§ flandrepo

Tot wijziging van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, wat betreft de aanpassing aan de Code 2021 #800

Gemerged Vlaamse Regering voegde 54 artikels samen in antidopingdecreet-van-25-mei-2012 · 12 mei 2021 Alle checks geslaagd
Aangenomen tekst
17 juni 2021 · 59 blz.
800/4 Officiële PDF
54 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 17 jun 2021. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 2 wijzigt
Art. 2. In artikel 2 van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, vervangen bij het decreet van 19 december 2014 en gewijzigd bij de decreten van 8 juni 2018 en 5 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° voor punt 1°, dat punt 1°/1 wordt, wordt een nieuw punt 1° ingevoegd, dat luidt als volgt: “1° aangesloten federatie: een federatie waarvan de internationale federatie de Code heeft ondertekend, en die deel uitmaakt van de olympische of paralympische beweging, of die erkend is door het Internationaal Olympisch Comité of Internationaal Paralympisch Comité, of die lid is van GAISF. Een aangesloten federatie past de bepalingen van de Code toe;”; 2° in punt 2° worden de woorden “is gevonden” vervangen door het woord “aantoont”; 3° in punt 2° wordt de zinsnede “inclusief verhoogde hoeveelheden van endogene stoffen,” opgeheven; 4° punt 3° en 4° worden vervangen door wat volgt: “3° afwijkend paspoortresultaat: een rapport dat aangeduid wordt als een afwijkend paspoortresultaat zoals bepaald in de toepasselijke Internationale Standaard; 4° Anti-Doping Administration and Management System, afgekort ADAMS: een webgebaseerde toepassing voor gegevensinvoer, gegevensopslag, delen van gegevens en rapportering dat opgezet is om belanghebbenden en het WADA te helpen bij antidopingoperaties, in overeenstemming met dit decreet en de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens;”; 5° er wordt een punt 4°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “4°/1 antidopingactiviteiten: antidopingeducatie en -informatie, testdistributieplanning, het in stand houden van een geregistreerde doelgroep, het beheer van biologische paspoorten, het uitvoeren van testen, het organiseren van de analyse van monsters, het verzamelen van informatie en het voeren van onderzoeken, het verwerken van TTN-aanvragen, het resultatenbeheer, het toezicht houden op en afdwingen van de naleving van opgelegde sancties, en alle andere activiteiten die verband houden met antidoping die uitgevoerd moeten worden door of namens een ADO, als bepaald in de Code en de internationale Standaarden;”; 6° in punt 5° worden tussen de zinsnede “afgekort ADO:” en de woorden “een ondertekenaar” de woorden “het WADA of” ingevoegd; 7° punt 6 en 7° worden vervangen door wat volgt: “6° atypisch analyseresultaat: een rapport van een WADA-geaccrediteerd of ander door het WADA goedgekeurd laboratorium dat verder onderzoek noodzaakt, conform de Internationale Standaarden en de Technische Documenten, voorafgaand aan de vaststelling van een afwijkend analyseresultaat; 7° bedrog: bewust gedrag dat de dopingcontrole verstoort, maar dat niet beschouwd kan worden als een verboden methode. Bedrog omvat maar is niet beperkt tot: a) iemand omkopen of zich laten omkopen om een bepaalde handeling wel of niet uit te voeren; b) verhinderen dat een monster wordt afgenomen; c) een monster beïnvloeden of de analyse van een monster onmogelijk maken; d) documenten vervalsen of valse documenten neerleggen bij een ADO, een TTN-commissie of een disciplinair orgaan dat bevoegd is om over de zaak te oordelen; e) zich bedienen van valse getuigenissen van derden; f) het stellen van elke vorm van bedrieglijk gedrag ten opzichte van een ADO of disciplinair orgaan dat erop gericht is om het resultatenbeheer en het bepalen van de gevolgen van dopingpraktijken te beïnvloeden; g) elke andere vergelijkbare opzettelijke verstoring of poging tot verstoring van enig aspect van de dopingcontrole;”; 8° in punt 8° wordt het woord “sportactiviteit” vervangen door het woord “sportwedstrijd”; 9° er wordt een punt 8/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “8°/1 beschermde persoon: elke sporter of elke natuurlijke persoon die op het ogenblik van de overtreding van een antidopingregel: a) de leeftijd van zestien jaar niet heeft bereikt; b) de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt en niet is toegevoegd aan een geregistreerde doelgroep en nooit aan een internationaal evenement zonder categoriebeperking heeft deelgenomen; of c) om andere redenen dan leeftijd erkend werd als een persoon die niet volledig of gedeeltelijk over zijn handelingsbekwaamheid beschikt, overeenkomstig het geldende, nationale recht;”; 10° punt 11° en 12° worden vervangen door wat volgt: “11° binnen wedstrijdverband: de periode die start om 11.59 uur op de dag vóór een wedstrijd waaraan de sporter plant deel te nemen, tot en met het einde van de wedstrijd en de monsterneming die in verband staat met de wedstrijd in kwestie. Het WADA kan een alternatieve definitie goedkeuren voor een bepaalde sport als een internationale federatie een dwingende rechtvaardiging geeft waarom een andere definitie noodzakelijk is voor die sport. Na goedkeuring door het WADA wordt die definitie gevolgd voor die sport door alle organisatoren van grote evenementen; 12° biologisch paspoort: het programma en de methodes om alle relevante gegevens die uniek zijn voor een bepaalde sporter te verzamelen en te vergelijken zoals bepaald in de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken en de Internationale Standaard voor Laboratoria;”; 11° er worden een punt 15°/1 en 15°/2 ingevoegd, die luiden als volgt: “15°/1 competitieve breedtesporter: een breedtesporter die deelneemt of zich voorbereidt op deelname aan een sportactiviteit met competitieve doeleinden waarbij een prijs, in natura of speciën, verbonden is aan het behaalde resultaat of klassement, of een breedtesporter die deelneemt of zich voorbereidt op deelname aan een sportactiviteit met demonstratieve doeleinden in een sport die gebruikelijk in wedstrijdverband wordt beoefend. De voormelde breedtesporter voldoet daarnaast aan een van de volgende voorwaarden: a) de breedtesporter is aangesloten bij of is lid van een federatie of sportvereniging waarbij de aansluiting of het lidmaatschap recht geeft op deelname aan sportactiviteiten met competitieve of demonstratieve doeleinden; b) de breedtesporter heeft in de zes maanden vóór de dopingpraktijk of de feiten die aan de dopingpraktijk ten grondslag liggen, zijn vastgesteld, deelgenomen aan sportactiviteiten met competitieve of demonstratieve doeleinden; c) op basis van feitelijke elementen kan aangetoond worden dat de breedtesporter zich voorbereidt op sportactiviteiten met competitieve of demonstratieve doeleinden. Een breedtesporter die aan een dopingcontrole wordt onderworpen die plaatsvindt buiten wedstrijdverband in een context die vreemd is aan enige sportbeoefening die kadert in de voorbereiding van sportactiviteiten met het karakter van een wedstrijd, of aan een dopingcontrole die geen gerichte controle is buiten wedstrijdverband van een sporter die gewoonlijk aan competitie deelneemt, is tot het bewijs van het tegendeel geen competitieve breedtesporter; 15°/2 decisielimiet: de waarde die bepaalt vanaf waar de gemeten aanwezigheid van een verboden stof waarvoor een drempelwaarde is bepaald, als een afwijkend analyseresultaat wordt gerapporteerd, conform de Internationale Standaard voor Laboratoria van het WADA;”; 12° punt 16° wordt vervangen door wat volgt: “16° dopingcontrole: alle stappen en procedures vanaf het plannen van de spreiding van dopingtests tot de laatste beslissing in beroep en het afdwingen van de naleving van disciplinaire sancties, inclusief alle tussenstappen, met name maar niet beperkt tot testen, onderzoeken, het verzamelen van verblijfsgegevens, de toestemming wegens therapeutische noodzaak, het afnemen en verwerken van monsters, de laboratoriumanalyse, het resultatenbeheer, met inbegrip van hoorzittingen en beroepsprocedures, en onderzoeken en verdere procedures die betrekking hebben op de naleving van een voorlopige schorsing of uitsluiting;”; 13° in punt 16°/1 worden de woorden “te dragen” vervangen door de woorden “uit te oefenen”; 14° aan punt 16°/1 worden na het woord “toevertrouwd” de woorden “conform de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken en dit decreet” toegevoegd; 15° er wordt een punt 17°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “17°/1 educatie: het opleidingsproces om waarden bij te brengen en gedrag te ontwikkelen die de geest van de sport bevorderen en beschermen en gericht is op de preventie van opzettelijke en onopzettelijke doping;”; 16° in punt 20° worden de woorden “Sport Accord” vervangen door het woord “GAISF”; 17° er wordt een punt 24°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “24°/1 GAISF: de Global Association of International Sports Federations;”; 18° in punt 26° worden de woorden “sporter of begeleider” vervangen door de woorden “sporter of andere persoon”; 19° in punt 26° wordt de zin “Behalve in het geval van een minderjarige, moet de sporter voor elke dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, 1°, ook aantonen hoe de verboden stof in zijn of haar lichaam is terechtgekomen.” vervangen door de zin ”Behalve in het geval van een beschermde persoon of recreatiesporter, moet de sporter voor elke dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, §1, 1°, ook aantonen hoe de verboden stof in zijn of haar lichaam is terechtgekomen.”; 20° in punt 27° worden de woorden “sporter of begeleider” vervangen door de woorden “sporter of andere persoon”; 21° in punt 27° wordt de zin “Behalve in het geval van een minderjarige, moet de sporter voor elke dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, 1°, ook aantonen hoe de verboden stof in zijn of haar lichaam is terechtgekomen.” vervangen door de zin ”Behalve in het geval van een beschermde persoon of recreatiesporter, moet de sporter voor elke dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, §1, 1°, ook aantonen hoe de verboden stof in zijn of haar lichaam is terechtgekomen.”; 22° in punt 27° wordt de zin “Voor cannabinoïden kan een sporter bewijzen dat hem of haar geen significante schuld of nalatigheid te verwijten valt door duidelijk aan te tonen dat de context van het gebruik niet gerelateerd was aan zijn of haar sportprestaties.” opgeheven; 23° er wordt een punt 28°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “28°/1 geregistreerde doelgroep: de groep elitesporters van hoge prioriteit die door een internationale federatie of een NADO zijn gekozen om onderworpen te worden aan dopingcontroles, zowel binnen als buiten competitie, en die verplicht zijn om de verblijfsgegevens, vermeld in artikel 5.6 van de Code en in de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken, mee te delen;”; 24° er wordt een punt 29°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “29°/1 gevolgen van dopingpraktijken: één of meerdere van de volgende gevolgen die op grond van de Code opgelegd worden aan een sporter of andere persoon volgend uit een dopingpraktijk: a) diskwalificatie: de resultaten behaald door de sporter in kwestie in een bepaalde wedstrijd of evenement worden gediskwalificeerd met alle daaruit voortvloeiende gevolgen met inbegrip van het verlies van medailles, punten of prijzen; b) uitsluiting: de sporter of andere persoon is op grond van een dopingpraktijk voor een bepaalde periode uitgesloten van wedstrijddeelname of andere activiteit of sportgerelateerde steun, conform artikel 10.14 van de Code; c) voorlopige schorsing: de sporter of andere persoon is tijdelijk uitgesloten van enige of andere activiteit voorafgaand aan een beslissing ten gronde na een hoorzitting conform artikel 8 van de Code; d) financiële gevolgen: een financiële sanctie opgelegd op grond van een dopingpraktijk of als terugvordering van de kosten verbonden aan een dopingpraktijk; e) publieke bekendmaking: de publieke verspreiding of algemene verstrekking van informatie over een dopingpraktijk die verder gaat dan de verplichte notificaties aan de partijen, conform artikel 14 van de Code. Ploegen kunnen onderworpen worden aan gevolgen van dopingpraktijken conform artikel 11 van de Code;”; 25° in punt 30° worden de woorden “het gezag” vervangen door de woorden “de bevoegdheid”; 26° er wordt een punt 31°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “31°/1 hoorprocedure: het proces dat het volledige tijdsverloop omvat vanaf het overzenden van een zaak naar een disciplinair orgaan of tribunaal dat bevoegd is om de zaak te horen of tribunaal, tot aan het nemen van een beslissing en kennisgeving van de beslissing door het disciplinair orgaan of tribunaal dat bevoegd is om de zaak te horen, in eerste aanleg of in hoger beroep;”; 27° er wordt een punt 32°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “32°/1 institutionele onafhankelijkheid: volledige institutionele onafhankelijkheid van een instantie die een zaak in beroep hoort ten opzichte van de ADO die verantwoordelijk is voor het resultatenbeheer. Instanties die de zaak in graad van beroep horen zijn op geen enkele wijze beheerd, verbonden of ondergeschikt aan de ADO met resultatenbeheer;”; 28° punt 34° wordt opgeheven; 29° punt 35° wordt vervangen door wat volgt: “35° Internationale Standaarden: de documenten, aangenomen door het WADA ter ondersteuning van de Code. Naleving van de Internationale Standaard zal, in tegenstelling tot de naleving van een andere alternatieve standaard, procedure of gebruik, voldoende zijn om te concluderen dat de procedures in de Internationale Standaard correct zijn uitgevoerd. De Internationale Standaarden omvatten ook de Technische Documenten die ter uitvoering van die standaarden zijn opgesteld;”; 30° er worden een punt 35°/1 tot en met 35°/6 ingevoegd, die luiden als volgt: “35°/1 Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken: de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken die goedgekeurd is door het WADA op 15 november 2013, en de latere wijzigingen ervan; 35°/2 Internationale Standaard voor Bescherming van de Privacy en Persoonlijke Informatie: de Internationale Standaard voor Bescherming van de Privacy en Persoonlijke Informatie die goedgekeurd is door het WADA op 9 mei 2009, en de latere wijzigingen ervan; 35°/3 Internationale Standaard voor Educatie: de Internationale Standaard voor Educatie die goedgekeurd is door het WADA op 7 november 2019, en de latere wijzigingen ervan; 35°/4 Internationale Standaard voor Laboratoria: de Internationale Standaard voor Laboratoria die goedgekeurd is door het WADA op 7 juni 2003, en de latere wijzigingen ervan; 35°/5 Internationale Standaard voor Resultatenbeheer: de Internationale Standaard voor Resultatenbeheer die goedgekeurd is door het WADA op 7 november 2019, en de latere wijzigingen ervan; 35°/6 Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak: de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak die goedgekeurd is door het WADA in 2004, en de latere wijzigingen ervan;”; 31° er wordt een punt 38°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “38°/1 misbruikstof: een verboden stof die op de verboden lijst is aangeduid als misbruikstof omdat die frequent misbruikt wordt in de samenleving buiten een sportgerelateerde context;”; 32° in punt 41° wordt de zinsnede “artikel 5.6” vervangen door de zinsnede “artikel 5.5”; 33° in punt 42° worden de woorden “de resultaten ervan te beheren en hoorzittingen te houden” vervangen door de woorden “en het resultatenbeheer uit te voeren”; 34° in punt 44° wordt de zinsnede “artikel 21, § 1, § 2 en § 3” vervangen door de zinsnede “artikel 21, §1 en §3”; 35° er wordt een punt 44°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “44°/1 niet-specifieke methode: elke verboden methode die geen specifieke methode is;”; 36° er wordt een punt 45°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “45°/1 operationele onafhankelijkheid: de onafhankelijkheid om te waarborgen dat leden van een disciplinair orgaan dat de zaak hoort en beslist over een zaak of andere personen die betrokken zijn in het beslissingsproces van dat disciplinair orgaan, niet betrokken zijn of waren in het onderzoek of in de voorafgaande beslissingen over de voortzetting van de zaak. Daarbij moet aan al de volgende voorwaarden zijn voldaan: a) bestuursleden, personeelsleden, leden van een commissie, raadgevers en functiehouders van de antidopingorganisatie met resultatenbeheer of organisaties die van die antidopingorganisatie afhangen, en personen die betrokken zijn in het onderzoek naar en de beoordeling van de zaak die voorafgaat aan de eigenlijke disciplinaire beoordeling, kunnen niet worden aangewezen als leden van een disciplinair orgaan van die antidopingorganisatie met resultatenbeheer of als ondersteunend personeel daarvan, voor zover dat ondersteunend personeel mee verantwoordelijk is in de beraadslaging of het opmaken van een beslissing; b) disciplinaire organen zijn in staat om de hoorprocedure te voeren en te beslissen over de grond van de zaak zonder inmenging van de antidopingorganisatie of een derde partij;”; 37° punt 46° wordt opgeheven; 38° er wordt een punt 47°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “47°/1 overeenkomst van voorbehoud zonder nadelige erkentenis: een schriftelijke overeenkomst tussen de ADO en de sporter of andere persoon in kwestie die de sporter of andere persoon toelaat om informatie aan de ADO te verstrekken binnen een beperkte vooraf bepaalde termijn en in een bepaalde setting, waarbij in het geval geen overeenkomst over het resultatenbeheer wordt afgesloten, de informatie die verstrekt is door de sporter of andere persoon onder die termijn en setting niet mag gebruikt worden door de ADO tegenover de sporter of andere persoon of door een andere ADO in een procedure van resultatenbeheer onder de Code of dit decreet, zonder evenwel afbreuk te doen aan het recht van de ADO, de sporter of andere persoon om andere informatie of bewijzen te gebruiken die buiten de bepaalde termijn en setting, als omschreven in de overeenkomst, zijn verkregen;”; 39° er wordt een punt 51°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “51°/1 recreatiesporter: een breedtesporter die in de loop van de vijf jaar voorafgaand aan een overtreding van de antidopingregels, geen elitesporter van internationaal of nationaal niveau was, geen land vertegenwoordigd heeft bij een internationaal sportevenement zonder categoriebeperking of niet toegevoegd was aan een geregistreerde doelgroep, een nationale doelgroep of elke andere doelgroep onderworpen aan verplichtingen op het vlak van het doorgeven van verblijfsgegevens opgelegd door een internationale federatie of een NADO;”; 40° er wordt een punt 52°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “52°/1 resultatenbeheer: het proces dat het volledige tijdsverloop omvat vanaf de kennisgeving van een dopingpraktijk, de overtreding van de verplichtingen voor verblijfsgegevens of andere overtredingen, of in voorkomend geval vanaf elke stap die bepaald is in de procedure in kwestie voorafgaand aan de kennisgeving, met inbegrip van het eigenlijke instellen van vervolging, tot aan de volledige afhandeling van de procedure, met inbegrip van het einde van de hoorprocedure in eerste aanleg of in voorkomend geval in graad van beroep;”; 41° in punt 53° worden de woorden “sporter of begeleider” telkens vervangen door de woorden “sporter of andere persoon”; 42° in punt 53° wordt het woord “minderjarig” vervangen door de woorden “een beschermde persoon”; 43° er wordt een punt 53°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “53°/1 specifieke methode: een verboden methode die uitdrukkelijk als specifiek is aangeduid in de verboden lijst;”; 44° punt 54° wordt vervangen door wat volgt: “54° specifieke stof: elke verboden stof, tenzij anders aangeduid in de verboden lijst;”; 45° er wordt een punt 57°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “57°/1 strikte aansprakelijkheid: de aansprakelijkheid die bepaalt dat voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, §1, 1° en 2°, het niet vereist is dat opzet, fout, nalatigheid of bewust gebruik in hoofde van de sporter worden aangetoond om die dopingpraktijk vast te stellen;”; 46° punt 58° wordt vervangen door wat volgt: “58° substantiële hulp: om in aanmerking te komen voor een verminderde sanctie wegens substantiële hulp moet een sporter of andere persoon: a) alle informatie waarover hij of zij beschikt met betrekking tot dopingovertredingen of andere praktijken waarover substantiële hulp kan geboden worden, volledig onthullen in een ondertekende schriftelijke verklaring of een met elektronische middelen geregistreerd vraaggesprek; en b) zijn of haar volledige medewerking verlenen aan het onderzoek en de uitspraak in elke zaak of aangelegenheid die verband houdt met die informatie, inclusief, bijvoorbeeld, het afleggen van een getuigenis op een hoorzitting indien een ADO of tuchtcommissie dat vraagt. Bovendien moet de verstrekte informatie geloofwaardig zijn en betrekking hebben op een belangrijk deel van een ingeleide zaak of andere procedure of, indien er nog geen zaak of procedure is ingeleid, een voldoende basis bevatten om een zaak of procedure in te leiden;”; 47° er wordt een punt 58°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “58°/1 Technisch Document: een document dat aangenomen en gepubliceerd is door het WADA waarin verplichte technische vereisten zijn opgenomen over specifieke aspecten van antidoping die bepaald zijn in de Internationale Standaarden;”; 48° punt 60° wordt vervangen door wat volgt: “60° toestemming wegens therapeutische noodzaak, afgekort TTN: een toestemming die een sporter met een medische aandoening toelaat een verboden stof of een verboden methode te gebruiken, voor zover is voldaan aan de voorwaarden van artikel 4.4 van de Code en de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak;”; 49° in punt 61° wordt tussen de woorden “stoffen of” en het woord “methoden” het woord “verboden” ingevoegd; 50° in punt 65° worden tussen de woorden “elke stof” en het woord “die” de woorden “of klasse van stoffen” ingevoegd; 51° er wordt een punt 65°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “65°/1 verzwarende omstandigheden: de omstandigheden die betrekking hebben op of daden zijn van sporters of andere personen die het opleggen van een langere periode van uitsluiting verantwoorden dan de standaardsanctie die van toepassing is. Die omstandigheden of daden omvatten maar zijn niet beperkt tot de volgende omstandigheden: a) de sporter of andere persoon heeft meerdere verboden stoffen of verboden methoden gebruikt of in bezit gehad bij meerdere gelegenheden of heeft meerdere andere dopingpraktijken begaan; b) een normaal persoon zou redelijkerwijze langer de prestatiebevorderende effecten van de dopingpraktijk of dopingpraktijken in kwestie ondervinden dan voor de duur van de normaal toepasselijke periode van uitsluiting; c) de sporter of andere persoon heeft misleidend of obstructief gedrag gesteld om een vaststelling of vervolging van een dopingpraktijk te vermijden; d) de sporter of andere persoon heeft bedrog gepleegd tijdens het resultatenbeheer; e) elke andere omstandigheid of gedrag dat het opleggen van een langere periode van uitsluiting rechtvaardigt;”; 52° punt 66° wordt vervangen door wat volgt: “66° voorlopige hoorzitting: een versnelde en verkorte hoorzitting die plaats heeft voorafgaand aan de eigenlijke hoorzitting ten gronde, die voorziet in de kennisgeving en de mogelijkheid om schriftelijk of persoonlijk gehoord te worden;”; 53° punt 67° wordt opgeheven; 54° aan punt 68° wordt de volgende zin toegevoegd: “Voor sportactiviteiten die uit verschillende onderdelen bestaan en waarbij prijzen worden toegekend op dagelijkse of tussentijdse basis, bepalen in voorkomend geval de regels van de organiserende internationale sportfederatie of de sportactiviteit als wedstrijd of als evenement wordt beschouwd;”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (onduidelijk welk deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+21 −21 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 3 berekend
1In dit decreet wordt verstaan onder dopingpraktijk: de overtreding of de verschillende overtredingen van antidopingregels op een van de volgende wijzen :1§1. Er is sprake van een dopingpraktijk als de antidopingregels op een van de volgende wijzen worden overtreden:
21° de aanwezigheid van een verboden stof of van een metaboliet of marker daarvan in een monster dat afkomstig is van het lichaam van de sporter;21° de aanwezigheid van een verboden stof of van een metaboliet of marker daarvan in een monster dat afkomstig is van het lichaam van de sporter;
32° het gebruik of de poging tot gebruik door een sporter van een verboden stof of een verboden methode;32° het gebruik of de poging tot gebruik door een sporter van een verboden stof of een verboden methode;
43° het ontwijken van een monsterneming, of het zonder geldige reden weigeren of zich niet aanbieden voor een monstername na de kennisgeving, vermeld in de toepasselijke antidopingregels;43° het ontwijken door een sporter van een monsterneming, of het weigeren van of zich niet aanbieden voor een monsterneming zonder geldige reden, na daartoe opgeroepen te zijn door een bevoegd persoon;
54° elke combinatie van drie aangifteverzuimen of gemiste dopingtests binnen een periode van twaalf maanden ;54° elke combinatie van drie aangifteverzuimen of gemiste dopingtests binnen een periode van twaalf maanden door een sporter die is opgenomen in een geregistreerde doelgroep;
65° het plegen van bedrog, of de poging daartoe , bij om het even welk onderdeel van de dopingcontrole, inclusief maar niet beperkt tot het intentioneel hinderen of de poging tot hinderen van een dopingcontroleur, bedrieglijke informatie verschaffen aan een ADO of het intimideren of de poging tot intimidatie van een potentiële getuige;65° het plegen van bedrog, of de poging daartoe door een sporter of andere persoon, bij om het even welk onderdeel van de dopingcontrole;
76° het bezit van een verboden stof of een verboden methode :76° het bezit van een verboden stof of een verboden methode door een sporter of begeleider in de volgende gevallen:
8a) door een sporter binnen wedstrijdverband of het bezit door een sporter buiten wedstrijdverband van een buiten wedstrijdverband verboden stof of verboden methode, tenzij de sporter aantoont dat het bezit strookt met een geldige TTN of een andere aanvaardbare rechtvaardiging;8a) het bezit door een sporter binnen wedstrijdverband van een verboden stof of een verboden methode, of het bezit door een sporter buiten wedstrijdverband van een buiten wedstrijdverband verboden stof of verboden methode, tenzij de sporter in kwestie aantoont dat het bezit strookt met een geldige TTN die verleend is conform artikel 4.4 van de Code of een andere aanvaardbare rechtvaardiging;
9b) door een begeleider binnen wedstrijdverband of het bezit door een begeleider buiten wedstrijdverband van een buiten wedstrijdverband verboden stof of verboden methode in verband met een sporter, wedstrijd of training, tenzij de begeleider aantoont dat het bezit strookt met een aan de sporter toegekende geldige TTN of een andere aanvaardbare rechtvaardiging;9b) het bezit door een begeleider binnen wedstrijdverband van een verboden stof of verboden methode, of het bezit door een begeleider buiten wedstrijdverband van een buiten wedstrijdverband verboden stof of verboden methode in verband met een sporter, wedstrijd of training, tenzij de begeleider in kwestie aantoont dat het bezit strookt met een geldige TTN die verleend is conform artikel 4.4 van de Code die toegekend is aan de sporter in kwestie, of een andere aanvaardbare rechtvaardiging;
107° de handel of de poging tot handel in een verboden stof of verboden methode ;107° de handel of de poging tot handel in een verboden stof of verboden methode door een sporter of andere persoon;
118° de toediening of de poging tot toediening aan een sporter binnen wedstrijdverband van een verboden methode of verboden stof, of de toediening of de poging tot toediening aan een sporter buiten wedstrijdverband van een verboden methode of een verboden stof die verboden is buiten wedstrijdverband;118° de toediening of de poging tot toediening door een sporter of een andere persoon aan een sporter binnen wedstrijdverband van een verboden methode of verboden stof, of de toediening of de poging tot toediening aan een sporter buiten wedstrijdverband van een verboden stof of een verboden methode die verboden is buiten wedstrijdverband;
129° het meewerken , aanmoedigen , helpen , aanzetten tot , samenzweren , verbergen of om het even welke andere vorm van opzettelijke medeplichtigheid in het kader van een dopingpraktijk of poging tot dopingpraktijk of de niet-naleving van een opgelegde uitsluiting of schorsing door een andere persoon dan de sporter ;129° medeplichtigheid of poging tot medeplichtigheid door een sporter of andere persoon aan een dopingpraktijk, op een van de volgende wijzen: meewerken aan een dopingpraktijk, aanmoedigen tot, helpen met, of aanzetten tot een dopingpraktijk, samenzweren met het oog op het plegen van dopingpraktijken, verbergen van dopingpraktijken of om het even welke andere vorm van opzettelijke medeplichtigheid of poging tot medeplichtigheid in het kader van een dopingpraktijk of poging tot dopingpraktijk of de niet-naleving van een opgelegde uitsluiting of schorsing door een andere persoon dan de sporter of andere persoon die zich in een voorlopige schorsing bevindt;
1310° verboden samenwerking . Onder verboden samenwerking wordt verstaan: de professionele of sportgerelateerde samenwerking van een sporter of begeleider met een begeleider die aan een van de volgende criteria voldoet. De begeleider:1310° verboden samenwerking door een sporter of andere persoon. Er is een verboden samenwerking als er een professionele of sportgerelateerde samenwerking is van een sporter of andere persoon die binnen het toepassingsgebied van dit decreet of onder de bevoegdheid van een ADO valt, met een begeleider die voldoet aan één van de volgende criteria:
14a) valt onder de bevoegdheid van een ADO en is uitgesloten van deelname aan sportactiviteiten;14a) hij valt onder de bevoegdheid van een ADO en bevindt zich in een periode van uitsluiting;
15b) valt niet onder de bevoegdheid van een ADO en is niet uitgesloten van deelname aan sportactiviteiten conform de Code, maar hij is in een burgerlijke, strafrechtelijke of tuchtprocedure veroordeeld voor feiten die in een disciplinaire procedure conform de Code zouden worden beschouwd als een dopingpraktijk;
15b) hij valt niet onder de bevoegdheid van een ADO, en een mogelijke uitsluiting is niet beoordeeld in een procedure van resultatenbeheer conform de Code, maar hij is veroordeeld in een burgerlijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke procedure voor gedragingen die een dopingpraktijk zouden uitmaken als regels conform de Code zouden van toepassing zijn, of waarbij in die procedure is vastgesteld dat hij gedragingen heeft gesteld die een dopingpraktijk zouden uitmaken als regels conform de Code zouden van toepassing zijn. In dat geval is de samenwerking met de begeleider in kwestie verboden voor een periode van zes jaar vanaf de strafrechtelijke, burgerrechtelijke of tuchtrechtelijke uitspraak, of voor de periode van de opgelegde strafrechtelijke, burgerrechtelijke of tuchtrechtelijke sanctie, als die laatste langer is dan zes jaar;
16c) treedt op als eerste aanspreekpunt of tussenpersoon voor een persoon als vermeld in punt a) of b).16c) hij treedt op als eerste aanspreekpunt of tussenpersoon voor een begeleider als vermeld in punt a) en b);
17De samenwerking vermeld in het eerste lid, 10°, a), is verboden gedurende de periode van uitsluiting.
18De samenwerking vermeld in het eerste lid, 10°, b), is verboden voor een periode van zes jaar vanaf de strafrechtelijke, burgerrechtelijke of tuchtrechtelijke uitspraak of voor de periode van de opgelegde strafrechtelijke, burgerrechtelijke of tuchtrechtelijke sanctie, als deze laatste langer is dan zes jaar.
19De samenwerking vermeld in het eerste lid, 10°, c), is verboden gedurende de periode dat het de persoon waarvoor de tussenpersoon optreedt, verboden is samen te werken met de sporter.
20Voor de toepassing van deze bepaling is het noodzakelijk dat de sporter of begeleider vooraf schriftelijk door een bevoegde ADO, of door het WADA, op de hoogte is gebracht van de diskwalificerende status van de begeleider en de mogelijke gevolgen van de verboden samenwerking, en dat de sporter of begeleider de samenwerking redelijkerwijze kan vermijden. De ADO zal ook redelijke inspanningen leveren om de begeleider die het voorwerp is van de kennisgeving, mee te delen dat hij vijftien dagen heeft om aan de ADO te bewijzen dat de criteria, vermeld in het eerste lid, 10°, a) of b), niet van toepassing zijn.
21Het eerste lid, 10°, is ook van toepassing op de samenwerking met begeleiders die veroordeeld zijn voor feiten die voor 1 januari 2015 strafbaar waren, en nog niet verjaard zijn.
1711° het ontmoedigen of bedreigen van of nemen van represailles door een sporter of andere persoon, tegen een persoon die te goeder trouw een melding doet aan een bevoegde instantie, op een van de volgende wijzen, waarbij het gedrag gericht op het ontmoedigen, bedreigen of nemen van represailles te kwader trouw gesteld is of een disproportionele reactie is, en waarbij dat gedrag niet te kwalificeren is als een dopingpraktijk als vermeld in punt 5°:
18a) elke daad van bedreiging of enige poging tot intimidatie van een andere persoon met het oogmerk die persoon te ontmoedigen te goeder trouw informatie te geven over een mogelijke dopingpraktijk of een mogelijke andere niet-naleving van de Code aan het WADA, een ADO, een politionele of gerechtelijke instantie, een regulerende instantie, een tuchtoverheid of een beroepsorganisatie, of een disciplinair orgaan of persoon die een onderzoek voert voor het WADA of een ADO;
19b) het nemen van represailles tegen een persoon die te goeder trouw bewijzen heeft aangebracht of informatie heeft verschaft die verband houdt met een mogelijke dopingpraktijk of een mogelijke andere niet-naleving van de Code aan het WADA, een ADO, een politionele of gerechtelijke instantie, een regulerende instantie, een tuchtoverheid of een beroepsorganisatie, of een disciplinair orgaan of persoon die een onderzoek voert voor het WADA of een ADO.
20§2. Om een dopingpraktijk als vermeld in paragraaf 1, 10°, vast te stellen, moet een ADO kunnen aantonen dat de sporter of andere persoon kennis had van de status van uitsluiting van de begeleider, vermeld in paragraaf 1, 10°.
22Het is aan de sporter of begeleider om aan te tonen dat de samenwerking met de begeleider, vermeld in het eerste lid, 10°, a) of b), niet professioneel of sportgerelateerd is.21Het is aan de sporter of andere persoon om aan te tonen dat de samenwerking met de begeleider, vermeld in paragraaf 1, 10°, a) of b), niet professioneel of sportgerelateerd is, of dat die samenwerking redelijkerwijze niet vermeden kon worden.
23ADO's die weet hebben van begeleiders die aan de criteria, vermeld in het eerste lid, 10°, voldoen, moeten die informatie doorgeven aan het WADA.22ADO’s die weet hebben van begeleiders die aan de criteria, vermeld in paragraaf 1, 10°, a), b) en c), voldoen, geven die informatie door aan het WADA.
23§3. Een sporter is persoonlijk verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat geen verboden stof in zijn lichaam komt, en dat geen verboden methode op zijn lichaam wordt toegepast. Hij is verantwoordelijk voor alle verboden stoffen, metabolieten of markers daarvan, die gevonden worden in een monster dat afkomstig is van zijn lichaam. Het is daarbij niet noodzakelijk dat aangetoond wordt dat er opzet, fout of nalatigheid of bewust gebruik van een verboden stof of methode door de sporter is, om vast te stellen dat een dopingpraktijk als vermeld in paragraaf 1, 1° of 2°, is begaan. Het is niet noodzakelijk dat het gebruik of de poging tot gebruik met succes is toegepast. Het volstaat dat gepoogd is de verboden stof te gebruiken of gepoogd is de verboden methode toe te passen om een dopingpraktijk als vermeld in paragraaf 1, 2°, te begaan.
+6 −1 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 4 berekend
1De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op elke sporter, op elke begeleider, op elke sportvereniging en op elk controlelaboratorium.
1§1. De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op elke sporter, op elke begeleider of op elke andere persoon in relatie tot een sporter of sportactiviteit, of op elke andere persoon die betrokken is bij enig aspect van een dopingcontrole, op antidopingorganisaties met inbegrip van NADO Vlaanderen, op sportverenigingen, op controlelaboratoria en op personeelsleden of personen die onder delegatie werken van die sportverenigingen, antidopingorganisaties en controlelaboratoria.
2§2. Sporters en andere personen, met inbegrip van begeleiders, zijn onderworpen aan de disciplinaire maatregelen binnen de tuchtregeling die opgezet is conform dit decreet en de Code. NADO Vlaanderen treedt voor de toepassing van dit decreet en de tuchtregeling op als Nationale Antidopingorganisatie onder de Code, en voert daarbij de opdrachten uit die aan NADO Vlaanderen zijn verleend bij dit decreet en de Code.
3Voor sporters en andere personen, met inbegrip van begeleiders, die onder de bevoegdheid van een aangesloten federatie vallen, zijn de aangesloten federaties verantwoordelijk voor de vervolging en disciplinaire bestraffing van de overtredingen inzake dopingpraktijken conform dit decreet en de Code. NADO Vlaanderen vervult daarbij de rol van Nationale Antidopingorganisatie onder de Code en kan daarbij gebruikmaken van alle bevoegdheden die bij dit decreet en de Code aan NADO Vlaanderen zijn verleend, en blijft verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat elk aspect van dopingcontrole uitgevoerd wordt conform de Code.
4Sporters, begeleiders en andere personen die niet onder de bevoegdheid van een aangesloten federatie vallen, worden voor de overtreding inzake dopingpraktijken, tuchtrechtelijk vervolgd en bestraft door NADO Vlaanderen voor de disciplinaire organen van de Vlaamse Gemeenschap.
5§3. In afwijking van paragraaf 2 zijn breedtesporters die geen competitieve breedtesporters zijn of geen lid zijn van een aangesloten federatie en die niet deelnemen aan sportactiviteiten in georganiseerd verband die georganiseerd zijn door een aangesloten federatie, voor de vaststelling en disciplinaire vervolging van dopingpraktijken onderworpen aan de bepalingen van artikel 42/6 tot en met 42/11, en niet onderworpen aan de toepassing van de Code.
6De breedtesporters, vermeld in het eerste lid, worden wel beschouwd als sporters voor de preventie van dopingpraktijken en de educatie, vermeld in artikel 5.
antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 5 wijzigt
Art. 5. In artikel 5 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt: “NADO Vlaanderen, sportverenigingen en federaties stellen programma’s voor educatie op conform de Internationale Standaard voor Educatie. Ze monitoren en evalueren die programma’s en promoten educatie bij sporters, begeleiders en andere personen, en sportverenigingen. NADO Vlaanderen stelt jaarlijks een algemeen educatie- en preventieplan op.”; 2° tussen het tweede en het derde lid, dat het vijfde lid wordt, worden twee leden ingevoegd, die luiden als volgt: “NADO Vlaanderen treedt op als coördinerende instantie voor educatie. Programma’s voor educatie streven de volgende doelstellingen na: 1° de bescherming van de waarden van de sport; 2° de bescherming van de gezondheid van sporters; 3° de bescherming van het recht van sporters om deel te nemen aan een dopingvrije competitie op een eerlijke en gelijke basis. Programma’s voor educatie als vermeld in het tweede lid, voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° ze zijn opgebouwd rond de volgende thema’s: a) de basisbeginselen en waarden van een dopingvrije sport; b) de rechten en plichten van sporters, begeleiders en andere groepen onder de Code; c) het principe van strikte aansprakelijkheid voor de aanwezigheid van een verboden stof in het lichaam van de sporter; d) de gevolgen van dopinggebruik wat betreft de fysieke en mentale gezondheid, de sociale en economische effecten en de toepasselijke sancties; e) de mogelijke dopingpraktijken; f) de verboden stoffen en verboden methoden die zijn opgenomen op de verboden lijst; g) het risico van gebruik van voedingssupplementen; h) het gebruik van medicijnen en medische behandelingen en de toestemming voor therapeutische noodzaak; i) de procedure van dopingcontrole en monsterneming, de wijze van het nemen van urinemonsters, het nemen van bloedmonsters en het biologisch paspoort; j) de verplichtingen van elitesporters die zijn opgenomen in een geregistreerde doelgroep en de verblijfsgegevensverplichtingen; k) het melden van dopinggebruik of het delen van bezorgdheden over doping; 2° ze zijn gericht op de bewustwording over de onderwerpen, vermeld in punt 1°; 3° ze geven accurate informatie over de onderwerpen, vermeld in punt 1°; 4° ze stellen de doelgroepen van die programma’s in staat om correcte beslissingen te nemen om dopingpraktijken of andere schendingen van de antidopingregels te voorkomen, met de nadruk op persoonlijke normen en waarden die gericht zijn op het vrijwaren van de geest van de sport.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (het deel om aan te vullen niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −1 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 6 berekend
1Alle sporters, begeleiders en sportverenigingen moeten zich op elk moment onthouden van dopingpraktijken.1Alle sporters, begeleiders of andere personen en sportverenigingen moeten zich op elk moment onthouden van dopingpraktijken.
+2 −2 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 7 berekend
1De Vlaamse Gemeenschap erkent het WADA. De bepalingen van dit decreet zijn opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van de Code en de Internationale Standaarden , inclusief de commentaren bij de artikelen en moeten geïnterpreteerd worden in overeenstemming met de Code en de Internationale Standaarden.1De Vlaamse Gemeenschap erkent het WADA. De bepalingen van dit decreet zijn opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van de Code en de Internationale Standaarden en de Technische Documenten, inclusief de commentaren bij de artikelen en moeten geïnterpreteerd worden in overeenstemming met de Code en de Internationale Standaarden, met uitzondering van artikel 42/6 tot en met 42/11.
2De maatregelen inzake de bestrijding van dopingpraktijken, die de regering neemt ter uitvoering van dit decreet, dienen in overeenstemming te zijn met de Code en de Internationale Standaarden.2De maatregelen inzake de bestrijding van dopingpraktijken, die de regering neemt ter uitvoering van dit decreet, met uitzondering van de bepalingen ter uitvoering van artikel 42/6 tot en met 42/11, dienen in overeenstemming te zijn met de Code en de Internationale Standaarden.
antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 8 wijzigt
Art. 8. In artikel 8 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt tussen de zinsnede “door de ADO.” en de woorden “De bewijsstandaard” de zin “Het bewijs van de dopingpraktijk zal zijn geleverd, als de ADO de dopingpraktijk genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt voor het disciplinair orgaan, waarbij rekening gehouden wordt met de ernst van de vermeende dopingpraktijk.” ingevoegd; 2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden “sporter of begeleider” vervangen door de woorden “sporter of andere persoon”; 3° in paragraaf 2 worden tussen de woorden “disciplinaire procedures” en het woord “overeenkomstig” de woorden “en procedures van resultatenbeheer” ingevoegd; 4° in paragraaf 2 wordt punt 1° vervangen door wat volgt: “1° analytische methoden of decisielimieten die het WADA goedkeurt na overleg met de wetenschappelijke gemeenschap in kwestie of die onderworpen zijn aan collegiale toetsing, worden verondersteld wetenschappelijk geldig te zijn. Elke sporter of andere persoon die wil weerleggen dat voldaan is aan de voorwaarden van veronderstelling van wetenschappelijke validiteit of die de eigenlijke veronderstelling van wetenschappelijke validiteit wil weerleggen, brengt als opschortende voorwaarde eerst het WADA op de hoogte van de betwisting en de grondslag ervan. Het disciplinaire orgaan, in eerste aanleg of in graad van beroep, of het TAS kan op eigen initiatief ook het WADA op de hoogte brengen van een dergelijke betwisting. Binnen tien dagen nadat het WADA die kennisgeving en het disciplinair dossier dat gekoppeld is aan de betwisting heeft ontvangen, heeft het WADA het recht om als partij te interveniëren, als amicus curiae op te treden of op een andere wijze bewijzen te leveren in een dergelijke procedure. In zaken voor het TAS stelt het TAS op verzoek van het WADA een geschikte wetenschappelijke expert aan om haar bij te staan in de beoordeling van de betwisting;”; 5° in paragraaf 2, 2°, wordt het woord “sporter” telkens vervangen door de woorden “sporter of andere persoon”; 6° in paragraaf 2 wordt punt 3° vervangen door wat volgt: “3° afwijkingen van andere Internationale Standaarden dan de Internationale Standaard voor Laboratoria, vermeld in punt 2°, of van andere antidopingregels of richtlijnen die zijn opgenomen in de Code of de regels van een ADO, maken een analyseresultaat of een ander bewijs niet ongeldig en kunnen niet worden ingeroepen om te bewijzen dat een dopingpraktijk niet is begaan. Als de sporter of andere persoon aantoont dat een van de volgende afwijkingen van de bepalingen van de Internationale Standaarden redelijkerwijs kan geleid hebben tot het vaststellen van een dopingpraktijk op basis van een afwijkend analyseresultaat of inbreuk op de verblijfsgegevensverplichtingen, ligt de bewijslast bij de ADO om aan te tonen dat die onregelmatigheid het afwijkend analyseresultaat of de inbreuk op de verblijfsgegevensverplichtingen niet heeft veroorzaakt. De volgende bewijsregels zijn daarbij van toepassing: a) bij een afwijking van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken in het proces van monsterneming of verdere handelingen met het monster, die redelijkerwijs een dopingpraktijk op basis van een afwijkend analyseresultaat kan hebben veroorzaakt, draagt de antidopingorganisatie de bewijslast om aan te tonen dat die afwijking het afwijkende analyseresultaat niet veroorzaakt heeft; b) bij een afwijking van de Internationale Standaard voor Resultatenbeheer of de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken in de vaststelling van een afwijkend paspoortresultaat, die redelijkerwijs een dopingpraktijk kan hebben veroorzaakt, draagt de antidopingorganisatie de bewijslast om aan te tonen dat die afwijking de dopingpraktijk niet veroorzaakt heeft; c) bij een afwijking van de Internationale Standaard voor Resultatenbeheer in de verplichte kennisgeving aan de sporter van het openen van het B-monster, die redelijkerwijs een dopingpraktijk op basis van een afwijkend analyseresultaat kan hebben veroorzaakt, draagt de antidopingorganisatie de bewijslast om aan te tonen dat die afwijking het afwijkende analyseresultaat niet veroorzaakt heeft; d) bij een afwijking van de Internationale Standaard voor Resultatenbeheer die verband houdt met een verplichte kennisgeving, die redelijkerwijs een dopingpraktijk gebaseerd op een inbreuk op de verblijfsgegevensverplichting kan hebben veroorzaakt, draagt de antidopingorganisatie de bewijslast om aan te tonen dat die afwijking de inbreuk op de verblijfsgegevens niet veroorzaakt heeft;”; 7° in paragraaf 2, 4° en 5°, worden de woorden “sporter of begeleider” telkens vervangen door de woorden “sporter of andere persoon”; 8° in paragraaf 3, 1°, wordt de zinsnede “als vermeld in artikel 3, eerste lid, 1°, kan blijken uit de volgende feiten” vervangen door de zinsnede “als vermeld in artikel 3, §1, 1°, is voldoende aangetoond in de volgende gevallen”; 9° in paragraaf 3, 1°, worden punt b) en c) vervangen door wat volgt: “b) als het B-monster wordt geanalyseerd en de analyse van het B-monster bevestigt de aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan in het A-monster van de sporter; c) als het A- of B-monster wordt verdeeld in twee delen en de analyse van het conformatiedeel van het verdeelde monster bevestigt de aanwezigheid van de verboden stof, metabolieten of markers ervan in het eerste deel van het verdeelde monster, of de sporter ziet af van de analyse van het confirmatiedeel van het verdeelde monster;”; 10° in paragraaf 3 wordt punt 2° vervangen door wat volgt: “2° met uitzondering van de stoffen waarvoor specifiek een decisielimiet is opgegeven in de verboden lijst of in een Technisch Document, toont de aanwezigheid van om het even welke hoeveelheid van een verboden stof, metaboliet of marker ervan in een monster van een sporter, een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, §1, 1°, aan. De verboden lijst of de Internationale Standaarden of Technische Documenten kunnen bijzondere criteria vaststellen voor de rapportering of beoordeling van bepaalde verboden stoffen;”; 11° in paragraaf 3, 3°, wordt de zinsnede “als vermeld in artikel 3, eerste lid, 2°, kan blijken uit” vervangen door de zinsnede “als vermeld in artikel 3, §1, 2°, kan blijken uit andere deugdelijke bewijsmiddelen zoals”; 12° in paragraaf 3, 3°, wordt de zinsnede “als vermeld in artikel 3, eerste lid, 1°,” vervangen door de zinsnede “als vermeld in artikel 3, §1, 1°,”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+34 −23 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 10 berekend
1§1. De aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan, en het gebruik of de poging tot gebruik, bezit of toediening of de poging tot toediening van een verboden stof of methode is geen dopingpraktijk als voor het gebruik van die verboden stoffen of methoden, op grond van therapeutische noodzaak, een TTN gegeven is in overeenstemming met de Code .1§1. De aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan, en het gebruik of de poging tot gebruik, bezit of toediening of de poging tot toediening van een verboden stof of methode is geen dopingpraktijk als dat overeenstemt met de modaliteiten van een TTN die is toegekend conform de Code en de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak.
2Als een afwijkend analyseresultaat wordt vastgesteld kort nadat de TTN is vervallen of ingetrokken, gaat de ADO na of het analyseresultaat strookt met het gebruik van de verboden stof of methode voor het verstrijken of intrekken van de TTN. Als dat laatste het geval is, is het gebruik ervan door de sporter of de aanwezigheid van de verboden stof of methode in het monster van de sporter geen dopingpraktijk.
3Als de sporter na de toekenning van de TTN een verschillende dosis, gebruiksfrequentie, gebruiksduur of toedieningswijze nodig heeft, neemt de sporter in kwestie contact op met de relevante ADO, die kan beslissen dat de sporter een nieuwe aanvraag moet indienen. Als het gebruik, het bezit of de aanwezigheid van de verboden stof of methode in het monster van de sporter niet strookt met de toekenningsvoorwaarden van de TTN, zal de toegekende TTN niet volstaan om een dopingpraktijk uit te sluiten.
4Elke TTN heeft een specifieke geldigheidsduur die wordt vastgelegd door de TTN-commissie en op het einde van die termijn vervalt de TTN automatisch. Als de elitesporter de verboden stof of verboden methode ook na de vervaldag nog verder moet gebruiken, moet hij ruim voor de vervaldag een aanvraag voor een nieuwe TTN indienen, zodat er voldoende tijd is om een beslissing te nemen over de aanvraag. Een breedtesporter kan retroactief een nieuwe aanvraag indienen.
2§2. Een TTN-aanvraag kan door een sporter maar bij één instantie worden ingediend.5§2. Een TTN-aanvraag kan door een sporter maar bij één instantie worden ingediend.
3§3. De breedtesporter en de elitesporter die geen internationale elitesporter is, dient een TTN-aanvraag in bij zijn NADO. Als er discussie is over welke NADO bevoegd is voor een bepaalde TTN-aanvraag, oordeelt het WADA.6§3. De breedtesporter en de elitesporter die geen internationale elitesporter is, dient een TTN-aanvraag in bij zijn NADO. Als er discussie is over welke NADO bevoegd is voor een bepaalde TTN-aanvraag, oordeelt het WADA.
7Breedtesporters die voor therapeutische redenen een verboden stof of verboden methode gebruiken, kunnen een TTN aanvragen en toegekend krijgen met terugwerkende kracht, die in voorkomend geval terugwerkt tot op de datum van de monsterneming.
8Een TTN die door een NADO is verleend, is globaal geldig op nationaal niveau zonder dat het noodzakelijk is dat die formeel en uitdrukkelijk erkend wordt door een andere NADO.
4§4. De internationale elitesporter die een TTN wil, moet die aanvragen bij zijn internationale federatie.9§4. De internationale elitesporter die een TTN wil, moet die aanvragen bij zijn internationale federatie.
5Een TTN die een sporter van een NADO heeft verkregen, is niet geldig als de sporter een internationale elitesporter wordt of aan een internationaal evenement deelneemt, tenzij en tot de desbetreffende internationale federatie die TTN erkent.10Als een sporter beschikt over een TTN van een NADO, is die TTN alleen geldig op nationaal niveau en is die niet geldig als de sporter een internationale elitesporter wordt of aan een internationaal evenement deelneemt, tenzij en tot de desbetreffende internationale federatie die TTN erkent.
6Als een door een NADO toegekende TTN als vermeld in het vorige lid, niet wordt erkend door de internationale sportfederatie, hebben de sporter en de NADO het recht om binnen 21 dagen na de kennisgeving bij het WADA een heroverweging aan te vragen. Tot het WADA een beslissing heeft genomen, blijft de TTN geldig voor nationale wedstrijden en dopingtests buiten wedstrijdverband, maar niet voor internationale wedstrijden. Als er geen heroverweging wordt aangevraagd bij het WADA, vervalt de door de NADO toegekende TTN 21 dagen na de kennisgeving.11Als de internationale federatie weigert de TTN te erkennen die door een NADO is verleend, hebben de sporter en de NADO in kwestie het recht om binnen 21 dagen na de kennisgeving bij het WADA een heroverweging aan te vragen. Tot het WADA een beslissing heeft genomen, blijft de TTN geldig voor nationale wedstrijden en dopingtests buiten wedstrijdverband, maar niet voor internationale wedstrijden. Als er geen heroverweging wordt aangevraagd bij het WADA, beslist de NADO die de TTN heeft verleend of die TTN geldig blijft voor wedstrijden op nationaal niveau en voor dopingtests buiten wedstrijdverband, op voorwaarde dat de sporter geen internationale elitesporter meer is en de sporter niet deelneemt aan wedstrijden van internationaal niveau, zoals bepaald door de internationale federatie. Tot de NADO een beslissing heeft genomen over de geldigheid, blijft de TTN geldig voor wedstrijden op nationaal niveau en voor dopingtests buiten wedstrijdverband, maar niet voor wedstrijden van internationaal niveau als bepaald door de internationale federatie.
7Als de NADO van de sporter hem nog geen TTN heeft verleend voor de stof of methode in kwestie, vraagt de sporter direct bij zijn internationale federatie een TTN aan. Tegen een door een internationale sportfederatie toegekende TTN kan door NADO Vlaanderen bij het WADA een heroverweging worden aangevraagd binnen 21 dagen na de kennisgeving als NADO Vlaanderen van mening is dat de TTN niet in overeenstemming met de Code is toegekend. Tot het WADA een beslissing heeft genomen, blijft de internationale TTN geldig voor internationale wedstrijden en dopingtests buiten wedstrijdverband, maar niet voor nationale wedstrijden. Als er geen heroverweging wordt aangevraagd bij het WADA, wordt de TTN 21 dagen na de kennisgeving geldig voor nationale wedstrijden.12Als de NADO van de sporter hem nog geen TTN heeft verleend voor de stof of methode in kwestie, vraagt de sporter die door de internationale federatie als internationale elitesporter wordt beschouwd, direct bij zijn internationale federatie een TTN aan. Tegen een door een internationale federatie toegekende TTN kan door NADO Vlaanderen bij het WADA een heroverweging worden aangevraagd binnen 21 dagen na de kennisgeving als NADO Vlaanderen van mening is dat de TTN niet in overeenstemming met de Internationale Standaard voor Therapeutische Toestemmingen is toegekend. Tot het WADA een beslissing heeft genomen, blijft de internationale TTN geldig voor internationale wedstrijden en dopingtests buiten wedstrijdverband, maar niet voor nationale wedstrijden. Als er geen heroverweging wordt aangevraagd bij het WADA, wordt de TTN 21 dagen na de kennisgeving door de internationale federatie geldig voor nationale wedstrijden.
8Als de internationale federatie een door een NADO toegekende TTN niet erkent omdat er testen of andere informatie ontbreken om na te gaan of de TTN is toegekend in overeenstemming met de Code, moet het dossier vervolledigd worden en kan overeenkomstig 4.3.3 van de Code geen beroep worden ingesteld bij het WADA.13Als de internationale federatie een door een NADO toegekende TTN weigert te erkennen omdat testen of andere informatie ontbreken om na te gaan of de TTN is toegekend in overeenstemming met de Code, moet het dossier vervolledigd worden en kan geen herziening worden gevraagd aan het WADA.
9Als een internationale federatie een sporter controleert die geen internationale elitesporter is, moet ze de TTN erkennen die door de NADO is toegekend.14Als een internationale federatie een sporter controleert die geen internationale elitesporter is, moet ze de TTN erkennen die door de NADO is toegekend, tenzij de sporter door de regels van de internationale federatie uitdrukkelijk verplicht was om erkenning aan te vragen.
10Tegen elke TTN-beslissing door het WADA of door een internationale federatie kan door de sporter of de NADO in beroep worden gegaan bij het TAS.
11§ 5. Een TTN die een sporter van een internationale federatie heeft verkregen, is niet geldig als de sporter deelneemt aan een internationaal evenement dat wordt georganiseerd door een organisator van een groot evenement, tenzij en tot de desbetreffende organisator die TTN erkent.
15§5. Een organisator van een groot evenement kan een door hem uitgereikte TTN vereisen voor het gebruik van verboden stoffen of verboden methoden in het kader van zijn evenement.
16Als een sporter al beschikt over een TTN die is toegekend door de NADO of internationale federatie van de sporter in kwestie, is de organisator van een groot evenement gehouden de TTN te erkennen als die TTN voldoet aan de criteria van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak. Als de organisator van een groot evenement beslist dat de TTN niet voldoet aan die criteria en weigert de TTN te erkennen, brengt ze de sporter onverwijld op de hoogte van de met redenen omklede beslissing.
12Een organisator van een groot evenement kan een door hem uitgereikte TTN vereisen voor het gebruik van verboden stoffen en methoden in het kader van zijn evenement. Als die organisator een door een NADO of de internationale sportfederatie toegekende TTN niet erkent, of weigert een bij hem aangevraagde TTN toe te kennen, kan tegen die beslissing alleen in beroep worden gegaan bij een door die organisator opgericht of aangesteld onafhankelijk orgaan. Als geen beroep wordt ingesteld of als het beroep niet succesvol is, kan de sporter de verboden stof of methode niet gebruiken in het kader van het evenement, maar door de NADO of de internationale federatie toegekende TTN's blijven wel geldig buiten het evenement.17Als die organisator een door een NADO of de internationale sportfederatie toegekende TTN niet erkent, of weigert een bij hem aangevraagde TTN toe te kennen, kan tegen die beslissing alleen in beroep worden gegaan bij een door die organisator opgericht of aangesteld onafhankelijk orgaan. Als geen beroep wordt ingesteld of als het beroep niet succesvol is, kan de sporter de verboden stof of methode niet gebruiken in het kader van het evenement, maar door de NADO of de internationale federatie toegekende TTN’s blijven wel geldig buiten het evenement.
13§6. De regering bepaalt de procedure en de voorwaarden die gelden voor het verlenen van een TTN aan sporters die onder de bevoegdheid van NADO Vlaanderen vallen en voor de erkenning van die toestemming die verleend wordt aan sporters die niet onder de bevoegdheid van NADO Vlaanderen vallen, in overeenstemming met de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak. Breedtesporters kunnen retroactief een TTN aanvragen en verkrijgen.18§6. De regering bepaalt de procedure en de voorwaarden die gelden voor het verlenen van een TTN aan sporters die onder de bevoegdheid van NADO Vlaanderen vallen in overeenstemming met de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak.
14De regering richt voor de toekenning van een TTN of erkenning van een door een andere ADO toegekende TTN een commissie van artsen op, TTN-commissie genaamd, en bepaalt de opdracht en de samenstelling ervanen de vergoedingen die de leden van de TTN-commissie ontvangen.19De regering richt voor de toekenning van een TTN een commissie van artsen op, TTN-commissie genaamd, en bepaalt de opdracht en de samenstelling ervan, en de vergoedingen die de leden van de TTN-commissie ontvangen.
15De formulieren voor de aanvraag van en de beslissing tot het verlenen van de TTN, worden in het Nederlands opgesteld en er wordt een Franse en Engelse vertaling bij gevoegd.20De formulieren voor de aanvraag van en de beslissing tot het verlenen van de TTN, worden in het Nederlands opgesteld en er wordt een Franse en Engelse vertaling bijgevoegd.
16Elke beslissing tot toekenning, weigering, erkenning of niet-erkenning van een TTN wordt door NADO Vlaanderen ingegeven in ADAMS. Bij toegekende TTN's bevat die mededeling de volgende informatie:21NADO Vlaanderen registreert uiterlijk 21 dagen na de dag waarop ze de beslissing heeft ontvangen van de TTN-commissie elke beslissing tot toekenning, weigering, erkenning of niet-erkenning van een TTN in ADAMS. Bij geweigerde TTN’s bevat de registratie de redenen van de weigering. Bij toegekende TTN’s bevat die registratie de volgende informatie, conform de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak:
171° de toegelaten stof of methodeen de duur, dosis, gebruiksfrequentie en toedieningswijze ervanen andere toelatingsvoorwaarden ;221° de toegelaten stof of methode, en de duur, dosis, gebruiksfrequentie en toedieningswijze ervan. Als de geldigheidsduur van de TTN afwijkt van de duur van de behandeling, worden ook de duurtijd van die behandeling en de andere toelatingsvoorwaarden vermeld;
182° de TTN-aanvraag en de relevante medische informatie die aantoont dat de toekenningsvoorwaarden zijn nageleefd.232° de TTN-aanvraag en de relevante medische informatie die aantoont dat de toekenningsvoorwaarden zijn nageleefd;
19Elke TTN heeft een specifieke geldigheidsduur die wordt vastgelegd door de TTN-commissie en op het einde van die termijn vervalt de TTN automatisch. Als de elitesporter de verboden stof of verboden methode ook na de vervaldag nog verder moet gebruiken, moet hij ruim voor de vervaldag een aanvraag voor een nieuwe TTN indienen, zodat er voldoende tijd is om een beslissing te nemen over de aanvraag. De breedtesporter kan retroactief een nieuwe aanvraag indienen.
243° in voorkomend geval de redenen waarom de sporter in kwestie een retroactieve TTN heeft mogen aanvragen.
20Tegen de beslissing tot weigering of tegen het gebrek aan een beslissing van de TTN-commissie binnen de door de regering vastgestelde termijn kan door de sporter een verzoek tot heroverweging ingediend worden bij de TTN-commissie in een andere samenstelling, volgens een door de regering uitgewerkte procedure.25Tegen de beslissing tot weigering of tegen het gebrek aan een beslissing van de TTN-commissie binnen de door de regering vastgestelde termijn kan door de sporter een verzoek tot heroverweging ingediend worden bij de TTN-commissie in een andere samenstelling, volgens een door de regering uitgewerkte procedure.
21Het WADA kan, op eigen initiatief, op elk moment de toekenning van een TTN aan een elitesporter herzien. Het WADA kan ook een TTN-beslissing herzien op verzoek van een elitesporter aan wie een TTN, of de erkenning van een TTN geweigerd werd of die binnen een redelijke termijn geen beslissing heeft ontvangen over een ontvankelijke TTN-aanvraag.
26§7. Tegen een beslissing na heroverweging van de TTN-commissie van NADO Vlaanderen kan beroep ingesteld worden op de volgende wijze:
271° een elitesporter kan beroep instellen tegen de beslissing van de TTN-commissie bij de institutioneel onafhankelijke beroepsinstantie, vermeld in artikel 24/1, §1;
282° een breedtesporter als vermeld in artikel 24, §1, kan beroep instellen tegen de beslissing van de TTN-commissie bij de institutioneel onafhankelijke beroepsinstantie, vermeld in artikel 24/1, §1;
293° een breedtesporter als vermeld in artikel 27, kan beroep instellen tegen de beslissing van de TTN-commissie bij de disciplinaire raad, vermeld in artikel 29.
30§8. Het WADA is gehouden te beslissen over de heroverweging van een beslissing van een internationale federatie om een TTN die verleend is door een NADO niet te erkennen, op vraag van de sporter of NADO, conform paragraaf 4, derde lid, en over de heroverweging van een TTN die toegekend is door een internationale federatie, conform paragraaf 4, vierde lid.
31Het WADA kan, op eigen initiatief of op vraag van een betrokken partij, op elk moment de toekenning van een TTN in heroverweging nemen.
32Als het WADA oordeelt dat de TTN-beslissing die in heroverweging is genomen voldoet aan de criteria van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak, zal het WADA de beslissing niet hervormen. Als de TTN-beslissing niet voldoet aan die criteria, zal het WADA de beslissing hervormen.
33§9. Tegen elke TTN-beslissing van een internationale federatie die niet door het WADA is hervormd na heroverweging, conform paragraaf 8, of waarvoor geen heroverweging is aangevraagd bij het WADA of die niet op eigen initiatief van het WADA in heroverweging is genomen, kan door de sporter of de NADO enkel beroep worden ingesteld bij het TAS.
22De beslissingen van het WADA over de toekenning of weigering van een TTN kunnen overeenkomstig artikel 4.4.7 van de Code alleen bij het TAS aangevochten worden door de elitesporter of door NADO Vlaanderen waarvan de beslissing herzien werd.34Een beslissing van het WADA inzake de hervorming van een TTN-beslissing na heroverweging, op vraag van een NADO of een sporter of op eigen initiatief van het WADA, kan overeenkomstig artikel 4.4.8 van de Code alleen bij het TAS aangevochten worden door de sporter in kwestie, door NADO Vlaanderen of de bevoegde internationale federatie.
23Als een afwijkend analyseresultaat wordt vastgesteld kort nadat de TTN is vervallen of ingetrokken, gaat NADO Vlaanderen na of het resultaat strookt met het gebruik van de verboden stof of methode voor het verstrijken of intrekken van de TTN. Als dat laatste het geval is, is het gebruik ervan door de sporter of de aanwezigheid van de verboden stof of methode in het monster van de sporter geen dopingpraktijk.
24Als de sporter na de toekenning van de TTN een verschillende dosis, gebruiksfrequentie, gebruiksduur of toedieningswijze nodig heeft, moet hij een nieuwe aanvraag indienen. Als het gebruik, het bezit of de aanwezigheid van de verboden stof of methode in het monster van de sporter niet strookt met de toekenningsvoorwaarden van de TTN, zal de toegekende TTN niet volstaan om een dopingpraktijk uit te sluiten.
35§10. Als geen beslissing wordt genomen binnen een redelijke termijn over een ingediende aanvraag voor een TTN of voor de erkenning van een TTN of de heroverweging van een TTN-beslissing, staat dat gelijk aan een weigering van de aanvraag, waarbij het recht ontstaat om heroverweging of beroep in te stellen, conform paragraaf 7 tot en met 9.
+1 −1 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 11 berekend
1Elke federatie en haar lidorganisaties neemt met toepassing van artikel 5 maatregelen voor de preventie van doping door haar leden en hun begeleiders, en neemt de disciplinaire maatregelen, vermeld in artikel 23/2, 24 en 25.1Elke federatie en haar lidorganisaties nemen met toepassing van artikel 5 maatregelen voor de preventie van doping voor haar leden, hun begeleiders en elke andere persoon die een band heeft met die sporters, begeleiders, of met de federatie of haar lidorganisaties. Elke aangesloten federatie neemt de disciplinaire maatregelen, vermeld in artikel 24 en 24/1.
2Elke federatie zal elke vorm van informatie over een mogelijke dopingpraktijk rapporteren aan NADO Vlaanderen en haar internationale federatie, en alle medewerking verlenen aan een onderzoek naar dopingpraktijken door de bevoegde instantie.2Elke federatie zal elke vorm van informatie over een mogelijke dopingpraktijk rapporteren aan NADO Vlaanderen en haar internationale federatie, en alle medewerking verlenen aan een onderzoek naar dopingpraktijken door de bevoegde instantie.
3Elke federatie vaardigt een tuchtreglement uit dat begeleiders die zonder geldige reden verboden stoffen of methoden gebruiken, verbiedt sporters te ondersteunen die onder de bevoegdheid van de federatie vallen.3Elke federatie vaardigt een tuchtreglement uit dat begeleiders die zonder geldige reden verboden stoffen of methoden gebruiken, verbiedt sporters te ondersteunen die onder de bevoegdheid van de federatie vallen.
antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 12 wijzigt · 1°
Art. 11. Artikel 12, 1°, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: “1° de regering periodiek en ten minste jaarlijks op de hoogte te brengen op de door de regering bepaalde wijze van alle door haar geplande wedstrijden en die informatie in voorkomend geval te actualiseren, ten minste veertien dagen voorafgaand aan de start van een wedstrijd;”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 14 wijzigt
Art. 12. In artikel 14 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden “elitesporters of begeleiders” vervangen door de woorden “sporters of andere personen”; 2° in het eerste lid worden de woorden “betrokken sporters of begeleiders” vervangen door de woorden “sporters of andere personen in kwestie”; 3° in het tweede lid worden tussen de woorden “begeleiders van hun leden” en de woorden “wegens dopingpraktijken” de woorden “of andere personen” ingevoegd.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+4 −0 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 14/3 nieuw
1Elke andere persoon dan een sporter als vermeld in artikel 14/1 of een begeleider als vermeld in artikel 14/2, is verplicht:
21° op de hoogte te zijn van de antidopingregels en ze na te leven;
32° NADO Vlaanderen en haar federatie en internationale federatie op de hoogte te brengen van elke veroordeling wegens dopingpraktijken in de laatste tien jaar;
43° mee te werken aan elk onderzoek van een ADO naar dopingpraktijken.
antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 15 wijzigt
+1 −1 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 16 berekend
+3 −3 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 17 berekend
+21 −15 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 20 berekend
antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 21 wijzigt
+2 −2 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 22 berekend
+20 −12 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 23/1 berekend
+17 −0 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 23/1/1 nieuw
+31 −0 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 23/1/2 nieuw
+28 −25 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 23/2 berekend
+20 −9 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 24 berekend
+47 −0 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 24/1 nieuw
+0 −7 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 25 opgeheven
antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 27 wijzigt
antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 28 wijzigt
antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 29 wijzigt
+5 −6 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 30 berekend
+3 −3 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 33 berekend
antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 34 wijzigt
+11 −3 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 35 berekend
+28 −2 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 36 berekend
+5 −3 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 37 berekend
+2 −2 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 39 berekend
+21 −15 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 41 berekend
+10 −49 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 42 berekend
+12 −0 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 42/1 nieuw
+1 −0 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 42/2 nieuw
+30 −0 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 42/3 nieuw
+18 −0 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 42/4 nieuw
+12 −0 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 42/5 nieuw
+10 −0 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 42/6 nieuw
+2 −0 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 42/7 nieuw
+6 −0 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 42/8 nieuw
+9 −0 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 42/9 nieuw
+11 −0 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 42/10 nieuw
+18 −0 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 42/11 nieuw
antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 43 wijzigt
+7 −0 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 43/1 nieuw
+2 −1 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 44 berekend
+1 −1 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 47 berekend
antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 48 wijzigt · §1
+4 −2 antidopingdecreet-van-25-mei-2012/art. 70 berekend
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd