Decreet tot wijziging van diverse bepalingen in de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018
15 artikels gewijzigd
| 7 | 7 | 5° zwemwater: elk oppervlaktewater, met inbegrip van de territoriale zee waarvoor het Vlaamse Gewest bevoegd is, waarin naar verwachting een groot aantal mensen zal zwemmen, en waar zwemmen niet permanent verboden is of waarvoor geen permanent negatief zwemadvies bestaat; | |
| 8 | 8 | 6° watervoerende laag: een of meer ondergrondse rotslagen of andere geologische lagen die voldoende poreus en doorlatend zijn voor een belangrijke grondwaterstroming of voor de onttrekking van aanzienlijke hoeveelheden grondwater; | |
| 9 | − | 7° oppervlaktewaterlichaam: een onderscheiden oppervlaktewater, zoals een meer, een wachtbekken, een spaarbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een overgangswater, of een deel van een stroom, rivier, kanaal of overgangswater; | |
| 9 | + | 7° oppervlaktewaterlichaam: een onderscheiden oppervlaktewater, zoals een meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een overgangswater, of een deel van een stroom, rivier, kanaal of overgangswater; | |
| 10 | 10 | 8° grondwaterlichaam: een onderscheiden grondwatermassa in een of meer watervoerende lagen of in een deel ervan; | |
| 11 | 11 | 9° rivier: een oppervlaktewaterlichaam dat grotendeels bovengronds stroomt, maar dat voor een deel van zijn traject ondergronds kan stromen; | |
| 56 | 56 | 52° vrije vismigratie: verplaatsing van vissen die een groot deel van de populatie, dan wel een of meer leeftijdsklassen van een bepaalde soort betreffen, met een voorspelbare periodiciteit gedurende de levenscyclus van de soort en waarbij twee of meer ruimtelijk gescheiden habitats worden gebruikt; | |
| 57 | 57 | 53° water bestemd voor menselijke aanwending: water bestemd voor menselijke consumptie, tweedecircuitwater en al het water dat wordt aangewend voor huishoudelijke, agrarische of industriële toepassingen, ongeacht de herkomst van dat water; | |
| 58 | − | 54° water bestemd voor menselijke consumptie: al het water dat onbehandeld of na behandeling bestemd is voor drinken, koken, voedselbereidingof andere huishoudelijke doeleinden, ongeacht de herkomst en ongeacht of het water wordt geleverd via een waterdistributienetwerk of via een private waterwinning, uit een tankschip of tankauto, of in flessen of verpakkingen, met uitzondering van natuurlijk mineraalwater dat dusdanig is erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 februari 1999 betreffende natuurlijk mineraalwater en bronwater, en water dat een geneesmiddel is; | |
| 58 | + | 54° water bestemd voor menselijke consumptie: al het water dat onbehandeld of na behandeling bestemd is voor drinken, koken, voedselbereiding, vaat of persoonlijke hygiëne, ongeacht de herkomst en ongeacht of het water wordt geleverd via een waterdistributienetwerk of via een private waterwinning, uit een tankschip of tankauto, of in flessen of verpakkingen, met uitzondering van: | |
| 59 | + | a) natuurlijk mineraalwater dat dusdanig is erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 februari 1999 betreffende natuurlijk mineraalwater en bronwater; | |
| 60 | + | b) water dat een geneesmiddel is; | |
| 59 | 61 | 55° waterketen: het geheel van activiteiten die samenhangen met het water bestemd voor menselijke aanwending of met de collectering en de zuivering van afvalwater; | |
| 60 | 62 | 56° waterrijke gebieden: gebieden met moerassen, vennen, veen- of plasgebieden, natuurlijk of kunstmatig, blijvend of tijdelijk, met stilstaand of stromend water, zoet, brak of zout, met inbegrip van zeewater, waarvan de diepte bij eb niet meer is dan zes meter; | |
| 70 | 72 | 66° matrix: een compartiment van het aquatische milieu, dat wil zeggen water, sediment of biota; | |
| 71 | 73 | 67° biotataxon of taxon: een specifiek aquatisch taxon met een taxonomische rang van “subphylum”, “klasse” of een daaraan gelijkwaardige rang; | |
| 74 | + | 68° achteruitgang van de toestand van een oppervlaktewaterlichaam: als de toestand van ten minste één van de kwaliteitselementen, bedoeld in bijlage V bij de kaderrichtlijn Water, een klasse achteruitgaat, zelfs als die achteruitgang niet tot gevolg heeft dat het oppervlaktewaterlichaam in het algemeen wordt ingedeeld in een lagere klasse. Indien het betreffende kwaliteitselement uit bijlage V bij de kaderrichtlijn Water zich reeds in de laagste klasse bevindt, vormt iedere achteruitgang van dat element een achteruitgang van de toestand; | |
| 72 | 75 | 69° achteruitgang van de chemische toestand van een grondwaterlichaam: als ten minste één van de kwaliteitsnormen of drempelwaarden in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2006/118/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand, overschreden wordt, of als er een voorzienbare verhoging van de concentratie van een verontreinigende stof is terwijl de daarvoor vastgestelde drempel reeds is overschreden. Hiervoor moeten de op elk monitoringspunt gemeten waarden ieder afzonderlijk in aanmerking worden genomen. | |
| 18 | 18 | 16° deelstroomgebied of bekken: het gebied vanaf waar al het over het oppervlak lopende water, met inbegrip van de eraan toegewezen grondwaterlichamen, een reeks stromen, rivieren, kanalen en eventueel meren volgt, tot een bepaald punt in een waterloop of een kanaal; | |
| 19 | 19 | 17° watersysteem: een samenhangend en functioneel geheel van oppervlaktewater, grondwater, waterbodems en oevers, met inbegrip van de daarin voorkomende levensgemeenschappen en alle bijbehorende fysische, chemische en biologische processen, en de daarbij behorende technische infrastructuur; | |
| 20 | − | 18° schadelijk effect: ieder betekenisvol nadelig effect op het milieu dat voortvloeit uit een verandering van de toestand van watersystemen of bestanddelen ervan die wordt teweeggebracht door een menselijke activiteit; die effecten omvatten mede effecten op de gezondheid van de mens en de veiligheid van de vergunde of vergund geachte gebouwen en infrastructuur, gelegen buiten afgebakende overstromingsgebieden, op het duurzaam gebruik van water door de mens, op de fauna, de flora, de bodem, de lucht, het water, het klimaat, het landschap en het onroerend erfgoed, alsmede de samenhang tussen een of meer van deze elementen; | |
| 20 | + | 18° schadelijk effect: ieder betekenisvol nadelig effect op het milieu dat voortvloeit uit een verandering van de toestand van watersystemen of bestanddelen ervan die wordt teweeggebracht door een menselijke activiteit; die effecten omvatten mede effecten op de gezondheid van de mens en de veiligheid van de vergunde of vergund geachte gebouwen en infrastructuur, gelegen buiten afgebakende overstromingsgebieden, op het duurzaam gebruik van water door de mens, op de fauna, de flora, de bodem, de lucht, het water, het klimaat, het landschap en het onroerend erfgoed, een achteruitgang in de toestand van een waterlichaam, alsmede de samenhang tussen een of meer van deze elementen; | |
| 21 | 21 | 19° verontreinigende stof: iedere overeenkomstig de Vlaamse milieuwetgeving door de Vlaamse Regering aangewezen stof die tot verontreiniging kan leiden; | |
| 22 | 22 | 20° prioritaire stoffen: iedere overeenkomstig de Vlaamse milieuwetgeving door de Vlaamse Regering aangewezen verontreinigende stof; | |
| 46 | 46 | a) een gewasbeschermingsmiddel: een gewasbeschermingsmiddel als vermeld in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/ EEG van de Raad; | |
| 47 | 47 | b) een biocide: een biocide als vermeld in artikel 1, §1, 1°, van het koninklijk besluit van 22 mei 2003 betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden; | |
| 48 | − | 44° talud: strook land binnen de bedding van een oppervlaktewaterlichaam vanaf de bodem van de bedding tot aan het begin van het omgevende maaiveld of de kruin van de berm; | |
| 48 | + | 44° talud: een strook land van een oppervlaktewaterlichaam vanaf de bodem van de bedding tot aan het begin van het omgevende maaiveld of de kruin van de berm; | |
| 49 | 49 | 45° oeverzone: strook land vanaf de bodem van de bedding van het oppervlaktewaterlichaam die een functie vervult inzake de natuurlijke werking van watersystemen of het natuurbehoud of inzake de bescherming tegen erosie of inspoeling van sedimenten, pesticiden of meststoffen; | |
| 50 | 50 | 46° afgebakende oeverzone: oeverzone die met dat doel is afgebakend in een stroomgebiedbeheerplan, een wateruitvoeringsprogramma of door een beslissing van de Vlaamse Regering; | |
| 69 | 69 | 65° havenbedrijf: havenbedrijf als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens; | |
| 70 | 70 | 66° matrix: een compartiment van het aquatische milieu, dat wil zeggen water, sediment of biota; | |
| 71 | − | 67° biotataxon of taxon: een specifiek aquatisch taxon met een taxonomische rang van “subphylum”, “klasse” of een daaraan gelijkwaardige rang. | |
| 71 | + | 67° biotataxon of taxon: een specifiek aquatisch taxon met een taxonomische rang van “subphylum”, “klasse” of een daaraan gelijkwaardige rang; | |
| 72 | + | 69° achteruitgang van de chemische toestand van een grondwaterlichaam: als ten minste één van de kwaliteitsnormen of drempelwaarden in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2006/118/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand, overschreden wordt, of als er een voorzienbare verhoging van de concentratie van een verontreinigende stof is terwijl de daarvoor vastgestelde drempel reeds is overschreden. Hiervoor moeten de op elk monitoringspunt gemeten waarden ieder afzonderlijk in aanmerking worden genomen. | |
| 2 | 2 | Wanneer een vergunningsplichtige activiteit, een plan of programma, afzonderlijk of in combinatie met een of meerdere bestaande vergunde activiteiten, plannen of programma's, een schadelijk effect veroorzaakt op de kwantitatieve toestand van het grondwater dat niet door het opleggen van gepaste voorwaarden of aanpassingen aan het plan of programma kan worden voorkomen, kan die vergunning slechts worden gegeven of kan dat plan of programma slechts worden goedgekeurd omwille van dwingende redenen van groot maatschappelijk belang. In dat geval legt de overheid gepaste voorwaarden op om het schadelijke effect zoveel mogelijk te beperken, of indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren. | |
| 3 | 3 | De overheid die oordeelt over de afgifte van een planologisch of stedenbouwkundig attest als vermeld in artikel 4.4.24 en 5.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, moet in redelijkheid nagaan of de aanvraag door het opleggen van gepaste voorwaarden of aanpassingen de watertoets kan doorstaan. | |
| 4 | + | Wanneer het schadelijk effect bestaat uit een achteruitgang in de toestand van een waterlichaam, wordt artikel 1.7.2.5.4 toegepast. | |
| 4 | 5 | §2. De overheid houdt bij het nemen van die beslissing rekening met de relevante door de Vlaamse Regering vastgestelde waterbeheersplannen, bedoeld in hoofdstuk VI, voor zover die bestaan. | |
| 5 | 6 | De beslissing die de overheid neemt in het kader van §1 wordt gemotiveerd, waarbij in elk geval rekening wordt gehouden met de relevante doelstellingen en beginselen van het integraal waterbeleid. | |
| 4 | 4 | §2. De overheid houdt bij het nemen van die beslissing rekening met de relevante door de Vlaamse Regering vastgestelde waterbeheersplannen, bedoeld in hoofdstuk VI, voor zover die bestaan. | |
| 5 | 5 | De beslissing die de overheid neemt in het kader van §1 wordt gemotiveerd, waarbij in elk geval rekening wordt gehouden met de relevante doelstellingen en beginselen van het integraal waterbeleid. | |
| 6 | − | §3. De overheid die moet beslissen over een vergunningsaanvraag of de overheid die in de door de Vlaamse Regering vastgestelde gevallen de watertoets toepast op de afgifte van een stedenbouwkundig of planologisch attest kan advies vragen over het al dan niet optreden van een schadelijk effect en de op te leggen voorwaarden om dat effect te voorkomen, te beperken of, indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren aan de door de Vlaamse Regering aan te wijzen instantie . Die brengt een gemotiveerd advies uit binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van het dossier. Wordt er al op basis van andere regelgeving advies gevraagd in de loop van de vergunningsprocedure, dan beschikt de door de Vlaamse Regering aan te wijzen instantie over dezelfde termijn als de andere adviesverleners. | |
| 6 | + | §3. De overheid die moet beslissen over een vergunningsaanvraag of de overheid die in de door de Vlaamse Regering vastgestelde gevallen de watertoets toepast op de afgifte van een stedenbouwkundig of planologisch attest kan advies vragen over het al dan niet optreden van een schadelijk effect en de op te leggen voorwaarden om dat effect te voorkomen, te beperken of, indien dit niet mogelijk is, te herstellen of te compenseren aan de door de Vlaamse Regering aan te wijzen instantie of instanties. Die brengen een gemotiveerd advies uit binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van het dossier. Wordt er al op basis van andere regelgeving advies gevraagd in de loop van de vergunningsprocedure, dan beschikt elke door de Vlaamse Regering aangewezen instantie over dezelfde termijn als de andere adviesverleners. | |
| 7 | 7 | Als er binnen die termijnen geen advies is verleend, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. | |
| 8 | − | In de door de Vlaamse Regering vastgestelde gevallen moet de vergunningverlenende overheid of de overheid die oordeelt over de afgifte van een stedenbouwkundig of planologisch attest over het al dan niet optreden van een schadelijk effect en de op te leggen voorwaarden om dat effect te voorkomen, te beperken, te herstellen of te compenseren advies vragen aan de door de Vlaamse Regering aangewezen instantie. | |
| 8 | + | In de door de Vlaamse Regering vastgestelde gevallen moet de vergunningverlenende overheid of de overheid die oordeelt over de afgifte van een stedenbouwkundig of planologisch attest over het al dan niet optreden van een schadelijk effect en de op te leggen voorwaarden om dat effect te voorkomen, te beperken, te herstellen of te compenseren advies vragen aan de door de Vlaamse Regering aangewezen instanties. | |
| 9 | 9 | De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen over de wijze waarop dit advies moet worden aangevraagd en over de integratie ervan in andere adviesprocedures. | |
| 10 | 10 | §4. Voor de vergunningsplichtige activiteit of een plan of programma die zijn onderworpen aan een milieueffectenrapportage geschiedt de analyse en evaluatie van het al dan niet optreden van een schadelijk effect en de op te leggen voorwaarden om dat effect te vermijden, te beperken, te herstellen of te compenseren, in dit rapport. | |
| 6 | 6 | 2° het gebruik van pesticiden als vermeld in artikel 3, van het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest, is verboden in de oeverzone en binnen een meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van het oppervlaktewaterlichaam. Van dat verbod kan worden afgeweken in de gevallen, vermeld in artikel 7, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet, en volgens de procedures, vastgesteld ter uitvoering van dat decreet; | |
| 7 | 7 | 3° grondbewerkingen zijn verboden binnen een meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van een oppervlaktewaterlichaam. De grondbewerkingen, uitgevoerd vanaf een meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud, moeten beantwoorden aan de code van goede landbouwpraktijken; | |
| 8 | − | 4° er mogen geen nieuwe bovengrondse constructies worden opgericht binnen vijf meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van een oppervlaktewaterlichaam. Met uitzondering van herbouwen als vermeld in artikel 4.1.1, 6°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, is het uitvoeren van onderhoudswerken, stabiliteitswerken en het verbouwen van dergelijke constructies als vermeld in artikel 4.1.1, 9°, 11° en 12°, van de voormelde codex, toegestaan, voor zover die handelingen toelaatbaar zijn op basis van de regelgeving inzake ruimtelijke ordening. De voormelde verboden zijn niet van toepassing op constructies die noodzakelijk zijn voor het beheer van het oppervlaktewaterlichaam, voor werkzaamheden van algemeen belang, voor werkzaamheden en constructies die expliciet zijn toegelaten door een ruimtelijk uitvoeringsplan mits zij de functie of de functies van de oeverzone niet onmogelijk maken en voor de constructies die verenigbaar zijn met de functie of de functies van de oeverzone; | |
| 8 | + | 4° er mogen geen nieuwe bovengrondse constructies worden opgericht of aanmerkelijke reliëfwijzigingen als vermeld in artikel 4.2.1, 4°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 worden doorgevoerd binnen vijf meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van een oppervlaktewaterlichaam. Dat geldt ook aan overwelfde of ingebuisde oppervlaktewaterlichamen. Met uitzondering van herbouwen als vermeld in artikel 4.1.1, 6°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 is de uitvoering van onderhoudswerken, stabiliteitswerken en het verbouwen van dergelijke constructies, vermeld in artikel 4.1.1, 9°, 11° en 12°, van de voormelde codex, toegestaan als die handelingen toelaatbaar zijn op basis van de regelgeving over de ruimtelijke ordening. | |
| 9 | + | De voormelde verboden zijn niet van toepassing op: | |
| 10 | + | a) constructies en reliëfwijzigingen die noodzakelijk zijn voor het beheer van het oppervlaktewaterlichaam; | |
| 11 | + | b) werkzaamheden van algemeen belang; | |
| 12 | + | c) werkzaamheden en constructies die expliciet zijn toegelaten door een ruimtelijk uitvoeringsplan als ze de functie of de functies van de oeverzone niet onmogelijk maken; | |
| 13 | + | d) werkzaamheden en constructies voorzien in een goedgekeurd beheersplan voor onroerend erfgoed of erfgoedlandschappen als vermeld in artikel 8.1.6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 betreffende de uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013; | |
| 14 | + | e) constructies en reliëfwijzigingen die verenigbaar zijn met de functie of de functies van de oeverzone en met het recht van doorgang van de waterbeheerder; | |
| 9 | 15 | 5° bij het uitvoeren van de werken, vermeld in punt 4°, andere dan degene die niet zijn gericht op het herstel van de natuurlijke werking van het desbetreffende oppervlaktewaterlichaam, worden bij voorkeur en waar mogelijk de technieken van natuurtechnische milieubouw gehanteerd. | |
| 10 | 16 | §2. De Vlaamse Regering kan in de oeverzones en in de afgebakende oeverzones, naast de bepalingen vermeld in paragraaf 1, andere noodzakelijke maatregelen opleggen, met inbegrip van erfdienstbaarheden. | |
| 1 | − | § 1. Iedereen die voor eigen rekening of als tussenpersoon een onroerend goed verkoopt, verhuurt voor meer dan negen jaar, inbrengt in een vennootschap, een vruchtgebruik, erfpacht of een opstalrecht overdraagt, of op andere wijze een eigendomsoverdracht met een vergeldend karakter van het goed bewerkstelligt, vermeldt in de hieraan verbonden publiciteit of het onroerend goed volledig of gedeeltelijk gelegen is: | |
| 1 | + | § 1. Iedereen die voor eigen rekening of als tussenpersoon een onroerend goed verkoopt, verhuurt voor meer dan negen jaar, inbrengt in een vennootschap, een vruchtgebruik, erfpacht of een opstalrecht overdraagt, of op andere wijze een eigendomsoverdracht met een vergeldend karakter van het goed bewerkstelligt, vermeldt in de publiciteit die daaraan verbonden is, of het onroerend goed al dan niet volledig of gedeeltelijk in een van de volgende gebieden ligt: | |
| 2 | − | 1° in mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering; | |
| 2 | + | 1° in overstromingsgevoelig gebied zoals afgebakend door de Vlaamse Regering; | |
| 3 | − | 2° in een afgebakend overstromingsgebied of afgebakende oeverzone. | |
| 3 | + | 2° in een afgebakend overstromingsgebied of een afgebakende oeverzone. | |
| 4 | − | De Vlaamse Regering kan nader bepalen wat onder publiciteit begrepen wordt, kan bepaalde vormen van publiciteit omwille van praktische redenen vrijstellen en kan nadere regels bepalen voor het nakomen van deze informatieplicht . | |
| 4 | + | De Vlaamse Regering kan nader bepalen wat onder publiciteit als vermeld in het eerste lid begrepen wordt. De Vlaamse Regering kan bepaalde vormen van publiciteit om praktische redenen vrijstellen en kan nadere regels bepalen om de informatieplicht na te komen. | |
| 5 | − | Iedereen die een onderhandse akte van verkoop of van verhuring voor meer dan negen jaar van een onroerend goed, van inbreng van een onroerend goed in een vennootschap en ook van vestiging of overdracht van vruchtgebruik, erfpacht of opstal opmaakt, moet vermelden of het onroerend goed volledig of gedeeltelijk gelegen is: | |
| 5 | + | Iedereen die een onderhandse akte van verkoop of van verhuring voor meer dan negen jaar van een onroerend goed, van inbreng van een onroerend goed in een vennootschap en ook van vestiging of overdracht van vruchtgebruik, erfpacht of opstal opmaakt, vermeldt of het onroerend goed al dan niet volledig of gedeeltelijk in een van de volgende gebieden ligt: | |
| 6 | − | 1° in mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering; | |
| 6 | + | 1° in overstromingsgevoelig gebied zoals afgebakend door de Vlaamse Regering; | |
| 7 | − | 2° in een afgebakend overstromingsgebied of afgebakende oeverzone. | |
| 7 | + | 2° in een afgebakend overstromingsgebied of een afgebakende oeverzone. | |
| 8 | − | De instrumenterende ambtenaar vermeldt in alle onderhandse en authentieke akten van verkoop of van verhuring voor meer dan negen jaar van een onroerend goed, van een inbreng van een onroerend goed in een vennootschap, en ook in alle akten van vestiging of overdracht van vruchtgebruik, erfpacht of opstal, en in elke andere akte van een eigendomsoverdracht ten bezwarende titel, met uitzondering van huwelijkscontracten en hun wijzigingen en contracten aangaande de mandeligheid of het onroerend goed gelegen is: | |
| 8 | + | De instrumenterende ambtenaar vermeldt in alle onderhandse en authentieke akten van verkoop of van verhuring voor meer dan negen jaar van een onroerend goed, van een inbreng van een onroerend goed in een vennootschap, en ook in alle akten van vestiging of overdracht van vruchtgebruik, erfpacht of opstal, en in elke andere akte van een eigendomsoverdracht ten bezwarende titel, met uitzondering van huwelijkscontracten en de wijzigingen ervan en contracten over de mandeligheid of het onroerend goed in een van de volgende gebieden ligt: | |
| 9 | − | 1° in mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering; | |
| 9 | + | 1° in overstromingsgevoelig gebied zoals afgebakend door de Vlaamse Regering; | |
| 10 | − | 2° in een afgebakend overstromingsgebied of afgebakende oeverzone. | |
| 10 | + | 2° in een afgebakend overstromingsgebied of een afgebakende oeverzone. | |
| 11 | + | Met overstromingsgevoelig gebied wordt bedoeld een door de Vlaamse Regering vastgesteld en op kaart aangeduid gebied waar overstromingen kunnen worden verwacht vanuit de zee, of door fluviale of pluviale overstromingen. | |
| 11 | − | § 2. Elke verzekeraar van een zaakverzekeringsovereenkomst met betrekking tot het gevaar brand die op het grondgebied van het Vlaamse Gewest de waarborg biedt tegen de natuurrampen, vermeld in artikel 123 van de wet van 4 april 2014 betreffende verzekeringen, stelt op eenvoudig verzoek van de CIW alle informatie waarover hij beschikt en die nodig is voor de vaststelling van de mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebieden, vermeld in paragraaf 1, ter beschikking van de CIW. | |
| 12 | + | § 2. Elke verzekeraar van een zaakverzekeringsovereenkomst met betrekking tot het gevaar brand die op het grondgebied van het Vlaamse Gewest de waarborg biedt tegen de natuurrampen, vermeld in artikel 123 van de wet van 4 april 2014 betreffende verzekeringen, stelt op eenvoudig verzoek van de CIW alle informatie waarover hij beschikt en die nodig is voor de vaststelling van de overstromingsgevoelige gebieden, vermeld in paragraaf 1, ter beschikking van de CIW. | |
| 12 | − | In het kader van de informatieoverdracht, vermeld in het eerste lid, worden de geografische gegevens die kunnen leiden tot de identificatie van natuurlijke personen verwerkt met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens. De CIW wordt hierbij aangewezen als verwerkingsverantwoordelijke. Die geografische gegevens worden verwerkt om de vaststelling van de mogelijk of effectief overstromingsgevoelige gebieden, vermeld in paragraaf 1, te realiseren. De bewaartermijn van die geografische gegevens is tien jaar na de ontvangst ervan. | |
| 13 | + | In het kader van de informatieoverdracht, vermeld in het eerste lid, worden de geografische gegevens die kunnen leiden tot de identificatie van natuurlijke personen verwerkt met toepassing van de regelgeving inzake de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens. De CIW wordt hierbij aangewezen als verwerkingsverantwoordelijke. Die geografische gegevens worden verwerkt om de vaststelling van de overstromings gevoelige gebieden, vermeld in paragraaf 1, te realiseren. De bewaartermijn van die geografische gegevens is tien jaar na de ontvangst ervan. | |
| 13 | 14 | De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaronder die informatie ter beschikking wordt gesteld. | |
| 15 | + | § 3. De Vlaamse Regering kan voorzien dat een daartoe erkende persoon attesteert dat de overstromingsgevoeligheid van een of meer onroerende goederen op basis van gebouwkenmerken, de bouwwijze of andere genomen maatregelen voor de bescherming tegen overstromingen, verschilt van de overstromingsgevoeligheid, zoals vastgesteld door de Vlaamse Regering. | |
| 16 | + | De erkenning, vermeld in het eerste lid, wordt geregeld door de bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, met inbegrip van de erkenningsvoorwaarden, de gebruikseisen en de sancties. | |
| 17 | + | De Vlaamse Regering kan het gebruik regelen van het attest, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | − | §1. Het niet bereiken van de goede toestand van een grondwaterlichaam, de goede ecologische toestand van een oppervlaktewaterlichaam, het goede ecologisch potentieel van een kunstmatig of sterk veranderd oppervlaktewaterlichaam of het niet voorkomen van achteruitgang van de toestand van een grondwaterlichaam of oppervlaktewaterlichaam houdt geen schending in van de vastgestelde milieudoelstellingen als dat het gevolg is van nieuwe veranderingen in de fysische kenmerken van een oppervlaktewaterlichaam of indirecte wijzigingen in de grondwaterstand, wegens: | |
| 1 | + | §1. Het niet bereiken van de goede toestand van een grondwaterlichaam, de goede ecologische toestand van een oppervlaktewaterlichaam, het goede ecologisch potentieel van een kunstmatig of sterk veranderd oppervlaktewaterlichaam of het niet voorkomen van achteruitgang van de toestand van een grondwaterlichaam of oppervlaktewaterlichaam houdt geen schending in van de vastgestelde milieudoelstellingen als dat het gevolg is van nieuwe veranderingen in de fysische kenmerken van een oppervlaktewaterlichaam of wijzigingen in de grondwaterstand, wegens: | |
| 2 | 2 | 1° activiteiten van groot maatschappelijk belang met betrekking tot de scheepvaart, havenfaciliteiten, openbare voorzieningen voor water, bestemd voor menselijke consumptie, of hernieuwbare energieopwekking; | |
| 3 | 3 | 2° de bescherming tegen overstroming van vergunde of vergund geachte gebouwen en infrastructuur, gelegen buiten afgebakende overstromingsgebieden; | |
| 4 | 4 | 3° relevante activiteiten voor het bereiken van de overstromingsrisicobeheerdoelstellingen. | |
| 5 | − | §2. In het geval, vermeld in paragraaf 1, neemt de Vlaamse Regering de volgende voorwaarden in acht: | |
| 5 | + | Daarbij worden de volgende voorwaarden in acht genomen: | |
| 6 | + | 1° de redenen voor die veranderingen of wijzigingen uit het eerste lid zijn van hoger openbaar belang en/of het nut van het bereiken van de in het eerste lid vermelde doelstellingen voor milieu en samenleving wordt overtroffen door het nut van de nieuwe veranderingen en wijzigingen voor de gezondheid van de mens, de handhaving van de veiligheid van de mens of duurzame ontwikkeling; | |
| 6 | − | 1° alle haalbare stappen en maatregelen worden genomen om de negatieve effecten op de toestand van het oppervlaktewaterlichaam of het grondwaterlichaam tegen te gaan; | |
| 7 | + | 2° alle haalbare stappen en maatregelen worden genomen om de negatieve effecten op de toestand van het oppervlaktewaterlichaam of het grondwaterlichaam tegen te gaan; | |
| 7 | − | 2° het doel dat met die veranderingen of wijzigingen van het oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam wordt gediend, kan niet worden bereikt met andere voor het milieu aanmerkelijk gunstiger middelen, omdat dit technisch niet haalbaar is of onevenredig hoge kosten zou meebrengen. | |
| 8 | + | 3° het doel dat met die veranderingen of wijzigingen van het oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam wordt gediend, kan niet worden bereikt met andere voor het milieu aanmerkelijk gunstigere middelen, omdat dit technisch niet haalbaar is of onevenredig hoge kosten zou meebrengen. | |
| 9 | + | De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen om te beoordelen of de voorwaarden uit het eerste en tweede lid vervuld zijn. | |
| 10 | + | § 2. De overheid die over een vergunningsaanvraag beslist die tot gevolg kan hebben dat de toestand van een grondwaterlichaam of oppervlaktewaterlichaam achteruitgaat, kan de aanvraag slechts goedkeuren als de voorwaarden uit paragraaf 1, eerste en tweede lid, vervuld zijn. | |
| 11 | + | De overheid die over een plan of programma beslist dat tot gevolg kan hebben dat de toestand van een grondwaterlichaam of oppervlaktewaterlichaam achteruitgaat, kan het plan of programma slechts goedkeuren als de voorwaarden uit paragraaf 1, eerste en tweede lid, vervuld zijn. | |
| 12 | + | Alvorens de beslissingen te nemen, vermeld in het eerste en tweede lid, vraagt de betrokken overheid advies aan de CIW. Die brengt een gemotiveerd advies uit binnen dertig dagen als het een vergunningsprocedure betreft en binnen zestig dagen als het een goedkeuringsprocedure voor een plan of programma betreft. Wordt er al op basis van andere regelgeving advies gevraagd in de loop van de procedure, dan beschikt de CIW over dezelfde termijn als de andere adviesverleners. Als het advies niet binnen deze termijnen verleend wordt, kan aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. | |
| 13 | + | Als de vergunningsplichtige activiteit overeenkomstig artikel 4.3.2 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid onderworpen is aan de verplichting tot opmaak van een project-MER, gebeuren de analyse en de evaluatie van het al dan niet optreden van een achteruitgang van de toestand van een waterlichaam en over het al dan niet vervuld zijn van de voorwaarden uit paragraaf 1, eerste en tweede lid, in het project-MER of in het gemotiveerd verzoek tot ontheffing van de verplichting tot het opstellen van een project-MER, vermeld in artikel 4.3.3, § 4, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. | |
| 14 | + | Wat betreft een plan of programma als vermeld in het tweede lid dat geen ruimtelijk uitvoeringsplan is, gebeuren de analyse en de evaluatie van het al dan niet optreden van een achteruitgang van de toestand van een waterlichaam en over het al dan niet vervuld zijn van de voorwaarden uit paragraaf 1, eerste en tweede lid, in de documenten die de initiatiefnemer bij het onderzoek tot milieueffectrapportage, vermeld in titel IV, hoofdstuk II, afdeling 2, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, bezorgt aan de dienst, bevoegd voor milieueffectrapportage. Als de initiatiefnemer een gemotiveerd verzoek tot ontheffing van de verplichting inzake milieueffectrapportage indient als vermeld in artikel 4.2.3, § 3ter, van het voormelde decreet, gebeuren de voormelde analyse en evaluatie in dat verzoek. Als een plan-MER wordt opgemaakt, gebeuren de voormelde analyse en evaluatie in het plan-MER. | |
| 15 | + | Bij een plan of programma als vermeld in het tweede lid dat een ruimtelijk uitvoeringsplan is, gebeuren de analyse en de evaluatie van het al dan niet optreden van een achteruitgang van de toestand van een waterlichaam en over het al dan niet vervuld zijn van de voorwaarden uit paragraaf 1, eerste en tweede lid, als er geen plan-MER moet worden opgemaakt, zo mogelijk in de startnota, vermeld in artikel 2.2.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, en in elk geval in de scopingnota, vermeld in het voormelde artikel. Als uit de scopingnota blijkt dat een plan-MER moet worden opgemaakt, gebeurt de vermelde analyse en evaluatie in het plan-MER. | |
| 16 | + | De betrokken overheid brengt de CIW op de hoogte van de beslissing, vermeld in het eerste en tweede lid, binnen tien dagen nadat de beslissing is genomen. | |
| 17 | + | De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de procedure die gevolgd moet worden door de overheden die een project, plan of programma willen goedkeuren in het kader van paragraaf 1, eerste en tweede lid. | |
| 18 | + | § 3. Bij de opmaak of de herziening van de stroomgebiedbeheerplannen duidt de Vlaamse Regering de gevallen aan waarin overeenkomstig de eerste paragraaf afgeweken moet worden van de milieudoelstellingen. Daarbij wordt rekening gehouden met punt 4.2 uit bijlage 1. | |
| 8 | − | De Vlaamse Regering herziet om de zes jaar de gevallen waarin ze van de milieudoelstellingen afwijkt. | |
| 19 | + | De Vlaamse Regering herziet om de zes jaar de gevallen waarin van de milieudoelstellingen afgeweken wordt volgens dit artikel. |
| 18 | 18 | b) een oordeel over de meest kosteneffectieve combinatie van maatregelen op het gebied van watergebruik, gebaseerd op ramingen van de potentiële kosten van dergelijke maatregelen. | |
| 19 | 19 | Bij het maken van de in het eerste lid, 3°, bedoelde economische analyse van het watergebruik wordt rekening gehouden met de kosten voor het verzamelen van de relevante gegevens. | |
| 20 | − | §2. De Vlaamse Regering zorgt er voor dat er een voorlopige overstromingsrisicobeoordeling opgemaakt wordt die gebaseerd wordt op beschikbare of gemakkelijk af te leiden informatie, zoals registraties en onderzoeken naar ontwikkelingen op de lange termijn, in het bijzonder de gevolgen van klimaatverandering voor het optreden van overstromingen. De voorlopige overstromingsrisicobeoordeling wordt opgesteld ter beoordeling van mogelijke risico's. De beoordeling bevat de in bijlage 1, onder punt 1.2.1 vermelde elementen. De voorlopige overstromingsrisicobeoordeling wordt uiterlijk op 22 december 2011 voltooid. | |
| 20 | + | §2. De Vlaamse Regering zorgt er voor dat er een voorlopige overstromingsrisicobeoordeling opgemaakt wordt die gebaseerd wordt op beschikbare of gemakkelijk af te leiden informatie, zoals registraties en onderzoeken naar ontwikkelingen op de lange termijn, in het bijzonder de gevolgen van klimaatverandering voor het optreden van overstromingen. De voorlopige overstromingsrisicobeoordeling wordt opgesteld ter beoordeling van mogelijke risico's. De beoordeling bevat de in bijlage 1, onder punt 6.2.1 vermelde elementen. De voorlopige overstromingsrisicobeoordeling wordt uiterlijk op 22 december 2011 voltooid. | |
| 21 | 21 | Op basis van een voorlopige overstromingsrisicobeoordeling wordt voor ieder stroomgebiedsdistrict, stroomgebied, of voor het deel van een internationaal stroomgebiedsdistrict zoals bepaald in artikelen 1.4.1.1 en 1.4.1.2 van dit decreet, de gebieden vastgesteld waarvoor geconcludeerd wordt dat een potentieel significant overstromingsrisico bestaat of kan worden verwacht. | |
| 22 | 22 | De vaststelling van de gebieden waarvoor een potentieel significant overstromingsrisico bestaat in een internationaal stroomgebiedsdistrict wordt tussen de betrokken lidstaten gecoördineerd. | |
| 21 | 21 | a) een natuurlijk persoon, behalve in het geval van een onderneming als vermeld in artikel I.4, 1°, van het Wetboek van Economisch Recht; | |
| 22 | 22 | b) een vereniging van mede-eigenaars; | |
| 23 | − | 17° huishoudelijk leidingnet: de kranen en de leidingen, fittingen en toestellen die geïnstalleerd worden tussen de kranen die gewoonlijk aangewend worden voor menselijke consumptie en het openbaar of privaat waterdistributienetwerk en die niet vallen onder de overeenkomstig artikel 6 vastgestelde verantwoordelijkheid van de waterleverancier; | |
| 23 | + | 17° huishoudelijk leidingnet: de kranen en de leidingen, fittingen en toestellen die geïnstalleerd worden tussen de kranen die gewoonlijk aangewend worden voor menselijke consumptie en het openbaar of privaat waterdistributienetwerk en die niet vallen onder de overeenkomstig artikel 2.3.2 vastgestelde verantwoordelijkheid van de waterleverancier; | |
| 24 | 24 | 18° individuele sanering: alle installaties, met inbegrip van de leidingen die hiermee rechtstreeks in verbinding staan en die de verbinding maken tussen de installatie en het eigendom van de abonnee of gebruiker van een private waterwinning, waar uitsluitend huishoudelijk afvalwater afkomstig van een of meerdere woongelegenheden gezuiverd wordt en die de gemeente, gemeentebedrijf, intercommunale of intergemeentelijk samenwerkingsverband, exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk of een door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteit heeft gebouwd of exploiteert; | |
| 25 | − | 19° inrichting: de plaatsen waar oppervlaktewater, grondwater of ander water onttrokken, opgestuwd, opgeslagen of behandeld wordt tot water bestemd voor menselijke consumptie, ongeacht de herkomst van het water, en de plaatsen waar water bestemd voor menselijke consumptie in het openbaar of privaat waterdistributienetwerk verdeeld wordt; | |
| 25 | + | 19° inrichting: de plaatsen waar oppervlaktewater, grondwater of ander water onttrokken, opgestuwd, opgeslagen of behandeld wordt tot water bestemd voor menselijke aanwending, ongeacht de herkomst van het water, en de plaatsen waar water bestemd voor menselijke aanwending in het openbaar of privaat waterdistributienetwerk verdeeld wordt; | |
| 26 | 26 | 20° leveringsgebied: een geografisch afgebakend gebied waarbinnen het water bestemd voor menselijke consumptie afkomstig is uit een of enkele bronnen waarbinnen het water kan worden geacht van vrijwel uniforme kwaliteit te zijn; | |
| 27 | 27 | 20°/1 meetgegevens: de gegevens die verkregen worden door of gebaseerd zijn op een telling of een meting met een watermeter of een meting met een onderdeel van de aftakking; | |
| 44 | 44 | 29° Vennootschap: de vennootschap zoals bedoeld in artikel 2.6.1.1.1. | |
| 45 | 45 | 30° Vlaamse Milieumaatschappij: het intern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Milieumaatschappij opgericht bij decreet van 7 mei 2004 tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, tot aanvulling ervan met een titel Agentschappen en tot wijziging van diverse andere wetten en decreten; | |
| 46 | − | 31° verbruiker: de persoon die over het water bestemd voor menselijke aanwending beschikt in een onroerend goed of in een publiek gebouw | |
| 46 | + | 31° verbruiker: de persoon die over het water bestemd voor menselijke aanwending beschikt in of op een onroerend goed of in een publiek gebouw | |
| 47 | 47 | 32° water bestemd voor menselijke aanwending: het water bestemd voor menselijke consumptie, tweedecircuitwater en al het water dat aangewend wordt voor huishoudelijke, agrarische of industriële toepassingen, ongeacht de herkomst van dat water; | |
| 48 | 48 | 33° water bestemd voor menselijke consumptie: al het water dat onbehandeld of na behandeling bestemd is voor drinken, koken, voedselbereiding, vaat of persoonlijke hygiëne, ongeacht de herkomst en ongeacht of het water wordt geleverd via een waterdistributienetwerk of via een private waterwinning, uit een tankschip of tankauto, of in flessen of verpakkingen, met uitzondering van: | |
| 49 | 49 | a) natuurlijk mineraalwater dat dusdanig is erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 februari 1999 betreffende natuurlijk mineraalwater en bronwater; | |
| 50 | 50 | b) water dat een geneesmiddel is; | |
| 51 | + | 34° waterleverancier: een van de volgende instanties: | |
| 52 | + | a) de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk; | |
| 51 | − | 34° waterleverancier: hetzij de exploitant van een openbaar waterdistributienetwerk, hetzij de titularis van een private waterwinningdie verbruikers of anderen die water bestemd voor menselijke aanwending gebruiken, bevoorraadt zonder een openbaar waterdistributienetwerk te gebruiken; | |
| 53 | + | b) de titularis van een private waterwinning, die verbruikers of anderen bevoorraadt, al dan niet via een openbaar waterdistributienetwerk, en die water bestemd voor menselijke aanwending gebruikt; | |
| 52 | 54 | 35° watermeter: het toestel dat beantwoordt aan de wetgeving op de metrologie, dat eigendom is van de exploitant en dat geplaatst is bij de klant om het volume van het water, geleverd door de exploitant, te registreren. Een watermeter kan een analoge of een digitale watermeter zijn; | |
| 53 | 55 | 36° wooneenheid: elke eenheid in een woongebouw die ontworpen of aangepast is om afzonderlijk te worden gebruikt en die minstens over de volgende woonvoorzieningen beschikt: een woonruimte in combinatie met een toilet, een douche of bad en een keuken of kitchenette. | |
| 1 | − | § 1. De Vlaamse Regering kan met betrekking tot de waterproductie en watervoorziening een technische reglementering inzake de kwaliteit en de levering van het water bestemd voor menselijke consumptie en een technische reglementering met betrekking tot het gebruik en de levering van tweedecircuitwater vaststellen. | |
| 1 | + | § 1. Om de risico's voor de volksgezondheid te beperken en het milieu te beschermen bij de productie, de levering en het gebruik van water bestemd voor menselijke consumptie, kan de Vlaamse Regering nadere regels bepalen die betrekking hebben op: | |
| 2 | + | 1° de aanwijzing van een bevoegde autoriteit die moet toezien op het kader dat uitgewerkt kan worden ter uitvoering van punt 2° tot en met 5° ; | |
| 3 | + | 2° de minimale kwaliteitseisen van het water bestemd voor menselijke consumptie die onder andere uitgedrukt kunnen worden in parameterwaarden; | |
| 4 | + | 3° de minimale kwaliteitseisen, voor de productie, de levering, de controle en het gebruik van het water bestemd voor menselijke consumptie, de plaats waarop aan die eisen moet worden voldaan en de verantwoordelijkheid van de actoren die aan de eisen moeten voldoen; | |
| 5 | + | 4° de minimale eisen op het vlak van risicobeoordeling en risicobeheer voor de productie, de levering, de controle en het gebruik van water bestemd voor menselijke consumptie en de verantwoordelijkheid van de waterleveranciers die aan de eisen moeten voldoen; | |
| 6 | + | 5° een voorafgaande toelating of melding voor de productie, de levering en het gebruik van water bestemd voor menselijke consumptie, met inbegrip van: | |
| 7 | + | a) de modaliteiten van de procedure voor de toelating of het doen van een melding; | |
| 8 | + | b) de aanwijzing van de partijen die de bevoegde autoriteit kunnen adviseren die de toelating moet verlenen, of die akte nemen van een melding; | |
| 9 | + | c) de geldigheidsperiode, de modaliteiten voor de herziening en de actualisering van de toelating; | |
| 10 | + | 6° de minimale bepalingen en eisen die in een technische reglementering vastgelegd worden inzake de kwaliteit en levering van het water bestemd voor menselijke consumptie. | |
| 11 | + | § 1/1. Om de risico's voor de volksgezondheid en het milieu door het gebruik van tweedecircuitwater te beperken, kan de Vlaamse Regering nadere regels bepalen voor de productie, de levering en het gebruik van tweedecircuitwater. De nadere regels kunnen betrekking hebben op: | |
| 12 | + | 1° de aanwijzing van een bevoegde autoriteit die moet toezien op het kader dat uitgewerkt kan worden ter uitvoering van punt 2° tot en met 5° ; | |
| 13 | + | 2° een overzicht van de tweedecircuitwatertoepassingen die een risico kunnen vormen voor de volksgezondheid en het milieu, afhankelijk van de toepassing of de ruwwaterbron van het tweedecircuitwater; | |
| 14 | + | 3° de minimale kwaliteitseisen van het tweedecircuitwater, eventueel gedifferentieerd in functie van de beoogde toepassing; | |
| 15 | + | 4° de minimale kwaliteitseisen voor de productie, de levering, de controle en het gebruik van het tweedecircuitwater, de plaats waarop aan die eisen moet worden voldaan en de verantwoordelijkheid van de actoren die aan de eisen moeten voldoen; | |
| 16 | + | 5° de minimale eisen op het vlak van risicobeoordeling en risicobeheer voor de productie, de levering, de controle en het gebruik van tweedecircuitwater en de verantwoordelijkheid van de actoren die aan de eisen moeten voldoen; | |
| 17 | + | 6° een voorafgaande toelating of, afhankelijk van de toepassing, een voorafgaande meldingsplicht voor de productie, de levering en het gebruik van tweedecircuitwater voor tweedecircuitwatertoepassingen, met inbegrip van: | |
| 18 | + | a) de modaliteiten van de procedure voor de toelating of het doen van een melding; | |
| 19 | + | b) de aanwijzing van de partijen die de bevoegde autoriteit kunnen adviseren die de toelating moet verlenen, of die akte nemen van een melding; | |
| 20 | + | c) de geldigheidsperiode, de modaliteiten voor de herziening en de actualisering van de toelating; | |
| 21 | + | 7° de minimale bepalingen en eisen die in een technische reglementering vastgelegd worden inzake de kwaliteit en levering van het tweedecircuitwater. | |
| 2 | − | De kwaliteitseisen van het water bestemd voor menselijke consumptie kunnen onder meer worden uitgedrukt in parameterwaarden. Tweedecircuitwater moet stromen in een afzonderlijk circuit, afgescheiden van het huishoudelijk leidingnet van water bestemd voor menselijke consumptie. Op plaatsen binnenshuis waar water bestemd voor menselijke consumptie kan worden aangewend, mag er geen afname mogelijk zijn van tweedecircuitwater dat zou kunnen worden aangewend als water bestemd voor menselijke consumptie, tenzij de nodige voorzorgen genomen werden. | |
| 22 | + | Tweedecircuitwater moet stromen in een afzonderlijk circuit, afgescheiden van het huishoudelijk leidingnet van water bestemd voor menselijke consumptie. Op plaatsen binnenshuis waar water bestemd voor menselijke consumptie kan worden aangewend, mag er geen afname mogelijk zijn van tweedecircuitwater dat zou kunnen worden aangewend als water bestemd voor menselijke consumptie, tenzij de nodige voorzorgen genomen werden. | |
| 3 | 23 | §2. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot: | |
| 4 | 24 | 1° het huishoudelijk leidingnet, de systemen voor winning, opvang, behandeling en afvoer van tweedecircuitwater en het leidingnet voor tweedecircuitwater en de inspectie van deze leidingnetten en systemen, met inbegrip van een verplichte keuring voorafgaand aan de ingebruikname ervan en bij belangrijke wijzigingen; | |
| 5 | 25 | 2° de waterwinningen en de kwaliteit van het water dat gebruikt wordt als water bestemd voor menselijke consumptie, ongeacht de herkomst en ongeacht de behandeling ervan. | |
| 6 | − | §3. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast over de te nemen herstelmaatregelen en beperkingen van het gebruik voor het geval het water bestemd voor menselijke consumptie dat geleverd wordt, niet voldoet aan de kwaliteitseisen. | |
| 26 | + | §3. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast over de te nemen herstelmaatregelen en beperkingen van het gebruik voor het geval het water bestemd voor menselijke aanwending dat geleverd wordt, niet voldoet aan de kwaliteitseisen. | |
| 7 | − | De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast over de tijdelijke beperkingen van het gebruik in het geval de levering van water bestemd voor menselijke consumptie vanuit kwantitatief oogpunt in het gedrang komt. | |
| 27 | + | De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast over de tijdelijke beperkingen van het gebruik in het geval de levering van water bestemd voor menselijke aanwending vanuit kwantitatief oogpunt in het gedrang komt. | |
| 8 | 28 | §4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot: | |
| 9 | 29 | 1° de inlichtingen die aan het publiek moeten worden verstrekt; | |
| 4 | 4 | 2° alle personen ondervragen over feiten die voor de uitoefening van het toezicht relevant zijn; | |
| 5 | 5 | 3° de bijstand van de federale politie vorderen; | |
| 6 | − | 4° De toezichthoudende ambtenaren hebben voor de uitoefening van hun ambt, te allen tijde, zonder voorafgaande verwittiging, toegang tot de inrichtingen. | |
| 6 | + | 4° De toezichthoudende ambtenaren hebben voor de uitoefening van hun ambt, te allen tijde, zonder voorafgaande verwittiging, toegang tot de inrichtingen. Indien de inrichting deel uitmaakt van een woning en er een acuut gevaar is voor de doelstellingen opgenomen in artikel 2.1.1, § 2, heeft de toezichthoudende ambtenaar steeds en te allen tijde toegang tot de inrichting om de nodige vaststellingen te doen. Indien de inrichting deel uitmaakt van een woning en er geen acuut gevaar is voor de doelstellingen opgenomen in artikel 2.1.1, § 2, hebben de toezichthoudende ambtenaren toegang tot de inrichting met voorafgaande verwittiging tussen 8 uur en 20 uur. | |
| 7 | 7 | De toezichthoudende ambtenaren dienen zich steeds te legitimeren. | |
| 8 | 8 | §3. Binnen de bevoegdheden die hun overeenkomstig paragraaf 1 zijn toegewezen, kunnen de toezichthoudende ambtenaren mondelinge of schriftelijke raadgevingen, aanmaningen en bevelen geven. Ze kunnen ook de termijn vastleggen waarbinnen de voorschriften moeten worden nagekomen. | |
| 1 | − | §1. Wanneer de toezichthoudende ambtenaren vaststellen dat de waterleverancier water bestemd voor menselijke consumptie levert dat niet voldoet aan de overeenkomstig artikel 2.2.1, §1, en zijn uitvoeringsbesluiten vastgestelde kwaliteitseisen of dat de waterleverancier de overeenkomstig artikel 2.2.1, §3, en zijn uitvoeringsbesluiten vastgestelde herstelmaatregelen en beperkingen van het gebruik niet neemt, kunnen de toezichthoudende ambtenaren, wanneer de waterleverancier weigert gevolg te geven aan de in artikel 5.2.1.1., §3, bedoelde raadgevingen, aanmaningen en bevelen: | |
| 1 | + | §1. Wanneer de toezichthoudende ambtenaren vaststellen dat de waterleverancier water bestemd voor menselijke aanwending levert dat niet voldoet aan de overeenkomstig artikel 2.2.1, §1, en zijn uitvoeringsbesluiten vastgestelde kwaliteitseisen of dat de waterleverancier de overeenkomstig artikel 2.2.1, §3, en zijn uitvoeringsbesluiten vastgestelde herstelmaatregelen en beperkingen van het gebruik niet neemt, kunnen de toezichthoudende ambtenaren, wanneer de waterleverancier weigert gevolg te geven aan de in artikel 5.2.1.1., §3, bedoelde raadgevingen, aanmaningen en bevelen: | |
| 2 | − | 1° mondeling en ter plaatse de stopzetting bevelen van de levering van water bestemd voor menselijke consumptie binnen de termijn die zij bepalen of; | |
| 2 | + | 1° mondeling en ter plaatse de stopzetting bevelen van de levering van water bestemd voor menselijke aanwending binnen de termijn die zij bepalen of; | |
| 3 | 3 | 2° de nodige maatregelen ambtshalve uitvoeren of doen uitvoeren; de uitvoering van deze maatregelen geschiedt op kosten en risico van de in gebreke blijvende persoon. | |
| 4 | − | §2. Als de toezichthoudende ambtenaren vaststellen dat de eigenaar of de abonnee een van de volgende handelingen stelt: | |
| 4 | + | §2. Als de toezichthoudende ambtenaren vaststellen dat de eigenaar of de abonnee of andere gebruikers een van de volgende handelingen stelt: | |
| 5 | 5 | 1° niet instemmen met of zich verzetten tegen de controles, vermeld in artikel 2.4.1, §1, met uitzondering van de controle van de watermeter; | |
| 6 | 6 | 2° niet instemmen met of zich verzetten tegen de inventarisatie-, controle- en onderhoudstaken, vermeld in artikel 2.4.1, §2; | |
| 9 | 9 | 5° weigeren om de door de Vlaamse Regering vastgestelde procedures voor de tegensprekelijke overname van de waterlevering of voor een vernieuwde indienststelling van de waterlevering, na te leven; | |
| 10 | 10 | 6° weigert om de door de Vlaamse Regering vastgestelde verplichting voor de bemetering van het waterverbruik na te komen; | |
| 11 | − | dan kunnen de toezichthoudende ambtenaren – als de eigenaar of de abonnee weigert gevolg te geven aan de raadgevingen, aanmaningen en bevelen die overeenkomstig artikel 5.2.1.1., §3, zijn gegeven – de onderbreking bevelen van de levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, binnen de termijn die ze bepalen, of kunnen ze de nodige maatregelen ambtshalve uitvoeren of doen uitvoeren. | |
| 11 | + | dan kunnen de toezichthoudende ambtenaren – als de eigenaar of de abonnee weigert gevolg te geven aan de raadgevingen, aanmaningen en bevelen die overeenkomstig artikel 5.2.1.1., §3, zijn gegeven – de onderbreking bevelen van de levering van water, bestemd voor menselijke aanwending, binnen de termijn die ze bepalen, of kunnen ze de nodige maatregelen ambtshalve uitvoeren of doen uitvoeren; | |
| 12 | + | 7° weigert om de uitvoeringsbepalingen na te leven, vastgesteld door de Vlaamse Regering krachtens artikel 2.2.1, § 1/1. | |
| 12 | 13 | De uitvoering van die maatregelen geschiedt op kosten en op risico van de in gebreke blijvende persoon. | |
| 13 | − | §3. Naast de in paragraaf 1 en 2 bedoelde gevallen, kunnen de toezichthoudende ambtenaren in geval van gevaar voor de volksgezondheid de stopzetting of de onderbreking bevelen van de levering van water bestemd voor menselijke consumptie. | |
| 14 | + | §3. Naast de in paragraaf 1 en 2 bedoelde gevallen, kunnen de toezichthoudende ambtenaren in geval van gevaar voor de volksgezondheid de stopzetting of de onderbreking bevelen van de levering van water bestemd voor menselijke aanwending. | |
| 14 | 15 | §4. Indien binnen de gestelde termijn geen gevolg gegeven wordt aan de bevelen tot stopzetting of onderbreking, kunnen de toezichthoudende ambtenaren de nodige maatregelen ambtshalve uitvoeren of doen uitvoeren. De uitvoering van deze maatregelen geschiedt op kosten en risico van de in gebreke blijvende persoon. | |
| 15 | − | De toezichthoudende ambtenaren vermelden bij de bevelen tot stopzetting of onderbreking van de levering van water, bestemd voor menselijke consumptie, de voorwaarden waaraan moet worden voldaan voor het heropstarten van de levering. | |
| 16 | + | De toezichthoudende ambtenaren vermelden bij de bevelen tot stopzetting of onderbreking van de levering van water, bestemd voor menselijke aanwending, de voorwaarden waaraan moet worden voldaan voor het heropstarten van de levering. | |
| 16 | 17 | §5. De overtreder en de waterleverancier worden op de hoogte gebracht van de bevelen tot stopzetting of onderbreking van de levering, vermeld in dit artikel. | |
| 17 | 18 | De overtreder wordt op de hoogte gebracht binnen vijf werkdagen, met een per post aangetekende brief. | |
| 1 | − | § 1. De volgende personen worden gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van 100 euro tot 15.000 euro of met een van deze straffen alleen: | |
| 1 | + | § 1. De volgende personen worden gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en met een geldboete van 100 euro tot 250.000 euro of met een van deze straffen alleen: | |
| 2 | 2 | 1° de waterleverancier die water bestemd voor menselijke consumptie levert dat niet voldoet aan de kwaliteitseisen, met name bij niet-naleving van artikel 2.2.1, §1, en zijn uitvoeringsbesluiten; | |
| 3 | 3 | 2° de waterleverancier die de vastgestelde herstelmaatregelen of beperkingen van het gebruik niet neemt, met name bij niet-naleving van artikel 2.2.1 , §3, eerste lid, en zijn uitvoeringsbesluiten; | |
| 4 | 4 | 3° de eigenaar of de abonnee die de herstelmaatregelen aan het huishoudelijk leidingnet niet uitvoert of die de informatieverplichting daaromtrent niet naleeft, met name bij niet-naleving van artikel 2.3.1, §2, tweede en derde lid, en zijn uitvoeringsbesluiten; | |
| 5 | − | 4° de abonnee of de verbruiker die de beperkingen die zijn vastgelegd ter uitvoering van artikel 2.2.1, § 3, tweede lid, niet respecteert. | |
| 5 | + | 4° de abonnee of de verbruiker die de beperkingen die zijn vastgelegd ter uitvoering van artikel 2.2.1, § 3, tweede lid, niet respecteert; | |
| 6 | + | 5° de producent, de distributeur of de verbruiker die opzettelijk of door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid een inbreuk maakt op de bepalingen die genomen zijn ter uitvoering van artikel 2.2.1, § 1/1. | |
| 6 | 7 | § 2. In afwijking van de straf, vermeld in paragraaf 1, 4°, kunnen gemeenten voor kleine vormen van openbare overlast ten gevolge van het niet naleven van de vastgelegde beperkingen van het gebruik die zijn vastgelegd ter uitvoering van artikel 2.2.1, § 3, tweede lid, van dit decreet, gemeentelijke sancties bepalen conform artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988. | |
| 7 | 8 | Als de gemeente geen gemeentelijke sancties conform artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988 heeft bepaald, worden die kleine vormen van openbare overlast in die gemeente bestraft met een geldboete van maximaal 43,75 euro. |
| 1 | 1 | §1. Voor iedere inbreuk op: | |
| 2 | − | 1° de overeenkomstig artikel 2.4.1, § 1 en § 4, en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde controleverplichtingen, wordt een administratieve geldboete opgelegd van 750 euro; | |
| 2 | + | 1° de overeenkomstig artikel 2.2.1, § 1/1, 3° en 4°, en artikel 2.4.1, § 1 en § 4, en hun respectievelijke uitvoeringsbesluiten opgelegde controleverplichtingen, wordt een administratieve geldboete opgelegd van 750 euro; | |
| 3 | 3 | 2° de overeenkomstig artikel 2.2.1, §4, eerste lid, 2° en 3°, en tweede lid, en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde verplichtingen om de bevoegde diensten van de Vlaamse Regering in te lichten en informatie te leveren, wordt een administratieve geldboete opgelegd van 750 euro; | |
| 4 | 4 | 3° de overeenkomstig artikel 2.2.1, §4, eerste lid, 1°, en zijn uitvoeringsbesluiten opgelegde verplichtingen om de verbruikers in te lichten of van informatie te voorzien, wordt een administratieve geldboete opgelegd van 375 euro; | |
| 29 | 29 | 12° het controleren en opvolgen van de werking van de polders en wateringen en de technische ondersteuning en subsidiëring van hun waterbeheer; | |
| 30 | 30 | 13° ...; | |
| 31 | − | 14° het bijdragen aan de beleidsvoorbereidingen het controleren en opvolgen van de ecologische aspecten van water bestemd voor menselijke aanwending; | |
| 31 | + | 14° het bijdragen aan de beleidsvoorbereiding, de controle en de opvolging van de volgende aspecten over water bestemd voor menselijke aanwending: | |
| 32 | + | a) de kwaliteit en de levering; | |
| 33 | + | b) de dienstverlening, met inbegrip van de openbare dienstverplichtingen; | |
| 34 | + | c) de tarieven die verbonden zijn aan de aspecten, vermeld in punt a) en b); | |
| 32 | 35 | 15° het organiseren, controleren, opvolgen en ambtshalve optreden inzake de rattenbestrijding in het Vlaamse Gewest, het effectief bestrijden van ratten in of nabij oppervlaktewaterlichamen die onder de bevoegdheid vallen van het Vlaamse Gewest of in gebieden waarover een overeenkomst werd afgesloten; | |
| 33 | 36 | 16° het vestigen, innen en invorderen van de heffing waterverontreiniging en grondwater zoals vermeld in hoofdstuk II van titel IV van het decreet integraal waterbeleid; | |