§ flandrepo

Decreet tot wijziging van het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters en het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten

Vlaamse Regering #2018 Staatsblad 8 mei 2024 NUMAC 2024004269
19 artikels gewijzigd
+7 −2 decreet-2012-04-20/art. 2
11In dit decreet wordt verstaan onder :
221° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie;
3+1°/1 algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 be-treffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
3−2° kinderopvang : kinderopvang van baby's en peuters, namelijk het beroepsmatig en tegen betaling opvoeden, bijdragen aan de ontwikkeling en verzorgen van baby's en peuters tot ze naar de kleuterschool, vermeld in artikel 3, 26°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, gaan;
4+2° kinderopvang : kinderopvang van baby's en peuters, buiten de gezinswoning van het kind, namelijk het beroepsmatig en tegen betaling opvoeden, bijdragen aan de ontwikkeling en verzorgen van baby's en peuters tot ze naar de kleuterschool, vermeld in artikel 3, 26°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, gaan;
453° kinderopvanglocatie : een vestigingsplaats waar kinderopvang georganiseerd wordt;
564° organisator : de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die kinderopvang organiseert;
171816° kwalificatie : een afgerond en ingeschaald geheel van competenties;
181917° competentie : de bekwaamheid om kennis, vaardigheden en attitudes in het handelen geïntegreerd aan te wenden voor maatschappelijke activiteiten;
19−18° private toezichthouder: een toezichthouder die is vormgegeven volgens het private vennootschaps- of verenigingsrecht.
20+18° private toezichthouder: een toezichthouder die is vormgegeven volgens het private vennootschaps- of verenigingsrecht;
21+19° de beginselen van voorzorg, preventie en zorgvuldigheid, hierna voor-zorgsbeginsel genoemd: de mogelijkheid om, los van de vaststelling van een inbreuk op de bepalingen, bestuurlijke maatregelen te nemen als er in het kader van kinderopvang als vermeld in dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan:
22+a) een risico is op een schending van de fysieke of psychische integriteit van de kinderen;
23+b) een vaststelling is van een ernstige gebeurtenis waarbij de fysieke of psychische integriteit van de kinderen is geschonden;
24+20° beleidsvoerend vermogen: de mate waarin de organisator in staat is om een zelfstandig beleid te voeren, rekening houdend met de beschikbare beleids-ruimte, met de eigen doelstellingen en met de lokale context, en de mate waarin de activiteiten van de verantwoordelijke en van de medewerkers op elkaar zijn afgestemd in functie van het bijdragen aan de ontplooiing van het kind.
2025Onder meer de volgende activiteiten worden niet beschouwd als kinderopvang met betrekking tot baby's en peuters :
21261° jeugdhulpverlening als vermeld in artikel 2, § 1, 30°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
+3 −1 decreet-2012-04-20/art. 3
11De Vlaamse Gemeenschap beoogt met kinderopvang een dienstverlening aan gezinnen die een economische, pedagogische en sociale functie heeft, die kwaliteitsvol, beschikbaar, betaalbaar en rechtstreeks toegankelijk is voor elk kind zonder onderscheid, in aanvulling op de opvoeding van het kind in zijn gezin, met respect voor de draagkracht van het kind, zijn thuismilieu en de keuzevrijheid van het gezin.
2−Binnen het beschikbare aanbod aan kinderopvang heeft elk gezin met een behoefte aan kinderopvang, recht op kinderopvang. De Vlaamse Gemeenschap beoogt tegen 2016 een aanbod voor minstens de helft van de kinderen jonger dan drie jaar, en vanaf 2020 voor alle gezinnen met een behoefte aan kinderopvang, binnen een afgesproken budgettair kader.
2+Binnen het beschikbare aanbod aan kinderopvang heeft elk gezin met een behoefte aan kinderopvang, recht op kinderopvang.
33De kinderopvang wordt in de Vlaamse Gemeenschap uitgebouwd met als doel aan alle gezinnen die behoefte hebben aan kinderopvang binnen een redelijke termijn en op een redelijke afstand een kwaliteitsvolle en betaalbare opvangplaats te kunnen aanbieden.
4+De Vlaamse Gemeenschap ontwikkelt een financieringskader met het oog op een duurzame uitbouw van de kinderopvang, zowel kwalitatief als kwantitatief.
5+De uitbouw van bovenstaande aspecten binnen de kinderopvang gebeurt bin-nen een afgesproken budgettair kader.
46Lokale loketten, zoals vermeld in artikel 13, moeten voor alle gezinnen de toegankelijkheid van kinderopvanglocaties, vermeld in het eerste lid, bevorderen.
57Zolang het aanbod niet volstaat voor alle gezinnen met een behoefte aan kinderopvang, bepaalt de Vlaamse Regering in functie van de toegankelijkheid welke groepen bij voorrang kunnen gebruik maken van het aanbod waarvoor de organisator een subsidie ontvangt als vermeld in artikel 8 en 9.
+2 −5 decreet-2012-04-20/art. 4
1−Een organisator moet over een of meer van de volgende vergunningen van het agentschap beschikken om kinderopvang te kunnen organiseren :
1+Een organisator moet over een vergunning van het agentschap beschikken om kinderopvang te kunnen organiseren.
2−1° vergunning voor gezinsopvang, als de kinderopvang plaatsvindt buiten de gezinswoning van het kind, voor maximaal acht tegelijk aanwezige kinderen;
3−2° vergunning voor groepsopvang, als de kinderopvang plaatsvindt buiten de gezinswoning van het kind, en er minimaal negen tegelijk aanwezige kinderen kunnen zijn;
4−3° vergunning voor opvang aan huis, als de organisator van kinderopvang uitsluitend kinderen in hun eigen gezinswoning opvangt.
52Een natuurlijke persoon die kinderopvang organiseert in een kinderopvanglocatie in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, kan vrijwillig een vergunning aanvragen bij het agentschap.
63Een vergunning wordt toegekend door het agentschap als uit passend onderzoek door een toezichthouder of door het agentschap, zoals vermeld in artikel 16, blijkt dat de organisator van de kinderopvanglocatie voldoet aan de startvoorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. Het passend onderzoek heeft minstens betrekking op de aanwezigheid van het beleidsvoerend vermogen, vermeld in artikel 6, §1.
74Als de organisator voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, geldt een vergunning voor onbepaalde duur, met behoud van de toepassing van artikel 19.
85De organisator meldt tijdig de tijdelijke of definitieve stopzetting van de kinderopvang of elke wijziging die gevolgen heeft voor de vergunning aan het agentschap en aan de gezinnen van de op te vangen kinderen.
9−De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag, de toekenning en de wijziging van de vergunning, inclusief de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen, evenals de procedure om een sanctie op te leggen als een stopzetting of een wijziging die gevolgen heeft voor de vergunning, niet of niet tijdig wordt gemeld.
6+De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag, de toekenning en de wijziging van de vergunning, inclusief de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen, evenals de procedure om een sanctie op te leggen als een stopzetting of een wijziging die gevolgen heeft voor de vergunning, niet of niet tijdig wordt gemeld. De Vlaamse Regering kan bij de nadere voorwaarden tot vergunning of subsidie onderscheid maken naargelang het aantal vergunde kinderopvangplaatsen.
+1 −1 decreet-2012-04-20/art. 4
443° vergunning voor opvang aan huis, als de organisator van kinderopvang uitsluitend kinderen in hun eigen gezinswoning opvangt.
55Een natuurlijke persoon die kinderopvang organiseert in een kinderopvanglocatie in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, kan vrijwillig een vergunning aanvragen bij het agentschap.
6−Een vergunning wordt toegekend door het agentschap als uit passend onderzoek door een toezichthouder of door het agentschap, zoals vermeld in artikel 16, blijkt dat de organisator van de kinderopvanglocatie voldoet aan de startvoorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
6+Een vergunning wordt toegekend door het agentschap als uit passend onderzoek door een toezichthouder of door het agentschap, zoals vermeld in artikel 16, blijkt dat de organisator van de kinderopvanglocatie voldoet aan de startvoorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. Het passend onderzoek heeft minstens betrekking op de aanwezigheid van het beleidsvoerend vermogen, vermeld in artikel 6, §1.
77Als de organisator voldoet aan de voorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, geldt een vergunning voor onbepaalde duur, met behoud van de toepassing van artikel 19.
88De organisator meldt tijdig de tijdelijke of definitieve stopzetting van de kinderopvang of elke wijziging die gevolgen heeft voor de vergunning aan het agentschap en aan de gezinnen van de op te vangen kinderen.
+1 −2 decreet-2012-04-20/art. 5
1−De vergunning voor groepsopvang en de vergunning voor gezinsopvang bevatten minstens de volgende gegevens :
1+De vergunning bevat minstens de volgende gegevens :
221° de organisator;
332° de vestigingsplaats;
443° het aantal vergunde kinderopvangplaatsen, namelijk het maximaal toegestane aantal tegelijk aanwezige kinderen in de kinderopvanglocatie;
554° de datum van de toekenning van de vergunning.
6−De vergunning voor opvang aan huis bevat minstens de gegevens, vermeld in het eerste lid, 1° en 4°.
76De Vlaamse Regering kan bijkomende op te nemen gegevens bepalen.
87Als de gegevens, vermeld in het eerste en het tweede lid, die op de uitgereikte vergunning staan, niet meer met de werkelijkheid overeenstemmen of als er anderszins aanleiding bestaat om die gegevens te wijzigen, moet een nieuwe of aangepaste vergunning worden aangevraagd volgens de procedure, vermeld in artikel 4, zesde lid.
+32 −20 decreet-2012-04-20/art. 6
1−§ 1. De organisator voldoet voor zijn kinderopvanglocatie minstens aan alle voorwaarden met betrekking tot :
1+§1. De organisator heeft de integriteit en het beleidsvoerend vermogen om op een rechtmatige manier, rekening houdend met de geldende normen en waarden, kwaliteitsvolle en duurzame kinderopvang te organiseren.
2+De naleving van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, blijkt uit de ma-nier waarop de volgende aspecten in de vergunde werking aanwezig zijn:
3+1° duidelijk leiderschap, met een gestructureerde werkomgeving waar de bevoegdheden en verantwoordelijkheden duidelijk worden toebedeeld en waarbij de organisator ervoor zorgt dat alle medewerkers minstens de geïntegreerde aanpak, vermeld in punt 2°, kennen en toepassen;
4+2° een geïntegreerde aanpak van al de volgende thema’s:
2−1° de infrastructuur, minstens de ruimte, bestemd voor kinderopvang, de uitrusting en de inrichting ervan;
5+a) infrastructuur, minstens de ruimte, bestemd voor kinderopvang, de uitrusting en de inrichting ervan;
3−2° de veiligheid en de gezondheid, met inbegrip van specifieke brandveiligheidsvoorschriften voor kinderopvanglocaties, met behoud van de toepassing van de federale basisnormen voor de brandveiligheid van gebouwen;
6+b) veiligheid en gezondheid, met inbegrip van specifieke brandveiligheidsvoorschriften voor kinderopvanglocaties, met behoud van de toepassing van de federale basisnormen voor de brandveiligheid van gebouwen;
4−3° de omgang met de kinderen en de gezinnen, waaronder minstens:
7+c) omgang met de kinderen en de gezinnen, waaronder minstens:
5−a) het respecteren van de fysieke en de psychische integriteit van elk kind;
6−b) het niet discrimineren van kinderen en gezinnen. Er mogen geen voorwerpen of tekenen aanwezig zijn die blijk geven van discriminatie of die racistisch, xenofoob of onwettig zijn, als de aanwezige voorwerpen of tekenen een nadelige invloed op de kinderen kunnen hebben;
8+1) respect voor integriteit en niet-discriminatie;
7−c) het pedagogische beleid en de pedagogische ondersteuning met het oog op het stimuleren van de ontwikkeling van elk kind op lichamelijk, cognitief, sociaal-emotioneel, communicatief, creatief en moreel vlak, en met het oog op het waarborgen van het welbevinden en de betrokkenheid van elk kind;
9+2) pedagogisch beleid met het oog op het stimuleren van de ontwikke-ling van elk kind op lichamelijk, cognitief, sociaal, emotioneel, communicatief, creatief en moreel vlak, en met het oog op het waarborgen van het welbevinden en de betrokkenheid van elk kind;
8−d) de betrokkenheid en de participatie van de gezinnen, met inbegrip van de periodieke evaluatie van de tevredenheid van de gezinnen en de communicatie met de gezinnen, en met inbegrip van de informatie van het agentschap over de vergunning;
10+3) betrokkenheid en participatie van de gezinnen;
9−e) het huishoudelijk reglement en de schriftelijke overeenkomst met de gezinnen;
11+4) huishoudelijk reglement en schriftelijke overeenkomst;
12+5) inlichtingenfiche en aanwezigheidsregister;
10−4° de personen werkzaam in de kinderopvanglocatie, minstens met betrekking tot:
13+d) personen werkzaam in de kinderopvanglocatie, minstens met betrekking tot:
11−a) de verantwoordelijke, zoals zijn kwalificatie, te volgen vorming en zijn actieve kennis van de Nederlandse taal;
14+1) de verantwoordelijke, zoals zijn kwalificatie en zijn actieve kennis van de Nederlandse taal;
12−b) de kinderbegeleider, zoals zijn kwalificatie, te volgen vorming, het aantal kinderbegeleiders in verhouding tot het aantal tegelijk aanwezige kinderen en voor minstens één van de kinderbegeleiders de actieve kennis van de Nederlandse taal;
15+2) de kinderbegeleider, zoals zijn kwalificatie, het aantal kinderbegelei-ders in verhouding tot het aantal tegelijk aanwezige kinderen en voor minstens een van de kinderbegeleiders de actieve kennis van de Nederlandse taal;
13−c) de persoon die in afwezigheid van de verantwoordelijke de taak van de verantwoordelijke als aanspreekpersoon overneemt, zoals zijn actieve kennis van de Nederlandse taal;
16+3) andere personen met regelmatig direct contact;
14−5° het organisatorische management van de kinderopvanglocatie, minstens de verantwoordelijkheidstoedeling, de leefgroepindeling, de financiële werking, het kwaliteitsbeleid en de klachtenbehandeling;
17+e) organisatorisch management van de kinderopvanglocatie, minstens het medewerkersbeleid, de algemene en financiële werking, de leefgroepin-deling en de klachtenbehandeling;
15−6° de samenwerking met het agentschap, het lokaal loket kinderopvang en het lokaal bestuur.
18+f) samenwerking met het agentschap, het lokaal loket kinderopvang en het lokaal bestuur;
16−§ 2. Wat de vergunning voor gezinsopvang en voor opvang aan huis betreft, gaat de organisator, in aanvulling op de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, de draagkracht van de kinderbegeleider na. Onder draagkracht wordt verstaan: de bekwaamheid om aan kinderopvang te doen, rekening houdend met de fysieke en psychische conditie van de kinderbegeleider en met het geheel van ondersteunende en belastende factoren in de context van de kinderbegeleider, zoals gezinssituatie, sociaal netwerk en infrastructuur.
17−§ 3. De vergunningsvoorwaarden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, gelden niet voor de organisator van opvang aan huis.
19+3° een reflectieve, proactieve en reactieve houding met het oog op een voortdurende verbetering van de eigen werking, rekening houdend met de feedback en input van gezinnen, medewerkers en relevante expertise van externe or-ganisaties;
20+4° een innovatieve houding, waarbij er oog is voor vernieuwing, rekening houdend met ontwikkelingen in de omgeving, de samenleving en de regelgeving;
21+5° doeltreffende communicatie en transparantie, waarbij erop gelet wordt dat de nodige en correcte informatie tijdig en duidelijk bij de juiste mensen terechtkomt, waaronder de personen die werken in de kinderopvanglocatie en de gezinnen van de opgevangen kinderen;
22+6° samenwerking en transparante communicatie met het agentschap, het lokaal bestuur, het lokaal loket kinderopvang en andere lokale partners.
23+De organisator zorgt voor ondersteuning voor zichzelf en voor zijn medewerkers voor alle voorwaarden als vermeld in het eerste en tweede lid.
24+De organisator kan de naleving van alle voorwaarden als vermeld in het eerste, tweede en derde lid aantonen op basis van onder meer documentatie.
25+§ 2. ...
26+§ 3. ...
27+§4. De organisator controleert bij de aanstelling van elke nieuwe verantwoordelijke en kinderbegeleider en voor elke andere meerderjarige persoon die in de kinderopvanglocatie regelmatig direct contact heeft met de opgevangen kinderen, het goed zedelijk gedrag van de betrokkene dat minstens een onberispelijk gedrag in de omgang met minderjarigen inhoudt.
18−§ 4. De organisator beschikt voor zichzelf, voor de verantwoordelijke, voor de kinderbegeleider en voor elke andere meerderjarige persoon die in de kinderopvanglocatie regelmatig direct contact heeft met de opgevangen kinderen, over een uittreksel uit het strafregister als bedoeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, of over een gelijkwaardig document voor wie niet in België gedomicilieerd is, waaruit onberispelijk gedrag in de omgang met kinderen blijkt. Als de organisator een rechtspersoon is, beschikt de organisator over een uittreksel uit het centraal strafregister op naam van de rechtspersoon.
28+Als de organisator een rechtspersoon is, beschikt de organisator over een uittreksel uit het centraal strafregister op naam van de rechtspersoon. De organisator controleert van de zaakvoerders en bestuurders het goed zedelijk gedrag, dat minstens een onberispelijk gedrag in de omgang met minderjarigen inhoudt.
19−De organisator beschikt voor iedereen die in de kinderopvanglocatie regelmatig direct contact heeft met de opgevangen kinderen, over een attest van medische geschiktheid.
20−Voor de vergunning voor opvang aan huis geldt deze voorwaarde voor de kinderbegeleider. Het uittreksel en het attest worden bewaard door de organisator.
29+Artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, artikel 4, eerste lid, 1°, en artikel 5, §1, §2 en §3, eerste, tweede en vijfde lid, van het decreet van 3 juni 2022 houdende de verplichting voor bepaalde organisaties om een uittreksel uit het strafregister, vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, te controleren voor bepaalde nieuwe medewerkers, zijn van toepassing bij de controle, vermeld in het eerste en tweede lid.
30+De organisator zorgt er via een schriftelijk document voor dat elke persoon als vermeld in het eerste en tweede lid, die het voorwerp uitmaakt van een strafonderzoek of een veroordeling oploopt met betrekking tot feiten ten aanzien van minderjarigen die een impact hebben op het goed zedelijk gedrag van de betrokken persoon en met name zijn onberispelijk gedrag in de omgang met minderjarigen, dat verplicht meldt aan de organisator. Onder schriftelijk document kan ook verstaan worden het arbeidsreglement van een organisator.
31+De organisator voert een nieuwe controle uit zoals bedoeld in het eerste lid op het ogenblik dat hij informatie ontvangt, ofwel via de meldingsplicht, ofwel op een andere wijze, over het opstarten van een strafonderzoek of over het oplopen van een nieuwe veroordeling met betrekking tot feiten ten aanzien van minderjarigen die een impact hebben op het goed zedelijk gedrag van de betrokken persoon en met name zijn onberispelijk gedrag in de omgang met minderjarigen. Het resultaat van de controle of het niet naleven van de meldingsplicht kunnen arbeidsrechtelijke of contractuele gevolgen hebben voor de verantwoordelijke, de kinderbegeleider of de meerderjarige personen die in de kinderopvanglocatie regelmatig direct contact hebben met de opgevangen kinderen.
32+De organisator vraagt een nieuw uittreksel uit het strafregister op na elke periode van drie jaar.
2133§ 5. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot paragraaf 1 tot en met paragraaf 4, en maakt daarbij een onderscheid tussen de startvoorwaarden en de werkingsvoorwaarden.
2234De Vlaamse Regering bepaalt de competenties voor kinderopvang.
+1 −1 decreet-2012-04-20/art. 7
1−De organisator met een vergunning voor gezinsopvang of een vergunning voor groepsopvang kan een basissubsidie ontvangen van het agentschap.
1+De organisator met een vergunning kan een basissubsidie ontvangen van het agentschap.
22De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de basissubsidie, waaronder minstens de voorwaarden voor de actieve taalkennis van het Nederlands voor de kinderbegeleiders [... zie arrest 97/2014 van het Grondwettelijk Hof van 30 juni 2014].
+3 −2 decreet-2012-04-20/art. 8
11[Belangrijke opmerking: Gelet op het arrest van het Grondwettelijk Hof nr 72/2025 van 30 april 2025, is de uitvoering van deze bepaling in de huidige versie (met inwerkingtredingdatum 1 april 2024) van artikel 22 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013 onrechtmatig. De voorrangsregeling in artikel 8 van Kinderopvangdecreet waarnaar dit artikel 22 Subsidiebesluit verwijst, werd immers -met inbegrip van de delegatie aan de Vlaamse Regering om deze verder uit te werken- door dat arrest vernietigd. Huidig artikel 22 Subsidiebesluit heeft bijgevolg geen geldige rechtsgrond ].
2−§1. De organisator met een vergunning voor gezinsopvang of een vergunning voor groepsopvang kan bovenop de subsidie, vermeld in artikel 7, een subsidie ontvangen van het agentschap voor de realisatie van kinderopvang waarvoor de gezinnen betalen op basis van het inkomen, en voor de realisatie van de toegang tot de kinderopvang voor gezinnen die beantwoorden aan kenmerken die bij voorrang betrekking hebben op :
2+§1. De organisator met een vergunning kan bovenop de subsidie, vermeld in artikel 7, een subsidie ontvangen van het agentschap voor de realisatie van kinderopvang en van opvang van schoolgaande kinderen binnen de vergunde opvang waarvoor de gezinnen betalen op basis van het inkomen, en voor de realisatie van de toegang tot de kinderopvang voor gezinnen die beantwoorden aan kenmerken die bij voorrang betrekking hebben op :
331° de werksituatie, met minstens het kenmerk dat kinderopvang noodzakelijk is om toegang te hebben tot de arbeidsmarkt of om een beroepsgerichte opleiding in het kader hiervan te kunnen volgen, en verder :
442° de financiële situatie;
16165° door het voorleggen van het bewijs dat hij negen jaar als regelmatige leerling onderwijs heeft gevolgd in het Nederlandstalige lager en secundair onderwijs. Dit gebeurt op basis van attesten daartoe uitgereikt door de betrokken schoolbesturen.
1717§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt :
18−1° de nadere regels voor de prijs van de kinderopvang voor de gezinnen, met inbegrip van het principe dat de gezinnen betalen voor de door hen gereserveerde kinderopvangdagen;
18+1° de nadere regels voor de prijs van de kinderopvang of van de opvang van schoolgaande kinderen voor de gezinnen, met inbegrip van het principe dat de gezinnen betalen voor de door hen gereserveerde kinderopvangdagen;
19192° de voorrangsregels voor de toegang, vermeld in § 1 en § 2, waarbij absolute voorrang is in het kader van de werksituatie, de minimaal te behalen resultaten op dat vlak en de wijze waarop die resultaten worden gemeten;
20203° de nadere regels voor de kenmerken, vermeld in § 1, en de wijze waarop ze formeel worden vastgesteld.
21+In dit artikel wordt verstaan onder opvang van schoolgaande kinderen: opvang van kinderen die naar de basisschool gaan en die gebruik maken van kinderopvang in een opvanglocatie die een vergunning heeft voor opvang van baby’s en peuters, en die hoofdzakelijk baby’s en peuters opvangt.
2122De Vlaamse Regering kan de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn ermee belasten om in individuele gevallen te beslissen over een vermindering van de prijs van de kinderopvang voor de gezinnen. Voor gezinnen die een beroep doen op een organisator, gevestigd in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, die moet worden geacht wegens zijn organisatie uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap, en voor wie het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn geen beslissing neemt, kan de Vlaamse Regering de organisator ermee belasten om in individuele gevallen te beslissen over een vermindering van de prijs van de kinderopvang voor de gezinnen. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels, meer bepaald in welke gevallen het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of de organisator, in geval een beroep gedaan wordt op een organisator, gevestigd in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, een beslissing kan nemen en waarover.
2223Het agentschap kan maatregelen nemen ten aanzien van de gezinnen die niet de correcte gegevens verstrekken, nodig voor de berekening van de prijs van de kinderopvang, of die een wijziging van die gegevens niet meedelen. Die maatregelen bestaan uit de bepaling van het juiste inkomenstarief voor de toekomst en uit het bepalen van een schadevergoeding ten laste van de contracthouder voor het verleden. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de nadere regels, meer bepaald hoe dit juiste inkomenstarief gefactureerd zal worden ten aanzien van de contracthouder en hoeveel de schadevergoeding bedraagt. Het agentschap kan beslissen af te zien van deze schadevergoeding in geval van overmacht, goede trouw of indien sprake van behartenswaardige gevallen.
+1 −1 decreet-2012-04-20/art. 9
1−De organisator met een vergunning voor gezinsopvang of een vergunning voor groepsopvang kan bovenop de subsidie, vermeld in artikel 8, een subsidie ontvangen van het agentschap voor de realisatie van kinderopvangopdrachten ter ondersteuning van kwetsbare gezinnen, waaronder de bestrijding van armoede in gezinnen, en voor de realisatie van toegang voor die gezinnen. Kwetsbare gezinnen zijn gezinnen die minstens beantwoorden aan verschillende van de hieronder vermelde basiscriteria :
1+De organisator met een vergunning kan bovenop de subsidie, vermeld in artikel 8, een subsidie ontvangen van het agentschap voor de realisatie van kinderopvangopdrachten ter ondersteuning van kwetsbare gezinnen, waaronder de bestrijding van armoede in gezinnen, en voor de realisatie van toegang voor die gezinnen. Kwetsbare gezinnen zijn gezinnen die minstens beantwoorden aan verschillende van de hieronder vermelde basiscriteria :
221° de werksituatie;
332° de financiële situatie;
+1 −1 decreet-2012-04-20/art. 10
1−De organisator met een vergunning voor gezinsopvang of met een vergunning voor groepsopvang kan bovenop de subsidies, vermeld in artikel 7, 8 en 9, een subsidie ontvangen van het agentschap voor :
1+De organisator met een vergunning kan bovenop de subsidies, vermeld in artikel 7, 8 en 9, een subsidie ontvangen van het agentschap voor :
221° de organisatie van kinderopvang met flexibele openingstijden;
332° de organisatie van inclusieve kinderopvang voor kinderen met een specifieke zorgbehoefte;
+2 −2 decreet-2012-04-20/art. 11
11Het agentschap kan een subsidie toekennen aan :
2−1° de initiatiefnemer of de structuur die de organisatie van het lokaal loket kinderopvang op zich neemt voor de opdrachten, vermeld in artikel 13;
2+1° de organisator van het lokaal loket kinderopvang, vermeld in artikel 13;
3−2° de organisator met een vergunning voor opvang aan huis.
3+2° de organisaties aangesteld voor de ondersteuning van organisatoren, bij de realisatie van de voorwaarden, vermeld in artikel 6, §1.
+2 −2 decreet-2012-04-20/art. 13
554° het lokaal bestuur of de lokale besturen, de organisatoren van kinderopvang en het agentschap informeren over de vragen naar kinderopvangplaatsen.
665° ondersteuning bieden aan de gezinnen, bij het aanvragen van het inkomenstarief als bedoeld in artikel 8;
7−Het lokaal loket kinderopvang krijgt gestalte doordat binnen het Lokaal Overleg Kinderopvang, dit is de gemeentelijke adviesraad inzake kinderopvang, ter uitvoering van artikel 6, § 3, van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, een initiatiefnemer wordt aangewezen of een structuur wordt gecreëerd om het lokaal loket kinderopvang te organiseren. Elke lokale actor die relevant is voor kinderopvang, kan de organisatie op zich nemen. Als er geen initiatiefnemer wordt aangewezen of als er geen structuur wordt gecreëerd en een operationeel werkend lokaal loket kinderopvang ontbreekt, neemt het lokaal bestuur de organisatie ervan op zich.
7+Het lokaal bestuur organiseert het lokaal loket kinderopvang. Als een lokaal bestuur deze opdracht niet opneemt, kan een andere actor de organisatie opne-men. In de steden en gemeenten waar een Huis van het Kind aanwezig is, kan het lokaal bestuur het lokaal loket kinderopvang organiseren in samenwerking met het Huis van het Kind. Als een andere actor dan het lokaal bestuur het lokaal loket kinderopvang organiseert, dan moet deze lid zijn van het samenwerkingsverband Huis van het Kind en het lokaal loket kinderopvang in die context organiseren.
88Het lokaal loket kinderopvang kan betrekking hebben op verschillende gemeenten binnen de grenzen van de zorgregio.
9−De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels.
9+De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels waaronder de scheiding van de rol van de organisator van kinderopvang en de rol van organisator van het lokaal loket kinderopvang waarbij de neutraliteit van de dienstverlening van het lokaal loket kinderopvang moet gegarandeerd worden.
+0 −1 decreet-2012-04-20/art. 15
88In het eerste lid wordt verstaan onder Zorginspectie: de afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
99Bij de uitoefening van zijn toezichtopdracht draagt de private toezichtpersoon een legitimatiebewijs bij zich dat hij, op verzoek, meteen voorlegt. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere inhoud en het model van het legitimatiebewijs en bepaalt ook welk bestuursorgaan het legitimatiebewijs uitreikt.
10−Het agentschap oefent toezicht uit op stukken.
+2 −0 decreet-2012-04-20/art. 15/1 nieuw
1+Het agentschap oefent toezicht uit op basis van alle informatie die beschikbaar is. Daarbij hanteert het agentschap het voorzorgsbeginsel. Het agentschap kan een beroep doen op organisaties of deskundigen om het agentschap te adviseren in het kader van het voorzorgsbeginsel.
2+De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels wat betreft de toepassing van het voorzorgsbeginsel, die minstens de elementen van de risicoinschatting bevatten op basis waarvan het agentschap kan overgaan tot het opleggen van een bestuurlijke maatregel en de communicatieprocedure ten aanzien van de organisator.
+6 −2 decreet-2012-04-20/art. 18
1−Als wordt vastgesteld dat een organisator de bepalingen van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan niet naleeft, of het door of krachtens dit decreet geregelde toezicht verhindert, wordt de organisator schriftelijk aangemaand door het agentschap. Die aanmaning vermeldt een termijn waarbinnen de organisator moet voldoen aan de niet-nageleefde bepalingen of aan de vereisten betreffende het toezicht en kan specifieke voorwaarden bevatten om te voldoen aan de niet-nageleefde bepalingen.
1+Als wordt vastgesteld dat een organisator de bepalingen van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan niet naleeft, of het door of krachtens dit decreet geregelde toezicht verhindert, wordt de organisator schriftelijk aangemaand door het agentschap. Die aanmaning vermeldt een termijn waarbinnen de organisator moet voldoen aan de niet-nageleefde bepalingen of aan de vereisten betreffende het toezicht en kan specifieke voorwaarden bevatten om te voldoen aan de niet-nageleefde bepalingen. Ook bij toepassing van het voorzorgsbeginsel wordt de organisator schriftelijk aangemaand door het agentschap.
2−Bij dringende noodzakelijkheid kan die aanmaning achterwege gelaten worden en worden onmiddellijk bestuurlijke maatregelen genomen zoals vermeld in afdeling 3.
2+De aanmaning kan achterwege blijven en het agentschap kan onmiddellijk over-gaan tot het nemen van een bestuurlijke maatregel als vermeld in afdeling 3:
3+1° bij dringende noodzakelijkheid;
4+2° als een herstel van de inbreuk niet meer mogelijk is;
5+3° bij de niet-naleving van een beveiligende maatregel als vermeld in artikel 19;
6+4° bij de stopzetting van de subsidie in geval van gelijktijdige opheffing of wijziging van de vergunning.
37De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels.
+22 −5 decreet-2012-04-20/art. 19
1−Het agentschap kan de vergunning wijzigen, schorsen of opheffen als de organisator :
1+Het agentschap kan de vergunning wijzigen, schorsen, opheffen of kan beveiligende maatregelen nemen als het agentschap vaststelt:
2−1° de bepalingen, vermeld in dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan, niet naleeft;
2+1° dat er een inbreuk is op de bepalingen, vermeld in dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan;
3−2° ...
3+2° dat een maatregel moet worden genomen vanuit het voorzorgsbeginsel;
4+3° dat het door of krachtens dit decreet geregelde toezicht verhinderd wordt.
4−De schorsing van de vergunning heeft van rechtswege de opschorting van de uitoefening van de kinderopvang tot gevolg vanaf de dag die volgt op de datum van de kennisgeving van de beslissing tot schorsing, tot het moment waarop de organisator weer voldoet aan de bepalingen, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
5+De schorsing van de vergunning heeft van rechtswege de opschorting van de uitoefening van de kinderopvang tot gevolg vanaf de dag die vermeld is in de schorsingsbeslissing tot het moment dat het agentschap vaststelt dat de organisator opnieuw voldoet aan de vergunningsvoorwaarden en uiterlijk tot de datum die vermeld is in de schorsingsbeslissing. Als op de einddatum van de schorsing de aanleiding van de maatregel niet is weggewerkt, kan het agentschap de schorsing verlengen of een andere bestuurlijke maatregel opleggen.
56De opheffing van de vergunning heeft van rechtswege de sluiting van de kinderopvanglocatie tot gevolg.
6−De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels, die minstens de mogelijkheid bevatten om een bezwaar in te dienen.
7+De beveiligende maatregelen zijn tijdelijke bestuurlijke maatregelen waarbij de uitoefening van de kinderopvang niet volledig wordt opgeschort, tenzij het agentschap gelijktijdig met de beveiligende maatregel een schorsing oplegt. Als op de einddatum van de beveiligende maatregel de aanleiding van de beveiligende maatregel niet is weggewerkt, kan het agentschap de beveiligende maatregel verlengen of een andere bestuurlijke maatregel opleggen.
8+Het agentschap kan een of meer beveiligende maatregelen nemen die kunnen bestaan uit:
9+1° de wijziging van de vergunning, al dan niet gekoppeld aan het verbod om bepaalde ruimtes in de kinderopvanglocatie in gebruik te nemen;
10+2° de beperking van de openingsdagen en -uren;
11+3° de screening en adviesverlening aan het agentschap van de risico’s met betrekking tot de persoon van de organisator of van een persoon die werkzaam is in de kinderopvanglocatie, door een organisatie of deskundige als vermeld in artikel 15/1, eerste lid;
12+4° de screening en adviesverlening aan het agentschap van de competenties van de organisator met betrekking tot het beleidsvoerend vermogen, door een organisatie als vermeld in artikel 11;
13+5° het opleggen van een verbod voor een organisator om een vergunning aan te vragen als het handhavingsdossier elementen bevat die wijzen op de ongeschiktheid om als organisator van een kinderopvanglocatie op te treden;
14+6° het opleggen van een verbod voor een persoon om als verantwoordelijke van een kinderopvanglocatie tewerkgesteld te worden als het handhavingsdossier elementen bevat die wijzen op de ongeschiktheid om dergelijke functie op te nemen;
15+7° het opleggen van een verbod om activiteiten op te nemen met de opgevangen kinderen ten aanzien van een of meer personen die werkzaam zijn in de kinderopvanglocatie;
16+8° het opleggen van een specifieke ondersteuning, al dan niet op de werkvloer, of van een specifieke opleiding;
17+9° het opleggen van een verbod om nieuwe contracten af te sluiten met gezinnen;
18+10° het verzoek aan de rechter om een voorlopige bewindvoerder aan te stellen met competenties in de organisatie van een zorgvoorziening die gemachtigd wordt om in naam en voor rekening van de organisator de nodige maatregelen te nemen om tegemoet te komen aan de vastgestelde inbreuken of risico’s wat betreft de kwaliteit en de duurzaamheid van de kinderopvang.
19+In de beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt transparant omschreven wat de bestuurlijke maatregel inhoudt, de motivering voor de keuze van de opgelegde bestuurlijke maatregel en welke voorwaarden in voorkomend geval vervuld moeten zijn en binnen welke termijn ze vervuld moeten zijn.
20+Het agentschap kan in voorkomend geval de kosten voor bepaalde beveiligende maatregelen geheel of ten dele aanrekenen aan de organisator.
21+Het agentschap kan in geval van een schorsing van een vergunning naar aanleiding van een ernstige gebeurtenis als vermeld in artikel 2, eerste lid, 19°, b), waaruit blijkt dat de gebeurtenis te wijten is aan een oorzaak die volledig buiten de organisator of zijn medewerkers ligt, een eenmalig forfaitair bedrag betalen voor geleden inkomensverlies.
22+De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels die minstens de mogelijkheid bevatten om bezwaar in te dienen tegen de bestuurlijke maatregelen, vermeld in het eerste lid, die de parameters bevatten voor het vastleggen van de kosten voor bepaalde beveiligende maatregelen en voor het vastleggen van het eenmalig forfaitair bedrag, vermeld in het zevende en achtste lid, en de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder als vermeld in het vijfde lid, 10°.
23+De Vlaamse regering bepaalt de maximale duurtijd van de eerste schorsingsbeslissing en van de beveiligende maatregelen.
+7 −0 decreet-2012-04-20/art. 23/1 nieuw
1+Er wordt een Comité van toezicht op de Handhaving in de Kinderopvang opgericht, hierna het Comité genoemd, met de volgende opdrachten:
2+1° het handhavingsbeleid en de operationele handhaving, met inbegrip van de toepassing van het voorzorgsbeginsel, vermeld in artikel 15/1, evalueren;
3+2° op eigen initiatief, vanuit de evaluatie, vermeld in punt 1°, advies formuleren aan het agentschap;
4+3° op verzoek van de bevoegde minister of de leidend ambtenaar van het agentschap een advies formuleren over het handhavingsbeleid of bepaalde aspecten ervan.
5+Om de opdrachten, vermeld in het eerste lid, te kunnen realiseren heeft het Comité toegang tot alle relevante informatie, vermeld in artikel 24, vijfde lid, met inbegrip van de handhavingsdossiers die het agentschap bezorgt aan het Comité.
6+De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels, minstens met betrekking tot de samenstelling, de benoeming van de leden, de duur van hun mandaat, de werking, de rapportering en de vertrouwelijkheid van de informatie.
7+De Vlaamse Regering stelt de vergoeding voor de leden van het Comité vast.
+31 −1 decreet-2012-04-20/art. 24
11112° van de organisatoren, de verantwoordelijken, de kinderbegeleiders en eventuele andere medewerkers in het kader van de handhaving van de vergunnings- en subsidievoorwaarden, minstens :
1212a) de gegevens over gezondheid, vermeld in artikel 4, 15), van de voormelde verordening, en de persoonsgegevens, vermeld in artikel 10 van de voormelde verordening, minstens een attest van medische geschiktheid en een uittreksel uit het strafregister;
13−b) de identificatiegegevens en de opleidingsgegevens ;
13+b) de identificatiegegevens, de opleidingsgegevens en de tewerkstellingsgegevens;
1414c) de gegevens over crisissituaties in de kinderopvanglocatie;
1515d) de gegevens over de behandeling van klachten over de kinderopvanglocatie;
16163° van elke meerderjarige persoon die in de kinderopvanglocatie direct contact heeft met de opgevangen kinderen, de gegevens, vermeld in punt 2°, a).
17+Het agentschap bezorgt de gegevens die noodzakelijk zijn voor hun opdrachten, aan de organisaties en deskundigen, vermeld in artikel 15/1 of artikel 11, 2°, en aan de gerechtelijke instanties met het oog op meldingen door het agentschap of in het kader van lopende strafonderzoeken.
1718De organisator verwerkt ter uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan minstens de volgende soorten persoonsgegevens :
18191° van het kind en van het gezin van het kind :
3233De toezichthouder verwerkt ter uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, minstens de persoonsgegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, in het kader van het toezicht op de vergunnings- en subsidievoorwaarden.
3334Het lokaal loket kinderopvang verwerkt ter uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan minstens de persoonsgegevens van het kind en van het gezin van het kind, meer bepaald de identificatiegegevens, de financiële gegevens en de gegevens over de gezinssituatie, gegevens over de vraag naar kinderopvang en gegevens over de maatschappelijke kwetsbaarheid van het kind en het gezin van het kind in het kader van de opdracht van het lokaal loket kinderopvang.
35+Het Comité van toezicht op Handhaving in de Kinderopvang verwerkt de volgende persoonsgegevens, als de verwerking noodzakelijk is met het oog op de uitvoering van zijn decretale opdrachten voor het toezicht op het handhavingsbeleid van het agentschap:
36+1° de identificatiegegevens, vermeld in het eerste lid, 1°, b), en 2°, b);
37+2° de opleidingsgegevens en de tewerkstellingsgegevens, vermeld in het eerste lid, 2°, b);
38+3° de gegevens over de gezondheid, vermeld in het eerste lid, 1°, a), en 2°, a);
39+4° de gegevens over het uittreksel uit het strafregister, vermeld in het eerste lid, 2°, a);
40+5° de gegevens over de crisissituaties in de kinderopvanglocatie en over de behandeling van de klachten, vermeld in het eerste lid, 2°, c) en d);
41+6° de gegevens van elke meerderjarige persoon die in de kinderopvanglocatie direct contact heeft met de opgevangen kinderen, vermeld in het eerste lid, 3°;
42+7° de documenten over het toezicht en de handhaving op de vergunningsvoorwaarden van de organisatoren.
43+De personen van wie de persoonsgegevens door het Comité van toezicht op Handhaving in de Kinderopvang kunnen worden verwerkt, zijn de vergunde organisatoren kinderopvang, de personen die werkzaam zijn in de kinderopvanglocatie, de zaakvoerders en bestuurders die betrokken zijn bij de kinderopvanglocatie en de personen die betrokken zijn bij een melding of klacht over de kinderopvanglocatie in kwestie.
44+De verwerking is noodzakelijk gelet op artikel 6.1, e), artikel 9, tweede lid, g), en artikel 10 van de algemene verordening gegevensbescherming. Het agentschap is verwerkingsverantwoordelijke. De gegevens worden bewaard tot één jaar nadat het Comité van toezicht op Handhaving het onderzoek heeft afgerond of het advies heeft uitgebracht aan de leidend ambtenaar of de minister.
45+De organisaties of deskundigen die aangesteld zijn door de Vlaamse Regering of het agentschap ter uitvoering van artikel 15/1 verwerken de volgende persoonsgegevens met het oog op de uitvoering van hun opdrachten, vermeld in dit decreet:
46+1° de identificatiegegevens, vermeld in het eerste lid, 1°, b), en 2°, b);
47+2° de opleidingsgegevens en de tewerkstellingsgegevens, vermeld in het eerste lid, 2°, b);
48+3° de gegevens over de gezondheid, vermeld in het eerste lid, 1° a), en 2°, a);
49+4° de gegevens over het uittreksel uit het strafregister, vermeld in het eerste lid, 2°, a);
50+5° de gegevens over de crisissituaties in de kinderopvanglocatie en over de behandeling van de klachten, vermeld in het eerste lid, 2°, c) en d);
51+6° de gegevens van elke meerderjarige persoon die in de kinderopvanglocatie direct contact heeft met de opgevangen kinderen, vermeld in het eerste lid, 3°;
52+7° de documenten over het toezicht en de handhaving op de vergunningsvoorwaarden van de organisatoren.
53+De verwerking is noodzakelijk gelet op artikel 6.1, e), artikel 9, tweede lid, g), en artikel 10 van de algemene verordening gegevensbescherming. De organisatie of deskundige is verwerkingsverantwoordelijke. De gegevens worden bewaard tot tien jaar nadat de organisatie of deskundige het onderzoek heeft afgerond en het advies heeft uitgebracht aan het agentschap.
54+De personen van wie de persoonsgegevens kunnen worden verwerkt door de organisaties of deskundigen die aangesteld zijn door de Vlaamse Regering ter uitvoering van artikel 15/1, zijn de organisatoren kinderopvang, de personen die werkzaam zijn in hun kinderopvanglocatie, de zaakvoerders en bestuurders die betrokken zijn bij de kinderopvanglocatie en de minderjarigen of personen die betrokken zijn bij een melding of klacht over de kinderopvanglocatie in kwestie.
55+De organisaties die een subsidie ontvangen voor de ondersteuning van organisatoren als vermeld in artikel 11, 2°, verwerken de volgende persoonsgegevens met het oog op de uitvoering van hun opdrachten:
56+1° de identificatiegegevens, vermeld in het eerste lid, 1°, b), en 2°, b);
57+2° de opleidingsgegevens en de tewerkstellingsgegevens, vermeld in het eerste lid, 2°, b);
58+3° de gegevens over de crisissituaties in de kinderopvanglocatie en over de behandeling van de klachten, vermeld in het eerste lid, 2°, c) en d);
59+4° de documenten over het toezicht en de handhaving op de vergunningsvoorwaarden van de organisatoren, die noodzakelijk zijn voor de opdracht van de organisatie.
60+De verwerking is noodzakelijk gelet op artikel 6.1, e), van de algemene verordening gegevensbescherming. De organisatie die een subsidie ontvangt voor de ondersteuning van organisatoren als vermeld in artikel 11, 2°, is verwerkingsverantwoordelijke. De gegevens worden bewaard tot tien jaar nadat de organisatie de ondersteuning aan de organisator heeft afgerond.
61+De personen van wie de persoonsgegevens door de organisaties die een subsidie ontvangen voor de ondersteuning van organisatoren als vermeld in artikel 11, 2°, kunnen verwerkt worden, zijn de vergunde organisatoren kinderopvang en de personen die werkzaam zijn in hun kinderopvanglocaties.
3462De bewaartermijn is tien jaar voor de gegevens over de klachten en crisissituaties, en vijf jaar voor de andere gegevens, vermeld in het eerste lid tot en met het vierde lid. Voor de gegevens over de verantwoordelijken, de kinderbegeleiders en de eventuele andere medewerkers begint de termijn te lopen vanaf het einde van hun tewerkstelling.
63+Voor het uittreksel uit het strafregister geldt, in afwijking van het veertiende lid en in afwijking van artikel 5 van het decreet van 3 juni 2022 houdende de verplichting voor bepaalde organisaties om een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, te controleren voor bepaalde nieuwe medewerkers, dat de bewaartermijn drie jaar is, waarbij die termijn begint te lopen vanaf de aanstelling van de betrokkene. Bij de ontvangst door de organisator van een nieuw uittreksel uit het strafregister wordt het voorgaande uittreksel vernietigd. De organisator neemt de gepaste maatregelen voor de beveiligde bewaring van de uittreksels.
64+Elke verwerkingsverantwoordelijke neemt in overeenstemming met artikel 12 van de algemene verordening gegevensbescherming passende maatregelen opdat de betrokkene de in de artikel 13 en 14 van de algemene verordening gegevensbescherming bedoelde informatie en de in de artikel 15 tot en met 22 en artikel 34 van de algemene verordening gegevensbescherming bedoelde communicatie in verband met de verwerking in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke taal ontvangt. De informatie wordt schriftelijk of met andere middelen, met inbegrip van elektronische middelen, verstrekt. Als de betrokkene daarom verzoekt, kan de informatie mondeling worden meegedeeld, op voorwaarde dat de identiteit van de betrokkene met andere middelen bewezen is.
+21 −0 decreet-2012-04-20/art. 24/1 nieuw
1+§1. In het kader van de actieve openbaarheid van bestuur publiceert de toezichthouder inspectierapporten van de vergunde kinderopvanglocaties op zijn website. In het inspectierapport worden de naam en het adres van de kinderopvanglocatie en de naam, het ondernemingsnummer, het vestigingsadres en in voorkomend geval de vastgestelde inbreuken en de rechtsvorm van de organisator vermeld. Daarbij kan ook informatie van persoonlijke aard van de organisator worden gepubliceerd, voor zover deze informatie niet op onevenredige wijze afbreuk doet aan het privéleven van de betrokkenen.
2+De inspectierapporten worden bewaard gedurende een termijn van twintig jaar, te rekenen vanaf het ogenblik dat het betreffende inspectieverslag definitief is geworden. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels wat betreft de maximale termijnen waarbinnen de inspectierapporten actief gepubliceerd worden.
3+§2. In het kader van de actieve openbaarheid van bestuur publiceert het agentschap de volgende informatie over een vergunde kinderopvanglocatie op zijn website:
4+1° de naam en het adres van de organisator;
5+2° de rechtsvorm van de organisator, als het om een rechtspersoon gaat;
6+3° het ondernemingsnummer van de organisator;
7+4° de vergunde capaciteit, in voorkomend geval per kinderopvanglocatie;
8+5° in voorkomend geval de naam en het adres van de kinderopvanglocatie(s);
9+6° in voorkomend geval dat het agentschap een aanmaning of een bestuurlijke maatregel heeft getroffen, zolang die van kracht is, met daarbij een status van de reactie van de organisator;
10+7° in voorkomend geval de vastgestelde inbreuken op de regelgeving en de meldingen die aanleiding hebben gegeven tot de aanmaning of bestuurlijke maatregel;
11+8° in voorkomend geval de vaststellingen vanuit het voorzorgsbeginsel die aanleiding hebben gegeven tot een aanmaning of een bestuurlijke maatregel.
12+Met betrekking tot de informatie, vermeld in het eerste lid, 6°, 7° en 8°, bepaalt de Vlaamse Regering bij welke bestuurlijke maatregelen, inbreuken en vaststellingen vanuit het voorzorgsbeginsel en onder welke modaliteiten aan de organisator de mogelijkheid wordt geboden om te reageren op de bekendmaking.
13+Met betrekking tot de informatie, vermeld in het eerste lid, 7° en 8°, kan ook informatie van persoonlijke aard worden gepubliceerd, voor zover deze informatie niet op onevenredige wijze afbreuk doet aan het privéleven van de betrokkenen.
14+Als de vergunning van een kinderopvanglocatie wordt opgeheven, vermeldt het agentschap dat gedurende een periode van zes maanden op zijn website.
15+§3. Ter uitvoering van zijn opdrachten, vermeld in artikel 13, verwerkt en publiceert het lokaal loket kinderopvang de volgende informatie over de vergunde kinderopvanglocaties op zijn website:
16+1° de naam en het adres van de organisator;
17+2° de rechtsvorm van de organisator, als het om een rechtspersoon gaat;
18+3° het ondernemingsnummer van de organisator;
19+4° de vergunde capaciteit;
20+5° de naam en het adres van de kinderopvanglocatie.
21+In dit artikel wordt verstaan onder informatie van persoonlijke aard: informatie van persoonlijke aard als vermeld in artikel II.40, §3, derde lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd