Tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009 tot gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en tot omzetting van richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU #663
Gemerged Vlaamse Regering voegde 48 artikels samen in energiedecreet · 25 februari 2021 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: LEE
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
– Nr. 2: Amendementen
17 maart 2021 (2020-2021)
Amendementen
op het ontwerp van decreet
tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009
tot gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2018/2001
van het Europees Parlement en de Raad
van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik
van energie uit hernieuwbare bronnen
en tot omzetting van richtlijn (EU) 2019/944
van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019
betreffende gemeenschappelijke regels
voor de interne markt voor elektriciteit
en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU
ingediend op
— 1011 B russel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
AMENDEMENT Nr. 3
voorgesteld door Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne,
Willem-Frederik Schiltz, Wilfried Vandaele, Tinne Rombouts en
Inez De Coninck
Artikel 3
Punt 27° vervangen door wat volgt:
“27° in punt 81° wordt tussen de zinsnede “intermediair bij de aankoop van energie,” en het woord “bevrachter” de zinsnede “energiegemeenschap van burgers, hernieuwbare-energiegemeenschap,” ingevoegd en wordt tussen het
woord “bevrachter” en het woord “of” de zinsnede “, dienstverleners van
flexibiliteit, aanvrager van flexibiliteit, aggregatoren” ingevoegd;”.
VERANTWOORDING
De in voorliggend ontwerp van decreet voorgestelde wijziging van artikel 1.1.3, 81°, van het
Energiedecreet van 8 mei 2009 interfereerde met de invoeging bij het decreet van 30 oktober 2020
tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009 in hetzelfde punt 81° van de intermediair bij de
aankoop van energie. Via voorliggend amendement worden beide wijzigingen van punt 81° op elkaar
afgestemd. Voorliggend amendement heeft geen inhoudelijke gevolgen.
AMENDEMENT Nr. 4
voorgesteld door Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne,
Willem-Frederik Schiltz, Wilfried Vandaele, Tinne Rombouts en
Inez De Coninck
Artikel 3
In punt 37 de zinsnede “140°” telkens vervangen door de zinsnede “139°/1”.
VERANTWOORDING
Met het decreet van 30 oktober 2020 tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009 werd reeds
een punt 140° “zorgwoning” toegevoegd aan artikel 1.1.3, zodat de definitie “zelfverbruik van energie”
niet als punt 140°, maar als punt 139°/1 moet worden ingevoegd.
AMENDEMENT Nr. 5
voorgesteld door Johan Danen, Mieke Schauvliege en Chris Steenwegen
Artikel 5
Een punt 8° toevoegen, dat luidt als volgt:
“8° aan punt 4° wordt een punt n) toegevoegd, dat luidt als volgt:
“n) jaarlijks rapporteren in welke mate het decretale kader rond flexibiliteit en energiegemeenschappen en de verdere uitwerking ervan leidt tot
een flexibeler gebruik van het bestaande net en een versnelling van een
duurzame energietransitie waarin de burger centraal staat. Meer bepaald
worden hierin minstens volgende aspecten opgenomen:
1) leidt het kader tot voldoende burgerparticipatie;
2) kunnen kwetsbare groepen er voldoende aan deelnemen en van de
voordelen ervan genieten;
3) in welke mate maakt het kader experimenten mogelijk en activeert
het nieuwe én bestaande gemeenschappen voor energiedoelen;
4) hoe verloopt de bredere ontwikkeling van flexibiliteit
en energiegemeenschappen in Vlaanderen, wat is de
ecologische, economische en sociale toegevoegde waarde van
energiegemeenschappen en de toegevoegde waarde van flexibiliteit
voor het energiesysteem, wat is de bijdrage ervan aan de
energietransitie;
5) welke (resterende) hinderpalen en mogelijke remediëringsopties zijn
er.”.”.
VERANTWOORDING
Het voorliggende decretale kader sluit aan bij de letter en de geest van de Europese richtlijnen,
maar laat tegelijkertijd nog heel veel open. Dat is een goede zaak als het de complexiteit van het
kader kan beperken en ruimte en mogelijkheden biedt voor experimenten. Nauw aansluiten bij de
richtlijnen en gaandeweg aanvullen naarmate er geëxperimenteerd, overlegd en onderzocht wordt,
is een pragmatische strategie. Zoals de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) en de
Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad) echter terecht benadrukten in hun advies van 30
november 2020, is een brede evaluatiebepaling noodzakelijk voor een degelijke, open leerstrategie.
Om te garanderen dat de gehanteerde pragmatische aanpak degelijk vorm krijgt, vragen de raden een
evaluatiebepaling op te nemen in het decreet. Een jaarlijks evaluatierapport kan daarbij zorgen voor
transparantie. De politieke en parlementaire bespreking ervan zal het mogelijk maken om de visie rond
flexibiliteit en energiegemeenschappen gaandeweg vorm te geven en waar nodig bij te sturen. Meer
bepaald willen de indieners van voorliggend amendement verwijzen naar de volgende passages in de
memorie van toelichting, die een indicatie geven rond welke punten er zeker verdere monitoring zal
nodig zijn:
– “Het versterken van de betrokkenheid van burgers, lokale overheden, niet-commerciële instellingen
en ondernemingen is immers een belangrijke factor om het maatschappelijk draagvlak voor de
energietransitie en de verdere uitbouw van hernieuwbare energieprojecten te versnellen en te
verhogen.”
– “Daarnaast dient benadrukt te worden dat de concepten in de richtlijnen heel sterk de nadruk leggen
op de participatie en het versterken van burgers en huishoudens in de energiemarkt.”
– “Het versterken van de positie van afnemers in de energiemarkt, individueel of collectief in een
energiegemeenschap, biedt dan ook kansen om de energie-efficiëntie van huishoudens te verbeteren
en energiearmoede te bestrijden door een lager verbruik en voordeligere leveringstarieven.”
AMENDEMENT Nr. 6
voorgesteld door Johan Danen, Mieke Schauvliege en Chris Steenwegen
Artikel 56
Aan de voorgestelde tekst van artikel 4.8.1, §1, tweede lid, de volgende
zinsnede toevoegen:
“en die bovendien als doel heeft om de vennoten of leden maximaal en op voet van
gelijkheid bij de eigen activiteiten te betrekken.”.
VERANTWOORDING
De geest van de Europese richtlijn is om burgers actief te betrekken bij het energiebeleid. In die zin is de
participatie van de burgers in een energiegemeenschap …