§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft de radio-omroeporganisaties #852

Gemerged Vlaamse Regering voegde 65 artikels samen in decreet-2009-03-27-1017858 · 13 mei 2026 Alle checks geslaagd
Amendementen
N-VAVooruitcd&v Manu Diericx, Katia Segers, Gilles Bultinck, Griet Vanryckegem, An Hermans, Frederik Sioen, Lien Van Dooren 8 juli 2026 · 3 blz.
852/5 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Zie de documentenfiche op vlaamsparlement.be ingediend op 7 juli 2026 (2025-2026) Amendement voorgesteld na indiening van het verslag op het ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft de radio-omroeporganisaties AMENDEMENT NR. 4 voorgesteld door Manu Diericx, Katia Segers, Gilles Bultinck, Griet Vanryckegem, An Hermans, Frederik Sioen en Lien Van Dooren na indiening van het verslag Artikel 7 Aan de voorgestelde tekst een vierde tot en met een zesde lid toevoegen, die luiden als volgt: “De Vlaamse Regering kan bepalen dat een frequentiepakket voor uitzending via FM wordt gekoppeld aan een plaats op een DAB+-frequentieblok. Zij bepaalt de nadere modaliteiten van die koppeling. De erkenningen, vermeld in artikel 127, die toegekend worden om een omroepprogramma uit te zenden via FM en via DAB+ vormen één ondeelbare erkenning. Afstand van de erkenning voor uitzending via FM of via DAB+ doet de erkenning van rechtswege vervallen. In afwijking van het vijfde lid kan de Vlaamse Regering evenwel bepalen onder welke voorwaarden afstand kan worden gedaan van het recht om via FM uit te zenden, zonder dat de erkenning van rechtswege vervalt. Bij het bepalen van die voorwaarden houdt de Vlaamse Regering rekening met de elementen, vermeld in artikel 134, tweede lid.”. VERANTWOORDING Dit amendement voegt aan artikel 129 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie drie nieuwe leden toe met als doel de bestaande systematiek inzake de gekoppelde uitzending via FM en DAB+ uitdrukkelijk decretaal te verankeren en tegelijk een toekomstgericht kader voor de verdere digitalisering van het radiolandschap mogelijk te maken. Het vierde lid maakt het mogelijk dat erkenningen kunnen worden verleend voor uitzending via FM en via DAB+ en dat de Vlaamse Regering een FM-frequentiepakket kan koppelen aan een plaats op een DAB+-frequentieblok. Het vijfde lid verankert de reeds bestaande wil van de decreetgever nu ook uitdrukkelijk in het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, zodat daarover geen onzekerheid kan bestaan. Bij de voorbereiding van de bestaande regeling werd immers uitdrukkelijk aangegeven dat, wanneer de Vlaamse Regering een FM-frequentiepakket koppelt aan een plaats op een DAB+- frequentieblok, aan de betrokken radio-omroeporganisatie één erkenning wordt verleend die zowel het recht omvat om een omroepprogramma uit te zenden via FM als via DAB+. Daarbij werd tevens verduidelijkt dat afstand van het recht om op FM uit te zenden tot gevolg heeft dat ook de mogelijkheid om via DAB+ uit te zenden verloren gaat. De keuze voor één (gekoppelde) erkenning beoogt bovendien verdere administratieve vereenvoudiging. Kandidaten dienen slechts één erkenningsaanvraag in voor de uitzending van één omroepprogramma via beide distributiewijzen en de overheid verleent hiervoor één erkenning. Daardoor wordt vermeden dat voor hetzelfde omroepprogramma afzonderlijke erkenningsprocedures moeten worden georganiseerd en afzonderlijke erkenningsbeslissingen moeten worden genomen. Het zesde lid komt tegemoet aan een bezorgdheid van de sector. Tijdens de raadpleging van de sector ter voorbereiding van het ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft de radio-omroeporganisaties, werd gevraagd om, met het oog op de verdere digitalisering van het radiolandschap, ook te voorzien in een regeling die het op termijn mogelijk maakt het recht om op FM uit te zenden op te geven zonder verlies van de erkenning voor uitzending via DAB+. Die vraag werd nadien opnieuw onder de aandacht gebracht tijdens de hoorzitting en de parlementaire behandeling van het ontwerp van decreet (Parl.St. Vl.Parl. 2025-26, nr. 852/3 en 4). Indien hier niet in voorzien wordt, kan dit leiden tot onnodige financiële lasten voor radio-omroeporganisaties, terwijl de beleidsdoelstelling van de digitale transitie reeds grotendeels is gerealiseerd. Om die reden wordt aan de Vlaamse Regering de bevoegdheid verleend om, rekening houdend met de elementen, vermeld in artikel 134, tweede lid, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radioomroep en televisie, te bepalen onder welke voorwaarden afstand kan worden gedaan van het recht om via FM uit te zenden, zonder dat daardoor de erkenning van rechtswege vervalt. Door aan te sluiten bij de monitoringsrapporten, vermeld in artikel 134, tweede lid, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, wordt verzekerd dat een dergelijke beslissing wordt genomen op basis van objectieve gegevens over de evolutie van het digitale radioluisteren, de DAB+-uitrol en de resultaten van het overleg met de sector. Op die manier blijft de koppeling tussen FM en DAB+ behouden zolang zij noodzakelijk is om de verdere digitalisering van het radiolandschap te ondersteunen en de doelstellingen van de erkenningsprocedure te verwezenlijken. Tegelijk kan worden ingespeeld op de technologische, maatschappelijke en economische evoluties binnen de radiosector. De mogelijkheid om afstand te doen van het recht om via FM uit te zenden zonder verlies van de erkenning voor uitzending via DAB+ kan ertoe leiden dat er FM-frequentiepakketten vrijkomen. Daarbij moet er evenwel rekening mee worden gehouden dat op het ogenblik waarop dergelijke FM- frequentiepakketten opnieuw beschikbaar komen, mogelijk niet langer een overeenkomstige capaciteit beschikbaar is op een DAB+-frequentieblok om opnieuw een gekoppelde erkenning te verlenen. Dat is een mogelijke consequentie van de, door de sector gevraagde, flexibiliteit die thans wordt gecreëerd. Deze regeling staat los van de regeling inzake de algemene stopzetting van FM-uitzendingen, vermeld in artikel 134 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie. Terwijl artikel 134 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie betrekking heeft op de …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd