§ flandrepo

Bij de aanpassing van de begroting 2021 #812

Gemerged Vlaamse Regering voegde 29 artikels samen in decreet-2001-07-06decreet-2020-12-18vlaamse-codex-overheidsfinancien-van-29-maart-2019 · 21 mei 2021 14 checks vragen aandacht
Aangenomen tekst
9 juli 2021 · 70 blz.
812/15 Officiële PDF
3 artikels gewijzigd

Wat dit stuk anders doet dan 812/12: beide teksten toegepast op de wet zoals die gold op 9 jul 2021.

+9 −2 decreet-2002-12-13/art. 18 berekend
1BAM mag leningen aangaan, kredieten opnemen en schuldeffecten uitgeven binnen de door de Vlaamse Regering vastgestelde grenzen.1BAM mag leningen aangaan, kredieten opnemen en schuldeffecten uitgeven binnen de door de Vlaamse Regering vastgestelde grenzen.
2Het Vlaamse Gewest machtigt de Vlaamse Regering om waarborgen te verstrekken voor de verbintenissen die BAM is aangegaan of aangaat alsook voor aansprakelijkheden die BAM of een bij het project betrokken bouwpartij in het kader van dat project heeft opgelopen of oploopt. Die waarborgen kunnen slechts door de Vlaamse Regering worden verstrekt:
31° als die verbintenissen en aansprakelijkheden niet geheel verzekerd of verzekerbaar zijn door een verzekeraar op de private markt omwille van te hoge premievergoedingen op die private markt of een gebrek aan offertes uit die private markt;
42° als BAM voor die aansprakelijkheden van de betrokken bouwpartijen minimaal gedeeltelijk een verzekeringsovereenkomst afsloot bij een verzekeraar op de private markt;
53° voor de economische levensduur van het onderliggende actief of project;
64° voor een maximaal bedrag dat jaarlijks wordt vastgelegd in de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap;
75° als, bij voorzichtige inschatting, geen gehele of gedeeltelijke uitwinning van de waarborg te verwachten valt.
2Het Vlaamse Gewest machtigt de Vlaamse Regering om de verbintenissen, aansprakelijkheden en schade te waarborgen die BAM is aangegaan, zal aangaan of kan oplopen. Deze waarborgen kunnen een onvoorwaardelijke, onherroepelijke, abstracte waarborg uitmaken, afroepbaar op eerste verzoek die van kracht blijft tot deze verbintenissen en aansprakelijkheden ten aanzien van derden of schade die BAM oploopt volledig zijn voldaan.8Die waarborgen kunnen een onherroepelijke en abstracte waarborg uitmaken, en zijn afroepbaar op het eerste verzoek en totdat die verbintenissen en aansprakelijkheden ten aanzien van derden volledig zijn voldaan.
3De Vlaamse Regering kan van BAM een eenmalige of periodieke vergoeding vorderen in ruil voor de in dit artikel bedoelde waarborgen. Die vergoeding kan variëren in functie van de omvang van de waarborg of op grond van andere relevante parameters. Het niet of laattijdig betalen van de vergoeding door BAM doet op geen enkele wijze afbreuk aan de rechtsgeldigheid of aan het onvoorwaardelijk, onherroepelijk, het abstract karakter of de afroepbaarheid van de waarborg.9BAM betaalt een vergoeding voor de verlening van een waarborg door de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Regering kan de vergoeding eenmalig of periodiek vorderen en bepaalt de vergoeding in functie van de omvang van de waarborg of op grond van andere relevante parameters. Het niet of laattijdig betalen van de vergoeding door BAM doet op geen enkele wijze afbreuk aan de rechtsgeldigheid of aan het onherroepelijk en abstract karakter of de afroepbaarheid van de waarborg.
10De Vlaamse Regering kan de modaliteiten van de waarborgen, vermeld in dit artikel, nader bepalen.
4De in dit artikel bedoelde waarborgen zijn niet onderworpen aan de bepalingen van hoofdstuk 10, afdeling 4, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019.11De in dit artikel bedoelde waarborgen zijn niet onderworpen aan de bepalingen van hoofdstuk 10, afdeling 4, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019.
decreet-2003-07-18/art. 4.2.2.1.4 wijzigt · .
Art. 13. In artikel 4.2.2.1.4. van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, gewijzigd bij decreet van 21 december 2018 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2019, worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan paragraaf 5 worden een zesde en zevende lid toegevoegd, die luiden als volgt: “Indien de heffingsplichtige waterverontreiniging, in afwijking van wat wordt bepaald in het eerste en tweede lid, een laattijdige hernieuwingsaanvraag indient, kan de Vlaamse Milieumaatschappij na onderzoek van het dossier beslissen de verlenging van het statuut met terugwerkende kracht toe te staan vanaf de vervaldatum van het oorspronkelijke statuut. De toepassing van de overige bepalingen van dit artikel blijft daarbij onverkort. Het met terugwerkende kracht toekennen van de verlenging geeft aanleiding tot het opleggen van een boete conform artikel 5.4.2.2, tweede lid.”; 2° in paragraaf 8 wordt de zinsnede “paragrafen 2, 3, 4 en 5” vervangen door de zinsnede “paragrafen 2, 3 en 4”; 3° een paragraaf 9 wordt toegevoegd, die luidt als volgt: “§9. Het onderzoek, vermeld in paragraaf 5, zesde lid, kan worden uitgevoerd op heffingsdossiers waarin voorafgaand aan de inwerkingtreding van paragraaf 5, zesde en zevende lid, een laattijdige hernieuwingsaanvraag werd ingediend, en waarvoor op het ogenblik van de bekendmaking van het programmadecreet van [...] bij de aanpassing van de begroting 2021 waarbij deze bepalingen worden ingevoegd: 1° een bezwaarschrift hangende is of reeds een beslissing over het bezwaarschrift werd genomen waartegen nog een beroepsmogelijkheid openstaat; 2° een vordering in rechte hangende is; 3° een aanvraag tot ambtshalve ontheffing als vermeld in artikel 376 van het WIB ingediend werd bij en aanvaard wordt door de Vlaamse Milieumaatschappij; 4° een navordering gevestigd werd als vermeld in artikel 4.2.4.5, §2; 5° een aansprakelijkheidsvordering werd ingeleid voor hoven en rechtbanken. De heffingsplichtige dient de Vlaamse Milieumaatschappij hiertoe te verzoeken met een per post aangetekende brief, die ten laatste één jaar na de bekendmaking van het programmadecreet van [...] bij de aanpassing van de begroting 2021 wordt verstuurd. Indien de Vlaamse Milieumaatschappij na onderzoek de verlenging van het nullozersstatuut met terugwerkende kracht toekent kan, in afwijking van artikel 418 WIB, enkel het verschil tussen het oorspronkelijke heffingsbedrag vermeerderd met de eventuele heffingsverhoging en het heffingsbedrag na toepassing van de vrijstelling voor nullozing, eventueel rekening houdend met de toepassing van paragraaf 6, terugbetaald worden aan de heffingsplichtige. De toekenning met terugwerkende kracht geeft eveneens aanleiding tot het opleggen van de boete, zoals bepaald in artikel 5.4.2.2, tweede lid. Alle kosten verbonden aan eerdere betwistingen in dit verband blijven ten laste van de heffingsplichtige.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+2 −3 decreet-2003-07-18/art. 5.4.2.2 berekend
1§1. De ambtenaren van de Maatschappij, bedoeld in artikel 5.4.1.2,
2§1, kunnen een geldboete van 50 tot 1250 euro opleggen voor elke overtreding van hoofdstuk II van titel IV evenals van de ter uitvoering ervan genomen besluiten.1De ambtenaren van de Maatschappij, bedoeld in artikel 5.4.1.2, §1, kunnen een geldboete van 50 tot 1250 euro opleggen voor elke overtreding van hoofdstuk II van titel IV evenals van de ter uitvoering ervan genomen besluiten.
3§2. Bij het met terugwerkende kracht toekennen van de verlenging van het nullozersstatuut, conform artikel 4.2.2.1.4, §5, zesde en zevende lid, wordt een geldboete opgelegd van 1000 euro per heffingsjaar waarvoor de vrijstelling met terugwerkende kracht wordt toegestaan.2Bij het met terugwerkende kracht toekennen van de verlenging van het nullozersstatuut, conform artikel 4.2.2.1.4, §5, zesde en zevende lid, wordt een geldboete opgelegd van 1000 euro per heffingsjaar waarvoor de vrijstelling met terugwerkende kracht wordt toegestaan.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd