§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie, wat betreft de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie #832

Gemerged Vlaamse Regering voegde 39 artikels samen in decreet-2009-03-27-1017858 · 3 juni 2021 1 checks vragen aandacht
Aangenomen tekst
2 juli 2021 · 33 blz.
832/3 Officiële PDF
39 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 2 jul 2021. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

+2 −2 decreet-2009-03-27-1017858/art. 1 berekend
1Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid. Het zet onder meer de bepalingen om van de Richtlijnen :1Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid. Het zet onder meer de bepalingen om van de Richtlijnen :
21° Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/22/EG inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie en verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming;
32° Richtlijn 2009/140/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 tot wijziging van Richtlijn 2002/21/EG inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische communicatienetwerken en -diensten, Richtlijn 2002/19/EG inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten, en Richtlijn 2002/20/EG betreffende de machtiging voor elektronische communicatienetwerken en -diensten;
21° Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie;
32° ...
43° Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten).43° Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten).
decreet-2009-03-27-1017858/art. 2 wijzigt
Art. 3. In artikel 2 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 13 juli 2012, 29 juni 2018, 7 december 2018 en 19 maart 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° vóór punt 1°, dat punt 1°/1, wordt, wordt een nieuw punt 1° ingevoegd, dat luidt als volgt: “1° Aanbeveling: aanbeveling van de Europese Commissie inzake relevante markten voor producten en diensten;”; 2° voor de punten 1°/1 en 1°/2 die 1°/3 en 1°/4 worden, wordt een nieuw punt 1°/2 ingevoegd, dat luidt als volgt: “1°/2 aanmerkelijke marktmacht: een onderneming wordt geacht aanmerkelijke marktmacht te hebben als ze, alleen of samen met andere ondernemingen, een aan machtspositie gelijkwaardige positie bezit, namelijk een economische kracht die haar in staat stelt zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, klanten en uiteindelijk consumenten te gedragen;”; 3° er wordt een punt 1°/5 ingevoegd, dat luidt als volgt: “1°/5 AMM-richtsnoeren: richtsnoeren van de Europese Commissie voor marktanalyse en de beoordeling van aanmerkelijke marktmacht;”; 4° er wordt een punt 1°/6 ingevoegd, dat luidt als volgt: “1°/6 Berec: het Orgaan van Europese regulerende instanties voor elektronische communicatie, opgericht bij verordening (EU) 2018/1971 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot instelling van het Orgaan van Europese regulerende instanties voor elektronische communicatie (Berec) en het Bureau voor ondersteuning van Berec (Berec-Bureau), tot wijziging van Verordening (EU) 2015/2120 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1211/2009;”; 5° er wordt een punt 1°/7 ingevoegd, dat luidt als volgt: “1°/7 bijbehorende dienst: een bij een elektronisch communicatienetwerk of een elektronische communicatiedienst behorende dienst die het aanbieden, het zelf verstrekken of het geautomatiseerd aanbieden van diensten via dat netwerk of die dienst mogelijk maakt of ondersteunt of het potentieel hiertoe bezit en die voorwaardelijke toegangssystemen en elektronische programmagidsen (EPG’s), alsmede andere diensten zoals identiteit, locatie en presentie-informatiediensten omvat;”; 6° er wordt een punt 1°/8 ingevoegd, dat luidt als volgt: “1°/8 bijbehorende faciliteiten: de bij een elektronisch communicatienetwerk of een elektronische communicatiedienst behorende diensten, fysieke infrastructuren en andere faciliteiten of elementen die het aanbieden van diensten via dat netwerk of die dienst mogelijk maken of ondersteunen of het potentieel hiertoe bezitten en die gebouwen of toegangen tot gebouwen, bekabeling van gebouwen, antennes, torens en andere ondersteunende constructies, kabelgoten, kabelbuizen, masten, mangaten en straatkasten omvatten;”; 7° punt 8° wordt vervangen door wat volgt: “8° elektronisch communicatienetwerk: de transmissiesystemen, al dan niet gebaseerd op een permanente infrastructuur of gecentraliseerde beheercapaciteit, en in voorkomend geval de schakel- of routeringsapparatuur en andere middelen, waaronder netwerkelementen die niet actief zijn, die het mogelijk maken signalen van radio-omroep en televisie over te brengen via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische middelen, voor zover deze voor overdracht van signalen van radio-omroep en televisie worden gebruikt, waaronder satellietomroepnetwerken, vaste (circuit- en pakketgeschakelde, met inbegrip van internet) en mobiele netwerken, elektriciteitsnetten, etheromroepnetwerken en kabelomroepnetwerken;”; 8° punt 9° wordt vervangen door wat volgt: “9° elektronische communicatiedienst: een gewoonlijk tegen vergoeding via elektronische communicatienetwerken aangeboden dienst die geheel of hoofdzakelijk bestaat uit het overbrengen van signalen van radio-omroep en televisie;”; 9° punt 14° wordt vervangen door wat volgt: “14° geavanceerde digitale eindapparatuur: kastjes met converter en decoder en geïntegreerde digitale televisietoestellen voor de ontvangst van de digitale interactieve omroepdiensten;”; 10° er wordt een punt 14°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “14°/1 interconnectie: een specifiek type toegang dat tussen exploitanten van openbare netwerken wordt gerealiseerd door het fysiek en logisch verbinden van openbare elektronische communicatienetwerken die door dezelfde of een andere onderneming worden gebruikt om het de gebruikers van een onderneming mogelijk te maken te communiceren met die van dezelfde of van een andere onderneming of toegang te hebben tot diensten die door een andere onderneming worden aangeboden, wanneer die diensten worden aangeboden door de betrokken partijen of andere partijen die toegang hebben tot het netwerk;”; 11° er wordt een punt 21°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “21°/1 netwerk met zeer hoge capaciteit: hetzij een elektronisch communicatienetwerk dat ten minste tot aan het distributiepunt volledig uit optischevezelelementen bestaat, hetzij een elektronisch communicatienetwerk dat, in gebruikelijke piekomstandigheden, in staat is om soortgelijke netwerkprestaties te bieden wat betreft downlinken uplinkbandbreedte, veerkrachtigheid van het netwerk, parameters met betrekking tot fouten, latentietijden en de veranderingen daarin. De netwerkprestaties kunnen ook als vergelijkbaar worden beschouwd als de eindgebruiker een andere gebruikservaring heeft vanwege de inherent verschillende kenmerken van het medium dat op het netwerk wordt aangesloten;”; 12° punt 39° wordt vervangen door wat volgt: “39° satellietomroepnetwerk: een elektronisch communicatienetwerk waardoor radio-omroep- en televisiesignalen in digitale vorm, al dan niet gecodeerd, via satelliet aan het algemene publiek worden doorgegeven;”; 13° punt 42° wordt vervangen door wat volgt: “42° systeem voor voorwaardelijke toegang: elke technische maatregel, authenticatiesysteem en/of regeling waarbij toegang tot een beschermde omroepdienst in begrijpelijke vorm afhankelijk wordt gemaakt van een abonnement of een andere vorm van voorafgaande individuele machtiging;”; 14° er wordt een punt 45°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “45°/1 transnationale markten: overeenkomstig artikel 65 van richtlijn (EU) 2018/1972 gedefinieerde markten die de Europese Unie of een aanzienlijk, zich over meer dan één lidstaat uitstrekkend, deel daarvan beslaan;”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (plaats van invoeging niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −1 decreet-2009-03-27-1017858/art. 133 berekend
5De uitzending van de radio-omroepprogramma's van de landelijke en regionale radio-omroeporganisaties in FM zal worden stopgezet.5De uitzending van de radio-omroepprogramma's van de landelijke en regionale radio-omroeporganisaties in FM zal worden stopgezet.
6De Vlaamse Regering bepaalt de datum van die afschaffing van de FM-uitzendingen en de modaliteiten ervan. Die datum is afhankelijk van een tweejaarlijks monitoringsrapport waarin de evolutie van de groei van het totale digitale radio luisteren, de DAB+-progressie en de resultaten van sectorgedragen overleg worden nagegaan.6De Vlaamse Regering bepaalt de datum van die afschaffing van de FM-uitzendingen en de modaliteiten ervan. Die datum is afhankelijk van een tweejaarlijks monitoringsrapport waarin de evolutie van de groei van het totale digitale radio luisteren, de DAB+-progressie en de resultaten van sectorgedragen overleg worden nagegaan.
7§ 2. De Vlaamse Regering stelt het FM-frequentieplan op, keurt het goed en bepaalt hoeveel landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties kunnen worden erkend. Op basis van die frequentieplannen verleent de Vlaamse Regering de erkenningen.
7§ 2. De Vlaamse Regering stelt het FM-frequentieplan op, keurt het goed en bepaalt hoeveel landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties kunnen worden erkend. Op basis van die frequentieplannen verleent de Vlaamse Regering de erkenningen. Het voornemen om wijzigingen aan het FM-frequentieplan, aan de erkenningen en aan de voorwaarden en procedures met betrekking tot het verwerven of verlengen van frequentiegebruiksrechten zoals bepaald in deze afdeling aan te brengen, wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Belanghebbenden, met inbegrip van gebruikers en consumenten, kunnen voorafgaand aan de beslissing over deze wijzigingen, hun standpunt over die wijzigingen bekendmaken gedurende een raadplegingsprocedure die minimaal vier weken duurt en die wordt georganiseerd op de wijze en door de bevoegde dienst die de Vlaamse Regering aanwijst.
8De Vlaamse Regulator voor de Media verleent de FM-zendvergunningen aan de erkende landelijke, regionale, netwerk- of lokale radio-omroeporganisaties.8De Vlaamse Regulator voor de Media verleent de FM-zendvergunningen aan de erkende landelijke, regionale, netwerk- of lokale radio-omroeporganisaties.
9De Vlaamse Regulator voor de Media kan de erkende landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties, met het oog op een optimalisering van het verzorgingsgebied, verplichten om hun FM-zendinstallatie te verplaatsen of om een gemeenschappelijke zendinstallatie te gebruiken.9De Vlaamse Regulator voor de Media kan de erkende landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties, met het oog op een optimalisering van het verzorgingsgebied, verplichten om hun FM-zendinstallatie te verplaatsen of om een gemeenschappelijke zendinstallatie te gebruiken.
+1 −1 decreet-2009-03-27-1017858/art. 136 berekend
1De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de indiening van de erkenningsaanvragen en de termijnen voor het onderzoek en de afhandeling van het dossier. De erkenningsaanvragen worden in het Nederlands ingediend. De Vlaamse Regering kan een door de kandidaten te betalen inschrijvingsgeld en een vergoeding voor het behoud van de erkenning en de zendvergunning, met inbegrip van de te verstrekken financiële waarborg, bepalen. 1De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de indiening van de erkenningsaanvragen en de termijnen voor het onderzoek en de afhandeling van het dossier. De erkenningsaanvragen worden in het Nederlands ingediend. De Vlaamse Regering kan een door de kandidaten te betalen inschrijvingsgeld en een vergoeding voor het behoud van de erkenning en de zendvergunning, met inbegrip van de te verstrekken financiële waarborg, bepalen. De erkenningen worden toegekend op basis van objectieve, transparante, concurrentiebevorderende, niet-discriminerende en proportionele criteria.
+1 −1 decreet-2009-03-27-1017858/art. 147 berekend
1Particuliere radio-omroeporganisaties die hun omroepprogramma's uitsluitend via een kabel-, ethernetwerk of via het internet doorgeven, worden andere radio-omroeporganisaties genoemd en brengen de Vlaamse Regulator voor de Media daarvan op de hoogte.1Particuliere radio-omroeporganisaties die hun omroepprogramma's niet via analoge terrestrische radio-omroepnetwerken uitzenden, worden andere radio-omroeporganisaties genoemd en brengen de Vlaamse Regulator voor de Media daarvan op de hoogte.
+1 −1 decreet-2009-03-27-1017858/art. 148 berekend
1§ 1. Het maatschappelijk doel van die omroeporganisatiesbestaat in het verzorgen van radioprogramma's via een kabelomroepnetwerk, een etheromroepnetwerk, een satellietomroepnetwerk of via het internet. Ze kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks aansluiten bij de verwezenlijking van hun maatschappelijk doel.1§ 1. Het maatschappelijk doel van de omroeporganisaties, vermeld in artikel 147, bestaat in het verzorgen van radioprogramma’s om ze ter beschikking te stellen van het publiek en ze te leveren via elektronische communicatienetwerken, met uitsluiting van analoge terrestrische radio-omroepnetwerken. Ze kunnen alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks aansluiten bij de verwezenlijking van hun maatschappelijk doel.
2§ 2. ...2§ 2. ...
+1 −1 decreet-2009-03-27-1017858/art. 149 berekend
7Voor elk afzonderlijk omroepprogramma wordt een nieuwe kennisgeving verricht.7Voor elk afzonderlijk omroepprogramma wordt een nieuwe kennisgeving verricht.
8Elke latere wijziging van die informatie, inzonderheid elke wijziging in de raad van beheer of de raad van bestuur van de omroeporganisatie, wordt zonder verwijl aan de Vlaamse Regulator voor de Media meegedeeld.8Elke latere wijziging van die informatie, inzonderheid elke wijziging in de raad van beheer of de raad van bestuur van de omroeporganisatie, wordt zonder verwijl aan de Vlaamse Regulator voor de Media meegedeeld.
9§3. De kennisgeving, vermeld in paragraaf 2, is niet vereist voor erkende landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties die hun programma's via een kabelomroepnetwerk, etheromroepnetwerk, satellietomroepnetwerk of via internet doorgeven.9§3. De kennisgeving, vermeld in paragraaf 2, is niet vereist voor erkende landelijke, regionale, netwerk- en lokale radio-omroeporganisaties die hun programma’s doorgeven of beschikbaar stellen via andere elektronische communicatienetwerken dan analoge terrestrische radio-omroepnetwerken.
decreet-2009-03-27-1017858/art. 186 wijzigt · §3, 6° en 7°, en artikel 187, eerste lid, 5° en 6°
Art. 10. In artikel 186, §3, 6° en 7°, en artikel 187, eerste lid, 5° en 6°, van hetzelfde decreet, worden de woorden “Europese Gemeenschap” vervangen door de woorden “Europese Unie en Europese Economische Ruimte”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+2 −1 decreet-2009-03-27-1017858/art. 189 berekend
1De Vlaamse Regulator voor de Media bepaalt de relevante markten en de geografische omvang ervan voor producten en diensten in de sector van de elektronische communicatienetwerken en -diensten .1De Vlaamse Regulator voor de Media definieert de relevante markten, in het bijzonder de relevante geografische markten, voor producten en diensten in de sector van de elektronische communicatienetwerken en -diensten in de Vlaamse Gemeenschap en houdt daarbij zoveel mogelijk rekening met de Aanbeveling, en met de AMM-richtsnoeren.
2Als de Vlaamse Regulator voor de Media een relevante markt definieert die verschilt van de markten die in de Aanbeveling van de Europese Commissie zijn gedefinieerd, legt hij zijn ontwerp voor in een openbare raadpleging als vermeld in artikel 192/14, en brengt hij de Europese Commissie daarvan op de hoogte conform artikel 192/15.
+12 −5 decreet-2009-03-27-1017858/art. 190 berekend
1§ 1. Na elke bepaling van de relevante geografische markten voert de Vlaamse Regulator voor de Media een analyse van die markten uit om te bepalen of ze daadwerkelijk concurrerend zijn.
2§ 2. Als de Vlaamse Regulator voor de Media vaststelt dat een relevante markt daadwerkelijk concurrerend is, kan hij geen enkele van de verplichtingen, vermeld in artikel 192, opleggen of handhaven.
3§ 3. Als de Vlaamse Regulator voor de Media vaststelt dat een relevante markt niet daadwerkelijk concurrerend is, gaat hij na welke ondernemingen, afzonderlijk of gezamenlijk, op die markt een aanmerkelijke marktmacht hebben, en legt hij waar passend aan die ondernemingen een of meer van de verplichtingen, vermeld in artikel 192, op.
4Een onderneming wordt geacht een aanmerkelijke marktmacht als vermeld in het eerste lid, te hebben als ze, alleen of samen met andere ondernemingen, een economische kracht bezit die haar in staat stelt zich in belangrijke mate onafhankelijk van haar concurrenten, klanten en consumenten te gedragen. Voor elke relevante markt publiceert de Vlaamse Regulator voor de Media de lijst van ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht, met vermelding van de verplichtingen die met toepassing van het eerste lid aan elk van die ondernemingen zijn opgelegd, samen met het specifieke product of met de specifieke dienst en de geografische markten in kwestie.
5De Vlaamse Regulator voor de Media zorgt ervoor dat actuele informatie, met uitzondering van vertrouwelijke gegevens en bedrijfsgeheimen, openbaar wordt gemaakt op een wijze die waarborgt dat alle belanghebbende partijen gemakkelijk toegang tot die informatie hebben.
1§1. De Vlaamse Regulator voor de Media onderzoekt of de relevante markt, die conform artikel 189 wordt bepaald, aan al de volgende voorwaarden voldoet:
21° er zijn hoge en niet-tijdelijke toegangsbelemmeringen van structurele, wettelijke of reglementaire aard;
32° er is geen vooruitzicht op daadwerkelijke mededinging binnen de relevante periode, gezien de toestand van de mededinging die op infrastructuur gebaseerd is en andere mededinging die aan de toegangsbelemmeringen ten grondslag ligt;
43° het mededingingsrecht alleen is niet voldoende om het vastgestelde marktfalen op adequate wijze aan te pakken.
5De relevante markten die in de Aanbeveling van de Europese Commissie zijn vermeld, worden geacht te voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, tenzij de Vlaamse Regulator voor de Media vaststelt dat niet is voldaan aan een of meer van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, voor de geografische markt in kwestie.
6§2. Bij het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, beoordeelt de Vlaamse Regulator voor de Media ontwikkelingen vanuit een toekomstgericht perspectief indien op die relevante markt geen regelgeving op basis van dit artikel is opgelegd. De Vlaamse Regulator voor de Media houdt bij die beoordeling rekening met elk van de volgende elementen:
71° marktontwikkelingen die van invloed zijn op de waarschijnlijkheid dat de relevante markt naar daadwerkelijke mededinging neigt;
82° elke vorm van concurrentiedruk, op wholesale- en op retailniveau, ongeacht de vraag of de bronnen van die druk worden beschouwd als elektronische communicatienetwerken, elektronische communicatiediensten of andere types diensten of toepassingen die vanuit het oogpunt van de eindgebruiker vergelijkbaar zijn, en ongeacht de vraag of die druk deel uitmaakt van de relevante markt;
93° andere soorten opgelegde regelgeving of maatregelen waardoor de relevante markt dan wel de verwante retailmarkt of -markten gedurende de periode in kwestie worden beïnvloed;
104° regelgeving die is opgelegd op andere relevante markten.
11§3. Als de Vlaamse Regulator voor de Media na afloop van het onderzoek, vermeld in paragraaf 1, van oordeel is dat de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, zijn vervuld, identificeert hij de onderneming of ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op de relevante markt.
12De Vlaamse Regulator voor de Media kan een onderneming die aanmerkelijke marktmacht bezit op een specifieke markt aanwijzen als onderneming met aanmerkelijke marktmacht op een nauw verwante markt als de koppelingen tussen beide markten zodanig zijn dat de marktmacht op de specifieke markt op de nauw verwante markt zo kan worden gebruikt dat de marktmacht van de onderneming wordt vergroot. De Vlaamse Regulator voor de Media kan correctiemaatregelen opleggen als vermeld in artikel 192/1, 192/2, 192/3 en 192/6, om een dergelijk gebruik op de nauw verwante markt te voorkomen.
+40 −6 decreet-2009-03-27-1017858/art. 191 berekend
1§1. De Vlaamse Regulator voor de Media legt ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op een relevante markt een of meer van de verplichtingen op, vermeld in artikel 192/1 tot en met 192/7 en in artikel 192/11.
2Op basis van het beginsel van de evenredigheid kiest de Vlaamse Regulator voor de Media voor de minst ingrijpende manier om de problemen aan te pakken die in de marktanalyse, vermeld in artikel 190, zijn geconstateerd.
3De verplichtingen, vermeld in het eerste lid:
41° zijn gebaseerd op de aard van het probleem dat de Vlaamse Regulator voor de Media in zijn marktanalyse vastgesteld heeft;
52° zijn proportioneel en houden als dat mogelijk is rekening met de kosten en de baten;
63° zijn gerechtvaardigd in het licht van de doelstellingen, vermeld in artikel 223/1;
74° worden opgelegd na een openbare raadpleging als vermeld in artikel 192/14;
85° worden meegedeeld conform artikel 192/15.
9De Vlaamse Regulator voor de Media legt de verplichtingen, vermeld in het eerste lid, alleen op aan ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht, zonder afbreuk te doen aan:
101° de noodzaak aan internationale afspraken te voldoen;
112° de maatregelen die de Vlaamse Regulator voor de Media heeft genomen om een passende toegang, interconnectie en interoperabiliteit van diensten te waarborgen, vermeld in artikel 200/2;
1De verplichtingen, vermeld in artikel 192, worden niet opgelegd aan ondernemingen die niet zijn aangewezen als ondernemingen met een aanmerkelijke marktmacht.123° de bepalingen over de persoonlijke levenssfeer in de sector van de elektronische communicatie waarbij verplichtingen worden opgelegd aan andere ondernemingen dan de ondernemingen die aangewezen zijn als onderneming met een aanmerkelijke marktmacht;
2In afwijking van het eerste lid kan de Vlaamse Regulator voor de Media die verplichtingen toch opleggen aan :
31° ondernemingen die niet zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht als dat noodzakelijk is om aan internationale verbintenissen te voldoen;
42° alle ondernemingen die de toegang tot eindgebruikers controleren, als dat noodzakelijk is om eind-tot-eindverbindingen te waarborgen.
5Aanbieders van elektronische communicatienetwerken kunnen door de Vlaamse Regulator voor de Media verplicht worden, als dat noodzakelijk is om de toegang van eindgebruikers tot gespecificeerde digitale omroepdiensten te waarborgen, toegang tot applicatieprogramma-interfaces en elektronische programmagidsen aan te bieden tegen billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden.
6Ondernemingen die de toegang tot eindgebruikers controleren, kunnen door de Vlaamse Regulator voor de Media, als dat gerechtvaardigd en noodzakelijk is, verplicht worden om hun diensten interoperabel te maken. Die verplichting is objectief, transparant, evenredig en niet-discriminerend.
134° de verplichtingen over de colocatie en het gedeelde gebruik van netwerkelementen en de bijbehorende faciliteiten, vermeld in artikel 200,
14§1/1;
155° de verplichtingen over een gescheiden boekhouding voor operatoren die beschikken over uitsluitende of bijzondere rechten in andere sectoren dan die van de elektronische communicatie conform artikel 198, eerste lid, 2°, en artikel 202, eerste lid, 3°.
16Binnen het kader van de noodzaak om aan internationale afspraken te voldoen, vermeld in het vierde lid, 1°, brengt de Vlaamse Regulator voor de Media de Europese Commissie op de hoogte van beslissingen om voor ondernemingen geldende verplichtingen op te leggen, te wijzigen of op te heffen volgens de procedure, vermeld in artikel 192/15.
17§2. Indien de Vlaamse Regulator voor de Media in uitzonderlijke omstandigheden voornemens is aan ondernemingen die zijn aangewezen als ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht andere verplichtingen met betrekking tot toegang of interconnectie op te leggen dan die vermeld in artikel 192/1 tot en met 192/7 en artikel 192/11, vraagt hij daarvoor toestemming aan de Europese Commissie.
18§3. De Vlaamse Regulator voor de Media legt de verplichtingen, vermeld in artikel 192/13, alleen op aan ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op een retailmarkt overeenkomstig artikel 190, §3, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
191° de Vlaamse Regulator voor de Media stelt vast, op basis van een marktanalyse die conform artikel 190, §1, is uitgevoerd, dat er op de afgebakende retailmarkt niet genoeg mededinging is;
202° de Vlaamse Regulator voor de Media concludeert dat de verplichtingen, die met toepassing van artikel 192/1 tot en met 192/6 zijn opgelegd, niet zouden leiden tot de verwezenlijking van de doelstellingen, vermeld in artikel 223/1.
21§4. Als de Vlaamse Regulator voor de Media na afloop van het onderzoek, vermeld in artikel 190, §1, oordeelt dat de voorwaarden, vermeld in artikel 190, §1, niet zijn vervuld, legt hij geen enkele verplichting op als vermeld in artikel 192/1 tot en met 192/7 en artikel 192/11, en trekt hij de bestaande verplichtingen in.
22De Vlaamse Regulator voor de Media waarborgt dat voor de partijen waarop een dergelijke intrekking van verplichtingen een invloed heeft, een passende opzeggingstermijn in acht wordt genomen die wordt bepaald door een evenwicht tot stand te brengen tussen de volgende aspecten:
233° de noodzaak om te zorgen voor een duurzame overgang voor de begunstigden van die verplichtingen en de eindgebruikers;
244° keuze voor de eindgebruikers;
255° waarborgen dat de regelgeving niet langer van kracht blijft dan noodzakelijk is.
26Als de Vlaamse Regulator voor de Media een opzeggingstermijn als vermeld in het tweede lid bepaalt, kan hij bij bestaande overeenkomsten inzake toegang specifieke voorwaarden en opzeggingstermijnen vaststellen. De Vlaamse Regulator stelt de duur en de nadere regels van deze opzeggingstermijnen vast.
27§5. De Vlaamse Regulator voor de Media neemt de beslissingen, vermeld in paragraaf 1 tot en met 4:
281° binnen vijf jaar na de aanneming van een vorige beslissing als vermeld in paragraaf 1;
292° binnen drie jaar na de goedkeuring van een nieuwe Aanbeveling door de Europese Commissie, voor de markten van die aanbeveling waarvoor nog niet eerder een kennisgeving is gedaan bij de Europese Commissie conform artikel 192/15.
30Uiterlijk vier maanden vóór de periode, vermeld in het eerste lid, 1°, verstreken is, kan de Vlaamse Regulator voor de Media bij de Europese Commissie een gemotiveerd voorstel indienen om die periode met ten hoogste één jaar te verlengen.
31De termijnen, vermeld in het eerste lid, worden met zes maanden verlengd als de Vlaamse Regulator voor de Media de bijstand van Berec vraagt bij de voltooiing van de analyse van de markt en de verplichtingen die moeten worden opgelegd.
32De marktanalyse en de verplichtingen die conform paragraaf 1 tot en met 4 worden opgelegd, blijven van kracht tot de inwerkingtreding van de volgende marktanalyse.
33§6. De Vlaamse Regulator voor de Media raadpleegt de Belgische Mededingingsautoriteit in verband met de ontwerpbeslissingen, vermeld in artikel 190, §3, en in
34§4, eerste lid, van dit artikel, om haar advies te krijgen over:
351° de bepaling van de relevante markt, vermeld in artikel 189, vanuit geografisch oogpunt en vanuit het product;
362° de beoordeling van de voorwaarden, vermeld in artikel 190, §1, eerste lid;
373° de identificatie van de ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op de relevante markt, vermeld in artikel 190, §3.
38De Vlaamse Regulator voor de Media kan de Belgische Mededingingsautoriteit raadplegen over andere onderwerpen met betrekking tot het mededingingsrecht.
39Als het advies van de Belgische Mededingingsautoriteit, vermeld in het eerste en tweede lid, dertig dagen na ontvangst van de vraag van de Vlaamse Regulator voor de Media niet is verstrekt, zet de Vlaamse Regulator voor de Media de procedure voort.
40§7. De Vlaamse Regulator voor de Media houdt rekening met het effect van nieuwe marktontwikkelingen, bijvoorbeeld in verband met commerciële overeenkomsten, met inbegrip van overeenkomsten over mede-investeringen, die invloed hebben op de concurrentiedynamiek. Als de nieuwe marktontwikkelingen niet belangrijk genoeg zijn om aanleiding te geven tot een nieuwe marktanalyse als vermeld in artikel 190, §1, beoordeelt de Vlaamse Regulator voor de Media onmiddellijk of het nodig is de verplichtingen te evalueren die opgelegd zijn aan de ondernemingen die aangewezen zijn als ondernemingen met een aanmerkelijke marktmacht, en eerdere beslissingen te wijzigen, onder meer door verplichtingen in te trekken of nieuwe verplichtingen op te leggen, om te garanderen dat die verplichtingen blijven voldoen aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, derde lid. De gewijzigde verplichtingen mogen pas worden opgelegd na een openbare raadpleging en een mededeling als vermeld in artikel 192/14 en 192/15.
+12 −10 decreet-2009-03-27-1017858/art. 192 berekend
1§ 1. De Vlaamse Regulator voor de Media kan aan elke onderneming met aanmerkelijke marktmacht een of meer van de volgende verplichtingen opleggen :
1Bij de transnationale markten die de Europese Commissie heeft omschreven, draagt de Vlaamse Regulator voor de Media, samen met de andere betrokken nationale regulerende instanties zorg voor de uitvoering van de marktanalyse, waarbij de AMM-richtsnoeren maximaal in acht worden genomen. Ze spreken zich op gecoördineerde wijze uit over de volgende elementen:
21° of er al dan niet van aanmerkelijke marktmacht sprake is;
32° het opleggen, handhaven, wijzigen of opheffen van de verplichtingen, vermeld in artikel 191, §1.
4De Vlaamse Regulator voor de Media brengt, samen met de andere betrokken nationale regulerende instanties, de Europese Commissie op de hoogte van hun ontwerpmaatregelen betreffende de marktanalyse en van eventuele wettelijke verplichtingen op grond van artikel 192/15.
5Als er geen transnationale markten zijn, kan de Vlaamse Regulator voor de Media met een of meer nationale regulerende instanties van andere lidstaten ook samen de Europese Commissie op de hoogte brengen van hun ontwerpmaatregelen betreffende de marktanalyse en van eventuele wettelijke verplichtingen, als ze van mening zijn dat de marktvoorwaarden in hun respectieve rechtsgebieden voldoende homogeen zijn.”.
6Art 15. Artikel 192/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2012, wordt vervangen door wat volgt:
7“Art. 192/1. §1. De Vlaamse Regulator voor de Media kan conform artikel 191, §1, verplichtingen inzake transparantie met betrekking tot interconnectie of toegang opleggen op grond waarvan ondernemingen nader genoemde informatie openbaar moeten maken, zoals boekhoudkundige informatie, tarieven, technische specificaties, netwerkkenmerken en verwachte ontwikkelingen daarvan, alsook eisen en voorwaarden voor levering en gebruik, met inbegrip van voorwaarden tot wijziging van de toegang tot of het gebruik van diensten en toepassingen, namelijk wat betreft migratie van legacy-infrastructuur, als die voorwaarden door de lidstaten zijn toegestaan in overeenstemming met het Europese Unierecht.
8§2. Als voor een onderneming verplichtingen inzake non-discriminatie gelden, kan de Vlaamse Regulator voor de Media van die onderneming eisen dat ze een referentieofferte publiceert die voldoende gespecificeerd is om te garanderen dat de ondernemingen niet hoeven te betalen voor faciliteiten die voor de gewenste dienst niet nodig zijn. Die referentieofferte bevat een beschrijving van de offertes in kwestie, uitgesplitst in diverse elementen naargelang van de marktbehoeften, en van de eisen en voorwaarden die daaraan verbonden zijn, met inbegrip van de tarieven.
9De Vlaamse Regulator voor de Media keurt elke nieuwe referentieofferte goed vóór ze wordt gepubliceerd. De Vlaamse Regulator voor de Media kan onder meer eisen dat een referentieofferte wordt gewijzigd om uitvoering te geven aan de verplichtingen, vermeld in dit decreet.
21° verplichtingen tot transparantie met betrekking tot interconnectie of toegang. De Vlaamse Regulator voor de Media preciseert in dat verband welke informatie beschikbaar moet worden gesteld, hoe gedetailleerd ze moet zijn en op welke wijze ze moet worden gepubliceerd;10§3. De Vlaamse Regulator voor de Media preciseert welke informatie beschikbaar moet worden gesteld, hoe gedetailleerd die informatie moet zijn en op welke wijze die informatie wordt gepubliceerd.
32° verplichtingen inzake non-discriminatie met betrekking tot interconnectie of toegang;
43° verplichtingen tot het voeren van gescheiden boekhoudingen met betrekking tot bepaalde met interconnectie of toegang verband houdende activiteiten;
54° de verplichting te goeder trouw te onderhandelen met ondernemingen die vragen om toegang tot het elektronische communicatienetwerk;
65° de verplichting om in te gaan op redelijke verzoeken tot toegang tot en gebruik van bepaalde netwerkonderdelen en bijbehorende faciliteiten, met inbegrip van toegang tot en gebruik van netwerkonderdelen die niet actief zijn, of ontbundelde toegang tot het aansluitnetwerk. Onder toegang wordt verstaan het onder uitdrukkelijke voorwaarden beschikbaar stellen van faciliteiten en/of diensten aan een andere onderneming met het oog op het aanbieden van elektronische communicatiediensten. Die toegang kan op exclusieve basis of op niet-exclusieve basis zijn;
76° verplichtingen inzake het terugverdienen van kosten en prijscontrole, inclusief onder meer verplichtingen inzake kostenoriëntering van prijzen en kostentoerekeningssystemen inzake efficiënte kosten en inzake mededingingsbeperkende tarieven.
8In uitzonderlijke omstandigheden en mits de Europese Commissie toestemming verleent, kan de Vlaamse Regulator voor de Media andere verplichtingen opleggen aan ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht dan de verplichtingen, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regulator voor de Media kan aan de verplichtingen, vermeld in het eerste lid, 4°, 5° en 6°, voorwaarden verbinden met betrekking tot billijkheid, redelijkheid en opportuniteit.
9§ 2. De overeenkomstig dit artikel opgelegde verplichtingen worden op de aard van het geconstateerde probleem gebaseerd en proportioneel toegepast.
10§ 3. De overeenkomstig dit artikel opgelegde verplichtingen worden in voorkomend geval opgelegd na openbare raadpleging en in samenwerking met de Europese Commissie, het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie en met de nationale regelgevende instanties van andere lidstaten. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure en de voorwaarden van de openbare raadpleging.
11§4. Als een onderneming verplichtingen heeft in verband met wholesaletoegang tot netwerkinfrastructuur als vermeld in artikel 192/4 en 192/5, zorgt de Vlaamse Regulator voor de Media ervoor dat een referentieofferte wordt gepubliceerd waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de richtsnoeren van Berec wat betreft de minimumcriteria voor een referentieofferte. De Vlaamse Regulator voor de Media zorgt ervoor dat in voorkomend geval kernprestatie-indicatoren en de bijbehorende dienstverleningsniveaus worden vastgesteld en hij ziet toe op de naleving ervan.
12Daarnaast legt de Vlaamse Regulator voor de Media zo nodig bij voorbaat de boetebedragen voor het niet naleven van de kernprestatie-indicatoren en de bijbehorende dienstverleningsniveaus vast conform het recht van de Europese Unie en het nationale recht.
+1 −4 decreet-2009-03-27-1017858/art. 192/2 berekend
+6 −13 decreet-2009-03-27-1017858/art. 192/3 berekend
+2 −1 decreet-2009-03-27-1017858/art. 192/4 berekend
+25 −0 decreet-2009-03-27-1017858/art. 192/5 nieuw
+7 −0 decreet-2009-03-27-1017858/art. 192/6 nieuw
+30 −0 decreet-2009-03-27-1017858/art. 192/7 nieuw
+21 −0 decreet-2009-03-27-1017858/art. 192/8 nieuw
+11 −0 decreet-2009-03-27-1017858/art. 192/9 nieuw
+24 −0 decreet-2009-03-27-1017858/art. 192/10 nieuw
+7 −0 decreet-2009-03-27-1017858/art. 192/11 nieuw
+6 −0 decreet-2009-03-27-1017858/art. 192/12 nieuw
+8 −0 decreet-2009-03-27-1017858/art. 192/13 nieuw
+9 −0 decreet-2009-03-27-1017858/art. 192/14 nieuw
+32 −0 decreet-2009-03-27-1017858/art. 192/15 nieuw
decreet-2009-03-27-1017858/art. 198 wijzigt
decreet-2009-03-27-1017858/art. 200 wijzigt · §1/1
+6 −0 decreet-2009-03-27-1017858/art. 200/1 nieuw
+6 −0 decreet-2009-03-27-1017858/art. 200/2 nieuw
+3 −2 decreet-2009-03-27-1017858/art. 201 berekend
+6 −2 decreet-2009-03-27-1017858/art. 202 berekend
+1 −1 decreet-2009-03-27-1017858/art. 207 berekend
+1 −1 decreet-2009-03-27-1017858/art. 208 berekend
+3 −3 decreet-2009-03-27-1017858/art. 211 berekend
+11 −5 decreet-2009-03-27-1017858/art. 218 berekend
+8 −0 decreet-2009-03-27-1017858/art. 220/2 nieuw
+11 −0 decreet-2009-03-27-1017858/art. 223/1 nieuw
+4 −2 decreet-2009-03-27-1017858/art. 234 berekend
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd