Tot wijziging van meerdere decreten over het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, wat betreft de studietoelagen in het hoger onderwijs en de kinderdagverblijven en voor- en nabewaking in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad #759
Gemerged Vlaamse Regering voegde 2 artikels samen in decreet-2007-06-08 · 23 maart 2026 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Zie de documentenfiche op vlaamsparlement.be
ingediend op 18 mei 2026 (2025-2026)
Amendementen
voorgesteld na indiening van het verslag
op het ontwerp van decreet
tot wijziging van meerdere decreten
over het beleidsdomein Onderwijs en Vorming,
wat betreft de studietoelagen in het hoger onderwijs
en de kinderdagverblijven en voor- en nabewaking
in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad
AMENDEMENT NR. 23
voorgesteld door Kim Buyst
na indiening van het verslag
Artikel 3
Aan de ontworpen tekst, derde lid, een punt 6° toevoegen, dat luidt als
volgt:
“6° de hogeronderwijsinstelling heeft vastgesteld dat de sociale of individuele omstandigheden van de student van die aard zijn dat het niet mogelijk is om 54
studiepunten op te nemen.”.
VERANTWOORDING
Het ontwerp van decreet bevat een onduidelijkheid over de rechtsgevolgen van de beoordeling die de
hogeronderwijsinstelling maakt met betrekking tot uitzonderlijke sociale of individuele omstandigheden.
In de memorie van toelichting wordt uitdrukkelijk gesteld dat, naar aanleiding van het advies van de
Raad van State, in een bijkomende uitzonderingsmogelijkheid wordt voorzien voor studenten voor wie
de rector of algemeen directeur oordeelt dat hun sociale of individuele situatie dermate specifiek is dat
het onmogelijk is om 54 studiepunten op te nemen.
Daarbij wordt ook expliciet bepaald: “De hogeronderwijsinstelling bezorgt de student een bewijs van
de goedkeuring voor het opnemen van minder dan 54 studiepunten. Het attest wordt bezorgd aan de
afdeling Studietoelagen.”
Hoewel uit de toelichting blijkt dat de decreetgever daarmee een vorm van maatwerk voor uitzonderlijke
situaties nastreeft, blijft in de decretale bepalingen zelf onvoldoende duidelijk welke rechtsgevolgen
verbonden zijn aan deze beoordeling door de hogeronderwijsinstelling.
Het amendement verduidelijkt daarom expliciet dat de vaststelling door de hogeronderwijsinstelling dat
een student zich in een uitzonderlijke sociale of individuele situatie bevindt, een rechtsgrond vormt om
af te wijken van de minimumgrens van 54 studiepunten voor de toekenning van een studietoelage.
Het amendement brengt daarmee de decretale tekst in overeenstemming met de bedoeling zoals omschreven in de memorie van toelichting en met de opmerkingen van de Raad van State over de nood
aan voldoende uitzonderingsmogelijkheden voor behartigenswaardige gevallen.
Daarnaast verduidelijkt het amendement dat hogeronderwijsinstellingen in uitzonderlijke situaties
maatwerk kunnen leveren voor studenten die niet noodzakelijk onder een formeel bijzonder statuut
vallen, maar wel objectief niet in staat zijn een traject van 54 studiepunten op te nemen.
Het amendement creëert geen bijkomende administratieve verplichtingen voor hogeronderwijsinstellingen. Het verduidelijkt alleen de rechtsgevolgen van een beoordeling die instellingen volgens het ontwerp van decreet al moeten uitvoeren. Hogeronderwijsinstellingen kunnen daarvoor gebruikmaken van
bestaande procedures en begeleidingsstructuren met betrekking tot bijzondere statuten, studievoortgang en studentenbegeleiding.
◼
AMENDEMENT NR. 24
voorgesteld door Kim Buyst
na indiening van het verslag
Artikel 16
De zinsnede “2026-2027” telkens vervangen door de zinsnede “2027-2028”.
VERANTWOORDING
De in het ontwerp van decreet bepaalde verstrenging van de voorwaarden voor studietoelagen – met
name de invoering van een leeftijdsgrens en de verhoging van het minimumaantal op te nemen studiepunten tot 54 – heeft een aanzienlijke impact op de toegankelijkheid van het hoger onderwijs. Hoewel die maatregelen hoofdzakelijk budgettair gemotiveerd zijn, blijkt uit de memorie van toelichting
dat de concrete impact op bepaalde groepen studenten niet nauwkeurig kan worden ingeschat.
Daarbij komt dat de hervorming van de studietoelagen wordt losgekoppeld van het bredere beleid voor
studievoortgang en studierendement. Daardoor zullen de strengere voorwaarden – zoals de verplichting
om minstens 54 studiepunten op te nemen – sneller van toepassing zijn op beursstudenten dan op nietbeursstudenten. Dat creëert een ongelijke behandeling tussen studenten, waarbij net de meest kwetsbare groep eerst met strengere normen wordt geconfronteerd.
Hoewel het ontwerp voorziet in uitzonderingsmechanismen (onder meer voor werkstudenten, mantelzorgers en studenten met bijzondere statuten), dreigt dat in de praktijk te leiden tot een complex
geheel van attesten, procedures en beoordelingsmechanismen. Dat verhoogt niet alleen de administratieve last voor de hogeronderwijsinstellingen, maar vormt ook een bijkomende drempel voor studenten
in een kwetsbare positie.
Bovendien moet die maatregel worden bekeken in samenhang met recente hervormingen voor studievoortgang. Met het decreet over de instroom en het optimaliseren van de studie-efficiëntie in het hoger
onderwijs en overige organisatorische aspecten van het hoger onderwijs van 15 juli 2022 werd de
‘harde knip’ ingevoerd, die studenten verplicht om binnen de twee inschrijvingsjaren te slagen voor de
opleidingsonderdelen van hun eerste inschrijving. De impact van die maatregel op studiegedrag, slaagkansen en uitval is momenteel nog onvoldoende geëvalueerd, terwijl in het regeerakkoord net expliciet
werd voorzien in een evaluatie tegen het einde van de legislatuur.
Het is dan ook voorbarig om bijkomende, ingrijpende voorwaarden op te leggen zonder zicht op de
gecombineerde effecten van die hervormingen. Een dergelijke cumulatie van maatregelen dreigt de
druk op studenten aanzienlijk te verhogen, zonder garanties op een betere studievoortgang.
Daarnaast rijzen er ernstige vragen over de haalbaarheid van de voorgestelde timing. Het ontwerp van
decreet wordt pas in het voorjaar van 2026 behandeld, met een bespreking in de commissie eind april,
terwijl de maatregelen al in werking zouden treden vanaf het academiejaar 2026-2027. Dat laat zowel
hogeronderwijsinstellingen als studenten bijzonder weinig tijd om zich aan te passen aan de nieuwe
regelgeving. Studenten maken …