§ flandrepo
36 regels · van kracht sinds 1 jan 2026
1§1. In de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2042 wordt het bestaande sociaal woonaanbod, zoals dat blijkt uit de nulmeting, vermeld in artikel 2.26, §1, eerste lid, uitgebreid met 50.000 sociale huurwoningen.
2De initiatiefnemers, vermeld in artikel 4.13, verwezenlijken het gewestelijk objectief, vermeld in het eerste lid, met de investeringen voor de sociale huisvesting, vermeld in artikel 2.21, eerste lid.
3Het gewestelijk groeipad, vermeld in de bijlage die bij deze codex is ge-voegd, bepaalt het ritme van de programmatie van het aantal sociale huurwo-ningen, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering bepaalt het groeipad per gemeente.
4De Vlaamse Regering verdeelt 45.000 sociale huurwoningen van het gewes-telijk objectief, vermeld in het eerste lid, over de gemeenten. Om hiertoe te komen, houdt de verdeling rekening met de volgende elementen:
51° op basis van de prognoses over het aantal huishoudens per gemeente per jaar blijft het aandeel sociale huurwoningen per gemeente minstens op peil;
62° in voorkomend geval, de specifieke inhaalbeweging, vermeld in artikel 2.32;
73° in voorkomend geval, de vermindering, vermeld in artikel 2.31, §2, tweede lid;
84° in voorkomend geval, de afwijking, vermeld in artikel 2.31, §2, derde lid;
95° het aandeel huurders op de private huurmarkt in de gemeente, die voldoen aan de inkomensvoorwaarde, vermeld in artikel 6.8, §1, eerste lid, 2°.
10Het aandeel sociale huurwoningen per gemeente, vermeld in het vierde lid, 1°, wordt berekend door de som van het aantal sociale huurwoningen bij de nulmeting, vermeld in artikel 2.26, en het niet-gerealiseerde deel van het gemeentelijk objectief voor sociale huurwoningen van de gemeente, vermeld in artikel 2.32, §1, eerste lid, te delen door het aantal huishoudens in die gemeente op 1 januari 2026. Zolang er geen definitieve gegevens over het aantal huishoudens op 1 januari 2026 bekend zijn, houdt de Vlaamse Regering rekening met de meest recente prognoses op die datum.
11De Vlaamse Regering werkt het groeipad, vermeld in het derde lid, en de verdeling, vermeld in het vierde lid, bij in de tweede helft van 2029, 2034 en 2039, rekening houdend met de meest recente gegevens die op dat moment beschikbaar zijn:
121° het aandeel huishoudens op de private huurmarkt die voldoen aan de inkomensvoorwaarde, vermeld in artikel 6.8, §1, eerste lid, 2°, per gemeen-te;
132° prognoses over de evolutie van het aantal huishoudens per gemeente;
143° de beschikbare middelen binnen de Vlaamse begroting.
15De Vlaamse Regering voorziet in een enveloppe voor het resterende aandeel sociale huurwoningen van het gewestelijk objectief, vermeld in het eerste lid, dat niet wordt verdeeld over de gemeenten, vermeld in het vierde lid, en voor het aantal sociale huurwoningen dat is vrijgesteld conform de procedure, vermeld in artikel 2.32, §2. De gemeenten kunnen van die enveloppe gebruikmaken conform de procedure, vermeld in artikel 2.2, §2, eerste lid.
16§2. Om de verwezenlijking van het gewestelijk objectief, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, te bewaken, voert de Vlaamse Regering in 2028, en vervolgens om de drie jaar, een voortgangstoets uit over de verwezenlijking van het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 2.27, op basis van de volgende voorwaarden:
171° op 31 december 2027 is minstens de helft van de sociale huurwoningen, bepaald voor de jaren 2026 tot en met 2030 van het gemeentelijk objectief, vermeld in artikel 2.31, §2, en §3, eerste lid, gerealiseerd of minstens opgenomen in de meerjarenplanning, vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid;
182° op 31 december 2030:
19a) is minstens de helft van de sociale huurwoningen, bepaald voor de jaren 2026 tot en met 2030 van het gemeentelijk objectief, vermeld in artikel 2.31, §2, en §3, eerste lid, gerealiseerd of minstens opgenomen in de kortetermijnplanning, vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid;
20b) is het aantal van de sociale huurwoningen dat nog niet gerealiseerd is of opgenomen is in de kortetermijnplanning conform punt a), minstens opgenomen in de meerjarenplanning, vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid;
213° op 31 december 2033:
22a) zijn alle sociale huurwoningen, bepaald voor de jaren 2026 tot en met 2030 van het gemeentelijk objectief, vermeld in artikel 2.31, §2, en §3, eerste lid, gerealiseerd of minstens opgenomen in de kortetermijnplan-ning, vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid;
23b) is minstens de helft van de sociale huurwoningen, bepaald voor de jaren 2031 tot en met 2036 van het gemeentelijk objectief, vermeld in artikel 2.31, §2, en §3, eerste lid, gerealiseerd of minstens opgenomen in de meerjarenplanning, vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid;
244° op 31 december 2036:
25a) zijn alle sociale huurwoningen, bepaald voor de jaren 2026 tot en met 2030 van het gemeentelijk objectief, vermeld in artikel 2.31, §2, en §3, eerste lid, gerealiseerd of minstens opgenomen in de kortetermijnplan-ning, vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid;
26b) is minstens de helft van de sociale huurwoningen, bepaald voor de jaren 2031 tot en met 2036 van het gemeentelijk objectief, vermeld in punt artikel 2.31, §2, en §3, eerste lid, gerealiseerd of minstens opgenomen in de kortetermijnplanning, vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid;
27c) is het aantal van de sociale huurwoningen dat nog niet gerealiseerd is of opgenomen is in de kortetermijnplanning conform punt b), minstens op-genomen in de meerjarenplanning, vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid;
285° op 31 december 2039:
29a) zijn alle sociale huurwoningen, bepaald voor de jaren 2026 tot en met 2036 van het gemeentelijk objectief, vermeld in artikel 2.31, §2, en §3, eerste lid, gerealiseerd of minstens opgenomen in de kortetermijnplan-ning, vermeld in artikel 2.22, §2;
30b) is minstens de helft van de sociale huurwoningen, bepaald voor de jaren 2037 tot en met 2042 van het gemeentelijk objectief, vermeld in artikel 2.31, §2, en §3, eerste lid, gerealiseerd of minstens opgenomen op de meerjarenplanning, vermeld in artikel 2.22, §2, eerste lid;
316° op 31 december 2042 zijn alle gemeentelijke objectieven, vermeld in artikel 2.31, §2, en §3, eerste lid, gerealiseerd.
32De sociale huurwoningen opgenomen in de meerjarenplanning, vermeld in het eerste lid, zijn voorafgaandelijk opgenomen in de langetermijnplanning.
33De Vlaamse Regering bepaalt de methodologie en de criteria om de voort-gangstoets uit te voeren.
34§3. Een gemeente die kennelijk onvoldoende inspanningen levert om het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 2.27, tijdig te bereiken, betaalt, per sociale huurwoning die niet is verwezenlijkt, een bijdrage aan het Vlaamse Gewest, die hoogstens gelijk is aan de tegemoetkoming in de huurprijs voor woonbehoeftige gezinnen en alleenstaanden, vermeld in artikel 5.74, vermenig-vuldigd met twaalf.
35De Vlaamse Regering bepaalt wat er wordt verstaan onder: kennelijk onvol-doende inspanningen leveren om het bindend sociaal objectief, vermeld in artikel 2.27, te bereiken.
36De Vlaamse Regering stelt de modaliteiten vast van de betaling van de bijdrage aan het Vlaamse Gewest, vermeld in het eerste lid.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd