Tot oprichting van een Vlaams Mensenrechteninstituut #1357
Gemerged Vlaamse Regering voegde 11 artikels samen in decreet-1998-07-07decreet-2002-05-08decreet-2008-07-10-1017082 · 4 juli 2022 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
4 oktober 2022 (2022-2023)
Amendementen
op het ontwerp van decreet
tot oprichting van een Vlaams Mensenrechteninstituut
ingediend op
verzendcode: BIN
— 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
AMENDEMENT Nr. 1
voorgesteld door An Moerenhout, Celia Groothedde, Hannelore Goeman
en Jos D’Haese
Artikel 13
In paragraaf 4, eerste lid, de zinsnede “, als onafhankelijke en neutrale derde,
de communicatie vergemakkelijkt en de voormelde betrokken partijen er probeert
toe te brengen zelf een oplossing uit te werken” vervangen door de woorden
“een oplossing onderhandelt tussen beide partijen die rechtsherstel brengt in lijn
met de decretale en wettelijke bepalingen”.
VERANTWOORDING
Het Vlaams Mensenrechteninstituut (VMRI) in de rol van neutrale derde dwingen is, zoals aangegeven
door het advies dat tot stand kwam na overleg tussen verschillende gelijkekansen- en mensenrechtenorganisaties, niet conform de internationale standaarden.
De hoofdtaak van ‘equality bodies’ is bijstand, advies en ondersteuning bieden aan slachtoffers van
discriminatie. Ze moeten niet neutraal zijn. Ze moeten aan de kant van de wet staan, die discriminatie
verbiedt. Bemiddeling is ondergeschikt aan de eigenlijke rechtsbijstand. Waar mogelijk is bemiddeling
aangewezen, maar bij sommige klachten en meldingen is dat niet altijd een optie vanuit het perspectief
van het slachtoffer.
Onpartijdigheid en neutraliteit zijn enkel noodzakelijk voor een entiteit die oordelen uitspreekt. De
eerste betrachting van het VMRI moet de ondersteuning van het slachtoffer van discriminatie zijn.
Iets anders (bijvoorbeeld de positie van neutrale bemiddelaar die vooropstaat) versterkt de bestaande
machtsonevenwichten, waarin situaties van discriminatie net vaak voorkomen.
Zie ook de amendementen nr. 5 en 6.
AMENDEMENT Nr. 2
voorgesteld door Tom Ongena, Nadia Sminate, Katrien Partyka,
Maaike De Vreese, Orry Van de Wauwer en Kris Van Dijck
Artikel 13
Aan paragraaf 5 een nieuw lid toevoegen, dat luidt als volgt:
“Indien het VMRI informatie of documentatie heeft ingewonnen met toepassing
van artikel 22, die aangeleverd werd door derden die geen betrokken partij zijn,
wordt die informatie of documentatie, zonder enige appreciatie erover vanwege de
bemiddelaar, ook bezorgd aan de geschillenkamer.”.
VERANTWOORDING
Het ontwerp van decreet bepaalt dat klachten, wanneer de bemiddeling niet tot resultaat leidt, in hun
initiële vorm worden overgemaakt aan de geschillenkamer opdat de bemiddelingsfase geen invloed
kan hebben op het oordeel (artikel 13, §5, eerste lid). Daarnaast werd er reeds voorzien dat bepaalde
stukken die de partijen aanbrengen, mee kunnen doorstromen naar de geschillenkamer, op voorwaarde
van de toestemming van die partijen en zonder enige appreciatie van de bemiddelaar (artikel 13, §5,
tweede lid). In deze toevoeging werd voorzien om dubbel werk te vermijden: het zou belastend zijn
voor de geschillenkamer dat zij opnieuw dezelfde stukken moet opvragen, en voor de betrokken partijen dat zij die opnieuw moeten aanleveren.
Dezelfde efficiëntieredenen gelden echter ook voor informatie en documentatie die niet door de betrokken partijen wordt aangeleverd, maar door derden. Het VMRI is immers bevoegd, op grond van artikel
22, om bepaalde informatie en documentatie op te vragen om een klacht te behandelen. Om ook hier
dubbel werk te vermijden, wordt met dit amendement voorgesteld om een derde lid toe te voegen dat
het mogelijk maakt dat die opgevraagde informatie ook doorstroomt naar de geschillenkamer zonder
enige appreciatie erover vanwege de bemiddelaar.
AMENDEMENT Nr. 3
voorgesteld door An Moerenhout, Celia Groothedde, Hannelore Goeman
en Jos D’Haese
Artikel 16
In paragraaf 3 het eerste lid vervangen door twee leden, die luiden als
volgt:
“De geschillenkamer brengt de verweerder ervan op de hoogte dat de klacht voor
beoordeling is bezorgd, en maakt aanspraak op de overtuigingsstukken.
Elke partij is verplicht om de nodige informatie binnen de gestelde termijnen
en naar waarheid over te maken. Indien de aangezochte persoon de informatie niet
verstrekt, kan het VMRI de betrokkene in gebreke stellen. Indien hier geen gevolg
aan wordt gegeven, kan het VMRI de zaak aan de kortgedingrechter voorleggen.”.
VERANTWOORDING
De onderzoeksbevoegdheden van het VMRI zijn essentieel voor een goed functionerende geschillenkamer. In artikel 16, §3, worden zij niet sterk genoeg uiteengezet. In discriminatiezaken blijft de bewijslast nog steeds een van de grootste struikelblokken. Het kan niet de bedoeling zijn dat een onwillige
tegenpartij door het niet aanleveren van bewijs een negatieve beoordeling kan ontlopen.
Met de amendementen nr. 3 en 8 willen de indieners de algemene onderzoeksbevoegdheden versterken
zodat die breed inzetbaar kunnen zijn.
AMENDEMENT Nr. 4
voorgesteld door An Moerenhout, Celia Groothedde, Hannelore Goeman
en Jos D’Haese
Artikel 16
Aan paragraaf 4 een tweede lid toevoegen, dat luidt als volgt:
“De dossierbehandelaar van het VMRI staat het slachtoffer bij in de procedure voor
de geschillenkamer, zowel bij de schriftelijke voorbereiding en behandeling als tijdens de zitting zelf.”.
VERANTWOORDING
Het ontwerp van decreet voorziet niet in juridische bijstand aan slachtoffers van discriminatie die naar
de rechtbank of de geschillenkamer willen stappen. Door louter te kiezen voor een geschillenkamer die
niet-bindende oordelen zal vellen, zet men een stap achteruit in de bescherming die vandaag reeds bestaat. De indieners van dit amendement spelen in op deze lacune omdat het essentieel is dat het VRMI
zelf naar de rechtbank moet kunnen stappen en slachtoffers van discriminatie rechterlijke bijstand moet
kunnen bieden wanneer ze naar de rechtbank stappen.
Het VMRI dient juridische bijstand te bieden aan wie melding maakt van discriminatie. Deze bijstand
dient veel ruimer te worden opgevat dan neutrale bemiddeling in de geschillenkamer. Slachtoffers
hebben emotionele en …