§ 2. Met behoud van de toepassing van artikel 123/20, kan een leerling die niet meer voltijds leerplichtig is, een verkennende leerlingenstage lopen in een onderneming in elk schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin eventueel met een duaal structuuronderdeel wordt gestart.
3
Die leerlingenstage:
4
1° strekt ertoe de leerling te laten kennismaken met een beroep of een specifieke werkplek;
5
2° kan maximaal één week bedragen;
6
3° hoeft geen deel uit te maken van het leerprogramma dat de leerling volgt, maar mag geen afbreuk doen aan het bereiken van de doelen ervan;
7
4° vereist het voorafgaand akkoord van de begeleidende klassenraad en van de betrokken personen.
8
§ 3. Een leerling die nog voltijds leerplichtig is, kan observatieactiviteiten verrichten in een onderneming, zonder effectief aan het arbeidsproces te participeren, in elk schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin eventueel met een duaal structuuronderdeel wordt gestart. Deze observatieactiviteiten dienen aan dezelfde voorwaarden te voldoen als vermeld in paragraaf 2, tweede lid.
9
§ 4. Tijdens de verkennende leerlingenstage is een vertegenwoordiger van de opleidingsverstrekker waar de leerling is ingeschreven, bereikbaar. Die verplichting kan echter geen afbreuk doen aan de eventuele statutaire rechten van de individuele personeelsleden.
10
Als de uitvoering van de verplichting, vermeld in deze paragraaf, voor personeelsleden verplichtingen met zich meebrengt die er anders niet geweest zouden zijn, voorziet het bestuur van de aanbieder duaal leren in een passende compensatieregeling. In voorkomend geval wordt erover onderhandeld in het bevoegde lokaal comité of in de ondernemingsraad. Die regeling vergt het uitdrukkelijke, schriftelijke en voorafgaande akkoord van het betrokken personeelslid.
Een personeelslid kan met het oog op de verplichting, vermeld in het tweede lid, en onverminderd de daar gestelde verplichting om in een passende compensatieregeling te voorzien, op vrijwillige basis de jaarlijkse vakantie, die van kracht is in de school of het centrum waar hij is aangesteld, in een andere periode van het schooljaar opnemen met inachtneming van de organisatie van de school en onder de verantwoordelijkheid van de directeur van de school of het centrum in het gemeenschapsonderwijs of van de inrichtende macht in het gesubsidieerd onderwijs. In het bevoegde lokaal comité of in de ondernemingsraad worden daarover verdere criteria en afspraken onderhandeld, waarbij alleszins rekening wordt gehouden met het volgende:
12
1° de termijn van aanvraag om als personeelslid in een andere periode vakantie op te nemen;
13
2° de periode van afwijking van de jaarlijkse vakantie in de school of het centrum.
14
De jaarlijkse vakantie als vermeld in het derde lid, wordt gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.