Eén open voorstel wijzigt dit artikel: #981
Decreet tot wijziging van de regelgeving over het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin 2025009791 9 maanden geleden 5 versies
| 1 | Het bevoegde personeelslid van het agentschap kan een bestuurlijke geldboete van 100 tot 100.000 euro opleggen als de organisator : |
| 2 | 1° het door of krachtens dit decreet geregelde toezicht door de private toezichthouder verhindert; |
| 3 | 2° kinderopvang organiseert zonder vergunning als vermeld in artikel 4; |
| 4 | 3° de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan niet naleeft. |
| 5 | De bestuurlijke geldboete kan worden opgelegd binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag dat het bevoegde personeelslid van het agentschap het verslag van vaststelling van de toezichthouder ontvangt, en op voorwaarde dat de betrokken organisator de kans heeft gehad om gehoord te worden over de vermeende inbreuk en over de hoogte van de geldboete. De organisator mag zich daarbij laten bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat of een derde. Als een bestuurlijke geldboete wordt opgelegd, vermeldt de beslissing het bedrag, de wijze waarop en de termijn waarin die moet worden betaald. De kennisgeving van de beslissing aan de betrokkene vermeldt de wijze waarop en de termijn waarbinnen beroep ingesteld kan worden tegen de beslissing. |
| 6 | De betrokkene kan, op straffe van verval van het recht tot het instellen van het beroep, binnen een termijn van een maand vanaf de kennisgeving van de beslissing waarbij hem een bestuurlijke geldboete wordt opgelegd tegen die beslissing beroep aantekenen met een verzoekschrift bij de Raad van State. Dat beroep schorst de uitvoering van de beslissing. |
| 7 | De vordering tot voldoening van de bestuurlijke geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de beslissing, vermeld in het tweede lid, of, in geval van beroep, vanaf de datum van de in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, bepaald in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. |
| 8 | De Vlaamse Regering wijst de personeelsleden van het agentschap aan die overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling bevoegd zijn om bestuurlijke geldboeten op te leggen, en bepaalt de nadere regels voor het opleggen en het betalen van de bestuurlijke geldboete. |
Art. 16. In artikel 22 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 januari 2018, 22 maart 2024 en 19 december 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
“In afwijking van artikel 18, eerste lid, kan de aanmaning, vermeld in dat lid, achterwege blijven en kan het bevoegde personeelslid van het agentschap onmiddellijk een bestuurlijke geldboete opleggen in de gevallen, vermeld in het eerste lid, 1°.”;
2° in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, worden tussen het woord ”ontvangt” en de zinsnede ”, en op voorwaarde” de woorden “of de dag dat het agentschap de vaststelling van een inbreuk doet” ingevoegd;
3° in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden “of vertegenwoordigen” en de woorden ”of een derde” opgeheven;
4° het bestaande vierde lid wordt opgeheven.
Hoofdstuk 6. Wijzigingen van het decreet van 25 april 2014 betreffende de organisatie van het netwerk voor de gegevensdeling tussen de actoren in de zorg