| 1 | § 1. De pedagogische begeleidingsdiensten begeleiden de onderwijsinstellingen, de CLB’s en de leersteuncentra in kwestie en hun personeelsleden in het verstrekken van kwaliteitsonderwijs, kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding en kwaliteitsvolle leersteun, zoals bepaald in artikel 4, §2. |
| 2 | Dit houdt in dat de pedagogische begeleidingsdiensten de volgende doel stellingen realiseren met de begeleiding die ze opzetten, waarbij ze vertrek- ken vanuit het pedagogisch, artistiek-pedagogisch of agogisch project van de onderwijsinstelling in kwestie, van de eigen missie en het eigen begeleidings project van het CLB in kwestie of van de eigen visie en het beleid van de leersteuncentra in kwestie en ze steeds rekening houden met de noden en de vragen van de onderwijsinstelling, het CLB of het leersteuncentrum in kwestie: |
| 3 | 1° het versterken van de beroepsbekwaamheid van de personeelsleden van onderwijsinstellingen, de CLB’s en de leersteuncentra in kwestie, in recht streeks contact, met aandacht voor het versterken van hun pedagogi sche en didactische handelen en met het oog op de ontwikkeling van alle |
| 4 | lerenden; |
| 5 | 2° het versterken van de onderwijsinstellingen, CLB’s en leersteuncentra in kwestie als professionele lerende organisatie. De pedagogische begeleidingsdiensten geven hierbij voorrang aan de onderwijsinstellingen, CLB’s of leersteuncentra waar zich de grootste noden op deze vlakken situeren. Om deze onderwijsinstellingen, CLB’s of leersteuncentra te identificeren kunnen de pedagogische begeleidingsdiensten gebruikmaken van verschil- lende bronnen zoals de gegevens van de pedagogische begeleidingsdienst zelf, de gegevens van de onderwijsinstelling, het CLB of het leersteuncentrum in kwestie, de gegevens uit doorlichtingstrajecten uitgevoerd door de onderwijsinspectie van de onderwijsinstelling, het CLB of het leersteuncentrum in kwestie, de gegevens die aan de basis liggen van het profiel van de onderwijsinstelling, het CLB of het leersteuncentrum, vermeld in artikel 38, §4, of andere resultaten of gegevens die wijzen op een lage kwaliteit van onderwijs, leerlingenbegeleiding of leersteun; |
| 6 | 3° het ondersteunen van de onderwijsinstellingen in kwestie bij de realisatie van hun eigen pedagogisch, artistiek-pedagogisch of agogisch project, het ondersteunen van de CLB’s in kwestie bij de realisatie van hun eigen missie en hun eigen begeleidingsproject en het ondersteunen van de leersteuncentra bij de realisatie van hun eigen visie en beleid; |
| 7 | 4° het begeleiden van de implementatie van bepaalde beleidsprioriteiten van de Vlaamse Regering bij de onderwijsinstellingen, de CLB’s en de leersteuncentra in kwestie, zoals bepaald in artikel 19/2. |
| 8 | De nadruk van de begeleiding van de pedagogische begeleidingsdiensten ligt steeds op de ontwikkeling van onderwijsinstellingen, CLB’s en leersteuncentra in kwestie. Hiervoor is een duurzame relatie met de betrokken instellingen noodzakelijk. |
| 9 | § 2. Iedere pedagogische begeleidingsdienst stelt vijfjaarlijks een begeleidingsplan op voor de volgende vijf schooljaren. Zij dient dit uiterlijk in bij de bevoegde dienst op 1 april voorafgaand aan de start van het eerste schooljaar van de periode van in totaal vijf schooljaren waarop het begeleidingsplan betrekking heeft. In afwijking hiervan dient iedere pedagogische begeleidingsdienst uiterlijk op 30 september 2022 een begeleidingsplan in bij de bevoegde dienst voor een periode van drie schooljaren die betrekking heeft op de schooljaren 2022-2023, 2023-2024 en 2024-2025. |
| 10 | De Vlaamse Regering keurt de begeleidingsplannen goed op basis van de volgende criteria: |
| 11 | 1° de uitwerking en de volledigheid van het begeleidingsplan. Daarvoor bevat elk begeleidingsplan een beschrijving van ten minste de volgende elementen en een globale motivering bij de gemaakte keuzes: |
| 12 | a) een visie op begeleiding en een duurzame vertaling van deze visie in de begeleidingspraktijk; |
| 13 | b) een vertaling van de doelstellingen, vermeld in artikel 15, § 1, 1° tot en met 4°, naar operationele doelstellingen, inclusief het vooropgestelde tijdspad en de geraamde inzet van personeel en werkingsmiddelen; |
| 14 | c) de beoogde doelgroepen; |
| 15 | d) de wijze waarop de instellingen met de grootste noden, vermeld in artikel 15, § 1, 2°, van het decreet, worden geïdentificeerd en begeleid; |
| 16 | e) de wijze waarop rechtstreekse contacten met de beoogde doelgroepen gerealiseerd worden met het oog op de realisatie van een duurzame instellingsnabije relatie als vermeld in paragraaf 1, laatste lid; |
| 17 | f) het verwachte bereik van de begeleidingsactiviteiten en de wijze waarop de effectiviteit van deze activiteiten in kaart zal worden gebracht; |
| 18 | 2° de ontwikkeling van de pedagogische begeleidingsdienst als organisatie. Daarvoor bevat elk begeleidingsplan een beschrijving van ten minste de volgende elementen en een globale motivering bij de gemaakte keuzes: |
| 19 | a) het personeels- en professionaliseringsbeleid; |
| 20 | b) het interne kwaliteitszorgbeleid; |
| 21 | c) de wijze waarop doelgerichte samenwerking met de andere pedagogische begeleidingsdiensten of permanente ondersteuningscellen wordt gekozen; |
| 22 | d) de wijze waarop doelgerichte samenwerking met andere actoren betrokken bij de kwaliteit van onderwijs en leerlingenbegeleiding wordt gekozen; |
| 23 | e) de wijze waarop de wetenschappelijke onderbouwing van de begeleiding vorm krijgt; |
| 24 | f) de wijze waarop wordt omgegaan met onverwachte of nieuwe vragen en uitdagingen. |
| 25 | De Vlaamse Regering bepaalt een sjabloon waarin de begeleidingsplannen worden opgesteld en de verdere procedure voor de goedkeuring van de begeleidingsplannen. De pedagogische begeleidingsdiensten delen de goedgekeurde begeleidingsplannen mee aan de onderwijsinstellingen , CLB’s en leersteuncentra in kwestie. |
| 26 | Jaarlijks rapporteren de pedagogische begeleidingsdiensten aan de Vlaamse Regering over de activiteiten van het vorige schooljaar. Na de periode van vijf schooljaren waarop het begeleidingsplan betrekking heeft, rapporteren de pedagogische begeleidingsdiensten in hun jaarlijkse rapport over de activiteiten van de ganse periode van vijf schooljaren. De stukken ter verantwoording van de ingezette middelen worden op de zetel van de pedagogische begeleidingsdiensten bewaard, waar ze voor controle ter beschikking zijn van de bevoegde diensten. |
| 27 | De Vlaamse Regering bepaalt welke elementen minimaal in de jaarlijkse rapporten worden opgenomen en bepaalt de procedure voor goedkeuring van de jaarlijkse rapporten. |
| 28 | § 3. Iedere pedagogische begeleidingsdienst stelt een werkingscode op en maakt die bekend bij de onderwijsinstellingen , CLB’s en leersteuncentra in kwestie en hun personeelsleden. |
| 29 | § 4. Elke pedagogische begeleidingsdienst onderzoekt en bewaakt op systematische wijze de kwaliteit van de geboden begeleiding. De pedagogische begeleidingsdienst kiest zelf de wijze waarop zij dit doet, waarbij ze er rekening mee houdt dat een kwaliteitsvolle begeleiding minimaal inhoudt dat de pedagogische begeleidingsdiensten: |
| 30 | 1° zowel inhoudelijk als agogisch werken op een wetenschappelijk onderbouwde wijze en functioneren als professionele organisaties; |
| 31 | 2° deelnemen aan overleg met de Vlaamse overheid en andere actoren over de kwaliteit van onderwijs, leerlingenbegeleiding en leersteun; |
| 32 | 3° doelgericht samenwerken, zowel onderling als met andere relevante actoren zoals de lerarenopleidingen, de instellingen hoger onderwijs en de onderwijsinspectie. Doelgericht betekent met het oog op het versterken van de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de begeleiding en kan voor de pedagogische begeleidingsdienst betekenen dat zij een makelaarsrol opneemt. In dit artikel wordt verstaan onder makelaarsrol, de rol die de pedagogische begeleidingsdiensten hebben om de onderwijsinstellingen, de CLB’s of de leersteuncentra in kwestie gericht te adviseren over het aanbod van een andere organisatie die expertise kan binnenbrengen die niet bij de pedagogische begeleidingsdiensten zelf aanwezig is. In dat geval voeren de pedagogische begeleidingsdiensten de begeleiding niet zelf uit, maar blijven ze wel de onderwijsinstellingen , CLB’s en leersteuncentra in kwestie verder opvolgen. |