Betreffende het realisatiegerichte instrumentarium #194
Gemerged Vlaamse Regering voegde 43 artikels samen in decreet-1996-04-16decreet-1997-10-21decreet-2003-07-18 · 24 januari 2020 33 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op194 (2019-2020) – Nr. 14
20 februari 2023 (2022-2023)
verzendcode: LEE
Advies
van de Raad van State
over de amendementen
voorgesteld na indiening van het verslag
op het ontwerp van decreet
betreffende het realisatiegerichte instrumentarium
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
– Nr. 2: Verslag van de hoorzittingen
– Nr. 3 en 4: Amendementen
– Nr. 5: Advies van de Raad van State
– Nr. 6: Advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van
persoonsgegevens
– Nr. 7 t.e.m. 9: Amendementen
– Nr. 10: Verslag
– Nr. 11: Reflectienota
– Nr. 12 en 13: Amendementen
Vlaams
Parlement
‡LW-CACXNBAFC-HCGGBQW‡
RAAD VAN STATE
afdeling Wetgeving
advies 72.661/1
van 20 februari 2023
over:
een ontwerp van decreet ‘betreffende het realisatiegerichte
instrumentarium’ (Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 194/10) en
amendementen nrs. 19 tot 24 (Parl.St. Vl.Parl. 2019-20,
nr. 194/12 en nr. 194/13)
Vlaams Parlement194 (2019-2020) – Nr. 14 3
‡LW-CACXNBAFC-HCGGBQW‡
2/11 advies Raad van State 72.661/1
Op 2 december 2022 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Voorzitster
van het Vlaams Parlement verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken
over een ontwerp van decreet ‘betreffende het realisatiegerichte instrumentarium’
(Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 194/10) en amendementen nrs. 19 tot 24 (Parl.St. Vl.Parl. 2019-20,
nr. 194/12 en nr. 194/13).
Het ontwerp en de amendementen zijn door de eerste kamer onderzocht op
9 februari 2023. De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter,
Wouter PAS en Inge VOS, staatsraden, Michel TISON en Johan PUT, assessoren, en
Greet VERBERCKMOES, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Kristine BAMS, eerste auditeur-afdelingshoofd.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 20 februari 2023.
*
‡LW-CACXNBAFC-HCGGBQW‡
72.661/1 advies Raad van State 3/11
1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek
van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond,1 alsmede van de vraag of
aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.
*
DRAAGWIJDTE VAN HET ONDERZOEK
2.1. In de adviesaanvraag deelt de Voorzitster van het Vlaams Parlement mee dat zij met
toepassing van artikel 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de tekst voorlegt die
is aangenomen “door de commissie (Parl. Doc. Vl. Parl. 2019-2020, nr. 194/10 vanaf blz. 29) én
de amendementen voorgesteld na indiening van het verslag op het ontwerp van decreet betreffende
het realisatiegerichte instrumentarium (Parl. Doc. Vl. Parl. 2019-2020, nr. 194/12 en 194/13)”.
De in commissie aangenomen tekst en de amendementen die de Voorzitster van het
Vlaams Parlement om advies voorlegt, dateren van na de adviezen 64.038/1 en 68.580/1 die de
afdeling Wetgeving eerder gegeven heeft over respectievelijk een ‘voorontwerp van decreet
betreffende het realisatiegerichte instrumentarium’2 en over een ‘amendement op het ontwerp van
decreet ‘betreffende het realisatiegerichte instrumentarium’3.
In haar advies 69.435/AV van 3 juni 20214 heeft de Algemene Vergadering van de
afdeling Wetgeving in herinnering gebracht dat het vaste adviespraktijk is dat de afdeling
Wetgeving geen advies verleent over bepalingen die al eerder onderzocht zijn of die gewijzigd zijn
ten gevolge van in eerdere adviezen gemaakte opmerkingen, tenzij de juridische context intussen
gewijzigd is.5
2.2. Past men de onder 2.1 beschreven vaste adviespraktijk toe op de heden om advies
voorgelegde teksten, dan dient het onderzoek ervan op de hierna volgende wijze beperkt te worden.
Wat de door de bevoegde parlementaire commissie aangenomen tekst betreft
(Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 194/10), vallen de artikelen 104, 108, eerste lid, en 115, te
beschouwen als bepalingen die nieuw zijn en die niet eerder om advies aan de afdeling Wetgeving
zijn voorgelegd of die niet beogen aan dergelijk advies gevolg te geven. De artikelen 7, § 3, 23,
1 Aangezien het gaat om een ontwerp van decreet en een aantal bijhorende amendementen, wordt onder “rechtsgrond”
de overeenstemming met de hogere normen verstaan.
2 Adv.RvS 64.038/1 van 30 oktober 2018 over een voorontwerp van decreet ‘betreffende het realisatiegerichte
instrumentarium’ (Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 194/1, 329-358).
3 Adv.RvS 68.580/1 van 17 februari 2021 over amendement nr. 11 op het ontwerp van decreet ‘betreffende het
realisatiegerichte instrumentarium’ (Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 194/5).
4 Adv.RvS 69.435/AV van 3 juni 2021 over amendementen nrs. 46 tot 50 op een ontwerp dat geleid heeft tot de wet
van 14 augustus 2021 ‘betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie’,
(Parl.St. Kamer 2020-21, nr. 55-1951/11).
5 Deze vaste adviespraktijk werd achteraf nog bevestigd in onder meer advies 69.598/AV van 23 juni 2021 over
amendementen nrs. 51 tot 61 op het ontwerp dat geleid heeft tot de wet van 14 augustus 2021 (Parl.St. Kamer 2020-21,
nr. 55-1951/13) en in advies 69.773/AV van 7 juli 2021 over amendementen nrs. 62 tot 77 op hetzelfde wetsontwerp
(Parl.St. Kamer 2020-21, nr. 55-1951/15).
‡LW-CACXNBAFC-HCGGBQW‡
4/11 advies Raad van State 72.661/1
§ 5, 38 en 102 van de door de commissie aangenomen tekst hebben betrekking op het verwerken
van persoonsgegevens en worden eveneens in het onderzoek betrokken in het licht van de recente
adviespraktijk van de afdeling Wetgeving en de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof op dat
vlak. Wat de bepalingen van de door de commissie aangenomen tekst betreft die niet worden
onderzocht in het voorliggende advies, wordt verwezen naar de eerder in dat verband uitgebrachte
adviezen van de afdeling Wetgeving.
De om advies voorgelegde amendementen nrs. 19 tot 24 bij het ontwerp van decreet
‘betreffende het realisatiegericht instrumentarium’ (Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 194/12 en
Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 194/13) …