Tot bepaling van de specifieke regels over de pacht #1475
Gemerged 




cd&v, N-VA, Open Vld voegde 10 artikels samen in decreet-1976-07-12decreet-1997-10-21decreet-2006-06-16 · 10 november 2022 6 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op1475 (2022-2023) – Nr. 2
9 mei 2023 (2022-2023)
verzendcode: LAN
Advies
van de Raad van State
over het voorstel van decreet
van Bart Dochy, Cathy Coudyser, Steven Coenegrachts,
Sofie Joosen, Joke Schauvliege en Arnout Coel
tot bepaling van de specifieke regels over de pacht
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
Vlaams
Parlement
‡LW-AJFXQCCFB-HDBBFVT‡
RAAD VAN STATE
afdeling Wetgeving
advies 73.115/3
van 9 mei 2023
over
een voorstel van decreet ‘tot bepaling van de specifieke regels
over de pacht’ (Parl.St. Vl.Parl. 2022-23, nr. 1475/1)
Vlaams Parlement1475 (2022-2023) – Nr. 2 3
‡LW-AJFXQCCFB-HDBBFVT‡
2/12 advies Raad van State 73.115/3
Op 16 februari 2023 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Voorzitster
van het Vlaams Parlement verzocht binnen een termijn van zestig dagen een advies te verstrekken
over een voorstel van decreet ‘tot bepaling van de specifieke regels over de pacht’
(Parl.St. Vl.Parl. 2022-23, nr. 1475/1).
Het voorstel is door de derde kamer onderzocht op 25 april 2023. De kamer was
samengesteld uit Jeroen VAN NIEUWENHOVE, kamervoorzitter, Koen MUYLLE en Toon MOONEN,
staatsraden, Jan VELAERS en Bruno PEETERS, assessoren, en Yves DEPOORTER, toegevoegd
griffier.
Het verslag is uitgebracht door Lennart NIJS, adjunct-auditeur.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 9 mei 2023.
*
‡LW-AJFXQCCFB-HDBBFVT‡
73.115/3 advies Raad van State 3/12
1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek
van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond1, alsmede van de vraag
of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.
*
STREKKING VAN HET VOORSTEL
2. Het voor advies voorgelegde voorstel van decreet van het Vlaamse Gewest strekt
ertoe om de bijzondere regelgeving die van toepassing is op pachtovereenkomsten te hervormen.
Daartoe wordt in een Vlaams Pachtdecreet voorzien (artikel 2 van het voorstel). Dat decreet
vervangt de wet van 4 november 1969 ‘tot beperking van de pachtprijzen’ en de Pachtwet,2 die
worden opgeheven (artikel 87, 1° en 2°).
Ten opzichte van de bestaande regeling bevat het voorstel een aantal
nieuwigheden. Zo wordt voorzien in een definitie van het begrip “bevoorrechte familieleden”, die
ook de wettelijk samenwonenden omvat (artikel 3, 3° en 13°). Voorts worden cultuurcontracten
voor meerjarige teelten (artikel 5, 7°) en natuurcontracten (artikel 5, 8°) uitgezonderd van het
toepassingsgebied van de voorgestelde regeling. Het beginsel dat van elke pacht een geschrift
moet worden opgesteld, wordt nader uitgewerkt door te bepalen welke gegevens die
overeenkomst moet bevatten en door in de mogelijkheid te voorzien om via de gerechtelijke weg
een partij te dwingen een schriftelijke overeenkomst te tekenen (artikel 6). De plaatsbeschrijving
wordt als bijlage bij de schriftelijke pachtovereenkomst gevoegd (artikel 7).
Ook wordt de mogelijkheid geschrapt om de pachtprijs in natura of in diensten te
voldoen (artikel 25). Voorts wordt de berekeningswijze verduidelijkt van de vergoeding aan de
uittredende pachter voor het stro, de mest, de navette, de bij voorraad gedane bebouwing en de
verbeteringen van de grond (artikel 57, § 2). Bovendien wordt voorzien in de oprichting van een
pachtprijzencommissie (artikel 28) en een Vlaams pachtobservatorium (artikel 69).
Er wordt in de mogelijkheid voorzien om een eenmalige pachtovereenkomst te
sluiten voor cultuurgronden met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal anderhalve hectare
(artikel 12, § 5). Ook wordt in bijkomende opzeggingsmogelijkheden voorzien voor bebossing of
natuurrealisatie (artikelen 10, § 1, 7° en 8°, 19, § 7, en 20, § 3) en om het goed te vervreemden
(artikelen 12, § 4, en 20, § 2) en wordt de opzegregeling gewijzigd voor pachters die de wettelijke
pensioenleeftijd hebben bereikt (artikel 13, §§ 2 en 3).
Verder wordt voorzien in een nieuwe procedure voor de verpachting door
openbare verpachters (artikel 24) en in de kennisgeving aan de pachter van het overlijden van de
verpachter (artikel 56). Het recht op voorkoop van de pachter wordt aangepast aan de
mogelijkheid om een openbare verkoop elektronisch te laten verlopen (artikelen 60, §§ 2 tot 5,
1 Aangezien het om een voorstel van decreet gaat, wordt onder “rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere
rechtsnormen verstaan.
2 Boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 3 van het oud Burgerlijk Wetboek (‘Regels betreffende de pacht in het
bijzonder’).
‡LW-AJFXQCCFB-HDBBFVT‡
4/12 advies Raad van State 73.115/3
en 61, §§ 1 en 2) en er worden bijkomende uitsluitingen van het recht op voorkoop bepaald
(artikel 65). Om misbruiken te vermijden, wordt bepaald dat elke rechtshandeling en elk nalaten
die louter tot doel hebben de toepassing van het aan te nemen decreet te ontwijken, niet
tegenwerpelijk zijn aan de partij die hierdoor wordt beschermd (artikel 73).
Ten slotte worden een aantal wettelijke en decretale bepalingen aangepast aan het
aan te nemen decreet (artikelen 74 tot 86).
Het aan te nemen decreet treedt in werking op 1 juni 2023 en is eveneens van
toepassing op overeenkomsten die werden gesloten vóór die datum van inwerkingtreding
(artikel 88).
BEVOEGDHEID
3.1. Het voorstel vindt in beginsel zijn bevoegdheidsrechtelijke grondslag in artikel 6,
§ 1, V, eerste lid, 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 ‘tot hervorming der
instellingen’, naar luid waarvan de gewesten bevoegd zijn voor de specifieke regels betreffende
de pacht en de veepacht.
3.2. De vraag rijst of dit ook opgaat voor artikel 4, eerste lid, 2° en 3°, en tweede lid,
van het voorstel, naar luid waarvan het aan te nemen decreet eveneens van toepassing is op het in
gebruik nemen van onroerende goederen als vermeld in punt 1°,3 wanneer dit geschiedt door
middel van de vestiging van een vruchtgebruik of een erfpachtrecht voor de duur van minder dan
27 jaar en naar luid waarvan boek 3, titels 6, …