Artikel X/4.1
§1. Vanaf het begrotingsjaar 20TT, dat start in 2026, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs, en aan scholen voor gewoon of buitengewoon secundair onderwijs voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT, dat start in 2026-2027, die op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 voldoen aan de volgende voorwaarden:
- 1°de school van gewoon of buitengewoon basisonderwijs of de school van gewoon of buitengewoon secundair onderwijs heeft op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten minste zeven regelmatige leerlingen meer dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 met een IAC-verslag type 2 in het basison-derwijs of een IAC-verslag opleidingsvorm 1, type 2 of opleidingsvorm 2, type 2 in het secundair onderwijs, waarbij de extra leerlingen van beide opleidingsvor-men per school samen worden geteld;
- 2°de hoofdvestigingsplaats van de school ligt in een onderwijszone waar in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs en in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs samen het aantal regelmatige leerlingen met een IAC-verslag type 2 en een IAC-verslag opleidingsvorm 1, type 2 en opleidingsvorm 2, type 2, op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 hoger is dan op de eerste schooldag van februari van 20TT-1;
- 3°er is geen gelijktijdige daling van leerlingen met een IAC-verslag type 2 en een IAC-verslag type 2, opleidingsvorm 1, en een IAC-verslag type 2, opleidingsvorm 2, in een of meer andere scholen van hetzelfde onderwijsniveau en hetzelfde schoolbestuur die in dezelfde gemeente liggen als de hoofdvestigingsplaats van de begunstigde school, waarbij de omvang van de daling toelaat aan laatstgenoemde school om de norm, vermeld in 1°, te bereiken.
§2. Voor de maatregel, vermeld in paragraaf 1, wordt vanaf 2026 jaarlijks in een bedrag van 6 miljoen euro voorzien. Dit bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2027 geïndexeerd volgens artikel 85bis, §3, tweede lid, 2°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997. De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten het bedrag verhogen.
Het extra werkingsbudget per school voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs en per school voor gewoon of buitengewoon secundair onderwijs voor het schooljaar in kwestie is het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal bijkomende regelmatige leerlingen met een IAC-verslag type 2 en een IAC-verslag opleidingsvorm 1, type 2 of opleidingsvorm 2, type 2, in de school op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 ten opzichte van het aantal regelmatige leerlingen in de school voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs en in de school voor gewoon of buitengewoon secundair onderwijs met een IAC-verslag type 2 en een IAC-verslag opleidingsvorm 1, type 2 of opleidingsvorm 2, type 2 op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 met het werkingsbudget waarin is voorzien binnen de begroting, vermeld in dit artikel, gedeeld door het totale aantal bijkomende regelmatige leerlingen met een IAC-verslag type 2 en een IAC-verslag opleidingsvorm 1, type 2 of opleidingsvorm 2, type 2, op de eerste schooldag van oktober van 20TT-1 in alle scholen voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs en in alle scholen voor gewoon of buitengewoon secundair onderwijs die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, ten opzichte van het aantal regelmatige leerlingen met een IAC-verslag type 2 en een IAC-verslag opleidingsvorm 1, type 2 of opleidingsvorm 2, type 2, op de eerste schooldag van februari van 20TT-1 in alle scholen voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs en in alle scholen voor gewoon of buitengewoon secundair onderwijs die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1.
Het bedrag dat een school voor buitengewoon basisonderwijs of gewoon basisonderwijs per bijkomende regelmatige leerling ontvangt, kan niet hoger zijn dan 19.278 euro. Het bedrag dat een school voor buitengewoon secundair onderwijs of gewoon secundair onderwijs per bijkomende regelmatige leerling ontvangt, kan niet hoger zijn dan 26.234 euro.
De bedragen, vermeld in het derde lid, worden vanaf het begrotingsjaar 2027 geïndexeerd, voor het basisonderwijs conform artikel 85bis, §3, tweede lid, 2°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en voor het secundair onderwijs conform artikel 324, §3, tweede lid, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
Scholen van gewoon en buitengewoon basisonderwijs en gewoon en buitengewoon secundair onderwijs die voor het schooljaar 20TT-1 – 20TT die tellen of hertellen op de eerste schooldag van oktober komen voor het schooljaar in kwestie niet in aanmerking voor het extra werkingsbudget, vermeld in dit artikel.
Leerlingen die permanent onderwijs aan huis volgen als vermeld in artikel 35 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 118 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, komen niet in aanmerking voor het extra werkingsbudget, vermeld in dit artikel.
Het extra werkingsbudget voor het schooljaar in kwestie wordt aan de schoolbesturen vóór 1 februari van het schooljaar in kwestie betaald.