Artikel III.5
§1. De totale werkingsuitkering (Wtot) voor de hogescholen en de universiteiten is samengesteld uit de volgende componenten:
- 1°een onderwijssokkel voor de hogescholen en universiteiten (SOW);
- 2°een variabel onderwijsdeel voor de professioneel gerichte opleidingen aan de hogescholen (VOWprof);
- 3°een variabel onderwijsdeel voor de academisch gerichte opleidingen aan de hogescholen (VOWac);
- 4°een variabel onderwijsdeel voor de academisch gerichte opleidingen aan de universiteiten (VOWun);
- 5°een onderzoekssokkel voor de universiteiten (SOZun);
- 6°een variabel onderzoeksdeel voor de universiteiten (VOZun).
§2. Vanaf het begrotingsjaar 2014 is de totale werkingsuitkering (Wtot) voor de hogescholen en de universiteiten samengesteld uit de volgende componenten:
- 1°een onderwijssokkel voor de professioneel gerichte opleidingen, met uitzondering van de professioneel gerichte kunstopleidingen, aan de hogescholen (SOWprof2014);
- 2°een onderwijssokkel voor de kunstopleidingen in de Schools of Arts (SOWhko2014);
- 3°een onderwijssokkel voor de academisch gerichte opleidingen aan de universiteiten (SOWun2014);
- 4°een variabel onderwijsdeel voor de professioneel gerichte opleidingen, met uitzondering van de professioneel gerichte kunstopleidingen, aan de hogescholen (VOWprof2014);
- 5°een variabel onderwijsdeel voor de kunstopleidingen in de Schools of Arts (VOWhko2014);
- 6°een variabel onderwijsdeel voor de academisch gerichte opleidingen aan de universiteiten (VOWun2014);
- 7°een onderzoekssokkel voor de universiteiten (SOZun2014);
- 8°een variabel onderzoeksdeel voor de universiteiten (VOZun2014).
Het variabele onderwijsdeel voor de professioneel gerichte opleidingen, met uitzondering van de professioneel gerichte kunstopleidingen, aan de hogescholen (VOWprof2014) is het variabele onderwijsdeel voor de professioneel gerichte opleidingen aan de hogescholen (VOWprof), vermeld in paragraaf 1, zonder het variabele onderwijsdeel voor de professioneel gerichte kunstopleidingen en vermeerderd met de bedragen uit de kolom “VOWprof2014”, vermeld in paragraaf 12.
Het variabele onderwijsdeel voor de kunstopleidingen in de Schools of Arts (VOWhko2014) is de samenvoeging van het variabele onderwijsdeel voor de academisch gerichte kunstopleidingen aan de hogescholen (VOWhko), vermeld in paragraaf 5, en het variabele onderwijsdeel voor de professioneel gerichte kunstopleidingen, en vermeerderd met de bedragen uit de kolommen “VOWhko2014 bedrag bijkomende middelen” en “VOWhko2014 bedrag bijzondere weddeschalen”, vermeld in paragraaf 12.
Het variabele onderwijsdeel voor de academisch gerichte opleidingen aan de universiteiten (VOWun2014) is de samenvoeging van het variabele onderwijsdeel voor de academisch gerichte opleidingen aan de universiteiten (VOWun), vermeld in paragraaf 1, en het variabele onderwijsdeel voor de academisch gerichte opleidingen aan de hogescholen (VOWac), vermeld in paragraaf 1, zonder het variabele onderwijsdeel voor de academisch gerichte kunstopleidingen aan de hogescholen (VOWhko), vermeld in paragraaf 5, en vermeerderd met de bedragen uit de kolommen “VOWun2014 puntengewichten” en “VOWun2014 ZAP”, vermeld in paragraaf 13.
De onderzoekssokkel voor de universiteiten (SOZun2014) is gelijk aan de onderzoekssokkel voor de universiteiten (SOZun), vermeld in paragraaf 13.
Het variabele onderzoeksdeel voor de universiteiten (VOZun2014) is het variabele onderzoeksdeel voor de universiteiten (VOZun), vermeld in paragraaf 1, vermeerderd met de bedragen uit de kolom “VOZun2014 ZAP”, vermeld in paragraaf 13.
