Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen 2026002025 9 maanden geleden 4 versies
| 1 | §1. Met behoud van de toepassing van het tweede lid worden de sociale huurwoningen van het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen, zoals van kracht op 31 december 2025, die op die datum niet gerealiseerd zijn, verwezenlijkt via een specifieke inhaalbeweging in de periode 2026-2042. |
| 2 | Als het agentschap dat door de Vlaamse Regering belast wordt met de uitvoering van het woonbeleid, heeft vastgesteld dat het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen, zoals van kracht op 31 december 2025, is bereikt, is de specifieke inhaalbeweging, vermeld in het eerste lid, niet van toepassing. |
| 3 | De specifieke inhaalbeweging, vermeld in het eerste lid, wordt gerealiseerd in de gemeente waarop de specifieke inhaalbeweging betrekking heeft. |
| 4 | Uiterlijk op 31 december 2027 is 25 procent van de sociale huurwoningen uit de specifieke inhaalbeweging, vermeld in het eerste lid, gerealiseerd of ten minste opgenomen in een meerjarenplanning als vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid. |
| 5 | Uiterlijk op 31 december 2030 is 25 procent van de sociale huurwoningen uit de specifieke inhaalbeweging, vermeld in het eerste lid, gerealiseerd of ten minste opgenomen in een kortetermijnplanning als vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid. |
| 6 | Uiterlijk op 31 december 2033 is 50 procent van de sociale huurwoningen uit de specifieke inhaalbeweging, vermeld in het eerste lid, gerealiseerd of ten minste opgenomen in een kortetermijnplanning als vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid. |
| 7 | Uiterlijk op 31 december 2036 is minstens de helft van alle sociale huurwo-ningen die zijn opgenomen in de specifieke inhaalbeweging, vermeld in het eerste lid, gerealiseerd. |
| 8 | Uiterlijk op 31 december 2039 is minstens 75 procent van alle sociale huur-woningen die zijn opgenomen in de specifieke inhaalbeweging, vermeld in het eerste lid, gerealiseerd of ten minste opgenomen in een kortetermijnplanning als vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid. |
| 9 | Uiterlijk op 31 december 2042 zijn alle sociale huurwoningen die zijn opge-nomen in de specifieke inhaalbeweging, vermeld in het eerste lid, gerealiseerd. |
| 10 | §2. De Vlaamse Regering kan een gemeente geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de specifieke inhaalbeweging, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, als de gemeente uiterlijk op 1 juli 2026 in een onderbouwd dossier aantoont dat voldaan is aan ten minste één van volgende criteria: |
| 11 | 1° de specifieke inhaalbeweging kan niet of niet volledig worden gerealiseerd vanwege manifeste ruimtelijke beperkingen, vastgesteld op basis van het gemeentelijk actieprogramma, vermeld in artikel 2.6, en deze beperkingen kunnen niet of onvoldoende worden opgevangen door de volgende instru-menten: |
| 12 | a) een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening als vermeld in artikel 2.3.2, §2, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, over sociaal wonen; |
| 13 | b) een actief beleid over de uitoefening van het recht van voorkoop, ver-meld in artikel 5.76, §1; |
| 14 | c) de verhuring van private woningen via woonmaatschappijen; |
| 15 | 2° de som van het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen en de specifieke inhaalbeweging, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op jaarbasis is hoger dan 25 procent van het gemiddeld aantal vergunde woningen op jaarbasis, berekend op grond van de afgifte van omgevingsvergunningen voor stedenbouwkundige handelingen in de voorbije tien jaar. |