelijke van die instantie zelf na voorafgaand advies van de functionaris voor gegevensbescherming van de betreffende instantie. De functionaris voor gegevensbescherming adviseert de verwerkingsverantwoordelijke welke soorten persoonsgegevens voor welke specifieke doeleinden kunnen worden meegedeeld tussen entiteiten binnen de betreffende instantie en op welke manier die mededeling gebeurt. Daartoe onderzoekt de functionaris voor gegevensbescherming of de gegevens toereikend en ter zake dienend zijn, alsook beperkt tot wat noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij worden meegedeeld. In het geval de functionaris voor gegevensbescherming oordeelt dat de mededeling, gelet op onder meer de aard, de omvang, de context en de doeleinden van de mededeling, waarschijnlijk een hoog risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen wiens gegevens zouden worden meegedeeld, kan voorafgaand aan de mededeling het advies bij de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10/1, worden ingewonnen. | 24 | § 3. Over de mededeling van persoonsgegevens binnen een instantie beslist de verwerkingsverantwoordelijke van die instantie zelf na voorafgaand advies van de functionaris voor gegevensbescherming van de betreffende instantie. De functionaris voor gegevensbescherming adviseert de verwerkingsverantwoordelijke welke soorten persoonsgegevens voor welke specifieke doeleinden kunnen worden meegedeeld tussen entiteiten binnen de betreffende instantie en op welke manier die mededeling gebeurt. Daartoe onderzoekt de functionaris voor gegevensbescherming of de gegevens toereikend en ter zake dienend zijn, alsook beperkt tot wat noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij worden meegedeeld. In het geval de functionaris voor gegevensbescherming oordeelt dat de mededeling, gelet op onder meer de aard, de omvang, de context en de doeleinden van de mededeling, waarschijnlijk een hoog risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen wiens gegevens zouden worden meegedeeld, kan voorafgaand aan de mededeling het advies bij de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10/1, worden ingewonnen. |
| 21 | Als het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens beraadslaagt over de mededeling van persoonsgegevens, geldt een vrijstelling van de verplichting, in afwijking van paragraaf 1, om daarover met de bestemmeling van de persoonsgegevens een protocol op te stellen. | 21 | Als het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens beraadslaagt over de mededeling van persoonsgegevens, geldt een vrijstelling van de verplichting, in afwijking van paragraaf 1, om daarover met de bestemmeling van de persoonsgegevens een protocol op te stellen. |
| 22 | De beraadslaging van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens verplicht niet tot de mededeling van gegevens maar is bindend met betrekking tot de modaliteiten van de mededeling als tot mededeling wordt beslist. | 22 | De beraadslaging van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens verplicht niet tot de mededeling van gegevens maar is bindend met betrekking tot de modaliteiten van de mededeling als tot mededeling wordt beslist. |
| 23 | §1/2. Met verwerkingsverantwoordelijken uit dezelfde sector die met de uitvoering van dezelfde taken van algemeen belang zijn belast of met de uitvoe ring van dezelfde verplichtingen die op hen rusten, kunnen algemene protocol len over de elektronische mededeling van persoonsgegevens worden gesloten. | ||
| 24 | Een algemeen protocol wordt opgesteld na advies van de functionaris voor gegevensbescherming van de meedelende instantie. Een algemeen protocol bevat de punten, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, en de modaliteiten die door de ontvangende verwerkingsverantwoordelijken moeten worden nageleefd. Over het algemene protocol wordt voorafgaand het advies ingewonnen van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens, vermeld in artikel 9/1. | ||
| 25 | De verwerkingsverantwoordelijken van de instanties of organisaties van de betrokken sector kunnen aansluiten op een algemeen protocol na advies van hun functionaris voor gegevensbescherming en na een bevestiging door de verwerkingsverantwoordelijke van de naleving van de modaliteiten van het algemene protocol. | ||
| 26 | Dat advies en die bevestiging worden bezorgd aan de meedelende instantie. Die meedelende instantie maakt het algemene protocol en het overzicht van de aangesloten verwerkingsverwerkingsverantwoordelijken op haar website bekend. De aangesloten verwerkingsverantwoordelijken maken het algemene protocol bekend op hun website. | ||
| 27 | De meedelende instantie waarmee de verwerkingsverantwoordelijken van de betrokken sector een algemeen protocol willen sluiten, kan beslissen om | ||
| 28 | een voorafgaande algemene beraadslaging in te winnen van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens, vermeld in artikel 9/1, in plaats van een algemeen protocol te sluiten. | ||
| 23 | § 2. De mededeling van persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1 , vereist geen protocol indien het informatieveiligheidscomité, opgericht met toepassing van artikel 2 van de wet tot oprichting van het informatieveiligheidscomité en tot wijziging van diverse wetten betreffende de uitvoering van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG, bevoegd is om met betrekking tot die mededeling een beraadslaging te verlenen. | 29 | § 2. De mededeling van persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1 en 1/1, vereist geen protocol indien het informatieveiligheidscomité, opgericht met toepassing van artikel 2 van de wet tot oprichting van het informatieveiligheidscomité en tot wijziging van diverse wetten betreffende de uitvoering van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG, bevoegd is om met betrekking tot die mededeling een beraadslaging te verlenen. |
| 24 | § 3. Over de mededeling van persoonsgegevens binnen een instantie beslist de verwerkingsverantwoordelijke van die instantie zelf na voorafgaand advies van de functionaris voor gegevensbescherming van de betreffende instantie. De functionaris voor gegevensbescherming adviseert de verwerkingsverantwoordelijke welke soorten persoonsgegevens voor welke specifieke doeleinden kunnen worden meegedeeld tussen entiteiten binnen de betreffende instantie en op welke manier die mededeling gebeurt. Daartoe onderzoekt de functionaris voor gegevensbescherming of de gegevens toereikend en ter zake dienend zijn, alsook beperkt tot wat noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij worden meegedeeld. In het geval de functionaris voor gegevensbescherming oordeelt dat de mededeling, gelet op onder meer de aard, de omvang, de context en de doeleinden van de mededeling, waarschijnlijk een hoog risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen wiens gegevens zouden worden meegedeeld, kan voorafgaand aan de mededeling het advies bij de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10/1, worden ingewonnen. | 30 | § 3. Over de mededeling van persoonsgegevens binnen een instantie beslist de verwerkingsverantwoordelijke van die instantie zelf na voorafgaand advies van de functionaris voor gegevensbescherming van de betreffende instantie. De functionaris voor gegevensbescherming adviseert de verwerkingsverantwoordelijke welke soorten persoonsgegevens voor welke specifieke doeleinden kunnen worden meegedeeld tussen entiteiten binnen de betreffende instantie en op welke manier die mededeling gebeurt. Daartoe onderzoekt de functionaris voor gegevensbescherming of de gegevens toereikend en ter zake dienend zijn, alsook beperkt tot wat noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij worden meegedeeld. In het geval de functionaris voor gegevensbescherming oordeelt dat de mededeling, gelet op onder meer de aard, de omvang, de context en de doeleinden van de mededeling, waarschijnlijk een hoog risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen wiens gegevens zouden worden meegedeeld, kan voorafgaand aan de mededeling het advies bij het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens, vermeld in artikel 9/1, worden ingewonnen. |
| 1 | §1. Er wordt een Vlaams Comité voor de mededeling van persoonsgegevens opgericht dat samengesteld is uit leden die worden benoemd door de Vlaamse Regering. | ||
| 2 | §2. Het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens is samengesteld uit de volgende drie effectieve leden: | ||
| 3 | 1° een deskundige inzake de bescherming van persoonsgegevens en inzake de regelgeving ter zake en de organisatie van het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer in Vlaanderen; | ||
| 4 | 2° een deskundige inzake datatechnologieën; | ||
| 5 | 3° een deskundige inzake elektronisch identiteitsbeheer en informatieveiligheid. | ||
| 6 | De Vlaamse Regering wijst onder de leden de voorzitter aan. Voor elk effectief lid wordt onder dezelfde voorwaarden een plaatsvervangend lid aangewezen. | ||
| 7 | Bij iedere beraadslaging door het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens hebben de aanwezige leden samen de voormelde deskundigheid. | ||
| 8 | §3. Om tot effectief of plaatsvervangend lid van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens benoemd te kunnen worden en om benoemd te kunnen blijven, voldoen de kandidaten aan de volgende voorwaarden: | ||
| 9 | 1° Belg of onderdaan van de Europese Unie zijn; | ||
| 10 | 2° de burgerlijke en politieke rechten genieten; | ||
| 11 | 3° niet onder het hiërarchische of functionele gezag staan van een minister of staatssecretaris van de Federale Regering, de Vlaamse Regering of een andere gemeenschaps- of gewestregering; | ||
| 12 | 4° geen lid zijn van het Europees Parlement, het Federaal Parlement, het Vlaams Parlement of een andere gemeenschaps- of gewestraad; | ||
| 13 | 5° geen lid zijn van de Federale Regering, de Vlaamse Regering of een andere gemeenschaps- of gewestregering en evenmin een functie uitoefenen in een beleidscel of kabinet van een minister; | ||
| 14 | 6° geen lid zijn of personeelslid zijn van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens of een andere toezichthoudende autoriteit op het vlak van gegevensbescherming; | ||
| 15 | 7° geen lid zijn van de raad van bestuur van het Vlaams Datanutsbedrijf of een onderneming waarin het Vlaams Datanutsbedrijf een participatie heeft; | ||
| 16 | 8° geen vast of contractueel personeelslid zijn van het Vlaams Datanutsbedrijf of van een onderneming waarin het Vlaams Datanutsbedrijf een participatie heeft; | ||
| 17 | 9° geen functie of mandaat van vast of contractueel personeel van een dienstenintegrator hebben. | ||
| 18 | §4. De leden van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens worden voor een hernieuwbare termijn van zes jaar benoemd door de Vlaamse Regering. Ze kunnen van hun opdracht worden ontheven door de Vlaamse Regering. | ||
| 19 | Als het mandaat van een werkend of plaatsvervangend lid een einde neemt vóór de vastgestelde datum, wordt dat lid zo spoedig mogelijk vervangen. Het nieuwe lid voleindigt het mandaat van het voormalige lid dat het vervangt. | ||
| 20 | §5. Het mandaat van het lid van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens eindigt van rechtswege als hij definitief arbeidsongeschikt wordt verklaard. | ||
| 21 | De Vlaamse Regering beëindigt het mandaat van een lid van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens: | ||
| 22 | 1° op verzoek van het lid; | ||
| 23 | 2° als het lid niet langer aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 3, voldoet. | ||
| 24 | De Vlaamse Regering kan het mandaat van het lid van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens beëindigen: | ||
| 25 | 1° als het lid de leeftijd van 67 jaar bereikt; | ||
| 26 | 2° als het lid op ernstige wijze is tekortgeschoten in de uitoefening van zijn taak. |
| 1 | §1. Binnen de grenzen van hun bevoegdheden krijgen de leden van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens van niemand onder- richtingen. Ze kunnen niet van hun mandaat worden ontheven voor meningen die ze uiten of daden die ze stellen bij het vervullen van hun functie. | ||
| 2 | De leden van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens zijn onpartijdig en objectief en laten zich niet leiden door vooringenomenheid, in welke vorm dan ook. | ||
| 3 | §2. De leden van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens en hun medewerkers zijn gehouden tot een vertrouwelijkheidsverplichting met betrekking tot alles wat ze door hun functie hebben kunnen vernemen. Alle leden ondertekenen een verklaring over vertrouwelijkheid en belangenconflicten. Als in een dossier een belangenconflict bij een lid, dat voortkomt uit zijn activiteiten of functie, een onpartijdig oordeel onmogelijk maakt, mag dat lid niet deelnemen aan de besluit- vorming in dat dossier. Het lid brengt de voorzitter of, als hij zelf de voorzitter is, de plaatsvervangende voorzitter op de hoogte van het belangenconflict en de onthouding van deelname aan de besluitvorming. |
| 1 | Als de voorzitter verhinderd of afwezig is of niet kan deelnemen aan de besluitvorming wegens een belangenconflict, oefent een ander effectief lid met dezelfde deskundigheid zijn functie uit. | ||
| 2 | De plaatsvervangende leden vervangen de effectieve leden met dezelfde deskundigheid als ze verhinderd of afwezig zijn of in afwachting van hun vervanging. | ||
| 3 | Een plaatsvervangend lid kan alleen deelnemen aan een vergadering van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens als dat effectieve lid niet zelf aan die vergadering deelneemt. |
| 1 | De leden, met uitzondering van het lid dat het voorzitterschap uitoefent, hebben per vergadering van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens die ze bijwonen, recht op een presentiegeld van 175,89 euro per zitting. Het presentiegeld volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en met behoud van de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van ’s lands concurrentievermogen. Het presentiegeld tegen 100 procent wordt gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01. | ||
| 2 | Het lid dat het voorzitterschap van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens uitoefent, heeft per vergadering van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens die het bijwoont, recht op twee keer het presentiegeld, vermeld in het eerste lid. | ||
| 3 | De leden, met inbegrip van het lid dat het voorzitterschap uitoefent, hebben recht op de vergoedingen voor de reis- en verblijfkosten conform de bepalingen die gelden voor de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid. |
| 1 | Het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens is gevestigd en heeft zijn vergaderingen bij de entiteit, bevoegd voor de facilitering van de digitalisering bij de instanties, die de kantoren en de kantooruitrusting ter beschikking stelt die nodig zijn voor de werking en het voorzitterschap, alsook gespecialiseerd personeel, voor zover daar behoefte aan is, om de taken van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens tot een goed einde te brengen. De voorzitter van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens draagt in voorkomend geval de functionele verantwoordelijkheid over dat personeel voor de opdrachten die het voor het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens uitvoert. |
| 1 | De entiteit, bevoegd voor de facilitering van de digitalisering bij de instanties, stelt een juridisch en technisch advies op over elke aanvraag die betrekking heeft op de mededeling van persoonsgegevens, waarvan het van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens een afschrift ontvangt. |
| 1 | De werkingskosten van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens, met inbegrip van de vergoedingen en terugbetalingen van kosten die aan de voorzitter en de andere leden uitgekeerd zijn, voor zover die betrekking hebben op de uitvoering van zijn opdrachten, worden gedragen door de entiteit, bevoegd voor de facilitering van de digitalisering bij de instanties. |
| 1 | Het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens stelt zijn huishoudelijk reglement vast, dat onder meer de nadere regels bevat voor de indiening van aanvragen, het versturen van de aanvragen naar de entiteit, bevoegd voor de facilitering van de digitalisering bij de instanties, en het ontvangen van het technische en juridische advies van de entiteit, bevoegd voor de facilitering van de digitalisering bij de instanties. Het huishoudelijk reglement bepaalt dat bij een staking van stemmen de stem van de voorzitter doorslaggevend is. |
| 1 | Het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens is met het oog op de gegevensbescherming belast met de volgende taken wat betreft de gegevensmededelingen door instanties: | ||
| 2 | 1° het formuleren van de goede praktijken die het nuttig acht voor de mededeling van persoonsgegevens door instanties; | ||
| 3 | 2° het verlenen binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van een volledig ontvankelijk dossier van beraadslagingen voor de mededeling van persoonsgegevens; | ||
| 4 | 3° het verlenen binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van een volledig ontvankelijk dossier van algemene beraadslagingen aan een bepaalde categorie van begunstigden als verschillende publieke of private instanties met een taak van algemeen belang vergelijkbare structurele behoeften hebben met betrekking tot bepaalde gegevens, beheerd door instanties. Daarbij wordt het kader vastgesteld voor de mededeling en worden in het bijzonder de voorwaarden en de modaliteiten bepaald waaraan een aanvrager moet voldoen om bij de algemene beraadslaging te kunnen aansluiten; | ||
| 5 | 4° het bijhouden en publiceren van de beraadslagingen, vermeld in punt 2° en 3°, op de website van het Comité voor de mededeling van persoonsgegevens; | ||
| 6 | 5° het jaarlijks publiceren op de website van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens van een beknopt verslag over de vervulling van de opdrachten tijdens het afgelopen jaar met bijzondere aandacht voor de dossiers waarover niet tijdig beslist kon worden. | ||
| 7 | De Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens kan elke beraadslaging van het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens, ongeacht wanneer ze is verleend, toetsen aan de algemene verordening gegevensbescherming. Met behoud van haar andere bevoegdheden kan ze, als ze op een gemotiveerde wijze vaststelt dat een beraadslaging niet in overeenstemming is met de algemene verordening gegevensbescherming, het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens vragen om die beraadslaging op de punten die ze aangeeft, te heroverwegen. In voorkomend geval legt het Vlaamse Comité voor de mededeling van persoonsgegevens de gewijzigde beraadslaging ter advies voor aan de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens. Als die geen bijkomende opmerkingen formuleert, wordt de gewijzigde beraadslaging geacht definitief te zijn. |
| 3 | § 2. Binnen de perken van haar bevoegdheid is de Vlaamse toezichtcommissie volledig onafhankelijk en neutraal en kan de Vlaamse toezichtcommissie, noch haar leden, noch haar personeelsleden, instructies of bevelen van het Vlaams Parlement of van een andere publieke of particuliere entiteit noch op directe noch op indirecte wijze vragen of ontvangen, zoals bepaald in artikel 52, lid 2, van de algemene verordening gegevensbescherming. De Vlaamse toezichtcommissie oefent haar taken en bevoegdheden op onpartijdige, objectieve en transparante wijze uit. | 3 | § 2. Binnen de perken van haar bevoegdheid is de Vlaamse toezichtcommissie volledig onafhankelijk en neutraal en kan de Vlaamse toezichtcommissie, noch haar leden, noch haar personeelsleden, instructies of bevelen van het Vlaams Parlement of van een andere publieke of particuliere entiteit noch op directe noch op indirecte wijze vragen of ontvangen, zoals bepaald in artikel 52, lid 2, van de algemene verordening gegevensbescherming. De Vlaamse toezichtcommissie oefent haar taken en bevoegdheden op onpartijdige, objectieve en transparante wijze uit. |
| 4 | Het mandaat van de leden van de Vlaamse toezichtcommissie kan niet worden beëindigd wegens meningen of daden, gesteld in de normale uitoefeningen van zijn ambt. | 4 | Het mandaat van de leden van de Vlaamse toezichtcommissie kan niet worden beëindigd wegens meningen of daden, gesteld in de normale uitoefeningen van zijn ambt. |
| 5 | De leden van de Vlaamse toezichtcommissie en haar personeelsleden zijn niet burgerlijk aansprakelijk voor hun beslissingen, handelingen of gedragingen bij de uitoefening van de opdrachten van de Vlaamse toezichtcommissie, behalve in de gevallen die bij de wet bepaald zijn. | ||
| 5 | § 3. Het mandaat van het lid van de Vlaamse toezichtcommissie eindigt van rechtswege wanneer hij definitief arbeidsongeschikt wordt verklaard. | 6 | § 3. Het mandaat van het lid van de Vlaamse toezichtcommissie eindigt van rechtswege wanneer hij definitief arbeidsongeschikt wordt verklaard. |
| 6 | De Vlaamse Regering beëindigt het mandaat van het lid van de Vlaamse toezichtcommissie : | 7 | De Vlaamse Regering beëindigt het mandaat van het lid van de Vlaamse toezichtcommissie : |
| 5 | § 3. De personeelsleden van de Vlaamse toezichtcommissie staan onder de leiding en het gezag van de voorzitter van de Vlaamse toezichtcommissie. | 5 | § 3. De personeelsleden van de Vlaamse toezichtcommissie staan onder de leiding en het gezag van de voorzitter van de Vlaamse toezichtcommissie. |
| 6 | § 4. De personeelsleden van de Vlaamse toezichtcommissie zijn onderworpen aan de rechtspositieregeling die van toepassing is op de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse Regering. | 6 | § 4. De personeelsleden van de Vlaamse toezichtcommissie zijn onderworpen aan de rechtspositieregeling die van toepassing is op de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse Regering. |
| 7 | § 5. De plaatsvervangende voorzitter en de vaste of plaatsvervangende leden hebben recht op presentiegeld voor een bedrag van 294,55 euro (indexcijfer 1,67374). Dat bedrag is gekoppeld aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen . De voorzitter heeft recht op anderhalve maal het presentiegeld. Alle leden hebben recht op de vergoedingen voor reis- en verblijfskosten overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het personeel van de ministeries. | 7 | § 5. De plaatsvervangende voorzitter en de vaste of plaatsvervangende leden hebben recht op presentiegeld voor een bedrag van 175,89 euro per zitting. Het presentiegeld volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en met behoud van de toepassing van artikel 2 van het konink- lijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van ’s lands concurrentievermogen. Het presentiegeld tegen 100 procent wordt gekoppeld aan het spilindexcijfer 138,01. De voorzitter heeft recht op anderhalve maal het presentiegeld. Alle leden hebben recht op de vergoedingen voor reis- en verblijfskosten overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het personeel van de ministeries. |
| 8 | § 6. De Vlaamse toezichtcommissie is onderworpen aan de bepalingen zoals opgenomen in titel 3, met uitzondering van artikel 48 en 49, titel 4 en 6, van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof. | ||
| 8 | § 6. De Vlaamse toezichtcommissie is onderworpen aan de bepalingen zoals opgenomen in artikel 42, §1, tweede lid, 1°, 2° en 4°, artikel 43, artikel 60 tot en met 65, hoofdstuk 8, artikel 80, derde lid, en artikel 110 van het decreet van 29 maart 2019 houdende de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën. | ||
| 9 | De Vlaamse toezichtcommissie voegt bij haar jaarlijks begrotingsvoorstel een werkplan. | 9 | De Vlaamse toezichtcommissie voegt bij haar jaarlijks begrotingsvoorstel een werkplan. |
| 10 | § 7. Overeenkomstig artikel 59 van de algemene verordening gegevensbescherming wordt door de Vlaamse toezichtcommissie een activiteitenverslag opgesteld en bezorgd aan de Vlaamse Regering, de Europese Commissie, het Europees Comité voor gegevensbescherming en de federale Gegevensbeschermingsautoriteit. | 10 | § 7. Overeenkomstig artikel 59 van de algemene verordening gegevensbescherming wordt door de Vlaamse toezichtcommissie een activiteitenverslag opgesteld en bezorgd aan de Vlaamse Regering, de Europese Commissie, het Europees Comité voor gegevensbescherming en de federale Gegevensbeschermingsautoriteit. |
| 1 | § 1. De Vlaamse toezichtcommissie neemt de corrigerende maatregelen overeenkomstig artikel 58, lid 2, van de algemene verordening gegevensbescherming. Bij het overwegen van een corrigerende maatregel, houdt de Vlaamse toezichtcommissie rekening met het informatieveiligheidsbeleid en met de stand van de techniek, de uitvoeringskosten, alsook met de aard, de omvang, de context en de verwerkingsdoeleinden en de qua waarschijnlijkheid en ernst uiteenlopende risico's voor de rechten en vrijheden van personen. | 1 | § 1. De Vlaamse toezichtcommissie neemt de corrigerende maatregelen overeenkomstig artikel 58, lid 2, van de algemene verordening gegevensbescherming. Bij het overwegen van een corrigerende maatregel, houdt de Vlaamse toezichtcommissie rekening met het informatieveiligheidsbeleid en met de stand van de techniek, de uitvoeringskosten, alsook met de aard, de omvang, de context en de verwerkingsdoeleinden en de qua waarschijnlijkheid en ernst uiteenlopende risico's voor de rechten en vrijheden van personen. |
| 2 | Indien de Vlaamse toezichtcommissie van oordeel is dat er voldoende elementen zijn om een van die corrigerende maatregelen op te leggen, brengt ze de betreffende instantie daarvan op de hoogte en nodigt ze haar in voorkomend geval uit om binnen een termijn van tien werkdagen schriftelijk haar recht van verdediging uit te oefenen. | 2 | Indien de Vlaamse toezichtcommissie van oordeel is dat er voldoende elementen zijn om een van die corrigerende maatregelen op te leggen, brengt ze de betreffende instantie daarvan op de hoogte en nodigt ze haar in voorkomend geval uit om binnen een termijn van tien werkdagen schriftelijk haar recht van verdediging uit te oefenen. |
| 3 | Indien de Vlaamse toezichtcommissie, na kennisname van het tijdig bezorgde schriftelijk verweer, nog steeds van oordeel is dat de persoonlijke levenssfeer wordt geschonden, legt ze de gepaste corrigerende maatregel op. | 3 | Indien de Vlaamse toezichtcommissie, na kennisname van het tijdig bezorgde schriftelijk verweer, nog steeds van oordeel is dat de bepalingen van de algemene verordening gegevensbescherming worden geschonden, legt ze de gepaste corrigerende maatregel op. |
| 4 | Een voorafgaande uitnodiging om het recht van verdediging uit te oefenen, is niet vereist wanneer dat de voorgenomen maatregel ondoelmatig zou maken of indien iedere verdere vertraging of ieder verder uitstel in ernstige mate de bescherming van de persoonlijke levenssfeer schendt. | 4 | Een voorafgaande uitnodiging om het recht van verdediging uit te oefenen, is niet vereist wanneer dat de voorgenomen maatregel ondoelmatig zou maken of indien iedere verdere vertraging of ieder verder uitstel in ernstige mate de rechten van de betrokkene op het vlak van gegevensbescherming schendt. |
| 5 | § 2. De Vlaamse toezichtcommissie kan geen administratieve geldboete overeenkomstig artikel 83, lid 1 en 2, van de algemene verordening gegevensbescherming opleggen voor de inbreuken, vermeld in artikel 83, lid 4, 5 en 6, van de algemene verordening gegevensbescherming. | 5 | § 2. De Vlaamse toezichtcommissie kan geen administratieve geldboete overeenkomstig artikel 83, lid 1 en 2, van de algemene verordening gegevensbescherming opleggen voor de inbreuken, vermeld in artikel 83, lid 4, 5 en 6, van de algemene verordening gegevensbescherming. |
| 6 | § 3. De Vlaamse toezichtcommissie is bevoegd inbreuken op de algemene verordening gegevensbescherming ter kennis te brengen van de gerechtelijke autoriteiten en, waar passend, daartegen een rechtsvordering in te stellen of anderszins in rechte op te treden teneinde de bepalingen van de algemene verordening gegevensbescherming te doen naleven. | 6 | § 3. De Vlaamse toezichtcommissie is bevoegd inbreuken op de algemene verordening gegevensbescherming ter kennis te brengen van de gerechtelijke autoriteiten en, waar passend, daartegen een rechtsvordering in te stellen of anderszins in rechte op te treden teneinde de bepalingen van de algemene verordening gegevensbescherming te doen naleven. |
| 1 | In dit decreet wordt verstaan onder : | 1 | In dit decreet wordt verstaan onder : |
| 2 | 1° authentieke gegevensbron : een authentieke gegevensbron als vermeld in artikel III.66, § 1, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018; | ||
| 2 | 1° authentieke gegevensbron: een gegevensbron waarvan de opslag van de gegevens functioneel is opgedeeld overeenkomstig artikel 6/1; | ||
| 3 | 2° de Vlaamse toezichtcommissie : de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer; | 3 | 2° de Vlaamse toezichtcommissie : de Vlaamse toezichtcommissie, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer; |
| 4 | 3° dienstenintegrator : een instantie die bij of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie belast is, binnen een bepaald overheidsniveau of in een bepaalde sector, met een taak van algemeen belang, en meer bepaald met de organisatie van elektronische gegevensuitwisseling over instanties heen en met de geintegreerde ontsluiting van gegevens; | 4 | 3° dienstenintegrator : een instantie die bij of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie belast is, binnen een bepaald overheidsniveau of in een bepaalde sector, met een taak van algemeen belang, en meer bepaald met de organisatie van elektronische gegevensuitwisseling over instanties heen en met de geintegreerde ontsluiting van gegevens; |
| 6 | 5° het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 betreffende de veiligheidsconsulenten : het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 betreffende de veiligheidsconsulenten, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 juli 2008; | 6 | 5° het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 betreffende de veiligheidsconsulenten : het besluit van de Vlaamse Regering van 15 mei 2009 betreffende de veiligheidsconsulenten, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 juli 2008; |
| 7 | 6° instanties : de instanties van de Vlaamse overheid, vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, de instanties van de lokale overheden, vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, de instellingen met een publieke taak, vermeld in artikel I.3, 6°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 en de milieu-instanties, vermeld in artikel I.3, 7°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018; | 7 | 6° instanties : de instanties van de Vlaamse overheid, vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, de instanties van de lokale overheden, vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, de instellingen met een publieke taak, vermeld in artikel I.3, 6°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 en de milieu-instanties, vermeld in artikel I.3, 7°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018; |
| 8 | 7° ... | ||
| 9 | 8° ... | ||
| 8 | 7° gegevens: alle gegevens die nodig zijn voor de toepassing van de Vlaamse wet- en regelgeving; | ||
| 9 | 8° persoonsgegevens: persoonsgegevens als vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming; | ||
| 10 | 8°/1 netwerk van de VDI: het geheel van de authentieke gegevensbronnendie beschikbaar zijn via de VDI; | ||
| 10 | 9° VDI : de Vlaamse dienstenintegrator; | 11 | 9° VDI : de Vlaamse dienstenintegrator; |
| 11 | 10° stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid: het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in artikel III.74. van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. | 12 | 10° stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid: het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, vermeld in artikel III.74. van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. |
| 16 | 11° de Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen, afgekort VKBO, beheren. De VKBO is een gegevensbron waarin identificatiegegevens van ondernemingen uit de Kruispuntbank van Ondernemingen worden opgeslagen en verrijkt met ondernemingsgegevens uit verschillende gegevensbronnen, beheerd door andere instanties en externe overheden. De gegevens, opgeslagen in de VKBO, worden ter beschikking gesteld aan instanties en externe overheden om de opdrachten uit te voeren die hun door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie zijn toegewezen, of om de taken van algemeen belang te vervullen die door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie aan hen zijn toevertrouwd. De VKBO is complementair aan de Kruispuntbank van Ondernemingen. De VKBO bezorgt systematisch aan de Kruispuntbank van Ondernemingen en de respectieve gegevensbronnen alle ontvangen meldingen over onnauwkeurige, onvolledige of onjuiste gegevens; | 16 | 11° de Verrijkte Kruispuntbank van Ondernemingen, afgekort VKBO, beheren. De VKBO is een gegevensbron waarin identificatiegegevens van ondernemingen uit de Kruispuntbank van Ondernemingen worden opgeslagen en verrijkt met ondernemingsgegevens uit verschillende gegevensbronnen, beheerd door andere instanties en externe overheden. De gegevens, opgeslagen in de VKBO, worden ter beschikking gesteld aan instanties en externe overheden om de opdrachten uit te voeren die hun door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie zijn toegewezen, of om de taken van algemeen belang te vervullen die door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie aan hen zijn toevertrouwd. De VKBO is complementair aan de Kruispuntbank van Ondernemingen. De VKBO bezorgt systematisch aan de Kruispuntbank van Ondernemingen en de respectieve gegevensbronnen alle ontvangen meldingen over onnauwkeurige, onvolledige of onjuiste gegevens; |
| 17 | 12° indien nodig, alfanumerieke gegevens verzamelen en elektronisch opslaan, beheren en verwerken om ter beschikking te stellen aan de instanties en externe overheden die de gegevens nodig hebben om onderzoeken en opdrachten uit te voeren die hun door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie zijn toegewezen, of om de taken van algemeen belang te vervullen die door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie aan hen zijn toevertrouwd; | 17 | 12° indien nodig, alfanumerieke gegevens verzamelen en elektronisch opslaan, beheren en verwerken om ter beschikking te stellen aan de instanties en externe overheden die de gegevens nodig hebben om onderzoeken en opdrachten uit te voeren die hun door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie zijn toegewezen, of om de taken van algemeen belang te vervullen die door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie aan hen zijn toevertrouwd; |
| 18 | 13° samenwerking met andere dienstenintegratoren organiseren; | ||
| 18 | 13° samenwerking met andere dienstenintegratoren organiseren; Daarbij kan voor het opnemen van de verbintenissen die in het kader van die samenwerking nodig zijn een beroep worden gedaan op de diverse opdrachten waarmee de VDI ingevolge artikel 4 al is belast. | ||
| 19 | 14° gegevens inzamelen, samenvoegen, coderen of anonimiseren en ter beschikking stellen, als intermediaire organisatie als vermeld in het koninklijk besluit van 13 februari 2001 ter uitvoering van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. De VDI mag de persoonsgegevens die verwerkt worden in het kader van deze opdracht, alleen bijhouden zolang dat noodzakelijk is om ze te coderen of te anonimiseren. De VDI mag evenwel het verband tussen het reele identificatienummer van een persoon en het aan hem toegekend gecodeerd identificatienummer bijhouden als de bestemmeling van de gecodeerde persoonsgegevens daarom verzoekt op een gemotiveerde wijze, met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd; | 19 | 14° gegevens inzamelen, samenvoegen, coderen of anonimiseren en ter beschikking stellen als verwerker als vermeld in artikel 4, 8), van de algemene verordening gegevensbescherming. De VDI mag de persoonsgegevens die verwerkt worden in het kader van deze opdracht, alleen bijhouden zolang dat noodzakelijk is om ze te coderen of te anonimiseren. De VDI mag evenwel het verband tussen het reele identificatienummer van een persoon en het aan hem toegekend gecodeerd identificatienummer bijhouden als de bestemmeling van de gecodeerde persoonsgegevens daarom verzoekt op een gemotiveerde wijze, met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd; |
| 20 | 15° de naleving van de visie, de strategic, de functionele en technische normen, standaarden en specificaties, de basisarchitectuur, alsook het gebruik van het gegevensuitwisselingsplatform voor de veilige elektronische gegevensuitwisseling en de basisdiensten en de verwezenlijking van de programma's en de projecten door zoveel mogelijk instanties bevorderen. | 20 | 15° de naleving van de visie, de strategic, de functionele en technische normen, standaarden en specificaties, de basisarchitectuur, alsook het gebruik van het gegevensuitwisselingsplatform voor de veilige elektronische gegevensuitwisseling en de basisdiensten en de verwezenlijking van de programma's en de projecten door zoveel mogelijk instanties bevorderen. |
| 21 | 16° platformen ontwikkelen en beheren en diensten verlenen om metagegevens van overheidsinstanties geïntegreerd te delen en te raadplegen. | ||
| 1 | §1. De VDI deelt, na advies van het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, de opslag van de gegevens functioneel op onder de instanties. De instanties zijn in dat geval beheerder van de betreffende authentieke gegevensbron. De instanties die authentieke gegevensbronnen beheren, zijn verantwoordelijk voor de instandhouding, de terbeschikkingstelling, de veiligheid, de toegang en het gebruik van de authentieke gegevensbron en van de gegevens van de authentieke gegevensbron in kwestie. Ze kunnen daarvoor zelf of via gegevensinitiatoren als vermeld in paragraaf 2 gegevens bij de burger opvragen. | ||
| 2 | §2. De Vlaamse Regering kan de modaliteiten voor samenwerking tussen gegevensinitiatoren en de overheidsinstanties die authentieke gegevensbronnen beheren nader bepalen en daarbij verplichtingen opleggen. | ||
| 3 | Onder gegevensinitiator wordt verstaan een instantie die exclusieve eindverantwoordelijkheid heeft voor het bijhouden van de levensloop of een of meer eigenschappen van een object. | ||
| 4 | §3. Als de VDI afwijkt van het advies van het stuurorgaan, vermeld in paragraaf 1, verantwoordt de VDI dat schriftelijk aan het stuurorgaan. Op vraag van een instantie wordt het dossier ter beslissing aan de Vlaamse Regering voorgelegd. De beslissing van de VDI wordt dan opgeschort tot de Vlaamse Regering heeft beslist. | ||
| 5 | §4. Er moeten voldoende garanties zijn op het vlak van de kwaliteit van de gegevens en de bruikbaarheid, het adequate beheer, de veiligheid, de financiering en de interoperabiliteit van de gegevensbron opdat de opslag van de gegevens functioneel kan worden opgedeeld en de gegevensbron aldus een authentieke gegevensbron wordt. De Vlaamse Regering kan de voormelde garanties nader specificeren en bijkomende voorwaarden bepalen voor geografische gegevensbronnen. De VDI bepaalt, na advies van het voormelde stuurorgaan, in welke mate de gegevensbron in kwestie aan de voormelde garanties moet voldoen. De Vlaamse Regering kan bepalen welke taken de beheersinstanties moeten vervullen opdat de voormelde garanties effectief worden gerealiseerd. | ||
| 6 | §5. De gegevensbronnen die al zijn erkend als authentieke gegevensbronnen overeenkomstig artikel III.66, §1, van het Bestuursdecreet, worden gelijkgesteld met gegevensbronnen waarvan de opslag van de gegevens functioneel is opgedeeld overeenkomstig paragraaf 1. | ||
| 7 | §6. De VDI bepaalt welke gegevens van gegevensbronnen die een externe overheid beheert, via de VDI beschikbaar zijn en ook gegevens van het netwerk van de VDI zijn. De Vlaamse Regering kan met de externe overheden de nodige akkoorden sluiten zodat de gegevens die opgenomen zijn in de gegevensbronnen die een externe overheid beheert, via de VDI kunnen worden geraadpleegd. | ||
| 8 | De gegevens van gegevensbronnen beheerd door een externe overheid, die al overeenkomstig artikel III.68, tweede lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, gewijzigd bij het decreet van 2 juli 2021, moeten worden geraadpleegd, worden beschouwd als gegevens van het netwerk van de VDI. | ||
| 9 | §7. Gegevens van het netwerk van de VDI worden meegedeeld door of aan instanties met tussenkomst van de VDI, behalve als het gaat om een mededeling respectievelijk aan of door de personen op wie de gegevens betrekking hebben, hun wettelijke vertegenwoordigers, alsook degenen die door hen uitdrukkelijk zijn gemachtigd om de gegevens te verwerken. In deze paragraaf wordt verstaan onder personen: natuurlijke personen, ondernemingen en verenigingen, al dan niet met rechtspersoonlijkheid. | ||
| 10 | De VDI kan, na advies van het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, voorzien in een vrijstelling van de tussenkomst van de VDI, als die tussenkomst geen toegevoegde waarde biedt. Als de VDI afwijkt van het advies van het voormelde stuurorgaan, verantwoordt de VDI dat schriftelijk aan het stuurorgaan. Op vraag van een instantie wordt het dossier ter beslissing aan de Vlaamse Regering voorgelegd. De beslissing van de VDI wordt dan opgeschort tot de Vlaamse Regering heeft beslist. | ||
| 11 | De instanties zijn vrijgesteld van de verplichting om een beroep te doen op de VDI als het gegevens betreft waarvan de opslag hun is toevertrouwd. |
| 1 | § 1. De instanties delen aan de VDI langs elektronische weg alle elektronisch beschikbare gegevens mee die hij nodig heeft om zijn opdracht als dienstenintegrator uit te voeren. | 1 | § 1. De instanties delen aan de VDI langs elektronische weg alle elektronisch beschikbare gegevens mee die hij nodig heeft om zijn opdracht als dienstenintegrator uit te voeren. |
| 2 | § 2. De VDI deelt aan de instanties, externe overheden en de andere dienstenintegratoren langs elektronische weg alle elektronisch beschikbare gegevens mee die deze nodig hebben om hun opdrachten uit te voeren. | 2 | § 2. De VDI deelt aan de instanties, externe overheden en de andere dienstenintegratoren langs elektronische weg alle elektronisch beschikbare gegevens mee die deze nodig hebben om hun opdrachten uit te voeren. |
| 3 | § 3. Elke elektronische mededeling van persoonsgegevens door of aan de VDI gebeurt met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd. | ||
| 4 | § 4. Een elektronische mededeling van persoonsgegevens gebeurt met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd. | 3 | §3. Persoonsgegevens worden meegedeeld via de VDI met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze in voorkomend geval op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd. |
| 1 | §1. De instanties winnen de gegevens in die ze nodig hebben voor de uitvoering van de taken van algemeen belang waarmee ze zijn belast, of voor de uitvoering van de verplichtingen die op hen rusten, via de VDI, bij de authentieke gegevensbronnen in het netwerk van de VDI. De instanties beschikken over een termijn van twee jaar om aan die verplichting te voldoen. Die termijn gaat in zodra de betreffende authentieke gegevensbron in het netwerk van de VDI beschikbaar is. | ||
| 2 | De instanties doen in voorkomend geval een beroep op de VDI als ze de juistheid nagaan van de gegevens die in het netwerk van de VDI beschikbaar zijn. | ||
| 3 | De instanties zamelen de gegevens waarover ze beschikken ter uitvoering van het eerste lid niet meer in bij de betrokkene, zijn lasthebber of zijn wettelijke vertegenwoordiger. | ||
| 4 | §2. Zodra de betrokkene, zijn lasthebber of zijn wettelijke vertegenwoordiger vaststelt dat een instantie over onvolledige of onjuiste gegevens beschikt, meldt hij de nodige verbeteringen of aanvullingen onmiddellijk aan de betrokken instantie. |
| 1 | §1. De VDI ontwikkelt, in overleg met de instanties waaraan het beheer van gegevens functioneel is toebedeeld en na advies van het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, de technische middelen om de gegevens te ontsluiten naar de instanties en overheden die ze nodig hebben om hun diensten aan de burgers te verlenen. | ||
| 2 | §2. Als dat nodig is, kan de VDI, op voorstel van het stuurorgaan Vlaams Informatie- en ICT-beleid, tijdelijk een kopie maken van de gegevens die worden beheerd door de instantie waaraan de opslag functioneel is toebedeeld, met louter als bedoeling de latere terbeschikkingstelling van die gegevens efficiënter te doen verlopen en daardoor die gegevens efficiënter en sneller ter beschikking te stellen van de instanties die ze nodig hebben om hun diensten te verlenen, op voorwaarde dat de VDI: | ||
| 3 | 1° de gegevens niet wijzigt; | ||
| 4 | 2° de gegevens bijwerkt conform de regels die bepaald zijn in overleg met de betrokken instanties en externe overheden; | ||
| 5 | 3° onmiddellijk de opgeslagen gegevens verwijdert of de toegang ertoe onmogelijk maakt, zodra de VDI er daadwerkelijk van op de hoogte is dat de gegevens verwijderd zijn van de plaats waar ze zich oorspronkelijk bevonden, dat de toegang tot die gegevens onmogelijk is gemaakt, of zodra een administratieve of gerechtelijke autoriteit heeft bevolen de gegevens te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken. | ||
| 6 | De VDI evalueert op regelmatige basis de noodzaak van de kopie in overleg met de betrokken instanties en het stuurorgaan. |
| 1 | Als de gegevens die nodig zijn om een aanvullend recht toe te kennen aan natuurlijke personen, in het netwerk van de VDI beschikbaar zijn, zijn de toekennende instanties verplicht ze uitsluitend bij de VDI op te vragen. | ||
| 2 | Onder aanvullend recht wordt verstaan: een recht op een voordeel dat verstrekt is door een instantie, dat voor een natuurlijke persoon of zijn rechthebbenden geldt ingevolge een decretale of reglementaire bepaling als gevolg van het statuut van die natuurlijke persoon inzake sociale zekerheid. |
| 4 | § 2. Elke persoon heeft het recht om te weten welke instanties en externe overheden, gedurende de laatste zes maanden persoonsgegevens over hem via de VDI hebben geraadpleegd of bijgewerkt, met uitzondering van de bestuurlijke en gerechtelijke instanties die belast zijn met de opsporing en bestraffmg van misdrijven, van de Veiligheid van de Staat en de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid van de Krijgsmacht, alsook met behoud van de mogelijkheid van de instanties en de externe overheden om met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de algemene verordening gegevensbescherming de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon overeenkomstig de specifieke decretale bepalingen ter uitvoering van de voormelde verordeningsbepaling. | 4 | § 2. Elke persoon heeft het recht om te weten welke instanties en externe overheden, gedurende de laatste zes maanden persoonsgegevens over hem via de VDI hebben geraadpleegd of bijgewerkt, met uitzondering van de bestuurlijke en gerechtelijke instanties die belast zijn met de opsporing en bestraffmg van misdrijven, van de Veiligheid van de Staat en de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid van de Krijgsmacht, alsook met behoud van de mogelijkheid van de instanties en de externe overheden om met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de algemene verordening gegevensbescherming de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon overeenkomstig de specifieke decretale bepalingen ter uitvoering van de voormelde verordeningsbepaling. |
| 5 | De VDI voorziet daartoe in de gepaste middelen overeenkomstig de voorwaarden en regels, geadviseerd door de Vlaamse toezichtcommissie. | 5 | De VDI voorziet daartoe in de gepaste middelen overeenkomstig de voorwaarden en regels, geadviseerd door de Vlaamse toezichtcommissie. |
| 6 | § 3. Als dat nodig is kan de VDI, in overleg met de betrokken instanties en externe overheden, een kopie maken van de gegevens die hij als tussenpersoon verwerkt, met de loutere bedoeling de latere terbeschikkingstelling van die gegevens efficiënter te doen verlopen, op voorwaarde dat de VDI : | 6 | § 3. Als dat nodig is kan de VDI, in overleg met de betrokken instanties en externe overheden, tijdelijk een kopie maken van de gegevens die hij als tussenpersoon verwerkt, met de loutere bedoeling de latere terbeschikkingstelling van die gegevens efficiënter te doen verlopen, op voorwaarde dat de VDI : |
| 7 | 1° de gegevens niet wijzigt; | 7 | 1° de gegevens niet wijzigt; |
| 8 | 2° de gegevens bijwerkt conform de regels die bepaald zijn in overleg met de betrokken instanties en externe overheden; | 8 | 2° de gegevens bijwerkt conform de regels die bepaald zijn in overleg met de betrokken instanties en externe overheden; |
| 9 | 3° onmiddellijk de opgeslagen gegevens verwijdert of de toegang ertoe onmogelijk maakt, zodra de VDI er daadwerkelijk kennis van heeft dat de gegevens verwijderd zijn van de plaats waar ze zich oorspronkelijk bevonden, dat de toegang tot die gegevens onmogelijk werd gemaakt, of zodra een administratieve of gerechtelijke autoriteit heeft bevolen de gegevens te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken. | 9 | 3° onmiddellijk de opgeslagen gegevens verwijdert of de toegang ertoe onmogelijk maakt, zodra de VDI er daadwerkelijk kennis van heeft dat de gegevens verwijderd zijn van de plaats waar ze zich oorspronkelijk bevonden, dat de toegang tot die gegevens onmogelijk werd gemaakt, of zodra een administratieve of gerechtelijke autoriteit heeft bevolen de gegevens te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken. |
| 10 | De VDI evalueert op regelmatige basis de noodzaak van de kopie in overleg met de betrokken instanties en externe overheden. | ||
| 10 | § 4. De VDI kan voor het informeren van burgers over gegevens die op henzelf betrekking hebben, als dat nodig is, bij de instanties en externe overheden de nodige persoonsgegevens verzamelen en die gedurende een bepaalde periode opslaan, en alleen om ze mee te delen aan de burger. | 11 | § 4. De VDI kan voor het informeren van burgers over gegevens die op henzelf betrekking hebben, als dat nodig is, bij de instanties en externe overheden de nodige persoonsgegevens verzamelen en die gedurende een bepaalde periode opslaan, en alleen om ze mee te delen aan de burger. |
| 1 | Om het de instanties mogelijk te maken het hoofd te bieden aan de gevolgen van een noodsituatie, andere dan oorlogstijd als vermeld in artikel 18, kan de Vlaamse Regering, na advies van de Vlaamse toezichtcommissie, binnen een termijn van vijf werkdagen de VDI ermee belasten de nodige persoonsgegevens te verzamelen en op te slaan om ze ter beschikking te stellen van de instanties die ze nodig hebben voor de toekenning van een voordeel aan een burger, vermeld in artikel I.4, 7°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. De Vlaamse Regering bepaalt die bevoegdheid en de verwerkingen van de betreffende persoonsgegevens nader. De bevoegdheid is altijd beperkt tot de periode van de betreffende noodsituatie. | ||
| 2 | De besluiten die krachtens dit artikel worden vastgesteld, worden geacht nooit gevolg te hebben gehad als ze niet bij decreet zijn bekrachtigd zes maanden na de datum van de inwerkingtreding ervan. De bekrachtiging werkt terug tot die laatste datum. |