§ 2/1. Vanaf het begrotingsjaar 2022 wordt de volgende component toegevoegd aan de totale werkingsuitkering, vermeld in paragraaf 2, eerste lid : een variabel onderwijsdeel voor de graduaatsopleidingen (VOWhbo).
§ 2/2. Professioneel gerichte opleidingen die over studiegebieden heen gerangschikt worden en waarvan een van de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst of Muziek en podiumkunsten is, worden meegenomen voor de onderwijssokkel voor de professioneel gerichte opleidingen SOWprof2014 en voor het variabele onderwijsdeel voor de professioneel gerichte opleidingen VOWprof2014.
§3. Bij de universiteiten is de verhouding (sokkel onderwijs SOWun + variabel onderwijsdeel VOWun) ten opzichte van (sokkel onderzoek SOZun + variabel onderzoeksdeel SOZun) gelijk aan 55 %/45 %. Hierbij is de sokkel onderwijs SOWun gelijk aan de som van de onderwijssokkels van alle universiteiten, berekend overeenkomstig de bepalingen in artikel III.9.
§4. Vanaf het begrotingsjaar 2014 worden voor de berekening van de 55%/45%-verhouding, vermeld in paragraaf 3, de volgende bedragen in rekening gebracht:
- 1°voor de berekening van het onderwijsaandeel (55%):
- a)het bedrag van de onderwijssokkel voor de academisch gerichte opleidingen aan de universiteiten (SOWun2014), vermeld of berekend conform dit artikel, verminderd met 13.269.816,83 euro;
- b)het bedrag van het variabele onderwijsdeel voor de academisch gerichte opleidingen aan de universiteiten (VOWun), vermeld of berekend conform dit artikel, en vermeerderd met het bedrag uit de kolom “VOWun2014 ZAP”, vermeld in paragraaf 13;
- 2°voor de berekening van het onderzoeksaandeel (45%):
- a)het bedrag van de onderzoekssokkel voor de universiteiten (SOZun), als vermeld of berekend conform dit artikel;
- b)het bedrag van het variabele onderzoeksdeel voor de universiteiten (VOZun), en vermeerderd met het bedrag uit de kolom “VOZun2014ZAP”, vermeld in paragraaf 13.
Het bedrag, vermeld in punt 1°, a), wordt vanaf het begrotingsjaar 2012 geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in paragraaf 9.
§5. Voor de componenten, vermeld in paragraaf 1, worden de volgende bedragen vastgelegd (uitgedrukt in euro) :
Vanaf begrotingsjaar 2011
SOW
106.006.274,49
VOWprof
388.455.586,86
VOWac
168.108.359,32
VOWun
332.386.458,65
SOZun
111.306.588,21
VOZun
186.768.469,67
Van het bedrag VOWac is 64.006.448,76 euro, hierna het bedrag VOWhko te noemen, uitgetrokken voor de academisch gerichte kunstopleidingen aan de hogescholen. Als het bedrag voor het variabel onderwijsdeel VOWac evolueert overeenkomstig de bepalingen vermeld in artikel III.6, §1, wordt tot en met het begrotingsjaar 2013 het bedrag VOWhko met hetzelfde percentage aangepast.
Vanaf het begrotingsjaar 2011:
- 1°kan het bedrag VOZun, vermeld in het eerste lid, evolueren overeenkomstig de bepaling, vermeld in paragraaf 3;
- 2°kunnen de bedragen VOWprof, VOWac en VOWun, vermeld in het eerste lid, evolueren overeenkomstig de bepalingen, vermeld in artikel III.6, §1.
De bedragen, vermeld in deze paragraaf, zijn op indexniveau 2011.
§6. Vanaf het begrotingsjaar 2014 worden voor de componenten SOWprof2014, SOWhko2014 en SOWun2014, vermeld in paragraaf 2, de volgende bedragen vastgelegd:
- 1°SOWprof2014
59.667.613,95 euro;
- 2°SOWhko2014
3.845.018,60 euro;
- 3°SOWun2014
42.493.641,94 euro.
Vanaf het begrotingsjaar 2014 wordt VOWprof, vermeld of berekend overeenkomstig dit artikel, verminderd met 1.610.586,54 euro. Dit bedrag wordt toegevoegd aan VOWhko.
Vanaf het begrotingsjaar 2014 wordt VOWhko, vermeld of berekend overeenkomstig dit artikel, verminderd met 1.286.616,29 euro. Dit bedrag wordt toegevoegd aan VOWac.
Vanaf het begrotingsjaar 2014 is het bedrag van het variabele onderwijsdeel voor de professioneel gerichte kunstopleidingen dat overeenkomstig paragraaf 2 vanaf het begrotingsjaar afgetrokken moet worden van het variabele onderwijsdeel voor de professioneel gerichte opleidingen VOWprof en toegevoegd moet worden aan het variabele onderwijsdeel VOWhko gelijk aan 1.612.828,83 euro.
Vanaf het begrotingsjaar 2014 tot en met het begrotingsjaar 2017 wordt het bedrag van de onderzoekssokkel SOZun jaarlijks met 1.325.078,43 euro verminderd. Dat bedrag wordt jaarlijks toegevoegd aan het bedrag van het variabele onderzoeksdeel VOZun.
De bedragen, vermeld in deze paragraaf, zijn op indexniveau 2011.
§7. Vanaf het begrotingsjaar 2014 kunnen de bedragenVOWac, verminderd met het bedrag van het variabele onderwijsdeel VOWhko en vermeerderd met het bedrag uit de kolom VOWun2014-puntengewichten vermeld in paragraaf 13, VOWun vermeerderd met het bedrag uit de kolom VOWun2014ZAP vermeld in paragraaf 13 , VOWprof2014 en VOWhko2014, berekend overeenkomstig dit artikel, evolueren overeenkomstig de bepalingen, vermeld in artikel III.6, §2.
§8. In de begrotingsjaren 2011, 2012 en 2013 wordt een bedrag van 7.387.577,27 euro toegevoegd aan de totale werkingsuitkering (Wtot) van de hogescholen en universiteiten.
§9. Vanaf de begrotingsjaren 2012 en 2013 worden de bedragen, vermeld in paragraaf 5, paragraaf 6 en paragraaf 8, geïndexeerd aan de hand van de volgende formule:
- 1°80% van de bedragen volgen de evolutie van de gezondheidsindex;
- 2°20% van de bedragen volgen 75% van de evolutie van de gezondheidsindex.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid worden voor de begrotingsjaren 2012, 2013 en 2015 de bedragen vermeld in paragraaf 5, paragraaf 6 en paragraaf 8, geïndexeerd aan de hand van de volgende formule : 80% van de bedragen volgen de evolutie van de gezondheidsindex.
§10. De bedragen VOWprof, als vermeld in of berekend conform dit artikel, worden vermeerderd met volgende bedragen, uitgedrukt in euro:
Begrotingsjaar 2011
290.291,99
Begrotingsjaar 2012
580.583,98
Begrotingsjaar 2013
870.875,96
Begrotingsjaar 2014
1.161.167,95
Vanaf begrotingsjaar 2015
1.451.459,94
Vanaf het begrotingsjaar 2009 worden de bedragen vermeld in het eerste lid, geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in paragraaf 9.
§11. Voor het begrotingsjaar 2010 worden de indexeringsbepalingen opgenomen in paragraaf 9 en 10 van dit artikel, III.9, §8, laatste lid, III.21, §4, eerste lid en artikel III.21, §4, eerste lid in artikel III.123, III.24, §3, III.34, §2 en §5, tweede lid, III.37, §2, III.40, §2, III.43, §1, derde lid, III.59, §3, III.77, tweede lid en III.114, §3 niet toegepast.
Voor de begrotingsjaren 2012 en 2013 worden de indexeringsbepalingen opgenomen in paragraaf 4, 10 en 12, derde lid van dit artikel, artikel III.9, §8, laatste lid, III.21, §4, eerste lid en III.21, §4, eerste lid in artikel III.123, III.24, §3, III.34, §5, tweede lid, III.37, §1, tweede lid, III.40, §2, III.43, §1, derde lid, III.45, §1, tweede lid, III.59, §3, III.77, tweede lid en III.114, §3 toegepast overeenkomstig de bepaling in paragraaf 9, tweede lid.
