Decreet tot wijziging van verschillende decreten van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, wat betreft de werking van de Vlaamse onderwijsinspectie 2025009306 9 maanden geleden 4 versies
| Decreet tot wijziging van verschillende decreten van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, wat betreft de werking van de Vlaamse onderwijsinspectie 1 jan 2026 · #469 | 1 | §1. Onverminderd de examens die leiden tot het bewijs, vermeld in artikel 256/2, eerste lid, 5°, bepaalt de examencommissie over welke structuuronderdelen en onderliggende beroepskwalificaties van het voltijds secundair onderwijsaanbod, die de Vlaamse Regering vastlegt, examens kunnen worden afgelegd. De examencommissie houdt daarbij per structuuronderdeel en per onderliggende beroepskwalificatie ten minste rekening met de hiernavolgende criteria: |
| Codificatie: Codex Secundair Onderwijs 1 okt 2012 | 2 | 1° de technische en praktische haalbaarheid van de organisatie van de examens; |
| 3 | 2° de financiële kost van de organisatie van de examens; | |
| 4 | 3° het te verwachten aantal inschrijvingen van kandidaten; | |
| 5 | 4° de mate waarin een doorsnee kandidaat er zelfstandig in slaagt om zich afdoende op het examenprogramma voor te bereiden. | |
| Decreet tot wijziging van verschillende decreten van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, wat betreft de werking van de Vlaamse onderwijsinspectie 1 jan 2026 · #469 | 6 | §2. Het examenprogramma voor een structuuronderdeel is opgebouwd uit vakken en wordt ontwikkeld door de examencommissie. Voor structuuronderdelen die leiden tot een onderwijskwalificatie wordt bij de ontwikkeling rekening gehouden met de onderwijskwalificaties beschreven krachtens het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur. Voor structuuronderdelen die niet leiden tot een onderwijskwalificatie, worden als referentiekader voor de ontwikkeling, in voorkomend geval, de eindtermen, de doelen of de minimale leerinhouden, vermeld in Vlaamse regelgeving, gehanteerd. |
| 7 | De Vlaamse Regering kan onderwijsdoelen uit onderwijskwalificaties of uit referentiekaders als vermeld in het eerste lid, aanduiden die binnen de context van de examencommissie niet evalueerbaar of niet haalbaar zijn en bijgevolg buiten beschouwing worden gelaten bij de ontwikkeling van examenprogramma’s. | |
| 8 | §3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 bestaat, voor wat betreft de examens tot het behalen van een getuigschrift van de eerste graad, het examenprogramma uit de basisvorming van de A- stroom of de basisvorming van de B-stroom, naargelang van de keuze van de kandidaat. |