§ flandrepo

Decreet Scheepvaartdecreet

Vlaamse Regering #1007 Staatsblad 6 mei 2022 NUMAC 2022031332
22 artikels gewijzigd
+0 −0 decreet-1990-12-21/art. 80 opgeheven
+0 −0 decreet-1990-12-21/art. 81 opgeheven
+0 −0 decreet-1990-12-21/art. 82 opgeheven
+0 −20 decreet-1990-12-21/art. 83 opgeheven
1§ 1. Het bedrag verschuldigd voor het bekomen van een vergunning van een watervang, wordt bepaald door het totale volume water dat door middel van pompen, hevels of andere goedgekeurde installaties uit de waterweg gecapteerd wordt. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels.
2§ 2. Het bedrag verschuldigd voor het capteren van water wordt vastgesteld als volgt :
3water afname in m3/jaar : EUR/m3
41. voor de schijf van minder dan 1.000.000 m3 :
50,043381
62. voor de schijf van 1.000.000 tot 9.999.999 m3 :
70,025161
83. voor de schijf van 10.000.000 tot 99.999.999 m3 :
90,013283
104. voor de schijf boven 99.999.999 m3 : 0,002624
11De captatie van minder dan 500 m3 per jaar is gratis.
12§ 3. ...
13§ 4. Aan de vergunninghouders die het gecapteerde water na gebruik terugstorten in de waterweg waar het gecapteerd werd kan een vermindering van het verschuldigde bedrag worden toegekend in functie van het volume dat effectief teruggestort wordt.
14Het verschuldigde bedrag is in dit geval gelijk aan het bedrag conform § 2, vermenigvuldigd met een correctiefactor gelijk aan:
151 - T/2,
16waarin T= de verhouding tussen het volume teruggestort water en het totaal volume gecapteerd water.
17Het bewijs van de hoeveelheid teruggestort gecapteerd water dient geleverd te worden door de vergunninghouder conform artikel 85, § 2.
18De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels.
19§ 5. Onverminderd de bepalingen van § 2 en 4 wordt het minimum verschuldigd bedrag vastgesteld op 125 EUR per jaar.
20§ 6. Voor het aftappen van water door de vergunninghouders die onder de toepassing van de wet van 20 juni 1855 inzake de irrigaties in de Kempen vallen, wordt het verschuldigde bedrag vastgesteld op 5000 frank per jaar.
+0 −4 decreet-1990-12-21/art. 84 opgeheven
1De in artikel 83, § 2, vermelde bedragen zijn gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van consumptieprijzen en worden berekend aan de hand van de volgende formule :
2verschuldigd bedrag x nieuw indexcijfer/basisindexcijfer
3Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de heffing slaat.
4Het basisindexcijfer is het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand december 1990.
+0 −0 decreet-1990-12-21/art. 85 opgeheven
+0 −10 decreet-1990-12-21/art. 86 opgeheven
1§ 1. De beheerder van de waterweg is belast met de inning en de invordering van de verschuldigde bedragen en met de controle op de naleving van de verplichtingen inzake de watervang.
2§ 2. De vergunninghouder is verplicht aan de ambtenaren belast met de controle op de naleving van de verplichtingen inzake de watervang, alsmede aan de in artikel 87 bedoelde ambtenaren en deskundigen, toegang te verschaffen tot de debietmetingssystemen bedoeld in artikel 85.
3§ 3. De vergunninghouder moet jaarlijks en binnen de dertig dagen na ontvangst van de rekening het te betalen bedrag storten op het rekeningnummer van de beheerder van de waterweg.
4§ 4. De wettelijke verwijlintrest is van rechtswege verschuldigd wanneer het verschuldigde bedrag niet werd betaald binnen de termijn van twee maanden na de verzending van de rekening.
5§ 5. Voor iedere overtreding van de verplichtingen van de vergunninghouder wordt een administratieve geldboete opgelegd gelijk aan het dubbel van de ontdoken of niet betaalde bedragen. De vordering tot voldoening van de verschuldigde bedragen, van de intresten en van de administratieve geldboete verjaart door verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop zij is ontstaan.
6§ 6. Bij niet betaling van het verschuldigd bedrag vermeerderd met de opgelegde geldboete wordt de vergunning voor een watervang binnen de twee maanden na ingebrekestelling bij ter post aangetekende brief ingetrokken. De indiening van een beroep overeenkomstig § 7 schorst evenwel de uitvoering hiervan.
7§ 7. Binnen een termijn van dertig dagen na de datum van de verzending van de rekening, kan de vergunninghouder per aangetekend schrijven beroep doen instellen bij de door de Vlaamse regering aangewezen Vlaamse minister die uitspraak doet binnen drie maanden vanaf de datum van verzending van dit beroepschrift. Bij met redenen omkleed aangetekend schrijven, gericht aan de vergunninghouder, kan de door de Vlaamse regering aangewezen Vlaamse minister deze termijn eenmalig verlengen met een periode van drie maanden.
8Bij gebrek aan een uitspraak van de door de Vlaamse regering aangewezen Vlaamse minister binnen de in het eerste lid gestelde termijn, wordt het beroep van de vergunningsplichtige als ingewilligd beschouwd.
9De door de Vlaamse regering aangewezen Vlaamse minister beslist over de gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de administratieve geldboete.
10§ 8. De Vlaamse regering regelt de uitvoering van dit artikel. Zij bepaalt de vergoeding die aan de in § 1 van dit artikel genoemde beheerders toekomt, onverminderd de bevoegdheid terzake van het Agentschap De Scheepvaart en het Agentschap Waterwegen en Zeekanaal om die inningen en vorderingen in de door hen beheerde kanalen en waterwegen voor eigen rekening uit te voeren.
+0 −0 decreet-1990-12-21/art. 87 opgeheven
+2 −5 decreet-1999-03-02/art. 14bis
4§ 2. Een voorstel van de verordening als vermeld in paragraaf 1, wordt door het havenbedrijf aan de Vlaamse Regering bezorgd.4§ 2. Een voorstel van de verordening als vermeld in paragraaf 1, wordt door het havenbedrijf aan de Vlaamse Regering bezorgd.
5De Vlaamse Regering stelt de verordening vast na voorafgaand advies van elke gemeente op het grondgebied waarvan de gemeentewegen liggen waarop de verordening betrekking heeft, en van de Maatschappij voor het Haven-, Grond- en Industrialiseringsbeleid op de Linkerscheldeoever als de wegen waarop de verordening betrekking heeft, liggen binnen het Linkerscheldeoevergebied, vermeld in artikel 1 van de wet van 19 juni 1978 betreffende het beheer van het Linkerscheldeoevergebied ter hoogte van Antwerpen en houdende maatregelen voor het beheer en de exploitatie van de haven van Antwerpen, die een met redenen omkleed advies uitbrengen binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van het voorstel van de verordening. Als ze niet tijdig advies uitbrengen, beslist de Vlaamse Regering zonder dat advies. De uitgebrachte adviezen zijn niet bindend.5De Vlaamse Regering stelt de verordening vast na voorafgaand advies van elke gemeente op het grondgebied waarvan de gemeentewegen liggen waarop de verordening betrekking heeft, en van de Maatschappij voor het Haven-, Grond- en Industrialiseringsbeleid op de Linkerscheldeoever als de wegen waarop de verordening betrekking heeft, liggen binnen het Linkerscheldeoevergebied, vermeld in artikel 1 van de wet van 19 juni 1978 betreffende het beheer van het Linkerscheldeoevergebied ter hoogte van Antwerpen en houdende maatregelen voor het beheer en de exploitatie van de haven van Antwerpen, die een met redenen omkleed advies uitbrengen binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van het voorstel van de verordening. Als ze niet tijdig advies uitbrengen, beslist de Vlaamse Regering zonder dat advies. De uitgebrachte adviezen zijn niet bindend.
6Het besluit van de Vlaamse Regering houdende goedkeuring of weigering van de havenverkeersverordeningen wordt genomen binnen 180 dagen na ontvangst van het voorstel van het havenbedrijf.
6§ 3. De havenbedrijven nemen de nodige maatregelen om te garanderen dat de weggebruikers op de hoogte worden gebracht van het bestaan van de verordening, vermeld in paragraaf 1.7§ 3. De havenbedrijven nemen de nodige maatregelen om te garanderen dat de weggebruikers op de hoogte worden gebracht van het bestaan van de verordening, vermeld in paragraaf 1.
7De bijzondere verkeersregels van de verordening gelden vanaf de plaats waar een aanwijzingsbord met als opschrift "Havengebied" is aangebracht. Het einde van het gebied waarin de bijzondere verkeersregels van de verordening gelden, wordt aangeduid met een aanwijzingsbord voorzien van een rode diagonale streep met als opschrift "Havengebied".8De bijzondere verkeersregels van de verordening gelden vanaf de plaats waar een aanwijzingsbord met als opschrift "Havengebied" is aangebracht. Het einde van het gebied waarin de bijzondere verkeersregels van de verordening gelden, wordt aangeduid met een aanwijzingsbord voorzien van een rode diagonale streep met als opschrift "Havengebied".
8§ 4. Inbreuken op de verordening, vermeld in paragraaf 1, worden, onverminderd een eventuele schadevergoeding, bestraft als volgt:
91° met een geldboete van 50 euro tot 5000 euro als er, ten gevolge van de inbreuk, geen schade ontstaan is aan de openbare weg, zijn aanhorigheden en de kunstwerken die erin liggen;
102° met een geldboete van 200 euro tot 20.000 euro als er, ten gevolge van de inbreuk, schade ontstaan is aan de openbare weg, zijn aanhorigheden en de kunstwerken die erin liggen.
11De opdrachtgever en de verlader worden met toepassing van de strafbepalingen, vermeld in het eerste lid, gestraft als ze instructies hebben gegeven of daden hebben gesteld die hebben geleid tot een inbreuk op de verordening.
12Inbreuken op de verordening, vermeld in paragraaf 1, behoren tot de bevoegdheid van de havenkapiteinsdienst.
9§ 4. ....
+1 −0 decreet-1999-03-02/art. 23bis nieuw
1De aanwezigheid van voorwerpen en afwijkingen van de vastgestelde of gangbare vaarmogelijkheden in de haven als gevolg van natuurlijke processen vormt voor de toepassing van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek geen gebrek of abnormaal kenmerk van de haven.
+1 −0 decreet-1999-03-02/art. 23ter nieuw
1Het havenbedrijf is niet aansprakelijk op grond van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek voor de niet uit een natuurlijk proces volgende aanwezigheid van voorwerpen en afwijkingen van de vastgestelde of gangbare vaarmogelijkheden in de haven die van boven de waterspiegel niet met het blote oog waarneembaar zijn.
+3 −0 decreet-1999-03-02/art. 23quater nieuw
1Het havenbedrijf is niet aansprakelijk voor de volgende vormen van schade:
21° schade die te wijten is aan maatregelen die in het algemeen belang worden genomen;
32° averij of scheepvaartstremming veroorzaakt door een aanvaring of een raak met kunstwerken in hoofde van derde partijen.
+30 −0 decreet-1999-03-02/art. 23quinquies nieuw
1§ 1. In geval van schade te wijten aan een fout of verzuim in hoofde van het havenbedrijf of zijn aangestelden of veroorzaakt door een gebrek van de zaak die het havenbedrijf onder zijn bewaring heeft, is de aansprakelijkheid van het havenbedrijf beperkt tot het overeenkomstig paragraaf 2 vastgestelde bedrag indien de schade voortvloeit uit één van de volgende oorzaken:
21° een defect aan of een gebrek in de verkeerstekens en de apparaten die dienen om inlichtingen of instructies aan schepen te geven, zoals bakens en boeien;
32° een defect aan of een gebrek in de kunstwerken, zoals sluizen, bruggen en taluds.
4§ 2. Het bedrag waartoe de aansprakelijkheid van het havenbedrijf per schadeverwekkend feit is beperkt, is afhankelijk van de waterwegklasse van de havenwateren waarop het schadeverwekkende feit zich voordoet.
5Per schadeverwekkend feit worden de bedragen voor elke waterwegklasse als volgt vastgesteld:
6Klasse
7Bedrag
8I
950.000,00 EUR
10II
1181.250,00 EUR
12III
13125.000,00 EUR
14IV
15187.500,00 EUR
16Va
17375.000,00 EUR
18Vb
19400.000,00 EUR
20Via
21750.000,00 EUR
22VIb
231.500.000,00 EUR
24Vic
252.250.000,00 EUR
26VII
273.375.000,00 EUR
28Wanneer voor de havenwateren waarop het schadeverwekkende feit zich voordoet, geen waterwegklasse kan worden bepaald, is de aansprakelijkheid van het havenbedrijf per schadeverwekkend feit beperkt tot 1.500.000 euro.
29§ 3. De beperking van de aansprakelijkheid van het havenbedrijf geldt niet wanneer zijnerzijds opzet of grove schuld aanwezig is.
30§ 4. Alle bedragen worden op 1 januari van elk jaar aangepast aan het indexcijfer van de gezondheidsindex van december van het voorgaande jaar, waarbij het aanvangsindexcijfer datgene is van december 2021. Onder de gezondheidsindex wordt verstaan de afgevlakte gezondheidsindex, zoals vermeld in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.
+9 −0 decreet-1999-03-02/art. 23sexies nieuw
1§ 1. Wanneer het havenbedrijf kennis krijgt van een tegen hem gerichte vordering tot schadevergoeding, in of buiten rechte, met betrekking tot een schadeverwekkend feit waarvoor de beperking van aansprakelijkheid, vermeld in artikel 23quinquies van dit decreet, geldt, kan het een bekendmaking laten verrichten.
2Indien het havenbedrijf een bekendmaking verricht, geschiedt deze:
31° in het Belgisch Staatsblad;
42° indien nuttig, in een of meer op de scheepvaart gerichte publicaties of in een publicatie die verschijnt in het arrondissement waar de desgevallend geadieerde rechtbank zetelt;
53° op de desgevallend bijkomend door de Vlaamse Regering voorgeschreven elektronische wijze.
6In de bekendmaking wordt eenieder die schade lijdt als gevolg van hetzelfde schadeverwekkend feit uitgenodigd om binnen de drie maanden vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad zijn vordering in te dienen.
7Wanneer een gerechtelijke procedure aanhangig is, wordt de vordering ingesteld middels een verzoek tot tussenkomst. Wanneer geen gerechtelijke procedure aanhangig werd gemaakt, wordt de vordering bij aangetekend schrijven gericht tot het havenbedrijf. Wordt na de bekendmaking alsnog een gerechtelijke procedure aangevat, dan stelt het havenbedrijf eenieder die een vordering tot hem heeft gericht in kennis van de mogelijkheid om een verzoek tot tussenkomst in te stellen.
8§ 2. Het havenbedrijf dat heeft gehandeld overeenkomstig paragraaf 1, kan de beperking van aansprakelijkheid overeenkomstig artikel 23quinquies van dit decreet inroepen tegen alle personen die een vordering instellen. Het bedrag waartoe de aansprakelijkheid wordt beperkt, wordt onder de eisers van alle tijdig ingediende en gegrond bevonden vorderingen verdeeld in evenredigheid met de bedragen van hun gegrond bevonden vorderingen.
9§ 3. Indien de aansprakelijkheid van het havenbedrijf overeenkomstig artikel 23quinquies van dit decreet is beperkt, wordt wie meer dan drie maanden na de bekendmaking een ontvankelijke en gegronde vordering tot schadevergoeding instelt slechts vergoed voor zover het havenbedrijf uit hoofde van alle tijdig ingediende en gegrond bevonden vorderingen minder schadevergoeding dient te betalen dan het bedrag waartoe zijn aansprakelijkheid is beperkt. Het havenbedrijf is niet gehouden tot de betaling van een totaalbedrag aan schadevergoedingen dat hoger ligt dan het bedrag waartoe zijn aansprakelijkheid is beperkt.
+5 −2 decreet-2019-05-03-1031839/art. 2
21° het decreet van 2 maart 1999: het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens;21° het decreet van 2 maart 1999: het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens;
32° havenbedrijf: een havenbedrijf als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 2 maart 1999;32° havenbedrijf: een havenbedrijf als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 2 maart 1999;
43° havengebied: een havengebied als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 2 maart 1999 ;43° havengebied: een havengebied als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 2 maart 1999 of indien het de toepassing van een havenverkeersverordening betreft een havengebied als vermeld in artikel 14bis, § 1, van het decreet van 2 maart 1999;
54° havenpolitieverordening: een door het havenbedrijf uitgevaardigd reglement van bijzondere administratieve politie inzake de goederenbehandeling en opslag, het in- en ontschepen van passagiers, de toegankelijkheid van en de verkeersafwikkeling in het havengebied, de vrijwaring van het milieu en de veiligheid van het havengebied en de regeling van de vrijheid van handel en nijverheid op het vlak van havengebonden dienstverlening;54° havenpolitieverordening: een door het havenbedrijf uitgevaardigd reglement van bijzondere administratieve politie inzake de goederenbehandeling en opslag, het in- en ontschepen van passagiers, de toegankelijkheid van en de verkeersafwikkeling in het havengebied, de vrijwaring van het milieu en de veiligheid van het havengebied en de regeling van de vrijheid van handel en nijverheid op het vlak van havengebonden dienstverlening;
65° gezagvoerder: elke persoon aan wie het bevel over het vervoermiddel is toevertrouwd of die het feitelijke bevel voert;65° gezagvoerder: elke persoon aan wie het bevel over het vervoermiddel is toevertrouwd of die het feitelijke bevel voert;
76° vervoermiddel: elk bemand of onbemand vaar- of voertuig over land, te water of in de lucht dat zich al dan niet op eigen krachten kan verplaatsen;76° vervoermiddel: elk bemand of onbemand vaar- of voertuig over land, te water of in de lucht dat zich al dan niet op eigen krachten kan verplaatsen;
87° lading: de vracht die door middel van een vervoermiddel wordt verplaatst, met inbegrip van het eventuele toebehoren en de verpakking.87° lading: de vracht die door middel van een vervoermiddel wordt verplaatst, met inbegrip van het eventuele toebehoren en de verpakking;
98° havenverkeersverordening: een door de Vlaamse Regering vastgesteld reglement van bijzondere administratieve politie inzake het verkeer te land van havenvoertuigen in het havengebied;
109° havenvoertuig: een voertuig als vermeld in artikel 14bis, § 1, laatste lid, van het decreet van 2 maart 1999;
1110° bevel: een onderrichting, aanwijzing, opdracht, of verbod gegeven of uitgevaardigd door een havenkapitein, haveninspecteur of havenagent ongeacht de wijze waarop dit gegeven wordt, of voorwaarden opgelegd in een door de havenkapiteinsdienst verleende vergunning of toelating.
+5 −2 decreet-2019-05-03-1031839/art. 2
21° het decreet van 2 maart 1999: het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens;21° het decreet van 2 maart 1999: het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens;
32° havenbedrijf: een havenbedrijf als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 2 maart 1999;32° havenbedrijf: een havenbedrijf als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 2 maart 1999;
43° havengebied: een havengebied als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 2 maart 1999 ;43° havengebied: een havengebied als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 2 maart 1999 of indien het de toepassing van een havenverkeersverordening betreft een havengebied als vermeld in artikel 14bis, § 1, van het decreet van 2 maart 1999;
54° havenpolitieverordening: een door het havenbedrijf uitgevaardigd reglement van bijzondere administratieve politie inzake de goederenbehandeling en opslag, het in- en ontschepen van passagiers, de toegankelijkheid van en de verkeersafwikkeling in het havengebied, de vrijwaring van het milieu en de veiligheid van het havengebied en de regeling van de vrijheid van handel en nijverheid op het vlak van havengebonden dienstverlening;54° havenpolitieverordening: een door het havenbedrijf uitgevaardigd reglement van bijzondere administratieve politie inzake de goederenbehandeling en opslag, het in- en ontschepen van passagiers, de toegankelijkheid van en de verkeersafwikkeling in het havengebied, de vrijwaring van het milieu en de veiligheid van het havengebied en de regeling van de vrijheid van handel en nijverheid op het vlak van havengebonden dienstverlening;
65° gezagvoerder: elke persoon aan wie het bevel over het vervoermiddel is toevertrouwd of die het feitelijke bevel voert;65° gezagvoerder: elke persoon aan wie het bevel over het vervoermiddel is toevertrouwd of die het feitelijke bevel voert;
76° vervoermiddel: elk bemand of onbemand vaar- of voertuig over land, te water of in de lucht dat zich al dan niet op eigen krachten kan verplaatsen;76° vervoermiddel: elk bemand of onbemand vaar- of voertuig over land, te water of in de lucht dat zich al dan niet op eigen krachten kan verplaatsen;
87° lading: de vracht die door middel van een vervoermiddel wordt verplaatst, met inbegrip van het eventuele toebehoren en de verpakking.87° lading: de vracht die door middel van een vervoermiddel wordt verplaatst, met inbegrip van het eventuele toebehoren en de verpakking;
98° havenverkeersverordening: een door de Vlaamse Regering vastgesteld reglement van bijzondere administratieve politie inzake het verkeer te land van havenvoertuigen in het havengebied;
109° havenvoertuig: een voertuig als vermeld in artikel 14bis, § 1, laatste lid, van het decreet van 2 maart 1999;
1110° bevel: een onderrichting, aanwijzing, opdracht, of verbod gegeven of uitgevaardigd door een havenkapitein, haveninspecteur of havenagent ongeacht de wijze waarop dit gegeven wordt, of voorwaarden opgelegd in een door de havenkapiteinsdienst verleende vergunning of toelating.
+0 −0 decreet-2019-05-03-1031839/art. 4
+1 −1 decreet-2019-05-03-1031839/art. 10
1§ 1. De havenkapiteins zijn bevoegd om ter uitvoering van de havenpolitieverordeningen bevelen te geven, inbreuken vast te stellen en er proces-verbaal van op te stellen.1§ 1. De havenkapiteins zijn bevoegd om ter uitvoering van de havenpolitieverordeningen en de havenverkeersverordeningen bevelen te geven, inbreuken vast te stellen en er proces-verbaal van op te stellen.
2Ze worden door het havenbedrijf benoemd of aangeworven, en ontslagen of uit hun functie ontheven. De beslissing van een havenbedrijf om een havenkapitein te ontslaan of uit zijn functie te ontheffen, is onderworpen aan de goedkeuring van de Vlaamse Regering. In afwachting van de goedkeuring daarvan wordt de havenkapitein tijdelijk uit zijn functie ontheven. Het besluit van de Vlaamse Regering houdende goedkeuring of weigering van ontslag of ontheffing uit de functie wordt genomen binnen negentig kalenderdagen na de ontvangst van het per aangetekende brief verstuurde verzoek tot goedkeuring van het ontslag of de ontheffing uit de functie. Als de Vlaamse Regering binnen die termijn geen beslissing heeft genomen, wordt de goedkeuring geacht te zijn verworven en is het ontslag of de ontheffing uit de functie definitief. Als de Vlaamse Regering het ontslag of de ontheffing uit de functie heeft goedgekeurd of als de termijn van negentig dagen is verstreken zonder dat de Vlaamse Regering een beslissing heeft genomen, gaat dat ontslag of die ontheffing uit de functie in op de datum van de beslissing van het havenbedrijf.2Ze worden door het havenbedrijf benoemd of aangeworven, en ontslagen of uit hun functie ontheven. De beslissing van een havenbedrijf om een havenkapitein te ontslaan of uit zijn functie te ontheffen, is onderworpen aan de goedkeuring van de Vlaamse Regering. In afwachting van de goedkeuring daarvan wordt de havenkapitein tijdelijk uit zijn functie ontheven. Het besluit van de Vlaamse Regering houdende goedkeuring of weigering van ontslag of ontheffing uit de functie wordt genomen binnen negentig kalenderdagen na de ontvangst van het per aangetekende brief verstuurde verzoek tot goedkeuring van het ontslag of de ontheffing uit de functie. Als de Vlaamse Regering binnen die termijn geen beslissing heeft genomen, wordt de goedkeuring geacht te zijn verworven en is het ontslag of de ontheffing uit de functie definitief. Als de Vlaamse Regering het ontslag of de ontheffing uit de functie heeft goedgekeurd of als de termijn van negentig dagen is verstreken zonder dat de Vlaamse Regering een beslissing heeft genomen, gaat dat ontslag of die ontheffing uit de functie in op de datum van de beslissing van het havenbedrijf.
3De vereiste van een beslissing van de Vlaamse Regering, vermeld in het -tweede lid, vindt evenwel geen toepassing indien het gaat om een personeelslid dat in dienst is genomen met een arbeidsovereenkomst en ten aanzien van wie het havenbedrijf zich gehouden ziet tot een ontslag om dringende reden.3De vereiste van een beslissing van de Vlaamse Regering, vermeld in het -tweede lid, vindt evenwel geen toepassing indien het gaat om een personeelslid dat in dienst is genomen met een arbeidsovereenkomst en ten aanzien van wie het havenbedrijf zich gehouden ziet tot een ontslag om dringende reden.
+1 −1 decreet-2019-05-03-1031839/art. 12
1Voor zover de aard en de uitgebreidheid van de bevoegdheden van de havenkapiteinsdienst dat vereisen, kan het havenbedrijf haveninspecteurs aanwerven of benoemen. De beslissing van een havenbedrijf om een haveninspecteur te ontslaan of uit zijn functie te ontheffen is onderworpen aan het advies van de havenkapitein die de leiding heeft over de havenkapiteinsdienst.1Voor zover de aard en de uitgebreidheid van de bevoegdheden van de havenkapiteinsdienst dat vereisen, kan het havenbedrijf haveninspecteurs aanwerven of benoemen. De beslissing van een havenbedrijf om een haveninspecteur te ontslaan of uit zijn functie te ontheffen is onderworpen aan het advies van de havenkapitein die de leiding heeft over de havenkapiteinsdienst.
2De haveninspecteurs werken onder het gezag van een havenkapitein. Ze zijn bevoegd om ter uitvoering van de havenpolitieverordeningen bevelen te geven, inbreuken vast te stellen en er proces-verbaal van op te stellen.2De haveninspecteurs werken onder het gezag van een havenkapitein. Ze zijn bevoegd om ter uitvoering van de havenpolitieverordeningen en de havenverkeersverordeningen bevelen te geven, inbreuken vast te stellen en er proces-verbaal van op te stellen.
3De haveninspecteurs zijn in de uitoefening van hun ambtsplichten in het kader van artikel 4, eerste lid, officieren van gerechtelijke politie.3De haveninspecteurs zijn in de uitoefening van hun ambtsplichten in het kader van artikel 4, eerste lid, officieren van gerechtelijke politie.
4Om benoemd te worden tot of aangeworven te worden als haveninspecteur moet de kandidaat houder zijn van een master- of licentiaatsdiploma, of gedurende ten minste vijf jaar een door het havenbedrijf als relevant omschreven functie hebben uitgeoefend.4Om benoemd te worden tot of aangeworven te worden als haveninspecteur moet de kandidaat houder zijn van een master- of licentiaatsdiploma, of gedurende ten minste vijf jaar een door het havenbedrijf als relevant omschreven functie hebben uitgeoefend.
+1 −1 decreet-2019-05-03-1031839/art. 13
1§ 1. Voor zover de aard en de uitgebreidheid van de bevoegdheden van de havenkapiteinsdienst dat vereisen, kan het havenbedrijf havenagenten aanwerven of benoemen. De beslissing van een havenbedrijf om een havenagent te ontslaan of uit zijn functie te ontheffen is onderworpen aan het advies van de havenkapitein die de leiding heeft over de havenkapiteinsdienst. De havenagenten werken onder het gezag van een havenkapitein of een haveninspecteur.1§ 1. Voor zover de aard en de uitgebreidheid van de bevoegdheden van de havenkapiteinsdienst dat vereisen, kan het havenbedrijf havenagenten aanwerven of benoemen. De beslissing van een havenbedrijf om een havenagent te ontslaan of uit zijn functie te ontheffen is onderworpen aan het advies van de havenkapitein die de leiding heeft over de havenkapiteinsdienst. De havenagenten werken onder het gezag van een havenkapitein of een haveninspecteur.
2Alvorens in dienst te treden leggen de havenagenten de eed af voor de rechtbank van eerste aanleg.2Alvorens in dienst te treden leggen de havenagenten de eed af voor de rechtbank van eerste aanleg.
3§ 2. De havenagenten zijn bevoegd om ter uitvoering van de havenpolitieverordeningen bevelen te geven, inbreuken vast te stellen en er proces-verbaal van op te stellen. Die politiebevoegdheid is beperkt tot het domein van de taakomschrijving die het havenbedrijf voor de havenagent heeft opgesteld.3§ 2. De havenagenten zijn bevoegd om ter uitvoering van de havenpolitieverordeningen en de havenverkeersverordeningen bevelen te geven, inbreuken vast te stellen en er proces-verbaal van op te stellen. Die politiebevoegdheid is beperkt tot het domein van de taakomschrijving die het havenbedrijf voor de havenagent heeft opgesteld.
4§ 3. De havenagenten kunnen het vervoermiddel waarvan een overtreder vermoedelijk gebruik heeft gemaakt, aanhouden tot de tussenkomst van een havenkapitein of een haveninspecteur, die ze onmiddellijk op de hoogte brengen. Het vervoermiddel kan vervolgens onder de voorwaarden, vermeld in artikel 18, worden doorzocht.4§ 3. De havenagenten kunnen het vervoermiddel waarvan een overtreder vermoedelijk gebruik heeft gemaakt, aanhouden tot de tussenkomst van een havenkapitein of een haveninspecteur, die ze onmiddellijk op de hoogte brengen. Het vervoermiddel kan vervolgens onder de voorwaarden, vermeld in artikel 18, worden doorzocht.
+9 −5 decreet-2019-05-03-1031839/art. 15
1§ 1. Sanctiebepalingen van toepassing op inbreuken op de bepalingen van de havenpolitieverordeningen:
1Eenieder die een schending begaat van een louter administratieve verplichting, vervat in de havenpolitieverordening, wordt gestraft met een geldboete van 25 euro tot 1000 euro. De havenpolitieverordening bepaalt welke van haar voorschriften een administratieve verplichting inhouden.21° eenieder die een schending begaat van een louter administratieve verplichting, wordt gesanctioneerd met een geldboete van 25 euro tot 1000 euro. De havenpolitieverordeningen bepalen welke van hun voorschriften een administratieve verplichting inhouden;
2Eenieder die een uitdrukkelijk bevel van een havenkapitein, een haveninspecteur of een havenagent negeert, ofwel mondeling ofwel door middel van seinen, wordt gestraft met een geldboete van 50 euro tot 2500 euro.32° eenieder die een uitdrukkelijk bevel van een havenkapitein, een haveninspecteur of een havenagent negeert wordt gesanctioneerd met een geldboete van 50 euro tot 2500 euro;
3Andere opzettelijke of door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid gepleegde gedragingen die in strijd zijn met de havenpolitieverordeningen, worden gestraft met een geldboete van 125 tot 25.000 euro.43° opzettelijke of door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid gepleegde gedragingen die in strijd zijn met de havenpolitieverordeningen, worden gesanctioneerd met een geldboete van 125 euro tot 25.000 euro;
4Als de gedragingen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, de veiligheid, het milieu of de exploitatie van de haven in het gedrang brengen of kunnen brengen, worden ze gestraft met een geldboete van 250 euro tot 50.000 euro.54° als de gedragingen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, de veiligheid, het milieu of de exploitatie van de haven in het gedrang brengen of kunnen brengen, worden ze gesanctioneerd met een geldboete van 250 euro tot 50.000 euro.
5In geval van herhaling van hetzelfde misdrijf worden de minimale en maximale straffen, vermeld in het eerste tot en met het vierde lid, verdubbeld.
6§ 2. Sanctiebepalingen van toepassing op inbreuken op de bepalingen van de havenverkeersverordeningen:
71° schendingen van administratieve procedures, of schendingen van administratieve vereisten worden gesanctioneerd met een geldboete van 25 euro tot 1000 euro. De havenverkeersverordeningen bepalen welke van hun voorschriften administratieve procedures en/of vereisten bevatten;
82° de schending van een door de havenkapiteinsdienst opgelegd bevel, of opzettelijke of door gebrek aan voorzorg gepleegde gedragingen die in strijd zijn met de havenverkeersverordeningen, zonder dat de veiligheid in het gedrang komt of schade aan de weginfrastructuur of kunstwerken en hun toebehoren wordt toegebracht, worden gesanctioneerd met een geldboete van 50 euro tot 2500 euro;
93° de schending van een door de havenkapiteinsdienst opgelegd bevel of opzettelijke of door gebrek aan voorzorg gepleegde gedragingen die in strijd zijn met de havenverkeersverordeningen, waarbij de veiligheid in het gedrang kan komen of schade aan de weginfrastructuur of kunstwerken en hun toebehoren kan worden toegebracht, worden gesanctioneerd met een geldboete van 125 euro tot 25.000 euro.
+17 −4 decreet-2019-05-03-1031839/art. 17
1§ 1. Als een misdrijf als vermeld in artikel 15, eerste of tweede lid, of als een inbreuk op de verordening voor het verkeer van havenvoertuigen als vermeld in artikel 14bis, § 4, eerste lid, 1°, van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens werd vastgesteld, kan de havenkapitein, de haveninspecteur of de havenagent de overtreder voorstellen het bedrag van een door de Vlaamse Regering vastgestelde geldboete onmiddellijk te betalen.1§ 1. Als een inbreuk als vermeld in artikel 15, § 1, 1° en 2°, of als vermeld in artikel 15, § 2, 1° en 2°, werd vastgesteld, kan de havenkapitein, de haveninspecteur of de havenagent de overtreder voorstellen het bedrag van een door de Vlaamse Regering vastgestelde geldboete onmiddellijk te betalen.
2De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor die onmiddellijke inning, waaronder het bedrag voor onmiddellijke inning van de geldboete, in verhouding tot de aard, de omvang en de ernst van de inbreuk. Het bedrag voor onmiddellijke inning van de geldboete voor een individuele inbreuk bedraagt maximaal 1000 euro. De Vlaamse Regering bepaalt ook het maximumbedrag dat in het kader van een onmiddellijke inning kan worden betaald in geval van de eendaadse of meerdaadse samenloop van misdrijven.2De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor die onmiddellijke inning, waaronder het bedrag voor onmiddellijke inning van de geldboete, in verhouding tot de aard, de omvang en de ernst van de inbreuk. Het bedrag voor onmiddellijke inning van de geldboete voor een individuele inbreuk bedraagt maximaal 1000 euro. De Vlaamse Regering bepaalt ook het maximumbedrag dat in het kader van een onmiddellijke inning kan worden betaald in geval van de eendaadse of meerdaadse samenloop van inbreuken.
3De Vlaamse Regering bepaalt de termijn waarbinnen de overtreder die geldboete moet betalen en de wijze waarop die betaling kan gebeuren.3De Vlaamse Regering bepaalt de termijn waarbinnen de overtreder die geldboete moet betalen en de wijze waarop die betaling kan gebeuren.
4§ 2. Voor zover het gaat om een misdrijf als vermeld in artikel 15, derde of vierde lid, of een inbreuk op de verordening voor het verkeer van havenvoertuigen als vermeld in artikel 14bis, § 4, eerste lid, 2°, van het decreet van 2 maart 1999 of voor zover het gaat om een misdrijf of een samenloop van misdrijven waarvoor geen onmiddellijke inning van de geldboete met toepassing van paragraaf 1 kan worden voorgesteld, kan de havenkapitein het bedrag van de geldboete bepalen. Die geldboete mag niet meer bedragen dan het maximumbedrag van de geldboete, vermeld in artikel 15, derde, vierde of vijfde lid, verhoogd met de opdeciemen, en moet in verhouding staan tot de aard, de omvang en de ernst van het misdrijf. De Vlaamse Regering bepaalt de termijn waarbinnen de overtreder de geldboete uiterlijk moet betalen en de wijze waarop die betaling kan gebeuren. De betalingstermijn die de Vlaamse Regering heeft vastgesteld, bedraagt ten minste vijftien dagen en ten hoogste drie maanden.4§ 2. Voor zover het gaat om een inbreuk als vermeld in artikel 15, § 1, 3° en 4°, of als vermeld in artikel 15, § 2, 3°, of voor zover het gaat om een inbreuk of een samenloop van inbreuken waarvoor geen onmiddellijke inning van de geldboete met toepassing van paragraaf 1 kan worden voorgesteld, kan de havenkapitein het bedrag van de geldboete bepalen. Die geldboete mag niet meer bedragen dan het maximumbedrag van de geldboete, vermeld in artikel 15, § 1, 3° en 4°, en § 2, 3°, verhoogd met de opdeciemen, en moet in verhouding staan tot de aard, de omvang en de ernst van de inbreuk. De Vlaamse Regering bepaalt de termijn waarbinnen de overtreder de geldboete uiterlijk moet betalen en de wijze waarop die betaling kan gebeuren. De betalingstermijn die de Vlaamse Regering heeft vastgesteld, bedraagt ten minste vijftien dagen en ten hoogste drie maanden.
5§ 3. Indien de overtreder met inachtneming van de bepalingen, vermeld in paragraaf 1 en 2, overgaat tot de betaling van de daarin vermelde som, heeft die betaling verval van strafvordering tot gevolg, behalve indien het openbaar ministerie binnen drie maanden, te rekenen vanaf de dag van de betaling, de overtreder op de hoogte brengt van zijn voornemen om een andere straf te vorderen dan de geldboete die de havenkapitein, de haveninspecteur of de havenagent heeft opgelegd en onverminderd het recht dat de benadeelde partij heeft om voor het strafgerecht de vergoeding van de veroorzaakte schade te eisen.5§ 3. Indien de overtreder met inachtneming van de bepalingen, vermeld in paragraaf 1 en 2, overgaat tot de betaling van de daarin vermelde som, heeft die betaling verval van strafvordering tot gevolg, behalve indien het openbaar ministerie binnen drie maanden, te rekenen vanaf de dag van de betaling, de overtreder op de hoogte brengt van zijn voornemen om een andere straf te vorderen dan de geldboete die de havenkapitein, de haveninspecteur of de havenagent heeft opgelegd en onverminderd het recht dat de benadeelde partij heeft om voor het strafgerecht de vergoeding van de veroorzaakte schade te eisen.
6Het recht om aan de overtreder de betaling van een geldboete voor te stellen waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen, kan niet worden uitgeoefend als de zaak reeds bij de rechtbank aanhangig is gemaakt of als de onderzoeksrechter het instellen van een onderzoek heeft gevorderd.6Het recht om aan de overtreder de betaling van een geldboete voor te stellen waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen, kan niet worden uitgeoefend als de zaak reeds bij de rechtbank aanhangig is gemaakt of als de onderzoeksrechter het instellen van een onderzoek heeft gevorderd.
7Indien de overtreder niet tijdig overgaat tot betaling, wordt hij geacht de geldboete niet te hebben aanvaard en is er geen verval van strafvordering.7Indien de overtreder niet tijdig overgaat tot betaling, wordt hij geacht de geldboete niet te hebben aanvaard en is er geen verval van strafvordering.
8§ 4. De overtreder kan bovendien verplicht worden een borg te stellen of een bepaalde som te storten als waarborg voor de eventuele invordering van de geldboeten en/of van de schadevergoedingen waartoe hij kan worden veroordeeld. 8§ 4. De overtreder kan bovendien verplicht worden een borg te stellen of een bepaalde som te storten als waarborg voor de eventuele invordering van de geldboeten en/of schadevergoedingen waartoe hij kan worden veroordeeld. De Vlaamse Regering stelt hiervoor de nadere regels vast.
9Bij onmogelijkheid of weigering om aan die verplichting te voldoen kan het vervoermiddel waarmee de overtreding begaan werd, door de havenkapiteins aangehouden worden.9Bij onmogelijkheid of weigering om aan die verplichting te voldoen kan het vervoermiddel waarmee de overtreding begaan werd, door de havenkapiteins aangehouden worden.
10In dat geval wordt de gezagvoerder, dan wel de eigenaar of beheerder van het aangehouden vervoermiddel schriftelijk op de hoogte gebracht van de reden van de weigering tot vertrek. Het risico en de kosten voor het vervoermiddel blijven tijdens de duur van de aanhouding ten laste van de overtreder. De aanhouding van het vervoermiddel wordt opgeheven nadat het bewijs geleverd werd dat de borg werd gesteld of de som die als waarborg moet worden gegeven, werd gestort en de eventuele bewaringskosten van het vervoermiddel betaald werden.10In dat geval wordt de gezagvoerder, dan wel de eigenaar of beheerder van het aangehouden vervoermiddel schriftelijk op de hoogte gebracht van de reden van de weigering tot vertrek. Het risico en de kosten voor het vervoermiddel blijven tijdens de duur van de aanhouding ten laste van de overtreder. De aanhouding van het vervoermiddel wordt opgeheven nadat het bewijs geleverd werd dat de borg werd gesteld of de som die als waarborg moet worden gegeven, werd gestort en de eventuele bewaringskosten van het vervoermiddel betaald werden.
14De gewaarborgde som voor de geldboetes of het in beslag genomen voertuig wordt opnieuw vrijgegeven nadat het openbaar ministerie beslist heeft geen vervolging in te stellen, of als de strafvordering vervallen of verjaard is.14De gewaarborgde som voor de geldboetes of het in beslag genomen voertuig wordt opnieuw vrijgegeven nadat het openbaar ministerie beslist heeft geen vervolging in te stellen, of als de strafvordering vervallen of verjaard is.
15§ 6. De havenkapiteins houden op expliciet verzoek van de betrokken instantie ook een vervoermiddel aan ten laste waarvan geldboeten of andere schuldvorderingen van de Vlaamse Gemeenschap, van het Vlaamse Gewest of van een havenbedrijf die niet deugdelijk werden gewaarborgd, zijn blijven bestaan. In dat geval wordt de gezagvoerder, dan wel de eigenaar of beheerder van het aangehouden vervoermiddel schriftelijk op de hoogte gebracht van de reden waarom het vervoermiddel niet mag vertrekken.15§ 6. De havenkapiteins houden op expliciet verzoek van de betrokken instantie ook een vervoermiddel aan ten laste waarvan geldboeten of andere schuldvorderingen van de Vlaamse Gemeenschap, van het Vlaamse Gewest of van een havenbedrijf die niet deugdelijk werden gewaarborgd, zijn blijven bestaan. In dat geval wordt de gezagvoerder, dan wel de eigenaar of beheerder van het aangehouden vervoermiddel schriftelijk op de hoogte gebracht van de reden waarom het vervoermiddel niet mag vertrekken.
16§ 7. Wanneer een inbreuk op de havenpolitieverordeningen of de havenverkeersverordeningen is begaan met een vaartuig of een (haven)voertuig dat is ingeschreven op naam van een natuurlijke persoon, en de gezagvoerder respectievelijk de bestuurder bij de vaststelling van de inbreuk niet werd geïdentificeerd, wordt verondersteld dat de inbreuk is begaan door diegene op wiens naam:
171° het IMO-nummer van het zeeschip (IMO: Internationale Maritieme Organisatie) of het ENI-nummer van het binnenschip (ENI: European Number of Identification) is geregistreerd;
182° de kentekenplaat van het voertuig is geregistreerd;
193° het havenvoertuig bij de havenkapiteinsdienst geregistreerd is als eigenaar van het havenvoertuig.
20Deze veronderstelde overtreder kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de gezagvoerder van het vaartuig of de bestuurder van het (haven)voertuig was op het ogenblik van de inbreuk en hij moet de identiteit van de onmiskenbare gezagvoerder of bestuurder meedelen. De onmiskenbare gezagvoerder of bestuurder wordt dan beschouwd als aangeduide overtreder.
21§ 8. Wanneer een inbreuk op de havenpolitieverordeningen of de havenverkeersverordeningen is begaan met een vaartuig of een (haven)voertuig dat is geregistreerd op naam van een rechtspersoon, en de gezagvoerder respectievelijk de bestuurder bij de vaststelling van de inbreuk niet werd geïdentificeerd, wordt verondersteld dat de inbreuk is begaan door de natuurlijke persoon die in rechte de rechtspersoon vertegenwoordigt, op wiens naam:
221° het IMO-nummer van het zeeschip of het ENI-nummer van het binnenschip is geregistreerd;
232° de kentekenplaat van het voertuig is geregistreerd; of
243° het havenvoertuig bij de havenkapiteinsdienst geregistreerd is als eigenaar van het havenvoertuig.
25Deze veronderstelde overtreder kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de gezagvoerder van het vaartuig of de bestuurder van het (haven)voertuig was op het ogenblik van de inbreuk. Hij moet de identiteit meedelen van de onmiskenbare gezagvoerder of bestuurder op het ogenblik van de inbreuk. De onmiskenbare gezagvoerder of bestuurder wordt dan beschouwd als aangeduide overtreder.
26§ 9. De werkgever is burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboetes en kosten waartoe zijn lasthebbers of aangestelden zijn veroordeeld.
27§ 10. De opdrachtgever en de verlader worden met toepassing van de sanctiebepalingen voorzien in artikel 15, § 2, beboet als ze instructies hebben gegeven of daden hebben gesteld die hebben geleid tot een inbreuk op een havenverkeersverordening.
28§ 11. De Vlaamse Regering stelt de verdere uitvoeringsmodaliteiten inzake termijnen en procedure vast voor de toepassing van paragrafen 7 en 8.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd