§ flandrepo
20 regels · van kracht sinds 1 okt 2026
1§ 1. Voor zover dat niet anders is bepaald, wordt het personeelslid dat tijdelijk is aangesteld, vastbenoemd is of een mandaat bekleedt, zonder opzegging uit zijn ambt ontslagen als :
21° hij niet meer voldoet aan een van de volgende voorwaarden :
3a) onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Vrijhandelsassociatie, behoudens een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling;
4b) de burgerlijke en politieke rechten genieten;
5c) voldoen aan de dienstplichtwetten;
62° hij na een geoorloofde afwezigheid zonder geldige redenen, behoudens overmacht, zijn dienst niet hervat en gedurende een ononderbroken periode van meer dan tien kalenderdagen afwezig blijft;
73° hij zonder geldige redenen zijn betrekking verlaat en gedurende een ononderbroken periode van meer dan tien kalenderdagen afwezig blijft;
84° hij zich bevindt in een van de gevallen waarin de toepassing van de burgerlijke wetten en van de strafwetten, de ambtsneerlegging tot gevolg heeft;
95° is vastgesteld dat hij wegens een overeenkomstig de wet, het decreet of een reglement erkende blijvende arbeidsongeschiktheid niet meer in staat is zijn ambt naar behoren te vervullen.
10§ 2. Met behoud van de toepassing van de bepalingen in § 1, wordt een vastbenoemd personeelslid uit zijn ambt ontslagen als :
111° hij gedurende twee opeenvolgende evaluaties of drie keer tijdens de loopbaan in hetzelfde ambt bij de inspectie een definitieve evaluatie met eindconclusie onvoldoende heeft gekregen;
122° hij wordt ontslagen of afgezet na een tuchtmaatregel.
13Bij ontslag van een vastbenoemd personeelslid op grond van § 2, 1° en 2°, wordt een opzeggingstermijn bepaald waarvan de duur wordt vastgesteld volgens het aantal arbeidsdagen dat vereist is om aanspraak te kunnen maken op uitkeringen in het kader van de werkloosheidsreglementering en van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering.
14Tijdens die opzeggingstermijn :
151° wordt het personeelslid beschouwd als tijdelijk aangesteld in zijn ambt;
162° geniet het personeelslid het brutoactiviteitssalaris dat verbonden is aan het ambt waarin het vastbenoemd was.
17Het personeelslid kan geheel of gedeeltelijk afstand doen van die opzeggingstermijn.
Decreet over het onderwijs XXXVI 1 okt 2026 · #84418§3. De Vlaamse Regering kan een einde maken aan de tijdelijke aanstelling, vaste benoeming of het mandaat van een personeelslid dat de wettelijke pensioenleeftijd bereikt heeft. De Vlaamse Regering neemt hierbij een opzeggingstermijn in acht, gelijk aan 3 maanden per begonnen schijf van 10 jaar dienstanciënniteit die het personeelslid heeft verworven. De opzegging wordt gemotiveerd.
19Met behoud van de toepassing van het eerste lid, kan het personeelslid bij het voltooien van de opzeggingstermijn voortwerken tot het einde van de maand waarin het personeelslid de opzeggingstermijn volbracht heeft.
20De opzeggingstermijn, vermeld in het eerste lid, gaat in op de maandag die volgt op de week waarin de Vlaamse Regering, het personeelslid op de hoogte heeft gebracht van het ontslag.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd