§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat de handhaving van de veiligheidsvoorschriften voor aardgasdistributie betreft #618

Gemerged Robrecht BothuyneAndries GryffroyKris VerduycktMieke ClaesSanne Van LooyHans Bonte cd&v, N-VA, Vooruit voegde 6 artikels samen in decreet-1995-04-05energiedecreet · 15 december 2025 Alle checks geslaagd
6 artikels gewijzigd
+1 −1 decreet-1995-04-05/art. 16.1.1 zoals gemerged
2619° bis het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond;2619° bis het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond;
2719° ter : het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning voor zover het projecten betreft bedoeld in artikel 5, 1°, c, en 2°, b.2719° ter : het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning voor zover het projecten betreft bedoeld in artikel 5, 1°, c, en 2°, b.
2820° ...;
2820° het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat artikel 4.1.11/8 betreft;
2921° het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest;2921° het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest;
3022° het decreet van 28 maart 2014 betreffende de preventie, surveillance en bestrijding van ziekten bij in het wild levende dieren;3022° het decreet van 28 maart 2014 betreffende de preventie, surveillance en bestrijding van ziekten bij in het wild levende dieren;
+11 −10 decreet-1995-04-05/art. 16.1.3 zoals gemerged
1§ 1. Bij de berekening van termijnen is de dies a quo, de dag waarop het feit plaatsvindt dat het uitgangspunt is voor de berekening van de termijn, niet inbegrepen in de termijn. De dies ad quem, de vervaldag van de termijn, is altijd inbegrepen in de termijn.
2Als de vervaldag een zaterdag, zondag of feestdag is, verschuift de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag.
3De termijnen worden berekend in kalenderdagen.
4§ 2. Als een schriftelijke mededeling het startpunt is voor een termijn en gedaan is door middel van een aangetekende brief zonder ontvangstbewijs, begint de termijn te lopen de derde werkdag na de dag waarop de verzending heeft plaatsgevonden.
5Als een schriftelijke mededeling het startpunt is voor een termijn en gedaan is met een aangetekende brief met ontvangstbewijs, begint de termijn te lopen vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief werd aangeboden op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats.
6Als een schriftelijke mededeling het startpunt is voor een termijn en gedaan is door afgifte tegen ontvangstbewijs, begint de termijn te lopen de dag na de dag van de afgifte.
7§ 3. Als een schriftelijke mededeling de handeling is die gedaan moet worden binnen een bepaalde termijn, geldt die termijn voor de verzending of afgifte.
8§ 4. Als voor de schriftelijke mededeling geen bijzondere vormvereisten zijn gesteld, dan is verzending met een niet-aangetekende brief toegelaten. In dat geval berust bij eventuele betwisting over de datum van de verzending de bewijslast bij de verzender.
9§ 5. De datum van de poststempel geldt als datum van verzending.
10§ 6. De Vlaamse Regering kan van dit artikel afwijken door een uitdrukkelijk andersluidende bepaling.
1§1. De volgende personen zijn een herstelinstantie als vermeld in artikel 2, 15°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023:
21° de personeelsleden van de departementen en de agentschappen, vermeld in artikel I.3, 2°, a) tot en met d), van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, die de Vlaamse Regering of haar gemachtigde daarvoor aanwijst;
32° de gemeentelijke personeelsleden die het college van burgemeester en schepenen daarvoor aanwijst, zelfs al zijn ze personeelslid van een andere gemeente;
43° de personeelsleden van een intergemeentelijk samenwerkingsverband die het intergemeentelijk samenwerkingsverband daarvoor aanwijst;
54° de burgemeester of zijn plaatsvervanger.
6De Vlaamse Regering kan opleidings- en ervaringsvereisten en andere voor-waarden bepalen waaraan categorieën van herstelinstanties moeten voldoen, en hun bevoegdheden inhoudelijk, geografisch of temporeel beperken.
7§2. De Vlaamse Regering of haar gemachtigde duidt de personeelsleden van de Vlaamse overheid aan die optreden als beboetingsinstantie als vermeld in artikel 2, 3°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023.
8§3. De personeelsleden die de Vlaamse Regering of haar gemachtigde aanwijst, zijn bevoegd voor de handhaving van de milieuvoorschriften, vermeld in artikel 16.1.1, §1, eerste lid, 5°/2 en 20°.
9Het eerste lid wordt opgeheven op de datum die de Vlaamse Regering vast-stelt.
10§4. In afwijking van artikel 16.6.6, §1, wordt het niet voldoen aan de milieuvoor-schriften, vermeld in artikel 16.1.1, §1, eerste lid, 5°/2 en 20°, gelijkgesteld met een inbreuk.
11De Vlaamse Regering wordt ertoe gemachtigd om de buitenwerkingtreding van het eerste lid te regelen.
+3 −0 decreet-1995-04-05/art. 16.3.9 zoals gemerged
4De Vlaamse Regering bepaalt wie het legitimatiebewijs verleent alsook het model en de inhoud ervan.4De Vlaamse Regering bepaalt wie het legitimatiebewijs verleent alsook het model en de inhoud ervan.
5§ 3. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen omtrent de wijze waarop de toezichthouders hun toezichtsopdrachten, vermeld in § 2, uitoefenen.5§ 3. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen omtrent de wijze waarop de toezichthouders hun toezichtsopdrachten, vermeld in § 2, uitoefenen.
6§4. In afwijking van artikel 16.3.1, §1, 1°, en van paragraaf 2, eerste lid, van dit artikel zijn de personeelsleden die de Vlaamse Regering of haar gemachtigde aanwijst, bevoegd voor de handhaving van de milieuvoorschriften die zijn opgenomen in of uitgevaardigd krachtens de regelgeving, vermeld in artikel 16.1.1, eerste lid, 5°/2 en 20°.
7§5. In afwijking van artikel 16.1.2, 1°, f), wordt het niet voldoen aan de milieuvoorschriften, vermeld in artikel 16.1.1, eerste lid, 5°/2 en 20°, gelijkge-steld met een milieu-inbreuk.
8De Vlaamse Regering wordt ertoe gemachtigd om de buitenwerkingtreding van het eerste lid te regelen.
+1 −1 energiedecreet/art. 4.1.11/2 zoals gemerged
2De bepalingen van onderafdeling III tot en met V, VII en VIII sluiten de toepassing van andere wettelijke bepalingen niet uit. De gezamenlijke toepassing van verschillende aansprakelijkheidsgronden kan nooit leiden tot een hogere vergoeding dan de integrale herstelling van de geleden schade. De vergoeding is beperkt tot 2.000.000 euro per incident, voor het geheel van de schadegevallen. Als het totale bedrag van de schadevergoedingen dat maximumbedrag overschrijdt, is de schadevergoeding die verschuldigd is aan elke netgebruiker naar evenredigheid beperkt. Dit maximumbedrag geldt niet voor schade aan personen.2De bepalingen van onderafdeling III tot en met V, VII en VIII sluiten de toepassing van andere wettelijke bepalingen niet uit. De gezamenlijke toepassing van verschillende aansprakelijkheidsgronden kan nooit leiden tot een hogere vergoeding dan de integrale herstelling van de geleden schade. De vergoeding is beperkt tot 2.000.000 euro per incident, voor het geheel van de schadegevallen. Als het totale bedrag van de schadevergoedingen dat maximumbedrag overschrijdt, is de schadevergoeding die verschuldigd is aan elke netgebruiker naar evenredigheid beperkt. Dit maximumbedrag geldt niet voor schade aan personen.
3De bedragen, vermeld in artikel 4.1.11/3 tot en met 4.1.11/5, worden vanaf 1 januari 2015 jaarlijks van rechtswege geïndexeerd door vermenigvuldiging met het gezondheidsindexcijfer voor de maand juni van het jaar n-1 en die te delen door het gezondheidsindexcijfer voor de maand juni 2013.3De bedragen, vermeld in artikel 4.1.11/3 tot en met 4.1.11/5, worden vanaf 1 januari 2015 jaarlijks van rechtswege geïndexeerd door vermenigvuldiging met het gezondheidsindexcijfer voor de maand juni van het jaar n-1 en die te delen door het gezondheidsindexcijfer voor de maand juni 2013.
4De bedragen, vermeld in artikel 4.1.11/7 tot en met 4.1.11/8, worden vanaf 1 januari 2027 jaarlijks van rechtswege geïndexeerd door de vermenigvuldiging van die bedragen met het gezondheidsindexcijfer van de maand december van het jaar n-1, gedeeld door het gezondheidsindexcijfer van de maand december 2025.4De bedragen, vermeld in artikel 4.1.11/7 tot en met 4.1.11/7/2, worden vanaf 1 januari 2027 jaarlijks van rechtswege geïndexeerd door de vermenigvuldiging van die bedragen met het gezondheidsindexcijfer van de maand december van het jaar n-1, gedeeld door het gezondheidsindexcijfer van de maand december 2025.
5Onder gezondheidsindexcijfers als vermeld in het derde en vierde lid, wordt verstaan : het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994.5Onder gezondheidsindexcijfers als vermeld in het derde en vierde lid, wordt verstaan : het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994.
+11 −0 energiedecreet/art. 4.1.11/8 zoals gemerged
1De Vlaamse Regering stelt, op gezamenlijk voorstel van aardgasdistributienetbeheerders, een veiligheidscode vast. De voormelde veiligheidscode bepaalt de technische maatregelen die noodzakelijk zijn om de veiligheid van het aardgasdistributienet te garanderen. De voormelde veiligheidscode bevat minstens al de volgende elementen over het ontwerp, de aanleg, de exploitatie en de ingebruikstelling van alle installaties voor aardgasdistributie in het Vlaamse Gewest en in het kader van de uitvoering van werken door derden aan of in de nabije omgeving van installaties voor aardgasdistributie:
21° de technische kenmerken van het aardgasdistributienet met onder meer de toegepaste netdrukken;
32° de kenmerken van het gedistribueerde aardgas;
43° de ingravingsdiepte en de toegankelijkheid van de aardgasdistributieleidingen; 4° de bescherming tegen corrosie;
55° de gebruikte materialen en componenten;
66° de aanleg, de controle en het beproeven van aardgasdistributieleidingen;
77° de verplichtingen van derden voor, tijdens en na werken in de nabijheid van aardgasdistributie-installaties;
88° de exploitatievoorwaarden en de controles van de aardgasdistributie-installaties; 9° de tussenkomsten na gasreukmeldingen, incidenten of ongevallen;
910° de procedure in geval van opening van een gasmeter voor een netgebruiker.
10De veiligheidscode, vermeld in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op installaties van gesloten distributienetten, privédistributienetten en directe leidingen.
11Voor dit artikel en de uitvoeringsbepalingen ervan wordt de handhaving, met inbegrip van de strafbaarstelling, uitgevoerd volgens de regels, vermeld in titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
energiedecreet/art. 15.3.5/20 wijzigt
Art. 8. In artikel 15.3.5/20 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juni 2025, wordt het artikelnummer 4.1.11/8 vervangen door het artikelnummer 4.1.11/7/2.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd