§ flandrepo

Tot uitvoering van maatregelen over het onderwijs uit cao XII Leerplicht, cao V Basiseducatie en cao VI Hoger onderwijs vanaf het school- of academiejaar 2021-2022 #1075

Gemerged Vlaamse Regering voegde 19 artikels samen in decreet-1997-02-25decreet-2007-06-15decreet-2009-02-20 · 20 december 2021 10 checks vragen aandacht
Ingediende tekst
de Vlaamse Regering 20 december 2021 · 168 blz.
1075/1 Officiële PDF
29 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 20 dec 2021. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

+2 −2 decreet-1997-02-25/art. 87quater nieuw
1§1. Voor het schooljaar 2021-2022 wordt een extra werkingsbudget van 7.692.000 euro toegekend aan scholen van het gewoon en buitengewoon basisonderwijs, exclusief type 5. Ten laste van dit werkingsbudget moet personeel worden aangeworven voor beleidsondersteuning of administratieve ondersteuning conform artikel 154,§2.1§1. Voor het schooljaar 2021-2022 wordt een extra werkingsbudget van 7.692.000 euro toegekend aan scholen van het gewoon en buitengewoon basisonderwijs, exclusief type 5. Het budget wordt conform artikel 154,§2, gebruikt voor beleidsondersteuning of administratieve ondersteuning.
2§2. Het extra werkingsbudget per school wordt berekend door het aantal regelmatige leerlingen, dat de school telt op de eerste schooldag van februari 2021, te vermenigvuldigen met 10,53 euro.2§2. Het extra werkingsbudget per school wordt berekend door het aantal leerlingen in de school op 1 februari 2021, te vermenigvuldigen met 10,53 euro.
3Het werkingsbudget wordt aan de schoolbesturen uiterlijk vóór 1 februari 2022 uitbetaald.3Het werkingsbudget wordt aan de schoolbesturen uiterlijk vóór 1 februari 2022 uitbetaald.
decreet-1997-02-25/art. 138 wijzigt · §1, eerste lid
Art. 4. In artikel 138, §1, eerste lid, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 8° wordt de zinsnede “, beleidsondersteuning en professionalisering” opgeheven; 2° er worden een punt 9° en een punt 10° toegevoegd, die luiden als volgt: “9° lestijden voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel; 10° lestijden samen school maken.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-1997-02-25/art. 139septies wijzigt · decies
Art. 6. In artikel 139septies decies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 maart 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt: “§ 1. Voor het schooljaar 2021-2022 bedraagt het totale aantal aanvullende lestijden voor aanvangsbegeleiding: 1° 9815 lestijden in het gewoon basisonderwijs; 2° 1416 lestijden in het buitengewoon basisonderwijs. Voor het schooljaar X-X+1, vanaf het schooljaar 2022-2023, worden de lestijden, vermeld in het eerste lid, 1°, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A1 = X/Y, waarbij: 1° X: het totale aantal leerlingen in het gewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari X; 2° Y: het totale aantal leerlingen in het gewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari 2021. Voor het schooljaar X-X+1, vanaf het schooljaar 2022-2023, worden de lestijden, vermeld in het eerste lid, 2°, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A2 = R/S, waarbij: 1° R: het totale aantal leerlingen in het buitengewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari X; 2° S: het totale aantal leerlingen in het buitengewoon basisonderwijs op de eerste schooldag van februari 2021.”; 2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede “, beleidsondersteuning en professionalisering” opgeheven; 3° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zinsnede “, beleidsondersteuning en professionalisering” opgeheven; 4° pararaaf 4 en 5 worden vervangen door wat volgt: “§4. De regering bepaalt op welke wijze de lestijden die conform paragraaf 2 en 3 worden berekend, aangewend kunnen worden en bepaalt ook de personeelscategorieën en ambten waarin op basis van die lestijden betrekkingen kunnen worden opgericht. De regering bepaalt ook op welke wijze de lestijden via omzettingstabellen omgezet kunnen worden in punten of uren. §5. Als de scholen de aanvullende lestijden, vermeld in paragraaf 1, niet kunnen gebruiken voor aanvangsbegeleiding, kunnen ze die gebruiken voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel conform artikel 139duodevicies, §5.”; 5° paragraaf 6 tot en met paragraaf 11 worden opgeheven.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-1997-02-25/art. 153quinquies wijzigt
Art. 11. In artikel 153quinquies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003, vervangen bij het decreet van 4 juli 2008 en gewijzigd bij de decreten van 1 juli 2011 en 9 juli 2021, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt: “§ 1. Aan iedere school voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs wordt jaarlijks een puntenenveloppe voor administratieve en beleidsondersteuning toegekend voor administratieve ondersteuning en beleidsondersteuning.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-1997-02-25/art. 153sexies wijzigt
Art. 12. In artikel 153sexies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden de woorden “de puntenenveloppe voor ICT-coördinatie en voor administratieve ondersteuning” vervangen door de woorden “de puntenenveloppen voor ICT-coördinatie en voor administratieve en beleidsondersteuning”; 2° in paragraaf 3 worden de woorden “administratieve ondersteuning alleen voor dat doel” vervangen door de zinsnede “administratieve en beleidsondersteuning alleen voor het doel, vermeld in artikel 153quinquies,”; 3° in paragraaf 4, eerste en tweede lid, worden de woorden “administratieve ondersteuning” vervangen door de woorden “administratieve en beleidsondersteuning”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-1997-02-25/art. 153novies wijzigt · §1
Art. 14. In artikel 153novies, §1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 10 juli 2003, worden de woorden “administratief personeel” vervangen door de woorden “administratieve en beleidsondersteuning”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-1997-02-25/art. 172quinquies wijzigt · /1, §3, derde lid
Art. 15. In artikel 172quinquies/1, §3, derde lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 5 april 2019, wordt de zinsnede “als vermeld in artikel 139septies decies, § 9,” vervangen door de zinsnede “,die de regering, vastlegt”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-1997-02-25/art. 192 wijzigt
Art. 16. In artikel 192 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 30 juni 2017, worden de woorden “administratieve ondersteuning” vervangen door de woorden “administratieve en beleidsondersteuning”. Hoofdstuk 3. Wijzigingen van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2007-06-15/art. 85 wijzigt
Art. 17. In artikel 85 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 16 maart 2018, wordt een paragraaf 2bis ingevoegd, die luidt als volgt: “§2bis. Vanaf het schooljaar 2021-2022 worden jaarlijks 7,761 aanvullende vte toegekend aan de centra voor basiseducatie voor de oprichting van betrekkingen in het ambt van leraar in het kader van de organisatie van aanvangsbegeleiding. De Vlaamse Regering kan door de beschikbare middelen in een bepaald begrotingsjaar afwijken van het totale volume te verdelen aanvullende vte, vermeld in het eerste lid. Elk centrum voor basiseducatie heeft recht op hetzelfde aandeel aan aanvullende vte voor aanvangsbegeleiding als het aandeel aan vte waarop het centrum conform paragraaf 1 recht heeft. Een centrumbestuur kan de aanvullende vte voor aanvangsbegeleiding omzetten in aanvullende punten voor aanvangsbegeleiding conform de volgende tabel: vte punten 0,05 6 0,10 12 0,15 18 0,20 24 0,25 30 0,30 36 0,35 42 0,40 48 0,45 54 0,50 60 0,55 66 0,60 72 0,65 78 0,70 84 0,75 90 0,80 96 0,85 102 0,90 108 0,95 114 1 120 De aanvullende vte kunnen worden samengelegd. Centra voor basiseducatie die ervoor kiezen om de aanvullende vte samen te leggen, richten daarvoor een samenwerkingsverband aanvangsbegeleiding op, dat bestaat uit twee of meer centra. Het samenwerkingsverband maakt afspraken over de aanwending van de aanvullende vte. De Vlaamse Regering de volgende elementen bepalen van het samenwerkingsverband: - de duur van de samenwerking; - de vorm van overeenkomst waarmee het samenwerkingsverband wordt opgericht; - de wijze en het tijdstip van mededeling van het samenwerkingsverband aan de overheid.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (dit nummer bestaat al). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2007-06-15/art. 98 wijzigt
Art. 18. In artikel 98 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 4bis, eerste lid, wordt de zinsnede “schooljaar 2019-2020 worden jaarlijks 15.111” vervangen door de zinsnede “schooljaar 2021-2022 worden jaarlijks 20.194”; 2° in paragraaf 4bis, derde lid, wordt de zinsnede “vanaf 1 september 2019” opgeheven; 3° in paragraaf 4bis, wordt tussen het derde en het vierde lid, een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “Als de aanvullende leraarsuren niet kunnen worden aangewend voor aanvangsbegeleiding, kunnen de centra die leraarsuren aanwenden voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel, vermeld in paragraaf 4ter. Bij een overdracht, als vermeld in artikel 103, kunnen die uren ook alleen voor aanvangsbegeleiding of voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel worden aangewend.” 4° er worden een paragraaf 4ter en een paragraaf 4quater ingevoegd, die luiden als volgt: “§4ter. Vanaf het schooljaar 2021-2022 worden aan de centra voor volwassenenonderwijs jaarlijks 26.436 leraarsuren voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel toegekend. De Vlaamse Regering kan vanwege de beschikbare middelen in een bepaald begrotingsjaar afwijken van het totale volume te verdelen aanvullende leraarsuren, vermeld in het eerste lid. De aanvullende leraarsuren voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel dienen aangewend te worden om de werkdruk van het onderwijzend personeel te verminderen met een effect op de lesopdracht. Bij een overdracht, als vermeld in artikel 103, kunnen die leraarsuren alleen voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel worden aangewend. Elk centrum voor volwassenenonderwijs heeft recht op hetzelfde aandeel aan aanvullende leraarsuren voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel als het aandeel aan leraarsuren waarop het centrum conform paragraaf 1 recht heeft. Er kan aan een onderwijzend personeelslid maximaal één leraarsuur toegekend worden. Van dat principe kan alleen worden afgeweken tot maximaal drie leraarsuren per onderwijzend personeelslid op grond van een gemotiveerd verzoek en na onderhandeling in het lokaal comité. Dit gemotiveerd verzoek kan zowel van het schoolbestuur als van het personeelslid komen. Dit gemotiveerd verzoek dient gericht aan en onderhandeld te worden in het lokaal comité.”. Voor de toepassing van de personeelsregelgeving worden, voor het bestuurs- en onderwijzend personeel, uren voor de ondersteuning van de kerntaak van het onderwijzend personeel beschouwd als uren die geen lesuren zijn maar ermee gelijkgesteld worden. §4quater. Vanaf het schooljaar 2021-2022 worden aan de centra voor volwassenenonderwijs jaarlijks 3.806 aanvullende leraarsuren samen school maken toegekend. De Vlaamse Regering kan vanwege de beschikbare middelen in een bepaald begrotingsjaar afwijken van het totale volume te verdelen aanvullende leraarsuren, vermeld in het eerste lid. Elk centrum voor volwassenenonderwijs heeft recht op 40 aanvullende leraarsuren samen school maken. De resterende aanvullende leraarsuren samen school maken worden verdeeld over de centra voor volwassenenonderwijs volgens het aandeel aan leraarsuren waarop het centrum conform paragraaf 1 recht heeft. De aanvullende leraarsuren samen school maken worden aangewend om het sociaal overleg en onderhandeling te versterken. De aanvullende leraarsuren worden aangewend voor de vertegenwoordigers van het personeel die aangesteld zijn in het centrum, conform de toepasselijke vigerende Vlaamse of federale regelgeving. Voor de aanwending van de leraarsuren samen school maken kunnen de centra voor volwassenenonderwijs samenwerken. Ook bij een overdracht als vermeld in artikel 103, kunnen die leraarsuren alleen voor samen school maken worden aangewend. De leraarsuren samen school maken worden aangewend in wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel of van het ondersteunend personeel. Voor de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel worden leraarsuren omgezet naar punten als vermeld in paragraaf 4bis. Voor de toepassing van de personeelsregelgeving wordt, voor het bestuurs- en onderwijzend personeel, samen school maken beschouwd als uren die geen lesuren zijn maar ermee gelijkgesteld worden. De Vlaamse Regering keurt het afsprakenkader tussen de werkgevers en werknemers over de wijze van toekenning, de verdeling en de inzet van de aanvullende lestijden samen school maken die specifiek gericht zijn op het versterken van het lokale sociaal overleg goed. Hoofdstuk 4. Wijziging van het decreet van 20 februari 2009 betreffende de Hogere Zeevaartschool

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −0 decreet-2009-02-20/art. 2 berekend
11§ 5. Het bedrag van de werkingsuitkering, berekend overeenkomstig de bepalingen van dit artikel, wordt verhoogd overeenkomstig het procentueel aandeel van de Hogere Zeevaartschool conform de bepalingen in artikel III.24 van de Codex Hoger Onderwijs.11§ 5. Het bedrag van de werkingsuitkering, berekend overeenkomstig de bepalingen van dit artikel, wordt verhoogd overeenkomstig het procentueel aandeel van de Hogere Zeevaartschool conform de bepalingen in artikel III.24 van de Codex Hoger Onderwijs.
12§ 6. Het bedrag van de werkingsuitkering, dat conform dit artikel wordt berekend, wordt verhoogd overeenkomstig het procentueel aandeel van de Hogere Zeevaartschool in de aanvullende uitkeringen, vermeld in artikel III.34/1 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013.12§ 6. Het bedrag van de werkingsuitkering, dat conform dit artikel wordt berekend, wordt verhoogd overeenkomstig het procentueel aandeel van de Hogere Zeevaartschool in de aanvullende uitkeringen, vermeld in artikel III.34/1 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013.
13§6. Het bedrag van de werkingsuitkering, dat conform dit artikel wordt berekend, wordt verhoogd overeenkomstig het procentueel aandeel van de Hogere Zeevaartschool in de aanvullende uitkeringen, vermeld in artikel III.34/1 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013.
decreet-2009-05-08/art. 9 wijzigt · §2, eerste lid, 6°
Art. 20. In artikel 9, §2, eerste lid, 6°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, vervangen bij het decreet van 19 december 2014, wordt het bedrag “28.000 euro” vervangen door het bedrag “77.500 euro”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+8 −13 decreet-2018-03-09/art. 75/1 nieuw
+26 −8 decreet-2018-03-09/art. 75/2 nieuw
decreet-2018-04-27/art. 41/1 wijzigt
+1 −1 decreet-2018-04-27/art. 41/3 nieuw
+2 −2 decreet-2018-04-27/art. 41/4 nieuw
decreet-2018-04-27/art. 34 wijzigt · treden in werking op 1 januari 2022. Dit decreet heeft uitwerking met ingang
decreet-2018-04-27/art. 35 wijzigt · treden in werking op 1 januari 2022. Dit decreet heeft uitwerking met ingang
decreet-2018-04-27/art. 46 wijzigt · treden in werking op 1 januari 2022. Dit decreet heeft uitwerking met ingang
decreet-2018-04-27/art. 47 wijzigt · treden in werking op 1 januari 2022. Dit decreet heeft uitwerking met ingang
art. 22/19 vervangt
art. 22/20 vervangt
art. 22/21 voegt in
art. 22/22 voegt in
art. 22/23 voegt in
art. 22/24 voegt in
art. 22/25 voegt in
art. 314/9 wijzigt · §3, derde lid
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd