Artikel 13
§ 1. Voor zover de aard en de uitgebreidheid van de bevoegdheden van de havenkapiteinsdienst dat vereisen, kan het havenbedrijf havenagenten aanwerven of benoemen. De beslissing van een havenbedrijf om een havenagent te ontslaan of uit zijn functie te ontheffen is onderworpen aan het advies van de havenkapitein die de leiding heeft over de havenkapiteinsdienst, met als uitzondering de beëindiging met het oog op pensionering. De havenagenten werken onder het gezag van een havenkapitein of een haveninspecteur.
Alvorens in dienst te treden leggen de havenagenten de eed af voor de rechtbank van eerste aanleg.
§ 2. De havenagenten zijn bevoegd om ter uitvoering van de havenpolitieverordeningen en de havenverkeersverordeningen bevelen te geven, inbreuken vast te stellen en er proces-verbaal van op te stellen. Die politiebevoegdheid is beperkt tot het domein van de taakomschrijving die het havenbedrijf voor de havenagent heeft opgesteld.
§ 3. De havenagenten kunnen het vervoermiddel waarvan een overtreder vermoedelijk gebruik heeft gemaakt, aanhouden tot de tussenkomst van een havenkapitein of een haveninspecteur, die ze onmiddellijk op de hoogte brengen. Het vervoermiddel kan vervolgens onder de voorwaarden, vermeld in artikel 18, worden doorzocht.