Betreffende het realisatiegerichte instrumentarium #194
Gemerged Vlaamse Regering voegde 43 artikels samen in decreet-1996-04-16decreet-1997-10-21decreet-2003-07-18 · 24 januari 2020 33 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: LEE
17 februari 2021 (2020-2021)
Advies
van de Raad van State
over een amendement op het ontwerp van decreet
betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
ingediend op
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
– Nr. 2: Verslag van de hoorzittingen
– Nr. 3 en 4: Amendementen
— 1011 B russel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
RAAD VAN STATE
afdeling Wetgeving
advies 68.580/1
van 17 februari 2021
over
een amendement op het ontwerp van decreet ‘betreffende het
realisatiegerichte instrumentarium’
(Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 194/4)
‡LW-BHCVKBAFG-GIFIAVT‡
2/23 advies Raad van State 68.580/1
Op 22 december 2020 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de
Voorzitster van het Vlaams Parlement verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te
verstrekken over een amendement ‘betreffende het realisatiegerichte instrumentarium’ (Parl.St.
Vl.Parl. 2020-21, nr. 194/4).
Het amendement is door de eerste kamer onderzocht op 28 januari 2021. De kamer
was samengesteld uit Chantal BAMPS, staatsraad, voorzitter, Bert THYS en Wouter PAS,
staatsraden, Michel TISON en Johan PUT, assessoren, en Wim GEURTS, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Kristine BAMS, eerste auditeur-afdelingshoofd.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 17 februari 2021.
*
‡LW-BHCVKBAFG-GIFIAVT‡
68.580/1 advies Raad van State 3/23
1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek
van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond,1 alsmede van de vraag
of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.
*
STREKKING VAN HET AMENDEMENT
2. Het om advies voorgelegde amendement nr. 11 vervangt het ontwerp van decreet
‘betreffende het realisatiegericht instrumentarium’.
Over het voorontwerp van decreet van het Vlaamse Gewest ‘betreffende het
realisatiegerichte instrumentarium’ heeft de Raad van State, afdeling Wetgeving, op
30 oktober 2018, advies 64.038/1 gegeven.
Het voor advies voorgelegde amendement – “Instrumentendecreet” genoemd –
beoogt een afgewogen en gemotiveerde inzet van realisatiegerichte en grondgebonden
instrumenten met het oog op een optimaal gebruik van onroerende goederen binnen de
doelstellingen van het omgevingsbeleid, zoals vermeld in artikel 1.1.4 van de Vlaamse Codex
Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO) en artikel 1.2.1 van het decreet van 5 april 1995
‘houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid’.
De tekst van het voorliggende amendement is grotendeels een herneming van de
tekst van het voorontwerp van decreet, met dien verstande dat een aantal bepalingen en
“instrumenten” zoals de “verscherpte” motiveringsplicht, de invoering van een planbatenheffing
voor ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) die een verhoogde dichtheid mogelijk maken, de
activiteitenconvenanten en -contracten en de verhandelbare ontwikkelingsrechten werden
geschrapt. Voor het overige bleef de tekst dus grotendeels ongewijzigd.2
In de verantwoording bij het amendement wordt dienaangaande gesteld:
“Er werd geopteerd voor één groot amendement waarbij de volledige tekst van het
ontwerp van decreet wordt hernomen. De hoofdreden daarvoor is de techniciteit van het
decreet, alsook de leesbaarheid en overzichtelijkheid ervan.”
1 Aangezien het om een amendement op een ontwerp van decreet gaat, wordt onder “rechtsgrond” de
overeenstemming met de hogere rechtsnormen verstaan.
2 In zoverre de ontworpen bepalingen identiek zijn aan bepalingen opgenomen in het voorontwerp van decreet
‘betreffende het realisatiegerichte instrumentarium’, waarover de Raad van State, afdeling Wetgeving op
30 oktober 2018 advies 64.038/1 heeft gegeven, wordt naar dat advies verwezen (Parl.St. Vl.Parl 2019-20, nr. 194/1,
p 331).
‡LW-BHCVKBAFG-GIFIAVT‡
4/23 advies Raad van State 68.580/1
VORMVEREISTEN
3. Het om advies voorgelegde amendement bevat bepalingen die betrekking hebben
op het verwerken van persoonsgegevens (artikelen 7, § 3, 23, § 5 en 97 van het amendement).
Deze bepalingen houden machtigingen in aan de Vlaamse Regering tot het
vaststellen van bepaalde aspecten van de verwerking (artikelen 7, § 3, 23, § 5 en 97 van het
amendement), na het advies van de Vlaamse Toezichtcommissie (artikelen 7, § 3, en 23, § 5, van
het amendement), van persoonsgegevens.
In advies 61.267/AV van 27 juni 2017 over een voorontwerp dat heeft geleid tot de
wet van 3 december 2017 ‘tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit’,3 heeft de
algemene vergadering van de afdeling Wetgeving uiteengezet dat het de
Gegevensbeschermingsautoriteit is die belast is met het toezicht op de naleving van de
“algemene” regels inzake de verwerking van persoonsgegevens, met inbegrip van de algemene
regels die de federale overheid ter uitvoering van de Algemene Verordening
Gegevensbescherming (AVG)4 heeft vastgesteld.5 Daaronder valt ook de bevoegdheid om, wat
die regels betreft, advies te geven teneinde te voldoen aan de voormelde adviesverplichting.
De conclusie is dan ook dat het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit
alsnog ook nog met betrekking tot het voorliggende amendement moet worden ingewonnen
vooraleer het doorgang kan vinden.
ONDERZOEK VAN DE TEKST
ALGEMENE OPMERKINGEN
4. Uit de verantwoording bij het amendement blijkt dat omwille van de techniciteit,
de leesbaarheid en de overzichtelijkheid van het decreet ervoor geopteerd werd om één groot
amendement in te dienen waarbij de volledige tekst van het ontwerp van decreet wordt hernomen.
Aangezien de ontworpen regeling moet worden opgevat als het invoeren van een
algemene reglementering betreffende het realisatiegerichte instrumentarium, is het in het belang
van de duidelijkheid, de rechtszekerheid en de coherentie van de regelgeving aangewezen om
deze niet de vorm te geven van een amendement op het ontwerp van decreet ‘betreffende het
realisatiegerichte instrumentarium’ maar het te concipiëren als een autonoom decreet waarbij …