§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs en de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft taalmaatregelen #799

Gemerged Vlaamse Regering voegde 12 artikels samen in decreet-1997-02-25decreet-2009-05-08 · 9 april 2026 Alle checks geslaagd
Aangenomen tekst
28 mei 2026 · 14 blz.
799/9 Officiële PDF
14 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 28 mei 2026. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

decreet-1997-02-25/art. 3 wijzigt
Art. 2. In artikel 3 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het laatst gewijzigd bij het decreet van 21 november 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 4°quater wordt vervangen door wat volgt: “4°quater anderstalige nieuwkomer: een regelmatige leerling die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet: a) de leerling is zeven jaar of ouder voor 1 januari van het lopende schooljaar; b) de leerling beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c); c) de leerling was niet in een door de Vlaamse overheid gefinancierde of gesubsidieerde school ingeschreven op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar of het daaraan voorafgaande schooljaar; d) de leerling beheerst onvoldoende de onderwijstaal om met goed gevolg de lessen te kunnen volgen;”; 2° er wordt een punt 52°bis/3 ingevoegd, dat luidt als volgt: “52°bis/3 taalheldklas: klas als vermeld in artikel 139vicies semel;”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-1997-02-25/art. 11quater wijzigt
Art. 4. In artikel 11quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 3 juli 2020 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “Vanaf het schooljaar 2027-2028 voert de school voor elke leerling in het gewoon onderwijs bij het begin van de leerplicht een verplichte screening uit, die nagaat wat het niveau van de leerling inzake onderwijstaal en getalbegrip is. Deze screening kan nooit voor de inschrijving van de leerling uitgevoerd worden.”; 2° in paragraaf 1, derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt de zinsnede “, vermeld in het eerste lid” vervangen door de zinsnede “, vermeld in het eerste en tweede lid”; 3° in paragraaf 2 wordt de zinsnede “artikel 3, 4°quater.” vervangen door de zinsnede “artikel 3, 4°quater, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie.”; 4° in paragraaf 2/2 wordt de zinsnede “, eerste lid,” vervangen door de zinsnede “, eerste en tweede lid.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-1997-02-25/art. 20/1 wijzigt
Art. 5. In artikel 20/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juni 2025, wordt, na paragraaf 1, een paragraaf 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt: “§1/1. In afwijking van paragraaf 1 is voor het volgen van de taalheldklassen, vermeld in artikel 139vicies semel, §2, voltijdse lesbijwoning in een andere school mogelijk.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 67 berekend
42° een werkingsbudget;42° een werkingsbudget;
53° investeringsmiddelen.53° investeringsmiddelen.
6§ 2. De regering kan jaarlijks een toelage toekennen voor anderstalige nieuwkomers. Ze bepaalt de toekennings-voorwaarden, alsook de berekeningswijze van de toelage.
6§ 2. ...
7§ 3. [... (opgeh. decr. 13 juli 2001, art. XI. 5, I: 1 maart 2001) ]7§ 3. [... (opgeh. decr. 13 juli 2001, art. XI. 5, I: 1 maart 2001) ]
+0 −7 decreet-1997-02-25/art. 87quinquies opgeheven
1Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon basisonderwijs voor het schooljaar 20TT-1–20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van februari van 20TT-4 of 20TT-3 of 20TT-2 meer dan 50 procent regelmatige leerlingen lager onderwijs telden die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), van dit decreet.
2Voor de maatregel, vermeld in het eerste lid en in artikel 48/2 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wordt voor het basis- en secundair onderwijs samen vanaf 2024 jaarlijks een bedrag van 20 miljoen euro voorzien. Dit bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2025 geïndexeerd volgens artikel 79, §3, derde lid, 2°, van dit decreet.
3Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt over het basis- en secundair onderwijs verdeeld op basis van het aandeel van het onderwijsniveau in het totale aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van februari van het jaar 20TT-2 die voldoen aan het leerlingenkenmerk 3, vermeld in artikel 242, §1, eerste lid, 1°, c), van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en in artikel 78, §1, 1°, c), van dit decreet, en voor zover zij ingeschreven zijn in de scholen of centra die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid of in artikel 48/2, eerste lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
4Het extra werkingsbudget per school voor het betrokken schooljaar is het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs dat beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), van dit decreet, op de eerste schooldag van februari van jaar 20TT-2 in de school met het binnen de begroting voorziene werkingsbudget, vermeld in dit artikel, voor het basisonderwijs voor dat schooljaar gedeeld door het totale aantal regelmatige leerlingen gewoon lager onderwijs in de scholen die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, dat op de eerste schooldag van februari van jaar 20TT-2 beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), van dit decreet.
5Het extra werkingsbudget wordt aangewend om leerlingen met een te beperkte kennis van het Nederlands extra te ondersteunen.
6Het extra werkingsbudget voor het betrokken schooljaar wordt aan de schoolbesturen in minstens twee schijven uitbetaald, waarbij vóór 1 februari de som van de uitbetaalde schijven minstens 50% van het extra werkingsbudget van het betrokken schooljaar vertegenwoordigt en het saldo vóór 1 juli betaald wordt.
7De regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten het extra werkingsbudget, vermeld in dit artikel, verhogen.
+76 −0 decreet-1997-02-25/art. 87septies nieuw
1§1. Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2027, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon basisonderwijs voor het schooljaar 20TT-1–20TT, startende in 2026-2027, met het oog op remediëring Nederlands in het gewoon basisonderwijs. De middelen kunnen ook het daaropvolgende schooljaar voor deze doelstelling gebruikt worden.
2§2. Het werkingsbudget waarop de school recht heeft, is de som van A, B, C, D, E, F, G, H en I, waarbij:
31° A: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal A1, waarbij:
4a) A1: de coëfficiënt TNN vermenigvuldigd met de som van het aantal regelmatige kleuters die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), en het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
5b) de coëfficiënt TNN: 6.835.881 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige kleuters in het gewoon basisonderwijs die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), en het totale aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs in het gewoon basisonderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
6c) A1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
72° B: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal B1, waarbij:
8a) B1: de coëfficiënt OPL vermenigvuldigd met de som van het aantal regelmatige kleuters die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), en het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
9b) de coëfficiënt OPL: 4.604.075 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige kleuters in het gewoon basisonderwijs die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), en het totale aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs in het gewoon basisonderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°,
10a), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
11c) B1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
123° C: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal C1, waarbij:
13a) C1: de coëfficiënt ST vermenigvuldigd met de som van het aantal regelmatige kleuters die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), en het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
14b) de coëfficiënt ST: 4.167.078 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige kleuters in het gewoon basisonderwijs die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), en het totale aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs in het gewoon basisonderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°,
15b), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
16c) C1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
174° D: 46 euro vermenigvuldigd met de som van het aantal regelmatige kleuters die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°,
18c), en het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
195° E: 31 euro vermenigvuldigd met de som van het aantal regelmatige kleuters die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°,
20a), en het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
216° F: 28 euro vermenigvuldigd met de som van het aantal regelmatige kleuters die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°,
22b), en het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
237° G: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal G1, waarbij:
24a) G1: de coëfficiënt TNN vermenigvuldigd met het aantal regelmatige leerlingen die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
25b) de coëfficiënt TNN: 6.193.097 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige leerlingen in het gewoon basisonderwijs die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
26c) G1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
278° H: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal H1, waarbij:
28a) H1: de coëfficiënt OPL vermenigvuldigd met het aantal regelmatige leerlingen die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
29b) de coëfficiënt OPL: 4.171.150 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige leerlingen in het gewoon basisonderwijs die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
30c) H1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
319° I: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal I1, waarbij:
32a) I1: de coëfficiënt ST vermenigvuldigd met het aantal regelmatige leerlingen die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1,
331°, b), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
34b) de coëfficiënt ST: 3.775.244 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige leerlingen in het gewoon basisonderwijs die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
35c) I1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal.
36§3. De bedragen die gegenereerd zijn conform paragraaf 2, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, en
376°, worden uitsluitend aangewend om kleuters en leerlingen lager onderwijs in het gewoon onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar individueel of in kleine groepen te remediëren tijdens de lestijden. De remediëring focust op de Nederlandse taalkennis nodig voor het behalen van de minimumdoelen. De school bepaalt welke leerlingen die remediëring krijgen. Deze middelen kunnen uitzonderlijk ook aangewend worden voor leerlingen die zeven jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar.
38De bedragen die gegenereerd zijn conform paragraaf 2, 7°, 8°, en 9°, worden uitsluitend aangewend om remediëring te voorzien voor leerlingen gewoon onderwijs die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die niet in aanmerking komen voor deelname aan de taalheldklassen, maar wel nood hebben aan bijkomende remediëring van hun taalachterstand. De remediëring focust op de Nederlands taalverwerving nodig voor het behalen van de minimumdoelen. De uren remediering kunnen ook aangewend worden voor onderwijsactiviteiten buiten de periode van normale aanwezigheid van de leerlingen.
39§4. De bedragen, vermeld in paragraaf 2, worden vanaf het begrotingsjaar 2028 geïndexeerd volgens artikel 79, §3, derde lid, 2°.
40De bedragen worden elk schooljaar in minstens twee schijven uitbetaald, waarbij vóór 1 februari de som van de uitbetaalde schijven minstens 50 procent van de bedragen van het betrokken schooljaar vertegenwoordigt en het saldo vóór 1 juli betaald wordt.
41§5. Voor het begrotingsjaar 2026, wordt er een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon basisonderwijs voor het schooljaar 2026-2027 met het oog op remediëring Nederlands in het gewoon basisonderwijs.
42Het werkingsbudget waarop de school recht heeft, is de som van A, B, C, D, E, en F, waarbij:
431° A: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal A1, waarbij:
44a) A1: de coëfficiënt TNN vermenigvuldigd met de som van het aantal regelmatige kleuters die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), en het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
45b) de coëfficiënt TNN: 3.684.359 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige kleuters in het gewoon basisonderwijs die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), en het totale aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs in het gewoon basisonderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°,
46c), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
47c) A1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
482° B: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal B1, waarbij:
49a) B1: de coëfficiënt OPL vermenigvuldigd met de som van het aantal regelmatige kleuters die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), en het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°,
50a), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
51b) de coëfficiënt OPL: 2.481.475 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige kleuters in het gewoon basisonderwijs die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), en het totale aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs in het gewoon basisonderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°,
52a), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
53c) B1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
543° C: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal C1, waarbij:
55a) C1: de coëfficiënt ST vermenigvuldigd met de som van het aantal regelmatige kleuters die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), en het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
56b) de coëfficiënt ST: 2.245.945 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige kleuters in het gewoon basisonderwijs die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), en het totale aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs in het gewoon basisonderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°,
57b), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
58c) C1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
594° D: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal D1, waarbij:
60a) D1: de coëfficiënt TNN vermenigvuldigd met het aantal regelmatige leerlingen die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
61b) de coëfficiënt TNN: 2.064.366 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige leerlingen in het gewoon basisonderwijs die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
62c) D1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
635° E: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal E1, waarbij:
64a) E1: de coëfficiënt OPL vermenigvuldigd met het aantal regelmatige leerlingen die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1,
651°, a), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
66b) de coëfficiënt OPL: 1.390.383 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige leerlingen in het gewoon basisonderwijs die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
67c) E1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
686° F: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal F1, waarbij:
69a) F1: de coëfficiënt ST vermenigvuldigd met het aantal regelmatige leerlingen die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1,
701°, b), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
71b) de coëfficiënt ST: 1.258.415 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige leerlingen in het gewoon basisonderwijs die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
72c) F1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal.
73Het bedrag wordt uitbetaald voor december 2026.
74§6. De bedragen gegenereerd door paragraaf 5, tweede lid, 1°, 2° en 3°, worden uitsluitend aangewend om kleuters en leerlingen lager onderwijs in het gewoon onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar individueel of in kleine groepen te remediëren tijdens de lestijden. De remediëring focust op de Nederlandse taalkennis nodig voor het behalen van de minimumdoelen. De school bepaalt welke leerlingen deze remediëring krijgen. Deze middelen kunnen uitzonderlijk ook aangewend worden voor leerlingen die zeven jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar.
75De bedragen gegenereerd door paragraaf 5, tweede lid, 4°, 5° en 6°, worden uitsluitend aangewend om remediëring te voorzien voor leerlingen gewoon onderwijs die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die niet in aanmerking komen voor deelname aan de taalheldklassen, maar wel nood hebben aan bijkomende remediëring van hun taalachterstand. De remediëring focust op de Nederlands taalverwerving nodig voor het behalen van de minimumdoelen.
76De uren remediering kunnen ook aangewend worden voor onderwijsactiviteiten buiten de periode van normale aanwezigheid van de leerlingen.
decreet-1997-02-25/art. 125novies wijzigt · §1
Art. 10. Aan artikel 125novies, §1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 maart 2019, wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt: “9° maakt afspraken over de aanwendingen van de aanvullende lestijden voor de organisatie van taalheldklassen.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-1997-02-25/art. 138 wijzigt · §1, eerste lid
Art. 11. In artikel 138, §1, eerste lid, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 april 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 3° wordt vervangen door wat volgt: “3° aanvullende lestijden voor de organisatie van taalheldklassen voor scholen gewoon basisonderwijs;”; 2° punt 3°bis wordt opgeheven.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-1997-02-25/art. 139 wijzigt
Art. 12. In artikel 139 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 7 juli 2006 en gewijzigd bij de decreten van 4 juli 2008, 6 juli 2012 en 17 juni 2016, wordt de zinsnede “3°, 3°bis,” opgeheven.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-1997-02-25/art. 153septies wijzigt
Art. 17. Aan artikel 153septies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003, vervangen bij het decreet van 9 juli 2021 en gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2022, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt: “§3. Elke school in het gewoon basisonderwijs voert, in samenhang met het zorgbeleid, vermeld in paragraaf 1, en met de haar toegekende omkadering, ook een taalbeleid met bijzondere aandacht voor de versterking van het Nederlands, zowel op het vlak van taalverwerving als op het vlak van taalbeheersing. Iedere school wijst daarvoor een taalexpert aan. De taalexpert geeft concreet advies over taal- en leesbeleid, vakkennis en taaldidactiek aan het schoolteam. In het professionaliseringsplan van de school, vermeld in artikel 8 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, gaat permanent aandacht naar de doorlopende professionalisering van de taalexpert. De externe evaluatie op het talenbeleid van de school, met inbegrip van de aanduiding en de professionalisering van de taalexpert, gebeurt in het kader van de doorlichting, vermeld in artikel 36 tot en met 42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-1997-02-25/art. 154 wijzigt · §2
Art. 18. In artikel 154 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juni 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede “artikel 76” vervangen door de zinsnede “artikel 76 en 87septies”; 2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede “vermeld in artikel 76 of artikel 87quinquies,” vervangen door de zinsnede “vermeld in artikel 76, artikel 87quinquies, of 87septies.”.
Art. 19. In artikel 154, §2, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij dit decreet, wordt de zinsnede “vermeld in artikel 76, artikel 87quinquies, of 87septies” vervangen door de zinsnede “vermeld in artikel 76 of 87septies”. Hoofdstuk 3. Wijzigingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+11 −10 decreet-2009-05-08/art. 9 berekend
1§1. De Vlaamse Gemeenschap stelt elk jaar nascholingsmiddelen ter beschikking van de instellingen om het nascholingsplan uit te voeren.1§1. De Vlaamse Gemeenschap stelt elk jaar nascholingsmiddelen ter beschikking van de instellingen om het nascholingsplan uit te voeren.
2§2. De volgende bedragen worden per begrotingsjaar en met ingang vanaf begrotingsjaar 2023 toegekend, met uitzondering van de leersteuncentra waar- voor het toe te kennen bedrag vanaf het begrotingsjaar 2024 wordt vermeld:2§2. De volgende bedragen worden per begrotingsjaar en met ingang van begrotingsjaar 2027 toegekend:
31° voor het basisonderwijs: 5.342.667 euro in begrotingsjaar 2023 en 7.931.000 euro vanaf begrotingsjaar 2024;
42° voor het secundair onderwijs: 7.307.000 euro in begrotingsjaar 2023 en 9.419.000 euro vanaf begrotingsjaar 2024;
31° voor het basisonderwijs: 21.111.000 euro;
42° voor het secundair onderwijs: 17.458.000 euro;
53° voor het volwassenenonderwijs, met uitzondering van de basiseducatie: 354.000 euro;53° voor het volwassenenonderwijs, met uitzondering van de basiseducatie:
6358.000 euro;
64° voor het deeltijds kunstonderwijs: 255.000 euro;74° voor het deeltijds kunstonderwijs: 256.000 euro;
75° voor de CLB’s: 178.000 euro;85° voor de CLB’s: 180.000 euro;
86° voor de basiseducatie: 77.500 euro;96° voor de basiseducatie: 79.000 euro;
97° voor de leersteuncentra: 167.000 euro.107° voor de leersteuncentra: 169.000 euro.
10Vanaf het begrotingsjaar 2025 worden die bedragen aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.11Vanaf het begrotingsjaar 2028 worden die bedragen aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.
11§3. Het aandeel in de middelen waarop elke instelling recht heeft, wordt pro rata berekend op basis van het aantal organieke betrekkingen in de instelling op 1 februari van het voorafgaande begrotingsjaar, rekening houdend met het niveau waarvoor de middelen, vermeld in § 2, bestemd zijn.12§3. Het aandeel in de middelen waarop elke instelling recht heeft, wordt pro rata berekend op basis van het aantal organieke betrekkingen in de instelling op 1 februari van het voorafgaande begrotingsjaar, rekening houdend met het niveau waarvoor de middelen, vermeld in § 2, bestemd zijn.
12§4. In afwijking van paragraaf 3 worden voor de telling op 1 februari 2023 de ondersteuners die zijn aangesteld in scholen voor buitengewoon onderwijs, niet meegeteld, en wordt voor de leersteuncentra in het jaar 2024 het aandeel in de middelen, bepaald in paragraaf 2, 7°, waarop elk leersteuncentrum recht heeft, pro rata berekend op basis van het aantal organieke betrekkingen in het leersteuncentrum op 1 oktober 2023.
13§4. ...
art. 210/1 voegt in
art. 251/1 wijzigt · eerste lid
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd