Decreet tot wijziging van het decreet van 6 juli 2012 betreffende het Lokaal Cultuurbeleid, het decreet van 10 maart 2023 over de subsidiëring van het sociaal-cultureel volwassenenwerk en het decreet van 23 juni 2023 tot structurele subsidiëring van kernorganisaties om de digitale transformatie van de cultuursector aan te sturen en tot opheffing van het Participatiedecreet van 18 januari 2008
71 artikels gewijzigd
| 1 | Voor de toepassing van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan wordt verstaan onder: | ||
| 2 | 1° lokaal cultuurbeleid: een cultuurbeleid dat steunt op deskundigheid, strategische aanpak en participatie van alle actoren, dat streeft naar een evenwicht tussen enerzijds de culturele behoeften en anderzijds het cultuuraanbod, ondersteund door de lokale overheid, en dat uitgaat van de samenhang tussen de verschillende cultuurbeleidsdo- meinen; | ||
| 3 | 2° gemeenschapscentrum: culturele infrastructuur die de gemeente beheert met het oog op cultuurparticipatie, gemeenschapsvorming en cultuurspreiding ten behoeve van de lokale bevolking en met bijzondere aandacht voor de culturele diversiteit; | ||
| 4 | 3° cultuurcentrum: culturele infrastructuur die de gemeente beheert met het oog op cultuurparticipatie, gemeenschapsvorming en cultuurspreiding ten behoeve van de lokale bevolking en met bijzondere aandacht voor de culturele diversiteit, met daarnaast een breed en eigen cultuurspreidingsaanbod, gericht op de bevolking van een streekgericht werkingsgebied; | ||
| 5 | 4° openbare bibliotheek: een basisvoorziening waar elke burger terechtkan met zijn vragen over kennis, cultuur, informatie en ontspanning. Ze bemiddelt actief bij het beantwoorden van deze vragen. De openbare bibliotheek is actief op het vlak van geletterdheid, cultuurspreiding en cultuurparticipatie. De bibliotheek werkt in een geest van objectiviteit en vrij van levensbeschouwelijke, politieke en commerciële invloeden; | ||
| 6 | 5° administratie: de administratie, bevoegd voor de cultuur; | ||
| 7 | 6° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de cultuur; | ||
| 8 | 7° .... |
| 1 | De subsidiebedragen, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, die gekoppeld worden aan bevolkingscijfers, worden berekend op 1 januari van het te subsidiëren jaar op basis van de meest recente bevolkingscijfers die op dat moment in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd zijn. |
| 1 | Om gesubsidieerd te worden moeten de organisaties, vermeld in artikelen 20, 22, 28, 31, 34 en 36, voldoen aan de volgende voorwaarden : | ||
| 2 | 1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstgevend doel overeenkomstig de wet van 27 juni 1921, waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend; | ||
| 3 | 2° het secretariaat hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad; | ||
| 4 | 3° op zelfstandige wijze de financiën beheren en beschikken over een eigen post- of bankrekening; | ||
| 5 | 4° een boekhouding voeren en die zo organiseren dat de aanwending van de subsidies op elk ogenblik financieel kan worden gecontroleerd; | ||
| 6 | 5° toestaan dat de administratie en het Rekenhof de werking en de boekhouding zo nodig ter plaatse kunnen onderzoeken en de nodige gegevens ter beschikking stellen; | ||
| 7 | 6° de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de beheerders en de medewerkers, en van de deelnemers aan de door de organisatie georganiseerde activiteiten, vermeld in artikel 1382 tot en met 1386 van het Burgerlijk Wetboek, door een verzekering laten dekken; | ||
| 8 | 7° de verplichtingen nakomen die verbonden zijn aan het werkgeverschap. |
| 1 | Het meerjarenplan, vermeld in artikelen 21, 24, 27, 33, 35 en 37, formuleert de strategische doelstellingen en de acties die elke organisatie zal opzetten om haar opdrachten uit te voeren. Het meerjarenplan voorziet in een nulmeting op basis van indicatoren, zodat na afloop van de beleidsperiode de inspanningen kunnen worden getoetst aan de bereikte resultaten. | ||
| 2 | Het meerjarenplan van de organisaties, vermeld in artikelen 20 en 31 van het decreet, beschrijft hoe de samenwerking tussen de organisaties wordt georganiseerd. |
| 1 | De organisaties, vermeld in artikelen 20, 22, 31, 34 en 36, dienen het meerjarenplan in bij de bevoegde administratie uiterlijk op 1 oktober van het jaar dat voorafgaat aan een nieuwe beleidsperiode. De eerste beleidsperiode loopt van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2018. | ||
| 2 | Uiterlijk twee maanden nadat die organisaties het meerjarenplan hebben ingediend, keurt de administratie het plan goed of keurt ze het af, en deelt ze haar gemotiveerde beslissing mee aan de organisaties. Als het meerjarenplan niet wordt goedgekeurd, passen de organisaties het plan aan en dienen het binnen drie maanden opnieuw in bij de administratie, die binnen een maand meedeelt of het plan al dan niet wordt goedgekeurd. | ||
| 3 | Als de administratie het meerjarenplan, vermeld in artikelen 21, 24, 27, 33, 35 en 37, definitief afkeurt, vervalt de subsidie met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op de kennisgeving door de administratie van de afkeuring van het meerjarenplan aan de organisatie. |
| 1 | Als de administratie vaststelt dat een organisatie als vermeld in artikel 20, 22, 28, 31, 34 en 36 niet voldoet aan de subsidievoorwaarden of aan haar opdrachten, deelt ze haar bevindingen schriftelijk mee in een verslag met aanbevelingen. Daarbij nodigt ze de desbetreffende organisatie uit om haar eventuele bezwaren binnen dertig dagen kenbaar te maken in een bezwaarschrift. | ||
| 2 | De administratie bepaalt haar standpunt binnen dertig dagen nadat de organisatie het bezwaarschrift, vermeld in het eerste lid, heeft ingediend, en deelt dat mee aan de organisatie. Als de organisatie niet akkoord gaat met het standpunt van de administratie, kan ze binnen dertig dagen bezwaar indienen bij de minister. | ||
| 3 | De minister kan op elk moment, eventueel op basis van het ingediende bezwaarschrift en de evaluatie van de administratie, de subsidies van de lopende beleidsperiode stopzetten of verminderen als de organisatie de subsidievoorwaarden niet naleeft of haar opdrachten niet vervult. In dat geval vervalt of vermindert de subsidie vanaf de eerste dag van de maand na de kennisgeving van de beslissing van de minister door de administratie. |
| 1 | De organisaties, vermeld in artikelen 20, 22, 28, 31, 34 en 36, dienen jaarlijks uiterlijk op 15 november een sluitende begroting in voor het volgende jaar. | ||
| 2 | Jaarlijks worden uiterlijk op 31 maart volgend op een uitvoeringsjaar een voortgangsrapport en een financiële afrekening ingediend. De afrekening moet minstens de volgende stukken bevatten: de balans, de resultatenrekening en een accountants- of revisorenverslag. | ||
| 3 | De documenten, vermeld in het eerste en tweede lid, zijn door de algemene vergadering van de organisatie goedgekeurd. |
| 1 | De subsidie, vermeld in artikelen 21, 24, 27, 29, 33, 35 en 37, wordt uitgekeerd in vier driemaandelijkse voorschotten en een saldo. Elk voorschot bedraagt 22,5% van de voorgestelde subsidie. Het saldo wordt uitbetaald in de loop van het jaar dat volgt op het gesubsidieerde werkjaar nadat de administratie de financiële afrekening en het voortgangsrapport van het voorbije gesubsidieerde jaar heeft goedgekeurd. | ||
| 2 | Bij de berekening van het saldo wordt rekening gehouden met de uitgekeerde voorschotten. Als die hoger zijn dan de berekende subsidie, wordt het verschil in mindering gebracht van de subsidie die in de toekomst nog verschuldigd is. |
| 1 | Uit de afrekening en de balans moet blijken dat de organisaties, vermeld in artikelen 20, 22, 31, 34 en 36 van het decreet, rekening houdend met de eigen middelen, sluitend of batig kunnen werken. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering kan nadere regels voor reservevorming bepalen. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan aan de organisaties, vermeld in artikelen 20, 22, 28, 31, 34 en 36, bijkomende bepalingen opleggen over het AnySurflabel, het ecologisch bewustzijn en het gebruik van de standaardlogo's van de Vlaamse Gemeenschap. |
| 1 | Voor personen met een leesbeperking subsidieert de Vlaamse Regering een speciale bibliotheek met het oog op de uitbouw van een aangepaste dienstverlening. | ||
| 2 | Voor langdurig zieken en personen die in een rustoord, een rust- en verzorgingstehuis of een ziekenhuis verblijven, subsidieert de Vlaamse Regering een speciale bibliotheek met het oog op de uitbouw van een aangepaste dienstverlening. |
| 1 | De bibliotheek, vermeld in artikel 22, eerste lid, heeft de volgende opdrachten : | ||
| 2 | 1° de doelgroep, die bestaat uit personen met een visuele of andere leesbeperking, proactief benaderen, met aandacht voor de sociaal-culturele pluriformiteit, en met het oog op de verhoging van het bereik van de doelgroep; | ||
| 3 | 2° samenwerken met stakeholders en strategische partners zoals de openbare bibliotheken, de speciale bibliotheek, vermeld in artikel 22, tweede lid, de rusthuizensector, de dienstverlenende en sociaal-culturele intermediaire organisaties, met het oog op de verwezenlijking van een uitgebreidere dienstverlening; | ||
| 4 | 3° een gediversifieerde en goed uitgebouwde collectie in de diverse aangepaste leesvormen ter beschikking stellen, zoals brailleboeken, luisterboeken en -tijdschriften, onder meer op basis van de overeenkomsten, vermeld in artikel 25; | ||
| 5 | 4° de technologische ontwikkelingen volgen, zoals de ontwikkeling van de Daisy-technologie. | ||
| 6 | De Vlaamse Regering kan die opdrachten specificeren. |
| 1 | De bibliotheek, vermeld in artikel 22, eerste lid, concretiseert haar opdrachten om de vijf jaar in een meerjarenplan en legt dat ter goedkeuring voor aan de administratie. | ||
| 2 | Voor de uitvoering van het meerjarenplan kent de Vlaamse Regering een jaarlijkse subsidie toe voor personeel, werking en collectievorming, waarvan ze het bedrag bepaalt. De subsidie wordt toegekend nadat de administratie de overeenkomsten, vermeld in artikel 25, heeft goedgekeurd. |
| 1 | De bibliotheek, vermeld in artikel 22, eerste lid, sluit driejaarlijkse overeenkomsten met de organisaties, vermeld in artikel 28, voor het aanmaken van een bepaald aantal boeken of luistertijdschriften in het Daisy-formaat en in braille. Zowel het aantal, de prijs, het formaat, de kwaliteit, de leveringstermijn als de beschikbaarheid van de aange- paste lectuur zijn voorwerp van onderhandeling en worden opgenomen in de overeenkomsten. | ||
| 2 | De overeenkomsten, vermeld in het eerste lid, worden ingediend uiterlijk op 15 november van het jaar dat voorafgaat aan het eerste jaar van de looptijd van de overeenkomsten. Uiterlijk een maand nadat de overeenkomsten zijn ingediend, keurt de administratie die overeenkomsten goed of keurt ze ze af, en deelt ze haar gemotiveerde beslissing mee aan de bibliotheek, vermeld in artikel 22, eerste lid. Als de overeenkomsten niet worden goedgekeurd, passen de contractanten ze aan en dient de bibliotheek, vermeld in artikel 22, eerste lid, ze binnen een maand opnieuw in bij de administratie. |
| 1 | De bibliotheek, vermeld in artikel 22, tweede lid, heeft de volgende opdrachten : | ||
| 2 | 1° de doelgroep die bestaat uit onder andere langdurig zieken en personen die in een rusthuis, een rust- en verzorgingstehuis of ziekenhuis, een woon- en zorgcentrum, een serviceflat of een psychiatrisch centrum verblijven, proactief benaderen, met aandacht voor de sociaal-culturele pluriformiteit en met het oog op de verhoging van het bereik van de doelgroep; | ||
| 3 | 2° met strategische partners zoals het streekgericht bibliotheekbeleid, de openbare bibliotheken, de speciale bibliotheek, vermeld in artikel 22, eerste lid, de rusthuizensector en eventueel de dienstverlenende en sociaal-culturele intermediaire organisaties samenwerken met het oog op de verwezenlijking van een uitgebreidere dienstverlening; | ||
| 4 | 3° een gevarieerde collectie, in aangepaste leesvormen, ter beschikking stellen van de doelgroep; | ||
| 5 | 4° de vrijwilligerswerking uitbouwen door een actief rekruteringsbeleid te voeren en een degelijke basisopleiding te organiseren. | ||
| 6 | De Vlaamse Regering kan die opdrachten specificeren. |
| 1 | De bibliotheek, vermeld in artikel 22, tweede lid, concretiseert haar opdrachten om de vijf jaar in een meerjarenplan en legt dat ter goedkeuring voor aan de administratie. | ||
| 2 | Voor de uitvoering van het meerjarenplan kent de Vlaamse Regering een jaarlijkse subsidie toe voor personeel, werking en collectievorming, waarvan zij het bedrag bepaalt. |
| 1 | Organisaties die lectuur in aangepaste leesvormen produceren, zoals brailleboeken, luisterboeken, luisterkranten en luistertijdschriften, zowel voor fysieke dragers als voor een digitale omgeving, kunnen aanspraak maken op een jaarlijkse personeels- en werkingssubsidie met het oog op de aanmaak van lectuur in aangepaste leesvormen. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt het subsidiebedrag dat wordt toegekend aan de organisaties, vermeld in artikel 28, en het percentage van de subsidie dat voorwerp uitmaakt van de overeenkomsten, vermeld in artikel 25. | ||
| 2 | De subsidie wordt toegekend nadat de administratie de overeenkomsten, vermeld in artikel 25, heeft goedgekeurd. |
| 1 | In aanvulling op de documenten, vermeld in artikel 16, moeten de organisaties, vermeld in artikel 28, jaarlijks uiterlijk op 31 maart volgend op een uitvoeringsjaar, de volgende documenten indienen: | ||
| 2 | 1° een voortgangsrapport over de uitvoering van de overeenkomsten, vermeld in artikel 25, inclusief een overzicht van de aangemaakte lectuur in aangepaste leesvormen; | ||
| 3 | 2° een evaluatie van de overeenkomsten door de contractanten. |
| 1 | De door of krachtens dit decreet verleende subsidies worden toegekend binnen de beschikbare begrotingskredieten. |
| 1 | Alle subsidiebedragen, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden vanaf 1 januari 2014 gekoppeld aan hetzelfde prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van het concurrentievermogen, met uitzondering van de subsidiebedragen voor de organisaties met een specifieke opdracht, vermeld in hoofdstuk 4 van titel 3, die vanaf 1 januari 2013 worden gekoppeld aan het prijsindexcijfer. |
| 1 | In afwijking van artikelen 63, 64 en 65 blijven de verplichtingen ter verantwoording van de subsidie voor het werkjaar 2013 op basis van het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid, zoals gewijzigd, van toepassing tot en met 31 december 2014. | ||
| 2 | In afwijking van artikelen 66 en 67 blijven de verplichtingen ter verantwoording van de subsidie voor het werkjaar 2013 op basis van het decreet van 6 juli 2001 houdende ondersteuning van de federatie van erkende organisaties voor volksontwikkelingswerk en houdende ondersteuning van de Vereniging van Vlaamse Cultuurcentra, zoals gewijzigd, van toepassing tot en met 31 december 2014. | ||
| 3 | In afwijking van artikel 68 blijven de verplichtingen ter verantwoording van de subsidie voor het werkjaar 2013 op basis van het reglement van 11 april 2008 voor de aanvullende tewerkstelling bij organisaties actief in het kader van de lectuurvoorziening voor personen met een leesbeperking van toepassing tot en met 31 december 2014. |
| 1 | Met behoud van de toepassing van artikel 61, eerste lid, blijven voor de gemeenten die in 2012 een subsidieaanvraag doen op basis van het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid, de bepalingen van dat decreet gelden tot en met 31 december 2013. |
| 1 | De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid die in werkjaar 2013 op basis van de artikelen 21 en 38 van het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid werden gesubsidieerd, behouden hun subsidie waarop ze in het werkjaar 2013 recht hadden. De subsidie wordt geïndexeerd op de wijze, vermeld in artikel 51 van het decreet van 6 juli 2012 betreffende het Lokaal Cultuurbeleid. | ||
| 2 | De subsidie wordt toegekend op voorwaarde dat de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid voldoen aan de bepalingen van artikel 7, 1°, 3° en 4°, en/of aan de bepalingen van artikel 9, 1° tot en met 6°. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop de subsidie zal worden uitbetaald. | ||
| 4 | De intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid moeten jaarlijks vóór 31 juli volgende documenten ter beschikking stellen van de administratie, bevoegd voor Cultuur : | ||
| 5 | 1° een begroting van het lopende werkjaar; | ||
| 6 | 2° een goedgekeurde financiële afrekening van het voorbije werkjaar; | ||
| 7 | 3° een voortgangsrapport waarin wordt beschreven hoe er in het voorbije werkjaar invulling werd gegeven en in het lopende werkjaar invulling zal worden gegeven aan de Vlaamse beleidsprioriteiten, vermeld in artikel 5, 1° en/of 2° ; | ||
| 8 | 4° alle statistische gegevens die de administratie noodzakelijk acht, op de wijze die de administratie bepaalt. | ||
| 9 | Als uit de ingediende documenten blijkt dat de subsidie niet werd aangewend voor het doel waarvoor ze werd verleend, en meer bepaald dat de Vlaamse beleidsprioriteiten onvoldoende werden nagestreefd, keert de Vlaamse Regering verdere toegezegde subsidies in eerste instantie niet uit en in tweede instantie vordert ze reeds toegekende subsidies terug. |
| 1 | Lijst van steden en gemeenten | ||
| 2 | gemeente | ||
| 3 | inschaling | ||
| 4 | Aalst | ||
| 5 | A | ||
| 6 | Aarschot | ||
| 7 | B | ||
| 8 | Antwerpen | ||
| 9 | grootstad | ||
| 10 | Asse | ||
| 11 | C | ||
| 12 | Beersel | ||
| 13 | C | ||
| 14 | Beringen | ||
| 15 | C | ||
| 16 | Beveren | ||
| 17 | C | ||
| 18 | Bierbeek | ||
| 19 | C | ||
| 20 | Bilzen | ||
| 21 | C | ||
| 22 | Blankenberge | ||
| 23 | C | ||
| 24 | Boom | ||
| 25 | C | ||
| 26 | Bornem | ||
| 27 | B | ||
| 28 | Brasschaat | ||
| 29 | C | ||
| 30 | Bree | ||
| 31 | C | ||
| 32 | Brugge | ||
| 33 | A | ||
| 34 | Brussel | ||
| 35 | grootstad | ||
| 36 | Deinze | ||
| 37 | B | ||
| 38 | Dendermonde | ||
| 39 | B | ||
| 40 | Diest | ||
| 41 | B | ||
| 42 | Diksmuide | ||
| 43 | C | ||
| 44 | Dilbeek | ||
| 45 | A | ||
| 46 | Eeklo | ||
| 47 | B | ||
| 48 | Evergem | ||
| 49 | C | ||
| 50 | Geel | ||
| 51 | B | ||
| 52 | Genk | ||
| 53 | A | ||
| 54 | Gent | ||
| 55 | grootstad | ||
| 56 | Geraardsbergen | ||
| 57 | C | ||
| 58 | Grimbergen | ||
| 59 | A | ||
| 60 | Halle | ||
| 61 | B | ||
| 62 | Hasselt | ||
| 63 | A | ||
| 64 | Heist-op-den-Berg | ||
| 65 | C | ||
| 66 | Herentals | ||
| 67 | B | ||
| 68 | Heusden-Zolder | ||
| 69 | C | ||
| 70 | Hoogstraten | ||
| 71 | C | ||
| 72 | Houthalen-Helchteren | ||
| 73 | C | ||
| 74 | Ieper | ||
| 75 | B | ||
| 76 | Knokke-Heist | ||
| 77 | B | ||
| 78 | Koksijde | ||
| 79 | C | ||
| 80 | Kortrijk | ||
| 81 | A | ||
| 82 | Leopoldsburg | ||
| 83 | C | ||
| 84 | Leuven | ||
| 85 | A | ||
| 86 | Lier | ||
| 87 | B | ||
| 88 | Lokeren | ||
| 89 | B | ||
| 90 | Lommel | ||
| 91 | C | ||
| 92 | Maaseik | ||
| 93 | C | ||
| 94 | Maasmechelen | ||
| 95 | C | ||
| 96 | Mechelen | ||
| 97 | A | ||
| 98 | Menen | ||
| 99 | B | ||
| 100 | Mol | ||
| 101 | B | ||
| 102 | Ninove | ||
| 103 | C | ||
| 104 | Oostende | ||
| 105 | A | ||
| 106 | Oudenaarde | ||
| 107 | B | ||
| 108 | Overijse | ||
| 109 | B | ||
| 110 | Overpelt | ||
| 111 | C | ||
| 112 | Poperinge | ||
| 113 | C | ||
| 114 | Roeselare | ||
| 115 | A | ||
| 116 | Ronse | ||
| 117 | B | ||
| 118 | Schoten | ||
| 119 | C | ||
| 120 | Sint-Pieters-Leeuw | ||
| 121 | C | ||
| 122 | St-Niklaas | ||
| 123 | A | ||
| 124 | St-Truiden | ||
| 125 | B | ||
| 126 | Temse | ||
| 127 | C | ||
| 128 | Ternat | ||
| 129 | C | ||
| 130 | Tervuren | ||
| 131 | C | ||
| 132 | Tessenderlo | ||
| 133 | C | ||
| 134 | Tielt | ||
| 135 | B | ||
| 136 | Tienen | ||
| 137 | B | ||
| 138 | Tongeren | ||
| 139 | B | ||
| 140 | Torhout | ||
| 141 | C | ||
| 142 | Turnhout | ||
| 143 | A | ||
| 144 | Vilvoorde | ||
| 145 | B | ||
| 146 | Waregem | ||
| 147 | B | ||
| 148 | Wetteren | ||
| 149 | C | ||
| 150 | Wevelgem | ||
| 151 | C | ||
| 152 | Zaventem | ||
| 153 | C | ||
| 154 | Zottegem | ||
| 155 | C |
| 1 | De kredieten die het Vlaams Parlement jaarlijks goedkeurt, bepalen het maximale bedrag dat in het betreffende jaar kan worden aangewend voor de uitvoering van dit decreet. De Vlaamse Regering kan het vooropgestelde subsidiebedrag eenzijdig bijstellen wegens beleidswijzigingen of besparingsmaatregelen. | ||
| 2 | Steun die wordt toegekend op basis van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt verleend binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard. | ||
| 3 | Conform de voormelde verordening voldoen de aanvragen voor subsidies in het kader van dit decreet aan al de volgende subsidievoorwaarden: | ||
| 4 | 1° ten aanzien van de aanvrager of subsidieontvanger staat er geen bevel tot terugvordering uit door een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij de steun onrechtmatig en onverenigbaar is verklaard met de interne markt als vermeld in artikel 1, 4, a), van de voormelde verordening; | ||
| 5 | 2° de aanvrager of subsidieontvanger is geen onderneming in moeilijkheden als vermeld in artikel 2, punt 18, van de voormelde verordening; | ||
| 6 | 3° de toekenning van de subsidie leidt niet tot een schending van het Unierecht als vermeld in artikel 1, lid 5, van de voormelde verordening. | ||
| 7 | De aanmeldingsdrempels voor investerings- en exploitatiesteun voor cultuur, vermeld in artikel 4, lid 1, z), van de voormelde verordening, worden in acht genomen bij de toekenning van steun aan individuele subsidieontvangers. Als de voormelde individuele aanmeldingsdrempels overschreden worden, wordt de voorgenomen steun voorafgaandelijk aangemeld bij de Europese Commissie. |
| 3 | 2° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); | 3 | 2° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); |
| 4 | 3° Cultuurconnect: Cultuurconnect vzw met ondernemingsnummer 0629.858.909; | 4 | 3° Cultuurconnect: Cultuurconnect vzw met ondernemingsnummer 0629.858.909; |
| 5 | 4° cultuursector: de verschillende vormen, uitingen of richtingen van cultuur, namelijk kunsten, cultureel erfgoed, circuskunsten, amateurkunsten, bibliothe | 5 | 4° cultuursector: de verschillende vormen, uitingen of richtingen van cultuur, namelijk kunsten, cultureel erfgoed, circuskunsten, amateurkunsten, bibliotheken en sociaal-cultureel werk; |
| 6 | ken en sociaal-cultureel werk; | ||
| 7 | 5° culturele actoren: organisaties en personen die actief zijn in de cultuursector; | 6 | 5° culturele actoren: organisaties en personen die actief zijn in de cultuursector; |
| 8 | 6° digitale transformatie: de adoptie van digitale technologie door een organisatie om efficiëntie, waarde of innovatie te verbeteren; | 7 | 6° digitale transformatie: de adoptie van digitale technologie door een organisatie om efficiëntie, waarde of innovatie te verbeteren; |
| 12 | 10° publiq: publiq vzw met ondernemingsnummer 0475.250.609; | 11 | 10° publiq: publiq vzw met ondernemingsnummer 0475.250.609; |
| 13 | 11° sociaal-cultureel werk: het lokale cultuurbeleid, het volwassenenwerk en het jeugdwerk; | 12 | 11° sociaal-cultureel werk: het lokale cultuurbeleid, het volwassenenwerk en het jeugdwerk; |
| 13 | 11°/1 UiTwisselingsplatform: een digitale basisinfrastructuur die de uitwisseling van data op basis van OSLO-data-uitwisselingsstandaarden faciliteert om onder andere de volgende functionaliteiten te ontwikkelen: | ||
| 14 | a) de ontwikkeling van een omgeving waarin dataproducenten hun data kunnen delen in de vorm van dataproducten op een decentrale manier; | ||
| 15 | b) de harmonisatie en verrijking van data uit decentrale dataproducten in geaggregeerde dataproducten; | ||
| 16 | c) de ontsluiting van dataproducten naar data-afnemers; | ||
| 14 | 12° UiTPAS: een programma van voordelenkaarten voor toegang tot het Vlaamse vrijetijdsaanbod, met aandacht voor mensen met een kansenstatuut, dat publiq ontwikkelt en beheert ter uitvoering van de taak, vermeld in artikel 4; | 17 | 12° UiTPAS: een programma van voordelenkaarten voor toegang tot het Vlaamse vrijetijdsaanbod, met aandacht voor mensen met een kansenstatuut, dat publiq ontwikkelt en beheert ter uitvoering van de taak, vermeld in artikel 4; |
| 15 | 13° verwerkingsverantwoordelijke: een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. | 18 | 13° verwerkingsverantwoordelijke: een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. |
| 1 | Om de participatie in het vrijetijdsaanbod en in het bijzonder in het cultuur-, jeugd- en sportaanbod te consolideren, te verhogen en te verbreden, subsidieert de Vlaamse Regering publiq op voorwaarde dat publiq de strategische doelstelling heeft om participatie te stimuleren en te faciliteren via communicatie-, marketing- en informatiediensten. De ontwikkelde aanpak is gestoeld op een bewezen expertise in het veld. | 1 | Om de participatie in het vrijetijdsaanbod en in het bijzonder in het cultuur-, jeugd- en sportaanbod te consolideren, te verhogen en te verbreden, subsidieert de Vlaamse Regering publiq op voorwaarde dat publiq de strategische doelstelling heeft om participatie te stimuleren en te faciliteren via communicatie-, marketing- en informatiediensten. De ontwikkelde aanpak is gestoeld op een bewezen expertise in het veld, alsook het ontwikkelen van expertise en trajecten in kader van de participatie van kansengroepen. |
| 2 | Bij de uitvoering van de strategische doelstelling, vermeld in het eerste lid: | 2 | Bij de uitvoering van de strategische doelstelling, vermeld in het eerste lid: |
| 3 | 1° richt publiq zich prioritair op een actieve exploitatie van een digitaal platform waarin diverse instrumenten geïntegreerd zijn die participatie bevorderen; | 3 | 1° richt publiq zich prioritair op een actieve exploitatie van een digitaal platform waarin diverse instrumenten geïntegreerd zijn die participatie bevorderen; |
| 4 | 2° zet publiq in op informatie- en communicatietechnologiein functie van de participatie van kansengroepen; | 4 | 2° zet publiq in op informatie- en communicatietechnologie, alsook op aanvullende strategieën in functie van de participatie van kansengroepen; |
| 5 | 3° richt publiq zich zowel rechtstreeks tot het publiek als onrechtstreeks via partnerschappen met lokale besturen, andere collectieve actoren en alle organisatoren van vrijetijdsactiviteiten, met de nadruk op de sectoren cultuur, jeugd- werk en sport; | 5 | 3° richt publiq zich zowel rechtstreeks tot het publiek als onrechtstreeks via partnerschappen met lokale besturen, andere collectieve actoren en alle organisatoren van vrijetijdsactiviteiten, met de nadruk op de sectoren cultuur, jeugd- werk en sport; |
| 6 | 4° verbindt publiq zich ertoe de opgedane kennis over participatie met de vrijetijdssector te delen in zijn ecosysteem. | 6 | 4° verbindt publiq zich ertoe de opgedane kennis over participatie met de vrijetijdssector te delen in zijn ecosysteem; |
| 7 | 5° neemt publiq de rol op van expertisecentrum voor vrijetijdsparticipatie van kansengroepen in cultuur, jeugd en sport, vertrekkend vanuit de leefwereld en het perspectief van deze doelgroep. Het voormelde impliceert: | ||
| 8 | a) ondersteuning op het niveau van visie en methodes; | ||
| 9 | b) het faciliteren van samenwerkingsverbanden en concrete projecten. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan aan publiq een subsidie toekennen om het UiTwisselingsplatform te beheren en verder te ontwikkelen. Bij de uitvoering van de voormelde opdracht zijn de volgende principes richtinggevend voor alle nieuwe ontwikkelingen in het digitale culturele ecosysteem: | ||
| 2 | 1° publiq stimuleert gedeelde data; | ||
| 3 | 2° publiq werkt aan een gedeelde collectieve digitale infrastructuur; | ||
| 4 | 3° publiq streeft een maximale meerwaarde na; | ||
| 5 | 4° publiq hanteert publieke waarden. | ||
| 6 | De subsidie, vermeld in het eerste lid, wordt toegekend conform de procedure en onder de grenzen en voorwaarden, vermeld in artikel 8 tot en met 13. |
| 1 | Publiq, meemoo en Cultuurconnect: | 1 | Publiq, meemoo en Cultuurconnect: |
| 2 | 1° erkennen het belang van het gebruik van het Nederlands bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten; | 2 | 1° erkennen het belang van het gebruik van het Nederlands bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten; |
| 3 | 2° vermelden in alle gedrukte en digitale communicatie, en bij elke mededeling, verklaring, publicatie en presentatie in het kader van de gesubsidieerde activiteit de steun van de Vlaamse Gemeenschap door de standaardlogo’s en de bijbehorende tekst en baselines te gebruiken die de Vlaamse Regering vaststelt. | 3 | 2° vermelden in alle gedrukte en digitale communicatie, en bij elke mededeling, verklaring, publicatie en presentatie in het kader van de gesubsidieerde activiteit de steun van de Vlaamse Gemeenschap door de standaardlogo’s en de bijbehorende tekst en baselines te gebruiken die de Vlaamse Regering vaststelt; |
| 4 | 3° werken in het kader van de uitvoering van de opdrachten onder artikel 4, 4/1, 5 en 6, uitsluitend samen met samenwerkingsverbanden van lokale overheden indien deze georganiseerd zijn in overeenstemming met de principes van regioconform samenwerken, vermeld in artikel 6 van het Regiodecreet van 3 februari 2023. | ||
| 5 | In afwijking van het eerste lid, 3°, kunnen de organisaties die op basis van dit decreet een subsidie ontvangen, samenwerken met samenwerkingsverbanden van lokale overheden die niet georganiseerd zijn in overeenstemming met de principes van regioconform samenwerken, vermeld in artikel 6 van het Regiodecreet van 3 februari 2023, wanneer deze samenwerkingsverbanden een uitzondering hebben verkregen met het oog op de vervulling van taken in het kader van het Bovenlokaalcultuurdecreet van 8 maart 2024, of van het Cultureelerf- goeddecreet van 23 december 2021. |
| 1 | §1. Publiq treedt op als verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens die plaatsvindt in het kader van de uitvoering van de opdracht, vermeld in artikel 4/1. | ||
| 2 | §2. De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit artikel heeft betrekking op de volgende categorieën van betrokkenen: | ||
| 3 | 1° platformgebruikers; | ||
| 4 | 2° organisatoren van vrijetijdsactiviteiten, en hun medewerkers, contactpersonen en andere aangestelden; | ||
| 5 | 3° beheerders van vrijetijdslocaties en -infrastructuur, en hun medewerkers, contactpersonen en andere aangestelden; | ||
| 6 | 4° personen die betrokken zijn bij de uitvoering van vrijetijdsactiviteiten. | ||
| 7 | §3. De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit artikel heeft betrekking op de volgende categorieën van persoonsgegevens: | ||
| 8 | 1° voor de betrokkenen, vermeld in paragraaf 2, 1° tot en met 3°: | ||
| 9 | a) de identificatiegegevens; | ||
| 10 | b) de functiegegevens; | ||
| 11 | c) de contactgegevens; | ||
| 12 | d) de loggegevens van gebruikersactiviteiten; | ||
| 13 | 2° voor de betrokkenen, vermeld in paragraaf 2, 4°: | ||
| 14 | a) de identificatiegegevens; | ||
| 15 | b) de contactgegevens; | ||
| 16 | c) de gegevens over artistieke output en expertise; | ||
| 17 | d) de geboortedatum, de geboorteplaats, het geslacht en andere biografische gegevens. | ||
| 18 | §4. De volgende categorieën van personen hebben toegang tot de persoonsgegevens die conform dit artikel verwerkt worden: | ||
| 19 | 1° de platformgebruikers als ze toegang hebben tot de dataproducten die via het UiTwisselingsplatform verwerkt en ter beschikking gesteld worden; | ||
| 20 | 2° de personeelsleden, de medewerkers en andere personen die aangesteld zijn door publiq, als dat noodzakelijk is om hun taken uit te voeren in het kader van het beheer en de doorontwikkeling van het UiTwisselingsplatform. | ||
| 21 | §5. Publiq bepaalt als verwerkingsverantwoordelijke de bewaartermijn van de persoonsgegevens die het conform dit artikel verwerkt. De persoonsgegevens die verwerkt worden op basis van dit artikel, kunnen uiterlijk bewaard worden tot tien jaar na afloop van de opdracht, vermeld in artikel 4/1. | ||
| 22 | In afwijking van het eerste lid worden de persoonsgegevens van platformgebruikers als vermeld in paragraaf 2, 1°, uiterlijk bewaard tot tien jaar nadat hun toegang tot het UiTwisselingsplatform is afgesloten. |
| 1 | In afwijking van artikel 7 wordt het eerste meerjarenplan ingediend voor een periode van twee jaar die loopt van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025. | 1 | In afwijking van artikel 7 wordt het eerste meerjarenplan ingediend voor een periode van twee jaar die loopt van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025. |
| 2 | In afwijking van artikel 8 worden de eerste subsidies voor de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 4, 5 en 6, toegekend voor een periode van twee jaar die loopt van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025. | 2 | In afwijking van artikel 8 worden de eerste subsidies voor de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 4, 4/1 en 5 en 6, toegekend voor een periode van twee jaar die loopt van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025. |
| 3 | In afwijking van artikel 10 worden de eerste beheersovereenkomsten gesloten voor een periode van twee jaar die loopt van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025. | 3 | In afwijking van artikel 10 worden de eerste beheersovereenkomsten gesloten voor een periode van twee jaar die loopt van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2025. |
| 1 | Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. |
| 1 | In dit decreet wordt verstaan onder : | ||
| 2 | 1° participatie : het deelnemen aan en het deelhebben in het cultuur-, jeugdwerk- en sportaanbod; | ||
| 3 | 2° vrije tijd : de tijd die overblijft na, enerzijds, de gezins- en verzorgingstijd, en anderzijds, de school- en arbeidstijd; | ||
| 4 | 3° ...; | ||
| 5 | 4° ...; | ||
| 6 | 5° kansengroep : een geheel van personen die vanwege één of meer gemeenschappelijke persoons- of situationele kenmerken bijzondere beleidsuitdagingen stellen voor cultuur-, jeugdwerk- en sportparticipatie; | ||
| 7 | 6° ...; | ||
| 8 | 7° hobbyvereniging : een vereniging waarbinnen op een georganiseerde wijze en in groepsverband een vrijetijdsbesteding wordt beoefend; | ||
| 9 | 8° ...; | ||
| 10 | 9° vereniging met landelijke werking : een vereniging die door haar doelstelling en werking deelnemers aantrekt uit of een werking heeft in minstens vier provincies van het Nederlandse taalgebied. Alle gegevens en documenten moeten in het Nederlands aanwezig zijn op de zetel. In dit decreet wordt het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad gelijkgesteld met een provincie; | ||
| 11 | 10° werkingssubsidie : een subsidie voor de ondersteuning van de personeels- en werkingskosten, als resultaat van een structurele activiteit met een continu en permanent karakter; | ||
| 12 | 11° projectsubsidie : een subsidie voor de ondersteuning van een initiatief in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, dat wegens haar activiteiten moet worden beschouwd als uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap, met een doelstelling en uitvoering die in de tijd kan worden afgebakend. De initiatieven dienen het Nederlands te gebruiken en alle gegevens en documenten met betrekking tot dit initiatief dienen in het Nederlands aanwezig te zijn op de zetel; | ||
| 13 | 12° administratie : de entiteiten in het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media die bevoegd zijn voor de uitvoering van dit decreet; | ||
| 14 | 13° beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media : het beleidsdomein, vermeld in artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. |
| 1 | Om de verdieping en vernieuwing van de participatie van kansengroepen te realiseren, subsidieert de Vlaamse Regering een vereniging zonder winstoogmerk die, vertrekkend vanuit de leefwereld en het perspectief van kansengroepen, de participatie van deze groepen aan cultuur, jeugdwerk en sport versterkt. De vereniging heeft de volgende opdrachten : | ||
| 2 | 1° op het niveau van visie en methodes, op verzoek, ondersteuning geven aan : | ||
| 3 | a) particuliere sociaal-artistieke en participatiebevorderende projecten voor kansengroepen in de cultuur-, jeugdwerk en sportsector; | ||
| 4 | b) lokale trajecten in verband met cultuur-, jeugdwerk- en sportparticipatie; | ||
| 5 | c) de opmaak van een "afsprakennota vrijetijdsparticipatie" als vermeld in artikel 22; | ||
| 6 | d) de ontsluiting van goede praktijken, waaronder participatieprojecten als vermeld in artikel 19; | ||
| 7 | 2° het tot stand brengen of mogelijk maken van : | ||
| 8 | a) samenwerkingsverbanden en netwerken waarin verschillende partners een inspanning leveren om de participatie van mensen in armoede mogelijk te maken; | ||
| 9 | b) ...; | ||
| 10 | c) concrete projecten voor kansengroepen; | ||
| 11 | 3° het stimuleren en ontwikkelen van het maatschappelijke debat over de participatie van kansengroepen; | ||
| 12 | 4° opzetten van een systeem van financiële tegemoetkomingen om financiële drempels voor participatie aan cultuur, jeugdwerk of sport weg te werken. Dergelijke financiële tegemoetkoming wordt toegekend: | ||
| 13 | a) ...; | ||
| 14 | b) voor de participatie aan een bovenlokaal cultuur-, jeugdwerk- of sportaanbod door personen in armoede. | ||
| 15 | Bij de subsidieaanvraag verduidelijkt de vereniging hoe ze de doelstelling zal realiseren. | ||
| 16 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor het indienen van de subsidieaanvragen, alsook voor de beoordeling van de aanvragen, de toekenning en de uitbetaling van de subsidie en het toezicht op de naleving van de subsidiëringsvoorwaarden. |
| 1 | De Vlaamse Regering sluit met de vereniging, vermeld in artikel 10, een beheersovereenkomst. Die overeenkomst bestrijkt maximaal een periode van vijf jaar en is hernieuwbaar. | ||
| 2 | In die overeenkomst worden ten minste de strategische en operationele doelstellingen en de bijbehorende indicatoren bepaald, onder meer met betrekking tot het op te zetten systeem van financiële tegemoetkomingen, vermeld in artikel 10, eerste lid, 4°. | ||
| 3 | De vereniging concretiseert de beheersovereenkomst in een meerjarenplan en legt dit ter goedkeuring voor aan de administratie. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden waaraan de overeenkomst moet voldoen. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt het subsidiebedrag op grond van door de administratie geaggregeerde gegevens en de eigen beleidsintenties voor de volgende beheersovereenkomst. | ||
| 2 | Voor de opdrachten, vermeld in artikel 22, § 7, wordt de werkingssubsidie jaarlijks aangevuld zoals vermeld in artikel 22, § 7. |
| 1 | Met het oog op een bredere participatie kan de Vlaamse Regering verenigingen subsidiëren met een uitzonderlijke expertise op het vlak van participatie in het verenigingsleven die de sectoren cultuur, jeugdwerk en sport overstijgt. | ||
| 2 | De subsidie, vermeld in het eerste lid, wordt ingezet om deze expertise toegankelijk te maken en te ontsluiten voor de sectoren cultuur, jeugdwerk en sport. | ||
| 3 | De verenigingen, vermeld in het eerste lid, komen niet in aanmerking voor een werkingssubsidie binnen het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media, met uitzondering van dit decreet. | ||
| 4 | Een vereniging als vermeld in het eerste lid ontvangt een jaarlijkse subsidie voor specifieke opdrachten die in een overeenkomst met de Vlaamse Regering vastgelegd worden. Die overeenkomst bestrijkt maximaal een periode van vijfjaar en is hernieuwbaar. | ||
| 5 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden waaraan de overeenkomst moet voldoen, de voorwaarden voor verlenging van de overeenkomst, de voorwaarden voor de toekenning en de uitbetaling van de subsidie en het toezicht op de naleving van de subsidiëringsvoorwaarden. |
| 1 | Om de participatie van gedetineerden in hun directe sociale omgeving te realiseren, subsidieert de Vlaamse Regering een vereniging zonder winstoogmerk die de culturele en sportieve participatie van deze doelgroep bevordert. | ||
| 2 | Daarvoor organiseert, faciliteert en ondersteunt de vereniging een sport- en cultuuraanbod. | ||
| 3 | Bij de subsidieaanvraag verduidelijkt de vereniging hoe ze de doelstelling zal realiseren. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor het indienen van de subsidieaanvragen, alsook voor de beoordeling, de toekenning en de uitbetaling van de subsidie en het toezicht op de naleving van de subsidiëringsvoorwaarden. |
| 1 | De Vlaamse Regering sluit met de vereniging, vermeld in artikel 15, een beheersovereenkomst. Die overeenkomst bestrijkt maximaal een periode van vijfjaar en is hernieuwbaar. | ||
| 2 | In die overeenkomst worden ten minste de strategische en operationele doelstellingen en de bijbehorende indicatoren bepaald, en wordt ook aandacht besteed aan de diversiteit van de doelgroep. | ||
| 3 | De vereniging concretiseert de beheersovereenkomst in een meerjarenplan en legt dit ter goedkeuring voor aan de administratie. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden waaraan de overeenkomst moet voldoen. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt het subsidiebedrag op grond van door de administratie geaggregeerde gegevens en de eigen beleidsintenties voor de volgende beheersovereenkomst. | ||
| 2 | De subsidie, vermeld in artikel 15, is niet cumuleerbaar met de subsidies, vermeld in artikel 19. |
| 1 | Om de reguliere bibliotheekwerking uit te breiden tot de gevangenissen kan de Vlaamse Regering een convenant sluiten met gemeenten die beschikken over een bibliotheek die gesubsidieerd wordt in het kader van het decreet van 6 juli 2012 betreffende het Lokaal Cultuurbeleid. De subsidies die hiervoor worden ingezet, worden voorzien voor personeels- en werkingskosten. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor de toekenning en de uitbetaling van de subsidie en voor het toezicht op de uitvoering van de convenanten. |
| 1 | Om een diverse, duurzame en actieve participatie van kansengroepen aan cultuur, jeugdwerk en sport te bevorderen, subsidieert de Vlaamse Regering jaarlijks participatieve projecten die als opzet hebben die groepen toe te leiden naar het cultuur-, jeugdwerk of sportaanbod of om initiatieven die uitgaan van die kansengroepen te valoriseren. De projecten worden opgezet door een vereniging zonder winstoogmerk. | ||
| 2 | De participatieprojecten, vermeld in het eerste lid, richten zich tot of gaan uit van een van de volgende kansengroepen : | ||
| 3 | 1° personen met een handicap; | ||
| 4 | 2° gedetineerden; | ||
| 5 | 3° personen in armoede; | ||
| 6 | 4° personen met een diverse etnisch-culturele achtergrond; | ||
| 7 | 5° gezinnen met kinderen. | ||
| 8 | De Vlaamse Regering kan na voorafgaand advies van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media nog andere kansengroepen aanwijzen dan de kansengroepen, vermeld in het tweede lid. |
| 1 | Om in aanmerking te komen voor subsidiëring worden de participatieprojecten, vermeld in artikel 19, getoetst aan de volgende criteria: | ||
| 2 | 1° de wijze waarop het project inspeelt op en tegemoetkomt aan de eigenheid van de kansengroep of vertrekt vanuit de kansengroep; | ||
| 3 | 2° de actieve participatie van de doelgroep in de totstandkoming van het project; | ||
| 4 | 3° de bijdrage van het project aan het wegwerken van participatiedrempels; | ||
| 5 | 4° de inbedding van het project in een netwerk of samenwerkingsverband met relevante actoren om de slaagkansen van het project te maximaliseren; | ||
| 6 | 5° de aandacht voor een meer inclusieve cultuur-, jeugdwerk- of sportpraktijk door actieve participatie van kansengroepen, participatie in gezinsverband of intergenerationele initiatieven. | ||
| 7 | Projecten van verenigingen die een werkingssubsidie ontvangen van de Vlaamse overheid komen in aanmerking voor de subsidie, vermeld in artikel 19, als zowel op organisatorisch als op financieel vlak wordt aangetoond hoe de resultaten van het project op duurzame wijze worden geïntegreerd in de reguliere werking van de vereniging. Een uit- zondering daarop wordt gemaakt voor projecten die zich richten tot gedetineerden. | ||
| 8 | De helft van de subsidies voor de participatieprojecten, vermeld in artikel 19, wordt bij voorrang toegekend aan verenigingen die geen werkingssubsidie ontvangen van de Vlaamse overheid. | ||
| 9 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor: | ||
| 10 | 1° de indiening van de subsidieaanvragen, de beoordeling en de evaluatie van de projecten en de beoordelingscommissie, de toekenning en de uitbetaling van de subsidie en het toezicht op de naleving van de subsidiëringsvoorwaarden; | ||
| 11 | 2° de procedure voor het aantonen en opnemen van de projecten, vermeld in het tweede lid, in de reguliere werking van de verenigingen; | ||
| 12 | 3° de evaluatie en effectmeting van de keuze van kansengroepen en de bepaling van de bijbehorende beleidsinstrumenten. |
| 1 | § 1. Met het oog op de creatie van een plaatselijk en structureel samenwerkingsverband dat werkt aan het slechten van lokale participatiedrempels voor personen in armoede, subsidieert de Vlaamse Regering op basis van cofinanciering gemeenten of samenwerkingsverbanden van gemeenten in het Nederlandse taalgebied en de Vlaamse Gemeenschapscommissie die via lokale netwerken de participatie in cultuur, jeugdwerk of sport stimuleren. | ||
| 2 | De subsidies worden aangewend voor : | ||
| 3 | a) de financiering van de deelname door personen in armoede aan vrijetijdsinitiatieven, -activiteiten en -verenigingen binnen en buiten de gemeente, met inbegrip van lidgeld en voor de deelname noodzakelijke benodigdheden; | ||
| 4 | b) de ondersteuning en financiering van initiatieven van of voor personen in armoede op sportief, jeugdwerk- of cultureel vlak. | ||
| 5 | Wat het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad betreft, kunnen deze middelen enkel worden aangewend voor de acties vermeld in § 1, tweede lid, voor aanvragen via verenigingen die wegens hun activiteiten moeten worden beschouwd als uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap. | ||
| 6 | § 2. Om voor de subsidie in aanmerking te komen, zal de gemeente, het samenwerkingsverband van gemeenten of de Vlaamse Gemeenschapscommissie : | ||
| 7 | 1° bij de subsidieaanvraag een "afsprakennota vrijetijdsparticipatie" voegen, die een periode bestrijkt tot en met het eerste jaar van de volgende bestuursperiode van de gemeenten of de Vlaamse Gemeenschapscommissie en die minimaal voorziet in de financiering van initiatieven zoals vermeld in § 1, tweede lid; | ||
| 8 | 2° aantonen dat het opstellen, opvolgen en uitvoeren van de "afsprakennota vrijetijdsparticipatie" tot stand komt via een lokaal netwerk, waarbij minimaal volgende partners actief worden betrokken : | ||
| 9 | a) als het gaat om de afsprakennota van een gemeente of een samenwerkingsverband van gemeenten : | ||
| 10 | 1° de gemeentelijke dienst of diensten, bevoegd voor vrije tijd; | ||
| 11 | 2° het openbaar centrum of de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; | ||
| 12 | 3° de verenigingen van personen in armoede die actief zijn in de gemeente. Als in de gemeente geen vereniging van personen in armoede actief is, worden andere relevante lokale organisaties die in hun werking onder meer personen in armoede als doelgroep hebben verplicht betrokken bij het lokale netwerk; | ||
| 13 | b) als het gaat om de afsprakennota van de Vlaams Gemeenschapscommissie : | ||
| 14 | 1° de eigen diensten, bevoegd voor de vrije tijd; | ||
| 15 | 2° de verenigingen van personen in armoede gevestigd in het tweetalige gebied Brussel- hoofdstad die wegens hun activiteiten moeten worden beschouwd te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap. Indien geen dergelijke vereniging van personen in armoede actief is, worden andere relevante lokale organisaties die in hun werking onder meer personen in armoede als doelgroep hebben verplicht betrokken bij het lokaal netwerk. | ||
| 16 | § 3. De Vlaamse Regering stelt tijdens het laatste jaar van de legislatuur van de gemeente de trekkingsrechten vast waarop een gemeente aanspraak kan maken. Het trekkingsrecht van de Vlaamse Gemeenschapscommissie bedraagt minstens 6 % van de totale trekkingsrechten. | ||
| 17 | Voor de vaststelling van het subsidiebedrag per gemeente wordt uitgegaan van het principe van cofinanciering en van de volgende verdeelsleutel : | ||
| 18 | 1° vijftig percent op basis van het aantal rechthebbenden op een verhoogde verzekeringstegemoetkoming als vermeld in artikel 37, § 1 en § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorgingen en uitkeringen gecoordineerd op 14 juli 1994, op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van de trekkingsrechten; | ||
| 19 | 2° vijftig percent op basis van het aantal gerechtigden op maatschappelijke integratie als vermeld in de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, op 1 januari van het jaar dat voorafgaat aan de vaststelling van de trekkingsrechten. | ||
| 20 | § 4. Een gemeente, samenwerkingsverband van gemeenten of de Vlaamse Gemeenschapscommissie kan jaarlijks beslissen om de uitvoering van de "afsprakennota vrijetijdsparticipatie" voor de resterende beleidsperiode stop te zetten. Dit impliceert automatisch de stopzetting van de subsidiëring. | ||
| 21 | § 5. Alle verplichte partners als vermeld in § 2, 2°, en elke betrokkene bij de "afsprakennota vrijetijdsparticipatie" kunnen, met het oog op bemiddeling, een klacht indienen tegen opmaak of uitvoering van de afsprakennota bij de door de Vlaamse Regering aangewezen dienst. De klacht is maar behandelbaar als die wordt vergezeld van een advies van een ter zake relevante lokale adviesraad. | ||
| 22 | § 6. ... | ||
| 23 | § 7. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor : | ||
| 24 | 1° het indienen van de subsidieaanvragen, de omvang van de cofinanciering, de toekenning en de uitbetaling van de subsidie, het toezicht op de naleving van de subsidiëringsvoorwaarden, de klachtenprocedure en de mogelijkheden tot stopzetting; | ||
| 25 | 2° de monitoring en evaluatie van de lokale netwerken voor de bevordering van de vrijetijdsparticipatie van personen in armoede. |
| 1 | Om de gemeenschapsvormende waarde en de kwalitatieve ondersteuning van lokale hobbyverenigingen te stimuleren, subsidieert de Vlaamse Regering hobbyverenigingen met een landelijke werking. Ze moeten voldoen aan de volgende voorwaarden : | ||
| 2 | 1° een vereniging zonder winstoogmerk zijn; | ||
| 3 | 2° een landelijke ledenwerking ontplooien; | ||
| 4 | 3° minstens dertig afdelingen tellen met een spreiding over minstens vier provincies; | ||
| 5 | 4° activiteiten organiseren die de participatie van leden en geïnteresseerden verbreden en verdiepen, onder andere door competentieverhoging op het educatieve, culturele of sportieve vlak. | ||
| 6 | Hobbyverenigingen die al een werkingssubsidie ontvangen van de Vlaamse overheid, komen niet in aanmerking voor subsidiëring op basis van dit hoofdstuk. |
| 1 | Een hobbyvereniging als vermeld in artikel 25, eerste lid, ontvangt een subsidie van maximaal 10.000 euro per jaar. De subsidie wordt aangewend voor minstens een van de volgende initiatieven: | ||
| 2 | 1° de organisatie van minstens één activiteit met landelijke uitstraling in het kader van de vrijetijdsbesteding met het oog op cultuur of sport; | ||
| 3 | 2° de organisatie van minstens één initiatief met als doel de bestuurlijke competenties van de lokale afdelingen te verhogen; | ||
| 4 | 3° het op regelmatige basis informeren van de leden via een tijdschrift, een website of een ander communicatiemiddel. | ||
| 5 | De subsidieaanvragen worden vergeleken en beoordeeld op basis van de volgende criteria : | ||
| 6 | 1° de mate waarin ze de diversiteit van hobbyverenigingen in Vlaanderen vergroten; | ||
| 7 | 2° ...; | ||
| 8 | 3° ...; | ||
| 9 | 4° de mate waarin ze personen uit kansengroepen bereiken; | ||
| 10 | 5° de mate waarin ze een jeugdwerking uitbouwen. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden voor het indienen van de subsidieaanvragen, alsook voor de beoordeling ervan, de toekenning en de uitbetaling van de subsidie en het toezicht op de naleving van de subsidiëringsvoorwaarden. |
| 1 | Aan artikel 16 van het decreet van 7 mei 2004 houdende aanvullende subsidies voor tewerkstelling in de culturele sector, gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2005, worden een vierde, vijfde en zesde lid ingevoegd, die luiden als volgt : | ||
| 2 | « In afwijking van het tweede lid wijst de Vlaamse Regering de personeelsfuncties waarin geregulariseerde DAC'ers tewerkgesteld zijn, die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit decreet onder de toepassing vallen van artikelen 5 en 6, voor zover zij niet te situeren zijn in de erkende of gesubsidieerde organisaties, vermeld in artikelen 2, 8°, en 9, 2°, en voor zover de personeelsfuncties behoren tot de subsector, vermeld in artikel 9, 1°, toe aan organisaties die gesubsidieerd worden in het kader van het Participatiedecreet. | ||
| 3 | Bij wijze van overgang wordt bij de vaststelling van de toe te wijzen personeelsfuncties rekening gehouden met de volgende principes : | ||
| 4 | 1° voor de projecten, die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit decreet maximaal twee voltijdse equivalenten personeelsfuncties gesubsidieerd krijgen, gebeurt de toewijzing vanaf 1 januari 2009; | ||
| 5 | 2° per project kan de toewijzing die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit decreet plaatsvindt, niet hoger zijn dan het equivalent van twee voltijdse personeelsfuncties; | ||
| 6 | 3° onverminderd de toepassing van 2° behouden de projecten in 2008 altijd minstens een subsidiabel personeelsbestand van minstens twee voltijdse equivalenten personeelsfuncties. | ||
| 7 | De personeelsfuncties die in de loop van de toepassing van dit decreet onder de toepassing van de artikelen 5 en 6 komen, worden, met toepassing van de principes 1°, 2° en 3°, van het vijfde lid van dit artikel, in afwijking van artikel 6, eerste lid, onmiddellijk toegewezen aan organisaties die gesubsidieerd worden in het kader van het Participatiedecreet. » |
| 1 | Artikel 36 van het decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk wordt opgeheven. |
| 1 | De subsidies die op basis van dit decreet worden toegekend aan verenigingen die activiteiten uitoefenen gericht op de gehele Vlaamse cultuurgemeenschap, bestaan uit de subsidiëring van personeel, werking en activiteiten. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan nadere regels voor reservevorming bepalen voor de verenigingen die op basis van dit decreet een werkingssubsidie ontvangen. |
| 1 | De bedragen, vermeld in dit decreet, worden aangepast aan de ontwikkeling van de gezondheidsindex, zoals berekend door de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van het concurrentievermogen, bekrachtigd bij de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen. | ||
| 2 | De uitvoering van het decreet gebeurt binnen de ter beschikking gestelde begrotingskredieten. |
| 1 | Elke begunstigde moet het logo van de Vlaamse overheid met het bijschrift "Met steun van de Vlaamse overheid" opnemen op alle informatiedragers en relevante externe communicatiekanalen. De Vlaamse Regering kan aan de begunstigden andere verplichtingen opleggen inzake de bekendmaking van de subsidiëring. |
| 1 | Dit decreet wordt aangehaald als : Participatiedecreet. |
| 1 | Dit decreet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2008, met uitzondering van artikel 10, 2°, b), dat in werking treedt op 1 januari 2009. |