Artikel 76
§ 1. Kunstacademies hebben vanaf vierhonderd leerlingen zoals die geteld zijn op 1 februari van het voorafgaande schooljaar in de academie recht op twintig lestijden voor beleidsondersteuning. Onder dat minimum wordt het aantal lestijden voor beleidsondersteuning toegekend naar rato van 1/20 per volledige reeks van twintig leerlingen.
In afwijking van het eerste lid is de teldag voor academies in oprichting 1 oktober van het lopende schooljaar. Die teldag geldt vanaf het schooljaar van oprichting en de elf daaropvolgende schooljaren.
Academies die op 1 september 2017 een tijdelijk project intergemeentelijke samenwerking of een tijdelijk project regionale samenwerking organiseerden, behouden de lestijden voor pedagogische coördinatie die hun krachtens de projectvoorwaarden zijn toegekend.
De Vlaamse Regering bepaalt de ambten waarin een academie met de les-tijden, vermeld in het eerste en derde lid, betrekkingen kan organiseren en de wijze waarop de lestijden naar die betrekkingen worden omgerekend.
§ 2. Vanaf het schooljaar 2019-2020 hebben academies, vermeld in bijlage 2 bij dit decreet, recht op extra lestijden. Deze extra lestijden worden jaarlijks berekend volgens de formule opgenomen in het tweede lid.
Als X voor de academies, vermeld in bijlage 2 bij dit decreet, kleiner is dan Z dan heeft de betrokken academie recht op Y extra lestijden, berekend volgens de formule :
Y = Z - X,
waarbij :
- 1°Z : het aantal lestijden, vermeld in bijlage 2, bij dit decreet voor de betrokken academie;
- 2°X gelijk is aan A - B,
waarbij;
- a)A : de omkadering berekend volgens artikel 69;
- b)B : de omkadering berekend volgens artikel 69, maar in afwijking van artikel 67, § 3, vijfde lid, worden de betrokken leerlingen aan 1 gewogen.
Y wordt afgerond naar het hogere geheel getal als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier en naar het lagere geheel getal als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier.