Bij de aanpassing van de begroting 2026 #869
Gemerged Vlaamse Regering voegde 8 artikels samen in decreet-2018-07-06-1029678decreet-2011-07-08decreet-2015-07-03 · 29 mei 2026 Alle checks geslaagd
10 artikels gewijzigd
| 1 | Er wordt een begrotingsfonds Vrijwilligersbeleid opgericht, hierna "het Fonds" te noemen. | ||
| 2 | Het Fonds is een begrotingsfonds zoals vermeld in artikel 12 van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof. | ||
| 3 | Het Fonds wordt gefinancierd door alle ontvangsten die voortvloeien uit de overdracht van de reserve, die de Vereniging van de Vlaamse Provincies heeft aangelegd met de middelen die de Nationale Loterij ter beschikking heeft gesteld voor de financiering van de vrijwilligersverzekering. | ||
| 4 | Het Fonds wordt aangewend voor de financiering van de verzekering als bedoeld in artikel 6 van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers, en voor het beheer en de promotie ervan. |
| 1 | Bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media wordt een fonds, het `Fonds CED-ECP' genoemd, opgericht, in de zin van artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019. | ||
| 2 | De middelen van het fonds kunnen uitsluitend aangewend worden voor de kosten die ontstaan in het kader van de werking van de Creative Europe Desk (CED) en het Burgerschapscontactpunt (ECP). | ||
| 3 | Aan het fonds worden toegewezen de subsidies die in het kader van subsidie-overeenkomsten met de Europese Commissie worden ontvangen ter ondersteuning van de Creative Europe Desk en het Burgerschapscontactpunt (co-financiering) en de middelen die het Vlaams Audiovisueel Fonds ter beschikking stelt van de Creative Europe Desk. |
| 3 | § 3. Het fonds wordt gespijsd door de volgende ontvangsten : | 3 | § 3. Het fonds wordt gespijsd door de volgende ontvangsten : |
| 4 | 1° de bijdragen van de instellingen belast met de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen zoals opgenomen in artikel 1, § 1, derde lid, van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, in de mate dat deze jaarlijkse ontvangsten het bedrag van 5.539.000 euro overschrijden; | 4 | 1° de bijdragen van de instellingen belast met de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen zoals opgenomen in artikel 1, § 1, derde lid, van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, in de mate dat deze jaarlijkse ontvangsten het bedrag van 5.539.000 euro overschrijden; |
| 5 | 2° de jaarlijkse ontvangsten vanaf 1 januari 2018 uit de onmiddellijke inningen, de minnelijke schikkingen en de strafrechtelijke boeten die verband houden met de inbreuken op de reglementering inzake verkeersveiligheid, die krachtens artikel 6, § 1, XII, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen tot de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest behoort, enerzijds tot en met het bedrag van 17.051.300 euro en anderzijds alle jaarlijkse ontvangsten in de mate dat die het bedrag van 161.243.000 overschrijden; | 5 | 2° de jaarlijkse ontvangsten vanaf 1 januari 2018 uit de onmiddellijke inningen, de minnelijke schikkingen en de strafrechtelijke boeten die verband houden met de inbreuken op de reglementering inzake verkeersveiligheid, die krachtens artikel 6, § 1, XII, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen tot de bevoegdheid van het Vlaamse Gewest behoort, enerzijds tot en met het bedrag van 17.044.600 euro en anderzijds alle jaarlijkse ontvangsten in de mate dat die het bedrag van 161.243.000 overschrijden; |
| 6 | 3° de bijdrage en overschotten bedoeld in artikel 8 en 9 van het decreet van 8 juli 2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2016 | 6 | 3° de bijdrage en overschotten bedoeld in artikel 8 en 9 van het decreet van 8 juli 2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2016 |
| 7 | 4° de middelen voortvloeiend uit de activa van het Fonds voor Voorziening en van Openbaar Nut voor de Inspectie van Automobielen, afgekort FIA, vereniging zonder winstoogmerk, opgericht op 7 juli 1970. | 7 | 4° de middelen voortvloeiend uit de activa van het Fonds voor Voorziening en van Openbaar Nut voor de Inspectie van Automobielen, afgekort FIA, vereniging zonder winstoogmerk, opgericht op 7 juli 1970; |
| 8 | 5° de vergoedingen van de erkende herstellers, vermeld in artikel 8 van het decreet van 1 maart 2024 over herkeuringen van voertuigen door erkende keurders bij erkende herstellers in het kader van een proefproject. | ||
| 8 | § 4. Het fonds wordt aangewend ter financiering van uitgaven voor werking, subsidies en investeringen ten bate van verkeersveiligheid met inbegrip van de regeling van de regularisatie van de exploitatievoorwaarden van de instellingen belast met de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen teneinde de organisatie van deze controle over het hele grondgebied te verzekeren. | 9 | § 4. Het fonds wordt aangewend ter financiering van uitgaven voor werking, subsidies en investeringen ten bate van verkeersveiligheid met inbegrip van de regeling van de regularisatie van de exploitatievoorwaarden van de instellingen belast met de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen teneinde de organisatie van deze controle over het hele grondgebied te verzekeren. |
| 9 | § 5. De rekenplichtige die de ontvangsten gedaan heeft, beschikt rechtstreeks over de kredieten van het fonds. | 10 | § 5. De rekenplichtige die de ontvangsten gedaan heeft, beschikt rechtstreeks over de kredieten van het fonds. |
| 10 | Ten laste van het begrotingsjaar 2024 worden 32.955,75 aanvullende leraarsuren, 481,99 aanvullende punten en een bedrag van 604.847,18 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 132,96 aanvullende vte, 2.192,09 aanvullende punten en een bedrag van 1.627.652,82 euro aan werkings- middelen aan de centra voor basiseducatie toegekend. | 10 | Ten laste van het begrotingsjaar 2024 worden 32.955,75 aanvullende leraarsuren, 481,99 aanvullende punten en een bedrag van 604.847,18 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 132,96 aanvullende vte, 2.192,09 aanvullende punten en een bedrag van 1.627.652,82 euro aan werkings- middelen aan de centra voor basiseducatie toegekend. |
| 11 | Ten laste van het begrotingsjaar 2025 worden 32.955,75 aanvullende leraarsuren, 481,99 aanvullende punten en een bedrag van 604.847,18 euro aan werkingsmid-delen toegekend aan de centra voor volwassenenonderwijs, en worden 90,66 aanvullende voltijdsequivalenten, 1494,70 aanvullende punten en een bedrag van 1.109.830,06 euro aan werkingsmiddelen toegekend aan de centra voor basiseducatie. | 11 | Ten laste van het begrotingsjaar 2025 worden 32.955,75 aanvullende leraarsuren, 481,99 aanvullende punten en een bedrag van 604.847,18 euro aan werkingsmid-delen toegekend aan de centra voor volwassenenonderwijs, en worden 90,66 aanvullende voltijdsequivalenten, 1494,70 aanvullende punten en een bedrag van 1.109.830,06 euro aan werkingsmiddelen toegekend aan de centra voor basiseducatie. |
| 12 | Ten laste van het begrotingsjaar 2026 worden 14.540,37 aanvullende leraarsuren, 212,66 aanvullende punten en een bedrag van 266.863,97 euro aan werkingsmiddelen toegekend aan de centra voor volwassenenonderwijs, en worden 40 aanvullende vte's, 659,47 aanvullende punten en een bedrag van 489.666,91 euro aan werkingsmiddelen toegekend aan de centra voor basiseducatie. | ||
| 12 | § 2. Deze middelen worden verdeeld op basis van het aantal unieke cursisten Nederlands tweede taal en alfabetisering Nederlands tweede taal in een inburgeringstraject. | 13 | § 2. Deze middelen worden verdeeld op basis van het aantal unieke cursisten Nederlands tweede taal en alfabetisering Nederlands tweede taal in een inburgeringstraject. |
| 13 | § 3. De middelen kunnen enkel aangewend worden voor de organisatie van de bijkomende opleidingen van het studiegebied Nederlands tweede taal van het secundair volwassenenonderwijs en de bijkomende opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal van de basiseducatie die de verhoogde instroom van vluchtelingen in een inburgeringstraject met zich meebrengt. | 14 | § 3. De middelen kunnen enkel aangewend worden voor de organisatie van de bijkomende opleidingen van het studiegebied Nederlands tweede taal van het secundair volwassenenonderwijs en de bijkomende opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal van de basiseducatie die de verhoogde instroom van vluchtelingen in een inburgeringstraject met zich meebrengt. |
| 1 | § 1. Vanaf de publicatie van deze bepalingen in het Belgisch Staatsblad krijgen het Gemeenschapsonderwijs en de onderwijskoepels een basistoelage en een recurrente toelage in functie van een aantal vierkante meter schoolinfrastructuur in het kader van het DBFM-programma met het oog op enerzijds een algemene informering en anderzijds een individuele begeleiding van de inrichtende machten. | ||
| 2 | § 2. De vermelde toelagen zijn beperkt tot het per Gemeenschapsonderwijs en onderwijskoepel aantal vierkante meter schoolinfrastructuur overeenkomstig de investeringslijst van het DBFM-programma op 1 januari 2009. | ||
| 3 | § 3. De toelagen worden jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex. | ||
| 4 | De referentiedatum voor de jaarlijkse aanpassing is 1 januari 2009. |
| 1 | § 1. Het Gemeenschapsonderwijs en de onderwijskoepels verbinden zich ertoe om de inrichtende machten te informeren, sensibiliseren en te ondersteunen in het kader van de inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur. | ||
| 2 | Zij ontwikkelen hiervoor de noodzakelijke en gepaste initiatieven en activiteiten zoals onder meer informatiesessies, overleg met en bijstand bieden aan de individuele inrichtende machten, constructieve samenwerking met de DBFM-vennootschap en AGIOn. | ||
| 3 | § 2. AGIOn kan steeds om alle nodig geachte informatie verzoeken bij het Gemeenschapsonderwijs en de onderwijskoepels over hun initiatieven en activiteiten zoals bedoeld in vorige paragraaf. | ||
| 4 | Het Gemeenschapsonderwijs en de onderwijskoepels zullen in elke geval jaarlijks een duidelijk en gedetailleerd activiteitenverslag overmaken aan AGIOn. Hierin zal onder meer een verklaring van de individuele inrichtende macht worden opgenomen betreffende de geleverde ondersteuningsactiviteit in het licht van het sluiten van het individueel DBFM-contract. |
| 1 | In het begrotingsjaar 2026 wordt er, ter ondersteuning van de implementatie van de minimumdoelen in het kleuteronderwijs, een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon basisonderwijs met kleuteronderwijs en scholen buitengewoon basisonderwijs met kleuteronderwijs. Het extra werkingsbudget wordt ingezet voor de professionalisering van het personeel en de aankoop van didactisch materiaal in het kleuteronderwijs. | ||
| 2 | Het extra werkingsbudget, vermeld in het eerste lid, kan tot en met 30 juni 2028 worden gebruikt voor de doelstelling, vermeld in het eerste lid. | ||
| 3 | Voor de maatregel, vermeld in het eerste lid, is een budget van 13.552.000 euro voorzien. | ||
| 4 | Het extra werkingsbudget per school is het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal regelmatige kleuters op de eerste schooldag van februari 2026 of voor scholen opgericht op 1 september 2026 de eerste schooldag van oktober 2026 in de school met het binnen de begroting voorziene werkingsbudget, vermeld in het derde lid, gedeeld door het totale aantal regelmatige kleuters in de scholen voor gewoon basisonderwijs en scholen voor buitengewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari 2026 of voor scholen opgericht op 1 september 2026 de eerste schooldag van oktober 2026. | ||
| 5 | Het bedrag van het extra werkingsbudget, vermeld in het eerste lid, wordt uitbetaald voor 31 december 2026. |
| 3 | Bij een tekort aan onderwijzend personeel kan het schoolbestuur tijdens de schooljaren 2025-2026 tot en met 2029-2030 maximaal 20% van de aan de school toegekende vacante lestijden, vermeld in artikel 132, 134, 135, 137bis, 138, § 1, eerste lid, 6°, 141, § 2, 173quater of 173quinquies/1, omzetten in punten of uren voor de aanwending ervan in ambten van het beleids- en ondersteunend personeel of van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel. | 3 | Bij een tekort aan onderwijzend personeel kan het schoolbestuur tijdens de schooljaren 2025-2026 tot en met 2029-2030 maximaal 20% van de aan de school toegekende vacante lestijden, vermeld in artikel 132, 134, 135, 137bis, 138, § 1, eerste lid, 6°, 141, § 2, 173quater of 173quinquies/1, omzetten in punten of uren voor de aanwending ervan in ambten van het beleids- en ondersteunend personeel of van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel. |
| 4 | De omzettingen, vermeld in het tweede lid, kunnen telkens gebeuren vanaf 1 oktober van het lopende schooljaar in kwestie en gelden voor de duur van het lopende schooljaar. In afwijking hiervan eindigt een omzetting van lestijden als het personeelslid dat aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd ingericht in een ambt van het beleids- en ondersteunend personeel of in een ambt van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, tijdens het schooljaar vrijwillig ontslag neemt volgens artikel 25 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of volgens artikel 26 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. In dit geval eindigt de omzetting voor het overeenkomend deel van de lestijden vanaf het ogenblik dat het ontslag ingaat. | 4 | De omzettingen, vermeld in het tweede lid, kunnen telkens gebeuren vanaf 1 oktober van het lopende schooljaar in kwestie en gelden voor de duur van het lopende schooljaar. In afwijking hiervan eindigt een omzetting van lestijden als het personeelslid dat aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd ingericht in een ambt van het beleids- en ondersteunend personeel of in een ambt van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel, tijdens het schooljaar vrijwillig ontslag neemt volgens artikel 25 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of volgens artikel 26 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. In dit geval eindigt de omzetting voor het overeenkomend deel van de lestijden vanaf het ogenblik dat het ontslag ingaat. |
| 5 | In afwijking van het tweede en derde lid kan een schoolbestuur bij een tekort aan onderwijzend personeel voor haar scholen die gelegen zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, tijdens het schooljaar 2025-2026meer dan 20% van de aan de school toegekende vacante lestijden, ver-meld in het tweede lid, omzetten in punten voor de aanwending ervan in ambten van het beleids- en ondersteunend personeel of in uren voor de aanwending ervan in ambten van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel. De omzettingen kunnen gebeuren vanaf 1 september 2025 onder al de volgende voorwaarden: | 5 | In afwijking van het tweede en derde lid kan een schoolbestuur bij een tekort aan onderwijzend personeel voor haar scholen die gelegen zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, tijdens het schooljaar 2026-2027 meer dan 20% van de aan de school toegekende vacante lestijden, vermeld in het tweede lid, omzetten in punten voor de aanwending ervan in ambten van het beleids- en ondersteunend personeel of in uren voor de aanwending ervan in ambten van het paramedisch, medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel. De omzettingen kunnen gebeuren vanaf 1 september 2026 onder al de volgende voorwaarden: |
| 6 | 1° het schoolbestuur legt per school een voorstel om af te wijken van de ingangsdatum van 1 oktober, vermeld in het derde lid, en van het maximum van 20% van de aan de school toegekende vacante lestijden, vermeld in het tweede lid, voor onderhandeling voor in het bevoegde lokaal comité; | 6 | 1° het schoolbestuur legt per school een voorstel om af te wijken van de ingangsdatum van 1 oktober, vermeld in het derde lid, en van het maximum van 20% van de aan de school toegekende vacante lestijden, vermeld in het tweede lid, voor onderhandeling voor in het bevoegde lokaal comité; |
| 7 | 2° het schoolbestuur moet, voordat het overgaat tot omzetting van de vacante lestijden ten aanzien van die vacante lestijden op 1 september de verplichtingen tot reaffectatie of wedertewerkstelling, vermeld in artikel 34, §1, A, 2° tot en met 4°, artikel 34, §1, B, 2° tot en met 4bis°, en artikel 34, §1, C, 2° tot en met 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, zoals die van kracht waren op 31 augustus 2025, naleven; | 7 | 2° het schoolbestuur moet, voordat het overgaat tot omzetting van de vacante lestijden ten aanzien van die vacante lestijden op 1 september de verplichtingen tot reaffectatie of wedertewerkstelling, vermeld in artikel 34, §1, A, 2° tot en met 4°, artikel 34, §1, B, 2° tot en met 4bis°, en artikel 34, §1, C, 2° tot en met 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, zoals die van kracht waren op 31 augustus 2026, naleven; |
| 8 | 3° het schoolbestuur moet voordat het overgaat tot omzetting van de vacante lestijden ten aanzien van die vacante lestijden op 1 september het recht op tijdelijke aanstelling van doorlopende duur naleven van de tijdelijke personeelsleden die daar een beroep op kunnen doen volgens artikel 21 of 21bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of volgens artikel 23 of 23bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991. | 8 | 3° het schoolbestuur moet voordat het overgaat tot omzetting van de vacante lestijden ten aanzien van die vacante lestijden op 1 september het recht op tijdelijke aanstelling van doorlopende duur naleven van de tijdelijke personeelsleden die daar een beroep op kunnen doen volgens artikel 21 of 21bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991 of volgens artikel 23 of 23bis van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991. |
| 9 | De punten of uren die verkregen worden door de omzetting, vermeld in het tweede en vierde lid, worden maximaal ter ondersteuning van de leraar in de scholen basisonderwijs aangewend zodat die zich kan focussen op zijn kerntaak: lesgeven. | 9 | De punten of uren die verkregen worden door de omzetting, vermeld in het tweede en vierde lid, worden maximaal ter ondersteuning van de leraar in de scholen basisonderwijs aangewend zodat die zich kan focussen op zijn kerntaak: lesgeven. |