§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, het decreet van 12 juli 2013 houdende toekenning van subsidies voor gebouwen van de eredienst, gebouwen voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en crematoria en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur #1839

Gemerged Vlaamse Regering voegde 12 artikels samen in decreet-2004-01-16decreet-2013-07-12-1023177decreet-2017-12-22-1029017 · 9 oktober 2023 Alle checks geslaagd
Aangenomen tekst
9 februari 2024 · 6 blz.
1839/5 Officiële PDF
12 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 9 feb 2024. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

decreet-2004-01-16/art. 2 wijzigt
Art. 2. In artikel 2 van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, gewijzigd bij het decreet van 28 oktober 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt de zinsnede “artikel 24, §1, tweede lid, 2°” vervangen door de zinsnede “artikel 24, §1, 3°”; 2° in het derde lid wordt het woord “Ieder” vervangen door het woord “Het”, het woord “moet” vervangen door het woord “kan”, en het woord “en” vervangen door het woord “of”; 3° het derde lid wordt vervangen door wat volgt: “Met behoud van het eerste lid, kan: 1° het gemeentelijk of intergemeentelijk crematorium over een urnenveld, een strooiweide en een columbarium beschikken; 2° het intergemeentelijk samenwerkingsverband dat een intergemeentelijk crematorium beheert met de gemeente die een begraafplaats beheert een overeenkomst sluiten over het ter beschikking stellen van het urnenveld, de strooiweide of het columbarium van die begraafplaats aan een aangrenzend intergemeentelijk samenwerkingsverband.”; 4° het vierde lid wordt opgeheven.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −1 decreet-2004-01-16/art. 6 berekend
1De gemeenteraad of het bevoegde orgaan van het intergemeentelijke samenwerkingsverband kan op de gemeentelijke, respectievelijk intergemeentelijke begraafplaatsen grafconcessies of concessies voor columbaria verlenen.1De gemeenteraad of het bevoegde orgaan van het intergemeentelijke samenwerkingsverband kan op de gemeentelijke, respectievelijk intergemeentelijke begraafplaatsen grafconcessies , concessies voor urnenvelden of concessies voor columbaria verlenen.
2Wanneer het gaat om een gemeentelijke begraafplaats kan de gemeenteraad die bevoegdheid aan het college van burgemeester en schepenen opdragen.2Wanneer het gaat om een gemeentelijke begraafplaats kan de gemeenteraad die bevoegdheid aan het college van burgemeester en schepenen opdragen.
3Eenzelfde concessie kan dienen voor de aanvrager, zijn echtgenoot, zijn bloed- of aanverwanten evenals voor allen daartoe aangewezen door de concessiehouder en die daartoe bij de gemeentelijke overheid hun wil te kennen hebben gegeven. Wanneer iemand overlijdt terwijl hij op dat ogenblik een feitelijk gezin vormde, kan de overlevende een concessie aanvragen.3Eenzelfde concessie kan dienen voor de aanvrager, zijn echtgenoot, zijn bloed- of aanverwanten evenals voor allen daartoe aangewezen door de concessiehouder en die daartoe bij de gemeentelijke overheid hun wil te kennen hebben gegeven. Wanneer iemand overlijdt terwijl hij op dat ogenblik een feitelijk gezin vormde, kan de overlevende een concessie aanvragen.
+4 −4 decreet-2004-01-16/art. 10 berekend
1De geconcedeerde graven moeten onderhouden worden.
1In concessie gegeven graven, in concessie gegeven urnenvelden en in concessie gegeven columbaria worden onderhouden door de concessionaris.
2Onderhoudsverzuim dat verwaarlozing uitmaakt, staat vast als het graf doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is.2Onderhoudsverzuim dat verwaarlozing uitmaakt, staat vast als het graf , de urnenkelder op het urnenveld of de nis van het columbarium doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is.
3De verwaarlozing wordt geconstateerd in een akte van de burgemeester of zijn gemachtigde of van het bevoegde orgaan van de intergemeentelijke begraafplaats. Die akte wordt een jaar lang bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats uitgehangen .3De verwaarlozing wordt geconstateerd in een akte van de burgemeester of zijn gemachtigde of van het bevoegde orgaan van de intergemeentelijke begraafplaats. De voormelde akte wordt een jaar lang opgehangen, zowel bij het graf, de urnenkelder op het urnenveld of de nis van het columbarium, als aan de ingang van de begraafplaats Bij vaststelling van herstel door de burgemeester of zijn gemachtigde wordt de uitgehangen akte verwijderd.
4Na het verstrijken van die termijn en bij niet-herstelling kan de gemeenteraad of het bevoegde orgaan van het intergemeentelijke samenwerkingsverband een einde maken aan de concessie. De gemeenteraad kan die bevoegdheid opdragen aan het college van burgemeester en schepenen.4Na het verstrijken van die termijn en bij niet-herstelling kan de gemeenteraad of het bevoegde orgaan van het intergemeentelijke samenwerkingsverband een einde maken aan de concessie. De gemeenteraad kan die bevoegdheid toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.
decreet-2004-01-16/art. 13 wijzigt
Art. 5. In artikel 13 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 april 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid wordt het woord “geneesheer” telkens vervangen door het woord “arts”; 2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt: “Niet-gecremeerde stoffelijke overschotten worden vervoerd met een lijkwagen of op een andere passende wijze die veilig, hygiënisch en respectvol voor de overledene of overledenen is.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −1 decreet-2004-01-16/art. 14 berekend
1Er wordt in een behoorlijke wijze voorzien in de lijkbezorging van behoeftigen, onverminderd de toepassing van artikel 15, § 1. De daaruit voortvloeiende kosten zijn ten laste van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar zij in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister zijn ingeschreven .1Er wordt in een behoorlijke wijze voorzien in de lijkbezorging van behoeftigen, onverminderd de toepassing van artikel 15, § 1. De daaruit voortvloeiende kosten zijn ten laste van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar zij in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister zijn ingeschreven of bij ontstentenis van inschrijving in een register, ten laste van de gemeente waar het overlijden plaatsvond.
decreet-2004-01-16/art. 15 wijzigt · §1
Art. 7. In artikel 15, §1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 9 december 2011, 22 februari 2013 en 28 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid wordt tussen de zinsnede “de asbestemming,” en de woorden “het ritueel” de zinsnede “de bijbegraving, bijzetting van de urne van de eerder overleden echtgenoot of persoon met wie een feitelijk gezin gevormd werd of de gezamenlijke uitstrooiing van de as van beide overledenen” ingevoegd, en worden tussen de zinsnede “uitvaartplechtigheid,” en de woorden “evenals over de gemeente” de woorden “het schenken van het stoffelijk overschot aan de wetenschap” ingevoegd; 2° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “De gegevens, vermeld in het tweede lid, worden bewaard overeenkomstig de regeling die geldt met toepassing van artikel III.87 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.”; 3° in het bestaande derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt de zinsnede “de aanvraag tot toestemming tot crematie als bedoeld in artikel 20, §1, of met de akte, bedoeld in artikel 20, §2” vervangen door de zinsnede “de aanvraag van de toestemming tot crematie, vermeld in artikel 15bis, §2, eerste lid, of met de akte, vermeld in artikel 15bis, §2, tweede lid”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2004-01-16/art. 19 wijzigt · §1
Art. 8. In artikel 19, §1, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 29 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 3° wordt het woord “geneesheer” telkens vervangen door het woord “arts”; 2° in punt 4° wordt het woord “geneesheer” vervangen door het woord “arts”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2004-01-16/art. 22 wijzigt
Art. 9. In artikel 22 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 29 maart 2019, wordt het woord “geneesheer” vervangen door het woord “arts”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+25 −0 decreet-2004-01-16/art. 24 berekend
1§1. De as van gecremeerde lijken kan:
21° op de begraafplaats in urnen worden begraven of in een columbarium worden bijgezet;
32° op de begraafplaats worden uitgestrooid, op een perceel dat daarvoor bestemd is;
43° in de territoriale zee die aan het grondgebied van België grenst, worden uitgestrooid, onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt;
54° op een andere plaats dan de begraafplaats worden uitgestrooid of in een urne worden begraven, met uitzondering van het openbaar domein. Als het een terrein betreft dat niet in eigendom is van de overledene of zijn nabestaanden, is een voorafgaande, schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein in kwestie vereist;
65° op een andere plaats dan de begraafplaats, ook op het openbaar domein, binnen een zone die door de gemeente afgebakend is, worden uitgestrooid, begraven of bewaard in een urne die vervaardigd is uit biologisch afbreekbare materialen. Als de gemeente geen eigenaar is van het terrein in kwestie, dan sluit ze daarover een overeenkomst met de houder van zakelijke rechten op het terrein;
76° in een urne ter beschikking worden gesteld van de nabestaanden om te worden bewaard op een andere plaats dan de begraafplaats. Als er een einde komt aan de bewaring van de as op een andere plaats dan de begraafplaats, kan de as door toedoen van de nabestaande die er de zorg voor heeft, of zijn erfgenamen, in geval van het overlijden van de voormelde nabestaande, worden teruggebracht naar de begraafplaats om er begraven, bijgezet in een columbarium of uitgestrooid te worden.
8§2. Onverminderd artikel 4, tweede lid, kan de gemeenteraad of het bevoegde orgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband bij reglement toestaan dat de urne met de as van de eerder overleden echtgenoot of persoon die met de overledene een feitelijk gezin vormde, wanneer de overledene dit in zijn laatste wilsbeschikking heeft bepaald of bij gebrek daaraan op gezamenlijk schriftelijk verzoek van alle bloed- en aanverwanten van de eerste graad:
91° samen met de overledene in de doodskist kan worden geplaatst en begraven of samen met de doodskist wordt begraven;
102° samen met de in een lijkwade gehulde overledene kan worden begraven;
113° samen met de urne van de overledene in een urnenveld kan worden begraven;
124° samen met de urne van de overledene in het columbarium kan worden geplaatst.
13Het reglement, vermeld in het eerste lid, kan ook bepalen dat de as van de eerder overleden echtgenoot of persoon met wie de overledene een feitelijk gezin vormde, samen met de as van de overledene op de strooiweide wordt uitgestrooid.
14Wanneer de eerder overleden echtgenoot of persoon die met de overledene een feitelijk gezin vormde zich daar in zijn wilsbeschikking tegen verzet heeft, is bijzetting of bijbegraving als bedoeld in het eerste lid of gezamenlijke uitstrooiing als bedoeld in het tweede lid, verboden.
15De samen met de overledene begraven of bijgezette urne volgt de bestemming van de kist of van de urne van de laatst overledene bij opgraving van laatstgenoemde.
16§3. Als de meerderjarige overledene geen schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking heeft overgemaakt als vermeld in artikel 15, §1, tweede lid, kunnen de echtgenoot of de persoon die met de overledene een feitelijk gezin vormde, en alle bloed- of aanverwanten van de eerste graad op gezamenlijk schriftelijk verzoek, gericht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld op basis van een overlijdensattest of aan zijn gemachtigde beambte, beslissen om de as van het gecremeerde lijk uit te strooien, te begraven en te bewaren op een andere plaats dan de begraafplaats als vermeld in paragraaf 1, 4° tot en met 6°.
17Als de minderjarige overledene vanaf zestien jaar geen schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking heeft overgemaakt als vermeld in artikel 15,
18§1, tweede lid, kan op verzoek, gericht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld op basis van een overlijdensattest of aan zijn gemachtigde beambte, van de ouders of voogd beslist worden om de as van het gecremeerde lijk uit te strooien, te begraven en te bewaren op een andere plaats dan de begraafplaats als vermeld in paragraaf 1, 4° tot en met 6°.
19§4. Als de overledene geen schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking heeft overgemaakt als vermeld in artikel 15, §1, tweede lid, en als er geen echtgenoot of persoon is die met de overledene een feitelijk gezin vormde, of geen bloed- of aanverwanten van de eerste graad, kan de persoon die in de lijkbezorging voorziet, beslissen over de asbestemming, vermeld in paragraaf 1, 1° tot en met
203° en 5°.
21§5. Met behoud van de toepassing van paragraaf 3 en 4 kan, op verzoek van de echtgenoot en van de bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad, en in voorkomend geval op verzoek van de persoon die in de lijkbezorging voorziet, vermeld in paragraaf 4, een gedeelte van de as van het gecremeerde lijk aan hen worden meegegeven.
22§6. De as van de overledene wordt met respect en eerbied behandeld en kan geen voorwerp uitmaken van een commerciële activiteit, met uitzondering van de activiteiten die verband houden met het uitstrooien of begraven van de as of met het overbrengen ervan naar de plaats waar de as bewaard zal worden.
23§7. De persoon die de as in ontvangst neemt, is verantwoordelijk voor de naleving van de bepalingen, vermeld in paragraaf 1 tot en met 6.
24§8. De Vlaamse Regering kan de nadere voorwaarden bepalen waaraan de bewaringen, begravingen of uitstrooiingen, vermeld in paragraaf 1, 4° tot en met 6°, moeten voldoen.
25§9. De gegevens, vermeld in paragraaf 3, worden bewaard overeenkomstig de regeling die geldt met toepassing van artikel III.87 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
+0 −8 decreet-2013-07-12-1023177/art. 13 opgeheven
1De subsidie kan voor crematoria worden toegekend voor :
21° de nieuwbouw of verbouwing met het oog op het oprichten van een nieuw crematorium;
32° een uitbreiding van de bestaande installaties.
4De volgende projectonderdelen kunnen in aanmerking komen voor de subsidie :
51° de oveninstallatie;
62° de nieuwbouw met volledige afwerking met inbegrip van de administratieve lokalen en ceremonieruimten, maar met uitsluiting van het eventuele horecagedeelte;
73° de omgevingsaanleg met inbegrip van de noodzakelijke toegangswegen en de parking.
8De Vlaamse Regering kan prioriteiten bepalen voor de toekenning van de subsidie.
+0 −1 decreet-2013-07-12-1023177/art. 14 opgeheven
1De subsidie voor de investeringen, vermeld in artikel 13, kan worden aangevraagd door de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband dat het crematorium opricht, of heeft opgericht, en beheert.
+2 −1 decreet-2017-12-22-1029017/art. 396 berekend
4§ 2. Privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen in de volgende gevallen deelnemen aan een samenwerkingsverband als vermeld in paragraaf 1:4§ 2. Privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen in de volgende gevallen deelnemen aan een samenwerkingsverband als vermeld in paragraaf 1:
51° het betreft een samenwerkingsverband met als enige doelstelling het realiseren van de opdrachten, vermeld in artikel 4.1.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de deelnemende privaatrechtelijke rechtspersoon is niet actief als energieleverancier of energieproducent als vermeld in artikel 1.1.3, 78° en 102°, van het voormelde decreet;51° het betreft een samenwerkingsverband met als enige doelstelling het realiseren van de opdrachten, vermeld in artikel 4.1.1 van het Energiedecreet van 8 mei 2009 en de deelnemende privaatrechtelijke rechtspersoon is niet actief als energieleverancier of energieproducent als vermeld in artikel 1.1.3, 78° en 102°, van het voormelde decreet;
62° het betreft een samenwerkingsverband met als enige doelstelling het realiseren van de opdrachten, vermeld in artikel 26, eerste lid, van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringen en afvalstoffen.62° het betreft een samenwerkingsverband met als enige doelstelling het realiseren van de opdrachten, vermeld in artikel 26, eerste lid, van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringen en afvalstoffen;
73° het betreft een samenwerkingsverband met als enige doelstelling het oprichten en het beheren van een crematorium, vermeld in artikel 2, tweede lid, van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
7§3. Het samenwerkingsverband sluit een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af.8§3. Het samenwerkingsverband sluit een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd