| 1 | § 1. Een nieuwe academie die vanaf 1 september 2018 is opgericht, organiseert, op het einde van haar programmatieperiode, alle structuuronderdelen van minstens het domein muziek of beeldende en audiovisuele kunsten, met uitzondering van de kortlopende studierichtingen. |
| 2 | Een nieuwe academie kan in plaats van de eerste graad van een domein het structuuronderdeel domeinoverschrijdende initiatieopleiding oprichten of zowel de eerste graad van een domein als de domeinoverschrijdende initiatieopleiding oprichten. |
| 3 | Een nieuwe academie moet het minimale aanbod, vermeld in het eerste lid, uiterlijk in het twaalfde schooljaar na de oprichting volledig uitgebouwd hebben. Daarbij kan ze de structuuronderdelen van een domein gelijktijdig oprichten, voor zover ze elk structuuronderdeel leerjaar per leerjaar opricht. De leerjaren van de structuuronderdelen van de eerste graad kan ze evenwel in een tijd oprichten. |
| 4 | § 2. Een nieuwe academie wordt vanaf 1 september in de financierings- of subsidiëringsregeling opgenomen, als ze op 1 oktober van het oprichtingsjaar aan de volgende voorwaarden voldoet : |
| 5 | 1° minstens het eerste leerjaar van de tweede graad in de door haar opgerichte domeinen organiseren; |
| 6 | 2° een twaalfde van de programmatienormen van de door haar opgerichte domeinen, vermeld in artikel 119 en 120, bereiken; |
| 7 | 3° gelegen zijn in een gemeente waar in het schooljaar dat aan het oprichtingsjaar voorafgaat, de opgerichte opleidingen niet georganiseerd werden. |
| 8 | Het quotiënt van de deling, vermeld in het eerste lid, 2°, wordt als volgt afgerond: als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier, wordt er afgerond naar het hogere geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lagere geheel getal. |
| 9 | In afwijking van het eerste lid, 3°, kan in een gemeente die als gevolg van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur het resultaat is van een fusie van verschillende gemeenten in 2019 of 2025, maximaal één nieuwe academie vanaf 1 september in de financierings- of subsidiëringsregeling opgenomen worden als ze op 1 oktober van het oprichtingsjaar voldoet aan de volgende voorwaarden: |
| 10 | 1° er is op het grondgebied van de gemeente nog geen hoofdvestigingsplaats van een academie gevestigd; |
| 11 | 2° gedurende drie opeenvolgende schooljaren draagt het schoolbestuur de financiering van het directeursambt, vermeld in artikel 77, en in voorkomend geval van de lestijden voor beleidsondersteuning, vermeld in artikel 76, op basis van artikel 82. In het gemeenschapsonderwijs stelt het schoolbestuur in het directeursambt en in voorkomend geval in de lestijden voor beleidsondersteuning steeds een tijdelijk personeelslid aan volgens artikel 82, tweede lid. In het gesubsidieerd onderwijs stelt het schoolbestuur in het directeursambt en in voorkomend geval in de lestijden voor beleidsondersteuning steeds een tijdelijk personeelslid aan volgens artikel 82, derde lid. |
| 12 | Als de nieuwe academie bij de oprichting een of meer bestaande structuuronderdelen in vestigingsplaatsen op het grondgebied van de gemeente overneemt, gebeurt de overname conform de voorwaarde en modaliteiten voor overheveling, vermeld in artikel 131, met dien verstande dat de overname uitwerking heeft op 1 september van het oprichtingsjaar en dat het schoolbestuur van de nieuwe academie voor de voorafgaande procedure als schoolbestuur wordt beschouwd. |
| 13 | § 3. Voor een verdere financiering of subsidiëring moet de nieuwe academie gedurende elf schooljaren na het oprichtingsjaar telkens op de teldag van het lopende schooljaar de programmatienormen bereiken van de door haar opgerichte domeinen, vermeld in artikel 119 en 120, a rato van het aantal schooljaren dat de nieuwe academie al in oprichting is. |
| 14 | Als de programmatienorm twee opeenvolgende teldagen niet gehaald wordt, wordt de academie met ingang van 1 september van hetzelfde schooljaar niet langer gefinancierd of gesubsidieerd. |
| 15 | Als de programmatienormen in het laatste schooljaar van de oprichtingsperiode niet gehaald worden, wordt de oprichtingsperiode met maximaal één schooljaar verlengd, als de academie op de vorige teldag de programmatienormen gehaald heeft. |
| 16 | § 4. De rationalisatienorm geldt vanaf het schooljaar dat volgt op het schooljaar waarin het minimale aanbod van de nieuw opgerichte academie volledig is uitgebouwd en de programmatienormen, vermeld in artikel 119 of 120, bereikt worden. Een academie is volledig uitgebouwd op het einde van het laatste schooljaar van de oprichtingsperiode. |