Bij de aanpassing van de begroting 2020 #290
Gemerged Vlaamse Regering voegde 46 artikels samen in decreet-2017-05-12decreet-2017-05-05decreet-2013-11-08 · 4 mei 2020 21 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: BEG
ingediend op 9 juni 2020 (2019-2020)
Verslag
namens de Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening
en Energie
uitgebracht door Freya Perdaens
over het ontwerp van programmadecreet
bij de aanpassing van de begroting 2020
Hoofdstuk 4. Omgeving, afdeling 3. Decreet van 18 juli 2003
betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018
(nieuw)
Hoofdstuk 8. Inwerkingtreding
Samenstelling van de Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie:
Voorzitter: Carina Van Cauter.
Vaste leden:
Piet De Bruyn, Inez De Coninck, Andries Gryffroy, Freya Perdaens, Wilfried Vandaele;
Bart Claes, Leo Pieters, Sam Van Rooy;
Tinne Rombouts, Koen Van den Heuvel;
Gwenny De Vroe, Carina Van Cauter;
Johan Danen, Mieke Schauvliege;
Bruno Tobback.
Plaatsvervangers:
Annick De Ridder, Marius Meremans, Joris Nachtergaele, Axel Ronse, Nadia Sminate;
Carmen Ryheul, Stefaan Sintobin, Wim Verheyden;
Robrecht Bothuyne, Lode Ceyssens;
Willem-Frederik Schiltz, Bart Tommelein;
Chris Steenwegen, Tine Van den Brande;
Hannes Anaf.
Toegevoegde leden:
Jos D'Haese.
Documenten in het dossier:
19-A
(2019-2020)
(2019-2020)
– Nr. 1: Ontwerp van programmadecreet
– Nr. 2 t.e.m. 5: Amendementen
– Nr. 6 t.e.m. 10: Verslagen
– Nr. 1: Ontwerp van decreet + Bijlagen
De Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie behandelde op 9 juni 2020 de amendementen nr. 1 en 2 op het ontwerp van programmadecreet bij de aanpassing van de begroting 2020 (Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr.
290/2). Deze amendementen strekken tot het invoegen van een nieuwe afdeling
in hoofdstuk 4 van het ontwerp van decreet, dat initieel geen bepalingen bevatte
die in de commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie dienden te worden behandeld. De bespreking van de aanpassing van de begroting 2020
in de Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie op 13
mei 2020 ging dan ook enkel over het ontwerp van decreet houdende aanpassing
van de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar
2020, wat betreft de bevoegdheden Omgeving en Energie van Zuhal Demir, Vlaams
minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme (Parl.St.
Vl.Parl. 2019-20, nr. 19-A/2-G).
1. Toelichting door de minister
Minister Zuhal Demir licht toe dat de in de amendementen voorgelegde bepalingen
door een administratieve vergissing niet opgenomen werden bij het oorspronkelijke ontwerp van decreet. Deze artikels worden best toegevoegd omwille van de
rechtszekerheid, zowel voor de bedrijven als voor de Vlaamse overheid.
Artikel 14/1
Wat het in te voegen artikel 14/1 betreft, stelt de minister dat de bovengemeentelijke bijdrage en vergoeding aangerekend door de watermaatschappijen vanaf
2005 in mindering worden gebracht van de heffing op de waterverontreiniging.
Door het opnemen van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van oppervlaktewateren tegen verontreiniging in het Waterwetboek in 2018, is het minder
duidelijk dat enkel de bovengemeentelijke bijdrage in mindering mag worden gebracht; er bestaat immers ook een gemeentelijke bijdrage en vergoeding. Deze
gemeentelijke vergoeding heeft niets te maken met waterverontreiniging, maar
wel met het transport van het verontreinigde water. Artikel 14/1 voegt expliciet
het woord “bovengemeentelijke” toe, waardoor de onduidelijkheid uit de wereld
wordt geholpen.
Artikel 14/2
Met de invoering van het Wetboek van Invordering werden onder meer de bepalingen inzake invordering en verjaring uit het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (WIB) 1992 gelicht. De heffingsregeling verwijst voor het invorderen naar het
WIB voor zover de eigen regelgeving hier niet van afwijkt. Om juridisch correct te
zijn, moet deze verwijzing worden omgezet naar het Wetboek van Invordering. Het
is immers belangrijk voor de Vlaamse overheid dat er geen discussie kan zijn over
het invorderen van openstaande schulden.
Artikel 14/3
De heffing op de waterverontreiniging varieert naargelang de heffingssector waartoe een bedrijf behoort. Sector 28 bevat de forfaitaire omzettingscoëfficiënten voor
de berekening van de vervuiling van de land- en tuinbouwbedrijven. Bij decreet
van 21 december 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting
2013 werd de bijlage met de sectoren vervangen. Bij deze vervanging werd onterecht de verwijzing naar land- en tuinbouwbedrijven niet opgenomen. Sector 28
bevat een deelsector ‘overige bedrijven’, uiteraard binnen het geheel van de landen tuinbouwbedrijven. Door het weglaten van de verwijzing zou de indruk kunnen
gewekt worden dat alle bedrijven die niet tot een bepaalde sector behoren onder
deze deelsector 28e zouden vallen. Ook deze laatste aanpassing is dus een verduidelijking van de wetgeving.
2. Bespreking
Tinne Rombouts vraagt de minister of deze technische aanpassingen naar boven
zijn gekomen naar aanleiding van een aantal problemen in de toepassing, omdat
men bijvoorbeeld de regels anders interpreteerde of zaken werden aangevochten
op basis van deze onduidelijkheid. Zeker wat betreft de heffing op waterverontreiniging vraagt ze zich af of er zaken zijn geweest waar ook de gemeentelijke bijdrage in mindering werd gebracht. En zo ja, hoe wordt dit geregeld en zijn hier
nog hangende zaken?
Minister Zuhal Demir antwoordt dat bij de implementatie van de nieuwe regelgeving de gemeenten deze ook nakeken en de administratie op de hoogte hebben
gebracht van de gewenste en voorliggende verduidelijkingen.
3. Stemming
Ter stemming gelegd, worden de amendementen nr. 1 en 2 op het ontwerp van
programmadecreet bij de aanpassing van de begroting 2020 aangenomen met 9
stemmen bij 1 onthouding.
Carina VAN CAUTER,
voorzitter
Freya PERDAENS,
verslaggever