Voor het begrotingsjaar 2015 worden de indexeringsbepalingen opgenomen in paragraaf 4, 10 en 12, derde lid, van dit artikel, artikel III.9, § 8, laatste lid, III.21, § 4, eerste lid, en III.21, § 4, eerste lid, in artikel III.123, III.24, § 3, III.34, § 5, tweede lid, III.37, § 1, tweede lid, III.40, § 2, III.43, § 1, derde lid, III.45, § 1, tweede lid, III.59, § 3, III.77, tweede lid, en III.114, § 3, toegepast overeenkomstig de bepaling in paragraaf 9, tweede lid.
§12. De bedragen VOWprof, als vermeld of berekend conform dit artikel, worden vermeerderd met de volgende bedragen en de bedragen vermeld in paragraaf 1, zijn de volgende (uitgedrukt in euro):
">begrotingsjaar
VOWprof
VOWprof2014
VOWhko2014
bedrag professionele kunstopleidingen
bedrag bijzondere salarisschalen
2012
800.000
2013
5.200.000
2014
7.500.000
100.000
2015
10.900.000
100.000
2016
14.300.000
100.000
2017
17.666.520
100.000
2018
20.966.520
100.000
2019
24.366.520
100.000
2020
27.766.520
100.000
2021
27.766.520
100.000
2022
31.166.520
100.000
2.000.000
2023
34.566.520
100.000
2.000.000
vanaf 2024
37.066.520
100.000
2.000.000
De bedragen die in het begrotingsjaar t nominaal worden toegevoegd, zijnde de verschillen tussen de bedragen voor het begrotingsjaar t en de bedragen voor het begrotingsjaar t-1, vermeld in deze paragraaf, worden vanaf het begrotingsjaar t+1 geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in paragraaf 9. Voor het berekenen van de nominale toename worden de bedragen voor VOWprof en VOWprof2014 als een geheel beschouwd.
Vanaf het begrotingsjaar 2014 wordt jaarlijks een bedrag toegevoegd van 1.254.057,83 euro aan VOWhko2014. Dit bedrag is op indexniveau 2011 en wordt vanaf het begrotingsjaar 2012 jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de indexformule vermeld in paragraaf 9.
Het bedrag bijzondere salarisschalen, vermeld in het eerste lid, wordt gedurende de begrotingsjaren 2022 tot en met 2028 volgens de volgende percentages verdeeld over de hogescholen:
Hogeschool Gent
31,35%
Erasmushogeschool Brussel
20,66%
LUCA School of Arts
23,17%
Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen
5,11%
Hogeschool PXL
4,86%
Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
14,85%
Met ingang van het begrotingsjaar 2023 wordt ieder jaar 1/7 van het bedrag bijzondere salarisschalen, vermeld in het eerste lid, overgedragen naar VOWhko2014.
Het bedrag voor de aanpassing van de bijzondere salarisschalen is op indexniveau 2022 en wordt vanaf het begrotingsjaar 2023 jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in paragraaf 9.
§13. De bedragen VOWun en VOZun, als vermeld of berekend conform dit artikel, worden vermeerderd met de volgende bedragen en de bedragen, vermeld in paragraaf 2, zijn de volgende (uitgedrukt in euro):
Begrotingsjaar
VOWun
VOWun2014
VOZun
VOZun2014
ZAP
Punten- gewichten
ZAP
ZAP
ZAP
2012
440.000
360.000
2013
1.925.000
1.575.000
2014
2.000.000
3.575.000
2.925.000
2015
3.000.000
5.115.000
4.185.000
2016
3.519.000
5.971.000
4.886.000
2017
4.519.000
7.511.000
6.146.000
2018
5.519.000
8.996.000
7.361.000
2019
6.519.000
10.591.000
8.666.000
2020
7.519.000
12.186.000
9.971.000
2021
7.519.000
12.186.000
9.971.000
2022
8.519.000
13.726.000
11.231.000
2023
9.519.000
15.321.000
12.536.000
2024
11.219.000
16.476.000
13.481.000
vanaf 2025
11.700.000
17.270.000
14.130.000
De bedragen die in het begrotingsjaar t nominaal worden toegevoegd, zijnde de verschillen tussen de bedragen voor het begrotingsjaar t en de bedragen voor het begrotingsjaar t-1, vermeld in deze paragraaf, worden vanaf het begrotingsjaar t+1 geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in paragraaf 9. Voor het berekenen van de nominale toename worden de bedragen voor VOWunZAP en VOWun2014ZAP, evenals de bedragen voor VOZunZAP en VOZun2014ZAP als 1 geheel beschouwd.
§ 14. Vanaf het begrotingsjaar 2015 worden de bedragen VOWprof2014, VOWhko2014, VOWun2014 en VOZun2014, als vermeld in of berekend conform dit artikel, vermeerderd met de volgende bedragen:
- 1°VOWprof2014: 3.442.783,00 euro;
- 2°VOWhko2014: 237.334,63 euro;
- 3°VOWun2014: 1.557.261,72 euro;
- 4°VOZun2014: 1.274.123,23 euro.
De bedragen, vermeld in deze paragraaf, zijn op indexniveau 2015 en worden vanaf het begrotingsjaar 2016 jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in paragraaf 9 van dit artikel.
§ 15. Vanaf het begrotingsjaar 2016 worden de bedragen VOWprof2014 en VOWhko2014 als vermeld in of berekend conform dit artikel, vermeerderd met de volgende bedragen:
- 1°VOWprof2014: 3.031.000 euro;
- 2°VOWhko2014: 452.000 euro.
De bedragen, vermeld in deze paragraaf, zijn op indexniveau 2016 en worden vanaf het begrotingsjaar 2017 jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in paragraaf 9 van dit artikel.
§ 16. Volgende bedragen, uitgedrukt in euro, worden toegevoegd aan de bedragen VOWprof, vermeld of berekend overeenkomstig dit artikel:
Begrotingsjaar 2019
25.594,20
Begrotingsjaar 2020
51.188,40
Begrotingsjaar 2021
76.782,60
Begrotingsjaar 2022
102.376,80
Vanaf begrotingsjaar 2023
127.971,00
Vanaf het begrotingsjaar 2018 worden de bedragen vermeld in het eerste lid, geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in paragraaf 9 van dit artikel.
§ 17. Vanaf het begrotingsjaar 2022 is het bedrag voor het variabel onderwijsdeel VOWhbo, vermeld in paragraaf 2/1, gelijk aan het bedrag dat overgedragen wordt conform artikel III.42/1.
Vanaf het begrotingsjaar 2025 kan het bedrag voor VOWhbo, vermeld in deze paragraaf, evolueren conform artikel III.6, § 2/1.
Vanaf het begrotingsjaar 2025 wordt het bedrag voor VOWhbo, vermeld in deze paragraaf, geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in paragraaf 9.
§ 18. In het begrotingsjaar 2020 wordt het bedrag VOWprof, vermeld in of berekend conform dit artikel, vermeerderd met 4.000.000 euro.
§ 19. In het begrotingsjaar 2021 wordt het bedrag VOWprof, vermeld in of berekend conform dit artikel, vermeerderd met 8.000.000 euro.
§20. Het bedrag VOWprof, vermeld in of berekend conform dit artikel, wordt vermeerderd met de volgende bedragen:
- 1°in het begrotingsjaar 2022 met 12.000.000 euro;
- 2°in het begrotingsjaar 2023 met 12.491.600 euro. Dit bedrag wordt geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in paragraaf 9, en verhoogd met 4 miljoen euro;
- 3°in het begrotingsjaar 2024 wordt het totale bedrag berekend overeenkomstig punt 2° geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in paragraaf 9, en verhoogd met 4 miljoen euro;
- 4°vanaf het begrotingsjaar 2025 wordt het totale bedrag berekend overeenkomstig punt 3° geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in paragraaf 9..
Bij de opmaak van de begroting 2023 wordt het groeipad, vermeld in paragraaf 18 tot en met 20, geëvalueerd.