§ flandrepo
14 regels · van kracht sinds 1 sep 2026

Artikel 336

§1. Opleidingsvorm 3 omvat vier fases: de observatiefase, de opleidingsfase, de kwalificatiefase en de integratiefase:

  1. 1°de observatiefase omvat één schooljaar;
  2. 2°de opleidingsfase omvat twee schooljaren;
  3. 3°de kwalificatiefase omvat twee schooljaren;
  4. 4°de integratiefase omvat één schooljaar in de vorm van een alternerende beroepsopleiding, bestaande uit 1200 uur vorming op school en werkervaring in een bedrijf. De vorming op school bestaat uit minimum 400 uur algemene en sociale vorming en beroepsgerichte vorming. De werkervaring bestaat uit minimum 700 uur werkervaring in een regulier bedrijf in de vorm van leerlingenstage.

§2. In deze opleidingsvorm kan tijdens het schooljaar in het laatste jaar van de opleidingsfase en in de kwalificatiefase gedurende een beperkt aantal dagen een leerlingenstage worden ingericht, die in groep en onder voortdurende begeleiding van de leraar plaatsvindt. In de kwalificatiefase is tijdens het schooljaar gedurende een beperkt aantal dagen leerlingenstage verplicht, waarbij elke leerling-stagiair afzonderlijk op stage gaat. Uitzonderlijk kunnen de leerlingenstages die in de kwalificatiefase plaatsvinden georganiseerd worden tijdens de vakanties. De werkervaring in de integratiefase wordt organisatorisch gelijkgesteld met een leerlingenstage.

Als er geen of onvoldoende stageplaatsen beschikbaar zijn in de kwalificatiefase, zet de school maximaal in op observatieactiviteiten in een organisatie of onderneming waarbij de leerling, zonder effectief aan het arbeidsproces te participeren, kennismaakt met een beroep of een specifieke werkplek.

De school kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van de stageverplichting in de kwalificatiefase. In dat geval is een goed onderbouwde motivering vereist. Die motivering bevat minstens objectieve factoren die de stageverplichting onmogelijk maken. De onderwijsinspectie kan in voorkomend geval die motivering controleren.

§3. De opleidingsprofielen, die voor elke opleiding van opleidingsvorm 3 de generieke en beroepsspecifieke competenties en de algemene vorming vastleggen, worden onder coördinatie van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap ontwikkeld in overleg met het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs en ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering.

§4. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels inzake:

  1. 1°de organisatie van opleidingsvorm 3;
  2. 2°de opleidingen die kunnen worden georganiseerd in opleidingsvorm 3;
  3. 3°de inhoudelijke, organisatorische en vormelijke elementen die een opleidingsprofiel moet omvatten en de procedure voor indiening en goedkeuring van een opleidingsprofiel.

§5. In afwijking van paragraaf 1, 4°, en paragraaf 2, wordt in duaal leren op het niveau van de integratiefase van opleidingsvorm 3 de werkervaring in een regulier bedrijf georganiseerd onder de vorm van een arbeidsdeelname in een regulier bedrijf als vermeld in artikel 357/2.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd