| 1 | § 1. De Vlaamse Regering kan in de vorm van een jaarlijkse toelage bijdragen in de financiering van de Hogere Instituten voor Schone Kunsten. |
| 2 | De toelage aan het Orpheus Instituut wordt vanaf het begrotingsjaar 2022 vastgesteld op 757.000 euro. |
| 3 | De toelage aan de IOA (International Opera Academy) wordt vanaf het begrotingsjaar 2022 vastgesteld op 576.000 euro. |
| 4 | De toelage aan het HISK (Hoger Instituut voor Schone Kunsten) wordt voor de begrotingsjaren 2022 en 2023 vastgesteld op 1.000.000 euro. |
| 5 | De toelage aan PoPoK (Posthogeschool voor Podiumkunsten) wordt voor de begrotingsjaren 2022 en 2023 vastgesteld op 461.000 euro. |
| 6 | De bedragen, vermeld in deze paragraaf, worden binnen de perken van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap vanaf het begrotingsjaar 2022 jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de indexeringsformule, vermeld in artikel III.5, § 9. |
| 7 | Aan PoPoK wordt voor het begrotingsjaar 2023 een bijkomend transitiebudget van 60.000 euro voor een transitie- en onderzoekscoördinator en 25.000 euro aan werkingsmiddelen toegekend om de gesprekken en onderhandelingen met betrekking tot structurele, inhoudelijke en financiële samenwerkingen verder te zetten, en tegelijkertijd met deze transitie de programma’s van de huidige studenten te bestendigen. |
| 8 | §2. De in paragraaf 1 bedoelde hogere instituten voor schone kunsten worden opgericht met als doel posthogeschoolvormingen te organiseren inzake de opleidingen van de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst en Muziek en podiumkunsten. De posthogeschoolvorming wordt bekrachtigd met de titel van 'Laureaat van het Hoger Instituut voor Schone Kunsten'. Deze laureaatsvorming heeft tot doel aan afgestudeerden uit de betrokken sectoren en aan jonge kunstenaars de mogelijkheid te bieden hun artistiek talent verder te ontplooien. Deze instituten worden beheerd door een vereniging zonder winstgevend doel die met betrekking tot de posthogeschoolvorming optreedt als overkoepelende instantie voor alle hogescholen die een opleiding in de betrokken sectoren organiseren. |
| 9 | §2/1. Naast het doel, vermeld in paragraaf 2, wordt in het kader van deze codificatie als opdracht van het Orpheus Instituut erkend: |
| 10 | 1° het verstrekken van postacademisch onderwijs en vorming inzake muziek; |
| 11 | 2° het faciliteren en het voeren van onderzoek in het domein van de muziek, met inbegrip van de begeleiding van doctoraatsstudenten met het oog op het behalen van de academische graad van doctor aan een Belgische of buitenlandse universiteit; |
| 12 | 3° het verstrekken van maatschappelijke en wetenschappelijke dienstverlening die voortvloeit uit zijn specifieke wetenschappelijke en artistieke expertise. |
| 13 | §3. Om voor de in paragraaf 1 bedoelde subsidiëring in aanmerking te komen, sluiten de instituten een beheersovereenkomst met een looptijd van vijf jaar met de Vlaamse Regering, waarin ten minste volgende zaken worden afgesproken: |
| 14 | 1° de onderdelen van het strategisch beleidsplan; |
| 15 | 2° de organisatie van de interne en externe kwaliteitszorg, met inbegrip van de wijze waarop het instituut omgaat met de uitkomsten van de externe kwaliteitszorg. Daartoe organiseert het instituut ten minste om de 5 jaar een externe visitatie waaraan onder meer buitenlandse instellingen deelnemen; |
| 16 | 3° het instroomniveau, de wijze van selectie van de studenten en de inschrijvingsgelden; |
| 17 | 4° de minimale kwalificaties van de ingezette personeelsleden en de arbeidsvoorwaarden; |
| 18 | 5° het afsluiten van een samenwerkingsakkoord met andere Vlaamse hogescholen die het betrokken studiegebied aanbieden, en eventueel met Belgische en buitenlandse instellingen voor hoger onderwijs en derden. De samenwerkingsovereenkomst vermeldt ten minste de voorwaarden van samenwerking en de financiële vergoeding die in voorkomend geval voor de dienstverlening zal worden betaald; |
| 19 | 6° ... |
| 20 | De besluiten die de Vlaamse Regering neemt in uitvoering van de bepalingen van deze codificatie met betrekking tot de begroting en de personeelsformatie voor de hogescholen en betreffende de algemene boekhouding, de jaarrekening en het rekeningstelsel voor de hogescholen zijn van overeenkomstige toepassing op de instituten voor schone kunsten. |
| 21 | § 3/1. Het rapport van deze interne en externe kwaliteitszorg, vermeld in paragraaf 3, 2°, van hetzelfde artikel, is publiek en bevat een beoordeling van de onderwijskwaliteit van de door deze instituten aangeboden opleidingen die leiden tot de titel van laureaat van een hoger instituut in de kunsten. |
| 22 | §4. De Vlaamse Regering kan de subsidiëring van een instituut verminderen, doch slechts jaarlijks en naar evenredigheid van de vastgestelde tekortkomingen op de in de beheersovereenkomst bezegelde afspraken. |
| 23 | §5. In afwijking van het bepaalde in paragraaf 3 kunnen lopende beheersovereenkomsten maximaal 2 keer met ten hoogste 1 jaar verlengd worden, in geval de evaluatie van de wijze waarop de lopende beheersovereenkomst werd uitgevoerd, onvoldoende positief is om een nieuwe beheersovereenkomst met een looptijd van 5 jaar af te sluiten. Indien na deze verlenging(en) naar het oordeel van de Vlaamse Regering de betrokken instelling een deugdelijk beleidsplan heeft voorgelegd, kan een nieuwe beheersovereenkomst met een looptijd van maximaal 4 jaar worden gesloten. |
| 24 | § 6. .... |
| 25 | § 7. .... |
| 26 | § 8. .... |
| 27 | § 9. .... |